׉?ׁB! 3בCט { {u׉׉	 7cassandra://sT9H-X4LUEteB0bNMmH4A59VWa3MP__N1pu-K1Ymp1I `׉	 7cassandra://jWdUpeXllZ5L5rhgET2Gf4hEQXa7CfsVXH9lp2okh4c͎`׉	 7cassandra://RCnQSFy7KxUb9NGXEfITpM7rQhdCoG7y95s-miaP4pk4`j ׉	 7cassandra://_JnqLMsRRKjYVwCQkUVm3GFd56x1kAGsFcgpilrWPtk )͠	a,wj3.׈Ea,wj3.j׉E -Noord-Holland 2021
Jaarboek Boerenlandvogels
׉	 7cassandra://RCnQSFy7KxUb9NGXEfITpM7rQhdCoG7y95s-miaP4pk4`j a,wj3.ka,wj3.j
בCט   {u׉׉	 7cassandra://XBDqhRdwsii1Y2E1DFSp8bTbTmLdLpvJrabCgFDN1bo X` ׉	 7cassandra://xQf-xJIcojYvelxwYwvkEdiJUxtM8o2s96xieb4Gfbkx`׉	 7cassandra://3gYU0z-ZMojHp90IN9dULb5XxaoaBKXXs8bhO4VsST0`j ׉	 7cassandra://QrMMZ9Mgb7K9xPMYdns5a_vv9fCBJFA57hyO2o-mij83͠	a,wj3.ט { {u׉׉	 7cassandra://Rex4j7wCPh41rZ64vRoiBMCCzoVr5DGjBwm2yjns6OQ u`׉	 7cassandra://LplMsyRgthDIDQ_GDwg3_gJdveNLbc3HKBXsi3KbgYMͧ`׉	 7cassandra://8SWDrUl33BcDAG62rpvHwsueIXsvh-cBPGkHCD6Hddo,"`j ׉	 7cassandra://lQn9jvcVVfWanHRsp1eLfrM77z7KdCWwrUqDPSZ52rc ,͠	a,wj3.׉E	)Voorwoord
Inhoudsopgave
H1. Het provinciale meetnet boerenlandvogels in 2021
H2. Resultaten weidevogelbescherming. Het seizoen 2021;
heeft het extreme weer in het voorjaar positieve gevolgen
voor weidevogels?
H3. Weidevogeltelling Water, Land & Dijken
H4. Broedsucces van grutto’s op basis van kleurringdichtheden
H5. Aanvalsplan Grutto
H6. Het Landje van Geijsel en grutto’s in het voorjaar.
Onderzoek naar het landje als voedsel- en rustplaats
H7. Visdieven in de polder
H8. Weidevogels in het Schagerwad. Topnatuur onder de rook
van Schagen
H9. Meetnet agrarische soorten
H10. Op weg naar een patrijzenparadijs op Wieringen!
H11. Paalwoningen voor scholeksters in de Woudpolder
H12. Scholeksterplateaus. Proef ter verbetering van het
nestsucces van de scholekster
H13. Steeds meer Noord-Hollandse weidevogelgebieden
onder stroom
H14. Kneu, een kleine vinkensoort
4
10
29
36
42
48
57
60
66
74
78
80
85
94
2021 was een beter jaar dan voorgaande jaren voor de
grutto en andere weidevogels. Het natte en koude voorjaar
zorgde voor goede broedresultaten en ook voor
voldoende broedsucces bij de grutto. Na een reeks van
magere jaren is dit een opsteker maar dit is geen reden
om opgelucht adem te halen. Het meetnet weidevogels,
de belangrijkste thermometer om de ontwikkeling van de
populatie van onze weidevogels te volgen, laat ook dit
jaar voor veel soorten een achteruitgang zien. Vooral de
steltlopers hebben een veer moeten laten; gelukkig gaat
het met de slobeend en gele kwikstaart beter.
Elk jaar presenteren we in het Jaarboek Boerenlandvogels
de resultaten van de onderzoeken van het afgelopen jaar
en allerlei inspanningen die vrijwilligers en diverse organisaties
met passie verrichten om de boerenland vogels
voor Noord-Holland te behouden. Deze passie is onmisbaar
in de bescherming van weidevogels.
Ook afgelopen jaar speelden vergaande corona beperkingen
ons parten maar desondanks hebben al deze
spelers, ook dit jaar, hun bijdrage geleverd. Daarvoor wil ik
mijn waardering en dank uitspreken.
2
Het (langjarige) onderzoek naar broedsucces en reproductie
van de grutto laten eindelijk een goed jaar zien,
voornamelijk in de grotere gebieden met meer dan
100 broedparen. Dat is ook waar het Aanvalsplan Grutto
voor pleit. Het plan dat op initiatief van Pieter Winsemius
met een groot aantal natuurorganisaties, boeren en over׉	 7cassandra://3gYU0z-ZMojHp90IN9dULb5XxaoaBKXXs8bhO4VsST0`j a,wj3.l׉E	heden is opgesteld, biedt een veelbelovend nieuw perspectief
(hoofdstuk 5). Het plan roept op om samen het broedbiotoop te
verbeteren door het creëren van grote leefgebieden van minimaal
duizend hectare. In deze leefgebieden wordt ingezet op het
optimaliseren van het beheer, het verhogen van het waterpeil, het
vergroten van de kruidenrijkdom in de graslanden en het tegengaan
van predatie, met een financieel perspectief voor de boeren.
De provincie heeft in twee gebieden; Zeevang en Amstelland, nu
de eerste stappen gezet om in 2022 het meest optimale beheer
uit te gaan voeren.
In Noord-Holland zijn al veel initiatieven die bijdragen aan de
realisatie van de doelen van het Aanvalsplan Grutto. Zo wordt het
Landje van Geijsel jaarlijks onder water gezet voor de grutto’s
(hoofdstuk 6) en heeft Staatsbosbeheer in het Schagerwad inrichtings-
en beheermaatregelen genomen voor een beter biotoop
voor de boerenland vogels (hoofdstuk 8).
Ook is er veel ervaring op het gebied van predatiebeheer. We geven
in dit jaarboek een overzicht van deze initiatieven en zoomen in
op de technische innovatie van de rasters in de Zandpolder
(hoofdstuk 13).
Naast de grutto verdienen ook andere soorten uit het agrarisch
gebied aandacht. Er zijn inspanningen om het allerlei vogels naar
de zin te maken. Zo is er een initiatief van broedvlotjes voor visdieven
(hoofdstuk 7) en worden er plateaus boven grasland en
sloten voor scholeksters aangelegd (hoofdstuk 11 & 12). Ook over
akkervogels is er steeds meer kennis beschikbaar. Het meetnet
akkervogels is zijn tweede jaar ingegaan. De eerste resultaten
laten zien dat onze provincie onder meer belangrijk is voor de
kievit, scholekster, kneu, patrijs en gele kwikstaart (hoofdstuk 9).
Maat regelen als akker randen en vogelakkers moeten leiden tot
een positieve trend van akkervogels. Het onderzoek naar patrijzen
op Wieringen heeft opnieuw plaats gevonden (hoofdstuk 10).
Met die kennis kan het biotoop beter ingericht worden.
Kortom veel organisaties en mensen zijn bevlogen bezig met een
veelheid aan initiatieven gericht op de bescherming en het
behoud van boerenland vogels. Door optimaal samen te werken
en kennis onderling te delen is het mogelijk goede resultaten te
bereiken.
In het voorjaar zullen we voor de Noord-Hollandse boerenlandvogelbeschermers
de Inspiratiedag Boerenlandvogels organiseren
zodat we deze samenwerking verder kunnen versterken.
Ik hoop dat we elkaar dan virtueel zullen ontmoeten.
Ernest Briët
Directeur Landschap Noord-Holland
3
׉	 7cassandra://8SWDrUl33BcDAG62rpvHwsueIXsvh-cBPGkHCD6Hddo,"`j a,wj3.ma,wj3.l
בCט   {u׉׉	 7cassandra://z8xkinNFfuEucwldazgaFSGX2EIALfPIbZGhsuOFUrs %d`׉	 7cassandra://MWQp4tt_tfZAHd74en-uK6AmesXWGZfqi0MygREJUMoͩ`׉	 7cassandra://i-YErI9DXQ-LxarX5oPVUoftGcA7PXDVJ4LutASxcJ03`j ׉	 7cassandra://7GfdE1adsXxIm0t7ljV4n03LARyIu1VYP14bzhjc9yc 2͠	a,wj3.ט { {u׉׉	 7cassandra://h48G1E-1-29m-SZ3aKdqJb3hq85y--Nh-38kNOINsyM mX`׉	 7cassandra://7lan3T7_vPOlXs1YXSs3oF6x2Zy1SzfoI-aGnVsy9esͩ:`׉	 7cassandra://CHcA5XB2yduYyViopfycwjF7j5x092ITnnfyPm30wnE+`j ׉	 7cassandra://0_-LNly5jwST871HsyO4tjKsxNO-s3AYXMzFccCdBDw͒>͠	a,wj3.בנa,wj3.ځ LƁ9ׁH 0https://www.noord-holland.nl/Onderwerpen/Natuur/ׁׁЈ׉ELHoofdstuk 1
Het provinciale meetnet boerenlandvogels in 2021
MARTIN WITTEVELDT & GERDA EDELMAN
1.1 Provinciale meetnet
Eén van de provinciale kerntaken is het beschermen en
ontwikkelen van de Noord-Hollandse natuur en het landschap.
Onderdeel van deze taak is de bescherming van bedreigde en
kwetsbare planten- en diersoorten, waaronder weidevogels.
Noord-Holland is één van de provincies met de hoogste
weidevogeldichtheden in Europa en dat geeft een grote
verantwoordelijkheid voor deze soorten. De provincie heeft de
weidevogelambities omgezet in een actieplan. Dit plan is te lezen
op https://www.noord-holland.nl/Onderwerpen/Natuur/
Natuurbeheer. Om bij te houden hoe de weidevogels zich
ontwikkelen bestaat er een provinciaal meetnet. In dit artikel gaan
we in op de ontwikkelingen tot en met 2021.
1.2 Vierendertig jaar ontwikkeling
In opdracht van de provincie Noord-Holland worden 73 meetplots
in agrarische en natuurgraslanden geïnventariseerd op weidevogels.
Deze tellingen zijn in 1987 gestart, zodat we nu vierendertig jaar ontwikkeling
kunnen volgen. Het is hiermee één van de langstlopende
weidevogelmeetnetten van Nederland. Het meetnet behoort tot
het netwerk ecologische monitoring (NEM) en draagt daarmee ook
bij aan kennis over de landelijke trends van weidevogels.
4
DE LAATSTE JAREN IS DE TREND VAN DE GELE KWIKSTAART POSITIEF.
׉	 7cassandra://i-YErI9DXQ-LxarX5oPVUoftGcA7PXDVJ4LutASxcJ03`j a,wj3.n׉E
}1.3 Het veldwerk
De inventarisaties in alle plots worden uitgevoerd volgens een
landelijk vastgesteld protocol. Het gaat om het broedvogelmonitorings
project- Weidevogels (BMP-w). De methode staat
uitgebreid beschreven in Vergeer et al., 2016. Uitgangspunt is dat
weidevogelterritoria worden vastgesteld en in kaart gebracht op
basis van minimaal vier rondes. In 2021 is, in opdracht van provincie
Noord-Holland, in 66 van de 73 provinciale plots geteld. Deze
tellingen zijn door Natuurlijke Zaken, Van der Goes en Groot en
TAUW, uitgevoerd. De verantwoording van het veldwerk is
beschreven in Korthorst et al., 2018, 2019, 2020 en Rotteveel &
Van Groen, 2021.
1.4 Trendberekeningen
De trendberekeningen zijn uitgevoerd door provincie NoordHolland
met behulp van het programma RTRIM. Dit programma
en de bijbehorende handleiding zijn beschreven in Pannekoek en
van Strien, 2015. Bij de berekeningen wordt 1990 als uitgangsjaar
genomen en op 100 gezet (Index=100). In Edelman & Witteveld,
2019, is uitgebreid beschreven hoe de berekeningen in RTRIM tot
stand zijn gekomen. Ook wordt in dit achtergronddocument
ingegaan op de instellingen van het programma en de mate van
significantie van de gepresenteerde trends.
Er is een trend berekend voor de periode 1990-2006 en de periode
2006-2021. In 2006 is door het ministerie van Landbouw, Natuur en
Voedselkwaliteit uitgesproken dat de achteruitgang van de weidevogels
in 2010 gestopt zou moeten zijn. Hoewel een oor zakelijk
verband tussen deze wens en de trend moeilijk is te leggen, vinden
we dit jaar al wel interessant om als mogelijk kantelpunt te bekijken.
DE TREND VAN DE GRUTTO IS NOG STEEDS NEGATIEF ONDANKS ALLE INSPANNINGEN.
Hoeveel grutto’s zijn er in Noord-Holland?
Naast het tellen van meetplots zijn er ook vlakdekkende tellingen
(2018-2021) uitgevoerd in bijna 62.000 hectare Noord-Hollands
graslandgebied. De tellingen zijn door dezelfde personen en volgens
dezelfde methode uitgevoerd als de tellingen in de meetplots.
Deze oppervlakte bestrijkt het grootste deel van de oppervlakte van het leefgebied
van de grutto. Daarom is er door deze tellingen iets te zeggen over het
aantal grutto’s dat in Noord-Holland broedt.
Tijdens de tellingen zijn er 5.238 broedparen grutto’s aangetroffen. Als we er
van uit gaan dat we 80-90 procent van het gruttogebied hebben geteld,
broeden er in Noord-Holland ongeveer 6.000 grutto’s.
Volgens SOVON waren er in de periode 2013-2015 31.000-38.000 broedparen
aanwezig in Nederland. De trend is ook landelijk negatief (met 3-4 procent per
jaar). Het zullen er nu ongeveer 30.000 zijn. Dat betekent dat ongeveer
20 procent van de Nederlandse grutto’s in Noord-Holland broedt.
5
׉	 7cassandra://CHcA5XB2yduYyViopfycwjF7j5x092ITnnfyPm30wnE+`j a,wj3.oa,wj3.n
בCט   {u׉׉	 7cassandra://4kmvtCYd0YZgYXHTbBswieP3HJkOSLhKFLFmQBAPbco ZM` ׉	 7cassandra://33LoGhbl9n8v_rywNLheldzSfYOo753S3iGbesnQb30w`׉	 7cassandra://23MxbYTIL8r5-irrzkPrIpotSjUKXbOgRfp8P-eXZKo`j ׉	 7cassandra://BZOOf0lwYaIRB_MjqI5jr11MLM9nQgA3y4k2JcADaJ4;͠	a,wj3.ט { {u׉׉	 7cassandra://MLDZ3u57ZjqCEIh5ciuyHKp11h7xmVltLG_LxvjSS_0 E`׉	 7cassandra://C3Aqf9HehMhm2XS3g4sFve_a-Cl75Nz4ttvqXuCzWyI͝`׉	 7cassandra://61bmxd4OG2waEzK6Hdppz53O7yZDo7X7eX03bcOIEOk,`j ׉	 7cassandra://h9v93yNWsQnt1ap-wdHauzL55UDgJ3PqRU__H9TzaL4 T͠	a,wj3.ܑנa,wj3.߁ dM̛9ׁHhttps://stats.sovon.nl/ׁׁЈ׉E]Hoofdstuk 1 I Het provinciale meetnet boerenlandvogels in 2021
1.5 Trends
In tabel 1.1 en de figuren 1.1 zijn de trends van tien
weidevogelsoorten gepresenteerd voor de periode 1990-2006 en
de periode 2006-2021. Gunstig is dat van de graspieper, slobeend,
gele kwikstaart een negatieve trend is veranderd in een positieve
trend. Voor de veldleeuwerik is een negatieve trend een stabiele
geworden. De kuifeend blijft in beide periodes stabiel en de
krakeend neemt in beide periodes toe.
Helaas is voor de steltlopers grutto, kievit en scholekster geen
trendbreuk te zien. Ze blijven in beide periodes afnemen in aantal.
Tureluur gaat zelfs vanaf 2006 in aantal achteruit, terwijl deze soort
in de periode daarvoor nog een toename liet zien.
Voor watersnip, wintertaling, zomertaling is geen betrouwbare
trend te berekenen door hun geringe aantallen in onze meetplots.
Kemphaan is vrijwel verdwenen als broedvogel. Gegevens op
https://stats.sovon.nl/ laten zien dat deze soorten allemaal
achteruitgaan sinds 1990.
1.6 Ander onderzoek
Het onderzoek in het meetnet richt zich op de aanwezigheid van
territoria. Het is echter ook van belang dat de broedparen nesten
maken en er jonge vogels opgroeien tot volwassen vogels.
Ook daar wordt onderzoek naar gedaan. Zo is in hoofdstuk 3 en 5
te lezen wat de broedresultaten zijn. Een goed broedresultaat
vertaalt zich niet meteen in meer broedparen. Het duurt even
voordat jongen volwassen zijn en zich kunnen voorplanten.
6
 Tabel 1.1. De trend van 10 weidevogelsoorten in de periodes 1990-2006 en 2006-2021.
Soort
Gele kwikstaart
Graspieper
Grutto
Kievit
Krakeend
Kuifeend
Scholekster
Slobeend
Tureluur*
Veldleeuwerik
Trend 1990-2006
Matige afname
Matige afname
Matige afname
Matige afname
Sterke toename
Stabiel
Matige afname
Matige afname
Matige toename
Sterke afname
Trend 2006-2021
Sterke toename
Matige toename
Matige afname
Matige afname
Matige toename
Stabiel
Matige afname
Matige toename
Matige afname
Stabiel
* Volgens Turnhout & Zoetebier 2019, moet voor de trend van de tureluur voorzichtigheid worden betracht.
De provinciale plots geven een optimistischer beeld dan het NEM meetnet.
׉	 7cassandra://23MxbYTIL8r5-irrzkPrIpotSjUKXbOgRfp8P-eXZKo`j a,wj3.p׉E1.7 Conclusies meetnet
De graspieper, slobeend, gele kwikstaart en veldleeuwerik doen
het na een periode van achteruitgang vanaf 2006 weer beter.
Voor de grutto, scholekster en de kievit geldt dat echter niet. Deze
gaan in de gehele periode matig achteruit. Wel is deze afname
minder sterk dan die in heel Nederland.
Martin Witteveld is ecoloog en Gerda Edelman is data analist
bij de provincie Noord-Holland
EEN PAARTJE SLOBEEND: DE TREND VAN DEZE GRASLANDBROEDER IS GELUKKIG POSITIEF.
Literatuur
Korthorst, M. en F.M. van Groen, 2018. Weidevogelonderzoek Noord-Holland
2018. Verantwoording gebiedsdekkend weidevogelonderzoek,
weidevogelmeetnet en alarmtelling. TAUW, Utrecht; Natuurlijke Zaken,
Heerhugowaard & Van der Goes en Groot, Alkmaar.
Korthorst, M., Rotteveel, J.J.F. en Groen, F.M. van. 2019. Weidevogelonderzoek
Noord-Holland 2019. Verantwoording van het gebiedsdekkend
weidevogelonderzoek en het weidevogelmeetnet. TAUW, Utrecht; Natuurlijke
Zaken, Heerhugowaard & Van der Goes en Groot, Alkmaar.
Korthorst, M., Rotteveel, J.J.F. & Groen, F.M. van. 2020. Weidevogelonderzoek
Noord-Holland 2020. TAUW, Utrecht; Natuurlijke Zaken, Heerhugowaard & Van
der Goes en Groot, Alkmaar.
Pannekoek, J. & Strien, A. van. 2015. ) TRIM 3 manual (TRends and Indices for
Monitoring data). Centraal Bureau voor de Statistiek, Voorburg.
Rotteveel, J.J.F. & Groen, F.M. van. 2021. Weidevogelonderzoek Noord-Holland 2021.
TAUW, Utrecht; Natuurlijke Zaken, Heerhugowaard & Van der Goes en Groot, Alkmaar.
Scharringa, K. & Veer, R. van ‘t. 2007. Provinciaal weidevogelmeetnet in 2006. In
Belleghem, S. van, Kuiper, M., Scharringa, K., Veer, R. van ‘t., Tanger, D. & Witteveldt,
M. Weidevogels in Noord-Holland, het jaar 2006 in beeld. Landschap NoordHolland,
Castricum. Pp 24-29.
Turnhout C. & Zoetebier, D. 2019. Analyse meetnet-gegevens Noord-Holland.
Sovonrapport 2019/21. Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen.
Vergeer J.W., van Dijk A.J., Boele A., van Bruggen J. & Hustings F. 2016. Handleiding
Sovon broedvogelonderzoek: Broedvogel Monitoring Project en Kolonievogels.
Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen.
Edelman, G. & Witteveldt, M 2019. Trendberekeningen weidevogelmeetnet 2019.
Achtergronddocument. Intern rapport provincie Noord-Holland.
7
׉	 7cassandra://61bmxd4OG2waEzK6Hdppz53O7yZDo7X7eX03bcOIEOk,`j a,wj3.qa,wj3.p
בCט   {u׉׉	 7cassandra://DefBispENGqlNUvnAbSIrWOyn8HWEIIhRE_XVefX3dE Z`׉	 7cassandra://Nq1Ha46a5Ed8e51zUVecvSKUy3xPcBGz8PqQA_VRIs49`׉	 7cassandra://-bu8t_vvpsREVAQPrU4IhoDH-evYj_n5j0upzInzvn4c`j ׉	 7cassandra://CGeF-XPLuYQd0PxJnzqpAl7EQqm47dsycRKkwCXQutAF*͠	a,wj3.ט { {u׉׉	 7cassandra://VFhOEshcqHUhALLbwZd8eXTOU7pz7KnGFDgzDWBBs4o  `׉	 7cassandra://km1Z-b1yawIDIjxksx2E-x9vRP5tPHCCUghLLsrQAgM[`׉	 7cassandra://76lvXylhjxmckAVCZ6shX2hqWr-JZfbtKIrHzFTNl2s *`j ׉	 7cassandra://TpfHqBNv1-f0wg5TDumDwRni4eUwbCeYgxCndZPOCSI;X͠	a,wj3.׉EIndex
Index
Index
Index
Index
Index
Hoofdstuk 1 I Het provinciale meetnet boerenlandvogels in 2021
Grutto
Tureluur
100
120
60
80
40
20
0
1990
Kievit
100
125
150
75
40
50
25
0
1990
8
1995
2000
2005
2010
2015
2020
2025
500
20
0
1990
1995
2000
2005
2010
2015
2020
2025
0
1990
1995
2000
2005
 Figuren 1.1. Het verloop van de index per jaar van de tien belangrijkste weidevogelsoorten in Noord-Holland. De gekleurde balk geeft de mate van onzekerheid aan.
2010
2015
2020
2025
100
80
1500
60
1000
1995
2000
2005
2010
2015
2020
2025
100
125
150
75
50
25
0
1990
1995
Scholekster
2000
2000
2005
2010
2015
2020
2025
100
120
60
80
40
20
0
1990
1995
Krakeend
2000
2005
2010
2015
2020
2025
Slobeend
׉	 7cassandra://-bu8t_vvpsREVAQPrU4IhoDH-evYj_n5j0upzInzvn4c`j a,wj3.r׉EIndex
Index
Index
Index
Hoofdstuk 1 I Het provinciale meetnet boerenlandvogels in 2021
Kuifeend
Graspieper
100
125
150
75
DE VELDLEEUWERIK IS DE LAATSTE DECENNIA FLINK AFGENOMEN.
50
25
0
1990
1995
Gele kwikstaart
100
120
60
80
40
20
0
1990
TURELUURS HOUDEN VAN PAALTJES:
ZOWEL IN DE BALTS-, NEST-, EN KUIKENFASE.
9
1995
2000
2005
2010
2015
2020
2025
100
80
60
40
20
0
1990
1995
2000
2005
2010
2015
2020
2025
2000
2005
2010
2015
2020
2025
200
150
100
50
0
1990
1995
Veldleeuwerik
2000
2005
2010
2015
2020
2025
׉	 7cassandra://76lvXylhjxmckAVCZ6shX2hqWr-JZfbtKIrHzFTNl2s *`j a,wj3.sa,wj3.r
בCט   {u׉׉	 7cassandra://8Jslf7LJgzKQZI76hHu_GjzU7VRFesjAExzjEALp7SI $^`׉	 7cassandra://42STf4i3QGzx_yFEu8h7P_PqnEBrxHNW2lSWUohxfRM`׉	 7cassandra://ekSaq3a2OZqEHfSwhdOD6AzBcREEe8bgXoHfK7vP2Tg9Q`j ׉	 7cassandra://7eSX3O3QAyr_HR_TAitzTsvmdz-ooWIuqgJtjiBRQ4I ͠	a,wj3.ט { {u׉׉	 7cassandra://QmVTIET59bBBlKDAh3pT5ZnC0UfSkmXpmaRAk8UD2-Y `׉	 7cassandra://Fke7KjLj6KrWOTol_bOCc9UxBYstY_vN4aYTS3tRdOU͹`׉	 7cassandra://2sfL13YUEvmVkzaUS-_ah4ohZQAX3KjZKezKaPEqwH4-`j ׉	 7cassandra://q84LprtUDJinWzB8VgXWcXoZ6mmzqc9yDOMXd6UrpN0j ͠	a,wj3.׉ElHoofdstuk 2
Resultaten Weidevogelbescherming
Het seizoen 2021: heeft het extreme weer in het voorjaar,
positieve gevolgen voor weidevogels?
WIM TIJSEN & NIENKE KWIKKEL
2.1 Omstandigheden seizoen
Een normaal, gemiddeld weidevogelseizoen lijkt niet meer te
bestaan. Na drie extreem droge voorjaren, was 2021 uitzonderlijk
nat en relatief koud. Of dit van invloed was op de beschermde
legsels leest u in dit hoofdstuk. De corona beperkende maatregelen,
zorgden ervoor dat de praktijkopleiding weidevogelbescherming
voor vrijwilligers vooral achter beeldschermen
plaats vond. Met veel inventiviteit en flexibiliteit van
(veld)medewerkers, vrijwilligers, boeren, groeps- en
veldcoördinatoren en de agrarische natuurverenigingen,
is dit toch gelukt.
10
KIEVIT PROBEERT NEST BOVEN WATER TE HOUDEN IN EXTREEM NAT VOORJAAR .
2.2 ‘Ouderwets’ koud voorjaar
Het weer, in combinatie met landgebruik, waterstand en
predatoren, heeft een belangrijke invloed op de voedselbeschikbaarheid
voor volwassen weidevogels en hun kuikens.
Daarmee is het ook bepalend voor zowel de nest- als de
kuikenfase en het broedsucces voor de boerenlandvogels.
Aan de hand van de maandelijkse weersoverzichten van het KNMI
komen we tot de volgende samenvattingen per maand voor
Noord-Holland. Met de kanttekening dat er binnen onze provincie
soms grote verschillen kunnen zijn tussen het noordelijk en
zuidelijk deel.
׉	 7cassandra://ekSaq3a2OZqEHfSwhdOD6AzBcREEe8bgXoHfK7vP2Tg9Q`j a,wj3.t׉E
SCHOLEKSTER IN HEVIGE REGENBUI.
ERNSTIGE WATEROVERLAST OP 18 JUNI IN WESTELIJK DEEL NH:
DRIJVENDE EIEREN SCHOLEKSTERNEST.
• Februari: zonnig, droog en aan de zachte kant. Een koud
middendeel, aan het einde zeer warm, grote tegenstellingen
binnen één maand.
• Maart: normaal (gemiddelde laatste 30 jaar), vrij droog en
somber.
• April: vrij zonnig, bijzonder koud (maatstaf laatste 30 jaar) en
relatief veel harde koude wind uit noordelijke richtingen in
Noordwest-Nederland.
• Mei: zeer koud en nat (vooral in Noord-Holland), vrij somber
en enkele voorjaarsstormen.
• Juni: zeer warm (de warmste ooit), nat en zonnig.
In delen van Noord-Holland ernstige wateroverlast rond 18 juni.
Na een relatief zachte januarimaand werden begin februari de
eerste grutto’s al gesignaleerd op het Landje van Geijsel in de
Holendrechterpolder met een maximum van 46 grutto’s op
6 februari. Deze kwamen letterlijk en figuurlijk van een koude
kermis thuis, want hierna volgde er een tiendaagse koude-inval
waardoor er zelfs kon worden geschaatst. De maand eindigde
echter zeer warm, zodat de weidevogels snel terugkeerden. Op de
laatste dag van februari werden er op de grote plas-drassen
(Landje van Geijsel, Uitgeesterbroekpolder en de Kalverpolder) in
onze provincie alweer ruim 3.000 grutto’s geteld! Maart verliep
redelijk normaal, alhoewel vrij koud in het begin, eindigde de
maand warm en droog. In april kwam de klad erin. Waarbij met
name de lage temperaturen, in combinatie met veelal relatief
harde wind uit noordelijke richtingen, het onaangenaam en
schraal deed aanvoelen. Voor de eerste lichting kievitkuikens
die vanaf het midden van april uit het ei kropen niet bepaald
een pretje. Uit vele onderzoeken blijkt dat met name de eerste
week voor de kuikens cruciaal is voor de overleving.
De weersomstandig heden zullen ervoor gezorgd hebben dat
de kievitkuikens veelvuldig ‘gehoed’ en ‘bebroed’ moesten
worden. De kuikens kunnen hun eigen lichaamstemperatuur nog
niet op peil houden en dat beperkt de broodnodige foerageertijd.
Die combinatie van factoren zorgde ervoor dat er eind april, begin
mei weinig grotere kievitkuikens werden gezien. Zware regenval
op 29 april in het met name oostelijk deel van Noord-Holland was
een voorteken van wat ons in mei te wachten stond. Mei staat
bekend als grasmaand, maar van ‘grassen’, oftewel het oogsten
van het gras, is weinig terecht gekomen doordat er vrijwel geen
droge dag was. Voor de weidevogels was dit gunstig, er werd
vrijwel niet gemaaid en nattigheid zorgt voor een goed
doordringbare bodem voor de snavels van de oudere vogels en
veel insecten als kuikenvoedsel. De keerzijde was dat er plaatselijk
in korte tijd zoveel regen door extreem zware buien viel, dat
sommige nesten letterlijk kwamen te drijven.
11
׉	 7cassandra://2sfL13YUEvmVkzaUS-_ah4ohZQAX3KjZKezKaPEqwH4-`j a,wj3.ua,wj3.t
בCט   {u׉׉	 7cassandra://Y2jXEQqgdlrvacVxoyWXg_D4zVIa8LK9XkAKAR5elTc }` ׉	 7cassandra://RlFyECxj8quk3yTp8P3H9QZrbnSQdWn7HHVAxI7bUto͞`׉	 7cassandra://59NPSho8HGGW-7anPzwsy1GehYz94SahQBTClvX4JpQ"`j ׉	 7cassandra://9I3TAaonKHM1baBCbVrn1zrUHVairslBguWzYKKUwaIB͠	a,wj3.ט { {u׉׉	 7cassandra://FSuH_BlMXbTtbarSo76VHvZXX_H4Vytm7gJZeJwjI0A a`׉	 7cassandra://2xjzJ54JLQC8y3yz6Rc0tDe2dF6HffUj4-729OlrX0Y͛`׉	 7cassandra://MLBIB8b5hJdKNqZuTyvMPoQVMYxaxwabEcLdu0X0c_U)`j ׉	 7cassandra://skbgwzRPH4ou7-nX6-AXCCZQ3PQnw1tu9Pug7C8W0a4 D͠	a,wj3.׉EHoofdstuk 2 I Resultaten Weidevogelbescherming
Kijken we naar de koudste april-mei combinaties, dan was deze
periode de op drie na koudste sinds 1901. Weidevogels die hun
eerste legsel verloren zagen gaan door predatie of andere
oorzaken, konden door deze weersomstandig heden vaker
vervolglegsels produceren. Dit zorgde ervoor dat in juni op veel
plaatsen met name nog grutto’s en tureluurs met hun kuikens
rondliepen. Op relatief grote schaal heeft toen uitstel van maaien
plaatsgevonden, soms tot begin juli. Daarbij werkte het weer na
half juni ook niet mee voor boeren en voor sommige late legsels.
Op 18 juni trok er een onweersstoring over Noord-Holland met
een zondvloed aan regen die late nesten deed weg spoelen. Het
(gras)land was op veel plekken vrijwel onbewerkbaar, waardoor
maaien noodgedwongen werd uitgesteld zodat de late kuikens
een grotere kans hadden om vliegvlug te worden.
12
2.3 Eerste eieren van het seizoen
Het eerste kievitsei in Nederland werd op 5 maart gevonden in
Utrecht. Weidevogelbeschermer Cees Dijker vond op 8 maart
het eerste ei van onze provincie op Texel. Opmerkelijk, aangezien
het daar altijd een stuk kouder is. Het nest lag op een vogelgraanstoppel
in polder Eendracht. In het agrarisch natuurbeheer
is dit een maatregel om vogels meer voedsel en beschutting te
geven in de winter.
Vrijwilligerscoördinator Willem Overweg vond op 24 maart het
eerste scholeksternest van Nederland in polder Oterleek.
Het bevatte zelfs al twee eitjes. Al eerder vond hij het eerste ei
van deze soort en het gaat hoogstwaarschijnlijk om hetzelfde
broedpaar. Het zijn vaak dezelfde paartjes die succesvol zijn en de
eerste eieren leggen. Het eerste gruttonest van Noord-Holland
werd op 29 maart gevonden door weidevogelbeschermer van
het eerste uur, Ab Kalkman uit Amsterdam. Dit lag in WaterlandOost
bij melkveehouder Anton Dirksen bij Uitdam. Voorgaande
jaren was hij al eerder vinder van het eerste grutto-ei, maar dan
van Nederland, in hetzelfde gebied en waarschijnlijk ook weer
van hetzelfde broed paar. Het eerste ei van de tureluur in onze
provincie werd op 30 maart gemeld door een zeer ervaren
weidevogel beschermer met meer dan 30 jaar ervaring, Sjirk de
Boer uit Purmerend. Dit lag in de Wijdewormer op het bedrijf van
de familie Willig en is ook uitgekomen dankzij bescherming.
Daarmee werden in onze provincie van de vier kernweidevogelsoorten
alle eerste eieren in de maand maart gevonden. Geen
primeur, maar het geeft wel aan dat soorten als tureluur en
scholekster vroeger zijn gaan broeden, dit was 25 jaar geleden
ondenkbaar.
2.4 Actieve vrijwilligers
Het totale aantal vrijwillige weidevogelbeschermers/
boerenlandvogeltellers bleef vrijwel gelijk met 797 vrijwilligers.
In Waterland valt er een afname te constateren van jaarlijks
5 procent. Bij de weidevogelgroepen van Schagen, Obdam,
Noorderkoggen, het IVN-WestFriesland en het IVN-Amstelveen valt
er een lichte toename te bespeuren. De gemiddelde leeftijd van
vrijwilligers lag iets lager met 65,7 jaar. Het aantal jaren dat een
vrijwilliger gemiddeld actief is, blijft jaarlijks licht toenemen naar
9,3 jaar. Eenmaal met het weidevogel-bescherm-virus behept,
blijken vrijwilligers heel trouw en bevlogen het vrijwilligerswerk
doen. Dit geeft aan dat veel weidevogelbeschermers/boeren landvogeltellers
een goede binding hebben met het beschermen van
׉	 7cassandra://59NPSho8HGGW-7anPzwsy1GehYz94SahQBTClvX4JpQ"`j a,wj3.v׉EHoofdstuk 2 I Resultaten Weidevogelbescherming
de boerenlandvogels, hun weidevogelgroep of met een
agrarische natuurvereniging in hun eigen leefomgeving.
VRIJWILLIGER PIET VAN BAAR VOERT BESCHERMD NEST IN OP MOBIEL.
2.5 Stijgend aantal waarnemingen
Ondanks de beperkingen door de coronapandemie,
hebben de vrijwilligers, en ook veldmedewerkers van de
agrarische collectieven, ontzettend veel waarnemingen
en tellingen ingevoerd in de Boerenlandvogelmonitor.
Het aantal ingevoerde gedragsobservaties nam toe tot
boven de 40.000! Er werden bijna 17.000 waarnemingen
op bedrijfsniveau via de zogenoemde QBM-monitoring
ingevoerd. Een vergelijkbaar aantal als in 2020 en een
forse stijging (31 procent) ten opzichte van 2019.
Voor het meten van het broedsucces van de grutto zijn
meer dan 19.000 gedragsobservaties ingevoerd en/of
digitaal ingelezen in de Boerenlandvogelmonitor.
Een ruime verdubbeling ten opzichte van voorgaand jaar.
Deze enorme stijging komt vooral voor rekening van
het agrarisch collectief Water, Land & Dijken. Die in vrijwel
het hele werkgebied, door een ecologisch
onderzoeksbureau, een BMP-weidevogelmonitoring,
heeft laten uitvoeren met een aparte broedsuccestelling
voor de grutto. Daarnaast zijn er bij andere agrarische
collectieven, en ook particuliere natuurbeheerders, in
onze provincie op uitgebreidere schaal zogenaamde
BTS-tellingen naar het broedsucces van de grutto
uitgevoerd. Zo hebben we in 2021 een goed beeld
gekregen van het broedsucces van onze nationale vogel
in de provincie Noord-Holland.
13
׉	 7cassandra://MLBIB8b5hJdKNqZuTyvMPoQVMYxaxwabEcLdu0X0c_U)`j a,wj3.wa,wj3.v
בCט   {u׉׉	 7cassandra://fesfNQC8vTiIRhTY16p_6TeQJMUWfKzhcuSdokpqKGk |`׉	 7cassandra://xpG6Q52xK0uzDT4oZR3toqIi12jHfZBTcQDvuRIGmUg͘M`׉	 7cassandra://3JRSGfJvPgTP_oDuTJMj7jL9UOI8v6Om_slX04lq93Q&`j ׉	 7cassandra://vyVhdxTbm4rDy-mBk6rkucFwQOMbnZnE0arxeUOVmG4ܟ͠	a,wj3.ט { {u׉׉	 7cassandra://CUHeM3ofEm9-YQrfvOnRqNTMwS6-Zf9ElyYjnorLhOM i` ׉	 7cassandra://4Uw8QkOvBx_Dsv4d80zfC0-C6CJAjALKRO-X59MIh_8͛`׉	 7cassandra://16nfyc18SZZAhFNODC6CilFqpI7ANgNRFXYuaOVwQxQ!`j ׉	 7cassandra://jTMw2DCFU5eVn7fF2S4VzF0RBsMRF0Jg6KESEG5v3Oc@͠	a,wj3.׉EHoofdstuk 2 I Resultaten Weidevogelbescherming
In het kader van de akkervogelmonitoring zijn ruim 5.000 waarnemingen
gedaan vooral door vrijwilligers en veldmede werkers
die bij de agrarische natuurvereniging Hollands Noorden
kruidenrijke akkerranden, zomerranden, vogelakkers, vogelgraan
en wintervoedselakkers inventariseren. Sinds 2020 zijn daar tevens
de waarnemingen om het broedsucces van de patrijs te meten op
Wieringen bijgekomen. Het agrarisch collectief Water, Land &
Dijken is inmiddels ook gestart met een akkervogelmonitoringproject
in de Schermer en de Beemster.
2.6 Nestresultaten
Het aantal gevonden en beschermde legsels nam, na een kleine
toename vorig jaar, dit jaar af (4,3 procent) tot het niveau van 2019
met 8.336 beschermde legsels. Deze afname komt grotendeels
voor rekening van de kievit met een daling van 373 (9 procent).
Deze daling bij de kievit valt te verklaren doordat er simpelweg
minder kieviten nestelden. Dit werd ook vanuit het veld bevestigd
door de beschermers. De kievit neemt volgens Sovon en het
Noord-Hollandse Weidevogelmeetnet jaarlijks af met gemiddeld
zo’n 4 procent.
Een mooie ontwikkeling is een toename van het aantal beschermde
gruttonesten met maar liefst 10 procent! De grutto heeft duidelijk
geprofiteerd van de nattigheid waardoor de voedselomstandigheden
voor de vogels een stuk beter waren dan de voorgaande
drie droge voorjaren. Bij de scholekster daarentegen nam het
aantal gevonden nesten flink af met 6 procent. Feitelijk geldt
hiervoor hetzelfde als bij de kievit met een jaarlijkse afname van
3 à 4 procent. Van de tureluur zijn, na een flinke stijging (8 procent)
vorig jaar, nu heel wat minder (4 procent) legsels gevonden.
Waarschijnlijk hebben de slechte weersomstandigheden in mei,
in combinatie met een relatief laat broedseizoen, ervoor gezorgd
dat het lastig was voor de beschermers om deze moeilijk vindbare
nestjes te vinden in het hoge gras. Daarnaast was er minder
noodzaak tot het actief opsporen en beschermen: maaien werd
regelmatig uitgesteld door de natte weersomstandigheden in
combinatie met nog aanwezige nesten en kuikens. Ten opzichte
van 2018 en 2019 worden er nog altijd meer tureluurs beschermd.
14
DEZE IJZEREN GRUTTO HOUDT ZEKER STAND, JE ZIET WEIDEVOGELS STEEDS VAKER TERUG IN KUNSTOBJECTEN.
׉	 7cassandra://3JRSGfJvPgTP_oDuTJMj7jL9UOI8v6Om_slX04lq93Q&`j a,wj3.x׉EHoofdstuk 2 I Resultaten Weidevogelbescherming
2.7 Eenden, zangvogels en overige soorten
Bij de eendensoorten valt een toename van het aantal
eidereenden op Texel op, tot het niveau van 2019. Dit is
waarschijnlijk een inspanningseffect. Een lichte afname bij de
slobeend leidde tot een laagterecord voor deze soort in het aantal
gevonden nesten van 103, dat waren er 18 minder dan vorig jaar.
Opvallend is een flinke toename (30 procent) van het aantal
legsels van de wilde eend. Bij de (semi)koloniebroeders is er een
toename van de kluut. Het aantal visdieven nam, na het
dieptepunt vorig jaar met slechts 4 nesten, gelukkig weer toe tot
14. Mogelijk heeft het visdievenproject van de ANV Water, Land &
Dijken hier een rol in gespeeld. In dit project zijn een aantal
schelpenbanken op plas-drassen gecreëerd, zie ook hoofdstuk 7.
Er worden de laatste jaren regelmatig nesten van de kleine plevier
gevonden, meestal op maïsland. Het enige nest van een
bontbekplevier in de Wieringermeer, sneuvelde door een
mestinjecteur, al voordat het gevonden werd. Bij de kleine
zangvogels valt een lichte stijging van de gele kwikstaart te
bespeuren evenals bij de graspieper. Het aantal gevonden nesten
van de veldleeuwerik nam met 15 af en bereikte een nieuw
dieptepunt met slechts 20 nesten. Deze nesten zijn ook zeer
moeilijk vindbaar, net als de andere kleine zangvogels die in het
boerenland broeden. Het aantal gevonden nesten is dan ook
altijd zeer beperkt van deze kleine zangvogels.
Zie voor alle cijfers tabel 2.1. op pagina 16 en 17.
2.8 Uitkomstpercentages
Van 77 procent van de gevonden legsels is ook de uitkomst bekend.
Het gemiddelde uitkomstpercentage van de legsels was 76 procent.
De licht afgenomen predatie kwam dit jaar uit op 17,7 procent. Omdat
2020 een uitzonderlijk jaar was met hoge predatie, vergelijken we het
met het jaar ervoor. Ten opzichte van 2019 is er sprake van een lichte
stijging van de predatie met 3 procent, berekend volgens de klassieke
methode.
Berekening met de Mayfield-methode, waarbij er rekening wordt
gehouden met het aantal dagen dat nesten daadwerkelijk beschermd
zijn en de kans op het niet vinden van nesten omdat ze al gepredeerd
zijn, leidt altijd tot een hoger en realistischer predatiepercentage: in 2021
op 32,5 procent (grutto) en 37,2 procent (tureluur). Ten opzichte van 2019
is dit voor de grutto 5 procent, en voor de tureluur met 19 procent hoger.
Dit geeft aan dat 2021 toch een jaar is met aanzienlijke predatie.
Per weidevogelgroep/regio zijn er een paar verschillen ten opzichte
van het provinciale predatiecijfer. Amstelveen (Bovenkerker- en
Duivendrechter polder), Texel en Wieringen springen er in negatieve zin
uit met percentages die via de klassieke methode tussen de 22 en
50 procent uitkomen. In de Westwouder- en Krommenier Woudplder,
evenals bij de groepen Obdam, Noorderkoggen en IVN West-Friesland
blijven de percentages onder de 10 procent liggen. Het aandeel ‘verlies
oorzaak door werkzaamheden’, is er ten opzichte van 2020 weer aardig
gedaald en komt uit op 1,4 procent. De andere verlies oorzaken zoals
‘beweiding’, ‘verlating van het nest’ en ‘overig’ variëren, het aandeel
verlatingen van het nest nam licht toe tot 3,5 procent. Dat zal ongetwijfeld
met de extreme weersomstandi g heden (veel nattigheid en harde wind)
te maken gehad hebben.
15
׉	 7cassandra://16nfyc18SZZAhFNODC6CilFqpI7ANgNRFXYuaOVwQxQ!`j a,wj3.ya,wj3.x
בCט   {u׉׉	 7cassandra://xHzyV6IT21ICqV_68vJrx4_h5Td9x0fspurBYOL9_Kw i~`׉	 7cassandra://EtzxNmk--pZoLoXjZrK5mNFZ1ABC19nwM6AKxafQvsc͈.`׉	 7cassandra://CjXCvYbH19MFU5v9ZYut-1YcJYiEC4EKLcZzcih723c)K`j ׉	 7cassandra://L_N_-zgxwJWqlu0ddNlFqwILNBadAn393L6gjjfTcjcr͠	a,wj3.ט { {u׉׉	 7cassandra://kZ4zkrdLj9FdRqnop5E7y0PkF5yIBHS_XD9U9BGHpkU y`׉	 7cassandra://Qgy5YdnrIGlZooHs-uEcUWwn-OuYd4_AjT3GgfghqoQ͐|`׉	 7cassandra://HSrbFPZ2lpQJ09Rf-4N__bz-aeCuTgsijibD1l-_62E+`j ׉	 7cassandra://ZBIQGKX5fOkie6nP_3QcCJym18touMPx-toHTNBO9t8́0͠	a,wj3.׉E Tabel 2.1. Beschermde legsels in 2020 en 2021. (Vervolg op de volgende pagina.)
Soort
Totaal
Bekend
Uit
Niet uit
Uit in % Predatie Beweiding
Werkz.
hdn.
Bergeend
Brandgans
Bruine kiekendief
Canadese gans
Eend onbekend
Eidereend
Fazant
Fuut
Gele kwikstaart
Graspieper
Grauwe gans
Grutto
Kievit
Kleine plevier
Kluut
Knobbelzwaan
Kokmeeuw
Krakeend
Kuifeend
Meerkoet
16
8
1
1
4
6
4
0
1
2
1
55
0
1
34
9
12
24
4
0
31
14
18
21
0
0
19
7
11
7
1
1
2
3
5
1
0
4
0
1
1
0
4
0
0
7
1
0
1
0
2
1
0
0
0
0
1
1
14
9
13
16
5
6
10
8
6
17
0
0
3
2
5
0
0
1
1
3
3
0
0
4
1
7
100
0
100
50
0
19
0
0
1.153 1.045 909 819 706 589 203 230
3.813 4.194 3.082 3.312 2.333 2.416 749 896
6
9
3
3
4
21
2
2
53
10
55
7
4
21
2
2
37
8
5
8
3
0
33
3
0
9
1
2
28
5
180 182 129 122 111
5
4
1
0
19
3
92
4
12
1
0
9
3
18
0
4
2
0
14
0
30
84
71
55
78
76
0
43
50
100
76
63
86
100
100
0
50
0
0
0
0
0
1
40
100
0
71
89
46
16
0
0
2
1
0
0
0
0
1
3
3
0
0
3
1
0
100
50
33
0
100
75
72 133 173
73 492 591
0
3
0
0
1
58
11
0
0
7
2
13
10
0
23
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
4
8
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
2
7
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
1
0
0
0
0
0
0
0
0
1
0
1
7
0
1
1
0
0
0
0
Verlaten Overig Onbekend
2021 2020 2021 2020 2021 2020 2021 2020 2021 2020 2021 2020 2021 2020 2021 2020 2021 2020 2021 2020 2021 2020
6
0
1
2
2
0
0
0
0
0
1
0
0
1
1
1
40
0
1
0
0
1
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
32
61 100 104 103
0
0
1
0
0
1
1
0
0
0
0
3
0
2
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
2
2
33
3
0
0
0
1
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
3
3
0
0
1
0
0
0
0
0
0
0
1
0
0
0
0
0
0
2
23
51
0
0
0
0
0
0
4
0
0
1
0
0
0
0
0
0
0
6
13
92
0
0
0
0
1
0
5
׉	 7cassandra://CjXCvYbH19MFU5v9ZYut-1YcJYiEC4EKLcZzcih723c)K`j a,wj3.z׉E$Hoofdstuk 2 I Resultaten Weidevogelbescherming
Soort
Totaal
Bekend
Uit
Niet uit
Uit in % Predatie Beweiding
Werkz.
hdn.
Nijlgans
Onbekende soort
Patrijs
Rietgors
Roerdomp
Scholekster
Slobeend
Torenvalk
Tureluur
Veldleeuwerik
Visdief
Waterhoen
Watersnip
Wilde eend
Wintertaling
Witte kwikstaart
Zilvermeeuw
Zomertaling
Totaal
% van bekend
resultaat
3
1
5
1
1
1
0
5
0
0
2
1
5
0
0
0
0
5
0
0
2
0
4
0
0
1
0
0
0
0
0
1
1
0
0
0
0
100
0
80
0
0
100
0
0
0
0
0
0
0
0
0
1
0
0
1.893 2.016 1.305 1.296 1.025 978 280 318
103 120
2
0
35
4
5
0
80
1
17
11
3
1
1
2
0
4
90
0
15
3
0
0
51
1
14
11
3
0
59
0
13
1
0
0
29
0
3
0
0
1
753 781 605 599 453 422 152 177
20
14
3
1
2
2
0
0
168 129 133
0
1
0
2
1
2
2
5
77
88
0
1
0
1
74
92
1
2
0
4
76
59
0
1
0
0
73
41
0
0
0
0
24
29
0
0
0
1
8.336 8.719 6.429 6.462 4.894 4.704 1.535 1.758
27
31
0
79
64
100
75
82
100
100
0
69
100
100
0
100
76
75 189 242
66
0
15
0
1
0
0
0
24
0
70 110 118
87
33
0
0
67
0
100
0
0
29
0
0
0
0
2
1
0
0
19
0
0
0
1
73 1.023 1.219
15,9 19,0
0
0
0
0
0
6
1
0
3
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Verlaten Overig Onbekend
2021 2020 2021 2020 2021 2020 2021 2020 2021 2020 2021 2020 2021 2020 2021 2020 2021 2020 2021 2020 2021 2020
3
0
6
0
0
1
0
0
0
0
11
0
0
5
0
0
0
0
1
0
0
0
0
22
0,3
26
0,4
19
1
0
0
0
0
0
0
3
0
0
0
0
1,4
13
1
0
6
0
0
0
0
4
0
0
0
0
2,1
29
8
0
29
1
0
0
1
8
0
0
0
0
3,5
0
0
0
0
0
18
4
0
37
0
1
0
0
4
0
0
0
0
88 135 227 204
3,2
0
0
0
0
0
10
0
0
5
1
0
0
0
0
0
0
0
0
57
0,9
0
0
0
0
0
2
0
0
1
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0,2
0
0
0
0
0
27
4
0
5
0
0
0
0
1
0
0
0
0
1,8
0
1
0
0
0
32
2
0
10
0
0
0
0
1
0
0
0
0
10 118 164
2,5
17
׉	 7cassandra://HSrbFPZ2lpQJ09Rf-4N__bz-aeCuTgsijibD1l-_62E+`j a,wj3.{a,wj3.z
בCט   {u׉׉	 7cassandra://VjPwDHjAJv_HvVFIWK4IQv0mjCqJhpW3Kbe2vWByrTg 17` ׉	 7cassandra://nxQsw68zZzzyeWOCCzY7oTf5XXneeNxu07kFjqKHiUI͒!`׉	 7cassandra://5-EkROMM6o2ihpTg0nsPqEMEdqe-scYwkLCmmmlzmCk `j ׉	 7cassandra://ALpBhzISkrf0ZlAllgngZj0Xm1FBLBjb-iBmCaYD3ZQA͠	a,wj3.ט { {u׉׉	 7cassandra://ztLGmLTIXTTvq0E7qSQqfkQlG72TxbFruEtYarodgII *'`׉	 7cassandra://F9DsiCnPOFM-eQ50kxbj7e3rRNnodtpC5nVsxCSotgc͘`׉	 7cassandra://qa_iwSwHjlnm942ULlbBfhKyHfmKRGo0frIYOwE_12Q+`j ׉	 7cassandra://tT07wr6vZU3_HkoOcN1m8NoB6JW7wgCmei24Gp_27s8 ͠	a,wj3.׉EHoofdstuk 2 I Resultaten Weidevogelbescherming
2.9 Actief beschermde legsels
Bij de vrijwillige weidevogelbescherming markeren beschermers
de gevonden legsels met twee stokken aan weerszijde van het
nest voor de boer en/of medewerkers van loonwerkbedrijven.
Vrijwilligers, maar ook agrariërs, registreren in de Boerenlandvogelmonitor
of een nest ook daadwerkelijk actief beschermd
wordt bij werkzaamheden op het land. Nieuw is dat bij nesten ook
aangegeven kan worden of deze via een zogenaamd elektrisch
vossenraster worden beschermd. In de dagelijkse praktijk is dit een
toenemende en inmiddels de meest voorkomende beschermingswijze
van weidevogels in graslandgebieden.
In graslanden zijn dit de agrarische beschermingsactiviteiten:
• Om een nest heen maaien (OM)
• Rollen of slepen van de grasmat (RS)
• Omheen werken en/of plaatsen sleepslangnestbeschermer
bij bemesten (BM)
• Nestbeschermers plaatsen bij beweiding (NB)
• Delen niet maaien via last minute beheer (LM),
zogenaamde kuikenenclaves
• Bescherming door middel van het plaatsen van een elektrisch
vossenraster (VR)
In de akker- en tuinbouw gaat het om de volgende
werkzaamheden:
• Aanaarden/frezen van aardappelruggen (AA)
• Ploegen/eggen (PE)
• Zaaien/poten (ZP)
• Gewasbescherming (GB)
18
• Nesten in mandjes (ver)plaatsen (NiM) vooral bij ploegen,
eggen, frezen, zaaien en poten
Daarnaast zijn er nog overige activiteiten (OV). Nieuw vanaf dit
seizoen is dat kan worden aangegeven of er een wildcamera (WC)
bij een nest is geplaatst. In sommige gevallen gaat daar een
beschermende werking van uit, zo blijkt uit de camerabeelden.
Doordat bijvoorbeeld een vos de wildcamera niet vertrouwt en
terugdeinst, zodat het nest niet gepredeerd wordt.
Van tevoren is niet te zeggen wanneer er werkzaamheden op
het land zullen plaatsvinden, dus communicatie tussen vrijwilliger,
boer en/of loonwerker is en blijft natuurlijk essentieel. Niets is
vervelender wanneer een gevonden nest alsnog door agrarische
werkzaamheden verloren gaat.
Dit seizoen hebben vrijwilligers bij 3.048 nesten (36,5 procent)
geregistreerd op welke wijze die zijn beschermd bij
werkzaamheden. Het uitkomstresultaat van deze actief
beschermde legsels is exact hetzelfde als het gemiddelde, 76
procent. Waaruit blijkt dat actieve beschermingsmethoden niet
meer predatoren aan trekken, hoewel dit nog wel eens beweerd
wordt. De effectiviteit van het plaatsen van een elektrisch
vossenraster (VR) geeft voor legsels een iets beter
uitkomstresultaat dan het gemiddelde met 78 procent. Inmiddels
wordt 7 procent van alle legsels in Noord-Holland beschermd
door middel van een vossenraster. Vervolgens is het plaatsen van
een nestbeschermer een veel voorkomende wijze (5,5 procent) van
actieve bescherming op grasland bij beweiding met vee met het
uitkomstresultaat iets boven het gemiddelde (78 procent). Andere
vormen van actieve bescherming, in volgorde van belang, zijn het
omheen bemesten en omheen maaien. De effectiviteit van actieve
bescherming van nesten op bouwland is lager. Dit komt omdat er in
׉	 7cassandra://5-EkROMM6o2ihpTg0nsPqEMEdqe-scYwkLCmmmlzmCk `j a,wj3.|׉EHoofdstuk 2 I Resultaten Weidevogelbescherming
korte tijd veel werkzaamheden rond de inzaaiperiode plaats
vinden. De cijfers tonen aan dat nestbescherming een bijdrage
levert aan het voor komen van verliezen door agrarische
werkzaamheden.
2.10 Broedsucces van de grutto
In grote delen van Noord-Holland zijn tellingen uitgevoerd om
het broedsucces te bepalen. Dit gebeurt door zogenaamde Bruto
Territoriaal Succes (BTS) inventarisaties, waarbij eind april/begin
mei, binnen een ecologische eenheid, de territoria van grutto’s in
kaart worden gebracht. De periode om deze tellingen uit te
voeren wordt bekend gemaakt op de website Boerenlandvogels.
Vervolgens wordt bij de zogenaamde ‘alarmtelling’ een gebied
doorkruist en worden alle alarmerende broedparen met kuikens
in kaart gebracht. Alarmeren is een teken dat ze nog minstens één
of meer kuikens hebben. Het aantal alarmerende paren wordt
vervolgens gedeeld op het vastgestelde aantal territoria. Op
grond van onderzoek geldt als indicator voor het hebben van
voldoende broedsucces voor een stabiele gruttopopulatie de
volgende indeling:
< 50% onvoldoende
50 - 65% mogelijk voldoende
> = 65% voldoende
Niet eerder werd op zo’n grote schaal het broedsucces van onze
nationale vogel in kaart gebracht in Noord-Holland, zodat de
cijfers een hoge zeggingskracht hebben.
VERLEGD NEST, IN MANDJE, BIJ FREZEN VAN HET LAND VÓÓR HET PLANTEN VAN DE BROCCOLI. HET REKJE ZORGT
ERVOOR DAT MEEUW- EN KRAAIACHTIGEN HET LEGSEL MINDER SNEL PREDEREN, OMDAT ZE DAAR NIET ONDER DURVEN.
6 %
1 %
1 %
13 %
19 %
15 %
0%
6 %
11 %
3 %
5%
8 %
 Figuur 2.1. Actief beschermde legsels per soort werkzaamheid/
bescherming in 2021 (N=3.048).
11 %
Bij aanaarden
Bij bemesten
Bij beweiden
Bij gewasbescherming
Bij maaien
Bij ov. activiteiten
Bij ploegen/eggen
Bij rollen/slepen
Bij zaaien of poten
Door last minute beheer
Nest binnen vossenraster
Wildcamera plaatsen
Nest in mandje plaatsen
19
׉	 7cassandra://qa_iwSwHjlnm942ULlbBfhKyHfmKRGo0frIYOwE_12Q+`j a,wj3.}a,wj3.|
בCט   {u׉׉	 7cassandra://dH0nZdPBiWy06r2Bdmw5qVIF6NtjoOT9KCaQgGRV60Y h7` ׉	 7cassandra://95DDh_CwdVxfhsApB9xvI-o_C7hMvpgwzCR99lDFhuc͙`׉	 7cassandra://jQDqkEty6RJYTRDUoC1hM6AXJ3lY9gKtqPPVzI-FUyQ"B`j ׉	 7cassandra://ggTxdCV3FAhVkSUhL5rlzk7f18mr1j-4cSExw6HKBEA8f͠	a,wj3.ט { {u׉׉	 7cassandra://hqxFOJhNWpkdTeL3thbqw3jVD0O6ylPavCuS7L9zjcc ` ׉	 7cassandra://NeZWUn260e8ne7SdcdKKV2g67ZBrEhA3p2-btuPyeGgi`׉	 7cassandra://HvDZ8kUuk7ouTzR2DNvrBN-TCWX6hchmXUYUSlz5P-c`j ׉	 7cassandra://uO-c977_UFpZRXx3LmmWX75kHy51gSwDLiC44uI0PFMLkp͠	a,wj3.׉EHoofdstuk 2 I Resultaten Weidevogelbescherming
In 2021 zijn op een oppervlak van 31.165 hectare BTS-tellingen
uitgevoerd in 86 gebieden. Dit is een flinke toename, dit jaar o.a.
door extra inzet van professionals via agrarisch collectief Water,
Land & Dijken (WLD). Ook andere agrarisch collectieven en
particuliere natuur beheerders leverden, soms samen met een
terreinbeherende natuur organisatie, een grotere inspanning.
20
Bruto territoriaal succes is het percentage gruttoparen dat
minstens één kuiken (of meer) weet groot te brengen. Het
gemiddelde broedsucces voor de grutto voor de provincie
Noord-Holland komt in 2021 uit op 66 procent, wat kwalificeert
als voldoende. Wat opvalt is dat met name de grote gebieden,
met meer dan 100 broedparen, een voldoende scoren en een
aantal zelfs zeer goed. Te weten: polder Mijzen, Marken,
de Bovenkerkerpolder en de Ronde Hoep.
De Krommenieër Woudpolder, Waterland met ZuiderwoudeUitdam
e.o. en de Westwouderpolder zitten op of net onder een
voldoende kwalificatie. Alleen het gebied in de Zeevang rond de
Klemweg scoort een onvoldoende. Al deze gebieden kenmerken
zich als grote open gebieden met een over het algemeen hogere
waterstanden met een aanzienlijk aandeel reservaat- en/of
particulier natuurbeheer in combinatie met een hoog aandeel
agrarisch natuurbeheer.
Per regio vallen er een aantal opmerkelijke verschillen te noteren.
Texel scoort een duidelijke onvoldoende, met een percentage van
44 procent.
Het voormalige eiland Wieringen springt er negatief uit met een
gemiddelde van slechts 28 procent, waarbij aangetekend wordt
dat de vogels er zich vooral in natuurreservaten en particuliere
natuurterreinen ophouden. Hier werd in een aantal kerngebieden,
de Westerlanderkoog en Normerpolder duidelijk via wildcamera’s
bewezen dat er sprake was van vossenpredatie. Rond Schagen
is er sprake van een herstel ten opzichte van voorgaande jaren.
De aantallen beperken zich tot een paar kleine gebieden.
In West-Friesland kwam het gemiddelde broedsucces uit op
67 procent, met sterk wisselende resultaten per deelgebied. Het
ontbreekt in dit gebied aan grote en robuuste gebieden met
volledig op weidevogels afgestemd beheer, in combinatie met
hoge waterstanden en aaneengesloten agrarisch natuurbeheer.
Het broedsucces voor het gebied tussen grofweg de lijn AlkmaarHoorn
en het Noordzeekanaal, het werkgebied van o.a.
het agrarische collectief WLD, scoort gemiddeld een mogelijk
voldoende reproductie met 64 procent. Grote delen van het
werkgebied zijn gebiedsdekkend volgens de BMP-methode
geïnventariseerd door een ecologisch onderzoekbureau in
opdracht van het agrarisch collectief WLD, zodat op grote schaal
het broedsucces van de grutto in kaart is gebracht. Daarnaast
hebben vrijwilligers, soms samen met veldcoördinatoren, en
ook enkele particuliere natuurbeheerders in een aantal gebieden
het broedsucces bepaald. De resultaten verschillen per (deel)
gebied en de aanwezigheid van predatoren speelt hierbij een
duidelijke rol.
Beneden het Noordzeekanaal ging het dit jaar prima met de reproductie
van de grutto met gemiddeld 85 procent. Opvallend is ook
dat hier de kleine gebieden, en/of gebieden met een lage dichtheid
aan grutto’s, gemiddeld slechter scoren qua broedsucces.
׉	 7cassandra://jQDqkEty6RJYTRDUoC1hM6AXJ3lY9gKtqPPVzI-FUyQ"B`j a,wj3.~׉E Tabel 2.2. Bruto
territoriaal succes
van de grutto in 2021.
Dit is het percentage
gruttoparen dat jongen
weet groot
te brengen.
(Vervolg op pagina 22
en 23).
Gebied
Oppervlakte (ha)
Texel
Burgernieuwland en Everste Koog
Polder Eijerland
Polder het Noorden
Polder Waal en Burg
Prins Hendrikpolder - Oost
Texel - Oost
Texel - Zuid
Texel - totaal
Wieringen
Broekerpolder
Gesterkoog
Hippolytushoeverkoog en Klievervenne
Marskepolder
Normerpolder en Noorderbuurt
Oosterlanderkoog
Polder Waard-Nieuwland
Stroeërkoog
Westerlanderkoog en omgeving
Wieringen - totaal
Schagen en omstreken
Keinsmerwiel **
Mosselwiel
Zijpe - Polder D
Schagen - totaal
West-Friesland
Binnenwijzend
Broerdijk-Noord
De Weere-Oost Abbekerk
762
2433
764
730
254
2.055
1.758
8.756
104
111
342
141
122
216
475
125
302
1.938
70
109
250
429
354
150
200
Broedparen
4
27
16
27
3
10
46
133
3
3
6
14
10
8
2
18
32
96
23
6
10
39
6
18
12
Gezinnen
0
19
7
13
2
9
9
59
1
1
1
10
0
3
0
9
2
27
24
5
0
29
2
4
1
BTS in %
0
70
44
48
67
90
20
44
33
33
17
71
0
38
0
50
6
28
104
83
0
74
33
22
8
21
׉	 7cassandra://HvDZ8kUuk7ouTzR2DNvrBN-TCWX6hchmXUYUSlz5P-c`j a,wj3.a,wj3.~
בCט   {u׉׉	 7cassandra://RbGR7QDXNYXRZL-cCn-0dZExG0kZAWzDiJubqSSmD-o a` ׉	 7cassandra://RVcp2cS_6QXexyB7gRwwjzma2E8VtY2F6sC58qDv5fId`׉	 7cassandra://DpwW71yAUiqFhQHfrAhU63LTmcLSOvDoNhyn7KqteLw`j ׉	 7cassandra://d1y5wMXyWoM5gx4a2upNvr7b6O4USGKAOTsvi_VcMBwIp͠	a,wj3.ט { {u׉׉	 7cassandra://hqeewrbRbyosjHpB3TUX42k2kn5OQuVQGSxxs6wtAzA 	` ׉	 7cassandra://g_TxoNCsECj5JG-V264TRURzbn463ND2JJIrjH-X4GUh`׉	 7cassandra://_jIxyr0P3383brK1ijNyDonI-dSW5IUvBWLkSOpobR4*`j ׉	 7cassandra://PeR5DRfhtJJ-nVLCh5kbryKsG1B-vxZHbsxRGmpAuLwH͠	a,wj3.׉EGebied
t Laeg **
Oppervlakte (ha)
200
Lage Hoek
Lambertschaag
Langereis-Zuid
Leekerlanden-Noord **
Oosterblokker
Polder Mijzen
Sijbekarspel-Noord
Westerveer
West-Friesland - totaal
Noord-Holland midden
Assendelfter Veenpolder */**
Beetskoog-Oost
Castricummerpolder: Oosterbuurt-N203
Castricummerpolder-Oost: N203-Uitgeest
Egmondermeer *
Graftermeer-Zuid
Katwoude-Oost *
Katwoude-West *
Krommeniedijk
Krommenieër Woudpolder *
Maalwater- en Sammerpolder *
Marken
Oost-Graftdijk */**
Polder Oterleek *
Purmerland-NoordOost
22
Purmerland-Noordwest-Spoor */**
Purmerland-Zuidoost */**
Schermer-ZuidWest *
150
150
250
80
200
518
150
300
2.702
367
193
243
27
432
154
527
167
129
391
491
279
199
399
126
174
417
348
Broedparen
25
71
6
18
17
11
161
23
55
423
11
7
38
37
24
62
10
3
17
144
10
158
21
31
12
21
20
22
Gezinnen
31
23
4
12
18
8
144
17
19
283
12
6
28
35
16
24
5
3
6
97
8
137
23
20
11
32
32
17
BTS in %
124
32
67
67
106
73
89
35
35
67
109
86
74
95
67
38
50
100
36
67
80
87
110
65
92
152
160
77
׉	 7cassandra://DpwW71yAUiqFhQHfrAhU63LTmcLSOvDoNhyn7KqteLw`j a,wj3.׉EGebied
Oppervlakte (ha)
Noord-Holland midden (vervolg)
Uitgeest - Busch en Dam *
Waterland - Belmermeer *
Waterland - Blijkmeerpolder e.o. *
Waterland - Bloemendalerweeren e.o. *
Waterland - Broekermeer-Zunderdorp *
Waterland - Durgerdammerdiepolder e.o. *
Waterland - Ransdorp-Kinselmeer e.o. *
Waterland - Verdeek e.o. *
Waterland - Zuiderwoude-Uitdam e.o. *
Wijdewormer - Noorderweg-A7 *
Wijdewormer - Noorderweg-W&Jveld*
Westwouderpolder *
Wilmkebreekpolder
Zeevang - Groote Koog en Oosterkoog *
Zeevang - Hobrede-Kwadijk *
Zeevang - Kleine Koog *
Zeevang - Klemweg-Warder *
Zeevang - Middelie-N247-Noord *
Zeevang - Middelie-Spoorlijn */**
Zeevang - Oosterweeren *
Zeevang - Oosthuizen-Zuid *
Zeevang - Warder-Etersheim *
Zeevang - Warder-West *
Zeevang - Westerweeren *
Noord-Holland Midden totaal
137
265
308
266
575
221
130
218
854
330
289
45
21
212
600
146
610
209
235
388
205
266
53
338
11.984
Broedparen
2
44
90
40
22
11
49
27
136
27
68
220
4
19
126
28
231
53
45
41
36
85
13
46
2.111
Gezinnen
0
11
73
25
7
2
24
18
83
12
55
146
0
9
86
21
94
25
46
18
8
31
10
33
1.349
BTS in %
0
25
81
63
32
18
49
67
61
44
81
66
0
47
68
75
41
47
102
44
22
36
77
72
64
23
׉	 7cassandra://_jIxyr0P3383brK1ijNyDonI-dSW5IUvBWLkSOpobR4*`j a,wj3.a,wj3.
בCט   {u׉׉	 7cassandra://grsGeectTw9d1-C1mPm9QWl_-LfAThC6vv9vbsWWHJA P` ׉	 7cassandra://KpV8M3yNSZfXg0qYSh1jzgerfRZ1g_7uIa6AN_AcRaso`׉	 7cassandra://qA0O_yYmYWJG8ROYwANaeMXIjPsSu0EQ-aPz8j2x6po `j ׉	 7cassandra://cxKrKFJ-MV87uukVQUp6wPwSRtkFwxqZAb1DH9-kMhwHG4͠	a,wj3.ט { {u׉׉	 7cassandra://xDajTb0ohwSZIjqukBqB-LZh7tqZJq1srfc7DV2N7TQ `׉	 7cassandra://mKOMawXz2DI1JAU57vI_rzkJ30-2b83tdX589wBfu08|:`׉	 7cassandra://tJLpb4GKtj_bIBiI2-t1Hnj9D9rqFnGjkv5wjU5SE_I&`j ׉	 7cassandra://vMUTvg1vMkKo8Ya833DCgoXDBukcnu1v_96vpI1Txk8֜͠	a,wj3.׉EGebied
Oppervlakte (ha)
Noord-Holland Zuid
Aetsveldschepolder Oost
Bovenkerkerpolder **
Duivendrechterpolder
Hekslootpolder
Holendrechter- en Bullewijkerpolder
Horn- en Kuierpolder
Kalslagerpolder
Noordpolder beoosten Muiden **
Polder de Rondehoep
Spaarnewoude
Uithoornsche polder
Verenigde Binnenpolder-Oost+Inlaag
Zuidpolder
Noord-Holland Zuid - totaal
Totalen Noord-Holland
652
761
264
157
253
327
202
308
1.064
606
94
608
60
5.356
31.165
Broedparen
48
144
14
5
12
3
5
11
200
59
1
15
2
519
3.321
Gezinnen
36
149
5
4
7
0
4
14
190
24
0
8
0
441
2.188
BTS in %
75
104
35
80
58
0
80
127
95
41
0
53
0
85
66
Reproductiegetal
Onvoldoende
* Het aantal broedparen in deze tabel kan iets afwijken van de BMP-methode, doordat alleen de waarnemingen van de 3e BMP-telronde
(1 t/m 14 mei) als geldend territoria zijn opgevoerd vanwege de BTS methodiek.. Terwijl het aantal territoria van de grutto volgens
de BMP-methode altijd uit 2 geldige waarnemingen binnen de fusie-afstand moet bestaan.
< 50%
Mogelijk voldoende 50 - 65%
Voldoende
> 65%
** Bij een broedsucces van >100% is sprake van meer alarmerende paren, dan er broedparen zijn vastgesteld. Hiervoor kunnen een paar
oorzaken worden aangewezen:
A: Er kan te vroeg gestart zijn met de broedparentelling dan de adviesperiode, waardoor er een ondertelling plaats vond in de eerste
telronde.
B: Dit seizoen vestigden grutto’s soms laat in het voorjaar, ná de geadviseerde inventarisatieronde.
C: Bij de zogenaamde alarmtelling is met een iets te positieve inslag geteld, de kans hierop is het grootst bij hoge concentraties van
alarmerende broedparen in een (deel)gebied.
D: Het kan voorkomen dat een gebied met een ecologische eenheid een zogenaamde B-status heeft, waardoor enige instroom uit
een ander gebied plaats heeft gevonden.
24
׉	 7cassandra://qA0O_yYmYWJG8ROYwANaeMXIjPsSu0EQ-aPz8j2x6po `j a,wj3.׉E,Hoofdstuk 2 I Resultaten Weidevogelbescherming
2.11 Een ‘voldoende’ voor de grutto
2021 kreeg een voldoende voor de reproductie van
de grutto, zij het nipt. De broedparen met kuikens
profiteerden van het natte en relatief koudere
voorjaar. In sommige gebieden werd tot laat in het
seizoen nog gealarmeerd door broedparen. Uit het
langjarige onderzoek van de Rijksuniversiteit van
Groningen (RuG) in Zuidwest-Friesland blijkt dat
vrijwel alle grutto’s aan herleg doen wanneer
hun eerste legsel verloren gaat. Door de goede
voedselomstandigheden voor de volwassen
grutto’s was dat een reële optie voor de vogels.
Positief is dat na een aantal jaren met een onvoldoende
of mogelijk voldoende reproductie er in
2021 voldoende reproductie was voor de grutto.
Hulde voor alle boeren, vrijwilligers, agrarische
collectieven, loonwerkers, wildbeheerders en
particuliere-, en terreinbeherende natuurorganisaties
die onze nationale vogel een warm hart
toedragen. Laten we hopen dat dit zich de komende
seizoenen vaker gaat voordoen!
25
GRUTTOKUIKEN VAN ÉÉN WEEK OUD.
׉	 7cassandra://tJLpb4GKtj_bIBiI2-t1Hnj9D9rqFnGjkv5wjU5SE_I&`j a,wj3.a,wj3.
בCט   {u׉׉	 7cassandra://BorND2hKsZXI9UhgTeR6KkgnCkDQcKqCyI3uqE6bpoQ `׉	 7cassandra://f1U66-0h-PPCaXKXPOZbDuAUxUdRKyrMZ0EJ_lU950Ip`׉	 7cassandra://JTsNLG5z8zPerOaas132qLhnxAa936RVXNhi6EmHDlwU`j ׉	 7cassandra://eEzRWLyKFA3e-v7dLOFraQzdsY07ta2Di6og61UsxU4<t͠	a,wj3.ט { {u׉׉	 7cassandra://zVJTs97GaS5c2aw7TP998W98YrjxbqmUJXcOn650g30 -`׉	 7cassandra://6vS3oBmaJD3v_nxPL69AeIP1iXoRN3iWL-1gm3Q0VQE͈`׉	 7cassandra://8A0KO95F88DlOiubBgvKYo2XT2xyHybDclsg7PcSJi0*/`j ׉	 7cassandra://06VpjSTVaNcowv2vwjX4jc3ZkIg5gEYDa_pDrbjEicw`D͠	a,wj3.׉E^Hoofdstuk 2 I Resultaten Weidevogelbescherming
Rol Landschap Noord-Holland
Landschap Noord-Holland ondersteunt en faciliteert de 22
weidevogel-, en boerenlandvogelgroepen. Zij zijn veelal zelfstandig
georganiseerd, waarbij een belangrijke rol is weggelegd voor de
vrijwilligerscoördinator als centraal aanspreekpunt voor vrijwilligers
en agrariërs. Wanneer er geen coördinator beschikbaar is, en
vrijwilligers vooral bij de agrarische collectieven actief zijn, dan
nemen agrarische collectieven dikwijls de coördinerende rol op
zich door middel van de inzet van zogenaamde veldcoördinatoren
of veldmedewerkers. Zij zijn verantwoordelijk voor het indelen van
(nieuwe) vrijwilligers, en zijn het eerste aanspreekpunt bij vragen.
Cursussen, bijeenkomsten en informatievoorziening
Landschap Noord-Holland zorgt voor de kennisuitwisseling en
informatievoorziening van de agrariërs, veldmedewerkers en
vrijwillige weidevogelbeschermers. Nieuwe vrijwilligers worden op
basis van behoefte geworven en via een Basiscursus
Weidevogelbescherming opgeleid in de theorie en de praktijk van
het beschermen van boerenlandvogels. Via de Groene Academie is
er een E-Learning module Weidevogelbeheer te volgen op de
website ‘Leer je Groen’. Landschap Noord-Holland brengt
maandelijks en in het broedseizoen tweewekelijks, de nieuwsbrief
‘Boerenlandvogels voor boeren, vrijwilligers en agrarische
collectieven’ uit.
26
 Tabel 2.3. Overzicht van cursussen en aantal deelnemers in 2021.
Thema Cursussen
Coördinatorenbijeenkomst:
Start seizoen NH
Basiscursus: 5 theorieavonden,
1 evaluatieavond
Opfriscursus:
2 theorieavonden via Zoom
E-Learningmodule
ter voorbereiding Basiscursus
Verdiepingscursus predatie: 2 avonden
over de rol en herkenning van predatoren,
registratie en handelingsperspectieven
Plaats
Digitaal
Digitaal
en Hobrede
Digitaal
Digitaal
Digitaal
Deelnemers
15
16
33
16
50
׉	 7cassandra://JTsNLG5z8zPerOaas132qLhnxAa936RVXNhi6EmHDlwU`j a,wj3.׉EHoofdstuk 2 I Resultaten Weidevogelbescherming
 Tabel 2.4. Overzicht geleverde beschermings-, en registratiematerialen.
Thema Materiaal
Markeerstokken
MEDEWERKER PAUL VESTER BRENGT HET BESCHERMINGS -
MATERIAAL ROND BIJ DE WEIDEVOGELGROEPEN.
ZOALS DE NIEUWE GELE SLEEPSLANGNESTBESCHERMERS.
Beschikbaar gestelde materialen
Ook zorgt Landschap Noord-Holland voor de ontwikkeling,
aanschaf en verspreiding van zowel cursus-, als beschermingsmateriaal
ten behoeve van de weidevogelbescherming aan
agrariërs en de vrijwilligers(groepen) in de provincie. Deze worden
vóór de start van het weidevogelseizoen rondgebracht, zodat
iedereen goed voorbereid ‘aan het werk’ kan. Om een indruk te
geven van de geleverde materialen in één seizoen, in dit geval
2021, zie tabel 2.4.
Vlaggenstokken t.b.v. verjagen families met kuikens in te maaien grasland
Rieten mandjes t.b.v. verplaatsen kievit- en scholeksterlegsels op bouwland
Nestbeschermers (koeien en schapen)
Veldgidsen Weidevogelbescherming
Sleepslangnestbeschermers
Bordjes Vrijwillige Weidevogelbescherming voor plaatsing in veld/boerderij
Nestregistratieboekjes
Nestregistratie- c.q. Stalkaarten voor op de boerderij
Vergunningen
Aantal
2.870
125
260
31
40
73
25
55
102
77
27
׉	 7cassandra://8A0KO95F88DlOiubBgvKYo2XT2xyHybDclsg7PcSJi0*/`j a,wj3.a,wj3.
בCט   {u׉׉	 7cassandra://ZcpU6dyV0oviUdHFKFQjfBKmkIBIlNT4LFFcY26P8rI H`׉	 7cassandra://iKTtFrtpxAAb0xKEG-2yKH7Qz6baZo19QVC7N-WWvIE~H`׉	 7cassandra://oaU5ykc6TqEyqKgrozP3c8WnBKm-6ozXSgnxJiINmvk`j ׉	 7cassandra://4mQztpNY-0de78TcQOfaKWW0qtnrDqvvyzXHDcCTptQB͠	a,wj3/ ט { {u׉׉	 7cassandra://tFxs1WIgQPGUWUxYFuwA4pc1jhIrXfWiwC9KpYP0n3k C3`׉	 7cassandra://qE8EUlXWi0_zNVSIb8f1w9qiKXZCFdopCiXkraXF2BE`׉	 7cassandra://9wPhIGhbt-uzVFMg_ZmsNDuPdU0c5ocb6xogkcE-4E0$`j ׉	 7cassandra://8eEi1aznd2s0WBvvnlW5VkTg_SLlez7y1Jsh2qDdCXEt͠	a,wj3/נa,wj3/ ̜k9ׁH #http://boerenlandvogelsnederland.nlׁׁЈ׉E	yHoofdstuk 2 I Resultaten Weidevogelbescherming
Boerenlandvogelmonitor
De koepelorganisatie LandschappenNL onderhoudt de website
boerenlandvogelsnederland.nl, oftewel de Boerenlandvogel monitor. In deze
landelijke database voeren de vrijwilligers, veldmedewerkers, en in mindere
mate agrariërs, alle legsels en waarnemingen van boerenlandvogels in. Uit deze
database kunnen allerlei analyses en rapportages gehaald worden voor
de individuele vrijwilliger, agrariër, weidevogelgroep, agrarisch collectief en op
provinciaal en landelijk niveau.
2.12 Conclusie
Het weidevogeljaar 2021 gaat de boeken in als een jaar dat
over de hele linie redelijk goed was voor de meeste soorten
boerenlandvogels. Hoewel het totale aantal gevonden en
beschermde legsels licht daalde, nam het uitkomstresultaat toe
door afgenomen predatie. De voldoende, zij het nipt, broedsucces
van onze nationale vogel, de grutto, stemt tot tevredenheid.
Voor de kievit blijft het, ondanks alle inspanningen, erg moeilijk
om voldoende jongen vliegvlug te krijgen.
Registratie en monitoring
Het aantal mensen dat legselgegevens invoert via de mobiele website blijft
stijgen. Ruim éénderde van de waarnemers voert in het veld de gegevens in
via smartphone of tablet, een stijging van 7 procent ten opzichte van 2020.
Vrijwilligers voeren ook steeds sneller in. Tweederde van de legsels wordt
binnen één dag ingevoerd en bijna 80 procent binnen 48 uur. Een stijging van
4 procent ten opzichte van 2020. Met deze informatie kunnen controleurs van
de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), veldmedewerkers van
agrarische collectieven, agrariërs en eventueel loonwerkers hun voordeel doen.
De praktische en technische hulp in het veld door veldmedewerkers van
Landschap Noord-Holland, alsook van medewerkers van agrarische
collectieven, werpt zijn vruchten nog steeds af en zorgt ervoor dat actuele
informatie van de vogels en hun legsels beschikbaar is.
28
Wim Tijsen is projectmedewerker Boerenlandvogels bij
Landschap Noord-Holland en Nienke Kwikkel is projectleider
Boerenlandvogels bij Landschap Noord-Holland
Nestsucces – Broedsucces
Onder nestsucces verstaan we het uitkomstresultaat
van een gevonden legsel. De meest voorkomende
lotgevallen van een legsel zijn: een nest komt uit,
wordt gepredeerd, raakt verlaten of gaat verloren door
werkzaamheden. Bij broedsucces weet een broedpaar
tenminste één of meer kuikens vliegvlug te krijgen.
׉	 7cassandra://oaU5ykc6TqEyqKgrozP3c8WnBKm-6ozXSgnxJiINmvk`j a,wj3.׉EHoofdstuk 3
Weidevogeltelling Water, Land & Dijken
TESSA HOOGEVEEN
3.1 Inleiding
Een alerte grutto op een paaltje in een polder met een mozaïek
aan verschillende soorten beheer. Dit is een beeld dat de
Vereniging Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer Water,
Land & Dijken, graag ziet. Maar lukt het deze grutto om zijn
jongen groot te brengen? Hoeveel grutto’s, tureluurs, kieviten en
andere broedvogels broeden er nog meer in deze polder?
En zorgt het aanwezige beheer voor de instandhouding van de
huidige weidevogelpopulatie? Dit zijn allemaal vragen waar Water,
Land & Dijken graag antwoorden op heeft, daarom is er in 2021
een professionele weidevogeltelling uitgevoerd door Ecologisch
onderzoeks- en adviesbureau Van der Goes en Groot.
GRUTTO ROEPEND OP PAAL.
3.2 Weidevogeltelling 2021
Water, Land & Dijken heeft in het gehele werkgebied ruim
5.400 hectare weidevogelbeheer verdeeld over 70 ecologische
eenheden. Een ecologische eenheid is een gebied waarbinnen
broedparen zich kunnen verplaatsen, een ecologisch eenheid
wordt omgrensd door harde grenzen zoals wegen, spoorlijnen en
bebouwing. De weidevogeltelling is uitgevoerd binnen 39 van
deze gebieden met een totale omvang van 9.553 hectare.
Per ecologische eenheid zijn niet alleen de percelen met agrarisch
natuur- en landschapsbeheer (ANLb) gemonitord, maar ook
de omliggende percelen. In totaal is 4.320 hectare met ANLb,
981 hectare natuurgrond en 4.252 hectare zonder enige vorm van
natuurbeheer gemonitord.
De telling bestond uit zowel een broedparentelling (BMP) als een
alarmtelling voor grutto en tureluur. Een alarmtelling geeft inzicht
hoeveel procent van de broedparen met succes jongen heeft
29
׉	 7cassandra://9wPhIGhbt-uzVFMg_ZmsNDuPdU0c5ocb6xogkcE-4E0$`j a,wj3.a,wj3.
בCט   {u׉׉	 7cassandra://rhlaCBTZS3s9oVrBnIvCVznSF5XXxeKXQ3k-8-dA5as e@` ׉	 7cassandra://Xgep8jBB7VsZxVVHbrMVuHzZ1-L_FtHdhtypD2dtkk0͋a`׉	 7cassandra://ud74r5kSbTsZYko0uXKM0Jiuvrx-VZB5z0sSNPydVV0$`j ׉	 7cassandra://MEr7hy300tZvBYSiVIDjO3NFl66oirC0R9L1Mh6Ufd0[0͠	a,wj3/ט { {u׉׉	 7cassandra://SbiG6mOUaGv93xw_CeYDzZZjBdYYzzL7xglJc44OoE0 ` ׉	 7cassandra://wOrFBPg2R7wkNj2lZbqk1-8fmLDd0nfmOBo6gDmLPXY͒,`׉	 7cassandra://stVGYyK9hFNGNAhZqE9PpVP0G6qseW9oZ8OXy8bGvOs%f`j ׉	 7cassandra://xwoTFQfgx5QCSM08OnBNfGBWmjoNLbDpuNPgjHyU3Z4Rf͠	a,wj3/׉EHoofdstuk 3 I Weidevogeltelling Water, Land & Dijken
 Tabel 3.1. Onderverdeling van aantal broedpaar op percelen met agrarisch natuurbeheer (ANLb), natuurbeheer, en percelen
zonder beheer.
Soort
Oppervlakte (Ha)
Gele kwikstaart
Graspieper
Grutto
Kievit
Krakeend
Kuifeend
Scholekster
Slobeend
Tureluur
Veldleeuwerik
Watersnip
Wintertaling
Zomertaling
Totaal
30
Dichtheid (broedpaar/100
ha)
ANLb
4320
Natuur
981
Geen
4252
133
81
1.116
1.266
523
56
550
151
737
84
0
4
5
4.706
152,7
3,1
1,9
25,8
29,3
12,1
1,3
12,7
3,5
17,1
1,9
0,0
0,1
0,1
108,9
168,3
66
42
491
581
238
58
195
92
241
60
2
6
1
211,3
51,4
6,7
4,3
50,1
59,2
24,3
5,9
19,9
9,4
24,6
6,1
0,2
0,6
0,1
211,3
124,5
117
54
277
446
519
62
306
66
194
58
0
3
3
2.105
Totaal
9553
aantal BP/100 ha aantal BP/100 ha aantal BP/100 ha aantal BP/100 ha
2,8
1,3
6,5
10,5
12,2
1,5
7,2
1,6
4,6
1,4
0,0
0,1
0,1
49,5
0,1
316
177
1.884
2.293
1.280
176
1051
309
1.172
202
2
13
9
8.884
9
3,3
1,9
19,7
24,0
13,4
1,8
11,0
3,2
12,3
2,1
0,0
0,1
0,1
93,0
0,1
groot gebracht, oftewel het Bruto Territoriaal Succes
(BTS). Voor de BMP zijn vijf telrondes uitgevoerd,
waarbij de volgende weide vogelsoorten
gemonitord zijn; grutto, tureluur, kievit, scholekster,
krakeend, kuifeend, slobeend, zomertaling, wintertaling,
gele kwikstaart, graspieper en veldleeuwerik.
Vervolgens is het aantal broedparen per ecologische
eenheid vastgesteld. Door daarnaast eind
mei nog een extra telronde, de alarmtelling, uit te
voeren is bepaald hoeveel grutto’s en tureluurs op
dat moment kuikens hadden. Door vervolgens het
aantal broedparen uit de BMP en het aantal grutto’s
en tureluur met kuikens uit de alarmtelling te vergelijken,
is het BTS bepaald.
3.2 Kievit meest voorkomend
In totaal 8.884 zijn broedparen geteld binnen de
39 ecologische eenheden, zie tabel 3.1. Hiervan zijn
4.706 broedparen vastgesteld op agrarisch natuurbeheer,
2.073 op natuurgrond en 2.105 broedparen
op percelen zonder (agrarisch) natuurbeheer.
De kievit is met 2.293 broedparen de meest voorkomende
soort, gevolgd door de grutto met
1.884 broedparen. De krakeend doet het met
1.280 broedparen ook erg goed. De meest zeldzame
broedvogels zijn de watersnip, zomertaling
en wintertaling.
׉	 7cassandra://ud74r5kSbTsZYko0uXKM0Jiuvrx-VZB5z0sSNPydVV0$`j a,wj3.׉E
Hoofdstuk 3 I Weidevogeltelling Water, Land & Dijken
Weidevogelboerderij meest succesvolle beheer
In tabel 3.2 zijn de afgesloten pakketten op de percelen met
agrarisch natuurbeheer weergegeven. Per pakket is het aantal
waargenomen broedparen vermeld en is de dichtheid per
100 hectare berekend. De gegevens laten zien dat de dichtheid
aan weidevogels het hoogste is op de weidevogelboerderijen.
De weidevogels staan op deze bedrijven centraal en het beheer is
zo aangepast dat er een geschikt weidevogelbiotoop aanwezig is:
de sloten hebben een verhoogd waterpeil, er is plasdras aanwezig
 Tabel 3.2. Vastgestelde dichtheid per beheerpakket in het totale
onderzoeksgebied in 2021.
Pakket
Rustperiode
Plasdras
Kruidenrijk grasland
Extensieve beweiding
Botanische weiderand
Legselbeheer met rust
Legselbeheer
Weidevogelboerderij
Totaal
Hectare Broedparen
773,05
21,51
215,61
147,58
43,34
218,69
2.862,66
37,18
310,98
1285
80
441
192
570
1.643
201
475
Dichtheid
(BP/100 ha)
166,2
371,9
170,3
130,1
260,6
62,6
540,6
152,7
 Figuur 3.1. en 3.2. Het percentage ecologische eenheden met voldoende broedsucces (blauw), mogelijk
voldoende broed succes (lichtgroen) en onvoldoende broedsucces (rood) om de populatie in stand te
houden.
31
en er wordt laat gemaaid. De afspraken op deze weidevogel boerderijen zijn voor vijftien jaar
vastgelegd. De dichtheid aan weidevogels is het laagste op percelen met legselbeheer.
Tureluur: populatie op peil in meer dan de helft van de gebieden
Van 37 ecologische eenheden is het percentage berekend van broedparen grutto en tureluur,
die met succes jongen hebben groot gebracht (BTS). Het BTS getal (%) is in drie categorieën
verdeeld. Bij een broedsucces van 65 procent of hoger blijft de populatie op peil, bij een BTS
van 50 procent tot 65 procent is het broedsucces mogelijk voldoende en bij een BTS onder de
50 procent lukt het niet om de populatie in stand te houden. Dit is weergegeven in figuur 3.1
en 3.2. De resultaten laten zien dat voor de grutto bijna de helft van de ecologische eenheden
positief scoort en bij de tureluur 65 procent van de gebieden.
Om het totale BTS-getal van het onderzoek in 2021 te bepalen, nemen we het totaal aantal
broedparen van de BMP-telling en het totaal aantal van de alarmtelling. Zo zijn er tijdens de
broedparentelling 1.851 grutto’s waargenomen en 1.133 tureluurs en tijdens de alarmtelling
1.166 grutto’s met kuikens waargenomen en 898 tureluurs met jongen. Dit komt neer op een
BTS-getal van 63 procent voor de grutto en een BTS van 79 procent voor de tureluur.
Het gemiddelde resultaat voor de grutto is mogelijk voldoende en voor de tureluur voldoende.
BTS Grutto
19 %
32 %
49 %
> 65 %
50 - 65 %
< 50 %
BTS Tureluur
11 %
24 %
65 %
׉	 7cassandra://stVGYyK9hFNGNAhZqE9PpVP0G6qseW9oZ8OXy8bGvOs%f`j a,wj3.a,wj3.
בCט   {u׉׉	 7cassandra://VczxkSSwl-LFbT-rNJRMFcXkaWOoitPZb-ZMSua7YbM s`׉	 7cassandra://VNj4Umg1cAxPE0M-kPEEysLApov214pX2mIy57iTwFAͭ`׉	 7cassandra://89Sjd33Zx9YNAABww_TCxAbSQ0K3ogICFvmKSI55OrM30`j ׉	 7cassandra://b0d-7L_AezzbgWndieryBU9HJXN2jplTEq-u5UBBUn8 () ͠	a,wj3/ט { {u׉׉	 7cassandra://ycdGF1WyMGmhD6_4v-URXkB5zHGMjWedlPRMh_5zxcQ `׉	 7cassandra://3AtDL2J1jPn_TaENfZGcC9Zz_MpMcSHKJWH_17P92OI͉`׉	 7cassandra://WTTED0HEagupeDw9RZE20sUeErr6xKlcEdr5rJK8nh0%G`j ׉	 7cassandra://4aZeoFP3t-QK1xzly0uKGH3T_57JWDMvkxn7psqau94O͠	a,wj3/	׉E VLIEGVLUG SCHOLEKSTER JONG, HERKENBAAR AAN DE ZWARTE SNAVELPUNT EN DONKERE POTEN.
32
KIEVITKUIKEN VAN ENKELE DAGEN OUD.
3.4 Treurig resultaat in Belmermeer
Bij zowel de grutto als de tureluur zijn er gebieden met een BTS
onder de 50 procent. In een aantal gebieden is dit te verklaren
door het tekort aan (agrarisch) natuurbeheer, waardoor er weinig
mogelijkheden zijn voor de kuikens om voedsel en dekking te
vinden. Daarnaast zijn er ook gebieden waarbij het lage BTS-cijfer
te verklaren is door de hoge predatiedruk. In deze gebieden is het
lastig voor de weidevogels om de eieren uit te broeden en de
jongen groot te krijgen door de vele vijanden. Een voorbeeld is de
Belmermeer.
De Belmermeer is een polder in Waterland-Oost, ten zuidoosten
van Broek in Waterland. In de zeventiende eeuw is deze polder
drooggemalen, waardoor de droogmakerij Belmermeer ontstond.
De polder is een karakteristiek open veenweidegebied, doorsneden
door een smalle weg. Langs deze weg en aan de rand van
de polder liggen verschillende boerderijen. Eén van deze boerderijen
is ingericht als een weidevogelboerderij. Deze boerderij heeft
een oppervlakte van bijna 15 hectare. De Belmermeer zelf heeft
een oppervlakte van ongeveer 134 hectare. Voor de weidevogeltelling
is ook een gedeelte van de directe omgeving van de
Belmermeer geteld, waardoor de totaal geïnventariseerde
oppervlakte 210 hectare bedraagt; 92 hectare met agrarisch
natuur beheer, 70 hectare natuurgrond en 48 hectare zonder
enige vorm van natuurbeheer.
De resultaten zijn weergegeven in tabel 3.3. In totaal zijn er
158 broedparen waargenomen: 101 broedparen op agrarisch
natuurbeheer, 62 broedparen op natuurgrond en 8 broedparen
op overige grond. Opvallend is dat de grutto de meest voorkomende
broedvogel is, gevolgd door de krakeend.
׉	 7cassandra://89Sjd33Zx9YNAABww_TCxAbSQ0K3ogICFvmKSI55OrM30`j a,wj3.׉E1 Tabel 3.3. Onderverdeling van aantal broedpaar op percelen met agrarisch natuurbeheer (ANLb), natuur,
en percelen zonder beheer, in de Belmermeer.
Soort
Oppervlakte (Ha)
Daarnaast is op percelen met agrarisch natuurbeheer
en op de natuurgronden de dichtheid hoger dan op
de percelen zonder, namelijk 109,5 en 70,4 tegenover
16,5 broedpaar per 100 hectare. Tijdens de broedparentelling
in de polder zijn 46 grutto broedparen
en 20 tureluur broedparen waargenomen, terwijl
tijdens de alarmtelling maar 10 broedparen van de
grutto en 5 van de tureluur met kuikens gezien zijn.
Dit komt neer op een BTS van respectievelijk 22 procent
en 25 procent. Dit is onvoldoende om de
weide vogelstand op peil te houden.
In tabel 3.4 is een overzicht weergegeven van de
aanwezige ANLb pakketten met bijbehorende
hectares en broedparen in de Belmermeer.
De meeste broedparen zijn waargenomen op de
percelen van de weidevogelboerderij, de dichtheid
van 399,4 broedpaar per 100 hectare, is op deze
percelen erg hoog. Met een dichtheid van
37,1 broedparen per 100 hectare, scoren de
percelen met legselbeheer het laagste.
Samenvattend: De Belmermeer heeft een gemiddelde
dichtheid van 75 broedparen per 100 hectare
(tabel 3.3). Een groot gedeelte van deze broedparen
is geclusterd op de weidevogelboerderij, bij
de plas-dras en op de natuurgronden. Het is dit jaar
niet gelukt om voldoende grutto en tureluur jongen
groot te krijgen. Door de hoge predatiedruk is het
Graspieper
Grutto
Kievit
Krakeend
Kuifeend
Scholekster
Slobeend
Tureluur
Veldleeuwerik
Zomertaling
Totaal
ANLb
92
aantal
6
32
15
15
2
7
9
13
0
2
101
Dichtheid (broedpaar/100 ha) 109,5
Natuur
70
aantal
0
13
8
15
3
3
1
5
1
0
49
70,4
Geen
48
aantal
1
1
0
2
0
2
0
2
0
0
8
16,5
 Tabel 3.4. Vastgestelde dichtheid per Beheerpakket in de Belmermeer in 2021.
Pakket
Rustperiode
Plasdras
Extensieve beweiding
Legselbeheer
Weidevogelboerderij
Totaal
Hectare Broedparen Dichtheid (BP/100 ha)
13,8
1,76
2,49
59,38
14,77
92,2
14
5
1
22
59
101
101,5
283,7
40,2
37,1
399,4
109,5
33
Totaal
210
aantal
7
46
23
32
5
12
10
20
1
2
138
75,1
10
Alarmtelling
210
5
׉	 7cassandra://WTTED0HEagupeDw9RZE20sUeErr6xKlcEdr5rJK8nh0%G`j a,wj3.a,wj3.
בCט   {u׉׉	 7cassandra://w8CT3yNlacVMpkSm1uZvQsLWLGN9VhXUmBlkeg8sv7Q ` ׉	 7cassandra://HbH_n6X8kurpFgNnouvWuuOrUd42eqDXRWV-p67zxzA~`׉	 7cassandra://6aGm7DjSuOdKrnVZmzzhtJILHE6ebLpKmuoAkbHePW0`j ׉	 7cassandra://qzIEbd2KjTCE_ZxeOZgLGYJrcqbNhPh7rUS5U6VFtYsO͠	a,wj3/ט { {u׉׉	 7cassandra://s82hPmJyynSU_DX8uJ2OWtMNYsejGe4wtP6y0AVdq9k X`׉	 7cassandra://_hlrpn4r-uJ_vp4KegDVlNNqrPbQAdRaeUU2IVXD-y4̀`׉	 7cassandra://8fuoMwcb0m1rAfoojToA9S87K-qEgGlI71JiuycMdm4#`j ׉	 7cassandra://pNKhEP_8g1pxqeTxCeW-2SyaFOvzSjxorve5VDlAYVQ̀͠	a,wj3/׉EHoofdstuk 3 I Weidevogeltelling Water, Land & Dijken
 Tabel 3.5. Onderverdeling van aantal broedpaar op percelen met agrarisch natuur- en landschapsbeheer (ANLb),
natuur, en percelen zonder beheer, in Hobrede-Kwadijk.
Soort
Oppervlakte (Ha)
Gele kwikstaart
Graspieper
Grutto
Kievit
Krakeend
Kuifeend
Scholekster
Slobeend
Tureluur
Veldleeuwerik
Wintertaling
Totalen
Dichtheid (broedpaar/100 ha)
ANLb
311
aantal
13
1
98
145
49
0
80
13
74
1
1
475
152,7
Natuur
21
aantal
0
0
5
6
6
0
16
1
1
0
0
35
168,3
Geen
136
aantal
3
1
13
8
20
1
11
3
6
0
2
68
51,4
Totaal
468
aantal
16
2
116
159
75
1
107
17
81
1
3
578
124,5
86
Alarmtelling
uitkomstpercentage van de nesten erg laag, waardoor
ook het BTS laag is uitgevallen. Tijdens het weidevogelseizoen
zijn op verschillende plekken binnen de polder
waarnemingen gedaan van vossen en hermelijnen. Om in
de toekomst de kans op predatie te verkleinen, wordt
voor komend jaar gekeken wat de mogelijkheden zijn
voor het plaatsen van wildcamera’s en een vossenraster.
76
34
3.5 Succesgebied Zeevang Hobrede-Kwadijk
Er zijn ook gebieden waar het wel goed gaat met de
weidevogels. Een goed voorbeeld hiervan is HobredeKwadijk
in de Zeevang. Deze polder heeft een oppervlakte
van 468 hectare, waarvan 311 hectare agrarisch natuurbeheer,
21 hectare natuurgrond en 136 hectare zonder
natuurbeheer.
Uit de telling is gebleken dat er in totaal 578 broedparen
zijn vastgesteld, 475 op percelen met agrarisch natuurbeheer,
35 op natuurgrond en 68 op de overige percelen,
zie tabel 3.5. De meest voorkomende broedvogel in
Hobrede-Kwadijk is de kievit, gevolgd door de grutto en
scholekster. Ook hier is de dichtheid op percelen met
ANLb en natuurbeheer (152,7 en 168,3) hoger dan op
percelen zonder beheer (51,4). In de polder zijn tijdens de
broedparentelling 116 territoria van grutto’s vastgesteld
en 81 van tureluurs. Tijdens de alarmtelling waren er
86 gruttoparen met kuikens en 76 tureluurparen met
kuikens aanwezig. Dit komt neer op een BTS van
respectievelijk 74 procent en 94 procent. Dit zijn goede
resultaten.
׉	 7cassandra://6aGm7DjSuOdKrnVZmzzhtJILHE6ebLpKmuoAkbHePW0`j a,wj3.׉EVHoofdstuk 3 I Weidevogeltelling Water, Land & Dijken
TURELUUR.
In tabel 3.6. zijn de afgesloten agrarische natuurbeheerpakketten in de
polder weergegeven met de bijbehorende hectares, broedparen en de
dichtheid (broedparen per 100 hectare). Deze gegevens laten zien dat
op ongeveer 91 hectare van de percelen een pakket is afgesloten met
een vorm van rustperiode, zogenaamd ‘zwaar beheer’. Op de overige
percelen worden de nesten beschermd door middel van legselbeheer.
De dichtheid van weidevogels is het hoogst op het pakket legselbeheer
met rust, namelijk 323 broedparen per 100 hectare. Dit pakket wordt
tijdens het weidevogelseizoen afgesloten met boeren op locaties waar
veel nesten en/of kuikens aanwezig zijn. Het maaien of beweiden wordt
hier minimaal 2 weken uitgesteld, waardoor de weidevogels ruimte en
rust krijgen om te broeden en op te groeien. De rustperiode op legselbeheer
wordt afgesloten in de vorm van een strook, een gedeelte van een
perceel of het gehele perceel.
 Tabel 3.6. Vastgestelde dichtheid per beheerpakket in Hobrede-Kwadijk in 2021.
Pakket
Rustperiode
Plasdras
Kruidenrijk grasland
Extensieve beweiding
Legselbeheer met rust
Legselbeheer
Totaal
Hectare Broedparen Dichtheid (BP/100 ha)
34,07
4,16
40,69
12,21
4,95
214,9
310,98
63
8
104
21
16
263
475
184,9
192,4
255,6
171,9
323
122,4
152,7
Tessa Hoogeveen is Veldcoördinator / Junior projectleider Water,
Land & Dijken
35
In de polder Hobrede-Kwadijk is een gemiddelde dichtheid van
124 broedparen per 100 hectare vastgesteld en is er een BTS vastgesteld
van 74 procent voor de grutto en een BTS van 94 procent voor de tureluur.
Deze polder laat zien dat een combinatie van het beschermen van nesten
en percelen met zwaar beheer werkt. Gedurende het weidevogelseizoen
is het wel van belang om in de gaten te houden of er locaties zijn waar een
extra rustperiode afgesloten moet worden.
׉	 7cassandra://8fuoMwcb0m1rAfoojToA9S87K-qEgGlI71JiuycMdm4#`j a,wj3.a,wj3.
בCט   {u׉׉	 7cassandra://dFcAX6CGOrbdw6kKB00UKVeWtMNecDPcyXSvJILPlOo P`׉	 7cassandra://VH1g_-fpVfnN0tKo5oo7WYXW2qBwndVrrkmBzC9y5yw͹s`׉	 7cassandra://ii3Sl8PrNka1y7oOZvJcqD0oqt_BLs-WFhOqhmlSLic3`j ׉	 7cassandra://XGUM2hF6ogaTGCGevgu6BoPLo9-4zKS0IA7QVHl2Q2E͹͠	a,wj3/ט { {u׉׉	 7cassandra://Fom6Wn27AuR8ulR2NT7rUpce3xOT0HkPIe4FOGa7tMg `׉	 7cassandra://IWH_YdM1gkC9I323eqOUOBvYTpWfaDo9ZZB0aYfh05w;O`׉	 7cassandra://kdDc6OVnq0Rg17pslrZKtPFSi-WAoFmzJXYaoXfsGFQ:`j ׉	 7cassandra://9QWSYglo7uZASjRKUBaTIdm2KKBErfFUjshiO8I_dxc @(͠	a,wj3/׉E
Hoofdstuk 4
Broedsucces van grutto’s
op basis van kleurringdichtheden
HANS SCHEKKERMAN
4.1 Meten broedsucces
De belangrijkste oorzaak voor de voortdurende afname van de
grutto is een ontoereikend broedsucces. Beschermingsmaatregelen
richten zich dan ook vooral op het verhogen hiervan. Wie wil weten
of de maatregelen effect hebben, wil dus het broedsucces meten.
Maar dat is extra lastig bij een nestvlieder als de grutto, waarbij
families zich flink kunnen verplaatsen en kuikens vaak verborgen
blijven in het hoge gras. Een precies beeld krijg je alleen door het
intensief volgen van gekleurringde, of liefst, van zenders voorziene
broedparen. Dat vergt veel inspanning dat het moeilijk is om dit op
grote schaal te realiseren. Een minder tijdrovende aanpak zijn de
‘alarmtellingen’. Waarbij op een goed moment in de kuikenperiode
gruttoparen die door hun alarm de aanwezigheid van kuikens
verraden, worden geteld. Door dit aantal te delen door het totale
aantal broedparen in het getelde gebied ontstaat een ruwe maat
voor het broedsucces; Bruto Territoriaal Succes (BTS). ‘Bruto’, omdat
meestal onduidelijk blijft hoeveel kuikens de alarmerende paren
hebben en hoeveel daarvan de rest van de kuikenperiode
overleven tussen de telling en het moment waarop ze feitelijk
kunnen vliegen. Variatie in de uitkomstkansen van legsels en de
overleving van kuikens tot aan het telmoment komt er wel tot in
uitdrukking.
36
EEN JONGE VLIEGVLUGGE GRUTTO MET KLEURRINGEN.
4.2 Kleurringdichtheid
Sinds 2012 wordt het broedsucces van Nederlandse grutto’s ook
nog op een andere manier geschat. Deze schatting maakt gebruik
van het feit, dat op verschillende plekken in het land (oudere)
gruttokuikens van kleurringen worden voorzien en dat de jonge
grutto’s zich na de broedtijd, voor ze naar Afrika vertrekken,
concentreren op pleisterplaatsen. Dit zijn meestal plekken met
ondiep water zoals plas-drassen, grootschalige moerassen en
rivieruiterwaarden. In Noord-Holland zijn ook geïnundeerde
bollenvelden en tijdelijk onder water gezette akkers in gebruik bij
zowel jonge als volwassen grutto’s. Op die pleisterplaatsen mengen
gekleurringde jonge grutto’s zich tussen hun ongeringde
soortgenoten. Vrijwilligers kunnen feitelijk alleen met telescoop
zorgvuldig alle poten afkijken. Zo bepalen zij welk aandeel van de
juvenielen kleurringen dragen. Het totale aantal jongen dat eerder
was gekleurringd, gedeeld door de waargenomen
kleurringdichtheid, geeft voor dat jaar een schatting van het totale
aantal gruttojongen dat in Nederland is uitgevlogen. Deze
׉	 7cassandra://ii3Sl8PrNka1y7oOZvJcqD0oqt_BLs-WFhOqhmlSLic3`j a,wj3.׉Emethode is vergelijkbaar met het schatten van het totale aantal
knikkers in een emmer. Door een aantal gekleurde knikkers toe te
voegen en goed te roeren om dan een paar handenvol knikkers uit
te tellen, in plaats van de hele emmer. Gerrit Gerritsen nam het
initiatief voor deze tellingen en stuurde de vele tientallen
vrijwilligers aan die tussen 20 juni en 10 augustus verspreid door het
land de kleurringchecks uitvoerden. Het kleurringen van kuikens
wordt gecoördineerd door de Rijksuniversiteit Groningen (RuG)
(Jos Hooijmeijer en Theunis Piersma) en mede uitgevoerd door
enkele tientallen vrijwillige gruttoringers verspreid door het land.
Op basis van de verzamelde gegevens berekent Sovon jaarlijks de
schattingen. Gegevensverzameling en analyse worden
gefinancierd door Vogelbescherming Nederland.
4.3 Methodes jaarlijkse schattingen
Aan de analyse van Sovon zitten nog wel wat haken en ogen. Een
eerste complicatie is dat we op deze manier feitelijk het aantal
gruttojongen schatten dat de gemiddelde leeftijd bereikt waarop
de kuikens worden gekleurringd, zo’n 17-19 dagen oud. Om te
weten hoeveel kuikens vliegvlug worden, moeten dat getal nog
vermenigvuldigd met de verwachte ‘reststerfte’ tot dag 25, de
leeftijd waarop ze gemiddeld vliegvlug zijn. Daarvoor wordt een
gemiddelde waarde gebruikt uit eerder onderzoek naar de
kuikenoverleving met behulp van zenders. Een tweede is dat de
methode een complete menging veronderstelt van gekleurringde
en ongeringde jongen; de ‘knikker-emmer’ moet goed geroerd zijn.
Uit de in de loop der jaren door de RuG verzamelde
kleurringaflezingen blijkt dat, hoewel de juveniele grutto’s door het
hele land uitzwerven, ze wel een neiging vertonen om in de ruime
VAN ADULTE GRUTTO’S -HIERONDER- TOT NEST; TOT VLIEGVLUG JONG - RECHTSONDER.
37
׉	 7cassandra://kdDc6OVnq0Rg17pslrZKtPFSi-WAoFmzJXYaoXfsGFQ:`j a,wj3.a,wj3.
בCט   {u׉׉	 7cassandra://VHN2OKgYqdcn6JReIJNsoKW2ScvC8d6K8KOLyGBuk64 ` ׉	 7cassandra://TcwmIk_6Aeyp3yATcpEvumJNd7VLXjWz4mOn2rKqdmI͠C`׉	 7cassandra://YfFW2O0Vt8SYl1W8T-d198YpC0bVM3S7pF5hsrcCE9Q$Q`j ׉	 7cassandra://DK12i_TDQtMs-V7FhfZ4L05iJv8_IKia74tC28K0dukB+͠	a,wj3/ט { {u׉׉	 7cassandra://AJF8peCnJ8LONHhIpoW769IOYPPZWqHguonfXAxXLuQ g`׉	 7cassandra://yGj_uPyK49WVz3IxXl00d8CnGhygYminQ3otMMYTmXs͕`׉	 7cassandra://DXZcEa6VA0GQPtr2jk4qD7og4wg24-44xE0LcJUGGhI6`j ׉	 7cassandra://Frw9D6WVvkE3ddGBCnmGKGbt90e9prrptre_iCHcn3Q x-͠	a,wj3/נa,wj3/ ̀9ׁHhttp://Landschappen.nlׁׁЈ׉EHoofdstuk 4 I Broedsucces van grutto’s op basis van kleurringdichtheden
omgeving van hun geboorteplek te blijven. Dit leidt tot hogere
kleurringdichtheden in regio’s waar de meeste kuikens zijn geringd,
met name in Friesland. En doordat de ringdichtheidschecks niet op
dezelfde manier zijn verdeeld over het land als de gekleurringde
kuikens, kan dit een fout opleveren in de schatting. Om dit zo veel
mogelijk te voorkomen berekenen we de schattingen apart voor
twee deelgebieden (Friesland en omgeving en de rest van
Nederland) en tellen die vervolgens bij elkaar op tot een landelijk
totaal (Schekkerman et al., 2021).
4.4 2021 iets beter dan gemiddeld
2021 was het tiende jaar waarin deze aanpak is uitgevoerd in
Nederland, na een proefjaar in 2011. Er werden 351 kuikens
gekleurringd (waarvan 22 in Noord-Holland), het hoogste aantal uit
de reeks (2012-2020 gemiddeld 256). Tijdens 181 kleurringchecks
werden bijna 2.800 juveniele grutto’s gecontroleerd op ringen,
waarvan 1.146 in Noord-Holland. Dit resulteerde in een
totaalschatting van 14.300 kuikens die de kleurringleeftijd bereikten
en 8.700 vliegvlugge jongen voor heel Nederland. Van dit totaal
groeide 45 procent op in Friesland en omgeving, en 55 procent
elders. Het totaal voor 2021 ligt een stuk hoger dan vorig jaar, toen
een dieptepunt werd bereikt, maar is slechts 6 procent hoger dan
het gemiddelde over de jaren 2012-2020 (figuur 4.1).
38
Rondom de schatting berekenen we een onzekerheidsmarge, die
een optelling is van de onzekerheden in alle componenten. Die
onzekerheidsmarge is daardoor groot. Het landelijke totaal aan
vliegvlugge jongen lag met 95 procent zekerheid tussen 5.850 en
12.750 vogels. Op basis van cijfers over het landelijke aantal
broedparen, en de gemiddelde jaarlijkse sterfte van volgroeide
grutto’s, valt bij benadering te berekenen hoeveel jongen er groot
moeten worden om die sterfte te compenseren en de populatie op
zijn minst stabiel te houden. Dat zijn er momenteel ongeveer
12.000, onze schatting ligt daar 27 procent onder. Hoewel de
bovengrens van het betrouwbaarheidsinterval net boven deze
drempel uitkomt, wijst dit erop dat het broedsucces dit jaar toch
weer onvoldoende was, net als in de meeste voorgaande jaren uit
de reeks.
Deze conclusie strookt niet helemaal met de optimistische geluiden
die in de loop van de zomer her en der te horen waren. De indruk
was dat er eindelijk weer eens een goed jaar was voor de
weidevogels, door de natte omstandigheden en doordat er pas
extreem laat, rond eind mei, grootschalig werd gemaaid. Met name
uit Friesland kwamen gunstige berichten (o.a. BFVW 2021). Onze
schatting op basis van kleurringen wijst eerder op een (iets beter
dan) gemiddeld jaar. Een vergelijkbaar beeld komt naar voren uit
BTS-tellingen uit de rest van Nederland. In Noord-Holland lag het
BTS op circa 66 procent. Bezien over heel Nederland lag het op zo’n
60-65 procent (gegevens Landschappen.nl). Dit is eveneens iets
boven het gemiddelde uit de afgelopen acht jaar (Sovon 2020), met
een ‘mogelijk voldoende’ tot ‘net voldoende’ kwalificatie.
4.5 Koud voorjaar; voor- en nadelen voor kuikens
Het late maaien in 2021 zal gunstig zijn geweest voor de overleving
van legsels en kuikens in het boerenland. Daar staat tegenover dat
het buitengewoon koude en geregeld natte weer in april en mei,
dat leidde tot dat late maaien, energetisch gezien niet gunstig was
voor nestelende grutto’s en hun kuikens. Voor gruttokuikens zijn
׉	 7cassandra://YfFW2O0Vt8SYl1W8T-d198YpC0bVM3S7pF5hsrcCE9Q$Q`j a,wj3.׉E ;39
JONGE GRUTTO’S MET ÉÉN GEKLEURRINGDE IN HET MIDDEN.
׉	 7cassandra://DXZcEa6VA0GQPtr2jk4qD7og4wg24-44xE0LcJUGGhI6`j a,wj3.a,wj3.
בCט   {u׉׉	 7cassandra://cWay3KoACZqdEeBVL3nCl9-_XASYFnh4Gj5v2aVbtuU `׉	 7cassandra://xwELokvi6TPA6qOX4yEixs2Ws7wWrJ1hIJplEhNQbgs͟R`׉	 7cassandra://xz_EL2a9nd6uNAlqIlx8SC2ODNPlguf1O5SLg3oZRL4.`j ׉	 7cassandra://sRZowwY5GYs-uwr3T4DSMB6s6AE0EgZmxzwOsl15s5U ͠	a,wj3/ט { {u׉׉	 7cassandra://492niEIHBFcUAeuwOiIfnQQhsTNbkTd6QOpGKSH4bCk W` ׉	 7cassandra://aGkud1zY_40Ejuwko5KuqPslPHf0z6sZmps_FQtNOCoz`׉	 7cassandra://on-T5RVqQSW1gZoLweN2lDdQ9iAHdufReUk2NLxXSNo`j ׉	 7cassandra://HhYwwq58TRwAP0GpsHPjBIJQeYMBZ9BjfClK5VI-n-8G͠	a,wj3/נa,wj3/ _9ׁH ,http://www.sovon.nl/sites/default/files/doc/ׁׁЈנa,wj3/ G9ׁH /http://www.friesevogelwachten.nl/nl/nieuws/bfvwׁׁЈ׉EHoofdstuk 4 I Broedsucces van grutto’s op basis van kleurringdichtheden
lage temperaturen in de opgroeiperiode ongunstig omdat
ze dan vaker bebroed moeten worden door een ouder en
dus minder tijd overhouden om te foerageren (Beintema &
Visser 1989). Ze besteedden dan ook meer energie aan
warm blijven, die niet in groei gestopt kon worden
(Schekkerman & Visser 2001). Het foerageersucces van
grutto kuikens wordt niet direct negatief beïnvloed door
een lage temperatuur, maar wel door wind (Schekkerman &
Boele 2009), wat dit jaar het geval was. Door de vertraagde
grasgroei bleef de vegetatie op de meeste percelen wel
opener, wat het foerageren voor kuikens gemakkelijker kan
hebben gemaakt. De vraag is of het insectenaanbod in die
vegetatie ook achterbleef door het koude weer in mei.
Juni was daarentegen een erg warme maand en wellicht
hebben kuikens die toen nog opgroeiden kunnen
profiteren van een uitgestelde insectenpiek. Daarnaast viel
er in verschillende regio’s, waaronder in Noord-Holland, erg
veel neerslag die leidde tot kletsnatte weidebodems.
Anders dan normaal werd hier en daar gezien dat nog niet
vliegvlugge kuikens al in die bodem aan het boren waren
in plaats van de vegetatie af te zoeken naar insecten. Dat
kan een gunstig teken zijn, want een regenworm levert
aanzienlijk meer energie op dan een strontvlieg. Het
bijzondere weer in voorjaar 2021 lijkt voor grutto’s dus vooren
nadelen te hebben gebracht.
GRUTTO’S OP GEÏNUNDEERD BOLLENLAND.
Aantal vliegvlugge jongen 2012-2021.
2000
4000
6000
8000
10000
12000
14000
0
40
4.6 Twee methodes voor schatting broedsucces
In een ideale wereld mag je verwachten dat variaties van
jaar op jaar in schattingen van het broedsucces op basis
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
 Figuur 4.1. Schattingen van het aantal in Nederland uitgevlogen jonge grutto’s per jaar in
2012-2021, uitgesplitst in twee regio’s.
Overig Nederland
Friesland e.o.
aantal vliegvlugge jongen
׉	 7cassandra://xz_EL2a9nd6uNAlqIlx8SC2ODNPlguf1O5SLg3oZRL4.`j a,wj3.׉EHoofdstuk 4 I Broedsucces van grutto’s op basis van kleurringdichtheden
van BTS en de kleurringdichtheid, min of meer parallel zullen
verlopen. Over de afgelopen negen jaar was dat maar beperkt het
geval. Er lijkt enige correlatie te zijn, maar die is statistisch gezien
nog niet significant. BTS-tellingen en kleurringdichtheden zijn twee
verschillende manieren om het broedsucces van grutto’s te
bepalen. Beide kennen ze aanzienlijke onzekerheidsmarges en
mogelijke foutenbronnen. Bij de kleurringmethode komt die voort
uit de steekproeven van de kleurringdichtheid, onzekerheid over
verplaatsingen van juveniele grutto’s tussen de Friesland en overig
Nederland, en de reststerfte tussen kleurringen en de vliegvlugge
leeftijd. Onzekerheid in BTS-tellingen betreft de alarmtelling zelf en
de bepaling van het aantal aanwezige broedparen. En als je wilt
doorvertalen naar aantallen vliegvlugge kuikens ook het aantal
kuikens per alarmerend paar en de reststerfte daarvan tot vliegvlug.
Daarnaast vormen de gebieden waar BTS-tellingen worden
uitgevoerd zelf een steekproef, die al of niet representatief is voor
het hele land. De resulterende onzekerheid is lastig te becijferen,
maar zal ook groot zijn. Een verre van perfecte samenhang hoeft
daarom geen verrassing te zijn. Gezien al deze onzekerheden is er
waarschijnlijk winst te behalen door gegevens uit beide methoden
te gebruiken in één gecombineerde schatting. Met name het
combineren van foutmarges vergt daarvoor nog wel wat
ontwikkeling.
Ondertussen kunnen geïnteresseerden bijdragen aan dit onderzoek
door het uitvoeren van kleurringchecks op pleisterplaatsen na de
broedtijd. In Noord-Holland is de teldekking behoorlijk goed in het
noorden en in Laag-Holland, maar vooral bezuiden het
Noordzeekanaal is nog ruimte voor aanvulling.
Hans Schekkerman is senior onderzoeker bij Sovon Vogelonderzoek
Nederland
Literatuur
Beintema, A.J. & G.H. Visser 1989. The effect of weather on time budgets and
development of chicks of meadow birds. Ardea 77: 169–180.
BFVW, e.a. 2021. Weidevogels in Fryslân. Jaarbericht 2021.
www.friesevogelwachten.nl/nl/nieuws/bfvw-actueel/weidevogels-in-fryslan
Schekkerman, H. & G.H. Visser 2001. Pre-fledging energy requirements in
shorebirds: energetic implications of self-feeding precocial development.
The Auk 118: 944-957.
Schekkerman, H. & A. Boele 2009. Foraging in precocial chicks of the black-tailed
godwit Limosa limosa: the importance of weather and prey size. Journal of Avian
Biology 40: 369-379.
Schekkerman, H., G.J. Gerritsen & J. Hooijmeijer 2021. Jonge Grutto’s in Nederland
in 2021: een aantalsschatting op basis van kleurringdichtheden.
Sovon-rapport 2020/78, Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen.
Sovon, 2020. Boerenlandvogelbalans 2020. www.sovon.nl/sites/default/files/doc/
boerenlandvogelbalans_2020.pdf
41
׉	 7cassandra://on-T5RVqQSW1gZoLweN2lDdQ9iAHdufReUk2NLxXSNo`j a,wj3.a,wj3.
בCט   {u׉׉	 7cassandra://EHtiPhDHL5leP9Tvi0QuG6eeuvlEuLmyEI5h5MH8IiQ =`׉	 7cassandra://3cmMvQT4vrNPn_4U8jOVCTtfnR7zvuvlb58zlU1et_gͭ`׉	 7cassandra://YqEa3an5vPM1pTtLySU9gZv7ZH-ByteDbph7xOo7gVw1`j ׉	 7cassandra://F0l3FLCDMaWEyIOQPOoPyBL1rVYRn6zpEZpzfVmpuSM͠	a,wj3/ט { {u׉׉	 7cassandra://Y0RubqNDVKHZma5MAiUqoDAPMLdm873p51KFTkPqWrU ղ`׉	 7cassandra://K-P_hHQTSkl29yvPrM12bDM3gf4_nTdMT2_hxvSgnAs͒y`׉	 7cassandra://GjgsDJC3UDpNBqTVWdctbbxM94CQka5Yb-8HhO2F96E)`j ׉	 7cassandra://ug3ouAhSJvKUgor68995OWGhJ8l3f99JG1TQTFk9XkEB$͠	a,wj3/׉EHoofdstuk 5
Aanvalsplan Grutto
CELINE ROODHART, KEES DE PATER EN PIET SPOORENBERG
5.1 Een korte terugblik
Het Aanvalsplan Grutto zoemt rond in de media, in een petitie, in
Kamermoties en beleidsvoornemens. Maar wat is het nu eigenlijk en wat
hebben de Noord-Hollandse weidevogels eraan?
42
In het vooraar van 2019 nam voormalig minister van VROM Pieter
Winsemius samen met de Friese Milieu Federatie en It Fryske Gea het
initiatief tot het Aanvalsplan Grutto. Vogelbescherming Nederland werd
daar kort na de start bijgevraagd evenals emeritus hoogleraar Rudy
Rabbinge en voormalig burgemeester van Leeuwarden en Eerste
Kamerlid Ferd Crone. Met inbreng van wetenschappers, weidevogel
provincies, Boerennatuur en meerdere natuurorganisaties werd het
aanvalsplan opgesteld. Gelijk met het opstellen van het plan, startte een
lobbytraject gericht op het ministerie van Landbouw, Natuur en
Voedselkwaliteit (LNV), de Tweede Kamer, provincies en ketenpartijen.
Dat resulteerde in het aanbieden van het aanvalsplan op 20 november
2020 aan Minister Schouten en aan de Kamer. Mooie woorden van de
minister en een breed gedragen motie van de Kamer om het plan uit te
voeren, volgden. Maar een breed draagvlak in de politiek betekent nog
niet dat een plan ook wordt uitgevoerd. Na nog twee steeds scherper
TWEE MANNETJES GRUTTO AAN HET BAKKELEIEN.
geformuleerde en bijna Kamerbreed gesteunde moties en heel veel
overleg met LNV en betrokken provincies, was er in juli 2021 een beperkte
doorbraak. De eerste financiering van 67,5 miljoen voor de periode 20222027
lijkt geregeld door de bijdrage uit Europa via het Gemeenschappelijk
Landbouw Beleid. Om dat bedrag zeker te stellen moeten Rijk en
provincies wel met 15 miljoen cofinanciering over de brug komen.
De verwachting is dat dat wel rond komt, maar zekerheid is er nog niet.
Daarnaast is er voor 2021 en 2022, 5 miljoen euro beschikbaar om in de
eerste gebieden van start te gaan.
Voor de echte uitvoering van het plan is vanuit de overheid structureel
jaarlijks 34 miljoen euro nodig voor langjarige hogere beheervergoedingen.
Daarnaast is een vergelijkbaar eenmalig bedrag voor investeringen in het
landschap nodig. Kortom: de aanval kan ingezet worden maar er is nog
een lange weg te gaan.
׉	 7cassandra://YqEa3an5vPM1pTtLySU9gZv7ZH-ByteDbph7xOo7gVw1`j a,wj3.׉E%5.2 Bepalen gebieden per provincie
Pijlers van het aanvalsplan
• Het Aanvalsplan Grutto is gebaseerd op een gebiedsgerichte
benadering in grote gebieden met bewezen ecologische potenties
voor weidevogels, aangevuld met predatiebeheer en het verdienmodel
en toekomst perspectief voor boeren in deze gebieden.;
• Er zijn in totaal vierendertig gebieden in beeld verspreid over de
weidevogelprovincies Friesland, Noord-Holland, Zuid-Holland,
Overijssel, Utrecht, Groningen en Gelderland. Volgens het plan
worden in deze gebieden optimale omstandigheden voor weidevogels
gerealiseerd, naar de wetenschap van nu, gecombineerd met
een aangepast verdienmodel voor de boer.
De betrokken provincies bepalen die gebieden. Daarbij gaat het naast
omvang en geschiktheid voor weidevogels, ook om potentieel draagvlak
en mogelijkheden tot gestapelde financiering en langjarige
overeenkomsten. De provincies met de grootste populaties aan
weidevogels hebben de meest kansrijke gebieden in kaart gebracht en op
basis daarvan geselecteerd om als eerste mee van start te gaan. In
Friesland gaat het om vier gebieden en in de overige provincies om een
tot twee gebieden. Noord-Holland heeft voor de start twee gebieden in
het vizier: Amstelland en Waterland.
Het is niet de bedoeling dat het Aanvalsplan Grutto over de boeren in de
kansgebieden wordt uitgestort. In de kansgebieden komt een proces op
gang waar in samenspraak met de boeren, TBO’s, particuliere
natuurbeheerders en het lokale agrarisch collectief, een plan op maat per
gebied gemaakt wordt. Daarbij wordt zoveel mogelijk aangesloten op
bestaande gebiedsontwikkelingen. Het idee is om dat in een drietal golven
te laten gebeuren, zodat na enkele jaren alle gebieden meedoen.
EEN ALARMERENDE GRUTTO.
GRUTTO’S MET KUIKENS FOERAGEREN BIJ VOORKEUR OP KRUIDENRIJKE GRASLANDEN.
43
׉	 7cassandra://GjgsDJC3UDpNBqTVWdctbbxM94CQka5Yb-8HhO2F96E)`j a,wj3.a,wj3.
בCט   {u׉׉	 7cassandra://qANOr_Xsfa39aKShV-DwKkKD5lykHVuQ4f7EQqUSM4E 	`׉	 7cassandra://kqQ-ixYXrM8nifbsb5y_zqKbzKYLtmLXc0jpwP7RS9c͸`׉	 7cassandra://FVcRTCTpKSfri43mT6EllxAqIuomvcHMIJBRn3p7IOg/Z`j ׉	 7cassandra://PORsOZh9EAkcmxaM1xpdR4NuOGC8z2AiV40lAoY9rg0ͭ5͠	a,wj3/ט { {u׉׉	 7cassandra://MQG9JPa1aU-t4IAQVU7CyY-6_vwuK15qaZLwGyJc32c )`׉	 7cassandra://jtW_zDffguuCkEuPlN54RBNLl_zHVsjYgeU3RzCz_EEy`׉	 7cassandra://SKGIkElcY4QGXnrMEVPHd7rTRcLu_Jk6ZBQMaBhoyJQ!W`j ׉	 7cassandra://MU_rzzEw6zSFXm5rA4_k7e8OvnwfSfX3VLSaU_B9obY͐b,͠	a,wj3/׉EIN NEDERLAND VERBLIJVEN GRUTTO’S BUITEN HET BROEDSEIZOEN GRAAG OP PLAS-DRASPERCELEN.
elkaar te krijgen waar de grutto’s en de andere weide vogels met smart op zitten te
wachten. Een wijds, nat, aaneengesloten graslandgebied waar ze in rust, zonder
grote hoeveelheden vee of machines en continue predatiedreiging, hun eieren
kunnen uitbroeden, voedsel kunnen vinden en waar hun kuikens naar hartenlust
muggen en vliegjes kunnen eten. Het waterpeil zal in het broedseizoen omhoog
moeten naar zo’n 20 tot 30 centimeter onder het maaiveld.
Op dit moment is het waterpeil in de meeste gebieden ver daaronder. In sommige
delen van ons land wel tot 80 cm of meer onder het maaiveld (zie figuur 5.1). Bij
een hoog waterpeil vinden volwassen grutto’s in de zachte bodem voedsel in de
vorm van wormen. Bovendien remt het de grasgroei waardoor de vegetatie
geschikt is voor de kuikens tegen de tijd dat die uitkomen. Het land is voor kuikens
geschikt om doorheen te banjeren en insecten te vangen, zonder al te veel af te
koelen of juist te zichtbaar te zijn voor predatoren.
De plannen in de eerste gebieden beginnen dit en volgend jaar (2022). Op dit
moment biedt het plan extra ontwikkelmogelijkheden voor kruidenrijk grasland.
Tegelijkertijd zetten de initiatiefnemers zich in voor meer financieringsmogelijkheden,
waardoor het Aanvalsplan Grutto een groeiend aantal
mogelijkheden voor vogels en grondeigenaren gaat bieden.
5.3 Ecologische kaders
De voorwaarden die herstel van weidevogelpopulaties aan een gebied stellen, zijn
leidend voor de toekomst van de kansgebieden. Het zijn open gebieden van bij
voorkeur duizend of meer hectare groot, waarbij het waterpeil, graslandbeheer en
predatorenbeheer essentieel zijn.
44
Waterpeil omhoog
De allerbelangrijkste factor voor het slagen van het Aanvalsplan Grutto is water;
water ten opzichte van het maaiveld; op de graslandpercelen en in de greppels.
Het fors verhogen van waterpeilen t.o.v. het maaiveld is nodig om datgene voor
Graslandbeheer
Zonder aangepast graslandbeheer redden grutto’s het niet om voldoende kuikens
groot te brengen. Maaien en begrazen kan pas na het uitvliegen van de vogels.
Het injecteren van drijfmest gericht op gewasgroei dient vervangen te worden
door het opbrengen van ruige stalmest als belan grijke voeding van het
bodemleven. Injectie van overmatig veel drijfmest is niet goed voor wormen en
ander bodemleven, net als kunstmest niet gunstig is voor het bodemleven.
De combinatie van een hoger waterpeil en ruige mest zorgt voor een grotere
diversiteit aan plantensoorten met een bijbehorende variatie aan vlinders, bijen,
hommels, amfibieën en uiteindelijk ook vogels (Kleijheeg et al., 2020). Ook de
bodemstructuur en samenstelling verbetert (aandeel bacteriën, schimmels,
wormen, geleed potigen en protozoa verandert). Kruiden- en bloemrijk grasland
is essentieel voor voldoende insecten, waar weidevogelkuikens afhankelijk
van zijn voor hun voedsel. Om dit graslandbeheer mogelijk te maken,
zal de bedrijfsvoering in de kans gebieden hierop aangepast moeten worden.
׉	 7cassandra://FVcRTCTpKSfri43mT6EllxAqIuomvcHMIJBRn3p7IOg/Z`j a,wj3.׉EHoofdstuk 5 I Aanvalsplan Grutto
Predatorenbeheer
Predatie is een natuurlijk verschijnsel, maar door de slinkende populatie
weidevogels in sterk versnipperde gebieden, gaan nu te veel nesten en kuikens
verloren aan predatie. Predatorenbeheer in deze kansgebieden, is daarom
noodzakelijk. Dat vergt per gebied een maatwerkplan waarbij preventie via
inrichting en juist beheer voorop staat.
Drooglegging in cm onder maaiveld
Elementen van zo’n plan zijn:
a het verwijderen van bosjes en ruigte om de dekking en uitkijkposten van
predatoren te beperken;
b door met hoge waterpeilen en het uitrasteren van weilanden predatoren de
toegang te belemmeren;
c te wachten met maaien om zo rust te behouden en onnodige predatie in de
hand te werken;
d verjaging en bejaging.
5.3 Verdienmodel
In de meeste kansgebieden zijn het de boeren die grutto’s ‘produceren’.
Zij moeten dit als belangrijke basis van hun bedrijf willen gaan zien. Daarvoor zal
een aantrekkelijk verdienmodel gerealiseerd moeten worden. Waarbij wordt
uitgegaan van een gestapelde financiering.
Agrarisch beheer langjarig grondgebonden
Om van de kansgebieden succesvolle toekomstgerichte weidevogelgebieden te
maken moet er een betrouwbare economische basis voor betrokken boeren
gerealiseerd worden. Daarbij is het noodzakelijk dat de continuïteit van regelingen
voor lange tijd geborgd is en niet gebonden is aan de boer maar aan de grond.
Dit om te voorkomen dat bij verkoop van grond, ook het daarop gevestigde
weidevogelleefgebied sneuvelt. De huidige zes jaarscontracten voor agrarisch
< -150
-100 - -150
-50 - -100
-35 - -50
-20 - -35
0
- -20
Geen grasland/
bouwland
 Figuur 5.1. Drooglegging in de Nederlandse polders in 2020. Bron: WENR.
45
׉	 7cassandra://SKGIkElcY4QGXnrMEVPHd7rTRcLu_Jk6ZBQMaBhoyJQ!W`j a,wj3.a,wj3.
בCט   {u׉׉	 7cassandra://Cz3FWfwIWg_dv5ylBXPOloFjHq8QBChwjcbrpzUtxgE ([` ׉	 7cassandra://juYfv4ZI3fgTIuJNODZMMWLBSulFQ4H4kthh_NTsdgA͌`׉	 7cassandra://_-BZTNGsBE05cr_AG-NXhtwqiH231jJ3dBtDNb5in5U`j ׉	 7cassandra://0QARzQOg4n46vMkkZejVi7HfuYsXLzcmdk9gjUR5m7Q2H͠	a,wj3/!ט { {u׉׉	 7cassandra://au_S5_IoGDbMVw-13UqAhk6xjLJFM2bg96tn1f1jUuY `׉	 7cassandra://6t7TP0T6ATisxO_LlIwwHWotez7phooi4fc_lZ7PqTòz`׉	 7cassandra://5JNCeucWMRAmFpUNlBJ7CYqCM0uF_DBUgVLFVY_yPT0"`j ׉	 7cassandra://UiygDCqwHCCCsqdokl7fGZTTqHN9CHXJLp-FNcEmwKEU͠	a,wj3/"׉EHoofdstuk 5 I Aanvalsplan Grutto
natuurbeheer doen dat niet. Binnen deze gebieden dient sprake te
zijn van langjarige beheerscontracten met een looptijd van
minimaal twaalf maar bij voorkeur dertig jaar. De vergoeding voor
het beheren en onderhouden van weidevogel leefgebied in de
kansgebieden moet gericht zijn op optimale kuikenoverleving met
hoog waterpeil en kruidenrijk grasland. Samenwerking tussen de
deelnemende boeren dient extra beloond te worden. Daarmee
wordt gestimuleerd dat kansgebieden als een groot geheel
benaderd worden.
Afwaardering
Een alternatief voor langjarige grondgebonden beheerscontracten
is een functieverandering van landbouw- naar agrarische natuurgrond
waarbij de grond eenmalig wordt afgewaardeerd. De
overheid betaalt dan in een keer een substantieel deel van de
agrarische waarde van de grond af, in ruil voor goed weidevogelleefgebied
op die grond. Dit maakt vooral de aanschaf van grond
als gevolg van een weidevogelgericht graslandbeheer haalbaar,
zeker in het begin van deze omschakeling van koeien naar weidevogels.
Voor deze vorm van afwaardering zijn ook alternatieven met
private investeerders mogelijk. Dan financieren particulieren een
deel van die afwaardering tegen een beperkt rendement.
46
Waterschapslasten
De waterschapslasten voor natuurterreinen liggen rond 10 procent
van de lasten die op agrarische percelen rusten. Het Aanvalsplan
Grutto bepleit een vergelijkbare verlaging van de lasten voor
agrarische gronden met als bestemming leefgebied voor
weidevogels.
De productie waarde van deze grond is immers dan ook
substantieel lager. Voor een gemiddelde boer scheelt dit al snel
jaarlijks negentig euro waterschapslasten per hectare.
Vergoedingen voor CO2-vastlegging
In het veenweidegebied komen in het kader van de klimaataanpak,
middelen beschikbaar voor CO2-vastlegging. De verwachting is dat
de komende jaren de vergoedingen voor CO2 vastlegging zullen
oplopen. Een verhoging van het waterpeil tot 20 cm onder maaiveld,
beperkt in het veenweidegebied de CO2-uitstoot al snel met
8 ton per hectare per jaar. Met CO2-prijzen in de orde van € 70/ton
kan dit voor een gemiddelde grondeigenaar aardig oplopen. In het
Aanvalsplan Grutto wordt gewerkt aan een eenvoudige toegang
tot de koolstofmarkt voor deelnemende boeren die bijdragen aan
het verminderen van CO2 uitstoot uit hun grasland.
Melkgeld
Het Aanvalsplan Grutto zet zich er voor in dat de boeren die
meedoen met het aanvalsplan, een extra bedrag bovenop de
standaardmelkprijs krijgen. Dat zou onderdeel moeten worden
van de duurzaamheidsprogramma’s van de verschillende zuivelondernemingen
zoals Planet Proof van Friesland Campina.
Eenmalige investering
Naast de structurele extra betaling voor boeren in de kansgebieden,
zullen er eenmalige investeringen nodig zijn. Denk
daarbij aan voorzieningen zoals stuwen voor een hoger waterpeil
en greppelplas-drassen, stallen voor ruige mest en rasters tegen
grondpredatoren. Ook zullen lokaal bosjes weggehaald moeten
׉	 7cassandra://_-BZTNGsBE05cr_AG-NXhtwqiH231jJ3dBtDNb5in5U`j a,wj3.׉E	Bworden en geïnvesteerd in het ontwikkelen van de kruidenrijkdom van graslandpercelen. Hiervoor
is naar schatting eenmalig 1 miljoen euro per gebied nodig. Hiervoor staan de provincies
aan de lat. Financiering kan onder andere gevonden worden in stikstofgelden en budgetten
tegen bodemdaling/CO2 uitstoot.
Verhouding oppervlakte beheerpakketten graslandvogels per provincie
Groningen
Fryslån
Drenthe
Overijssel
Flevoland
Gelderland
Utrecht
Noord-dHolland
Zuid-Holland
Zeeland
Noord-Brabant
Limburg
Nederland
Legselbeheer
Rustperiode
Kruidenrijk
Plasdras
N13.01 Vochtig weidevogelgrasland
Overig
 Figuur 5.2. Verhouding diverse beheerpakketten voor de graslandvogels in de verschillende provincies voor
zowel het boerenland als natuurgebieden. N13.01 ligt in natuurgebieden. In een aantal natuurgebieden
gericht op weidevogels is ook het beheerpakket vochtig hooiland van belang. Overgenomen uit de
Boerenlandvogelbalans, 2020.
Celine Roodhart, Kees de Pater en Piet Spoorenberg werken bij Vogelbescherming Nederland
Zeevang en Amstelland favoriet
Noord-Holland is, na Friesland, de belangrijkste provincie
voor broedende grutto’s en andere weidevogels. Provincie
Noord-Holland lijkt zich bij de start van het aanvalsplan te
richten op Zeevang en Amstelland. Amstelland bevat zes
verschillende graslandpolders en Zeevang is een
uitgestrekte, open polder ten noorden van Edam.
Het waterpeil is in verschillende polders niet optimaal voor
de grutto. Het overgrote deel van de afgesloten agrarische
pakketten in Noord Holland bestaat nog uit legselbeheerpakketten.
Maar eerst zal er, in nauw overleg met de
betrokken waterschappen en de betrokken grond eigenaren
en -gebruikers, afgesproken moeten worden hoe de
waterpeilen te verhogen, plas-drassen in de kansgebieden
te creëren en te zorgen voor meer kruidenrijk gras. Met een
duurzaam perspectief voor de boeren, daar valt of staat de
aanval voor de grutto mee. Aanvullend zullen er, op
gebiedsniveau maatregelen genomen moeten worden, die
de verliezen door predatie waar nodig en mogelijk binnen
ecologische verantwoorde grenzen houden.
Literatuur
Kleyheeg E., Vogelzang T., van der Zee I. & van Beek M. 2020. Boerenlandvogelbalans
2020. Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen / LandschappenNL, De Bilt.
Schippers,W., Bax,I. en Gardenier,M. Ontwikkelen van kruidenrijk grasland, 2012,
Drukkerij Frouws, Ede.
47
׉	 7cassandra://5JNCeucWMRAmFpUNlBJ7CYqCM0uF_DBUgVLFVY_yPT0"`j a,wj3.a,wj3.
בCט   {u׉׉	 7cassandra://IZ6ZuczDP0o4Ey4U2v9pLC__OT7mWQUYnBc6MJ5PZVY |`׉	 7cassandra://th4MVHTHBds60bRmjh1qHpEr6yHfVlpXtMwM7AsQSbY`׉	 7cassandra://wrrevta147jNQBT44AJepfShyCa8R6idtNVx-w6DvRc9`j ׉	 7cassandra://-q54iOHeB53I5zC6Wrew9e1hLyEaW6jV5LKG1usf5Qk A͠	a,wj3/$ט { {u׉׉	 7cassandra://NJqWqRrbeEsO8j427vseC4K6-nxsJW-rciuxeXae-_g  `׉	 7cassandra://vWSBf3xsKPZ86zajCf5k8tc1jJpfWcg-Bv2fn1Y4ub4͎`׉	 7cassandra://cPLQmjZegSKlJYggryuhYmvN8PvfkRwRzBNcA4rfbXs%`j ׉	 7cassandra://zKUAUe9FqCRhagD48KDBYJTI44uZgKjT8fUM6SQUYAgͷ/j͠	a,wj3/%נa,wj3/' >n9ׁHhttp://Waarneming.nlׁׁЈ׉E0Hoofdstuk 6
Het Landje van
Geijsel en grutto’s
in het voorjaar
Onderzoek naar het landje
als voedsel- en rustplaats
DICK MELMAN & NICO JONKER
6.1 Voldoet het Landje van Geijsel?
Landje van Geijsel geniet bekendheid vanwege het grote aantal
grutto’s dat er na de winter een aantal weken verblijft. Sinds 2019
is het in bezit van Landschap Noord-Holland. De doelstelling van
Landschap Noord-Holland is om de opvangfunctie voor grutto’s
en andere soorten veilig te stellen en waar mogelijk te verbeteren.
Maar hoe functioneert het Landje van Geijsel nu voor de uit hun
winterverblijf terugkerende grutto’s? Deze vraag stelde Landschap
Noord-Holland zichzelf en liet er onderzoek naar doen.
48
RIENK GEENE (L) EN NICO JONKER (R) AAN DE SLAG.
6.2 Observatie grutto’s
Waarneming.nl is gebruikt om de daar ingevoerde waarnemingen
van grutto’s te benutten (periode januari – half april). Per dag is
steeds het ingevoerde maximale aantal waargenomen grutto’s
gebruikt als benadering van het aantal aanwezige grutto’s. Met
deze aantallen is een beeld opgebouwd hoe gedurende de
winter-/voorjaarsperiode het landje door grutto’s wordt bezocht.
Tijdens veldbezoeken is gedurende korte of langere tijd
geobserveerd hoe de grutto’s over het terrein waren verdeeld en
hoe ze van het omliggende landschap gebruik maakten.
׉	 7cassandra://wrrevta147jNQBT44AJepfShyCa8R6idtNVx-w6DvRc9`j a,wj3.׉E<Hoofdstuk 6 I Het Landje van Geijsel en grutto’s in het voorjaar
Hiervan zijn korte, kwalitatieve beschrijvingen gemaakt. Op 14 en
28 maart zijn zogenaamde dagrondtellingen uitgevoerd. Tussen
zonsopgang en zonsondergang is elk kwartier het aantal op het
landje aanwezige grutto’s vastgesteld, waarbij onderscheid is
gemaakt tussen foerageren, poetsen/sociale interactie en slapen.
Tenslotte zijn er op verschillende dagen protocollen gemaakt van
foeragerende grutto’s. Tijdens het foerageren is met behulp van
verrekijker en/of telescoop vastgesteld hoe vaak een prooi werd
bemachtigd. Dit is afgeleid uit slikbewegingen. Deze protocollen
omvatten minimaal 1 minuut tot maximaal 5 minuten. Bij de
tellingen is geen onderscheid gemaakt tussen IJslanders en nietIJslanders.
Regenwormen
19 februari 2021
Regenwormen 14 april 2021
Dansmuggen 19 feb. en 14 april 2021
Water- en bodemmonsters
Op 19 februari en 14 april zijn water en bodem bemonsterd. De
watermonsters hebben betrekking op natte, onder water staande
delen van het landje. De bodemmonsters hebben betrekking op
de drasse, drogere delen van het landje en op één perceel dat
grenst aan de westzijde waar de grutto’s veel gebruik van
maakten tijdens het foerageren. In de watermonsters ging de
aandacht vooral uit naar substantiële potentiële prooien, met
name muggenlarven. De bodembemonstering was gericht op
wormen en emelten. De monsters zijn mede geanalyseerd en
geïnterpreteerd door David Tempelman en Rienk Geene, de
rapportage daarvan is opgenomen in: Tempelman en Geene
2021.
 Figuur 6.1. Bemonsterde locaties in het Landje van Geijsel op 19 februari en 14 april 2021. De donkere tinten
groen van het landje (waar de witte punten liggen) geven de diepst-geïnundeerde delen van het landje aan.
De geel gemarkeerde even getallen zijn van de monsters van de zode (0-10 cm), de oneven die van 10-20 cm
(deze zijn niet uitgewerkt). De chironomiden (rode muggenlarven) zijn bemonsterd in trajecten (nummers in
wit). Op elk traject zijn 5 steekbuismonsters genomen (witte stippen) en 1 schepnet-monster (niet apart
weergegeven).
49
׉	 7cassandra://cPLQmjZegSKlJYggryuhYmvN8PvfkRwRzBNcA4rfbXs%`j a,wj3.a,wj3.
בCט   {u׉׉	 7cassandra://K_oypX3QeeRQqVLgO0T9QR_TU4MBxPEcmHVRFfkWjgM R`׉	 7cassandra://3mfI8UgnJ9Zo_ydjWf2jjgoH_ZJgLUJDDJXwjqHIpf4͇`׉	 7cassandra://XUe6NDS-83bZRmYVwxUPiIEt8dwgrbmounR5nCO8lq0$`j ׉	 7cassandra://pAs75VyVjGKNXi0Pm_i9i649G2FOKns_SWiSUA_1sFkU͠	a,wj3/(ט { {u׉׉	 7cassandra://aSAxbRzlaArHHiauAkqZB69SlHgUUfupf9msxw9xVjI 8`׉	 7cassandra://xPJ2bpAseh4AjSgi4LISStITn9f9pWKeRCKgq9miPO8͠`׉	 7cassandra://PdmxNTCO9Q77G-mXonshPYlhfwiBgbFdJ0dFlRc52L0+`j ׉	 7cassandra://dDawSrSHl-2O-UApsL0TLiEmTuizcd1Teh3YGg8DlT0͠	a,wj3/)נa,wj3/+ ̺`9ׁHhttp://Waarneming.nlׁׁЈ׉E3000
2500
2000
500
1000
1500
0
 Figuur 6.2. De waargenomen aantallen grutto’s op het Landje van Geijsel in het voorjaar van 2021.
Ontleend aan Waarneming.nl
De karakterisering van de bemonsterde locaties doen we aan de
hand van de monsternummers van 14 april (blauw in figuur 6.1).
De nummers 1 en 2 betreffen het perceel dat agrarisch wordt
gebruikt met een ontwatering van 40-50 cm –onder maaiveld. De
nummers 3, 4 en 5 betreffen het drasse deel van het Landje van
Geijsel, waarbij 3 en 4 circa 3-5 cm boven het water liggen en
nummer 5 circa 10 cm. Nummer 6 betreft de dijkvoet en is
atypisch, deze is bij de interpretatie buiten beschouwing gelaten.
Geijsel 14 maart 2021
3000
2500
2000
1500
1000
500
0
wakker
Slapen
Fourageren
6.3 Resultaten
In de laatste week van januari werden de eerste grutto’s gezien
(figuur 6.2). Tijdens de vorstperiode in de eerste helft van februari
waren ze afwezig, maar na het inzetten van de dooi verschenen
ze weer en namen de aantallen snel toe. In de periode 20 februari
tot 20 maart bleven de aantallen op een constant niveau (rond
1.500, met als maximum ruim 2.700 exemplaren half maart). Om
daarna af te nemen. Begin april waren de grutto’s uit het gebied
verdwenen.
50
 Figuur 6.3. Dagrondtelling 14 maart van de aantallen grutto’s op het Landje van Geijsel en hun
activiteit. Elk kwartier is geteld.
Gebruik van het landje en het omringende landschap
Het groepsgedrag verandert gedurende de onderzoeksperiode.
In de eerste weken na terugkomst verblijven de grutto’s en masse
op het landje, waarbij de grootste aantallen op de blank staande
en drasse delen worden aangetroffen. Geregeld stijgen vanuit de
grote groep enkele grutto’s op om wat rondjes te vliegen. Daarbij
sluiten zich gaandeweg steeds meer grutto’s aan. Uiteindelijk kan
de groep 100 tot 500 exemplaren groot worden, die op ongeveer
30 tot 50 meter hoogte rondvliegt. Na enkele minuten vliegen,
daalt de groep om op een agrarisch, gangbaar ontwaterd (40 tot
6:00
6:30
7:00
7:30
8:00
8:30
9:00
9:30
10:00
10:30
11:00
11:30
12:00
12:30
13:00
13:30
14:00
14:30
15:00
15:30
16:00
1630
17:00
17:30
18:00
18:30
21-01-21
28-01-21
04-02-21
11-02-21
18-02-21
25-02-21
04-03-21
11-03-21
18-03-21
25-03-21
01-04-21
08-04-21
15-04-21
׉	 7cassandra://XUe6NDS-83bZRmYVwxUPiIEt8dwgrbmounR5nCO8lq0$`j a,wj3.׉E4Hoofdstuk 6 I Het Landje van Geijsel en grutto’s in het voorjaar
Geijsel 28 maart 2021
1000
800
wakker
Slapen
Fourageren
600
50 cm onder maaiveld) graslandperceel in de buurt, te landen.
De groep foerageert daar intensief gedurende 1 tot 15 minuten
(met een flinke spreiding). Ze gedragen zich heel onrustig. Door
een al of niet herleidbare oorzaak, vliegen ze op. Zo’n groep kan
uit elkaar vallen in deelgroepen die ieder huns weegs gaan. Door
bijvoorbeeld op een andere plek neer te dalen en te foerageren of
door terug te keren naar het landje om weer op te gaan in de
grote groep grutto’s. De percelen die worden gekozen voor het
foerageren wisselen. Soms worden voor enkele uren één perceel
en zelfs hetzelfde deel ervan gekozen.
Later in het seizoen (vanaf half maart) wordt dit groepsgedrag wat
minder uitgesproken en opereren de grutto’s in kleinere groepen
of als paartjes en individueel. Dit lijkt een overgang in gedrag van
winter-trekseizoen naar broedseizoen.
Onze eerste indruk was dat, voor het foerageren, vooral van de
percelen in de omgeving van het landje gebruik wordt gemaakt,
en in beperkte mate van het landje zelf. Op het landje zelf werd
vooral gefoerageerd op de vochtige, drasse delen (de niet onder
water staande delen) en aan de randen (grenszone land-water).
Dagrondtellingen
Op 14 maart waren rond zonsopgang ongeveer 1.200 grutto’s
aanwezig (figuur 6.3). Rond 08 uur vielen circa 1.500 grutto’s
binnen, zodat de maximale groep 2.700 was. Gedurende de dag
nam het aantal op het landje verblijvende grutto’s, geleidelijk af
om rond 16 uur weer het aantal van circa 1.200 te bereiken.
Daarna nam het aantal plotseling af tot 200 om rond 19 uur te
eindigen in een groep van circa 800 grutto’s.
51
LANDJE VAN GEIJSEL IS EEN BELANGRIJKE RUST- EN SLAAPPLAATS VOOR DE GRUTTO’S.
400
200
0
 Figuur 6.4. Dagrondtelling 28 maart van de aantallen grutto’s op het Landje van Geijsel en hun
activiteit. Elk kwartier is geteld.
7:00
7:30
8:00
8:30
9:00
9:30
10:00
10:30
11:00
11:30
12:00
12:30
13:00
13:30
14:00
14:30
15:00
15:30
16:00
1630
17:00
17:30
18:00
׉	 7cassandra://PdmxNTCO9Q77G-mXonshPYlhfwiBgbFdJ0dFlRc52L0+`j a,wj3.a,wj3.
בCט   {u׉׉	 7cassandra://TxAq-rkjbFVkpsSbAocF3X7z_EDeyu_0kKIFeqNqugg i` ׉	 7cassandra://EAfKZRC46Qb1-Dxwythd1hWQbLLJssmqFoZmPrxgdtE͂`׉	 7cassandra://MwncGQVYrNIv_BzFJRwHkro9TkOTVUD73lBugZ219sk`j ׉	 7cassandra://4nlLXtVb_dXBVujWJZJeiYSEAYwxJI-3Turkv_ywut4D ͠	a,wj3/,ט { {u׉׉	 7cassandra://54ep_w27NPrITCG7UJlGc9qzkRGTb3LBltwwoupxz2E G`׉	 7cassandra://-R4Nzrie4_YgweOzKOq3BPT44BkrrZqYnoma0NPqiwÉ_`׉	 7cassandra://yPkc-C9d9KUvl7-AUEj_dRWhRe4ic4-adP5oolnwKfU"`j ׉	 7cassandra://rZ05Ei57I5OpqWyCfX5_ysQqH1LxFfBTPB0b-dV5H7QͳP͠	a,wj3/-׉E
!Hoofdstuk 6 I Het Landje van Geijsel en grutto’s in het voorjaar
Gedurende de dag werd er op het plasje nauwelijks gefoerageerd. Het aantal
foeragerende vogels bedroeg maximaal 300. In percentages uitgedrukt werd
van de totale verblijftijd van alle grutto’s samen, zo’n 2,7 procent aan foerageren
besteed (de rode staafdelen in figuur 6.3). Dit gebeurde vooral in de middag.
Bij de tweede telling op 28 maart waren bij zonsopgang ongeveer 600 grutto’s
aanwezig. Dit aantal nam rond 07.30 uur tijdelijk met circa 250 toe om kort
daarna rond 600 te stabiliseren. Vanaf 13.00 uur tot zonsondergang zakte het
aantal tot onder de 400 en lag tot het einde van de metingen tussen 350 en 400.
Opvallend was dat geregeld forse aantallen uit het zicht vlogen (zowel in
westelijke als oostelijke richting) en dat er ongeveer even grote aantallen weer
invlogen. Het totale aantal op het landje en in de wat wijdere omgeving daarvan,
zal daarmee aanmerkelijk groter zijn dan de maximaal 600 tot 800 getelde
exemplaren.
Het lijkt erop dat de grutto’s zich over meerdere gebieden verdelen en dat het
Landje van Geijsel één van deze gebieden is.
Op 28 maart werd van de totaalverblijftijd van alle grutto’s samen, 4,4 procent
aan foerageren besteed (de rode staafdelen in figuur 6.4). Het aantal
foeragerende aantal grutto’s bedroeg maximaal 120.
In april is de situatie sterk veranderd: op de drasse delen van het landje is
het aanbod met gemiddeld 12 gr/m2
een stuk lager geworden. In het
grasland is het aanbod juist sterk toegenomen, tot gemiddeld 116 gr/m2
Daar is dus veel meer te halen dan op het landje. De veranderingen in
de periode februari tot en met april betreffen vooral het aandeel
wormen. Het gewicht van de emelten verandert minder sterk.
Regenworm
Februari
Plas-dras (3, 4, 5)
Grasland (1, 2)
April
6.4 Voedsel
Het voedselaanbod bestaat vooral uit wormen en in mindere mate emelten.
We presenteren de data zowel in aantallen als in biomassa. In februari is het
voedselaanbod in de drasse delen van het landje groter dan op het aan
grenzende reguliere grasland (tabel 6.1). Het totaalgewicht wormen en emelten
is op de drasse delen gemiddeld 46 gr/m2
aangrenzende grasland.
, tegenover 22 gr/m2
op het
52
Plas-dras (3, 4, 5)
Grasland (1, 2)
n/m
90
79
n/m
21
270
g/m
41
19
g/m
8
108
Emelt
n/m
50
29
n/m
18
30
g/m
6
2
g/m
4
7
 Tabel 6.1. Aantallen en gewicht regenwormen en emelten per m2
Regenworm
en emelt
n/m
140
108
n/m
39
300
op beide
monsterdagen. De cijfers in de eerste kolom verwijzen naar de bemonsterde
plekken zoals te zien in figuur 6.1.
g/m
47
22
g/m
12
116
.
׉	 7cassandra://MwncGQVYrNIv_BzFJRwHkro9TkOTVUD73lBugZ219sk`j a,wj3.׉EtHoofdstuk 6 I Het Landje van Geijsel en grutto’s in het voorjaar
Regenwormen + emelten 19 februari 2021
Regenwormen + emelten 14 april 2021
< 50 g./m2
50 - 100 g./m2
100 - 150 g./m2
> 150 g./m2
 Figuur 6.5. Weergave van de massa aan regenwormen en emelten op beide monsterdagen. Loc 1, 2: agrarisch, peil
50cm onder maaiveld; loc 3, 4: Landje van Geijsel, peil 3-5cm -onder maaiveld; loc 5 (lvG) peil 10 cm onder maaiveld;
loc 6 dijkvoet peil 10-15 cm onder maaiveld.
In figuur 6.5 is per monsterlocatie het gewicht aan
wormen en emelten op beide bemonsteringsdagen
weergegeven. In februari (3 tot 7 dagen na het
inunderen) is op de zeer drasse locaties (3 en 4) het
gewicht zeer laag. Op de iets minder drasse delen (5 en 6)
is het gewicht hoger. In april is het gewicht op alle
locaties binnen het Landje van Geijsel vrijwel nihil, terwijl
het op het agrarisch perceel (1 en 2) is toegenomen.
Om ook inzicht te krijgen in waterorganismen als
potentiële voedselbron, zijn in februari en april
schepnetmonsters en steekbuismonsters uitgevoerd. In
februari zijn in de schepnetmonsters tot enkele tientallen
dansmuggenlarven aangetroffen en daarnaast ook een
enkele kever, keverlarve, kokerjuffer en leverbotslak. In de
steekbuismonsters werden in de helft enkele
dansmuggenlarven aangetroffen. In de aprilmonsters zijn
geen dansmuggen meer gevonden. maar wel een
leverbotslak, borstelwormen en andere zeer kleine
muggenlarven (tabel 6.1).
De betekenis van waterorganismen als voedselbron blijkt
zeer gering, zowel in februari als april (tabel 6.5). Rode
muggenlarven (Chironomiden) zijn in het geheel niet
aangetroffen. In de plas-drasgebieden van het Landje
van Gruijters en bij Castricum bleek deze soortgroep een
belangrijke voedselbron (Melman & Jonker 2019 en 2020),
maar hier dus niet. Wel zijn larven van dansmuggen
aangetroffen, maar deze zijn te klein om als gruttovoedsel
relevant te zijn.
53
׉	 7cassandra://yPkc-C9d9KUvl7-AUEj_dRWhRe4ic4-adP5oolnwKfU"`j a,wj3.a,wj3.
בCט   {u׉׉	 7cassandra://4uEq4W5qVsooLDUPCiRIfJwCcZM5T6sFm_m0RQEw_Io y`׉	 7cassandra://CefFVjT8HIMSArVQbsM6IhcD6H7uhPxZ4-NNP51TFmgͭ8`׉	 7cassandra://Gr1MYdNxoZTaDGA7G8u9fluSLlis3sGBXvSPApX-KZU+#`j ׉	 7cassandra://tqgqD7TcYtQaME3vjpslNZ_S42mdLe9euzfVR30tm1Yy͠	a,wj3/0ט { {u׉׉	 7cassandra://DpYaycQ3mJfUUJlm8Tv_hTkhrp2n8Y45CNwyfP7SyrY *`׉	 7cassandra://-g30mQmMPP_O0_8YlmjtTQPD6YASs1t9RinmZ_yghX4ͯg`׉	 7cassandra://6TiDO3lYvaEbiuIe-aYeoRChhuS3XeTSCACjkzi3LV0+`j ׉	 7cassandra://s7ra_p8e37CWjw_kMSgAnn6Yyv67pyV3HxEMSVPEgE0͛͠	a,wj3/2׉E
Hoofdstuk 6 I Het Landje van Geijsel en grutto’s in het voorjaar
Van de op het landje foeragerende grutto’s hebben we ‘voedselinname-protocollen’
gemaakt. In de diepere waterdelen werd weinig gefoerageerd. Voor zover er op het
landje werd gefoerageerd, was dat voornamelijk in de ondiepe en juist drasse delen.
Het aantal malen dat een prooi werd bemachtigd was 1 tot 2 per minuut (gemiddeld
1,4, gebaseerd op 55 tellingen).
54
6.4 Gedragsverandering op Landje van Geijsel
Het Landje van Geijsel wordt door een groot aantal grutto’s bezocht: in de toptijd zo’n
1.500 tot 2.500. Dat is meer dan we vonden op het Landje van Gruijters (150 tot 250) en
op de Hooge Weide (300 tot 600 grutto’s).
Dit onderstreept het regionale belang van het Landje van Geijsel.
Het functioneren van het landje lijkt aanzienlijk af te wijken van de eerder onderzochte
landjes. Het Landje van Geijsel lijkt voor het foerageren nauwelijks betekenis te hebben.
Als de grutto’s op het landje staan, slapen en poetsen ze er of vertonen sociale
interactie. Dit hangt wellicht samen met het geringe voedselaanbod. Het landje wordt
slechts kort geïnundeerd, van eind januari tot in april. Deze periode is zo kort dat zich in
de geïnundeerde delen geen omvangrijke muggenpopulatie kan ontwikkelen. Dus
geen voedzame rode muggenlarven.
Dan de wormen. In de onder water staande delen kunnen wormen niet overleven. In
de drasse delen is de waterstand zeer hoog; in de inundatieperiode grofweg tussen de
nul tot tien centimeter onder maaiveld. Dat betekent dat er nauwelijks doorluchting is
en dat de bodem geen aantrekkelijk grasland wormenhabitat is. De metingen laten dan
ook zien dat de wormenstand beduidend lager is dan in februari. Vanaf het droogvallen
van het landje (april) zal het wormenbestand zich wellicht geleidelijk uitbreiden. Maar
met de volgende inundatie eind januari zal de dan aanwezige wormenpopulatie weer
grotendeels verdrinken. De naar de oppervlakte vluchtende wormen vormen een
gemakkelijke prooi voor allerlei vogels, zoals meeuwen. Deze worden dan ook in groten
getale waargenomen. Deze voedselvoorraad is waarschijnlijk na enkele dagen
uitgeput.
DETAIL VAN EEN GROEP VAN CIRCA 200 GRUTTO’S FOERAGEREND
BUITEN HET LANDJE, OP AGRARISCH GRASLAND.
De grutto’s zijn druk aan het foerageren en lijken systematisch
het gebied ‘leeg’ te pikken. (zie ook paragraaf:
‘Gebruik van het landje en het omringende landschap’ ‘)
We hebben uit tellingen berekend dat een grutto
gemiddeld 1,4 worm per minuut vangt. Dat betekent dat
een groep van 200 grutto’s na 15 minuten intensief
foerageren 4.200 wormen heeft gegeten. Uit het bodemonderzoek
naar de wormendichtheid komen we op
90 tot 240 wormen per m2
dus in 15 minuten 15-46 m2
. Zo’n foeragerende groep eet
grasland ‘leeg’.
׉	 7cassandra://Gr1MYdNxoZTaDGA7G8u9fluSLlis3sGBXvSPApX-KZU+#`j a,wj3.׉EHoofdstuk 6 I Het Landje van Geijsel en grutto’s in het voorjaar
De grutto’s foerageren dus voor het overgrote deel op de graslanden in de
omgeving . Dat zijn voor een belangrijk deel de direct aangrenzende percelen
(tot op 200 tot 300 meter afstand), maar ook het verder weg gelegen grasland,
zoals de Ronde Hoep en Bovenkerkerpolder. Het natte karakter an sich is
waarschijnlijk de bepalende factor waarom de grutto’s zich op het landje
verzamelen. Wellicht is het de grote oppervlakte inundatie die het landje
aantrekkelijk maakt (omdat dat veiligheid geeft ten aanzien van landpredatoren),
in combinatie dat het te midden van een uitgestrekt grasland-landschap ligt
waar ze kunnen foerageren.
De terugkomstfase van de grutto’s uit hun overwinteringsgebieden valt samen
met een gedragsverandering. Ze komen groepsgewijs terug en opereren tijdens
het foerageren voornamelijk in groepen. Hun gedrag lijkt dan sterk op het
gedrag van steltlopers in het Waddengebied en het groepsgedrag dat ze in hun
overwinteringsgebieden vertonen. Geleidelijk wordt het groepsverband losser
en de groepjes kleiner en de paarvorming manifester. Ze maken
verkenningstochten naar hun toekomstige broedplaatsen en worden steeds
actiever als paar. Het landje plus de graslandomgeving faciliteren deze
gedragsomvorming. Deze veranderingen zijn bij de IJslanders veel minder
duidelijk; zij foerageren wel maar doen minder aan verkenningstochten in de
omgeving.
Verbeterpunten landje als grutto-opvangplek
De beheerder wil het Landje van Geijsel als grutto-opvangplek optimaal laten
fungeren. Zijn er op dit punt nog verbeteracties mogelijk? Vanuit de grutto’s lijkt
behoud van het grasachtig karakter met veel uitzicht en de plas-drasperiode
essentieel te zijn. Voor behoud van het grasachtig karakter is belangrijk dat het
jaarlijks wordt gemaaid en/of afgeweid. Een tijdige droogval van het landje en
een goede berijdbaarheid van de percelen zijn daarvoor belangrijke
randvoorwaarden. Dit heeft Landschap Noord-Holland ook voor ogen. Inrichting
VROEGE TELLERS TIJDENS DE DAGRONDTELLING.
en waterregime door het jaar heen, zal daarop worden afgestemd.
Door de inundatie lijkt de kwaliteit van de grasmat landbouwkundig gezien niet
optimaal te zijn en zeer laag productief. Bij een veldbezoek in mei bleek dat de
kwaliteit van de vegetatie alleszins meeviel. Gezien het waterregime is het
sortiment daarbij goed passend en bruikbaar voor een agrarisch vleesveebedrijf
en ook als paardenvoer. De productie is verrassend hoog: in juni stond het
gewas, ook op de voormalig geïnundeerde delen, kniehoog (veel heen, een
biezensoort) en op de destijds drasse delen zelfs manshoog (met name rietgras)!
6.5 Conclusies
• Het Landje van Geijsel fungeert als opvanglocaties van uit hun winterkwartier
teruggekeerde grutto’s. In 2021 ging om 1.500 tot 2.500 grutto’s, zowel
IJslanders als niet-IJslanders.
• Het Landje van Geijsel heeft een zeer beperkte foerageerfunctie. Van hun tijd
dat grutto’s op het landje zijn, besteden ze 2,5 tot 4,5 procent van de tijd aan
55
׉	 7cassandra://6TiDO3lYvaEbiuIe-aYeoRChhuS3XeTSCACjkzi3LV0+`j a,wj3.a,wj3.
בCט   {u׉׉	 7cassandra://DMe6Hu1dCSi5Qymfb37mPyryVK-sZwHwXrG9IXIlRYA `׉	 7cassandra://_fhsEzXR9St8v_kqIa2M23XErkBwdZCzRk_iG9l5BkUͫ`׉	 7cassandra://8kDY50dtNRWY6dhwxA5R0Ijxq_n98TFnU9U7Ez2YlPA.q`j ׉	 7cassandra://fGj3kzzFPBDIPr3KrQ3nJxX4-1-4lYVb0J3mpHpXZWI͠	a,wj3/4ט { {u׉׉	 7cassandra://F3wA_welmwg4q9ZnRGMN5TFVgJHWj9lQuJSwqZcdoVQ ~`׉	 7cassandra://cu6ByrN8wqSkCD3GJwcTXZ4o8kuXPnrvloAyLp2KGE0ͽR`׉	 7cassandra://fI3YSACrtuYsaCcyKr77hXyFlxd8Y5brLext6wZvajc:`j ׉	 7cassandra://qUFMo1Nl6GW4CXCgsWOLplrh-JJs64JVqceoeuFMGGQ : ͠	a,wj3/5׉E
Hoofdstuk 6 I Het Landje van Geijsel en grutto’s in het voorjaar
foerageren. Het voedselaanbod op het landje is voor grutto’s gering: muggenlarven
ontbreken er goeddeels en wormen zijn in beperkte mate aanwezig.
De vogels foerageren in de omliggende graslanden.
• Het landje fungeert vooral als verzamellocatie. De grutto’s besteden er de tijd
aan poetsen, slapen en sociale interacties.
• De huidige inrichting en beheer lijkt voor de grutto-opvangfunctie goed
te voldoen; eerste belang lijkt het handhaven van het landschappelijke karakteristiek:
openheid, grazige vegetatie en voor het onder water staande deel
een beperkte waterdiepte.
• Beheer zou daarom moeten worden gericht op continueren/bewaren huidige
perceelstructuur en vegetatietype. Het huidige hydrologische beheer, waarbij
het landje vanaf eind januari blank komt te staan en vanaf begin april geleidelijk
weer droogvalt, lijkt daarvoor prima te voldoen. Eén à tweemaal per jaar
maaien (of naweiden) is wenselijk.
• Het functioneren van het Landje van Geijsel wordt in hoge mate bepaald door
de omliggende graslanden. Van groot belang zijn de foerageerkwaliteiten van
deze omliggende graslanden te behouden. Overleg en samenwerking met de
omliggende beheerders (collectieven) is dan ook zeer aan te bevelen.
Dan kunnen waar nodig, beheer en inrichting op elkaar worden afgestemd,
zodat het Landje van Geijsel een centrale rol kan spelen in het weidevogelleefgebied
van de Ronde Hoep en Bovenkerkerpolder.
56
Dankwoord
Velen hebben bij het veldwerk geholpen. Bij de twee dagrondtellingen van
zonsop- tot zonsondergang waren dat Rienk Geene, Judith Weijers, Thom
Hoveling, Ton Denters, Aafke van Nierop, Frank Visbeen, Andries Kamstra,
Tim Visser, Eva Pauw, Yosha Bakkers, Lidy Zeinstra en Camilla Dreef. Boswachter
van Landschap Noord-Holland, Marion Scherphuis, was de altijd aanwezige
gastvrouw. Bij de bodembemonstering en wormentelling hebben
OP ZOEK NAAR WORMEN EN EMELTEN.
meegeholpen: Michiel Boeken, Belinda van der Kort, Andries Kamstra, Judith
Weijers, Thom Hoveling, Rienk Geene en David Tempelman. Onze dank gaat uit
naar allen! Marion Scherphuis en Neeltje Annink waren de contactpersonen van
Landschap Noord-Holland.
Dick Melman en Nico Jonker hebben dit onderzoek als vrijwilliger uitgevoerd
Literatuur
Melman, D. & N. Jonker. 2019 Grutto’s op het Landje van Gruijters. Gaat het goed? Jaarboek
Boerenlandvogels 2019.
Melman, D. & N. Jonker. 2020. Grutto’s bij de Groote Ven, Castricum. Wat doen ze daar? Jaarboek
Boerenlandvogels 2020.
Tempelman, D., en R. Geene, 2021. Onderzoek naar voedsel van Grutto’s op het Landje van Geijsel.
Regenwormen, dansmuggenlarven en emelten, 2021. Tempelman Ecologie i.s.m. Habitat-Advies,
Amsterdam.
׉	 7cassandra://8kDY50dtNRWY6dhwxA5R0Ijxq_n98TFnU9U7Ez2YlPA.q`j a,wj3.׉EHoofdstuk 7
Visdieven in de polder
GRADA KWANTES EN WILLEM OVERWEG
7.1 Extra broedplekken
Met de subsidie ‘Betrekken bij Groen Fonds’ van Landschap
Noord-Holland lukte het Willem Overweg, veldcoördinator bij
Water, Land & Dijken, om 15 visdiefeilandjes/vlotten aan te leggen
binnen het werkgebied van Water, Land & Dijken. Het was vooraf
best spannend of de visdief de broedplekken meteen in gebruik
zou nemen, maar Willem durfde de uitdaging wel aan.
Boeren stelden hun weilanden ter beschikking voor een
schelpeneiland van ongeveer vijfentwintig vierkante meter in een
plas-dras of voor visdiefvlotten in de sloten. Nadat in het najaar
van 2020 alle materialen werden afgeleverd op de locaties (met
dank aan Spaansen bv die de transportkosten gesponsord heeft),
konden de eilandjes/vlotjes gemaakt worden. Dankzij het
enthousiasme van vrijwilligers en boeren was alles klaar voordat
het broedseizoen van 2021 begon. Een aantal boeren bouwden
zelfs op eigen initiatief nog tien extra vlotjes.
7.2 Hoge prioriteit voor de visdief
De visdief is een trekvogel die overwintert tot in Zuid-Afrika.
Hij staat op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels en heeft
de status bedreigd en kwetsbaar. Voor deze soort geldt een
hogere prioriteit bij het nemen van beschermingsmaatregelen
door bijvoorbeeld hun leefgebied en broedhabitat te verbeteren,
en dat is precies wat we met dit project willen realiseren.
Vanaf medio april keert de visdief weer terug in Nederland.
De visdief broedt in kolonies en bij voorkeur op kale bodem en
(schelpen)-eilandjes die voor grondpredatoren moeilijk te
bereiken zijn.
NAAST VISDIEF (BOVEN), MAAKTEN OOK ANDERE SOORTEN GEBRUIK
VAN DE VISDIEFEILANDJES, ZOALS DEZE SCHOLEKSTER MET KUIKEN.
57
׉	 7cassandra://fI3YSACrtuYsaCcyKr77hXyFlxd8Y5brLext6wZvajc:`j a,wj3.a,wj3.
בCט   {u׉׉	 7cassandra://oTiEZVEq1n0UGqsF3WMSfx7C-j3rdtaBn9U9sJuMo_k ({`׉	 7cassandra://8UOZ-iZU8fqsjvNCOORJqIZYbsjCl8orpc01Jl5aq6ok`׉	 7cassandra://nzEU4p60v9B_Jhgx5r-l2DV8HflK3nsVW4-T6RKAOKI6S`j ׉	 7cassandra://4CS4YVGDNo4YVmlz7FH_DxDEG0mdpHsXSpHzH_ljByI ,͠	a,wj3/7ט { {u׉׉	 7cassandra://ZObxI7pWuf2pxEiRDy9OG1n-ibZormz27ZeYMX4mlCI `׉	 7cassandra://zOEpgn5saTM7n9CfpyhqsGh9jW77MeRGd_MriscAGoo͹`׉	 7cassandra://uVnbO_-XNQTfd_KAbBEqxcBq4cJJN3c4dCQ5-lxxDMo3`j ׉	 7cassandra://xG5d3zMgEEoX60Ez1XrkX8s6xGnl4sogVcIilfDry7s %͠	a,wj3/8נa,wj3/:  9ׁH %http://www.vogelbescherming.nl/ontdekׁׁЈ׉EVRIJWILLIGERS ‘AAN HET WERK’ BIJ DE AANLEG VAN VISDIEFEILANDJES EN VLOTJES.
7.2 Schelpenbankjes in plas-dras
Binnen het werkgebied van Water, Land & Dijken zijn meerdere
plas-drassen, gevuld met circa 5 tot 20 cm water. Ze liggen veelal
op rustige plekken en bieden plaats aan vele soorten steltlopers
en eendensoorten. Ze dienen als foerageer-, rust-, slaap- en
verzamelplek bij aankomst en vertrek in Nederland. Daarnaast
bieden ze bescherming tegen vele soorten grondpredatoren.
Van visdieven is bekend dat ze een hele sterke voorkeur hebben
om te gaan broeden op schelpenbankjes, schelpeneilandjes
en broedvlotten omgeven door water. Om die reden zijn de
schelpenbankjes in plas-drassen aangelegd. Hierdoor werd
de functie van de plas-dras nog meer versterkt.
7.3 Vrijwilligers trekken project vlot
Dertig vrijwilligers zijn, met groot enthousiasme, betrokken
geweest bij de realisatie van de visdiefeilanden- en vlotten. De
vrijwilligers hebben steeds in groepjes van drie of vier personen in
al dan niet in wisselende samenstelling aan de eilanden en/of
vlotten gewerkt. Een aantal vrijwilligers is zelfs meerdere keren op
verschillende locaties bij de uitvoering betrokken geweest.
De visdiefvlotten werden in de schuren gemaakt en vervolgens
door de vrijwilligers te water gelaten. Hierbij ging een aantal
vrijwilligers creatief te werk. Er werd gebruik gemaakt van bootjes,
sommigen hesen zich in een waadpak, anderen gingen peddelen
en er was zelfs een groep die de vlotten op hun plek brachten
tijdens de vorstperiode. Later in het seizoen moet een aantal
vrijwilligers weer het water in. omdat vlotten los waren geslagen
door de harde wind of door de stortbuien.
58
׉	 7cassandra://nzEU4p60v9B_Jhgx5r-l2DV8HflK3nsVW4-T6RKAOKI6S`j a,wj3.׉EHoofdstuk 7 I Visdieven in de polder
7.4 Visdiefpaartjes
Daarna was het afwachten wat de visdiefjes vonden van de
schelpen in de polder. Spannend voor alle betrokkenen. Maar
waarop werd gehoopt is gelukt, veel eilandjes en vlotten zijn
gevonden, en niet alleen door de visdief. We zagen wel dat de
visdiefeilandjes een beter resultaat hadden dan de visdiefvlotten.
Op de twee succesvolste eilanden in Jisp en Kwadijk hebben in
totaal negen visdiefpaartjes gebroed waarbij tenminste 18 jongen
groot zijn geworden. Ook scholeksters, kluten en kieviten
maakten gebruik van de schelpeneilandjes. Dat scholeksters en
kluten er gebruik van zouden maken, was nog wel enigszins
verwacht, maar dat de kievit ook van de eilandjes gebruik zou
gaan maken, was een verrassing. Op Marken broedde tweemaal
een kievit, in Jisp een scholekster en kievit. En in Middelie
‘broedde’ een scholekster op de schelpen. In Kwadijk hebben
4 paar kluten zeker 9 jongen grootgebracht. De legsels zijn
succesvol uitgekomen en de pullen werden vliegvlug.
7.5 Meer drijfvermogen
Inmiddels zijn de vlotten uit het water gehaald en opgeborgen en
zijn de eilandjes opgeschoond. Schelpeneilandjes en
broedplatforms zijn gevoelig voor ongewenste vegetatie- en
onkruidgroei en vergen jaarlijks onderhoud. Bij onvoldoende
onderhoud zijn de eilandjes binnen één à twee jaar totaal
overwoekerd waardoor ze hun functie verliezen. Ook is na dit
eerste jaar duidelijk is dat er nog wat verbeteringen moeten
worden gedaan. Er is nu een extra laag schelpen opgebracht
omdat er delen op de eilandjes te diep lagen en bijna onder water
kwamen te staan. Enkele vlotjes lagen ook niet helemaal op de
LEGSEL VAN EEN VISDIEF TUSSEN DE SCHELPEN.
juiste locatie. Door een combinatie van teveel op de wind liggen
of golfslag of net wat te weinig drijfvermogen, lagen de vlotjes
net iets te diep. De vlotten krijgen nu meer drijfvermogen of
komen op een meer luwe plek te liggen. Zo is alles weer in orde
om de visdief volgend seizoen (weer) te verwelkomen.
Bron
www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/visdief
Grada Kwantes is projectleider en Willem Overweg is veldcoördinator
(en initiatiefnemer van dit project) bij Water, Land & Dijken
59
׉	 7cassandra://uVnbO_-XNQTfd_KAbBEqxcBq4cJJN3c4dCQ5-lxxDMo3`j a,wj3.a,wj3.
בCט   {u׉׉	 7cassandra://brOMQqxldBd8Y5SYuHkbv9BW241C3F1d2CMKNSPvQDw /`׉	 7cassandra://T9TckPIOhQcL0iwvidF_MrPX59nlD_fQFVry-9VcnoY)`׉	 7cassandra://31QQ7Cm5rX_cCEAbbktF3NWJQSRiyyqeYWLHIf0EWeQ>`j ׉	 7cassandra://joiGH9Vt2izuPsIDLaYohLCwaP9U4nr7_xDYdkELYGo ͠	a,wj3/;ט { {u׉׉	 7cassandra://QCLczaMfEnpLWGbmqSzMI3_obpPbopR75OfNhOhYMPo `׉	 7cassandra://0NM4is31EaI0EvZyP8PNtAt8kvEC2XTViUChdPQ9aOY͐'`׉	 7cassandra://iUn_GFqSOHZEB-a7hXm-D1y-OZrAyPFzRidYcQp_ei0(k`j ׉	 7cassandra://ltsgHTqiVqPWuUX4is8TUuzkuE6mWkKQnGTsmdTsPeQr͠	a,wj3/<׉EHoofdstuk 8
Weidevogels in
het Schagerwad
Topnatuur onder de
rook van Schagen
ARNOUT-JAN ROSSENAAR & LEON KELDER
In 2021 hebben Leon Kelder, Truus van der Chijs van Seters en
Jaap Beers de broedvogels in het Schagerwad (103 hectare)
geïnventariseerd.
HET SCHAGERWAD IS EEN OPEN GEBIED VOOR WEIDEVOGELS.
60
IN DE BLOEMRIJKE RIETLANDEN GROEIT EN BLOEIT DE RIETORCHIS.
8.1 Het gebied en beheer
Het Schagerwad is een weidevogelreservaat in de buurt van
Schagen. Het gebied ligt ten zuiden van de Westfriese Omringdijk
en is een relatief laaggelegen gebied. Naast een aanzienlijke oppervlakte
weidevogelgrasland (86 hectare) bestaat een deel van het
gebied uit 14 hectare rietland dat jaarlijks voor het broedseizoen
wordt gemaaid (zie figuur 8.1). In het provinciale systeem Natuur en
Landschap gaat het om weidevogelgrasland (13.01) en laagveenmoeras
(5.02). Het riet van het moeras wordt gebruikt voor dakriet.
Door dit verschralingsbeheer in combinatie met hoge waterstanden
is er een prachtige flora met grote ratelaar, rietorchis,
gewone koekoeksbloem en moeraswespenorchis ontstaan.
Na het maaien in februari/maart wordt het waterpeil verhoogt en
functioneert het rietland als een belangrijke plas-draslocatie in de
omgeving. De weidevogels broeden hier ook. En door zijn vochtige
situatie en kruidenrijkdom is het in droge jaren een zeer belangrijk
opgroeigebied voor de kuikens!
Vanaf 15 juli mogen de graslanden gemaaid worden. Daarna kan er
׉	 7cassandra://31QQ7Cm5rX_cCEAbbktF3NWJQSRiyyqeYWLHIf0EWeQ>`j a,wj3.׉EHoofdstuk 8 I Weidevogels in het Schagerwad
nabeweiding met rundvee plaatsvinden. De greppels zijn voor een
deel verbeterd aan de noordkant van het Schagerwad. Bemesting
vindt niet meer plaats, behalve de mest van het weidende vee.
Aan de zuidoostkant van het Schagerwad liggen percelen behoorlijk
hoog ten opzichte van het huidige waterpeil. Het maaiveld ligt
er gemiddeld circa 40 tot 50 cm boven het waterpeil in de sloten.
Daardoor is het niet mogelijk om watervoerende greppels te maken.
Er zijn plannen om dit gebied natter te maken. Op dit moment is er
een pomp geplaatst om het rietland te bevloeien waardoor het
beter plas-dras komt te liggen in het voorjaar en de zomer.
8.2 Broedparen in het Schagerwad
Van 47 verschillende soorten zijn in totaal 395 broedparen vastgesteld. De talrijkste soort in het
gebied is de brandgans met 136 broedparen. Van de weidevogels is de scholekster met 17 broedparen
het talrijkst. Vlak daaronder zit de tureluur met 16 broedparen. Deze soort heeft hier relatief
een hoge dichtheid. De kievit is met 14 broedparen aanwezig en de grutto met slechts 10 broedparen.
Behalve de weidevogels zijn in dit gebied de moerasvogels ook van belang met onder
meer 1 paar roerdomp, 1 paar bruine kiekendief en 1 paar waterral. Ook zijn de diverse zangvogels
van rietlanden vastgesteld zoals rietzanger en rietgors. Verder waren er 2 territoria van
kluut en visdief. Ook broedden er 6 paar oeverzwaluw in het gebied. Langs een brede sloot door
het gebied zijn hele steile kanten en daarin hebben ze een plek gevonden (zie foto).
 Figuur 8.1 Schagerwad met de SNL typen natuur. N13.01 is vochtig weidevogelgrasland en N05.02 is gemaaid rietland.
KOLONIE VAN OEVERZWALUW.
61
׉	 7cassandra://iUn_GFqSOHZEB-a7hXm-D1y-OZrAyPFzRidYcQp_ei0(k`j a,wj3.a,wj3.
בCט   {u׉׉	 7cassandra://tgKQRtThyVFzeHxiHYeIS8V6ZOW449PebxRvgLqgOVI 1`׉	 7cassandra://HWn1xFRXb4nqnHYp4dEoe22HOcD5YlNYLojSdP_qpoY`׉	 7cassandra://2AP5bZN4kQky5hxO5Q6k_kcptDHvOfQ7JGLH4Z-tlj4=`j ׉	 7cassandra://aihWrihIHIg_bkgt8q9q0DhS2qRwhcX4X4WqSjgyEpI z$͠	a,wj3/>ט { {u׉׉	 7cassandra://OyUalu5wIKwDY0WLPRw9WaG1PWd4MWM4VUZ3x_eWE48 `׉	 7cassandra://ZUA9-hsJpwF_K7k5YFjU1PMj64qsMIoI0mSOs4nANsQy`׉	 7cassandra://ePyPor7wLbnMY43JAyvWFAqzBo8AGPhZ9JRR7TeHnuM%`j ׉	 7cassandra://zEcS9Pul2PtW-DvjD_QWuMVVnshTZCXDrBu2wZwXp_Iͼ͠	a,wj3/?׉EHoofdstuk 8 I Weidevogels in het Schagerwad
Opvallend is dat de veldleeuwerik in het gebied ontbreekt en
van de graspieper is slechts 1 broedpaar aangetroffen. Door Roelf
Hovinga, boswachter van Landschap Noord-Holland werd in 2015
(Hovinga, 2016) in de terreinen van De Gouw in West-Friesland
ook geen veldleeuweriken en slechts 3 paar graspieper aangetroffen.
De grutto komt hier in lage dichtheid voor in vergelijking
met andere weidevogelgebieden in West-Friesland. Hovinga trof
in de Berkmeer (18 hectare) maar liefst 50 paar grutto’s, in ‘t Laeg
(60 hectare) 38 paar grutto’s en in de Lage Hoek (50 hectare) 25.
Dit zijn aanmerkelijk hogere dichtheden dan in het Schagerwad.
Bijzonder is dat de grutto in het Schagerwad ook in rietland
broedt (zie foto).
De grote diversiteit van het Schagerwad zorgt voor ook voor veel
soorten predatoren: bruine kiekendief, buizerd, wezel, hermelijn
en bruine rat zijn veelvuldig aanwezig in het broedseizoen.
De laatste vijf jaar zijn er geen aanwijzingen voor aanwezigheid van
een vos. Effecten van predatie zijn in dit gebied niet onderzocht.
62
GRUTTO NEST IN GEMAAID RIETLAND.
OPVLIEGENDE ROERDOMP UIT SLOOTKANT.
׉	 7cassandra://2AP5bZN4kQky5hxO5Q6k_kcptDHvOfQ7JGLH4Z-tlj4=`j a,wj3.׉EHoofdstuk 8 I Weidevogels in het Schagerwad
In tabel 8.1 worden de aantallen en dichtheden van een aantal
soorten weergegeven. De getallen worden vergeleken met het
weidevogelonderzoek in de jaren 80 in Noord-Holland
(Ruitenbeek et al., 1990).
 Tabel 8.1. Aantallen en dichtheden broedvogels Schagerwad 2021.
Aantal
territoria
Vergeleken met de dichtheden van vogels van het erfvogelarm
weidevogelgezelschap in de jaren tachtig is de dichtheid aan
steltlopers nu relatief gering. Staatsbosbeheer heeft de afgelopen
jaren het beheer geoptimaliseerd voor de weidevogels.
Weidevogels
Grutto
Graspieper
Kievit
Krakeend
Kuifeend
Scholekster
Slobeend
Tureluur
Moerasvogels
Bruine kiekendief
Bosrietzanger
Kleine karekiet
Rietgors
Rietzanger
Roerdomp
Waterral
10
1
14
4
4
17
5
16
1
3
12
8
5
1
1
Dichtheid
per 100 ha
9,7
1,0
13,6
3,9
3,9
16,5
4,9
15,5
0
1
2,9
11,7
7,8
4,9
1
1
63
DE KIEVIT IS EEN VAN DE BROEDVOGELS VAN HET SCHAGERWAD.
Erfvogelarm weidevogelgezelschap,
dichtheid per 100 ha
16,5
28,3
19,3
2,7
6,4
׉	 7cassandra://ePyPor7wLbnMY43JAyvWFAqzBo8AGPhZ9JRR7TeHnuM%`j a,wj3.a,wj3.
בCט   {u׉׉	 7cassandra://KMVNdautOBHPEkim6HFRzlM3IS4P-vv0WemFOXJD-N4 a`׉	 7cassandra://9R6ptXz2Nks1OCLjAVy_yqAsU-xn6S1XLkuwUvAgp08͊`׉	 7cassandra://IJfBSWn_ddjEepQHG55JCAT7zswgJIYDHd-vNDQXtTQ&}`j ׉	 7cassandra://GXG0FzkbPWR_V5JMyvwKQhciJANgKNGKx5rPtcvHVJoͣzp͠	a,wj3/Aט { {u׉׉	 7cassandra://k49TBlvdvQ54kQlW2CpOPDjiJMBy1ShdtSpAKR-u574 E#`׉	 7cassandra://RikLClwW1u8WN61pyw2aqnvEbrIfAWbx3sLjCm2L4Ok͌
`׉	 7cassandra://dyTHfkC8IuSR05cEc-13TXNzFonhH_y1HIi4Re7KXk4.S`j ׉	 7cassandra://CyGn9SAHh_hzPeDRwZb21jjz8zlc_UwSjxaH4E0nP4w^͠	a,wj3/B׉EHoofdstuk 8 I Weidevogels in het Schagerwad
Zo zijn de greppels verbeterd, waardoor ze beter watervoerend worden.
Ook mag het grasgewas pas vanaf 15 juli worden geoogst en afgevoerd.
Daarna is nabeweiding met rundvee mogelijk. Zo wordt het gebied hopelijk
aantrekkelijker gemaakt voor de vestiging en behoud van weidevogels.
In tabel 8.2 worden voor de weidevogels ook de aantallen in eerdere
jaren aangegeven. Jaarlijks wisselen de aantallen weidevogels. Zo blijkt
2021 een topjaar voor de scholekster en tureluur. De grutto daarentegen
heeft in 2021 relatief een laag aantal territoria. Voor de kievit is het een
gemiddeld jaar.
 Tabel 8.2 Ontwikkeling weidevogels Schagerwad.
Soort
Grutto
Kievit
Scholekster
Tureluur
2017
21
14
8
7
2018
18
25
7
10
2019
18
12
8
9
2020
14
13
6
10
2021
BRANDGANZEN EN SCHOLEKSTER VERJAGEN HOND.
10
14
17
16
64
Relatief veel ganzen
Het 86 hectare grote grasgebied in een waterrijke omgeving waar
tussen 15 maart en 15 juli geen werkzaamheden plaatsvinden heeft
grote aantrekkingskracht op veel soorten watervogels. Zo broeden in
Schagerwad ook relatief grote aantallen ganzen (grauwe gans, kleine
canadese gans, grote canadese gans en brandgans).
Sinds 2010 vindt er jaarlijks legselbehandeling plaats in het Schagerwad, in 2015-2018 en
2019 zijn er vanuit de provincie ook ruivangsten gedaan om de populatie te verkleinen.
De brandganzenpopulatie lijkt in de kuikenfase van weidevogels op bepaalde momenten
een zeer interessante rol te spelen. Op kleinschalige begraasde delen en soms ook
tussen de clusters broedende brandganzen foerageren veel weidevogels met hun
kuikens. Of ze hier een bepaalde voedselsituatie benutten of profiteren van het zeer
alerte gedrag van broedende brandganzen die fel reageren op predatoren, is niet
bekend. Wel is er een waarneming van een uitgebroken hond die op 12-05-2015 in het
reservaat liep en door velen honderden ganzen werd belaagd en vrij snel met de staart
tussen de benen het gebied verliet (zie foto).
׉	 7cassandra://IJfBSWn_ddjEepQHG55JCAT7zswgJIYDHd-vNDQXtTQ&}`j a,wj3.׉E8.3 Conclusie
Het Schagerwad vormt nog steeds een van de betere terreinen in
West- Friesland om weidevogels te kijken. Met name vanaf de
Westfriese Omringdijk heeft men een goed uitzicht op dit weidevogelreservaat.
De
verwachting is dat door het gevoerde beheer het een aantal
weidevogels gaat lukken om jongen groot te krijgen. Ook buiten
het broedseizoen is het Schagerwad een weidegebied waar velen
duizenden vogels gebruik van maken: smienten, wulpen, kieviten
en goudplevieren zijn vanaf de Westfriese Omringdijk prachtig te
zien! Het blijft spannend hoe de weidevogelbevolking van dit
reservaat zich in de toekomst zal ontwikkelen.
DE OEVERZWALUWEN ZITTEN GRAAG OP EEN DRAAD OM TE POETSEN.
Met dank aan Paul Bot, boswachter beheer bij Staatsbosbeheer,
voor zijn waardevolle opmerkingen bij dit artikel.
Literatuur
Hovinga, R., 2016. Broedvogelverslag terreinen van Landschap Noord-Holland
in West-Friesland 2015.
Ruitenbeek, W., C.J.G. Scharinga en P.J. Zomerdijk, 1990. Broedvogels van
Noord-Holland. Samenwerkende Vogelwerkgroepen Noord-Holland,
Provinciaal Bestuur van Noord-Holland.
Arnout-Jan Rossenaar is ecoloog en Leon Kelder is
boswachter ecologie bij Staatsbosbeheer
GROTE RATELAAR
MOERASWESPENORCHIS
65
׉	 7cassandra://dyTHfkC8IuSR05cEc-13TXNzFonhH_y1HIi4Re7KXk4.S`j a,wj3.a,wj3.
בCט   {u׉׉	 7cassandra://A7UGuTzb3IPMcesKBjYpK4dphFmvjqap46zw9TgCmr8 [`׉	 7cassandra://kryki6euNj9sr-unVSB_Zia8JEzumQMZ8Qh5NCZHtYwͥ`׉	 7cassandra://JuNyuC1EViR3NNPLAcoZH1sHTwvxIdCo_-iOPn0_Pno+`j ׉	 7cassandra://SwjURcLoekdEO2YGGP4wcagKsMZUvI3psNupHbqdtdU~͠	a,wj3/Dט { {u׉׉	 7cassandra://q_cIGwVT_qq2y1zvI3N0ihwpZNfwG49-UuHz57SdDmI `׉	 7cassandra://kd5TcnNyAcIGthyvY-7IXDPuCg8OtaNuzL_qHjq6Xd4͒`׉	 7cassandra://4QGySnyulaKWoXhO8MYOWUQCjEjjh2ZaYCcQLH0ZSFU.`j ׉	 7cassandra://znfO_4KDR70fJMa3dfi4o_kYSj4HVFBvnCPy2g2bXi0 R(͠	a,wj3/E׉E
Hoofdstuk 9
Meetnet Agrarische Soorten
HENK JAN OTTENS
9.1 Algemeen
In Noord-Holland is circa. 72.000 hectare agrarisch gebied aangewezen
als leefgebied voor akkervogels: het leefgebied ‘Open
akkerland’. Het leefgebied beslaat bijna volledig het agrarisch gebied
van Texel, de kop van Noord-Holland, de Schermer, Beemster,
Purmer en de Haarlemmermeer. Maar ook gebieden met overwegend
graslanden en een klein aandeel akkerbouw zoals rond
Schagen, ten zuiden van Medemblik en ten oosten van Heerhugowaard.
De aanwijzing van leefgebied voor akkervogels in provincie
Noord-Holland, sluit aan bij andere provincies met omvangrijke akkervogelleefgebieden,
zoals Groningen, Drenthe, Friesland en Flevoland.
9.2 Agrarische collectieven en agrarisch natuurbeheer
66
Onder regie van agrarische collectieven ‘De Lieuw’ op Texel,
‘ Hollands Noorden’, ‘Water, Land & Dijken’ en ‘Noord-Holland Zuid’,
wordt in de collectieve beheergebieden middels agrarisch
natuurbeheer, de broed- en foerageeromstandigheden voor
akkervogels verbeterd. In het Natuurbeheerplan 2021 van de
provincie Noord-Holland zijn daarvoor de volgende soorten
broedvogels genoemd als doelsoorten: kievit, patrijs, velduil,
scholekster, ringmus, veldleeuwerik, kerkuil, torenvalk, kneu en gele
kwikstaart. Buiten het broedseizoen is de focus gericht op geelgors,
veldleeuwerik, kleine zwaan en ruigpootbuizerd.
De natuurbeheermaatregelen voor deze soorten bestaan uit: drie,
zes, negen tot twaalf meter brede akkerranden, vogelakkers met
strokenteelt waar vogels foerageren en broeden, percelen met
zomergraan die ruimer ingezaaid worden en waarvan de stoppel in
de winter blijft liggen, en wintervoedselakkers om het voedselaanbod
voor overwinterende akkervogels te vergroten.
DE KERKUIL BROEDT GRAAG BIJ BOEREN IN SCHUREN EN STALLEN .
In 2021 werd in totaal circa 1.000 hectare ingezet. Op Texel is in
akkerbouwgebieden daarnaast nog voor 1.800 hectare subsidie
beschikbaar voor legselbeheer en is 80 hectare ingezet voor de teelt
van alternatieve krachtvoergewassen. De opzet en de ontwikkeling
van het agrarisch natuurbeheer vormt een belangrijke schakel in de
verbetering van het leefgebied ‘Open akkerland’ voor akkervogels,
dat gericht is op het duurzaam veilig stellen en ontwikkelen van
akkervogelpopulaties in provincie Noord- Holland.
9.3 Het Meetnet Agrarische Soorten
Om de effecten van het agrarisch natuurbeheer en de ontwikkeling
van broedvogels van het agrarisch gebied in beeld te
krijgen, is provincie Noord-Holland in 2020 gestart met het systematisch
in kaart brengen van (broed)vogels, middels het Meetnet
Agrarische Soorten (MAS). Verspreid over de provincie zijn 350 telpunten
neergelegd. Jaarlijks worden hiervan 141 punten geteld,
waarvan 56 telpunten jaarlijks en 85 tweejaarlijks. Naar rato van de
׉	 7cassandra://JuNyuC1EViR3NNPLAcoZH1sHTwvxIdCo_-iOPn0_Pno+`j a,wj3.׉E1RINGMUSSEN ZIJN STERK AFHANKELIJK VAN HET BOERENLAND.
DE PATRIJS IS EEN BIJZONDERE EN SCHAARSE AKKERVOGEL IN NOORD-HOLLAND.
oppervlakte van het leefgebied ‘Open akkerland’ komt dit neer op
1 telpunt per 500 hectare leefgebied. De ligging van de telpunten sluit
aan op de werkgebieden van de vier agrarische collectieven en zijn
zodanig in het open veld gelegen dat ze over het algemeen als strikt
agrarisch kunnen worden gezien. De punten liggen niet alleen in het
leefgebied ‘Open akkerland’, maar ook in zogenaamd ‘wit gebied’. Deze
gelden als referentiepunten waardoor de ontwikkelingen in het leefgebied
‘Open akkerland’ en de effecten van het agrarisch natuurbeheer in
het bijzonder, geduid kunnen worden. Naast de 141 professioneel getelde
punten, zijn ook tel punten voor vrijwilligers beschikbaar. Door corona is
het werven van vrijwilligers tot dusver nog niet uit de verf gekomen.
Provincie Noord-Holland, de agrarische collectieven en Grauwe Kiekendief
– Kenniscentrum Akkervogels, streven ernaar om de komende jaren,
overeenkomstig de meetnetten in andere provincies, het aandeel door
vrijwilligers getelde punten flink te verhogen. Op dit moment worden
ten noorden van Amsterdam en op Texel in totaal 20 punten door
vrijwilligers geteld.
67
OP TEXEL VINDEN WE HOGE DICHTHEDEN VAN DE VELDLEEUWERIK.
׉	 7cassandra://4QGySnyulaKWoXhO8MYOWUQCjEjjh2ZaYCcQLH0ZSFU.`j a,wj3.a,wj3.
בCט   {u׉׉	 7cassandra://X3zTZTdegXQkcu_5MSxG7-MhdSE4Gk3TZFlB6TZ-XBw U`׉	 7cassandra://S5TqSyLFYQy0bVGsE0AIsI-7i6kqehvAm7psKBLB6IQp`׉	 7cassandra://Xg7xGyINiHeg3EGhxanVwCDJsBeT4uA_VE26fcLuAw4#`j ׉	 7cassandra://OhBfqTP3hsH3PwbG0FNdH_QSW8p2egA4zb0CLq8YfrY6͠	a,wj3/Gט { {u׉׉	 7cassandra://QJZKoCBbNdstYW77VE5RCIz1RfQ-kIfQjU9KPZDx60k ` ׉	 7cassandra://RREKa-lien97i_gKuMWN1tvKjK6nHukPtPsfLuGSrn4y`׉	 7cassandra://P4IXJ3dxnk8gfE6lNS9UIwxMcKvLwZMe9z-Mjeps88c"`j ׉	 7cassandra://2LHLcrOmjoAm8IR6HsG9ev9agonTntTXEzEkULtTxKsT7
͠	a,wj3/H׉EHoofdstuk 9 I Meetnet Agrarische Soorten
9.4 Waargenomen soorten in 2020 en 2021
Na twee jaar onderzoek zijn in totaal 93 soorten op de bijna
250 getelde punten vastgesteld (tabel 9.1). Van elke soort is het
gesommeerde aantal territoria van alle getelde punten weergegeven.
Uit
de tellingen blijkt dat niet alleen de akkervogels zoals gele
kwikstaart, scholekster, veldleeuwerik, kievit, graspieper en fazant,
ruim aanwezig zijn in het agrarisch gebied van Noord-Holland,
maar dat ook aan water gebonden soorten als wilde eend,
meerkoet, krakeend en bergeend hier voorkomen.
Omdat veel tel punten in open agrarisch gebied liggen,
is het aandeel erf vogels, zoals bijvoorbeeld huismus,
ringmus, boerenzwaluw en huis zwaluw, beperkt. De aanwezigheid
van nachtactieve soorten zoals bijvoorbeeld
ransuil, steenuil en kerkuil blijven in het MAS blijven
onderbelicht.
68
KIEVITEN BROEDEN GRAAG OP DE KALE AKKERS.
DE GELE KWIKSTAART, HIER EEN MAN MET BLAUW PETJE IN WINTERTARWE,
IS RUIM AANWEZIG IN DE AKKERBOUWGEBIEDEN.
׉	 7cassandra://Xg7xGyINiHeg3EGhxanVwCDJsBeT4uA_VE26fcLuAw4#`j a,wj3.׉EhHoofdstuk 9 I Meetnet Agrarische Soorten
Soort
Bergeend
Blauwborst
Boerenzwaluw
Boomkruiper
Boomleeuwerik
Bosrietzanger
Braamsluiper
Brandgans
Bruine Kiekendief
Buizerd
Dodaars
Eider
Ekster
Engelse Kwikstaart
Fazant
Fitis
Fuut
Gaai
Gekraagde Roodstaart
Totaal
241
32
46
3
5
10
10
8
31
43
1
2
129
1
219
21
41
9
2
Soort
Gele Kwikstaart
Grasmus
Graspieper
Grauwe Gans
Grauwe Vliegenvanger
Groene Specht
Groenling
Grote Bonte Specht
Grote Canadese Gans
Grote Lijster
Grutto
Halsbandparkiet
Havik
Heggenmus
Holenduif
Houtduif
Huismus
Huiszwaluw
Totaal
937
72
189
57
2
6
69
17
9
1
99
2
2
67
78
184
109
14
Soort
hybride brandgans x
canadese gans
Kauw
Kievit
Kleine Karekiet
Totaal
1
110
758
111
Kleine Mantelmeeuw 5
Kleine Plevier
Kluut
Kneu
3
13
Knobbelzwaan
Kokmeeuw
Koolmees
Krakeend
Kuifeend
Kwartel
Meerkoet
Merel
Muskuseend
Nijlgans
161
40
1
73
185
95
9
436
120
1
124
Soort
Oeverzwaluw
Patrijs
Pimpelmees
Putter
Rietgors
Rietzanger
Ringmus
Roodborst
Roodborsttapuit
Scholekster
Slobeend
Smient
Soepeend
Sperwer
Spotvogel
Spreeuw
Stadsduif
Stormmeeuw
Tafeleend
Totaal
1
14
31
91
31
64
22
2
4
895
22
1
47
1
9
86
3
39
13
Soort
Tjiftjaf
Torenvalk
Tuinfluiter
Tureluur
Turkse Tortel
Veldleeuwerik
Vink
Visdief
Waterhoen
Wilde Eend
Winterkoning
Wintertaling
Witte Kwikstaart
Wulp
Zanglijster
Zomertaling
Zwarte Kraai
Zwarte Roodstaart
Zwartkop
 Tabel 9.1. Waargenomen soorten en gesommeerde aantal broedparen per telpunt (i.e. maximaal aantal vastgestelde territoria tijdens de telronden) in 2020 en in 2021 in het leefgebied
‘Open akkerland’ en omringend ‘wit gebied’.
Totaal
88
35
2
68
20
661
84
1
47
790
180
2
179
4
11
1
116
3
67
69
׉	 7cassandra://P4IXJ3dxnk8gfE6lNS9UIwxMcKvLwZMe9z-Mjeps88c"`j a,wj3.a,wj3.
בCט   {u׉׉	 7cassandra://D3xrxL0YIHmNiu9E4ImhlYHzue7ieLYiQIkQ3pmf78M ` ׉	 7cassandra://rIQQ5Ejbhhw2UO-4K9LOxZ-Nco0KXFb9ZgeTjRP2YL4͈`׉	 7cassandra://xm4JFZUWI4JsVg2MEQ_mp7ULbBATBO2qo2qKCvpA8ow!`j ׉	 7cassandra://w36ahPIh2xzMYwvzbmdtE3YzlZWZxsSxphO7NWRDoJgP(͠	a,wj3/Jט { {u׉׉	 7cassandra://BNqHw-IpH378nffnwhQkVce3XZamzS3J7_T7W8a6JxU ` ׉	 7cassandra://mz-xw0TN6zvqVleuQhqt4SdU-N_dD6O5AQFFM9MPcsǗ!`׉	 7cassandra://vZpmGnKwuGOzXiQdKcujHFvPJiyrghbYtnfk_Qswa-A `j ׉	 7cassandra://ASMMJhPiOzZfL1-UdaplaLJLe-bo-DdgDdtIgIeu2I0N(͠	a,wj3/K׉EHoofdstuk 9 I Meetnet Agrarische Soorten
Soort
Bergeend
Blauwborst
Fazant
Geelgors
Gele kwikstaart *
Grasmus
Graspieper
Houtduif
Kievit *
Kneu *
Krakeend
Kwartel
Meerkoet
Patrijs *
Roodborsttapuit
Scholekster *
Veldleeuwerik *
Wilde eend
Winterkoning
Wulp
Noord-Holland Friesland Groningen Drenthe Flevoland
2,3
0,4
2,3
0
8
0,5
1,4
1,8
7,2
1,2
2,3
0
4,6
0,2
0
7,4
3,5
7,8
2
0
0,5
0,2
0,5
0
1,4
0,2
0,1
0,5
0,9
0,1
0,3
0
0,9
0
0
1,7
0,7
2,5
0,4
0
0,4
1,6
2,2
2,8
8,6
2,9
1,9
1,5
3,5
0,9
0,8
0,7
1,2
0,1
0,5
1,4
5,1
4,6
1
0,3
0
1
1,7
3,6
7,4
4,1
2,9
1
6,4
1
0,1
1
0,9
0,2
1,3
0,6
9
2,3
0,8
0,8
0
0,2
0
0
1,7
0,4
0,5
0,4
1,2
0,3
0,1
0
0,3
0
0
0,3
0,4
0,5
0,3
0
70
 Tabel 9.2. Berekende dichtheid per 100 hectare leefgebied ‘Open akkerland’ van belangrijke
akkervogelsoorten en soorten met hoge dichtheden in Noord-Holland in 2021, vergeleken met andere
provincies. In het Natuurbeheerplan aangemerkte doelsoorten zijn aangegeven met een sterretje *.
9.5 Vergelijking met andere provincies met akkerbouw
In tabel 9.2 is een overzicht gegeven van de gemiddelde dichtheid
van de 20 belangrijkste soorten in Noord-Holland in leefgebied
‘Open akkerland’, vergeleken met de dichtheden in andere
provincies.
Het overzicht laat zien dat het agrarisch gebied van Noord-Holland
vergeleken met de andere provincies, gemiddeld de hoogste
dichtheden herbergt aan belangrijke akkervogels zoals kievit,
scholekster, kneu, patrijs. Ook de gele kwikstaart wordt in relatief
hoge dichtheden aangetroffen, al ligt de dichtheid in de Groningse
graanvelden gemiddeld genomen net iets hoger. De diversiteit
aan soorten laat zien dat Noord-Hollandse akkergebieden een
belangrijk habitat vormen. Ga ergens staan en geheid dat je gele
kwiktaarten, kieviten, scholeksters tegenkomt en als je geluk hebt
misschien zelfs patrijzen. Ten opzichte van de andere provincies,
zijn de dichtheden van blauwborst, grasmus, kwartel en veldleeuwerik
relatief laag in Noord-Holland. Ondanks dat NoordHolland
goed scoort voor aan water gebonden soorten is de
aanwezigheid van blauwborst er beperkt. Dit in tegenstelling tot
akkergebieden in Groningen en Drenthe waar de soort algemeen
is in door rietruigte omzoomde sloten. In 2021 ontbraken binnen
de cirkels van de telpunten, geelgors, roodborsttapuit en wulp als
broedvogel.
׉	 7cassandra://xm4JFZUWI4JsVg2MEQ_mp7ULbBATBO2qo2qKCvpA8ow!`j a,wj3.׉EHoofdstuk 9 I Meetnet Agrarische Soorten
Soort
Bergeend
Blauwborst
Fazant
Geelgors
Gele kwikstaart
Grasmus
Graspieper
Houtduif
Kievit
Kneu
Krakeend
Kwartel
Meerkoet
Patrijs
Roodborsttapuit
Scholekster
Veldleeuwerik
Wilde eend
Winterkoning
Wulp
Texel
3,2
0
2
0
7,4
0,2
2,2
1,4
8,5
0,7
0,3
0,1
1,8
0
0
10,2
11,6
7,4
0,3
0
HN
2
0,5
2,2
0
8,1
0,7
1
1,9
6,6
1,3
2,8
0
5,7
0,3
0
7,3
0,7
7,7
2,7
0
WLD
3,3
0,5
4,5
0
7,1
0
0,8
1,8
7,3
0,5
5,3
0
6,6
0,3
0
4,3
0,8
12,9
2,3
0
NHZ
0
0,8
1,2
0
11,4
0
2,4
2
9
3,5
0,8
0
1,2
0,4
0
1,2
5,5
2,8
0,4
0
Totaal
2,3
0,4
2,3
0
8
0,5
1,4
1,8
7,8
1,2
2,3
0
4,6
0,2
0
7,8
3,5
7,8
2
0
 Tabel 9.3. Berekende dichtheid per 100 hectare leefgebied ‘akkerland’ van belangrijke akkervogel soorten en
soorten met hoge dichtheden in Noord-Holland in de werkgebieden van de agrarische collec tieven De Lieuw
Texel, Hollands Noorden (HN), Water Land & Dijken (WLD) en Noord-Holland Zuid (NHZ) in 2021.
9.6 Vergelijking tussen agrarische collectieven
Nu duidelijk is dat akkergebieden in Noord-Holland hoge dichtheden
aan akkervogels kunnen herbergen is het interessant om te
zien hoe de dichtheden zich verhouden tot de collectieve
beheergebieden in de provincie. In tabel 9.3 is een overzicht
gegeven van de dichtheden in het leefgebied ‘Open akkerland,
op Texel, Hollands Noorden, Water, Land & Dijken en Noord
Holland Zuid in 2021.
Binnen het agrarisch gebied van de noordelijk provincies werden
in 2021 de hoogste dichtheden van gele kwikstaart, kievit, kneu
en patrijs, gevonden in het werkgebied van Noord-Holland Zuid,
namelijk de Haarlemmermeerpolder. Texel scoorde goed met zeer
hoge dichtheden aan veldleeuwerik en scholekster. Als grootste
akkerbouwgebied in de provincie, neemt het werkgebied van
Hollands Noorden een tussenpositie in met bovengemiddelde
aantallen van gele kwikstaart, grasmus en kneu. Ondanks een
forse oppervlakte aan akkerbouw blijft de dichtheid van veldleeuwerik,
met minder dan 1 paar per 100 hectare, bijzonder laag
in Hollands Noorden. Dit is ook te zien in andere kleiregio’s langs
de kust, zoals in Friesland en Groningen waar veldleeuweriken,
ondanks substantiële oppervlakten akkerbouw, eveneens lage
dichtheden scoren.
71
׉	 7cassandra://vZpmGnKwuGOzXiQdKcujHFvPJiyrghbYtnfk_Qswa-A `j a,wj3.a,wj3.
בCט   {u׉׉	 7cassandra://VTW1Lwdczz5Wj0_nWljy_W-yvObC1t0dU1zLrIEiU8k `׉	 7cassandra://At2hOkwVbEP6gmkiZsD8ymAzQuPmbqhedYs9LhDoniE͋`׉	 7cassandra://Skl6rzH9U47LuYYBqzkh5il1-8-zlTkcwo2EXpPhIH0&`j ׉	 7cassandra://ANE2wBmw8LpVIuDkomm9hSpVMIwfSarS6EpcCe32t-Eͼw͠	a,wj3/Mט { {u׉׉	 7cassandra://kO88OUdAG0dBHYUjMlEWIsuKJ8NyfH1bArtbKNeyxbQ `׉	 7cassandra://1fIc0c2oulVKkUocix-wdh1wi9OziJm27SnIwzudbg8{`׉	 7cassandra://S3_reHOBWAmuzzjn5AFQ3v3riWikbveRSqaaNUF3Wzs$`j ׉	 7cassandra://w5dCE8NI1VipZNfdW2X2NiJeRwd0hfAQ3QZjZxsxAqI ͠	a,wj3/N׉E#Hoofdstuk 9 I Meetnet Agrarische Soorten
9.7 Effecten van agrarisch natuurbeheer
Uitgesplitst naar telpunten met of zonder agrarisch natuurbeheer,
is te zien dat verschillende soorten vogels hogere dichtheden
hebben in telpunten waarin ook agrarisch natuurbeheer ligt.
Dit geldt bijvoorbeeld voor blauwborst, gele kwikstaart, grasmus,
graspieper, kievit en kneu. Bij natuurmaatregelen in het werkgebied
van Water, Land & Dijken en Hollands Noorden lag het
aantal kneuen in 2021 hoger. Op Texel en in Noord-Holland Zuid
scoorden juist graspieper, kievit en veldleeuwerik goed bij de
natuurmaatregelen. Duidelijk is dat scholeksters in 2021 juist
wegbleven bij de natuurmaatregelen, zonder dat hiervoor een
ver klaring aanwezig is. Bij de patrijs was geen verschil zichtbaar
was tussen telpunten met agrarisch natuurbeheer of zonder.
9.8 Ook Noord-Holland hoge aantallen akkervogels
De akkergebieden in Noord-Holland herbergen relatief hoge
aantallen akkervogels. De dichtheden van gele kwikstaart, kievit,
kneu, patrijs, scholekster en veldleeuwerik in de werkgebieden
van de verschillende agrarische collectieven overstijgen, soms
zelfs aanzienlijk, de dichtheden in andere provincies. Hiermee past
Noord-Holland in een rij provincies met hoge aantallen aan
akkervogels, zoals Drenthe (relatief hoge aantallen van geelgors,
gele kwikstaart, grasmus, graspieper, kwartel, veldleeuwerik en
wulp) en Groningen (relatief hoge aantallen van geelgors en gele
kwikstaart). Bergeend, wilde eend, krakeend, kuifeend en
meerkoet zijn kenmerkend voor het akkergebied van de provincie
Noord-Holland en hebben vergeleken met andere leefgebieden
Open akkerland hoge dichtheden.
72
WINTERVOEDSELAKKERS KUNNEN GROTE AANTALLEN VOGELS AANTREKKEN
ZOALS HIER VINK, KEEP EN RINGMUS.
DE FAZANT IS IN NOORD-HOLLAND VEEL VASTGESTELD OP DE MEETPUNTEN.
׉	 7cassandra://Skl6rzH9U47LuYYBqzkh5il1-8-zlTkcwo2EXpPhIH0&`j a,wj3.׉EHoofdstuk 9 I Meetnet Agrarische Soorten
De effecten van het ingezette agrarisch natuurbeheer
moeten de komende jaren duidelijk
worden. Na twee jaar onderzoek blijkt, vergelijkbaar
met de inzichten in andere provincies, dat soorten
als grasmus, kneu, blauwborst en fazant, zich het
meest aan getrokken voelen tot de maatregelen.
Daar waar kieviten en veldleeuweriken doorgaans
lijnvormige natuurmaatregelen mijden, lijken beide
soorten op Texel te profiteren van een combinatie
van weidevogelbeheer (uitstel van werkzaamheden
op het land tegen vergoeding) en een
substan tieel aandeel vlakdekkende maatregelen,
zoals vogelakkers en minder dicht gezaaide graanpercelen.
Het voorbeeld van Texel levert een
belangrijk inzicht op, namelijk dat weidevogelbeheer
zich niet zou moeten beperken tot graslandgebieden,
maar dat het ook in akkergebieden
een belangrijke aanvulling kan zijn op de verbetering
van leefgebied Open akkerland en voor
de soorten die daarvoor komen.
Henk Jan Ottens is onderzoeker, Grauwe
Kiekendief bij Kenniscentrum Akkervogels
73
׉	 7cassandra://S3_reHOBWAmuzzjn5AFQ3v3riWikbveRSqaaNUF3Wzs$`j a,wj3.a,wj3.
בCט   {u׉׉	 7cassandra://MtxADHw_m6FJTk6UUc51LiaD5G33bnCY3evimkbF-8k Z`׉	 7cassandra://6jLDFaCbTaDtT-doia-Ad63uQChgqQ2TctiffHwwFJIͨ`׉	 7cassandra://dWeRRcP8JwTbUc2rMfYx-drw0zory6c8CleWb1rK10c/`j ׉	 7cassandra://M_x4ZKgSqA2I4uUB7C5N-ocj2i9ROuQnw9nvBsmT9TI &v͠	a,wj3/Pט { {u׉׉	 7cassandra://0d7WgCFLd1AcnspKlRP4JRHg4I9DwFymyF0MSIpfFnQ `׉	 7cassandra://zJLplIx8W3x7srQ30rl23kXc57ARS56PopVl5yRyWjsͳ`׉	 7cassandra://qNhpLhM8Y5X4yUfl4g8aO0cNyuM3aFj99u-oEHUb7vw-`j ׉	 7cassandra://Zk0pc2sg-VMJn70yxe2G8nZph6H7zbJpLpsRb_kVW-wb͠	a,wj3/Qנa,wj3/V pc̍9ׁHhttp://www.waarneming.nlׁׁЈנa,wj3/U ! 9ׁH 'http://www.boerenlandvogelsnederland.nlׁׁЈנa,wj3/T N(̕9ׁHhttp://www.waarneming.nlׁׁЈ׉EHoofdstuk 10
Op weg naar een patrijzenparadijs op Wieringen!
HERMAN VOS EN ELLEN MUL
10.1 Gebiedsdekkende monitoring
Om meer inzicht te krijgen in de patrijzenpopulatie op Wieringen, in relatie
tot de ligging en effectiviteit van het agrarische natuurbeheer, is door
de Agrarische Natuurvereniging (ANV) Hollands Noorden in 2020 een
gebiedsdekkend monitoringsplan voor de patrijs opgesteld. Dit plan werd
opgesteld omdat tijdens de reguliere akkervogeltellingen de trefkans om
patrijzen waar te nemen gering bleek. Met de uitvoering van deze
gebiedsdekkende monitoring wil ANV Hollands Noorden inzicht krijgen in
het aantal patrijzen, verspreiding, het broedsucces en overleving. Aan de
hand van de resultaten van deze tellingen gaat ANV Hollands Noorden
een beheerplan opstellen en met de uitvoering daarvan patrijzen
duurzaam beschermen.
74
PAARTJE PATRIJZEN, MET LINKS HET WAKENDE MANNETJE MET HOEFIJZERVORMIGE VLEK OP BORST.
10.2 Tellingen 2020; gemiddeld 6 kuikens
In het voorjaar van 2020 hebben veldmedewerkers met behulp van
22 vrijwilligers drie gebiedsdekkende tellingen uitgevoerd, gebruikmakend
van een recorder om geluid af te spelen. Tijdens deze tellingen zijn
ongeveer 40 waarnemingen van patrijzen vastgesteld. Daarnaast is
gebruik gemaakt van waarnemingen van de site www.waarneming.nl .
Het aantal territoria is berekend aan de hand van de Broed Monitoring
Project (BMP) richtlijnen. Op basis daarvan zijn er uiteindelijk zesentwintig
territoria vastgesteld.
׉	 7cassandra://dWeRRcP8JwTbUc2rMfYx-drw0zory6c8CleWb1rK10c/`j a,wj3.׉EIn het najaar van 2020 is met behulp van twee gebiedsdekkende
tellingen en waarnemingen van lokale vrijwilligers, agrariërs en
observaties van www.waarneming.nl, het broedsucces bepaald.
Daaruit bleek dat 18 van de 26 broedparen gemiddeld 6 kuikens
hebben groot gekregen, oftewel een bruto territoriaal succes van 69
procent.
EEN UITGEKOMEN PATRIJZENNEST.
10.3 Tellingen voorjaar 2021
Er zijn in 2021 zowel tellingen in het voorjaar als het najaar
uitgevoerd. De voorjaarstellingen bepalen het aantal territoria, de
najaarstellingen bepalen het broedsucces. In dit voorjaar zijn voor
het tweede achtereenvolgende jaar drie gebiedsdekkende tellingen
uitgevoerd met behulp van maar liefst 26 enthousiaste vrijwilligers
en veldmedewerkers. De inventarisaties zijn in tweetallen
uitgevoerd. De tellingen zijn volgens dezelfde methodiek uitgevoerd
als de tellingen in 2020 (Vos & Mul, 2020). Net zoals vorig seizoen, is
Wieringen opgedeeld in vier geografische telgebieden waarbij de
N99 een natuurlijke barrière en grens vormde. De twee grote
telgebieden zijn opgedeeld in iets kleinere plots omdat we de
beschikking hadden over 4 extra vrijwilligers.
Van begin maart tot half april zijn drie tellingen uitgevoerd, twee
avondtellingen en één ochtendtelling. De avondtellingen starten
een uur voor zonsondergang tot een half uur daarna. De ochten dtelling
startte een half uur voor zonsopgang en duurde tot het hele
telgebied was afgewerkt. Om dubbeltellingen uit te sluiten werd in
alle telgebieden gelijktijdig gestart en stonden de duo’s via
de ‘patrijzenapp’ met elkaar in contact. Elk duo had de beschikking
over een bluetooth geluidsrecorder die verbonden was met de
smartphone. Iedere 200 meter werd het geluid van een haantje
afgespeeld en werd geluisterd of een territoriaal haantje reageerde door
terug te roepen. De roepende haantjes werden op een veldkaart
ingetekend met tijdstip en biotoop waarin ze werden gehoord.
Al deze waarnemingen werden in de webapplicatie
www.boerenlandvogelsnederland.nl ingevoerd.
Daarnaast zijn buiten deze drie tellingen nog aanvullende waarnemingen
op andere invoerportalen ingevoerd en zijn de waarnemingen via
de website www.waarneming.nl bekeken en geanalyseerd. Deze
waarnemingen zijn meegenomen bij de interpretatie van de territoria en
heeft uiteindelijk drie extra territoria opgeleverd. Aan de hand daarvan zijn
alle waarnemingen geclusterd op één werkkaart waaruit het aantal
territoria is vastgesteld.
10.4 Reactie op geluid haantje, afhankelijk van vestigingsfase
In het veld bleek dat territoriale haantjes totaal verschillend reageren op het
afspelen van geluid. Dat scheelde per individu of paar. Sommige haantjes
reageerden luidkeels en kwamen geagiteerd aanvliegen, terwijl andere
vogels totaal geen reactie gaven en rustig foerageerden.
Soms kwam een paartje van ver aanvliegen, gepaard gaande met één kort
roepje, om vervolgens dertig meter voor de tellers bijna onzichtbaar in
75
׉	 7cassandra://qNhpLhM8Y5X4yUfl4g8aO0cNyuM3aFj99u-oEHUb7vw-`j a,wj3.a,wj3.
בCט   {u׉׉	 7cassandra://hzs7Ik-fl92KMJGd_G44Zn14hARDZZ1BU_9r0P-uzGQ I`׉	 7cassandra://R6fFlNr9lelWhnDzxC3DJRjmLkcHK0BwFVXQiTjexvY͔`׉	 7cassandra://6ouBdgIh_gBGCi2ZyXaR8kC3zdrg-s3WSnxG5SiOR8s'$`j ׉	 7cassandra://gdEhFf5VVLYQHleEhrAv8GDmGKfa2bP-4dgIGD5bWWM͟͠	a,wj3/Wט { {u׉׉	 7cassandra://51y-opstYhgjHff78Bv2_h-LkSPGnTbR9ocUFl-WEOQ Or`׉	 7cassandra://-oEFeDJTdBIM-Bbi-fRFgLMUCe4xZ4fyXIfLjXSSbU8͞`׉	 7cassandra://az89tjkJ7WwqiXMRhWTZyc4vRw963ww7KPGismvAHkQ*f`j ׉	 7cassandra://zgjM7bsRlgZoN2ZvrkTt13Z-XAmTZixNj8nSTBeGP_Ee ͠	a,wj3/Xנa,wj3/[ l̒9ׁHhttp://www.waarneming.nlׁׁЈ׉E	MHoofdstuk 10 I Op weg naar een patrijzenparadijs op Wieringen!
 Figuur 10.1. Verspreidingskaart van de territoria van patrijs in 2021.
Groen omcirkeld zijn de territoria met broedsucces.
het gras te verdwijnen. Het kan zijn dat de reactie te maken heeft
met de tolerantiegrens van een patrijzenpaar of in welke fase het
paar zich in de vestigingsfase bevindt.
76
10.5 Aantal territoria in 2021
Tijdens de voorjaarstellingen zijn ongeveer vijftig waarnemingen
van patrijzen vastgesteld. Uiteindelijk zijn vijfendertig territoria
vastgesteld en ingevoerd in de webapplicatie
www.boerenlandvogelsnederland.nl. Niet alleen zijn er meer
waarnemingen vastgesteld dan vorig jaar, ook het aantal territoria is
hoger dan vorig seizoen, toen we uiteindelijk op zesentwintig
territoria uitkwamen. Dat wil niet direct zeggen dat de werkelijke
aantallen zijn toegenomen, omdat de verdeling en het tijdstip van
de tellingen niet geheel identiek was ten opzichte van vorig seizoen.
Twee grote telgebieden zijn namelijk opgedeeld in vier meer
behapbare plots, waardoor ze nog intensiever en secuurder
gemonitord zijn. De mogelijkheid bestaat, dat daardoor meer
patrijzen waargenomen zijn.
In de Polder Waard Nieuwland bleken echter geen verschillen te zijn,
maar in het kleinschalige gebied rondom Stroe, zijn vier territoria
meer vastgesteld ten opzichte van vorig seizoen. Gelijk aan 2020,
is het gering aantal territoria ten zuiden van de N99 (zie figuur 10.1).
Wat betreft de Polder Waard Nieuwland is dit geen verrassing.
Het gebied is grootschaliger en het grondgebruik relatief intensief.
Vooral in de leg- en broedfase vinden hier veel agrarische werkzaamheden
plaats.
In de Westerlanderkoog en op de hoogste plek van Wieringen
(De Bult) zijn geen patrijzen waargenomen. De Westerlanderkoog
is een weidevogelgebied met hoge dichtheden van grutto,
tureluur, kievit en scholekster. Vooral in de buurt van Wester- en
Oosterklief lijken de omstandigheden landschappelijk gezien wel in
orde voor de patrijs. Dit gebied is relatief kleinschalig en in het
telgebied bevinden zich beweide percelen, kruidenrijke graslanden,
bouwlandpercelen, akkerranden en wintervoedselakkers. Toch zijn
in dit deel nauwelijks patrijzen waargenomen. Op de hoogste plek
van Wieringen (De Bult) zal met de juiste beheermaatregelen,
die we opnemen in het beheerplan, de vestiging van patrijzen
wel mogelijk zijn.
׉	 7cassandra://6ouBdgIh_gBGCi2ZyXaR8kC3zdrg-s3WSnxG5SiOR8s'$`j a,wj3.׉E
 Hoofdstuk 10 I Op weg naar een patrijzenparadijs op Wieringen!
10.6 Najaarstellingen; meer broedparen dan gemiddeld
In 2021 hebben vrijwilligers wederom twee gebiedsdekkende
najaarstellingen uitgevoerd, waarbij het broedsucces van de
patrijzenpaartjes in kaart is gebracht. Daarnaast zijn aanvullende
waarnemingen van lokale vrijwilligers, agrariërs en observaties
via www.waarneming.nl gebruikt. In totaal hebben 23 van de
35 broedparen gemiddeld vier kuikens vliegvlug gekregen. Oftewel
een Bruto Territoriaal Succes (BTS) van 66 procent. Wanneer we dit
vergelijken met het broedsucces van vorig seizoen, kunnen we
concluderen dat het BTS iets lager is, maar dat er meer broedparen
met gemiddeld minder kuikens zijn geteld. In 2020 zijn namelijk
26 broedparen geteld waarvan 18 stellen met gemiddeld 6 kuikens,
oftewel een BTS van 69 procent.
10.7 Beheerplan voor de patrijs
Aan de hand van de resultaten en ervaringen kunnen we een
gebiedsaanpak formuleren voor een duurzame bescherming van de
populatie patrijzen op Wieringen. Dankzij meldingen van deelnemende
agrariërs en door de inzet van vrijwilligers en veldmedewerkers
van de Agrarische Natuurvereniging Hollands Noorden
en Landschap Noord-Holland, weten we precies waar ze zitten en
waar niet. Daarom is een juiste aanpak met verschillende maatregelen
van groot belang om patrijzenpopulaties op Wieringen te behouden
en te ontwikkelen. Projectmedewerker Dorien de Haan, van ANV
Hollands Noorden, is bezig met haar laatste jaar van de studie Bos- en
Natuurbeheer op Hogeschool van Hall Larenstein in Velp. Zij gaat
voor haar afstuderen werken aan een beheerplan voor een duurzame
bescherming van de patrijzen op Wieringen. De door vrijwilligers
verzamelde gegevens geven hierbij een zeer waardevolle input.
10.8 Conclusie
Een voorzichtige conclusie is dat de patrijs
zich erg thuis voelt in kleinschalige gebieden
met kruidenrijke graslanden afgewisseld met
de akkerpakketten die Agrarische Natuurvereniging
Hollands Noorden samen met
haar deelnemende boeren heeft
gerealiseerd. Positief nieuws is dat het relatief
goed gaat met de patrijzen op Wieringen.
Dat biedt veel hoop voor de komende jaren!
Dankwoord
Wij danken hierbij alle vrijwilligers die voor
dag en dauw zijn opgestaan om de patrijzen
in kaart te brengen.
Literatuur
Vos. H., & E. Mul. 2020. Mul 2020. Hoeveel patrijzen
scharrelen er op Wieringen rond? Jaarboek
Boerenlandvogels Noord-Holland, 2020.
Herman Vos en Ellen Mul zijn beide
werkzaam voor de Agrarische
Natuurvereniging Hollands Noorden
TELLERS MONIQUE BOERSEN EN NATHAN VOLKERS
OP ZOEK NAAR PATRIJZEN.
77
׉	 7cassandra://az89tjkJ7WwqiXMRhWTZyc4vRw963ww7KPGismvAHkQ*f`j a,wj3.a,wj3.
בCט   {u׉׉	 7cassandra://q91Ia_CuYqclOubw6t_f7syu-wLhGe0hzWzeO58i89o `׉	 7cassandra://1W6fMSLROHDKf10TEoq4xQ2co7LZYAjPdyRS-CU548M͠`׉	 7cassandra://BFGLmMdoCknbEdbZe8mCdprjsNgsMHeAwyG_aYBBI1E0`j ׉	 7cassandra://9pD2e5uquea7Jsvz50h6N7HtG6LKnbsKAQeRw73IDSQ͠	a,wj3/\ט { {u׉׉	 7cassandra://r0Rb7mXXSdgcMp8bSepv3NUPvH8h4C4SwgEs89YqC4A ?`׉	 7cassandra://sXAw8dR5_-3Du2fqF8gpNe50Wlgv_rZg6slIfMRo_3g~`׉	 7cassandra://ersezPoLmcJEwQWllLJobF0sQ-9-q_gDfWcTEz82Z7E%j`j ׉	 7cassandra://rxZNhLfiqEV_NOxUMLFZB0dx8W7TGBiGicVjm6wIYMsͷ͠	a,wj3/]׉EHoofdstuk 11
Paalwoningen voor scholeksters in de Woudpolder
Hoe een mislukt experiment uitmondde in paalwoningen voor scholeksters
WIM TIJSEN
11.1 Bedenker paalwoningen
De familie Al is op hun boerderij in de Krommenieër Woudpolder
altijd al met weidevogels begaan. Ze wonnen in 2017 het
Gouden Grutto Pul van de Vrijwilligersraad van ANV Water,
Land & Dijken. Boer Gertjan Al uit Krommenie, bedenker van de
succesvolle ‘paalwoningen’ voor scholeksters: “Omdat er bij ons
altijd visdieven en kluten rondvliegen, dacht ik dat een drijvend
vlot in de sloot, met wat schelpjes erop, ze wel zou aantrekken.
Een veilige broedplaats in verband met grondpredatoren, zoals
vos en hermelijn, die hier ook rondlopen. In 2018 plaatsten we er
een viertal in een brede sloot, maar het werd niks. De vlotjes
hadden last van golfslag in de sloot en waaiden alle kanten op.
Ze keken er niet naar om. Dus dachten we, als we nu twee palen
in de sloot slaan, met daarop een houten vlot met opstaand
randje, met wat steenslag en schelpjes erin, dan staat het steviger.
De vrijwilligers: Bob van Duin, Jur van der Steen en Wim Brussel
hadden er trouwens een hard hoofd in, eerlijk gezegd.” Totdat ze
in 2019 enthousiast uit het veld kwamen met de heugelijke
mededeling bij Gertjan Al dat er op twee ‘paalwoningen’ al een
paartje scholeksters zat! En niet één, maar vier van de vijf plateau’s
raakten dat jaar bezet en kregen ook één of meer kuikens
vliegvlug. Dat smaakte naar meer…
78
SCHOLEKSTER PAAR MET KUIKENS OP ‘PAALWONING’.
׉	 7cassandra://BFGLmMdoCknbEdbZe8mCdprjsNgsMHeAwyG_aYBBI1E0`j a,wj3.׉EGERTJAN AL BIJ ZIJN ‘PAALWONINGEN’.
11.2 Naast paalwoningen ook visdiefvlotjes
Vanaf 2019 is het aantal paalwoningen gestaag uitgebreid en
gemonitord door de vrijwilligers. Vooralsnog lijkt de vrees,
dat de nesten wellicht door hierop anticiperende luchtpredatoren
worden gevonden, ongegrond. Het uitkomstpercentage van de
‘paal-scholeksters’ ligt boven het gemiddelde van scholeksternesten
op de grond. De kuikens springen, aangemoedigd door
de ouders, meestal binnen één dag van het plateau het water in.
Om vervolgens naar de kant te zwemmen. Ze worden in het
weiland door de ouders gevoerd en beschermd. Voorwaarde
is wel dat er geen steile slootkanten zijn, maar dat is in dit
veenweidegebied niet aan de orde. Met behulp van ANV Water,
Land & Dijken zijn dit jaar een viertal drijvende visdiefvlotjes op
het water gelegd tussen de paalwoningen. En jawel, daar maakte
dit jaar ook één scholekster succesvol gebruik van! Vooralsnog lijkt
het erop dat scholeksters extra goed reproduceren op de paalwoningen!
En wat Gertjan betreft: “Wat ik nu zo mooi vind is dat
er meer ANV’s en particulieren met deze opzet van paalwoningen
zijn gestart en ook resultaten boeken met scholeksters en zelfs
visdiefjes”.
Wim Tijsen is projectmedewerker boerenlandvogels
bij Landschap Noord-Holland
Tabel
Jaar
2019
2020
2021
Aantal
paalwoningen
5
11
23
Bezettingsgraad
80%
45%
43%

Tabel 11.1. Resultaten paalwoningen tussen 2019-2021
Uitkomst
percentage
100
100
80
79
SCHOLEKSTER BROEDEND OP ‘PAALWONING’.
׉	 7cassandra://ersezPoLmcJEwQWllLJobF0sQ-9-q_gDfWcTEz82Z7E%j`j a,wj3.a,wj3.
בCט   {u׉׉	 7cassandra://SMS6lDEegN30rkfa4DLzzUIRTN058web8IeKoYWHWI8  P`׉	 7cassandra://YsO06gnA7Y3oe1qXq8utx_RzbQu_pV5WQbNnrHfVaSUͨM`׉	 7cassandra://Dv2CxoN8z14BnUJZ3ghJ8g-46bZEdCPk-UOnaxw_cWc1(`j ׉	 7cassandra://neSvpBjOSgy_jYANr8BKEyXcvt8hZWvj_AtduZDOaoc 	͠	a,wj3/_ט { {u׉׉	 7cassandra://LOiisdvjM9TkfKk1iVVVt4mMfVeAgvS3Hi9N4bkyCBs  `׉	 7cassandra://w4IOjr8jPdUaNzlUuEQy5OfhILBtbu4VaZj-mzen6pMͳ:`׉	 7cassandra://TWULye1eZkJn2mNrzVYPUoXY65sBFCcFmrD7mnx8TNc3/`j ׉	 7cassandra://jj2_8IvukF5Q6vGZoEmM1WCFpQDWIApqTM7SSCGOheA Q&͠	a,wj3/`נa,wj3/b 9ׁH "http://www.scholekstersophetdak.nlׁׁЈ׉EHoofdstuk 12
Scholeksterplateaus
Proef ter verbetering van het nestsucces van de scholekster
HERMAN VOS EN WIM TIJSEN
12.1 Plateaus voor ‘bonte piet’
Al heel lang gaat het niet goed met de scholekster en nemen de
aantallen af. Volgens Sovon is er sinds 1984 sprake van een significante
afname van <5 procent per jaar. De staat van instandhouding
als broedvogel voor ons land is dan ook zeer ongunstig. De recente
Vogelatlas van Nederland (SOVON 2018) laat zien dat er in ons land
nog tussen de 35.000 en 43.000 broedparen zijn. Voedselgebrek in
de overwinteringsgebieden en onvoldoende broedsucces worden
als belangrijkste oorzaken genoemd. De dalende trend van onze
boerenlandvogels, dus ook van de scholekster, baart de Agrarische
Natuurvereniging Hollands Noorden grote zorgen. Daarom is een
project gestart om het nestsucces van de ‘bonte piet’ te verbeteren
door het plaatsen van zogenaamde scholeksterplateaus.
12.2 Plateaus positieve invloed op nestsucces
Uit cijfers van het gehele werkgebied blijkt dat een deel van de
scholeksterlegsels niet uitkomt. Met name op het voormalige eiland
Wieringen, waar een relatief hoge dichtheid aan scholeksters is
door de ligging aan de Waddenzee, was het aandeel predatie
aanzienlijk. Uit beelden van wildcamera’s in dat gebied bleek dat
vooral grondpredatoren de oorzaak zijn van die verliezen. Het gaat
hierbij om rat, vos, egel en marterachtigen. Om het nestsucces van
80
BROEDENDE SCHOLEKSTER IN ‘GAASBAKJE MET SCHELPEN’.
GESCHWITSED VAN TUINWAL, OP ÉÉN METER AFSTAND, NAAR PLATEAU.
׉	 7cassandra://Dv2CxoN8z14BnUJZ3ghJ8g-46bZEdCPk-UOnaxw_cWc1(`j a,wj3.׉Ede scholekster te verhogen zijn dit seizoen, in samenwerking met
agrariërs en vrijwilligers, in het werkgebied van de vereniging als
proef vijfentwintig scholeksterplateaus geplaatst. De proef is
geslaagd als scholeksters gebruik gaan maken van de plateaus en dit
ook daadwerkelijk een positieve invloed heeft op het nestsucces.
12.3 Scholekster zoekt het hogerop
Scholeksters zijn erg honkvast wat betreft de keuze van het
broedterritorium. Bijna elk jaar komen ze terug op hun oude stek
op zoek naar een geschikte nestlocatie. Je komt ze op de meest
vreemde plekken tegen en steeds vaker zoeken scholeksters het
hogerop waar ze veilig zijn voor de meeste grondpredatoren. Dat
doen ze ook in het overwegend agrarische landschap. Zo is bekend
dat sommige scholeksters gebruik maken van knotwilgen, kuilvoerhopen,
daken van oude boetjes, afdakjes voor schuilend vee en een
enkel keer nestelen ze in oude dampalen. Op Texel en Wieringen
maken ze regelmatig dankbaar gebruik van tuinwallen. Een deel
van de scholeksters, grofweg 4 procent (Ens et al., 2011) broedt in
het stedelijk gebied waarbij ze onder andere gebruik maken van
platte daken in steden, wat ze ook doen in dorpen en industrieterreinen
op het platteland. In 2021 zijn er 879 meldingen van
scholekster nesten op daken (bron www.scholekstersophetdak.nl).
Deze website biedt hierover veel informatie. Het idee om
scholekster plateaus boven water te plaatsen is niet nieuw.
Onder andere via de Boerenlandvogel nieuwsbrief van Landschap
Noord-Holland, kwam de informatie dat deze werkwijze met succes
werd toegepast door veehouder Gertjan Al uit Krommeniedijk,
zie hoofdstuk 11 van dit jaarboek.
HOE BAKJE OP DE PALEN WORDT GEPLAATST IN DE SLOOT.
SCHOLEKSTER OP KNOTWILG, EEN GELIEFD ALTERNATIEF ALS BROEDPLEK.
81
׉	 7cassandra://TWULye1eZkJn2mNrzVYPUoXY65sBFCcFmrD7mnx8TNc3/`j a,wj3.a,wj3.
בCט   {u׉׉	 7cassandra://SYXYfVbdPveDGP70fpOBV9HHAHzHZZ3a2KhbV2fx_ak :`׉	 7cassandra://bCZiqmg33uTQNhC5-AX1AfW0BdqyTjEWqnlt-nOL--s͸B`׉	 7cassandra://ST6b_88P6OxgtxdGGW9NDyGnUNW8qvf-jxbdCXblQUA.`j ׉	 7cassandra://D8a0QDWhcb8QNI9o3h3lWIfuDnz9b-NCf81BHaUAzFY F<͠	a,wj3/cט { {u׉׉	 7cassandra://HTl7UalG3ATf9rvc9PatH3aAtQo4PwK8R2jRI_i80-s @`׉	 7cassandra://NDjr2f56n81yxCGdyKWt97DWKSydRbQqHsyrkoAKuZg͂`׉	 7cassandra://Vuf2o72hFc5wRxSJCHqNqvS3kVwjQBhLNv_TSI8zyxo ]`j ׉	 7cassandra://oVg4GPn84aUBxtA-C350yX7PZDizt4gH7nDawD6qeQY?<͠	a,wj3/e׉E	$Hoofdstuk 12 I Scholeksterplateaus. Proef ter verbetering van het nestsucces van de scholekster
Tabel 12.1. Plaatsen, biotoop en resultaten
met waargenomen soorten op plateaau’s. 
12.4 Kratjes met schelpen
Tijdens dit project zijn twee verschillende soorten plateaus gebruikt.
Het gaat hierbij om een houten bak van 60 bij 60 cm waar een paar
gaten voor waterafvoer in zijn geboord en gaaskratjes die worden
gebruikt in de bollen- en aardappelteelt. Deze bakken en
gaaskratjes zijn gevuld met een dikke laag schelpen. De plateaus
zijn boven verschillende types ondergrond geplaatst namelijk;
grasland (3), bouwland (1) en boven water (21) (Zie tabel 12.1).
De hoogte varieerde van 60 tot 100 cm boven de verschillende
types ondergrond. In bijna alle gevallen werd een locatie gekozen
in de buurt van uit het verleden bekende broedterritoria.
De plateaus zijn gedurende het hele broedseizoen wekelijks
gemonitord door veldwerkers van de ANV Hollands Noorden,
vrijwilligers en door een student toegepaste biologie van de Aeres
MBO Almere. Tijdens de monitoring werd een vaste route gevolgd
en werden de plateaus gedurende 15 à 20 minuten geobserveerd
met behulp van een telescoop en/of verrekijker. Door deze
werkwijze is verstoring door de monitoring uitgesloten.
82
SCHOLEKSTER-PLATEAU MET KUIKENS OP PLATEAU IN GREPPEL-PLAS.
12.5 Op Wieringen veel plateaus in gebruik
Belangrijke vragen waren of scholeksters gebruik maakten van
deze plateaus en of er onderscheid was in type plateaukeuze en
ondergrond. Van de vijfentwintig plateaus in het werkgebied van
de ANV Hollands Noorden, zijn er zes in gebruik genomen door
scholeksters (zie tabel 12.1). Op twee plateaus zijn pogingen tot
nestelen ondernomen door visdieven, maar dit leidde niet tot
nestsucces. Daar zijn verstoringen en concurrentie met storm- en
zilvermeeuwen waargenomen. Van de vier plateaus die boven
gras- en bouwland stonden, zijn er twee succesvol in gebruik
genomen door scholeksters. Van de eenentwintig plateaus boven
water, zijn er vier succesvol bewoond door scholeksters.
Op Wieringen, waar relatief veel scholeksters voorkomen, was de
bezetting op de plateaus verhoudingsgewijs hoger dan in de rest
van het werkgebied: Wieringen 44 procent om 12,5 procent in de
rest van het werkgebied. In de keuze van type plateau is geen
verschil waargenomen tot nu toe.
׉	 7cassandra://ST6b_88P6OxgtxdGGW9NDyGnUNW8qvf-jxbdCXblQUA.`j a,wj3.׉E.Bedrijf en Plaats
Golfbaan, Westwoud
G. Pool, Leekerlanden
Fa. Zonneveld, Julianadorp
Ecovar Wennekers, Schagen
Ecovar Wennekers, Schagen
Fa. Mulder-Helder, Wieringen
Fa. Mulder-Helder, Wieringen
Fa. Mulder-Helder, Wieringen
Fa. Mulder-Helder, Wieringen
Fa. Mulder-Helder, Wieringen
C. Tijsen, Wieringen
C. Tijsen, Wieringen
J. Zomerdijk, Wieringen
C.N. Koorn, Wieringen
C.J. de Jong, Langereis
R. van Straten, Spanbroek
T. Blank, Mijzenpolder
A. Blauw, Hoogwoud
J. Hoebe, Opmeer
J. Leeuw, De Lage Hoek
J. Leeuw, De Lage Hoek
Fa. Lammers, Middenmeer
M. den Hertog, Beetskoog
Enza, Enkhuizen
Enza, Enkhuizen
Soort op plateau
Scholekster
x
x
x
x
Scholekster
x
Scholekster
Scholekster
Scholekster
x
x
x
x
x
x
x
x
Visdief & zilvermeeeuw
Scholekster
x
x
x
Visdief
x
Biotoop
water
water
water
water/plasdras
water/plasdras
water
water
water/greppel-plasdras
gras
gras
gras
bouwland
water
water
water
water
water
water
water
water
water
water
water
water
water
Resultaten
Broedsel 2 kuikens, onbekend aantal vliegvlug
Geen activiteiten
Geen activiteiten
Geen activiteiten
Verkenningen, geen broedsel
Broedsel, 3 kuikens, niet vliegvlug
Vestigingspogingen, geen broedsel
2e broedsel-4ei, 1 kuiken vliegvlug
Twee x broedsel, 2 x kuikens, niets vliegvlug
Broedsel-1ei, verlaten
Geen activiteiten
Geen activiteiten
Verkenningen, geen broedsel
Geen activiteiten
Geen activiteiten
Geen activiteiten
Geen activiteiten
Geen activiteiten
Verkenningen, geen broedsel
Onbekend resultaat
Geen activiteiten
Verkenningen, geen broedsel
Geen activiteiten
Verkenningen, geen broedsel
Geen activiteiten
83
׉	 7cassandra://Vuf2o72hFc5wRxSJCHqNqvS3kVwjQBhLNv_TSI8zyxo ]`j a,wj3.a,wj3.
בCט   {u׉׉	 7cassandra://JjKCYVFWj7BWxZDuMwK5ydA8WbVjThtpZ_y2NdJ-mMo r`׉	 7cassandra://E7TVMUorShWdrby-uAxLU2ET__mGNbZO32h91cgoCI8͙`׉	 7cassandra://G6-tkMWawp39N2SOGpZSykm9nSwmhsTzOtUS_fKDwJs.`j ׉	 7cassandra://x92I1fv7ZbmRaGBhXbfP1x8rBMGducq4Lmj51ZORfu8͠	a,wj3/iט { {u׉׉	 7cassandra://9YbPgCjlCnyDzNcPUhHcwf5PfUjzR2ERjbRRQgmXSr0 {`׉	 7cassandra://Tp63IMDW4bvbGFWA2zdIljejRMnO3HinA8MY5H8Jal0͘C`׉	 7cassandra://hOqG21zNvKOmlf-G0sjfYURGgYOasaTocr8UWXkDqKY,$`j ׉	 7cassandra://5fLnTw3jxXsKQa4XgLUjvvUwSVScH1XLYpxOmaR8Ttg͠	a,wj3/m׉EEHoofdstuk 12 I Scholeksterplateaus. Proef ter verbetering van het nestsucces van de scholekster
12.6 Plateaus aantrekkende werking; project krijgt vervolg
Op basis van slechts één broedseizoen kan er nog weinig over het
project gezegd worden. Er is meer informatie nodig om te zien of
het nestsucces van de scholeksters op de plateaus een
verbetering oplevert. De plateaus zijn wat laat in het seizoen
geplaatst, in de periode dat de sommige scholeksters hun
broedterritorium al betrokken hadden. Het is beter is de plateaus
vóór de start van het broedseizoen te plaatsen.
Van twee, via kleurringen, individueel herkenbare scholeksterpaartjes
op Wieringen weten we dat ze eerst een mislukt broedsel
op de grond hadden door predatie. Om vervolgens een succesvol
tweede broedsel op een plateau in de directe nabijheid boven
water te hebben. Blijkbaar hebben de plateaus wel een
aantrekkende werking op eerdere grondbroeders en in dit geval
een stukje lerend vermogen voor deze paartjes opgeleverd.
De ANV Hollands Noorden wil deze proef voor een langere
periode uitvoeren en monitoren. Aan de hand van meer
gegevens kan het gebruik van de zogenaamde scholeksterplateaus
geoptimaliseerd en beter in kaart gebracht worden.
Vooralsnog worden alle agrariërs en vrijwilligers bedankt voor
hun bijdragen aan het proefproject scholeksterplateaus.
UITKOMEND NEST OP SCHOLEKSTER-PLATEAU.
Literatuur
Ens B.J., Aarts B., Hallmann C., Oosterbeek K., Sierdsema H., Slaterus R., Troost G.,
van Turnhout C., Wiersma P., & van Winden E. 2011. Scholeksters in de knel:
onderzoek naar de oorzaken van de dramatische achteruitgang van
de Scholekster in Nederland. SOVON-onderzoeksrapport 2011/13.
SOVON Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen.
Herman Vos is veldmedewerker bij de ANV Hollands Noorden. Wim Tijsen is projectmedewerker boerenlandvogels bij Landschap Noord-Holland
84
׉	 7cassandra://G6-tkMWawp39N2SOGpZSykm9nSwmhsTzOtUS_fKDwJs.`j a,wj3.׉EjHoofdstuk 13
Steeds meer Noord-Hollandse weidevogelgebieden
onder stroom
NIENKE KWIKKEL
13.1 Grondpredatoren
Om weidevogelpopulaties in stand te houden is behalve een
kwalitatief goed leefgebied in toenemende mate het weren van
predatoren nodig. In het Aanvalsplan Grutto is predatorenbeheer
daarom ook als één van de vier maatregelen genoemd om
de kansgebieden te laten slagen. Met name grondpredatoren
kunnen plaatselijk grote invloed hebben tijdens de nestfase.
Een methode voor het weren van met name de vos is het
plaatsen van elektrische vossenrasters. In dit artikel geven we een
overzicht van de vossenrasters die in Noord-Holland zijn geplaatst
om zo inzicht te geven in de inspanning die beheerders veelal
vrijwillig doen en de ervaringen te delen.
13.2 Predatie: een complex probleem
De twee belangrijkste oorzaken van de achteruitgang van
weidevogels zijn habitatverlies door bijvoorbeeld stedelijke uitbreiding
met de bijbehorende infrastructuur en het intensievere
landgebruik door de landbouw (Teunissen et al., 2020). Dat zorgt
voor een neergaande trend in aantallen (Kleyheeg et al., 2020).
Vanwege deze afname zijn natuurbeheerders alle mogelijke
maatregelen aan het nemen en onderzoeken (Laidlaw et al., 2021).
Daarnaast is de toegenomen predatiedruk een extra probleem
voor weidevogels omdat ze in sommige gebieden daardoor geen
goed broedresultaat meer hebben. Door de inspanning van
beheerders en vrijwilligers is er een aardig beeld van eierpredatie.
Kuikenpredatie is lastiger vast te stellen omdat zij mobiel zijn
nadat zij uit het ei zijn gekropen.
DE PAALTJES MET DRADEN WORDT HIER AAN DE WATERLIJN GEPLAATST.
85
׉	 7cassandra://hOqG21zNvKOmlf-G0sjfYURGgYOasaTocr8UWXkDqKY,$`j a,wj3.a,wj3.
בCט   {u׉׉	 7cassandra://AOsAATJVa7ijBVfI1Xt7GINeIzPV2oTBHnbKTi9rZOw G`׉	 7cassandra://yAv88uhcGLnfjokXf12jUh-n4-LYCOyDoTln7BQl9JQͪ`׉	 7cassandra://wypMBfquwEmLjAgkBX1z4SjQ1hbeQAWSblN6S363KMg)9`j ׉	 7cassandra://3AT6wuEYiB4INe6zl9HUH6f6sRLFLLrhyIQRh1OCJSYͱ͠	a,wj3/qט { {u׉׉	 7cassandra://Zxd5i3-xtKy0VLmMOSaKcFxxFbKgj4pS3v7qeW_8Tu4 %;`׉	 7cassandra://gaU94df_O-BsgEUiKoOK47l6AOH5F6SZ-5T62OHaxjgͷ`׉	 7cassandra://jJX8Le8X2e9ON4Eej_qEjHETYHLlrTFi5Q79d47DOFk,(`j ׉	 7cassandra://kHPE8Ncvg9HfF67dOkrCeXHt0G5vqwrF7bCpd9bQZEM͠	a,wj3/s׉EKHoofdstuk 13 I Steeds meer Noord-Hollandse weidevogelgebieden onder stroom
86
Predatie is een complex probleem, maar het is wél natuurlijk.
Roofdieren eten eieren, kuikens of volwassen weidevogels en
weidevogels hebben allerlei strategieën om predatie tegen te
gaan. Bij vroege legselpredatie gaan veel soorten over tot tweede
leg, al zijn de overlevingskansen van late legsels minder groot.
Bij kuikenpredatie gaan de vogels over het algemeen niet meer
over tot een nieuw legsel, zodat kuikenpredatie een groter effect
heeft op de aantalsontwikkelingen. De invloed van predatie is een
wisselwerking tussen het landschap, het landgebruik en het
beheer ervan en de aanwezigheid van predatoren. Onderzoek
heeft uitgewezen dat bij grote dichtheden van met name kieviten
de natuurlijke verdediging hoog is (Teunissen et al., 2020). Ook
openheid van het landschap en een mozaïek aan verschillende
vegetatiestructuren verminderen de predatie. Daar waar alle
omstandigheden voor de weidevogels gunstig zijn kan het tegengaan
van predatie zorgen voor meer broedsucces.
De afgelopen jaren is predatie bij de vier kernweidevogels (grutto,
kievit, tureluur en scholekster) toegenomen. Dit verschilt per soort
en per landschapstype. In Noord-Holland is de predatie in de zeekleigebieden
gemiddeld 39 procent en in het veenweidegebied
26 procent (Teunissen et al., 2020). Over het algemeen veroorzaken
zoogdieren de grootste predatie, en vliegende predatoren minder
in de legselfase. Maar dat verschilt sterk per gebied. Het effect van
met name de vos is groot, zichtbaar en vaak met emoties beladen.
Een vos kan in één nacht een veld met nesten leeg eten. Eén van
de maatregelen die genomen kan worden is het plaatsen van een
elektrisch raster om vossen uit het gebied te houden. De aanwezigheid
van de vos in Noord-Holland is dan ook de belangrijkste
reden om een vossenraster te plaatsen.
IN DE ZANDPOLDER IS EEN NIEUW SYSTEEM TOEGEPAST: BIJ ONDERHOUD
WORDEN DE PAALTJES OPGEKLAPT.
13.3 Beslisboom voor predatiemaatregelen
Voordat met rasters gewerkt gaat worden, moet duidelijk zijn wat
de invloed is van predatie op het nestsucces, of het leefgebied en
het beheer voor weidevogels op orde is en welke soort de
belangrijkste `dader` is. Anders heeft het nemen van maatregelen
weinig zin. Vogelbescherming heeft daarom samen met Sovon
een beslisboom gemaakt om een besluit te kunnen nemen over
maatregelen. In goede weidevogelgebieden waar veel predatie is
door vossen, kan een zogenaamd elektrisch vossenraster uitkomst
bieden om de nesten te beschermen. Voor een agrariër kan een
vossenraster behoorlijk impact hebben bij het gebruik van zijn
land. Op dit moment wordt het uitrasteren niet vergoed binnen
het subsidiestelsel van Agrarisch natuur en landschapsbeheer.
Deze maatregel moet dus wel passen bij de bedrijfsvoering.
Een gebied dat al natuurlijk begrensd is door brede wateren werkt
׉	 7cassandra://wypMBfquwEmLjAgkBX1z4SjQ1hbeQAWSblN6S363KMg)9`j a,wj3.׉EHoofdstuk 13 I Steeds meer Noord-Hollandse weidevogelgebieden onder stroom
het best omdat een zwemmende vos de draden van een raster
niet kan ontwijken. Wanneer het effect van de vossenrasters na
verloop van jaren niet meer voldoende is (vossen zijn slim), dan
kunnen er nog aanvullende maatregelen genomen worden.
Visuele, akoestische of geurafschrikking kan ook nog ingezet
worden bij de rasters (Laidlow et al., 2021). In Nederland wordt
hier nog niet mee gewerkt, maar in Engeland zijn daar positieve
resultaten mee behaald.
13.4 Opbouw raster
Meestal is het geen raster, maar zijn het drie of meer schrikdraden
bevestigd aan paaltjes die in een sloot of op een oever zijn
geplaatst. Deze draden zijn aangesloten op een schrikdraadapparaat
die de draden onder spanning zet. De stroombron kan
op netspanning (220 volt) zijn of geleverd worden door een
batterijunit en/of zonnepaneel. Wanneer een dier tegen de draad aan komt,
wordt de stroomkring gesloten en krijgt hij een schok. Over het algemeen
bestaat een raster uit stevige houten palen die om de circa 50 meter zijn
geplaatst met daartussen om de 15 à 20 meter flexibele schrikdraadpaaltjes.
Daar worden de draden op gespannen, waarbij de onderste draad 15 cm boven
de grond of het water gespannen wordt. De tweede draad 25 cm boven de
eerste draad, enzovoorts. Het schrikdraad moet ook bij dammen en hekken
geplaatst worden. Soms is het nodig schapengaas te monteren op damhekken.
Er zijn standaardpakketten te koop (bijvoorbeeld Solarfence). De meeste rasters
zijn tijdelijk opgezet vóór het broedseizoen en worden in juni of juli weer
afgebroken. Dan is het land weer beter bereikbaar en bruikbaar voor het vee.
13.5 Onderhoud rasters en gebieden
Door de groei van de vegetatie tegen de stroomdraden kan er stroom weglekken.
Alle rasters worden dus zeer regelmatig gecontroleerd. Tijdens de telrondes
wordt er ook regelmatig een rondje raster gelopen. Er zijn veel vrijwilligers
betrokken bij de controle en onderhoud. De rasters bij agrariërs zijn vaak in eigen
beheer uitgevoerd, waarbij er in een aantal gevallen hulp was van vrijwilligers.
Er zijn apps (bijvoorbeeld LudaFarm) die de spanning monitoren en een seintje
geven als er te weinig spanning op de draden zit. Bij sommige apps kan ook de
stroom aan- en uitgezet worden. Over het algemeen wordt er minstens één keer
in het seizoen gemaaid om de draden weer vrij te maken en te houden. Draden
die in de sloot geplaatst zijn, zijn onderhoudsarmer, maar bij het Landje van
Gruijters zorgde een wisselend waterpeil ook voor stroomverlies. In de Wilmkebreekpolder
begrazen schapen en later vleeskoeien de percelen rond het omrasterde
hooiland. Ook accepteren ze wat stroomverlies in de loop van het seizoen.
Om het onderhoud van het raster in de Zandpolder eenvoudiger uit te voeren heeft
een medewerker van Landschap Noord-Holland een technische aanpassing gedaan
op het raster. Zie kader ‘Opklapbaar raster t.b.v. onderhoud terrein’ op pagina 92.
IN DE HEMPOLDER IS DEEL VAN DE GRASLANDEN UITGERASTERD
OM PREDATIE TEGEN TE GAAN.
87
׉	 7cassandra://jJX8Le8X2e9ON4Eej_qEjHETYHLlrTFi5Q79d47DOFk,(`j a,wj3.a,wj3.
בCט   {u׉׉	 7cassandra://ol6R7Kcek-NCxu03iOUl21znFvKvqJIlT_NzW07C39s =`׉	 7cassandra://fvxBL8UYVkzx2Gn2sUVPQKpRwDgOEzIWDA2iGL813NIm`׉	 7cassandra://PkSYWCPWZHJFYpv-rY0W2u0c5UaX_bpFFu8C0Y7eOJQ=`j ׉	 7cassandra://qptKXDSEhqKtEEredP-exn_drF6-9g4MZPl1TvZmucwI(͠	a,wj3/uט { {u׉׉	 7cassandra://NGPAPCcI3nwbpRS_cHVjZnxqCL1KUy72pjaTz85Qi5E e`׉	 7cassandra://-25wuPIf3Rojru91ORnELqqUGaNAVWCArWl984pX7AIi`׉	 7cassandra://tnk59ti3fSshxC7OlTMS453expaZSY8ehrjMBwHJmHQ!`j ׉	 7cassandra://0C_4njfcyjEVdVmBRNtIUwCaljOnkYai5lwdoJxTtRwS͠	a,wj3/v׉E Tabel 13.1. Cijfers vossenrasters Noord-Holland in 2021.
Locatie
Aantal
wildrasters
Assendelverveld
Noord
Bovenkerkerpolder
De Hooge Weide, Uitgeest,
Castricum en Heemskerk
Egmondermeer
Egmondermeer
Eilandspolder west
Hekslootpolder
Hempolder
Landje van Gruijters
Noorder IJ en Zeedijk.
Assendelft
Oterlekerpolder aan de
Huijgendijk
Polder Oterleek
88
1
2
7
1
1
1
2
1
1
1
2
1
Beheerder
Sinds Omtrek
in (km)
Agrariër
Agrarische Natuurvereniging
Noord-Holland
Zuid
Stichting
Agrariër
Agrariër
Agrariër
Vereniging Behoud de
Hekslootpolder
St. Duurzaam Natuurbeheer
Landje van Gruijters
Agrariër met vrijwilligers
en ANV
Agrariër met vrijwilligers
Agrariër
2017
Landschap Noord-Holland 2021
4,7
1,2
2018 0,9
2021
2017
1,5
1,8
0,8
4,4
2005 11
Oppervlakte
(ha)
11,8
45
96
6
3,9
1,9
54
6
4,5
12
6,9
3,2
ja
ja
ja,
vermoeden
vos
ja,
wel een
vos in het
raster
ja
ja
Ja
1 raster met 3
wildcamera's
3 wildcamera's
ja
Ja,
2 stuks
vos
kraai-achtigen,
meeuw-achtige
vos
vos, kraai-achtigen,
hond
marterachtige,
kraai-achtigen
hermelijn, rat,
kraaiachtigen
11
93
74
23
13
136
Effectief Wildcamera
aanwezig
Gesignaleerde
predatoren (met
de wildcamera)
goed, deels
verstoord,
ja
3 camera's die
verplaatst
werden
huiskat
zwarte kraai,
kauw, rat, egel,
zilvermeeuw
Schatting
aantal
nesten
20
125
׉	 7cassandra://PkSYWCPWZHJFYpv-rY0W2u0c5UaX_bpFFu8C0Y7eOJQ=`j a,wj3.׉EHoofdstuk 13 I Steeds meer Noord-Hollandse weidevogelgebieden onder stroom
Locatie
Aantal
wildrasters
Polder
Oterleek
Purmerland-Noord/Zuidoost
Ronde Hoep
Uitgeester- en
Heemskerkerbroek
Varkensland Overleek
1
2
1
1
1
Ver. Harger- en Pettemerpolder 2
Wijderwormer: Zuiderweg Zuid 1
Wilmkebreekpolder
1
Zandpolder te Callantsoog
Zeevang Hobrede-Kwadijk
Zeevang Hobrede-Kwadijk
3
1
3
Zeevang Middelie-N247-Noord 2
Zeevang GrooteKoog
Zeevang Westerweeren
Zeevang Westerweeren
1
1
3
Beheerder
Sinds Omtrek
in (km)
Agrariër
Agrariër
Agrariër
Agrariër
Agrariër
Agrariër
Stichting
0,9
3,2
Oppervlakte
(ha)
3,9
14,1
50
2,7
3,2
3,3
9,1
2015
Landschap
Noord-Holland 2016
Agrariër
Agrariër
Agrariër
Agrariër
Agrariër
Agrariër
1,2
2,2
3,9
4,8
0,6
2,1
2,9
7
11,7
8,5
16,7
17
1,9
7,6
15
ja
ja
nee
ja
ja
ja
ja
Ja
nee
1 camera bij
een nest
buiten raster
vos
20
36
vos
148
18
18
37
vos, huiskat,
kraai-achtigen,
meeuw-achtigen
Effectief Wildcamera
aanwezig
ja
ja
ja
Gesignaleerde
predatoren (met
de wildcamera)
Schatting
aantal
nesten
23
87
117
1
39
54
89
׉	 7cassandra://tnk59ti3fSshxC7OlTMS453expaZSY8ehrjMBwHJmHQ!`j a,wj3.Áa,wj3.
בCט   {u׉׉	 7cassandra://2gYAHY5iPAIPkBID4a7pw7nezXviUN8xg5NbBWpYZBM j` ׉	 7cassandra://qHHRa1lbh_kbDcKGTWmhr6NclJxZreedXfUA_DLRDyw͎`׉	 7cassandra://oB_EHpGubJSshaQKzD1Cigv79pR3esEvSPIcxtb_vVEg`j ׉	 7cassandra://MhrN0WbIm8PV95gsOrwYylXGOLXFENVpXmp8GW7LY3U<͠	a,wj3/xט { {u׉׉	 7cassandra://B4Vd1UVEG9bubBBNHr_m25rfIPMfOMFiiA0UKTv06O4 `׉	 7cassandra://stKI1Bqn8b4ESsTNeA8rKbRJT7mJB1ooWZqQvm7pr30ͣ`׉	 7cassandra://Q-bJzSNdZNmbJeaRM621-LPPlzx61X_P0ofmwph0HEc6Q`j ׉	 7cassandra://iexUOZV990QYmFdbU9y91APzqQGi6brtBMwTe8fnepo w$͠	a,wj3/y׉EHoofdstuk 13 I Steeds meer Noord-Hollandse weidevogelgebieden onder stroom
90
13.6 Resultaten
In Noord-Holland zijn er dit jaar minimaal 50 rasters geplaatst,
van 45 rasters hebben we meer gedetailleerde gegevens.
Alle beheerders geven als voornaamste reden om een raster te
plaatsen o.a. de aanwezigheid van de vos en verhoogde predatie
uit het verleden aan. De vos is talrijk in het duingebied en rond
Amsterdam en van daaruit zijn vossen de rest van Noord-Holland
ingetrokken. Alleen op Texel worden geen rasters ingezet bij
afwezigheid van vossen. In totaal is er ruim 400 hectare afge rasterd,
met vele kilometers draad. Het plaatsen en onderhouden van een
raster is een vaardigheid die de beheerders zich eigen moet maken.
Landschap Noord-Holland heeft dit jaar een Whats-Appgroep
aangemaakt onder de verschillende beheerders en vrijwilligers
van de vossenrasters om vragen en ervaringen te kunnen delen.
De meeste rasters hebben hun beschermende werk gedaan.
In 2 van de 45 rasters is er (vermoedelijke) een vos binnen het
raster terecht gekomen. Bij 19 rasters heeft een wildcamera
gestaan. Soms vast, soms voor een kortere periode. Er zijn
verschillende predatoren op de camera gesignaleerd.
De predatoren zijn de vos (in vijf gebieden), zwarte kraaien,
verschillende soorten meeuwen, egel, katten en een hond.
Dit zegt alleen iets over de aanwezigheid, niet over het effect van
de predatoren op de nesten. De effectiviteit van de rasters was
overwegend goed, gaven de gebruikers en beheerders aan.
In een aantal gebieden is er daarnaast predatie geweest vanuit
de lucht door o.a. zwarte kraaien en/of kauwtjes.
Het uitkomstpercentage van de legsels is lang niet binnen alle
rasters bepaald, in de afgerasterde gebieden worden er
overwegend geen nesten gezocht. Van de 551 nesten in NoordHolland
waar is aangegeven dat deze beschermd zijn door een
vossenraster, is opvallend dat het uitkomstresultaat met slechts
twee procent verhoogd is. Veelal wordt met behulp van BMPtellingen,
Quick Scan Beheer Monitoring en BTS-tellingen
geconcludeerd dat het nest- en broedsucces binnen de rasters
hoog was. Met name in vergelijking met de resultaten en dichtheden
in het beschermde gebied in de jaren vóór de plaatsing
van het vossenraster.
13.7 Rasters dragen bij om weidevogels in stand te houden
Het plaatsen, onderhouden en weer opruimen van schrikdraadraster
is tijdsintensief en vergt een behoorlijke investering in
materialen en manuren. Belangrijk is om de (deel)gebieden goed
te monitoren, zodat de resultaten vergeleken kunnen worden met
onbeschermde delen. Waarbij structurele inventarisaties van
predatoren, met o.a. aandacht voor het gedrag, kunnen helpen
om de effectiviteit van de rasters vast te kunnen stellen. De voorlopige
resultaten van de rasters zijn positief en leveren een bijdrage
om deelpopulaties van weidevogels in stand te houden, met
name in die delen waar de dichtheden van weidevogels hoog zijn
en beheer en biotoop op orde zijn.
׉	 7cassandra://oB_EHpGubJSshaQKzD1Cigv79pR3esEvSPIcxtb_vVEg`j a,wj3.׉EGEBRUIK VAN WILDCAMERA GEEFT INZICHT
IN AANWEZIGHEID VAN PREDATOREN.
Dit artikel is tot stand gekomen met input van Andries Kamstra, Mark Kuiper,
Tom Jongeling, Siebold van Breukelen, Willem Overweg, Jan van Pelt, Johan
Stuart, Jos Brouwer, Erwin Schellinger, Jordi Frowijn, Rienk Slings en Martine
Bijman (en de leden van de agrarische natuurvereniging Water, Land & Dijken).
Nienke Kwikkel is projectleider Boerenland vogels bij Landschap Noord-Holland
Literatuur
Rebecca A. Laidlaw, Jennifer Smart et al., 2021, Predator management for breeding waders:
a review of current evidence and priority knowledge gaps Wader Study 128(1).
Teunissen, W., Kampichler C., Majoor F., Roodbergen M., & Kleyheeg E. 2020.
Predatieproblematiek bij weidevogels Sovon Vogelonderzoek Nederland.
Kleyheeg E., Vogelzang T., van der Zee I. & van Beek M. 2020, Boerenlandvogelbalans 2020.
Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen / LandschappenNL, De Bilt.
Nederland, Nijmegen / LandschappenNL, De Bilt.
IN DE HEMPOLDER HEEFT HET RASTER GOED GEFUNCTIONEERD.
91
׉	 7cassandra://Q-bJzSNdZNmbJeaRM621-LPPlzx61X_P0ofmwph0HEc6Q`j a,wj3.Ła,wj3.ā
בCט   {u׉׉	 7cassandra://R2CU3dfdBIVycbO8fHfFUdbyFMqRoXIr0miaUxkTgMI -
`׉	 7cassandra://uSj-jeIBtms8U9cWbvgcd_du6G7cDrnqsmdCjCv6jVA͛y`׉	 7cassandra://BekVO-uDg55ZdsDSkGup9sfO7Q-R9UZu1uOGmqWPUl0,~`j ׉	 7cassandra://jNIR91SaodLy6jb7VwgAtFS5WXiAyjwBL6EY4nnG3ow͠	a,wj3/{ט { {u׉׉	 7cassandra://C8gbz_1nNszzoXh-F3omFzq4iPNNKkk1vgCdDtLVWU4 }`׉	 7cassandra://k6Zft7bVRA0V-K_Str0fsvgzq0aWZcqdGl-kuVlvVLYͤ=`׉	 7cassandra://H8ZBxhnl4jOvv0EBt6xCFzno7LBzwMnWr-xBYxRwkIY4`j ׉	 7cassandra://knXIfbmWYgDWIewCW9miZ2abUki0usQLWNhrvGXqT8M Y7@͠	a,wj3/|׉E!Opklapbaar raster t.b.v. onderhoud terrein
DE PAALTJES ZIJN OMHOOG GEKLAPT: MAAIEN MAAR!
Om de broedvogels te beschermen tegen grondpredatoren maakt
Landschap Noord-Holland in verschillende natuurgebieden gebruik
van elektrische rasters. Één van deze gebieden ligt midden in het
poldergebied tussen Callantsoog en Groote Keeten en tussen de
Nollen van Abbestede en de Noordduinen: de Zandpolder.
De Zandpolder is aangelegd in verschillende fases.
Bij de inrichting de Zandpolder is vooral rekening gehouden met
broedende kustvogels. Zo zijn er in Zandpolder fase 3 een aantal
schelpeneilanden gemaakt die vele visdiefjes en kokmeeuwen
gebruiken als broedplaats. Ook op de oevers van Zandpolder fase 2
broeden soorten zoals tureluurs, kluten, scholeksters bontbekplevieren
en kleine plevieren. In de graslanden van Zandpolder fase
2 broeden kieviten en grutto’s.
Sinds de aanleg van Zandpolder fase 3 wordt gebruik gemaakt van
een elektrisch raster om de broedvogels en hun nesten te
beschermen. Na een aantal jaar was dit raster hoog nodig aan
vervanging toe. Landschap Noord-Holland is toen gaan kijken naar
een type raster dat predatoren goed buiten weet te houden, maar
ook makkelijk is in onderhoud van het terrein zoals maaien. Door
contact tussen draden en het hoge gras loopt de elektrische
spanning terug en is frequent maaien noodzakelijk. Zo is Landschap
Noord-Holland met een raster gekomen dat gebruik maakt van
paaltjes die op te klappen zijn. Hierdoor kan er makkelijk en snel
onderdoor gemaaid worden om verstoring in het gebied te
minimaliseren.
92
׉	 7cassandra://BekVO-uDg55ZdsDSkGup9sfO7Q-R9UZu1uOGmqWPUl0,~`j a,wj3.׉EIMPRESSIE NIEUWE TYPE RASTER (ONTWERP JORDI FROWIJN),
OPKLAPPEN VAN DE PAALTJES.
CLOSE-UP RASTERPAALTJE.
Jordi Frowijn: “Voordat er gemaaid gaat worden, zetten we de
paaltjes omhoog. Vervolgens maaien we met een ruwterreinmaaier
het grootste gedeelte van de vegetatie weg. Het laatste beetje gras
wordt met de bosmaaier gemaaid en de paaltjes worden weer
ingeklapt.
Inmiddels gaan we het derde seizoen in en de resultaten zijn heel
goed! Het maaien gaat meer dan twee keer zo snel ten opzichte
van het oude raster. Voor zover bekend, heeft er sinds er dit type raster wordt gebruikt,
geen enkele vos het gebied weten te betreden. Hierdoor zijn de broedresultaten zeer
goed en zijn er vele jonge vogels vliegvlug geworden en daar gaat het om.“
93
MAAIEN MET DE BOSMAAIER.
׉	 7cassandra://H8ZBxhnl4jOvv0EBt6xCFzno7LBzwMnWr-xBYxRwkIY4`j a,wj3.ǁa,wj3.Ɓ
בCט   {u׉׉	 7cassandra://OEjhxLJhy37PCvmTNzHPDE3Ud01crTjkWe8M6rBbMU8 z`׉	 7cassandra://zx5YlokmLJc9a42wJIhW3r1A1itMbx1B9PIKbFEQaos͏7`׉	 7cassandra://0BtmyRSwe9mN_tPLPMHOY2N1-R7tMkJvFfh2fOYKis4+h`j ׉	 7cassandra://H4koYErC5oaYavi9u0QU6Obg16Ln68f1dnZqZUf8ALYͮ͠	a,wj3/~ט { {u׉׉	 7cassandra://od4NAGqCwo5nrYK8K73E2pS8NiUEKSS7RU1-XXMRkLQ H`׉	 7cassandra://JS_2dZyUY1xLk3duKuC2GImrNXG8KnyiH2fvr5axD2I͘`׉	 7cassandra://2W6dj5Ro9gwBYwQCjTH9tnyi7r8iuOQNvVrjuxS3wYQ)@`j ׉	 7cassandra://FX2d3c8NoJhILEyK-lfpM2Siatb7E8Ap45elNaROvEAͭH͠	a,wj3/׉EYHoofdstuk 14
Kneu, een kleine vinkensoort
FRANK VISBEEN
14.1 Kennismaking
De kneu is een kleine vinkensoort. Een mannetjes kneu is in het
voorjaar een lust voor het oog met een fraaie karmijnrode borst en
bovenkant van zijn kop. Als de vogel gaat zingen is het dubbel
genieten. De zang kent prachtige trillers en fluittonen. Vrouwtjes en
onvolwassen vogels hebben een zwak gestreepte borst en kruin en
hebben geen rood in het verenkleed. De kneu vliegt vaak in
groepjes met golvende vlucht, druk kwetterend.
Het is een echte zaadeter en gedijt het best op plaatsen met veel
kruiden en grassen. Vroeg in de lente zijn vogelmuur, veldkers,
vroegeling en varkensgras belangrijke voedselbronnen, later ook
paardenbloem, brandnetel, distel en kaardenbol. Naast dit soort
wilde plantensoorten, foerageren ze ook op cultuurgewassen als
koolzaad, mosterzaad en lijnzaad. Ook de nestjongen eten
uitsluitend zaden.
14.2 Nesten het liefst in doornige struiken
Vanaf half april tot eind juli, broedt de kneu, meestal tussen eind
april en half juni. Heeft twee tot drie broedsels per jaar met meestal
vier tot zes eieren. De broedduur is twaalf tot dertien dagen.
Ze bouwen het nest vaak in laag en middelhoog struweel met
uitstekende takken, liefst in doornige struiken, niet te dicht en niet
te open. Plaatselijk ook in boomgaarden. Kneuen broeden graag in
semi-koloniaal verband. Ze zijn niet erg territoriaal en hebben soms
meerdere nesten in een struik. De jongen zitten twaalf tot zeventien
dagen in het nest. Na het uitvliegen, krijgen ze nog een tijdje
begeleiding van de ouders.
94
VOLWASSEN MANNETJE KNEU MET KARMIJNRODE BORST.
׉	 7cassandra://0BtmyRSwe9mN_tPLPMHOY2N1-R7tMkJvFfh2fOYKis4+h`j a,wj3.׉ESDE JONGE KNEUEN DOEN ZICH TE GOED AAN ZADEN.
IN NAJAAR EN WINTER KAN JE GROTE GROEPEN KNEUEN ZIEN OP VOEDSELRIJKE PLEKKEN.
Het talrijkst zijn kneuen in de duinen en in akkerbouwgebieden
met hagen, maar ze broeden ook op plekken met jonge aanplant,
oude struikheide met opslag en soms in stedelijke bebouwing.
Vanuit de liefst doornige struiken, ondernemen kneuen in kleine
groepjes voedselvluchten van soms drie kilometer naar plekken
met een rijk aanbod aan zaden. Vanaf juli vormen zich groepen op
voedselrijke plekken.
14.3 Via Zuidwest-Frankrijk naar Spanje en Marokko
Na het broedseizoen, vanaf half september, begint de najaarstrek
tot eind oktober met een piek rond half oktober (geschat maximum
doortrek 50.000-200.000). In Nederland broedende kneuen trekken
via Zuidwest-Frankrijk weg naar Spanje en Marokko. Ook worden in
Nederland doortrekkers uit Engeland, Duitsland en Noord-Europa
waargenomen. Kneuen zijn het hele jaar door in Nederland aan te
treffen. Overwinteraars foerageren vaak in groepen in open en
half open landschappen op ruderale terreinen en onkruidrijke
graan stoppels (geschat maximum in winterperiode 2013-2015:
25.000-40.000). De voorjaarstrek begint ongeveer half maart en
loopt tot begin mei, met een piek rond half april. Ze trekken meestal
overdag met tussenstops in grote groepen langs de kust en andere
plekken.
14.4 Spreiding
In Noord-Holland is de kneu redelijk wijd verspreid met de hoogste
dichtheden in de duinstrook waar de soort voldoende voedsel
vindt in de lage kruidenvegetatie en geschikte struwelen om in te
broeden zoals duindoorns en meidoorn. Ook op geheel Texel,
West-Friesland, Wieringen, de Westelijke Zaanstreek en Westelijke
Havengebied, is de soort aan te treffen. Duidelijk lagere aantallen
vinden we in de open poldergebieden. In de trektijd en winter
worden groepen kneuen soms waargenomen in (akkerbouw)
gebieden waar veel voedsel beschikbaar is.
14.5 Polulatie neemt toe
De aantallen kneuen in bos, heide en duin zijn sinds midden jaren
zeventig met minimaal 35-50 procent teruggelopen. In agrarisch
cultuur landschap is sprake van een afname van mogelijk meer dan
95
׉	 7cassandra://2W6dj5Ro9gwBYwQCjTH9tnyi7r8iuOQNvVrjuxS3wYQ)@`j a,wj3.Ɂa,wj3.ȁ
בCט   {u׉׉	 7cassandra://WFMwMOV57W5H0xSGqeDXFvPSmb1Qm5ssX03iUfU4HrM `׉	 7cassandra://f4f4Ea-MJk3nKkNSvzqGcO8R070U1HHrRIgEsjG_v4UOX`׉	 7cassandra://uMiSEuNWrOuxENtP7P3nE-hDYDC1vAoW4bpaWWKvS8A`j ׉	 7cassandra://aakXZDqvlkWkVimvs84JjexzHkFlh4BG92Tx5ZB0cCwͷ͠	a,wj3/ט { {u׉׉	 7cassandra://uhaqUcWVLNrr-l53CQtrYYtC3eDUM2U8Qm7s-7JDsCE `׉	 7cassandra://lpCBIPkKc8gJIj2VdrYAD_PozgmdvOjRJ2e6hgsvGDsv`׉	 7cassandra://KnZfLR7PHuNsjHd-GJ29kVr9b3pRuTVWcRAI4Shti-w!`j ׉	 7cassandra://QqWywwEd9ZX2xtqOwoCRUG9SJ4OHXH5FjX17T7GjAHk͖.͠	a,wj3/׉EHoofdstuk 14 I Kneu, een kleine vinkensoort
Kneu - Linaria cannabina
broedvogels
dichtheid
2013-2015
Kneu - Linaria cannabina
broedvogels
relatieve verandering
2013-2015
96
 Figuur 14.1. Dichtheidskaart 2013-2015. Deze kaart is gebaseerd op de Vogelatlas
van Nederland (Sovon 2018). Weergegeven is de relatieve dichtheid per vierkante
kilometer.
 Figuur 14.2. Het verschil in relatieve dichtheden km-hok presentie
tussen 1998-2000 en 2013-2015 (bron: Sovon 2018).
׉	 7cassandra://uMiSEuNWrOuxENtP7P3nE-hDYDC1vAoW4bpaWWKvS8A`j a,wj3.׉EDE LAATSTE TIEN JAREN NEMEN DE AANTALLEN KNEUEN GELUKKIG WEER TOE.
60 procent in de periode vanaf 1990. De huidige populatie
bedraagt hooguit een kwart van die anno 1960. De laatste tien
jaren stabiliseren de aantallen en treedt licht herstel op.
In Noord-Holland zien we in de periode voor 1990 een sterke
afname gevolgd door een min of meer stabiele ontwikkeling.
Buiten het duingebied is de soort na 1990 afgenomen zoals in
West-Friesland, tussen Schagen en Alkmaar, Laag Holland en delen
van Gooi en Vechtstreek. De laatste tien jaar nemen de aantallen
weer toe en die ontwikkeling past in het landelijk beeld.
In de periode 2013-2015 schatte men de landelijke populatie op
circa 30.000-50.000 broedparen.
Voor Noord-Holland dateert de laatste schatting uit de periode
2005-2009 en die bedroeg 3.000-4.000 broedparen. Rond 1990
werd het aantal broedparen in onze provincie nog geschat op
4.500-6.000.
14.6 Natuurontwikkeling
De nog altijd doorgaande intensivering van de landbouw, die
vooral ongunstig is vanwege onkruid en insectenbestrijding, heeft
het boerenland voor de kneu minder aantrekkelijk gemaakt.
De toegenomen aandacht voor natuur in akkergebieden heeft
een positieve rol. Mogelijk profiteert de soort ook van natuurontwikkeling
waar pioniervegetaties voedsel bieden en struwelen
en struiken broedplekken.
Kneu - Broedvogeltrend - Noord-Holland
160
140
120
100
60
80
40
1990
1995
2000
2005
2010
2015
2020
 Figuur 14.3 Trend van de kneu als broedvogel in Noord-Holland. Deze
grafiek is gebaseerd op het Meetnet Broedvogels (BMP). Weergegeven is
de jaarlijkse index van de broedpopulatie t.o.v. 1990 en de standaardfout.
© NEM (Sovon, RWS, CBS, provincies)
97
index
׉	 7cassandra://KnZfLR7PHuNsjHd-GJ29kVr9b3pRuTVWcRAI4Shti-w!`j a,wj3.ˁa,wj3.ʁ
בCט   {u׉׉	 7cassandra://3KFCZq5pFzHIABIBxxVivZSKEVL7Kjgxx35lD8uDeHQ |`׉	 7cassandra://oLRE06XeAEY7iGLPviOzf8dU5tI7abYsz1SrjWmtMIoqN`׉	 7cassandra://F_H6YZZ4x4DC-13SeJyZZvINVYZmdhgww84syQvctWk"`j ׉	 7cassandra://F7-Sti5zmIsLyh31d8-9kS63KYcM9Lrbnm1WfoHdjiQͭ͠	a,wj3/ט { {u׉׉	 7cassandra://O6Hr3XaKNWF5TIEItnPoB4uRU0rc35pntHUOLnSWqmg ` ׉	 7cassandra://wsFF1zGvzzz5G2G-rnHmiqHqflcAN9upLeuwrgCY7F0^`׉	 7cassandra://zUIifi5rhGfvoZi_sN7a1V-tOEiHkdJdZCysVwsTcRw`j ׉	 7cassandra://ipvDk5BAemcHttUggPO5sHtnGK1UtcDUskWvcNgnYCA͔E'͠	a,wj3/י	 ׈SG
aLHZ<綁 ddddנa,wj3/ ̷9ׁHhttp://www.boerenlandvogels.nuׁׁЈ׉E/Hoofdstuk 14 I Kneu, een kleine vinkensoort
14.7 Meer voedsel en voorkeur voor doornige struwelen
Van groot belang is dat de vogels jaarrond voldoende voedsel kunnen vinden. Het
zijn vooral de akkerbouwgebieden waar meer kansen liggen. De toegenomen
aandacht voor akkerrandenbeheer en wintervoedselveldjes ten behoeve van de
natuur kan voor de soort aantrekkelijk voedselaanbod bieden. Bij nieuwe aanplant
langs wegen en op boerenerven kan je ook rekening houden met de soort. Plant
bij voorkeur (doornige) struwelen zoals meidoorn aan. Laat in overhoekjes de
bramen bij voorkeur staan. Ook boomgaarden kunnen een gunstig broedbiotoop
bieden.
Literatuur
Ottens, H.J., Meetnet Agrarische Soorten. Jaarboek Boerenlandvogels 2021.
Scharringa, C.J.G., Ruitenbeek W. & Zomerdijk P.J. 2010. Atlas van de Noord-Hollandse Broedvogels
2005-2009.
Samenwerkende Vogelwerkgroepen Noord-Holland, Landschap Noord-Holland, Heiloo.
Sovon Vogelonderzoek Nederland 2018. Vogelatlas van de Nederlandse Broedvogels, wintervogels
en 40 jaar verandering. Kosmos Uitgevers, Utrecht Antwerpen.
www.vogelatlas.nl/atlas/soorten/soort/12590/B/ext26 Website Vogelbescherming Nederland en
van Sovon Vogelonderzoek Nederland.
Frank Visbeen is Afdelingshoofd Onderzoek & Advies bij Natuurlijke Zaken
98
AKKERRANDENBEHEER LEVERT VOOR DE KNEU MEER VOEDSEL OP.
׉	 7cassandra://F_H6YZZ4x4DC-13SeJyZZvINVYZmdhgww84syQvctWk"`j a,wj3.׉EUitgave
Landschap Noord-Holland, december 2021
Redactie
Dorien Hoogeboom, Nicole Lankhorst,
Nienke Kwikkel, Wim Tijsen & Frank Visbeen
Financiering
Provincie Noord-Holland
Nationale Postcode Loterij
Coverfoto’s
Voorzijde: D. Peskens/NIS
Foto: Gruttokuiken
Achterzijde: M. van Kammen/NIS
Foto: Grutto
Vormgeving
Opzet, Santpoort-Zuid
www.boerenlandvogels.nu
Pagina
4
5
7
9
10
11
13, 14, 19
25
27
29, 32, 35
36
37
39
40
42
43
44
58, 59
60
Fotografen
H. Brinks
M. Brouwer/NIS
H. van Bruggen
Nature in Stock (B), P. Friskorn/NIS (O)
W. Overweg
B. Ooms (L), J. Visser(R)
W. Tijsen
M. van Kammen/NIS
P. Vester
T. Hoogeveen
J. Rotteveel
D. Peskens/NIS (B), W. Doorn-Meijne (LO),
W. Tijsen (RO)
K. de Jager
H. Post
J. de Jong
J. de Jong (O), D. Usher/NIS (B)
W. Doorn-Meijne
48, 51, 54, 55, 56 D. Melman
57
M. Schaefer (B), M. Stam (O)
M. Stam-Kenter
Boven: K. Leek Onder: F. Naber
61
62
63
64
65
66
67
68
72
73
74, 75
77
78, 79
86
87, 91
92, 93
94
95
97
98
Legenda: B: boven, O: onder, L: links, R: rechts, RO: rechtsonder, LO: linksonder
L. Kelder
D. Peskens/NIS (L), O. Steendam (R)
H. Glader/NIS
L. Kelder
M. Schaefer (B), H. van Bruggen (LO), T. Baas (RO)
H. Brinks
M. Schaefer (LB), H. Brinks (RB), W. Soestbergen/NIS (O)
J. Sleurink/NIS (L), N. van Kappel/Buiten-Beeld (R)
D. Pasman/Buiten-Beeld (B), M. Schaefer (O)
W. Pattijn/Buiten-Beeld
W. Tijsen
H. Vos
K. de Jager
80, 81, 82, 83 W. Tijsen
85
R. Hovinga
M. Frowijn
Dutchphoto
M. Frowijn
W. Doorn-Meijne
M. Geven/Buiten-Beeld (L), W. Pattyn/Buiten-Beeld (R)
E. Stevens (L), J. Sleurink (R)
M. Schuurman
99
׉	 7cassandra://zUIifi5rhGfvoZi_sN7a1V-tOEiHkdJdZCysVwsTcRw`j a,wj3.́a,wj3.́
בCט   {u׉׉	 7cassandra://UWuYSz6zsHjwh7j1qNclypHIt7Z-XsabSy3cVPnjjY4 `׉	 7cassandra://XLxsfqzer1xTGFMMMZC5TiB6IbpmHdL3Jm_lJe1vFS4z<`׉	 7cassandra://9KkyAdM9R2a4-zHxeDjPePNC-3T3ny1SSooXtIq2XEE+`j ׉	 7cassandra://oeJPHXaczCnMHMuR8Yt0uG9dBsht1AKBY8Ym0B9i8Eg (͠	a,wj3/נa,wj3/ E9ׁHhttp://holland.nlׁׁЈנa,wj3/ c9׉H #http://www.landschapnoordholland.nlGׁׁЈנa,wj3/ c9ׁH $mailto:info@landschapnoordholland.nlׁׁЈ׉E Samen maken we Noord-Holland mooier. Doet u ook mee?
Stichting Landschap Noord-Holland
Postbus 222
1850 AE Heiloo
Tel. 088-00 64 400
info@landschapnoordholland.nl
www.landschapnoord holland.nl
׉	 7cassandra://9KkyAdM9R2a4-zHxeDjPePNC-3T3ny1SSooXtIq2XEE+`j a,wj3.׈Ea,wj3.ρa,wj3.΁
) ,Jaarboek Boerenlandvogels Noord-Holland 2021afrJ³Q