׉?4ׁB! בCט  u׉׉	 7cassandra://8KXk34DtKTwoK_ZFrTBzA6kydZ6lKixTLQqssTLYYS4 =X`׉	 7cassandra://Hk5oPg_a92r93L7ri-WeyUD14gL-tJl9FEdOlpEq_XQW`W׉	 7cassandra://ifwRQzttWXl-zve4oxtb2rjvy2Y1RCpmrxTTPpmmk74
`̷ ׉	 7cassandra://ocF6WfSY9xUiyS1q3KrHSFltz7OULT5HXxNX1vfrN_4 F͠cH$s~ט   u׈   frJ  נcH$s} 	D9׉Hhttp://www.grensregio.eu/GׁׁrנcH$s 	-9ׁHhttp://www.grensregio.euׁׁЈנcH$s (9ׁH  http://www.circulaironderhoud.euׁׁЈ׈EcH$sU׉E	MILIEU
Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling
Circulair Onderhoud
Binnen het project Circulair Onderhoud is door diverse
publieke en private partners gewerkt aan een
gemeenschappelijk doel: het verkleinen van de
materiaalvoetafdruk van de procesindustrie in ZuidNederland
en Vlaanderen op een manier die economisch
levensvatbaar én praktisch uitvoerbaar is.
www.circulaironderhoud.eu
Interreg Vlaanderen-Nederland subsidieert
grensoverschrijdende projecten voor slimme,
groene en inclusieve groei.
www.grensregio.eu
׉	 7cassandra://ifwRQzttWXl-zve4oxtb2rjvy2Y1RCpmrxTTPpmmk74
`̷ cH$sVcH$sUVבCט   {u׉׉	 7cassandra://GwqGRgh9ttbVs44HgUrK8aWMD-xWKxrJlzmNwDPbdGE B` ׉	 7cassandra://kN1EJHNkacdzJsy37YbL_zmEh_hO9hggNe-pM20Vseg2Z` S׉	 7cassandra://6bLErgBX0cg6GcVvDQbX3PRBrbHen0Iiu0O9UdGEyzc`̵ ׉	 7cassandra://UbzVXJkMs88dHjvJG2oq2f9ba1oqP7BUe5QXKOud_JEͤ	͠cH$sט  {u׉׉	 7cassandra://3CGir2u_ku_85xIpa5zIUzvh68fbj7W8uIbgs0xgzC0 6` ׉	 7cassandra://KXmSDO_cZVtYinpPq0HOGyNu4wfkElLh7UEG-otNr8gm`S׉	 7cassandra://DQixTDOBqYh8zlY5DYmUjR5CouD-Bl91sjMTmi3uKjMS`̵ ׉	 7cassandra://3w5CNeVTLm0GvssOqoPziddAty68EJMLUK3gPz8TOYU H͠cH$s׉EINHOUDSOPGAVE
 Project Circulair Onderhoud mede bepalend voor toekomst circulaire
economie
 BEMAS - Onderhoud cruciaal in een circulaire economie
 Faalvoorspelling van elektromotoren
 Voorspelling van de (rest)levensduur van regelkleppen
 Minimalisatie afvalstromen dankzij circulair reinigen
 Reductie emissies uit bronpunten
 Optimalisatie flensaanhaalmethodiek
 HZ University of Applied Sciences nauw betrokken bij kwantificering
duurzaamheidseffecten
 YouTube
׉	 7cassandra://6bLErgBX0cg6GcVvDQbX3PRBrbHen0Iiu0O9UdGEyzc`̵ cH$sW׉EAuteur: W. Oude Groothuis
Project Circulair onderhoud mede bepalend voor
toekomst circulaire economie
Gedurende de periode 1 april 2019 – 31 december 2022 is er in het kader van het project
Circulair Onderhoud door diverse publieke en private partners gewerkt aan een
gemeenschappelijk doel: het verkleinen van de materiaalvoetafdruk van de procesindustrie in
Zuid-Nederland en Vlaanderen op een manier die economisch levensvatbaar én praktisch
uitvoerbaar is. De corona-epidemie maakte het er allemaal niet eenvoudiger op, maar stappen
zijn er zeker gemaakt.
Zowel de Nederlandse als de Vlaamse overheid streven naar een volledige circulaire of
kringloopeconomie in 2050, waarin producten en materialen worden geproduceerd tegen een zo
gering mogelijk waardeverlies, zonder schadelijke emissies richting milieu en met een reële kans op
hergebruik. Ook is het zaak al vanaf het begin oog te hebben voor de mogelijke effecten van
onderhoud op de directe en indirecte kosten gedurende levensduur van de procesinstallatie.
Opzet
Circulair onderhoud reduceert het gebruik van materialen zonder dat het onderhoudsproces daarvoor
wijzigingen hoeft te ondergaan. Het vergroten van de kennis van innovatieve technieken die circulair
onderhoud bevorderen, heeft ook tijdens het project Circulair Onderhoud een grote rol van betekenis
gespeeld. Onder toeziend oog van het (Nederlandse) Kennis en innovatiecentrum Maintenance
Procesindustrie (KicMPi, initiatiefnemer) en de Belgian Maintenance Association (BEMAS) –
representant van de Belgische maintenance-gemeenschap − hebben de projectpartners
samengewerkt om via praktijkonderzoek, demonstraties, pilotprojecten en ondersteunende
campagnes te komen tot innovatieve oplossingen op het gebied van onderhoud en duurzaam
hergebruik. Financiering heeft plaatsgevonden binnen het Interreg V programma VlaanderenNederland,
een grensoverschrijdend samenwerkingsprogramma met financiële steun van het
Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling. Op een totaal budget van € 1.464.543,46 heeft Interreg
een bijdrage geleverd van € 710.000,00 (48,48%), mede in de hoop ondernemers bewust te (kunnen)
maken van hulpbron-efficiënte technologieën en te overtuigen van het nut van het investeren daarin.
Projectthema’s
In opzet telde het project Circulair onderhoud een viertal deelprojecten, elk met een tweetal
deelthema’s.
THEMA 1 LEVENSDUUR VOORSPELLING EN LEVENSDUURVERLENGING
1.1 Faalvoorspelling van elektromotoren (deelnemende bedrijven/organisaties: Universiteit Gent,
Evonik, BEMAS, Oiltanking (Evos), Motoren Françoys (The Rotating Company), ABB en Eriks).
In de industrie zijn nog veel inductiemotoren operationeel met een lage efficiëntieklasse (<IE3) en in
dat verband wordt gekeken of deze motoren op termijn vervangen kunnen/moeten worden door IE3of
IE4-motoren, dan wel of het economisch rendabel is ze te handhaven door slim te herwikkelen of
reviseren. Het inschatten van de levensduur van dergelijke motoren blijkt aanzienlijk ingewikkelder.
׉	 7cassandra://DQixTDOBqYh8zlY5DYmUjR5CouD-Bl91sjMTmi3uKjMS`̵ cH$sXcH$sW{בCט   {u׉׉	 7cassandra://rImuYpvT3yeGaG4Qf0b9Lk8T3ReDjwqbVjbYyIleBn4 [`׉	 7cassandra://Fr2_iAXSNMkmvo7ByORJAuPSmbxzprm171rI4o6PyVsm`S׉	 7cassandra://RELcQCFIq-gyQARoPoQFVe4Srel89sEuq818DjAJQOk`̵ ׉	 7cassandra://yZkE7TBbjm175IC8HH9p7dp_YcivppUpLCjVQ_xwU-M ̍͠cH$sט  {u׉׉	 7cassandra://5xQq5xrjgE_8vgyjorfL3CQd8cpaQYSq4PlTrN9kPgs ` ׉	 7cassandra://7KYTREmkqGXNZVoK6pz9k3k_oJrS2HqN8UYWirzn2JYv`S׉	 7cassandra://NwAPjy2Fr6WuIJ6e6vzs6NUKoTxDMenkU7jyvgUWlbg `̵ ׉	 7cassandra://2oKMkr_AFefQ-pOQPwv0mgnXoBkts6ZgFPiLIA4sV0kͰe͠cH$sנcH$s ̍U9ׁHhttp://i.ReׁׁЈ׉EAangezien motoren onder de 25 kW sowieso direct worden vervangen – circulair gezien niet echt
verantwoord − is het zaak een methodiek te ontwikkelen waarmee de resterende levensduur van dit
type motor is te voorspellen (zie het artikel ‘Kunnen inschatten en verlengen levensduur
elektromotoren draagt bij aan circulaire economie’ elders op deze site).
1.2 Voorspellen (rest)levensduur van regelkleppen (deelnemende bedrijven/organisaties: Yara Sluiskil,
HZ University of Applied Sciences, Evonik, Samson, Equans Belgium en ITIS).
Regelkleppen zijn in een installatie onder meer verantwoordelijk voor druk, temperatuur en de
hoeveelheid circulerend medium, en zijn mede daardoor bepalend voor de levensduur van een
installatie. Faalvoorspelling vindt plaats door het aantal bewegingen te meten en de uitslag van de
klep − vol open, vol dicht en alles daartussen − te analyseren, om aldus het slijtagebeeld van de klep
te kunnen bepalen. Door deze gegevens te vergelijken met de historische data van het slijtagebeeld is
vervolgens te bepalen of een klep al dan niet vervangen dan wel gerepareerd dient te worden (zie het
artikel ‘Voorspeling van de (rest)levensduur van regelkleppen steeds belangrijker’ elders op deze site).
THEMA 2 MATERIAALEFFICIËNTIE
2.1 Industrieel reinigen met gereduceerde volumestromen reinigingsmiddelen en hergebruik van
verwijderde materialen (deelnemende bedrijven/organisaties: KicMPi, Evonik, Dow Benelux,
HZ University of Applied Sciences, HCI, Mourik, Vecom en Pure Blue)
Het reinigen van industriële installaties levert miljoenen liters (sterk) vervuild water op. Nu de zuivering
van water steeds complexer wordt en de klimaatverandering een serieuze bedreiging vormt voor een
ooit onuitputtelijke bron is het gebruik van effectieve(re) reinigings- en waterzuiveringstechnieken een
‘must’. De prikkel hierop over te schakelen is echter nog (te) gering: de industrie is gewend aan het
werken met water, dat ook nog eens (spot)goedkoop is. Door de projectpartners is gewerkt aan een
beslismodel voor alternatieve industriële reinigingstechnieken. Dit heeft geresulteerd in de reductie
van de voetafdruk ten opzichte van de huidige methodieken voor zeker vijf veel voorkomende
reinigingsactiviteiten (zie het artikel ‘Minimalisatie afvalstromen dankzij circulair reinigen’ elders op
deze site).
2.2 Het reduceren van emissies uit bronpunten (afdichtingen tussen/van leidingen, vaten en
apparatuur) in de procesindustrie (deelnemende bedrijven/organisaties: KicMPi, Evonik, Yara Sluiskil,
ITIS en Dijkgraaf Support
Ongewenste emissie vormt binnen de procesindustrie een groot probleem, niet alleen vanwege het
verlies aan grondstoffen, ook door de veiligheidsrisico’s en de hierdoor optredende milieuschade.
Doorgaans treden dergelijke lekken op bij zogeheten bronpunten: afdichtingen tussen/van leidingen
en/of vaten. Om tot een reductie te komen in een tweetal deelprojecten afzonderlijk gezocht naar een
methode waarmee de meest gangbare stem seals getest en onderling vergeleken kunnen worden én
is gewerkt aan de ontwikkeling van een meetsysteem om de vlaktedruk op flenzen te meten (zie de
artikelen ‘Reductie emissies uit bronpunten meer dan ooit noodzaak’ en ‘Optimalisatie
flensaanhaalmethode belangrijke stap richting emissiereductie’ elders op deze site.
׉	 7cassandra://RELcQCFIq-gyQARoPoQFVe4Srel89sEuq818DjAJQOk`̵ cH$sY׉ETHEMA 3 KETENVERNIEUWING/DEELECONOMIE
3.1 Delen specialistisch onderhoudsgereedschap (deelnemende bedrijven: i.Revitalise, Evonik en
Uptimise
Dit deelproject had als doel te komen tot een ‘pool’ van specialistische gereedschappen/machines –
equipment dat bij bedrijven beschikbaar is, maar daar niet elk moment wordt gebruikt – waarop
collega-bedrijven kunnen intekenen. Gaandeweg is gebleken dat bedrijven vooralsnog niet bereid te
zijn derden toe te laten op hun werkterrein en/of hun equipment aan hen beschikbaar te stellen. De
return on investment (ROI) staat vooralsnog onvoldoende in verhouding tot de investering en er kleven
nog (te) veel risico’s aan, zo is de heersende opinie. Het deelproject is derhalve vroegtijdig beëindigd.
3.2 Servitisation: leveren van de dienst in plaats van het apparaat dat de dienst moet garanderen
(deelnemende bedrijven/organisaties: Oiltanking (Evos), Yara Sluiskil, HZ University of Applied
Sciences, KicMPi, Equans, Dialight en Spie)
Aan dit project lagen twee concepten ten grondslag: ‘light on demand’ en ‘light versus lighting’. Bij
‘light on demand’ is het uitgangspunt verlichting daar waar nodig; dit concept vergt ‘intelligente’
verlichting. Het alternatief is ‘light versus lighting’: in dat geval koopt de asset owner geen verlichting,
maar licht. De producent/leverancier is en blijft eigenaar, en zorgt ervoor dat het lichtsysteem op een
duurzame manier wordt ingezet en beheerd; aan het eind van de levenscyclus wordt het geheel
teruggenomen. Dit deelproject kwam stil te liggen doordat slim ‘communicerende’ verlichting
aanvankelijk een stap te ver bleek.
Tijdens het slotevent op 15 november heeft Unique Light echter alsnog een presentatie gehouden
over de manier waarop verlichting van bedrijfsterreinen kan worden verduurzaamd.
THEMA 4 HERGEBRUIK VAN APPARATUUR
4.1 Hergebruik elektromotoren
Dit deelthema is geïntegreerd in het deelproject ‘voorspellen levensduur van elektromotoren’ (zie het
artikel ‘Kunnen inschatten en verlengen levensduur elektromotoren draagt bij aan circulaire economie’
elders op deze site).
4.2 Hergebruik Transformatoren
Het hergebruik van transformatoren is vergelijkbaar met dat van elektromotoren. Ook daarbij dient na
een x-aantal jaren een afweging te worden gemaakt: de transformator vervangen door een energieefficiëntere
versie of de energetische efficiëntie van de transformator verbeteren onder gebruikmaking
van dezelfde onderdelen. Bij elektromotoren is dat laatste heel goed mogelijk gebleken, maar bij
transformatoren is er een complicerende factor: de daarin aanwezige olie die periodiek ververst dient
te worden. Er bestaat inmiddels weliswaar de mogelijkheid dit tijdsinterval te verlengen, maar door de
covid-perikelen is het niet mogelijk gebleken metingen en praktijktests uit te voeren. Om die reden is
besloten dit deelproject van de agenda af te voeren.
Rendement
Met het project Circulair Onderhoud is steeds geprobeerd een link te leggen tussen reeds beschikbare
(digitale) tools en de gaandeweg verzamelde data om aldus een beter inzicht te krijgen in het
functioneren en de (rest)levensduur van het equipment. Het is overduidelijk dat digitale tools meer
aandacht verdienen. Van de verzamelde data wordt momenteel naar schatting slechts 10% gebruikt,
terwijl daaruit (heel)veel meer rendement valt te behalen. Alleen dan kunnen er grote(re) stappen
worden gezet en kan winst worden geboekt ten aanzien van circulair onderhoud in praktische zin.
Voorwaarde daarbij is echter wel dat de verzamelde data kwalitatief goed zijn; zo ontbreekt het nogal
eens aan de juiste features. Ook een mix van bijvoorbeeld test- en operationele data kan tot onjuiste
resultaten leiden omdat in een testomgeving nu eenmaal andere factoren spelen dan in een
productieomgeving
Goodwill
Gedegen kennis is mooi, maar het gaat er om hoe die kennis in de praktijk wordt gebracht.
Voorwaarde voor een succesvolle implementatie is dat de mensen op de werkvloer in de gelegenheid
worden gesteld zich nieuwe inzichten en technieken eigen te maken. De factor tijd is onder het motto
‘tijd is geld’ dan al gauw de beperkende factor, maar de vraag is gerechtvaardigd of een dergelijke
tijdsinvestering die resulteert in vele maanden langer onderhoudsvrij opereren zich niet al snel
(genoeg) terugverdient.
׉	 7cassandra://NwAPjy2Fr6WuIJ6e6vzs6NUKoTxDMenkU7jyvgUWlbg `̵ cH$sZcH$sY{בCט   {u׉׉	 7cassandra://BznXS6aom4ZyzAF7Q86HNcrP6xpYT-11BhyP_6VcqwU `׉	 7cassandra://MldqCdjgcLAfJGY94-Fyucc1lJBtZL9yhkRW_NAITeYH`S׉	 7cassandra://7uarNgtQluzG6CZ8oWIKu3repCEyeb5qgCBHiZu_m1g`̵ ׉	 7cassandra://r9c67IML9Ex35dRzTjvtt5yHfaui4TLi7DP-8rYcrwc0͠cH$sט  {u׉׉	 7cassandra://Dredr0osull67gHKVlniRzoBApzIbo8cND3bBa5FakA a`׉	 7cassandra://nwlDPI8c53aU3hnqqOb2Mkb2HWABsA_RHhdiWhkNkEUOw`S׉	 7cassandra://Co6qVMCC9kOi-8nIfab3mRw8oIHi4hQXLdVJ2_kQkaE`̵ ׉	 7cassandra://ICFxB4LH3zcwXFGYJq4QCl5Ldey5dBXj_R-rTnkRL6oͦ>,͠cH$sנcH$s d
9׉H https://www.consilium.europa.eu/en/press/press-releases/2022/06/21/new-rules-on-sustainability-disclosure-provisional-agreement-between-council-and-european-parliament/GׁׁrנcH$s r9׉H https://www.consilium.europa.eu/en/press/press-releases/2022/06/21/new-rules-on-sustainability-disclosure-provisional-agreement-between-council-and-european-parliament/GׁׁrנcH$s r9׉H https://www.consilium.europa.eu/en/press/press-releases/2022/06/21/new-rules-on-sustainability-disclosure-provisional-agreement-between-council-and-european-parliament/GׁׁrנcH$s G9׉H !http://www.circulaironderhoud.eu/GׁׁrנcH$s ~؁U9ׁHhttp://i.ReׁׁЈ׉EHet is daarom de vraag hoe voor de nieuwe inzichten draagvlak kan worden gecreëerd bij de mensen
op de werkvloer die gewend zijn zaken anders – lees: op hún manier – aan te pakken. De uitdaging
waar de (maintenance)industrie voor staat is derhalve tweeledig: het delen van de verkregen inzichten
en de implementatie daarvan op de werkvloer door kennisoverdracht’ en ‘training’ maar bovenal door
het kweken van goodwill.
De komende jaren zal de vrijblijvendheid van duurzaam onderhoud gaan veranderen: per 1 januari
2023 wordt de Europese richtlijn duurzaam onderhoud (Corporate Sustainability Reporting Directive
(CSDR) van kracht. Zie hiervoor https://www.consilium.europa.eu/en/press/pressreleases/2022/06/21/new-rules-on-sustainability-disclosure-provisional-agreement-between-counciland-european-parliament/.
Op
de website www.circulaironderhoud.eu staan alle bevindingen en resultaten van dit project
inclusief een wiki-platform waarop alle termen worden beschreven.
Projectorganisatie
• Kennis- en Innovatiecentrum Maintenance
Procesindustrie (KicMPi) is een zelfstandige
coöperatie die zich ten doel stelt innovatie
op het gebied van maintenance in de
procesindustrie te stimuleren. Dit gebeurt
door de samenwerking tussen asset owners
en maintenance contractors te bevorderen
en hen in contact te brengen met externe
advies- en onderwijsinstellingen.
• De Belgian Maintenance Association
(BEMAS) stelt zich ten doel haar leden op
weg te helpen richting een hogere Return on
Assets door een beter beheer van
machines, installaties en infrastructuren. Het
streven daarbij is verhoging van het
rendement, betrouwbaarheid en kwaliteit, en
het verlagen van levensduurkosten,
milieubelasting, energieverbruik en risico’s.
Projectteam
Het projectteam bestaat uit de volgende
personen:
• Leendert Schouten: projectmanager,
opvolger van Jan Mol die het programma in
2018 kort voor zijn pensionering heeft
opgestart
• Pieter Raes: general manager
• Debby Lambrechts: project assistent
• Veronique Naeye: office manager
׉	 7cassandra://7uarNgtQluzG6CZ8oWIKu3repCEyeb5qgCBHiZu_m1g`̵ cH$s_׉E	|Projectpartners (stuurgroep):
• De Belgian Maintenance Association
(BEMAS), een platform voor het
uitwisselen van kennis en goede praktijken
wat betreft onderhoud en asset
management.
• Dow Benelux, producent van plastics en
chemicaliën
• Evonik Antwerpen, producent van onder
meer grondstoffen voor de productie van
siliconen voor de elektro- en
communicatie-industrie
• HZ University of Applied Sciences (HZ),
kennisinstituut voor hoger
beroepsonderwijs met de focus op
praktijkgericht onderwijs
• i.Revitalise, B2B-platform voor R&D en
prototyping
• Universiteit Gent, maatschappelijk
geëngageerde universiteit met meer dan
200 opleidingen en actief op het gebied
van tal van wetenschappelijke disciplines.
• Yara Sluiskil, leverancier van speciale
kunstmeststoffen en producten die
bijdragen aan milieuverbetering.
Project Partners Light
• Dijkgraaf Support B.V., specialist op het
gebied van flens- en kraanmanagement
• Equans België, specialist op het gebied
van multitechnische installaties en
onderhoudsdiensten
• Equans Nederland, technische
dienstverlener voor de zakelijke markt
• ITIS, specialist op het gebied van
lektesten, afsluitertesten, niet-destructief
onderzoek en inspecties
• Motoren Françoys (Rotating Company),
technische partner van professionele,
industriële gebruikers voor de complete life
cycle van rotating equipment
(elektromotoren, tandwielkasten, pompen,
reductoren en dergelijke).
Interessante bevindingen
Faalvoorspelling van elektromotoren
• Van de diverse technologische oplossingen is de informatie afkomstig van smart sensors het
waardevolst gebleken.
• Een motormanagementsysteem is een ‘must’ noodzakelijk om te (kunnen) bepalen of
aandrijfsysteem in aanmerking komt voor een ‘tweede leven’.
Voorspellen (rest)levensduur van regelkleppen
• Het niet (correct) werken van een enkele regelklep kan de productspecificatie en/of de proces
performance al in negatieve zin beïnvloeden en zelfs leiden tot ongeplande stilstand.
• E zijn diverse voorspelmethoden onderzocht en beschikbaar. De vervolgroute is bekend en
uitgezet op basis van de opgedane kennis. Bij voldoende data is het een kwestie van het
volgen van die route.
Industrieel reinigen met gereduceerde volumestromen reinigingsmiddelen en hergebruik van
verwijderde materialen
• Reeds bij de bouw van een installatie dient rekening te worden gehouden met het uit te voeren
onderhoud.
׉	 7cassandra://Co6qVMCC9kOi-8nIfab3mRw8oIHi4hQXLdVJ2_kQkaE`̵ cH$s`cH$s_{בCט   {u׉׉	 7cassandra://aqIR83o2i1Ip3Ek7zeIhuchbYnkVXv4JffWaOFxRWhY `׉	 7cassandra://AWvQ14ock9lKbo2pQPW3q78YQC1SCe-7cicEoE12RM0d`S׉	 7cassandra://s84jTWLK7Vue16rngvpV3bpqQNz4vIWhDQAuP4XMdAU~`̵ ׉	 7cassandra://rGxH9zk7JPiDLOKLGIkHTau9yGiWzsdNThxIyXeFRTU ^͠cH$sט  {u׉׉	 7cassandra://wZyqs_pu_kgt9PQYMOWOYCEMMHFnd_XwCUVFERx7KZQ 7 ` ׉	 7cassandra://LBqso-FLdPdYfG9uZggrH3ItKDpi7EioS9xAZYbF4qYu`S׉	 7cassandra://O0Tof3T70LhLoWsM6I13x56tngb2HUW-2YydMVbljKY a`̵ ׉	 7cassandra://_19dLB1JKGFiBivkFHxMvZbo3feTrk3v8cACHqk1IKwk`͠cH$s׉E	PAuteur: W. Oude Groothuis
Onderhoud cruciaal in een circulaire economie
De Belgian Maintenance Association, bekend onder de afkorting BEMAS, is de Belgische
vakorganisatie op het gebied van onderhoud en asset management. Door actief deel te nemen
aan het project Circulair Onderhoud wil BEMAS ook Belgische industriële bedrijven en andere
asset owners inspireren maximaal in te zetten op onderhoud, zijnde een essentieel onderdeel
van een circulaire economie. In dit interview wordt door BEMAS-directeur Wim
Vancauwenberghe nader ingegaan op het waarom.
Zowel de Vlaamse als de Nederlandse regeringen streeft ernaar in 2050 te kunnen spreken van een
volledige kringloop- of circulaire economie, een economisch systeem van gesloten
materiaalkringlopen. Concreet betekent dit dat alle daarin aanwezige grondstoffen hun waarde
behouden, leidend tot een (blijvende) reductie van de ecologische voetafdruk. Dat onderhoud hierbij
een (grote) rol speelt, spreekt wat de BEMAS-directeur betreft voor zich.
Waardering
“Bedrijven die actief zijn op het gebied van circulariteit focussen vooralsnog vooral op het product zelf.
Ze kijken onder meer naar de impact van de gebruikte basisgrondstoffen, het water- en
energieverbruik en de CO2-uitstoot van het transport. Ze houden echter weinig tot geen rekening met
de circulariteit van de assets waarmee de productie plaatsvindt. Dat is jammer, want als we het op
grote schaal bekijken, is er in de voorbije decennia veel materiaal en energie geïnvesteerd in de bouw
van de huidige industriële infrastructuur. Als we door gedegen onderhoud de levensduur van die
assets weten te verlengen, betekent dat dus een significante besparing op zowel CO2-uitstoot als
materiaalgebruik.”
Competitiviteit
Bedrijven en organisaties realiseren zich vaak nog te weinig de daadwerkelijke waarde van
onderhoud. BEMAS wil de aandacht blijven vestigen op het belang van onderhoud voor de
competitiviteit van de onderneming, maar ook in relatie tot duurzaamheid.” Het model van de Ellen
MacArthur Foundation, zie de figuur, illustreert dat het gebruik van eindige materialen primair moet
worden ingezet op onderhoud, op het verlengen van de levensduur en op hergebruik; recycling is pas
de laatste oplossing. “Bedrijven moeten dus ook duurzaam leren omgaan met de machines zelf, en
laat dát nu juist de kerncompetentie zijn van een technische dienst.”
׉	 7cassandra://s84jTWLK7Vue16rngvpV3bpqQNz4vIWhDQAuP4XMdAU~`̵ cH$sa׉E^Duurzaamheidsboekhouding
“Aanvoelen dat onderhoud een wezenlijke duurzaamheidsbijdrage levert, is een belangrijke eerste
stap. Duidelijk maken hoe groot die bijdrage is, is een nog veel grotere uitdaging waarop de
maintenance community een antwoord moet vinden. Het kwantificeren van de bijdragen aan
duurzaamheid en circulariteit wordt immers steeds belangrijker. De Corporate Sustainability Reporting
Directive (CSDR) is een Europese directieve die bedrijven ertoe verplicht naast een financiële ook een
duurzaamheidsboekhouding bij te houden. Voor grote bedrijven gaat de regeling al in op 1 januari
2023, voor de kleine(re) bedrijven is dat twee jaar later. In de toekomst zouden we feitelijk van elke
onderhoudsactiviteit moeten weten hoeveel CO2-uitstoot en materiaalgebruik ze bespaart. Idealiter
kan de maintenance manager dan aan het eind van het jaar rapporteren wat de circulariteitsbijdrage
van de technische dienst is geweest.”
Kwantificering
Hoewel het belang ervan inmiddels wel duidelijk is, is de kwantitatieve modellering van (de effecten
van) CE is nog grotendeels onontgonnen terrein. Een eerste voorwaarde is dat iedereen dezelfde taal
spreekt. Dat besef heeft geleid tot de opzet van een Wiki-platform (zie kader). Vancauwenberghe is
tevreden over het resultaat: “Het is een begrippenlijst geworden door en voor mensen uit de praktijk.
We zijn vertrokken vanuit de gekende basisbegrippen en definities bij onderhoud, maar nu is daar ook
het duurzaamheidsaspect aan toegevoegd. Tevens wordt elk begrip geïllustreerd met een intuïtief
voorbeeld. Een speciaal daarvoor ingestelde werkgroep heeft alle items gereviewd en besproken, net
zo lang totdat er consensus bestond. Bij nieuw te introduceren begrippen zal er op vergelijkbare wijze
kwaliteitsborging plaatsvinden, en we zullen er als BEMAS op toezien dat die content blijft bestaan.”
Footprint
“Een tweede voorwaarde om tot een kwalitatief hoogstaande, kwantitatieve modellering te komen is
dat er gevalideerde methodieken aan ten grondslag liggen. Daarom besloten we gaandeweg het
project pogingen in het werk te stellen een model te ontwikkelen waarmee CE-winsten
(voetafdrukreducties) kunnen worden gekwantificeerd.” In september 2021 zijn twee studenten van de
HZ University of Applied Sciences in Middelburg gestart met het kwantificeren van de reductie van
CO2 en het verkleinen van de directe en indirecte footprint bij de uitvoering van de diverse
deelprojecten in het Circulair Onderhoud-project. “BEMAS heeft geïnspireerd en meegedacht, de HZ
University heeft gezorgd voor de daadwerkelijke uitvoering”, aldus Vancauwenberghe.
Rapport
Het opzetten van een dergelijke kwantificering en de bijbehorende (concept)modellen is behalve
innovatief en uitdagend ook verre van evident gebleken. Mede om die reden is de focus gelegd bij het
project ‘Minimaliseren van afvalstromen bij industrieel reinigen’ (zie elders op deze site). Ook is
nagedacht over de relatie tussen CE en de verworvenheden van de nieuwe technologie ten aanzien
van predictive maintenance – het beter kunnen voorspellen van storingen en, mede daardoor, beter
kunnen plannen van onderhoud − en Industrie 4.0. De kennis opgedaan bij de eerste stappen richting
een meet- en berekeningsmethode om de duurzaamheidseffecten van onderhoud te kwantificeren is
verwerkt in het rapport ‘Vaststellen uniform toepassen CE-begrippen en innovatie’.
Aanzet
Vancauwenberghe is voorzichtig optimistisch over de resultaten die deze aanpak heeft opgeleverd:
“Een eerste stap is gezet. Of die aanzet ook effectief zal uitmonden in een nieuwe methode durf ik nog
niet te zeggen, maar het toont wel de weg die we als onderhoudsgemeenschap zullen moeten
bewandelen.”
Op de slotvraag of het project Circulair onderhoud is geslaagd, antwoordt Vancauwenberghe zonder
aarzeling: “Absoluut! Steeds vaker word ik benaderd door bedrijven die ‘iets’ aan circulariteit willen
gaan doen, en daarbij gebruik willen maken van de opgedane kennis. Het besef is doorgedrongen dat
we af moeten van de wegwerpmaatschappij: in 2050 zal er dan ook in alle opzichten (veel) meer
worden ‘onderhouden en hersteld’ dan we nu gewend zijn.”
׉	 7cassandra://O0Tof3T70LhLoWsM6I13x56tngb2HUW-2YydMVbljKY a`̵ cH$sbcH$sa{בCט   {u׉׉	 7cassandra://7osSwTU0wR6Q5Y5SI3WVyHCKMcbnKpkF277Di8zsbUU )`׉	 7cassandra://aPBTIXjbc9Wkak3Et1kx3WtTQA5UHqxq97WWOTohB5kWU`S׉	 7cassandra://se0bfd2JAa_VkeWuCare1nNflAvTAloKJyKxQfIYF5Ql`̵ ׉	 7cassandra://2ap_EpHL9V_H3TqxX-H_bVXasaPs52T5C8ztr2gp_1E va͠cH$sט  {u׉׉	 7cassandra://unn4iCE1izCIQran457xfdr9-SB5GAEvJAoQ4JZR4Vg _`׉	 7cassandra://Mw_l49c2blHXq95UtWOmWI1yf597GbNQvGEbtMaOBbsd`S׉	 7cassandra://b0rWm2jKqmT0x9CzHgGfHlZuhWsmVX9s3BFZM_Amtp0`̵ ׉	 7cassandra://y-uRQpsIga0GYig76UeXUh02tQoLPronQcPFhxFtZy8 (͠cH$sנcH$s ̀9ׁH  http://www.circulaironderhoud.euׁׁЈ׉EWiki-platform
BEMAS heeft een belangrijke rol gespeeld bij de
totstandkoming en verdere ontwikkeling van de
Circulaire Wiki, onderdeel van de website
www.circulaironderhoud.eu. De werkgroep die
daarvoor vanuit de projectpartners is gevormd
heeft inmiddels al ruim zeventig begrippen
ingebracht, waarbij steeds nadrukkelijk is gekeken
naar het aspect ‘impact op duurzaamheid’. Omdat
het een zogeheten open source platform betreft,
staat het iedereen vrij termen aan te vullen en te
verbeteren, maar uiteraard niet zonder dat daarbij
kwaliteitsborging zal plaatsvinden. BEMAS zorgt
ervoor dat de content voor iedereen beschikbaar
blijft.
Benelux Award Circulair Onderhoud
De Benelux Award Circulair Onderhoud werd
voor het eerst uitgereikt tijdens het Jaarevent
Circulair Onderhoud op 16 november 2021.
Naar aanleiding van een enquête onder
maintenancebedrijven melden zich 70
bedrijven aan. Dat leverde drie finalisten op:
Evonik en Equans, beide gevestigd in
Antwerpen, en Yara Sluiskil.
Benelux Award Circulair Onderhoud
Het project van Equans − het zichtbaar maken van de duurzaamheidseffecten van de geleverde
onderhoudsdiensten − bleek volgens de jury het best te voldoen aan het adagium ‘afval bestaat niet
langer en zowel de grondstoffen, de onderdelen als de producten zijn voorbestemd voor hergebruik.’
Of de award een vervolg krijgt is nog niet bekend.
V.L.N.R.: Albert Platteeuw. Technical Support Manager bij Yara Sluiskil, Leendert Schouten van KicMPi, Werner
Van Acker, verantwoordelijke technical governance bij Evonik Antwerpen, Ronny Stormezand, Senior Business
Development Manager bij Equans, Wout Theuws, voorzitter van de jury, en Wim Vancauwenberghe, directeur
van BEMAS.
׉	 7cassandra://se0bfd2JAa_VkeWuCare1nNflAvTAloKJyKxQfIYF5Ql`̵ cH$sd׉EAuteur: W. Oude Groothuis
Kunnen inschatten en verlengen levensduur
elektromotoren draagt bij aan circulaire economie
Met het oog op de beoogde circulaire economie wordt het maken van de juiste afweging tussen
nieuwkoop en hergebruik van een elektrische motor steeds belangrijker. Het (kunnen)
inschatten van de resterende levensduur van de motor is daarbij een randvoorwaarde. Tijdens
dit projectonderdeel is gewerkt aan een praktische tool waarmee op basis van meetgegevens
de levensduur van een elektromotor kan worden ingeschat.
Momenteel zijn er nog veel inductiemotoren operationeel met een lage efficiëntieklasse (zie kader) en
de vraag is of deze motoren op termijn moeten worden vervangen door motoren met een betere
energiezuinigheid dan wel of het economisch rendabel is ze operationeel te houden door slim te
herwikkelen of te reviseren.
Condition monitoring technieken
“Toen KicMPi met het idee kwam voor het project Circulair Onderhoud was bij ons de tijd rijp om te
onderzoeken hoe het onderhoud van elektrische machines valt te combineren met de
maatschappelijke roep om circulariteit”, aldus prof. dr. Kurt Stockman, hoogleraar elektromechanische
aandrijftechniek aan de Universiteit Gent. Hij vervolgt: “Operationele motordata zijn essentieel om
correcte beslissingen te kunnen nemen ten aanzien van hergebruik of levensduurverlenging. Het in
eigen huis kunnen beschikken over een testlaboratorium voor het verrichten van metingen aan en het
valideren van prototypes en commercieel beschikbare elektromechanische aandrijfsystemen is dan
natuurlijk een voordeel.”
Tijdens dit deelproject is een aantal moderne condition monitoring technieken aan een nader
onderzoek onderworpen. Voorbeelden daarvan zijn het gebruik van smart sensors en Motor Current
Signal Analysis (zie kader). Dit heeft geresulteerd in een serie waardevolle data. De bevindingen van
de condition monitoring technieken zijn tijdens het vervolgonderzoek gecombineerd met de
traditionele trillingsanalyse die inzicht geeft in de werking en de staat van een motor. De uit deze
combinatie van onderzoektechnieken verkregen resultaten maken het mogelijk te komen tot een
betere diagnose van de motorconditie.
׉	 7cassandra://b0rWm2jKqmT0x9CzHgGfHlZuhWsmVX9s3BFZM_Amtp0`̵ cH$secH$sd{בCט   {u׉׉	 7cassandra://OehASyri6tj2rQDxC7AfRD34S_huQrsUTxFrOdUnfnk E` ׉	 7cassandra://3cLw4_KBIzXnAbQ3iwD0g639XFGP1ufncG72s2Y1jOMc`S׉	 7cassandra://OXxEMfvNCOqiMzLDhWLXJGlr9q_xcH0Yqnkb0ogTed4q`̵ ׉	 7cassandra://yJ09Z8WuoY9fh6xednlXR0-D9lgh1JpY2xO0fZzq5aw %m͠cH$sט  {u׉׉	 7cassandra://id_hfHBz_c3LpSCTyFBT0BCQzvIlNkLRS7uazWNLGlE X`׉	 7cassandra://QbAOV0F6xZsBGMTRc4SADtMWxOnBXdljWqhMOz_BxHIW`S׉	 7cassandra://jVVbktOSiAFgFz-62stQWXGB2Nm2fhT_F9iJ98EUbvc`̵ ׉	 7cassandra://fQ7_HSXZZ6IPIPQaYxXqTCFSPYb4EQ99Qvwmd1r3fwYͯq8͠cH$s׉E
Herwikkeltesten
Voor het uitvoeren van herwikkeltesten is in overleg met de Evonik en Motoren François
een 90 kW VEM inductiemotor aangekocht. Met het oog op de bedrijfszekerheid is besloten de
herwikkelde motor niet te integreren in de productie-installatie van Evonik, maar onder
laboratoriumomstandigheden te testen, echter wel met realistische belastingsprofielen. Stockman
daarover: “Concreet hebben we bij Evonik een aandrijving genomen die slechts 30% van het nominale
vermogen diende te leveren. We werkten daarbij met een door een tweepolige IE3 inductiemotor
aangedreven compressor. Er zijn in deze fase twee reeksen metingen verricht: metingen met een
netgekoppelde motor en metingen met een snelheidsgeregelde motor (zie kader). Daarnaast is de
herwikkeling van de 90 kW VEM inductiemotor op basis van de uitkomsten van de herwikkelsoftware
Bobisoft en met behulp van de beschikbare expertise binnen Motoren François aan een nadere
analyse onderworpen. De gemeten rendementsverbetering bedraagt 1,6%, en overstijgt daarmee de
gesimuleerde waarde. Dit bevestigt het besparingspotentieel dat als uitgangspunt van de
meetcampagne werd opgesteld. Noodzakelijkerwijs is een aantal testen herhaald om theorie en
praktijk met elkaar in overeenstemming te brengen.”
Technisch-economische analyse
Aan de hand van die bevindingen is gestart met een technisch-economische analyse van een viertal
opties: het klassieke onderhoud van een bestaande motor (optie 1), vervanging van de bestaande
motor door een motor behorend tot een hogere efficiëntieklasse met eenzelfde vermogen (optie 2),
vervanging van de bestaande motor door een motor met een verlaagd vermogen in de wetenschap
dat die motor overgedimensioneerd is (optie 3) en het herwikkelen van de originele motor (optie 4).
Teneinde te komen tot een snelle analyse van de mogelijke energiebesparingen is gebruik gemaakt
van de Motor Systems Tool (zie kader).
“Optie 1 is de state of use: de motor wordt weliswaar met enige regelmaat onderhouden, echter
zonder dat men zich daarbij afvraagt of er een besparingspotentieel is. Bij een defect ontbreekt het
vaak aan tijd om over eventuele alternatieven na te denken: de productie moet immers zo snel
mogelijk weer worden opgestart. Optie 2 lijkt een logische optie, maar vaak weet men niet of, en zo ja,
in welke mate de machine overgedimensioneerd is. Wij tonen aan dat de energiewinsten marginaal
zijn, terwijl de aankoop duurder uitvalt. Optie 3 is energetisch gezien interessant, maar de noodzakelijk
geworden aanpassing van de motorstoel maken de payback-kosten feitelijk onaanvaardbaar. Optie 4
tenslotte maakt het mogelijk binnen de originele behuizing een kleiner vermogen te realiseren, maar
wel met een hoger rendement”, aldus Stockman.
Controls
׉	 7cassandra://OXxEMfvNCOqiMzLDhWLXJGlr9q_xcH0Yqnkb0ogTed4q`̵ cH$sf׉EProactief
De doelstelling van dit deelproject was drieledig: het beschrijven en opvolgen van de state of the art
omtrent levensduurvoorspelling van elektromotoren (1), het demonstreren van best practices in de
industrie (2) en het definiëren van richtlijnen voor een goed motormanagementsysteem (3). Stockman
maakt de balans op: “In het kader van doelstelling 1 is een analyse gemaakt van de diverse
technologische oplossingen die er zijn. Smart sensors zijn denk ik het belangrijkst. De daarmee
verrichte metingen hebben als gezegd waardevolle informatie opgeleverd.
Als het gaat om doelstelling 2 hebben we, deels ook door de coronapandemie, feitelijk maar een case
grondig kunnen uitwerken, te weten die bij Evonik. We hebben kunnen vaststellen dat optimalisatie
daadwerkelijk mogelijk is. Tijdens de refurbish kon 90% van de machine worden behouden, zonder
dat dit ten koste ging van het energetisch rendement. Om praktische redenen is het van een
daadwerkelijke implementatie bij Evonik niet gekomen, maar omdat we in ons laboratorium de
belastingcondities van die machine perfect kunnen nabootsen, zijn de behaalde resultaten zonder
meer steekhoudend en representatief.
Ten aanzien van doelstelling 3 is het grote probleem van dit moment dat motormanagement bij veel
bedrijven vaak nog niet veel verder gaat dan het ‘klassieke’ onderhoud. Een
motormanagementsysteem is echt noodzakelijk om te kunnen analyseren of aandrijfsysteem in
aanmerking komt voor een ‘tweede leven’. De mindset moet veranderen van reactief werken in
proactief werken, en dat die switch er komt, daarvan ben ik overtuigd; dat is slechts een kwestie van
tijd.”
Begrippenkader
Efficiëntieklasse
De energiezuinigheid van inductiemotoren
wordt aangegeven met de classificatie IE1 tot
en met 5 voor vermogens van 0,12 kW tot
1.000 kW en twee tot acht polen voor continu
regime:
• IE1 (Standard Efficiency Class): niet
langer toegelaten in nieuwe
installaties;
• IE2 (High Efficiency): idem;
• IE3 (Premium Efficiency): sinds juli
2021 verplicht voor nieuwe
toepassingen in Europa met
vermogens van 0,75 kW tot 1.000 kW;
• IE4 (Super Premium Efficiency): vanaf
1 juli 2023 verplicht in het
vermogenbereik van 75 kW tot 200
kW;
• IE5 (Ultra Premium Efficiency) is nog
‘under construction’.
Motor Current Signal
Analysis (MCA): het bepalen van de
bedrijfstoestand van de elektromotor door
analyse van de motorstroom.
Netgekoppelde motor: Bij dit type motor vindt
voeding plaats rechtstreeks vanuit het net. Dit
maakt het mogelijk de prestaties van de motor
te valideren met de geldende IE-classificatie.
Smart sensor: Compacte plug on
sensorsystemen die vaak gelijktijdig meerdere
fysische grootheden kunnen meten; de data
worden − vaak draadloos − in de cloud
geplaatst waarna ze kunnen worden
geanalyseerd.
Snelheidsgeregelde motor: Bij dit type motor
vindt voeding plaats via een snelheidsregeling
waardoor het mogelijk wordt de motorsnelheid
aan te passen aan de vereisten van het
proces.
׉	 7cassandra://jVVbktOSiAFgFz-62stQWXGB2Nm2fhT_F9iJ98EUbvc`̵ cH$sgcH$sf{בCט   {u׉׉	 7cassandra://vV7iG7HksZubpn-5N5IujFL6dZsLw-AVEjEp7gFLqhs r`׉	 7cassandra://oWdJI4ruQJJEv8Gcdwn1P6v21QNBYY_WdoTWLMQtssk^`S׉	 7cassandra://i6TgDw0KsEbnCmJCGX801D2DZXNxqr2bXfa3O-mJUzsN`̵ ׉	 7cassandra://_cgQp9lwn7czZTuqsEHA0do3_CiuO3KyvyWTRUut6AA h<͠cH$sט  {u׉׉	 7cassandra://V8EDHJzE5q-dRHOO8DIWtk712n7BZcAXkcgm510IrBY W` ׉	 7cassandra://UVrsUv75t6VzV7JNhX74I1e2Yj791eO5i1pI69T9vTcr`S׉	 7cassandra://eJuFiozLWnGDW0eGvzUT4ZOkA1__MMnjCC-mZRGXBnI!`̵ ׉	 7cassandra://Jqys3RP4x2l5e3AdJnrfOkBCTVhRtrQMVLPdg7CfaGU )͠cH$s׉E|Auteur: W. Oude Groothuis
Voorspelling van de (rest)levensduur van
regelkleppen steeds belangrijker
Regelkleppen vervullen binnen een procesinstallatie een sleutelrol bij de beheersing van het
proces, en dus is het kunnen inschatten van hun (rest)levensduur essentieel. Dit
projectonderdeel is in het leven geroepen om te komen tot een methodiek om de
(rest)levensduur van regelkleppen voorspelbaar te maken.
Regelkleppen zijn in een installatie onder meer verantwoordelijk voor zaken als druk, temperatuur en
de hoeveelheid circulerend medium. Het niet (correct) werken van een enkele regelklep kan de
productspecificatie en/of de proces performance al in negatieve zin beïnvloeden en zelfs leiden tot
ongeplande stilstand. Om dat te voorkomen is een gedegen onderhoudsstrategie met zicht op de
(rest)levensduur essentieel.
Dataverzameling
Maatgevend voor de capaciteit van een regelklep is de zogeheten de KvS-waarde (zie kader) die zo
wordt gekozen dat de productstroom over een zeker bereik optimaal regelbaar is. Alleen wanneer de
juiste regelklep is gekozen, en deze goed is ingeregeld, kan het systeem optimaal functioneren.
Faalvoorspelling vindt onder meer plaats door de kleptravels (zie kader) te meten, de uitslag van de
klep te analyseren en het slijtagebeeld te inventariseren. Uit een vergelijking tussen deze gegevens
en eerdere slijtagebeelden blijkt dan of een klep al dan niet aan reparatie/vervanging toe is. Tot zover
de theorie.
De logische eerste stap is het verzamelen van kennis over de eigenschappen en beperkingen die het
functioneren van een klep bepalen. De daarvoor benodigde data zijn door medewerkers van Yara en
Evonik verzameld bij de aldaar opererende in werking zijnde regelkleppen. Een onderzoeker van de
HZ University of Applied Science − een kennisinstituut dat nauw samenwerkt met partijen op het
gebied van onderzoek en innovatie – zorgde vervolgens voor de uitwerking.
׉	 7cassandra://i6TgDw0KsEbnCmJCGX801D2DZXNxqr2bXfa3O-mJUzsN`̵ cH$sh׉E*Relevant
Mischa Beckers, lector Data Science, over de betrokkenheid van ‘zijn’ instituut: “Het gaat om
toegepaste kennis en onderzoek en we zijn partner zijn van KicMPi; logisch dus dat we deelnemer
zijn.” René van Dalen, Maintenance Engineer bij Yara Sluiskil, noemt daarvoor eveneens twee reden:
“Het kunnen bijdragen aan de circulaire economie en onze interesse in data driven maintenance: we
willen graag te weten komen wat er op dat punt daadwerkelijk mogelijk is.”
Ondanks alle goede intenties heeft het project te kampen gehad met diverse tegenslagen. Van Dalen
geeft een voorbeeld: “Voor het verzamelen van data moest een (computer)netwerk worden opgezet
dat we uit oogpunt van cyber security in totaal vier keer hebben moeten aanpassen. Dat draait
namelijk binnen ons eigen netwerk en hacks en/of virussen zijn wel het laatste wat je wilt.” Beckers
vult aan: “Ook de studenten heeft het bepaald niet meegezeten. Zo kregen ze de kleppen op locatie
pas in een laat stadium ‘aan de praat’, waardoor slechts korte tijd metingen konden worden verricht.
Daar kwam nog bij dat het vanuit de positioners (zie kader) verkregen, niet-leesbare bestand eerst
moest worden omgezet in het leesbare format XML.”
Visualisaties
De feitelijke data bleken daarin ‘verstopt’ te zitten: het XML-bestand bevatte per klep meetwaarden
voor verschillende parameters over een zekere tijdspanne. Daarvan waren echter alleen de
zogeheten aggregaties beschikbaar − aantallen, sommaties, soms zelfs enkel histogrammen − terwijl
voor een analyse juist niet-voorbewerkte gegevens nodig zijn. Een bijkomend probleem was dat bij de
gegevens van Yara alle events op dezelfde timestamp (zie kader) waren gelogd.
Becks: “De eerste puzzel die moest worden gelegd, was het ‘reconstrueren’ van de onderliggende
meetwaarden. Daarmee zijn vervolgens enkele visualisaties gemaakt, onder meer van het aantal
keren dat de klep aanging als functie van de tijd en van de minimumtemperatuur uitgezet als functie
van de maximumtemperatuur.” Op zich leverden die interessante beelden op, maar die toonden met
name een verschil aan qua instelling tussen de regelkleppen van Yara en die van Evonik, maar zeiden
verder niets over mogelijke slijtage.
Indicator
Ook is door de studenten op basis van de zogeheten FMEA-lijst (zie kader) onderzoek gedaan naar
het functioneren van regelkleppen. Een membraam maakt daarvan een vast onderdeel uit, en volgens
de FMEA-lijst is dit een van de componenten met een grotere kans op falen. Het idee was veroudering
van/of beschadiging aan het membraam na te bootsen, neerkomend op het prikken van een gaatje
daarin en dat gaandeweg steeds groter maken. Door de regelklep gedurende steeds een bepaalde
periode in bedrijf te stellen − in een gesimuleerde bedrijfsomgeving gebeurt dit door perslucht door de
klep te sturen – konden meetwaarden van een aantal parameters worden verzameld. Analyse
daarvan moet duidelijk maken welke parameter een goede indicator zou kunnen zijn voor optredende
schade (slijtage). De vervolgstap is het onderbrengen van die gegevens in een model.
׉	 7cassandra://eJuFiozLWnGDW0eGvzUT4ZOkA1__MMnjCC-mZRGXBnI!`̵ cH$sicH$sh{בCט   {u׉׉	 7cassandra://8WaH8q1QdzkObrF8lBukROb8DhG8yD47ZMohEeH2fmI 4`׉	 7cassandra://Iryf3zbz5kE-0xv5kdEvit51abCilVXqFa9Np4o-GnQb`S׉	 7cassandra://LtaRsa8UgpZwRUFbT4p3Mra-GA2z59DY4JXbvSJ8yBk`̵ ׉	 7cassandra://VEO1weD70uszniVY6GooNFvK7oVhZKz9JL3rRh1YK1M !͠cH$sט  {u׉׉	 7cassandra://cVxWbc2k87LXEG9uFNOTV7C4ay00Hx1Sii9-mcCThu0 ` ׉	 7cassandra://5Ttji2mbD_u5DVwraQuPJU9tOR_4pl1nKy0_2108SQojv`S׉	 7cassandra://X4G2L9dA-W6tjhFb5FfAYeV3U1IMSMb-jOc-xEoqtRo`̵ ׉	 7cassandra://cwY4y1gUHkUVnRRXIZR2SGjy40rGAgR_FDYX_QArN2Iͧp͠cH$s׉ESmartglass
Ook bij dit project hebben de coronaperikelen voor vertraging gezorgd; zo bleken afnamen op locatie
lastig tot onmogelijk. Bij grotere onderhoudswerkzaamheden wordt het onderhoud uitbesteed aan een
revisiebedrijf, maar bij schade verdient een beoordeling ter plaatse toch de voorkeur. Een smartglass
bood in coronatijd uitkomst, en derhalve is daarmee ook bij dit project geëxperimenteerd. Een
smartglass (IRIStick) is een bril waarvan de drager op elk gewenst moment informatie kan ontvangen.
Deze wordt overigens pas zichtbaar wanneer over het brillenglas een zekere spanning wordt
aangelegd. De eerste bevindingen zijn positief, maar er zijn zeker ook de nodige verbeterpunten. “Dat
betreft met name de lichtinval. In een hal met kunstlicht vol installatie-onderdelen gemaakt van
glanzend metaal zijn sommige zaken met de huidige generatie smartglasses nog (te) slecht te zien, en
dat moet beter kunnen”, aldus Van Dalen.
Roadmap
De projectdoelstelling is dan weliswaar (nog) niet gehaald, maar leerzaam was het wel. Van Dalen
daarover: “Corona heeft aangetoond dat het niet fysiek kunnen samenkomen een behoorlijke impact
heeft op een project als dit, en daarmee (leren) omgaan was al een leercurve op zich!” Beckers
schetst de status quo: “Door de problemen bij het genereren van data hebben we momenteel nog
onvoldoende informatie om tot een basismodel te komen. Om toch een perspectief te kunnen
schetsen is een ‘roadmap’ gemaakt met als onderliggende boodschap: het wachten is nu op de data;
de vervolgroute is al bekend en uitgezet.” Tijdens de slotmanifestatie zullen de verschillende
voorspelmethoden worden toegelicht aan de hand van simulaties met fictieve data, gebaseerd op de
kennis die tijdens het project is opgedaan.
Op de vraag naar een eventueel vervolg antwoordt Van Dalen: “Momenteel loopt er nog een minor
met de HZ, en daar willen we stapsgewijs mee doorgaan. Daarnaast is en blijft het interessant
studenten inzicht te geven in wat industrieel gezien in de toekomst mogelijk wordt.” En dat kan
Beckers als lector alleen maar beamen.
FMEA-lijst – afkorting van Failure Mode and
Effects Analysis − een stapsgewijze
benadering die prioritering mogelijk maakt bij
optredende defecten.
KvS-waarde, een kengetal voor de capaciteit
van een regelklep: het geeft de hoeveelheid
medium
aan die door een volledig geopende
regelafsluiter stroomt (in m3 per uur of liter
per minuut) waarover een drukverschil staat
van 1 bar.
Postioner (klepstandteller), een met de klepsteel
verbonden teller waarmee de positie waarin de
regelklep zich bevindt − vol open, vol dicht en
alles daartussenin − op elk moment detecteerbaar
is.
Timestamp, is de interne klok die een zogeheten
tijdstempel genereert waarmee datum en tijd van
bijvoorbeeld een foutmelding worden vastgelegd.
Kleptravels, het aantal bewegingen van een klep,
vergelijkbaar met het door een kilometerteller
gemeten aantal kilometers.
׉	 7cassandra://LtaRsa8UgpZwRUFbT4p3Mra-GA2z59DY4JXbvSJ8yBk`̵ cH$sj׉EAuteur: W. Oude Groothuis
Minimalisatie afvalstromen dankzij circulair reinigen
Het met hogedruk reinigen van (onderdelen van) procesinstallaties is een noodzakelijk kwaad,
vaak resulterend in grote hoeveelheden − soms sterk − verontreinigd water. De deelnemers aan
dit deelproject hebben zich ten doel gesteld een eenvoudige tool te creëren voor het selecteren
van de juiste industriële reinigingsmethode(n), om zo de afvalproductie en het overmatig
gebruik van hulpbronnen terug te dringen.
Circa € 0,00134 per liter, dat is momenteel de kostprijs van 1 liter Nederlands water, dus waarom
investeren in iets dat even goedkoop als vanzelfsprekend is? Nu echter de zuivering van water steeds
complexer wordt en de klimaatverandering een serieuze bedreiging vormt voor een ooit onuitputtelijke
bron, is investeren in nieuwe, effectievere reinigingstechnieken niet langer luxe, maar noodzaak.
Milieu-impact
Het reinigen van een procesinstallatie is essentieel onderdeel van het asset-beheer. De belangrijkste
redenen zijn:
• het voorkomen van kwaliteitsproblemen en/of cross-contaminatie (zie kader) bij een
productwissel
• inspectie/onderhoud, zodat werkzaamheden veilig en volgens specificaties kunnen worden
uitgevoerd
• productrestricties, zodat procesparameters als debiet, druk en thermische flux controleerbaar
zijn.
Hans Borgt, Global technology associate industrial cleaning bij Dow Benelux, licht de normale gang
van zaken bij gepland onderhoud toe: “De eerste stap is het gecontroleerd uitschakelen van de
procesinstallatie. Al gedurende die fase wordt afval gegenereerd, bijvoorbeeld tijdens het spoelen, en
dat blijft zo tot de installatie stilstaat. Als het onderhoud is afgerond moet de installatie weer worden
opgestart. Het product zal dan normaal gesproken gedurende een bepaalde periode niet binnen de
specificaties vallen – in feite is dat ook afval − en dus zal de installatie geen inkomsten genereren. Al
met al is het dus zaak vooraf goed na te gaan wat je precies wilt doen en bereiken, hoe je dat wilt
doen en met wie. Bij een grote onderhoudsstop moet je al gauw denken aan weken, bij een break
down aan meerdere dagen en bij een pitstop aan een à twee dagen, maar hoe dan ook: je wilt die
periode zo kort mogelijk houden.”
Alternatief
Traditiegetrouw wordt in circa 80 procent van de gevallen gereinigd met hoge druk. Tot de overige 20
procent behoren onder meer abrasief stralen, ultrasoon- en laserreiniging, thermisch reinigen en
reinigen met vloeibaar stikstof. Voor vrijwel elk type cleaning is er inmiddels wel een
milieuvriendelijk(er) alternatief voorhanden met een positieve effect op de veiligheid van het proces,
de mate van afvalreductie en/of de levensduur van de installatie. “Uiteraard speelt ook de aard van de
vervuiling daarbij een grote rol. Is die organische van aard en kun je die thermisch ‘uit elkaar trekken’,
dan is pyrolyse (zie kader) een mogelijkheid. Reageert deze met of is deze oplosbaar in water of in
chemicaliën, dan kun je aan chemische vormen van reiniging denken. Is deze hard of juist zacht, dan
komt mechanische reiniging in beeld, en is de vervuiling plakkerig – zoals bij elastisch plastic − dan
zijn specialistische reinigingsmethoden aangewezen. Uiteraard speelt het design van de installatie en
het daarin toegepaste materiaal ook een rol van betekenis: als je een bepaalde metaalsoort te lang
aan een hoge(re) temperatuur blootstelt, dan gaat dit ten koste van de integriteit van betreffend
onderdeel.“
׉	 7cassandra://X4G2L9dA-W6tjhFb5FfAYeV3U1IMSMb-jOc-xEoqtRo`̵ cH$skcH$sj{בCט   {u׉׉	 7cassandra://FF49c9XAPQwzxav4tcaThLhTB1-4RYE4t_EHONCU0Tg ` ׉	 7cassandra://7GhPyV07DhDwjcZ2s6q64DKKqHZO5CnKOX6ML_uFAu4\`S׉	 7cassandra://0YKMJ5SwCgfzfTgc1MQrLMyu4at2vBAI3oyitSD_uas_`̵ ׉	 7cassandra://nn9z7XoMRLJKKObLiyXrRyTd2aXUeHaCMPlaDZgPwsI  ͠cH$sט  {u׉׉	 7cassandra://SI9YU-Mgos4RuSLTip3R1ANRdkH5rNRvrHIYoCRiB_g G`׉	 7cassandra://zhPaLDtddj6QDLGoXp5sKXOn1SDf5mJIVTm-FFW9fok>`S׉	 7cassandra://27nTfM_4pdrVZ60jaK2yot5skoWBkb0j_-RWXuhKiTE`̵ ׉	 7cassandra://2lJnjpb2FWnxhg80bMgFarOxBYz5gKHism021CzHYRc͔͠cH$s׉E	Project charter
De vraag die gedurende dit deelproject centraal stond was: welke van de momenteel beschikbare
technieken is het efficiëntst. Om die vraag te kunnen beantwoorden is een applicatiesysteem
ontwikkeld waarmee bedrijven − rekening houdend met factoren als vervuilingsgraad, energie- en
waterverbruik, afvalgeneratie en CO2-uitstoot – per methode de milieu-impact kunnen berekenen en
op basis daarvan de door hen eventueel veroorzaakte milieuschade kunnen beperken. “Tijdens de
ontwikkeling van het model hebben we eerst gekeken wat op grond van een aantal criteria waarmee
je de reiniging kunt uitvoeren de beste methode is. Daarmee beperk je dan al direct het gebruik van
onrendabele, inefficiënte reinigingsmethoden die feitelijk meer afval veroorzaken dan ze laten
verdwijnen.” Teneinde tot een dergelijk systeem te (kunnen) komen, is een samenwerkingsverband
aangegaan met de HZ University of Applied Sciences (hierna HZ UAS, zie ook elders op deze site).
Borgt: “Bij dit soort projecten proberen we altijd een kennisinstituut te betrekken, dit om te voorkomen
dat er ‘tunnelvisie’ ontstaat, wat haast onvermijdelijk als je al lang met een onderwerp bezig bent.”
Matrix
Door twee van HZ UAS-studenten is samen met de projectleiders een project charter opgesteld met
daarin onder meer aandacht voor de organisatorische aspecten en de projectrisico's. Daarvan
uitgaande en met de opgestelde criteria als leidraad zijn data verzameld die zijn verwerkt in een
matrix. Daarin staan op de verticale as de meest voorkomende te reinigen objecten en op de
horizontale as de daarvoor beschikbare reinigingstechnieken. Ook zijn onder meer alternatieve
reinigingstechnieken opgenomen voor ten minste vijf veel voorkomende reinigingsactiviteiten, met in
alle gevallen een significante voetafdrukreductie. Verder is de reinigingskwaliteit in kaart gebracht, is
de impact onderzocht op het energiegebruik en is gekeken naar het productverlies in de fase
voorafgaand aan en in de opstartfase na de reiniging. Aan de hand van een aantal praktijkcases heeft
vervolgens validatie van het model plaatsgevonden. Dit is gedaan door aan de hand van de
productspecificaties de performance voor en na de reiniging onderling te vergelijken. “Bij de
presentatie op 15 december zullen we een tweetal volledig uitgewerkte cases presenteren, maar wat
ik al wel vast kan zeggen is dat ondanks dat het ontwikkelde model redelijk basaal is, een en ander
zeker hout snijdt”, aldus Borgt.
׉	 7cassandra://0YKMJ5SwCgfzfTgc1MQrLMyu4at2vBAI3oyitSD_uas_`̵ cH$sl׉EEngineering principles
“Wat we gezien hebben is dat bij de betere reinigingsmethoden de standtijd (zie kader) over het
algemeen langer is. De juistheid van het adagium ‘vervuiling trekt vervuiling aan’ is daarmee weer
eens bewezen, maar het daadwerkelijk wetenschappelijk aantonen daarvan kost verhoudingsgewijs
(veel) tijd.” Een logische vervolgstap is nu het voor alle andere typen procesequipment eenzelfde
studie uit te voeren, en zo te komen tot een beslissingstool die objectief de beste techniek met
betrekking tot circulair onderhoud voorstelt, met inbegrip van procesgegevens – bijvoorbeeld
temperatuur en druk van het medium − en de technische en constructiegegevens als afmetingen,
materiaal en de toegepaste coating van het equipment.
Kijkend naar de toekomst zou het ideaal zijn wanneer al bij de bouw van een installatie rekening wordt
gehouden met het uit te voeren onderhoud. Borgt beaamt dit, maar plaats daar ook meteen een
kanttekening bij: “Over het algemeen zijn de zogeheten ‘engineering principles’ nog niet – in ieder
geval onvoldoende – ingericht op het op het optimaal laten uitvoeren van reinigingsprocedures. Door
hier meer oog voor te krijgen, kan de procesindustrie in de toekomst naast het milieu ook de eigen
portemonnee een dienst bewijzen.”
Begrippenkader
Cross-contaminatie
Het verschijnsel dat er − ongewenst −
overdracht plaatsvindt van productmateriaal
doordat twee verschillende producten
achtereenvolgens door een en hetzelfde
systeem worden getransporteerd.
IRIS-inspectie
IRIS – de afkorting staat voor Intern Roterend
InspectieSysteem − is een inspectietechniek
waarmee de resterende wanddikte van buizen
nauwkeurig kan worden vastgesteld.
Pyrolyse
Het ‘uitbakken’ van vervuiling in een
kunstmatig zuurstofarme omgeving. Deze
methode genereert veel minder afval, maar
kost daarentegen wel weer meer energie.
Standtijd
De periode tussen twee opeenvolgende
reinigings- of onderhoudsactiviteiten.
׉	 7cassandra://27nTfM_4pdrVZ60jaK2yot5skoWBkb0j_-RWXuhKiTE`̵ cH$smcH$sl{בCט   {u׉׉	 7cassandra://G6EpQ0qdsURxM_RXrOxNhwem2mopxVZE6cc2DkA_59E b`׉	 7cassandra://HF2Fo-jbhLwWSW-p98n_YsdMwhbIgI38YIM-n7b5AcI$`S׉	 7cassandra://wnlpb_3zwR6MSwMys1MUNtu9p2cqc_5OGW9fS9v_ayk`̵ ׉	 7cassandra://Mzklrc6m5rBlP5UJEEe--6BUOVpsq3gdWeSfyWs30eA Ⱥ<͠cH$sט  {u׉׉	 7cassandra://DSYIQKCOJqZQScOkMBgtboGm6rt2lgdWW2gcXlquAzs ˨`׉	 7cassandra://YC4lNz9fwrBajyt-L1J3xkWxx_bYrheBssStNSXaDosS`S׉	 7cassandra://rLxDiHcNbFO98qeeQBhWXpCU_FVi6kCr2GFOc7iw87c`̵ ׉	 7cassandra://a0w-rAriKwvzYqt8GOtgBihvJ9IrEoJEnV3MG3lDCDg 8͠cH$s׉E׉	 7cassandra://wnlpb_3zwR6MSwMys1MUNtu9p2cqc_5OGW9fS9v_ayk`̵ cH$sn׉EAuteur: W. Oude Groothuis
Reductie emissies uit bronpunten meer dan ooit
noodzaak
Het verschijnsel ongewenst emissie is voor de procesindustrie een hoofdpijndossier, niet
alleen vanwege het verlies aan grondstoffen, ook door de veiligheidsrisico’s en de optredende
milieuschade. Voor de reductie van dergelijke emissies is het van belang een systeem voor
afsluitertesten te ontwikkelen waarmee de meest gangbare stem seals getest en onderling
vergeleken kunnen worden.
Potentiële lekken treden doorgaans op bij zogeheten bronpunten: afdichtingen tussen/van leidingen
en/of vaten. Een voorbeeld daarvan is de afsluiter. Deze bestaat uit een bovendeel en een
afsluiterhuis met een opening. Door middel van een spindel wordt een klep handmatig of mechanisch
op en neer – respectievelijk positie ‘open’ en ‘positie dicht’ − bewogen. De productflow is daarbij
evenredig aan de grootte van de klepopening.
Vlaktedruk
Naar schatting 60% van de ongewenste emissies komt op het conto van de afsluiters, en worden
voornamelijk veroorzaakt door een afnemende vlaktedruk. Een stem seal dicht af doordat hierop een
zekere vlaktedruk wordt aangebracht met behulp van een pakkingdrukker. De stem seal wordt daarbij
radiaal aangedrukt maar wijkt uit in axiale richting, en die beweging is bepalend voor de afdichting. De
vraag is dus waarom die vlaktedruk afneemt.
Om die vraag te kunnen beantwoorden zijn door ITIS in Goes (duur)testen uitgevoerd. Directeur Colin
Zegers legt uit waarom juist daar: “Wij beschikken over testbunkers waarin onder meer afsluiters en
afdichtmaterialen kunnen worden getest op lekkages, zie kader Fugitieve emissiebron. Dit testen
gebeurt aan de hand van de zogeheten snuffel-op-overdrukmethode (zie kader) en conform
internationaal erkende normen.”
׉	 7cassandra://rLxDiHcNbFO98qeeQBhWXpCU_FVi6kCr2GFOc7iw87c`̵ cH$socH$sn{בCט   {u׉׉	 7cassandra://tIB5WBfFWwVig4gSo3X4mpadlecxQz2WIg8dsL_9Elk x`׉	 7cassandra://5xHtZVEwjT0Xy7VMmHkCsn4WsNa3R-sIKZE8RbsMu-Uh`S׉	 7cassandra://QxcCouULQj0obFAFNn100ewfTfgWJB6OXbeyTlTF1hw`̵ ׉	 7cassandra://0WOWgQoztmqBpbelABZT6kzqDqXtKFJMCkt2yHq6EZQ \P͠cH$sט  {u׉׉	 7cassandra://9m2xCgdeWnOa94d6aoDsQtWGsiglb_TqJi2-fXip_4E ,`׉	 7cassandra://tJSZlYQr7KEBFZKVA7A4pvBzesksRQsoVHmxNDjVo6oaf`S׉	 7cassandra://qaki_sn5uO7TVfKZNye3oE3jl6vbhEkj3d9UMN36i8o`̵ ׉	 7cassandra://1A67dmjSsIpbLdiK8PiujIk8s5wLykL8d9-pSnZXesILd͠cH$sנcH$s \t9׉H !http://www.circulaironderhoud.eu/GׁׁrנcH$s `x9ׁH  http://www.circulaironderhoud.euׁׁЈ׉EPakkingen
De stembuspakking van de afsluiter bevat vijf of zes ringen pakking die normaal gesproken alle
tegelijk worden gemonteerd en aangedrukt. De bovenste pakkingring blijkt zijn afdichtende rol dan
goed te vervullen, maar voor de resterende ringen geldt dat niet of minder. Zegers licht dit toe: “Het is
de bedoeling dat elke ring in principe 30% wordt gecomprimeerd voordat de volgende wordt
geïnstalleerd. Op die manier krijg je een optimale krachtenverdeling over ringen. Als je slechts een
deel van de ringen voorcomprimeert, wat uiteraard een stuk sneller gaat, dan moeten die wel al het
werk doen; de rest is dan louter ‘opvulling’. Hoe minder er wordt voorgecomprimeerd, hoe harder de
pakkkingsringen dienen te worden aangedraaid, en dan houdt het, door vervorming van de ringen,
een keer op.”
Testverloop
De tests verlopen steeds onder dezelfde omstandigheden qua druk en temperatuur. De pakkingen
worden alle op dezelfde manier gemonteerd en met dezelfde kracht vastgedraaid. Met speciale, op de
klep geplaatste druksensoren kan de kracht worden gemeten die nodig is om bouten van de
pakkingdrukker aan te draaien teneinde de afdichtende werking optimaal te laten zijn. Zegers vult aan:
“Door op de regelkleppen zogeheten smart positioners te monteren wordt het mogelijk het aantal
bewegingen en de grootte van de klepbewegingen te meten, vaak in combinatie met de drukken en
temperaturen van het proces. Om het geheel nog ‘smarter’ te maken, zijn zover mogelijk sensoren
voor het meten en voorspellen van emissies gekoppelde aan de reeds bestaande positioners.”
Relaxatie
Proefondervindelijk is komen vast te staan dat de kracht van het aanzetten van de drukker, het soort
pakking en het aantal slagen onderling verband houden. Verder blijkt een pakking na het vastdraaien
direct te relaxeren – afname van de voordruk – met verlies van boutspanning tot gevolg. Dit heeft een
negatieve impact op de lekdichtheid van de klep. Daarop zijn diverse factoren van invloed: “Denk aan
merk en type stem seal, de uitlijning, toleranties, ruwheden en temperatuur. Na relaxatie is axiale
kracht te gering, de bovenste ring wordt (overmatig) aangedraaid, maar kan dit niet verdragen en
vervormt, de vlaktedruk valt (deels) weg en er treedt alsnog/opnieuw lekkage op, kortom: een vicieuze
cirkel. De reden voor die optredende relaxatie staat op dit moment nog niet vast; daarnaar zal nog
nader onderzoek moeten worden gedaan.”
Parameters
Voor de keuze voor een bepaald merk en type stem seal zijn zaken als druk, temperatuur, type
pakkingmateriaal in relatie tot het product en de maximaal toegestane lekwaarde factoren van belang.
Uit de uitgevoerde tests komt naar voren dat dynamische seals van afsluiters onder bepaalde
omstandigheden lekkages vertonen, dit ondanks het feit dat aan de door de fabrikant opgegeven
procescondities is voldaan.
Vaak zijn dergelijke waarden niet of niet voldoende onderbouwd aan de hand van (onafhankelijke)
tests. Wat ook niet helpt is het feit dat het vooralsnog ontbreekt aan een norm of regelgeving voor
stem seals. In zijn rol van teamleider van het project is Zegers momenteel bezig met het schrijven van
een norm voor het type testen van stem sealing.
׉	 7cassandra://QxcCouULQj0obFAFNn100ewfTfgWJB6OXbeyTlTF1hw`̵ cH$sq׉ENormering
“Het is de bedoeling per pakking type en materiaal, de manier van montage en de benodigde
vlaktedruk zoveel mogelijk te standaardiseren. Ook is het zaak de relatie tussen de kracht van het
aanzetten van de drukker, het soort pakking en het aantal aanhaalmomenten eenduidig in een norm
vast te leggen, zodat iedereen op een eenduidige manier gaat werken en de resultaten van die
bevindingen onderling uitwisselbaar zijn. Nu nog zijn de claims van de fabrikant te vrijblijvend,
daarover is iedereen binnen de European Sealing Association (ESA) – en gelukkig ook daarbuiten −
het wel eens. Die normering moet er komen, want alleen dan is een testrapport écht van waarde en
kan er daadwerkelijk sprake zijn van productverantwoordelijkheid.”
Perspectief
Het project heeft door corona maar zeker ook door de complexiteit ervan vertraging opgelopen.
“Omdat het Interreg-project aan het eind van dit jaar eindigt, wordt gekeken of, en zo ja, op welke
wijze, we de onderzoeken kunnen voorzetten, en gezien de jaarlijks vele duizenden tonnen aan
fugitive emission is dat bepaald geen overbodige luxe”, aldus Zegers. Een scansysteem dat on site
kleppen traceert die in de nabije toekomst lekgedrag gaan vertonen, zou dan ideaal zijn. In dat
verband heeft Zegers goed nieuws: “Momenteel wordt bij ITIS als een soort spin off van het Interregproject
in eigen beheer een prototype testsysteem opgebouwd en getest. Helaas kan en mag ik
daarover in verband met de patentaanvragen op dit moment niet meer zeggen…”
Het Interreg project eindigt officieel op 31 december 2022, hetgeen overigens niet betekent dat het
onderzoek naar ongewenste emissie eindigt. Tijdens de slotmanifestatie op 15 november zullen de
bereikte resultaten worden getoond en toegelicht, en de voorlopige conclusies worden gedeeld.
Fugitieve emissiebron
Een fugitieve emissiebron is een bron van
lekkage in een industriële installatie, en
wordt gerekend tot de categorie diffuse
emissies. Een dergelijke lekkage is het
gevolg van een niet (volledig) sluitende
afdichting, en komt vooral voor bij
draaiende onderdelen als assen van
pompen, afsluitkranen en kleppen. Ze
kunnen zich overigens ook voordoen bij
bijvoorbeeld flensverbindingen.
In de wetenschap dat er alleen al in de
Verenigde Staten jaarlijks 125.000 ton
onbedoeld de atmosfeer ingaat, is er
sprake van een zeer serieus (te nemen)
probleem.
Interreg project Circulair Onderhoud
Bij dit project werken zowel publieke als private partijen samen. De Penvoerder voor het project is
het Kennis Innovatie Centrum voor Maintenance in de Proces Industrie (KICMPI). KICMPI werkt
samen met de “Belgian Maintenance Association (Bemas). Het doel van het project is het
reduceren van het gebruik van grondstoffen en het reduceren van de uitstoot van emissies in zowel
zuid Nederland als in Vlaanderen om zo het onderhoud duurzamer te maken.
Wilt u meer weten bezoek dan de web pagina:
www.circulaironderhoud.eu
Snuffel-op-overdrukmethode
Hierbij wordt het te onderzoeken object
gevuld met een tracergas; doorgaans helium,
soms methaan of waterstof of een mengsel
daarvan. De druk in het werkstuk wordt
zodanig opgevoerd dat het tracergas door elk
denkbare imperfectie – ondeugdelijke lassen
(scheuren, poreuze delen), verkeerd
gemonteerde of ontbrekende pakkingsdelen
− naar buiten komt. Aan de buitenzijde van
het werkstuk wordt daarop gescand met
behulp van een detectiesonde − ook wel
aangeduid als ‘snuffelaar’ of ‘snuffelpen’ −
die op zijn beurt is gekoppeld aan een
lektester.
׉	 7cassandra://qaki_sn5uO7TVfKZNye3oE3jl6vbhEkj3d9UMN36i8o`̵ cH$srcH$sq{בCט   {u׉׉	 7cassandra://MtHe-55hPSlEz7laWKq58k0xTAbNn8s8usw_gCgC-q4 `׉	 7cassandra://chmB59MLnkqiLRGHd2FhFrC3eikD2-A1b9Xr_5YrSsQv`S׉	 7cassandra://LvJWdeRpcQl2gdOAmNhIVdRIc09XhbLkhH0p6sdhDx0#`̵ ׉	 7cassandra://fkKX05iaUDLmjwnEAu20PK8duApZN3XrhO4hkJNCD-g 	͠cH$sט  {u׉׉	 7cassandra://G-NfLCvuoni6WrxsMfLv_NLOrQWWuJ3MGafD-u9TcOQ C`׉	 7cassandra://DqMjwkdpmqPUNSiUm9TTXTkq8gntp81tzBFUcKURF8Mb`S׉	 7cassandra://f_YbLpNkUWnM-WAa4DMKHIw71CGjTtAISI2EeshwsV4`̵ ׉	 7cassandra://7TWjuqEwXNeK0F6xZNdY-JQL9Y80mrrJ6uLWjMPEs2k ͠cH$s׉EAuteur: W. Oude Groothuis
Optimalisatie flensaanhaalmethodiek belangrijke
stap richting emissiereductie
Elke procesinstallatie telt tal van flensverbindingen die ervoor zorgen dat de installatieonderdelen
met elkaar verbonden zijn en blijven. Het tekortschieten van dergelijke
verbindingen kan leiden tot lekkage en fugitieve emissie, met mogelijk milieu- en/of
veiligheidsrisico’s, productverlies en reparatiekosten tot gevolg. Om dit risico te
minimaliseren, is het zaak de nauwkeurigheid van de diverse flensaanhaalmethodieken te
(kunnen) bepalen, de scope van dit project.
Flensverbinding
Een flens is een metalen of kunststof ring die het mogelijk maakt leidingen en/of componenten als
kleppen, pompen en vaten op elkaar aan te sluiten. Een flensverbinding bestaat uit een flenzenpaar,
een pakking en een aantal bouten, en komt tot stand door de beide delen met behulp van bouten vast
te zetten. De pakking wordt door middel van de boutkrachten tussen het flenzenpaar gecomprimeerd;
het drukprofiel van de pakking is bepalend voor de lekdichtheidsgraad van de verbinding. Voor welke
pakking wordt gekozen is onder meer afhankelijk van de operationele condities en het soort product
dat door de leiding stroomt. Factoren die van invloed zijn op de lekdichtheid zijn naast de
vakkundigheid van de monteur onder meer de gehanteerde montagemethodiek, de kwaliteit van de
flensonderdelen, wrijvingseffecten, leidingspanningen en het aanhaalpatroon van de bouten. Een van
de hoofdoorzaken van verhoogde emissies of zichtbare lekkages is dat de pakking onvoldoende is
gecomprimeerd. Omdat de boutkrachten daarvoor mede bepalend zijn, ligt het voor de hand de wijze
van aanbrengen nader te onderzoeken.
Bron: Dijkgraaf Support
Complexe verbinding
De technisch gezien complexe flensverbinding telt drie hoofdonderdelen − een flenzenpaar, een
aantal bouten en een pakking − elk met een eigen veerkarakteristiek waardoor ze tijdens het
aanspannen van de bouten vervormd raken; de theoretisch berekende lekdichtheid van de verbinding
wordt begrensd door de onderlinge samenhang van de samenstellende delen. Helaas zijn de
theoretische aannamen niet altijd overeenkomstig de werkelijkheid en voldoende onderbouwd met
(onafhankelijke) testgegevens.
“Flensmanagement is vaak nog een ‘ondergeschoven kindje’, en de meningen en overtuigingen over
de nauwkeurigheid en efficiency van de diverse methodieken lopen nogal uiteen”, aldus Peter
Dijkgraaf, consultant en trainer bij Dijkgraaf Support. De deelname aan het Interreg-project motiveert
hij als volgt: “Er is sprake van een kennishiaat, en dit project biedt de mogelijkheid de technische
kennis op een specifiek onderdeel van het flensmanagement te verhogen, wat weer mooi aansluit bij
mijn persoonlijke drijfveer: het zoeken naar mogelijkheden voor contineous improvement.”
׉	 7cassandra://LvJWdeRpcQl2gdOAmNhIVdRIc09XhbLkhH0p6sdhDx0#`̵ cH$ss׉E	Creëren van boutkracht
Er zijn diverse methodieken ontwikkeld om bouten tijdens de montage aan te spannen. De meest
gebruikelijke zijn het aandraaien van de moer en het oprekken van de bout. Bij het aandraaien van de
moer met een momentsleutel (torquing) is er sprake van het uitoefenen van rotatiekracht op de
boutkop tot een vastgesteld maximum. Bij het oprekken van de bout (tensioning) wordt spanning in de
bout gebracht door middel van speciaal hydraulisch gereedschap.
De nauwkeurigheid waarmee de boutkracht wordt aangebracht wordt niet alleen bepaald door de
gekozen aanhaalmethodiek, maar bijvoorbeeld ook door het daarbij gehanteerde gereedschap en de
dynamische belasting, zie kader. Dergelijke factoren maken dat er tussen de theoretische boutkracht
(bij het aandraaien) en de daadwerkelijke boutkracht (bij een installatie in bedrijf) vrijwel altijd
aanzienlijk verschillen bestaan, de zogeheten bolt load scatter. Relaxatie – afname van de voordruk
resulterend in verlies van boutspanning − speelt daarbij een essentiële rol. De metingen bevestigen
dit: een boutkrachtvariatie kan oplopen tot een range van (-20%) en (+20%) ten opzichte van de
gemiddelde boutkracht (zie de afbeelding).
Bron: Dijkgraaf Support
Testmethodiek
De projectdoelstelling is het onderling vergelijken van de effectiviteit van de diverse
flensmontagegereedschappen en flensaanhaalpatronen. Dit gebeurt door bij een gesteld
aanhaalmoment de resulterende boutkrachten te bepalen; de daarbij geteste
montagegereedschappen zijn:
• de handmomentsleutel
• de accugedreven momenttol
• hydraulisch torque gereedschap (single-tooling en multi-tooling)
• hydraulisch tensioning gereedschap.
Tijdens dit onderzoeksproject is gefocust op de nauwkeurigheid van de diverse type gereedschappen
en aanhaalmethodieken die bij torquing en tensioning in gebruik zijn.
Speciaal daarvoor is een testopstelling gebouwd waarmee flenzen met verschillende diameters
spanningsvrij kunnen worden gemonteerd en full scale kunnen worden getest, zodat kan worden
bepaald in hoeverre de verbinding aan de structurele prestatie-eisen voldoet.
Het detailontwerp van de testopstelling was volgens Dijkgraaf een hele toer, met name het integreren
van druksensoren tussen de moer en het flensvlak. “Die sensoren maken het mogelijk tijdens montage
elke individuele boutkracht te monitoren. Op basis van de meetresultaten kan vervolgens worden
bepaald welk gereedschap en aanhaalpatroon voor de geteste flenzen het meest effectief is."
׉	 7cassandra://f_YbLpNkUWnM-WAa4DMKHIw71CGjTtAISI2EeshwsV4`̵ cH$stcH$ss{בCט   {u׉׉	 7cassandra://kFBYtKNgt7dqbSaIZBXKSUU3P11_Dktg5MuoYejxhmM V*`׉	 7cassandra://-Rq_PN7eYaSoI5fZl3NbSkCoMiiMv0uSoRs9mbjvek8i`S׉	 7cassandra://RqQ912oaiPk5rCtxvmCQgZmTkq2gl0AlKB1utRPIfts`̵ ׉	 7cassandra://GWXVwVvV5lcmiM2kKEDjIqLykp6NCd_SNa8YnzAchuw z<͠cH$sט  {u׉׉	 7cassandra://e6zYvMYrFubyM98xULtx4NiMUEzdu8hFPKPFioqputk s` ׉	 7cassandra://MYiNb3d4AiX55dSPRgWh38inSxPM1SJZ_7RojPFd5-gg`S׉	 7cassandra://ARqzW9LoSMmYvtJkPGilXZ6NqJAfVqumcUcST7a87xY`̵ ׉	 7cassandra://w_JDpcqdSNcjrSO_BAI39boxAdW2xvRp1ulibM9osYQ͟͠cH$s׉E5Meerwaarde
Hoewel de feitelijke analyse nog moet plaatsvinden, is Dijkgraaf al overtuigd van de meerwaarde van
het project: “Om het gedrag van een flensverbinding tijdens de montage te visualiseren, is door onze
partner BoltSafe specifiek voor dit project een softwareprogramma ontwikkeld. Daarin zijn de
boutkrachtvariaties bij het aanhalen van elke bout opgeslagen en zichtbaar te maken op het scherm.
De testen zelf zijn uitgevoerd door onze partner Progresso, waarbij een grote hoeveelheid data is
gegenereerd. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, blijkt er na de montage veelal sprake te zijn
van een significante spreiding van de boutkrachten. Ook blijkt dat elke aanhaalmethodiek zijn eigen
nauwkeurigheid kent die afhankelijk is van het aanhaalmoment.” Dijkgraaf illustreert dit met een
voorbeeld. “Met een handmomentsleutel kun je nauwkeurig werken tot een moment van circa 400 Nm.
Worden de aanhaalmomenten groter, dan verdient het werken met hydraulisch torque-gereedschap
de voorkeur vanwege de grotere nauwkeurigheid. Het gebruik van multi tooling bij hydraulisch torquing
geeft bovendien een significante tijdwinst zonder afbreuk te doen aan de nauwkeurigheid.”
‘Alleen door een integrale aanpak kan het doel zero leakage and emission in control worden bereikt’,
luidt een statement op de website van Dijkgraaf Support. Op de gewetensvraag in hoeverre is ‘zero
leakage’ op den duur haalbaar is, antwoordt Dijkgraaf: “Praktisch gezien is ‘zero emission’ niet
haalbaar; wel dient te allen tijde te worden voldaan aan de toegestane fugitieve lekkagegraad (zie
kader). Bij ‘zero leakage’ – product dat visueel lekt (loss of containment) – ligt dat anders. Dit type
lekkages moeten en kunnen we onder controle krijgen met nul lekkages als resultaat, en dankzij dit
project zijn we nu op de goede weg.”
Geïntegreerde drie veren systeem
Een flensverbinding is uit technisch oogpunt een
complexe verbinding. Deze verbinding bestaat
uit de drie hoofdonderdelen te weten;
flenzenpaar, bouten en pakking.
Elk van deze onderdelen heeft zijn eigen veer
karakteristiek waardoor ze tijdens het
aanspannen van de bouten worden vervormd.
De theoretisch berekende lekdichtheid van een
flensverbinding wordt begrensd door de
samenhang tussen deze drie hoofdonderdelen.
Helaas zijn de theoretische aannamen niet altijd
overeenkomstig de werkelijkheid en
onvoldoende onderbouwd met (onafhankelijke)
testgegevens.
Toegestane fugitieve lekkagegraad
In de industrie mag volgens de richtlijn van
de DCMR Milieudienst Rijnmond een flens
afhankelijk van het gas of de damp maximaal
0,5 ppm (parts per million) lekkage bevatten;
– bij een kankerverwekkende stof als
benzeen kan deze waarde lager liggen. Een
asset owner is verplicht een keer per jaar alle
flenzen te meten en bij een gebleken defect
te kunnen aantonen dat dit hersteld is.
׉	 7cassandra://RqQ912oaiPk5rCtxvmCQgZmTkq2gl0AlKB1utRPIfts`̵ cH$su׉EADoor: Wouter Oude Groothuis
HZ University of Applied Sciences nauw betrokken
bij kwantificering duurzaamheidseffecten
De HZ University of Applied Sciences heeft tijdens het project Circulair Onderhoud een
speciale rol vervuld. Dankzij een door hen ontwikkelde meet- en berekeningsmethodiek wordt
het in de nabije toekomst mogelijk duurzaamheidseffecten te kwantificeren, en wel door een
onconventionele benadering van de prestatiemeting.
De HZ University of Applied Sciences (hierna: HZ UAS) biedt persoonlijk, kleinschalig vol- en
deeltijdonderwijs aan circa 4.800 studenten; praktijkgericht onderwijs staat daarbij centraal. Het
kennisinstituut werkt nauw samen met partijen op het gebied van onderzoek en innovatie. De daaruit
opgedane kennis wordt weer gebruikt voor het onderwijs aan studenten, om zo de toekomstige
professional optimaal voor te (kunnen) bereiden op wat komen gaat.
Conto
“Onze betrokkenheid bij dit project heeft twee redenen: we zijn lid van KicMPI – bij de oprichting ervan
speelde HZ UAS destijds een belangrijke rol – en we werken sinds jaar en dag samen met de
procesindustrie in de regio.” Dat zegt Pádraig Naughton, senior onderzoeker bij het lectoraat Asset
Management. Hij vervolgt: “Aan dit project is meegewerkt door ‘mijn’ lectoraat, het lectoraat Data
Science, door KICMPI, BEMAS (de Belgian Maintenace Association, red.) en door een aantal asset
owners en contractors. We voeren bij HZ UAS onderzoek uit op basis van een systematische aanpak
− de sleutelwoorden daarbij zijn ‘duurzaam’, ‘risicogestuurd’ en ‘datagedreven’ − en werken in
gezamenlijkheid aan oplossingen voor problemen op het gebied van milieu, energie, materiaal en
waterverbruik, toch ook de ingrediënten van de circulaire economie.”
Circulariteit
De noodzaak van een circulaire economie wordt steeds duidelijker, en circulariteit bij de verwijdering
van materiaal en apparatuur daarmee steeds belangrijker. Mede om die reden is tijdens het project
Circulair Onderhoud nadrukkelijk gekeken naar mogelijkheden op dat punt winst te behalen.
“Verbeteringen van de milieueffecten door middel van gerichte onderhoudsoplossingen zijn van
belang, gericht in die zin dat de resultaten praktisch én snel toepasbaar zijn, want alleen dan is er
sprake van toegevoegde waarde”, aldus Naughton. Representanten daarvan zijn de CO2-uitstoot en
het geproduceerde afvalmateriaal. Als het gaat om onderhoudsactiviteiten schiet de kennis daarover
echter nog te kort, en zonder die kennis is de verbetering van circulariteit – letterlijk – praktisch
onmogelijk.
Line-of-sight
Bij het project Circulair Onderhoud is er door de HZ UAS voor gekozen een strategie, methodologie en
model te definiëren gefocust op kwantificering van CO2-emissiereducties en materiële circulariteit.
Daarbij is het zogeheten Six Stage Model for Maintenance gehanteerd, zie bijgaand schema, waarin
links worden gelegd tussen visie, strategie, methodologie en de uitvoering van het werk. Van belang
daarbij is volgens Naughton een duidelijke line-of-sight tussen de kernwaarden van een organisatie
enerzijds en de assetmanagement prestatie-eisen anderzijds. “Bedrijven zijn vaak heel pragmatisch
maar als het draagvlak ontbreekt − vaak gaat het daarbij om het koppelen van de missie en de visie
aan de praktijksituatie − dan is de kans op succes op voorhand al beduidend kleiner.”
׉	 7cassandra://ARqzW9LoSMmYvtJkPGilXZ6NqJAfVqumcUcST7a87xY`̵ cH$svcH$su{בCט   {u׉׉	 7cassandra://f2apZ5g5wlheYqF_Xiy5NzIiVJtAoTCj79FVM-UlY0U `׉	 7cassandra://J3KcghYWREDjBxy1xh4IntakcN_oyeUpG4_NxIvcKkIA`S׉	 7cassandra://adSgBP5J7hasP-i25oYdqRTp6nTWtRo8scmdd_3UiMg`̵ ׉	 7cassandra://6V9XHElTxo25Uw7zTQmA8utuKjKOZ6tmyN66MiqhHnY @͠cH$sט  {u׉׉	 7cassandra://9dgeTljiauPLC1Ej_iX4i7CQ2cH19wkAZ0pIffNNLnI ` ׉	 7cassandra://tZrpZeocijaNOKVrtWWssEkSoEzJII1x6-mhgkcJBbkU`S׉	 7cassandra://oelk_7X1JTQM1Py6LcgxcXJ3IVMWTu7UEeSfgo_yv6g`̵ ׉	 7cassandra://e464DtShfG3N9M9ySbzrTapXRgLlktO3zK_L7K3m4F0 y$\͠cH$s׉ESix Stage Model for Maintenance
Bron: Schoenmaker, R., & Verlaan, J. G. (2013). Analysing Outsourcing Policies In An Asset Management Context: A Six-Stage
Model.
Cycli
Teneinde toekomstige inspanningen te (kunnen) positioneren en prioriteren, is besloten zowel een
methode te ontwikkelen om CO2-emissies te berekenen als een methode om de circulariteit te meten.
Berekening CO2-emissies
Deze berekeningsmethode omvat drie hoofdfasen.
• Fase 1: het gebruik van de zogeheten CO2-prestatieladder (zie kader) om inzicht te krijgen in
de huidige status van de organisatie, het lopende project en het lopende proces.
CO2-prestatieladder (via Naughton)
Stichting klimaatvriendelijk aanbesteden & ondernemen (2022).
• Fase 2: de route bepalen richting de beoogde CO2-uitstoot op termijn. Dat plan, de gewenste
situatie en de partijen die daarbij nodig zijn worden opgenomen in het zogeheten Performance
record sheet (zie kader) dat tevens dient als hulpmiddel bij het monitoren van de voortgang.
׉	 7cassandra://adSgBP5J7hasP-i25oYdqRTp6nTWtRo8scmdd_3UiMg`̵ cH$sw׉E• Fase 3: Tijdens de uitvoering van de projecten zijn door HZ-onderzoekers en studenten
ontwikkelde decompositiemethodieken (zie kader) gebruikt om de CO2 emissies/voetafdruk te
berekenen.
De berekeningsresultaten bieden zicht op de innovaties nodig om de uitstoot (verder) te verminderen.
Er is daarbij sprake van een continue cyclus waarmee doorlopend verbeteringen (kunnen) worden
gestimuleerd.
Meting circulariteit
Deze eveneens cyclische meetmethode telt vier hoofdfasen.
• Fase 1: het gebruik van de zogeheten circulariteitsladder (zie kader) die laat zien hoe het op
dat moment met de circulariteit is gesteld.
Circulariteitsladder (via Naughton)
Bron: PBL Netherlands Environmental Assessment Agency The Hague, 2019 PBL publication number: 3633)
• Fase 2: het gebruik van een performance record sheet (zie kader) dat helpt een (realistische)
ideale inschatting te geven van de circulariteit aan het einde van nieuwe implementaties.
• Fase 3: het maken van een inventarisatie van de reden voor het werk, de daarbij betrokken
partijen, de herkomst van de verkregen data en de interpretatie daarvan. Vervolgens wordt
aan de hand van Madaster (zie kader) de daadwerkelijke circulariteit berekend.
• Fase 4: inzet van de Proces decompositie methodologie (zie kader) om de uiteindelijke
circulariteit voorkomend uit de nieuwe implementatie(s) te kunnen bepalen.
Hier geldt dat pas als de eerste cyclus volledig is doorlopen er kan worden overgegaan naar de
daaropvolgende cyclus.
Opties
Dankzij de gehanteerde differentiatie beschikt de (toekomstige) gebruiker over twee opties. Ligt de
nadruk op circulariteit, dan dient de cirkel van circulariteit te worden gebruikt (zie de afbeelding); deze
helpt de toekomstige gebruiker bij het maken van de juiste keuze. Is het project meer gericht op CO2reductie,
dan is de cyclus voor CO2-reductie aangewezen. De hierbij betrokken cycli zijn zodanig
geconstrueerd dat deze continu bruikbaar zijn. Ze lenen zich ook voor een intercompany-systeem,
waarbij het overigens wel zaak is de bijbehorende software in te bouwen in het bedrijfssysteem, zodat
iedereen binnen de onderneming ook daadwerkelijk van de methodologie kan profiteren.
׉	 7cassandra://oelk_7X1JTQM1Py6LcgxcXJ3IVMWTu7UEeSfgo_yv6g`̵ cH$sxcH$sw{בCט   {u׉׉	 7cassandra://IjfqQoCqDFzEIr7-SseCi9-LaeIqA8lFzi4QtW4JLNI M`׉	 7cassandra://x3GBgRWH6bvxYRj0Y-Nvl1uNP3F0ur2EBaeNff8B9AEH`S׉	 7cassandra://t2-qIlN5j9iVlckmQGZEJwEkxaX8rQyrgwrwQS_OlYQG`̵ ׉	 7cassandra://9WAs9ezCmiQEN6R_bjTPgttROdHGnx58ktugE6h-pE0 :͠cH$sט  {u׉׉	 7cassandra://ocV-JaPjOJcf3sk-GyfpstqdIw0r8-T2MZSA3pYawK0 ` ׉	 7cassandra://lTQA7Aw28e7VkyrTj31b1BcgjL7wKs6mw0T_YMwfWFgT` S׉	 7cassandra://m55lZWH6uLMU2x0rJmKDIuo7oaXAVtYKoWaB7BJ2Ws4`̵ ׉	 7cassandra://POzwJ-8tfAeZuC--Y5VVUI2gr2FiwwN8Er5sbHNzCCMͼ3͠cH$sנcH$sÁ >W9ׁHhttp://i.ReׁׁЈ׉ESlimme keuzes
Ondanks de coronaperikelen is Naughton zeker niet ontevreden over de behaalde resultaten. “Op dit
moment is de CO2-cyclus verder ontwikkeld en sneller toepasbaar dan de circulariteitscyclus, en dat is
ook wel logisch. Over CO2-reductie wordt al jarenlang gesproken en het onderwerp krijgt bovendien
veel meer publiciteit. Daarbij komt dat circulariteit een complex begrip is. Bij de circulariteitscyclus
moet er vaak flink worden geïnvesteerd in de vervanging en het hergebruik van materiaal. Het project
Circulair Onderhoud bewijst echter nu al dat er door het maken van de slimme keuzes op beide
gebieden zonder al te grote investeringen al (heel) veel kan worden bereikt!”
Cirkel van circulariteit (via Naughton)
Begrippenkader
Circulariteitsladder (R-ladder): kwalificatiesysteem dat een maat is voor de circulariteit: hoe hoger
de positie op de R-ladder, hoe ‘circulairder’ de strategie.
CO2-prestatieladder: een kwalificatiesysteem met vijf ambitieniveaus. Hoe hoger de trede, des te
hoger de inspanning om minder CO2 uit te stoten, zie de afbeelding.
Materiaalpaspoort volgens Madaster: Madaster is het kadaster voor materialen en producten.
Doordat hierin alle materialen en producten van een object zijn verwerkt, wordt inzicht verkregen in
de circulariteit van het betreffende product of materiaal.
Performance record sheet: een prestatiemeetsysteem om op gestructureerde wijze de belangrijkste
prestatiefactoren van operationele systemen te kunnen inventariseren. Te denken valt daarbij aan
de reden voor de meting, de meetfrequentie en de herkomst van de data.
Proces decompositie methodologie: methode waarbij het werkproces wordt opgesplitst, en waarbij
per stap een aantal parameters wordt gemeten of berekend, hetgeen onderlinge vergelijking van
onderhoudstechnieken mogelijk maakt.
׉	 7cassandra://t2-qIlN5j9iVlckmQGZEJwEkxaX8rQyrgwrwQS_OlYQG`̵ cH$sy׉EYOUTUBE
Op het Circular_Maintenance YouTube kanaal zijn interessante filmpjes te
bekijken over de deelprojecten en events.
 Video workshop "Reductie van water, chemicaliën & energie bij Industriële reiniging"
d.d. 15 december 2022
 Video slotevent Circulair Onderhoud 15 november 2022
 Video Workshop "De nauwkeurigheid van diverse flens aanhaalmethoden berekend
op basis van de gemeten boutkrachten"
 Jaarevent Circulair Onderhoud 16 november 2021 - BLOK 1
 Jaarevent Circulair Onderhoud 16 november 2021 - BLOK 2
 Jaarevent Circulair Onderhoud - deelproject Light on Demand door KicMPi
 Jaarevent Circulair Onderhoud - deelproject "Deelplatform speciaal gereedschap"
door i.Revitalise
 Jaarevent Circulair Onderhoud - deelproject "Het verduurzamen van industrieel
reinigen" door DOW
 Jaarevent Circulair Onderhoud - deelproject "Reduceren van emissies" door Dijkgraaf
Support
 Jaarevent Circulair Onderhoud - deelproject "Reduceren van emissies" door ITIS
 Jaarevent Circulair Onderhoud - deelproject "Levensduurverlenging van
Regelkleppen" door Yara
 Jaarevent Circulair Onderhoud - deelproject "Levensduurverlenging Elektromotoren"
door Universiteit Gent
 Jaarevent Circulair Onderhoud - Asset Management en circulariteit door Evonik
 Jaarevent Circulair Onderhoud - Asset Management en circulariteit door HZ
 Jaarevent Circulair Onderhoud - Inleiding door KicMPi
 Interview deelproject Elektromotoren
׉	 7cassandra://m55lZWH6uLMU2x0rJmKDIuo7oaXAVtYKoWaB7BJ2Ws4`̵ cH$szcH$sy{בCט   {u׉׉	 7cassandra://yU0St6y4G1enwzZlZ6TDIT_LhZ20bLaPtlFe5aVttq4 i`׉	 7cassandra://aLfRAqfXf2-XSQcCVC1Gu4Ikdwzcyx95qZBb-dwUjTQ-`S׉	 7cassandra://qU9VIXUgoklfbvWKvYaWjXdR41tAmVGIui_JIfC2f1w`̵ ׉	 7cassandra://ohbK4VpICKFyM0CsEMSMJSba_xhnc3Y1dUcPThdi0qU͠cH$s׉E Het project "Circulair Onderhoud" is gefinancierd binnen het Interreg V programma
Vlaanderen-Nederland, het grensoverschrijdend samenwerkingsprogramma met financiële
steun van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling.
׉	 7cassandra://qU9VIXUgoklfbvWKvYaWjXdR41tAmVGIui_JIfC2f1w`̵ cH$s{׈EcH$s|cH$s{{)Brochure Circulair OnderhoudDeze brochure is een uitgave van het Kennis- en innovatiecentrum Maintenance Procesindustrie (KicMPi) over het Interreg project Circulair Onderhoud.
Deze brochure is samengesteld om belanghebbenden en geïnteresseerden een goed inzicht te geven in de projectresultaten.cfrJ