׉?4ׁB! בCט  {u׉׉	 7cassandra://mj4QLpg8NU3V3JDQU_9KeGXYig5Wz8GT3HhQoVR2cuk t`׉	 7cassandra://tsSBpbsLc7YDycRFtUFgVPpp_zvGfl9gRf-OrLXbKE4̈́w`S׉	 7cassandra://TwswrDxspYwIgKj4Gz493JZTP21ej0Hcynqwz7Jq38o(d`̵ ׉	 7cassandra://ULrQ2n9JqT-F2dvvJvCw9jtuKJBIzlpVp-mTu9TWVZM ͠ay=!1B׈Eay=!1׉E׉	 7cassandra://TwswrDxspYwIgKj4Gz493JZTP21ej0Hcynqwz7Jq38o(d`̵ ay=!1ay=!1{בCט   {u׉׉	 7cassandra://5MDFBqCInvNG2VCjpu2o4VCxbqf4iBbcyDWl58byc1s `׉	 7cassandra://kCIemAFiB_nBT3FNyMHCVE0ho-IxPBXBlAsVL7do-3IFa`S׉	 7cassandra://qqgg9JGjqGoAjkdbo_7WeuwmehL-cUULwtcMISwi518`̵ ׉	 7cassandra://Se4rKh0Pqp0p_YIqVwyaEO0o4BTtgg1FoOFvBA2qnI0 >͠ay=!1Eט  {u׉׉	 7cassandra://ZNhfOIPuCZ5I2zpM_fc-whxw1ELrrjsIOmabwvRkNJY |`׉	 7cassandra://6XqEhW2C91ISGcm2DNriGtwbHLHMNhgX_Sy-Eyblwp8[`S׉	 7cassandra://iTnqu5OBuuT6AY-StKd07MXM05CYVJARGiMs0sUXCLI `̵ ׉	 7cassandra://S5pchu53-G7AD_TGQmkXiYDn5T8-T96yPltQGNQvcQI 	Ͱ͠ay=!1Fנay=!1J K9ׁH "http://citaverde.nl/voedselbossen)ׁׁЈנay=!1I 1X9ׁHhttp://www.kcnl.nlׁׁЈ׉EInhoudsopgave
Voorwoord
1. Wat is een voedselbos?
1.1 Voedselbos-parken
1.2 De ecosysteemdiensten van een voedselbos-park
2. Het beheer van een voedselbos-park
2.1 Langere termijnvisie
2.2 Algemene voedselbos-park beheerregels
Denk in kringlopen
Laat soorten elkaar helpen
Zorg voor de bodem
Werk gefaseerd
Streef naar biodiversiteit
Blijf het systeem verjongen
Betrek de omgeving
2.3 De beheer en stadia van een voedselbos-park
Aanloopbeheer, jaar 0-5
Vervolgbeheer, jaar 6-10
Beheer volwassen voedselbos-park, na 10 jaar
3. Onderhoudsmaatregelen in een voedselbos-park
3.1 Onderhoud en sociale activiteiten
Snoeien
Groenten, kruiden en biodiversiteitsplanten
Bodemverzorging
Onkruiden
Water
Gewasbescherming
Sociale netwerk
3.2 Onderhoudsplanning
Voorbeeld stappenplan onderhoudsmaatregel
Bijlagen
Bijlage I: De beheergroepen houtige gewassen
Bijlage II: Voorbeeld inhoudsopgaven beheer- en onderhoudsplan voedselbos-park
Bijlage III: Teelt eenjarige groenten en kruiden
Bronvermelding
׉	 7cassandra://qqgg9JGjqGoAjkdbo_7WeuwmehL-cUULwtcMISwi518`̵ ay=!1׉EVoorwoord
Dit handboek is in het voorjaar van 2020 geschreven in opdracht
van het KCNL project van CITAVERDE College ‘Voedselbossen
Zuidoost Nederland’. Het is tot stand gekomen in een nauwe
samenwerking tussen Heleen Verbeek en Eva van Rijsingen van baseprojects
en CITAVERDE College.
Dit document geeft weer waaraan gedacht moet worden bij het
beheer en onderhoud van een voedselbos-park en de planvorming
hiervan. Een passend en goed doordacht beheer en onderhoud is van
wezenlijk belang voor het succes van een voedselbos-park, gezien dit
de toegankelijkheid, veiligheid en de opbrengst van het voedselbospark
ten goede komt.
Robert Knops
Verschillende beheergroepen, ontwikkelfases, beheerplanningen
en onderhoudsregels zullen worden toegelicht. Dit document
kan samen met het Excelbestand "Voedselbos houtige gewassen
beheer & oogsten" (te vinden op: www.kcnl.nl en bij www.
citaverde.nl/voedselbossen) gebruikt worden. Naar eigen
behoefte kan er verdiepende informatie geraadpleegd worden.
Projectleiders Robert Knops & Ger van Laak
CITAVERDE Bedrijfsopleidingen
Ger van Laak
“Voedselbossen Zuidoost Nederland” is een project vanuit het Kenniscentrum Natuur en Leefomgeving,
projecteigenaar is CITAVERDE Bedrijfsopleidingen.
3
׉	 7cassandra://iTnqu5OBuuT6AY-StKd07MXM05CYVJARGiMs0sUXCLI `̵ ay=!1ay=!1{בCט   {u׉׉	 7cassandra://1xqBjuD3Zvw9398ElnnSzpNIoZT76jofFqrIhK5QhlE a `׉	 7cassandra://WX9-Tg2s5D7uVItv3Okv3gBvu-NmJMj-aHmEqyUOmkIW`S׉	 7cassandra://z20l8F2srbQCEUQ5XV3KQ-mCuBSgAYqqTdMi17zkBK8 `̵ ׉	 7cassandra://K8DPbs3bG7WXys13jCcNIVAu6rbAdJFx25DW6dVdVYk t͠ay=!1Kט  {u׉׉	 7cassandra://G2EQ2Z5Q5kJFE-Z53sP7ObQNVC_UBq_UK35Y0T4Gvzw `׉	 7cassandra://p_PCoR3UPlelbrwxNpxL1-LTlW47NQnLgdtd3zsrjMY[E`S׉	 7cassandra://J-0KzNllCBBCII-1kbRX39Y-VzuQszvEUOCVzC9GgpoU`̵ ׉	 7cassandra://1_7EhTIR-T74EqeZNCnoY1oVXFIvTsxZfZqaDJ2xVUI CU͠ay=!1L׉EZWat is een
voedselbos?
Natuurlijke aspecten
Natuurlijke aspecten uiten zich
in bijen- en vlinderplanten, grote
diversiteit aan plantensoorten,
bodemverbeterende planten,
helofyten, het hebben van een
bloesemboog, stikstofbinders,
en het zorgen voor verschillende
biotopen voor planten en dieren
(bijvoorbeeld een poel).
Sociale aspecten
Denk aan ontmoetingsplaats,
bankjes, overdekking,
toegankelijke paden, bordjes bij
planten, een buitenkeuken, oude
lokale fruitrassen, in verbinding
met de omgeving, een vlonder
boven water, een informatiebord,
het organiseren van activiteiten
en rondleidingen.
Voedselproductie
aspecten
Deze aspecten uiten zich in
goede producerende rassen, zorg
voor lekkere soorten, het hebben
van oogst in verschillende
seizoenen, de houdbaarheid van
de oogst, en het delen van stekjes
en plantjes.
4
Afb. Kruisbes xenia
Hoofdstuk 1
׉	 7cassandra://z20l8F2srbQCEUQ5XV3KQ-mCuBSgAYqqTdMi17zkBK8 `̵ ay=!1׉E`Wat is een voedselbos?
Een voedselbos is een door de mens ontworpen eetbaar ecosysteem. In voedselbossen wordt voedselproductie met
natuur gecombineerd en wordt er geprobeerd de principes van een natuurlijk bos te imiteren (Jacke, 2005). Het is
dus een biodivers-systeem dat ook nog eens voor ons voedsel zorgt. Een voedselbos is een door mensen gecreëerde
plantengemeenschap met een hoog aantal eetbare soorten. Door goede plant-gemeenschappen (ook wel gilden
genoemd) te creëren en door het aanplanten van verschillende lagen (4 tot 7 lagen) kan er optimaal gebruik gemaakt
worden van de symbiotische relatie (positieve interactie) van planten en de ruimte die er is. De biodiversiteit,
(ecologische) veerkracht en productiviteit (biomassa en voedsel) van een voedselbos zijn hoog. Een voedselbos is veelal
ontworpen om zoveel mogelijk zelfvoorzienend te zijn en is klimaatbestendig (Crawford, 2019). Natuurlijk is het
afhankelijk van het ontwerp, de gekozen beplanting en het beheer in hoeverre hieraan voldaan wordt.
In een voedselbos is volgens voedselbos-ontwerper
Xavier San Giorgi altijd sprake van drie aspecten:
De sociaal-maatschappelijke aspecten
De natuur en ecologische aspecten
Voedselproductie
Het ontwerp en het soort beheer van je voedselbos
is afhankelijk van je locatie (waarbij zowel de
natuurlijke factoren als ook sociale factoren
belangrijk zijn) en het doel dat je beoogt. Daarom
ziet ieder voedselbos er anders uit en kun je een
ontwerp van een voedselbos(-park) niet zomaar
kopiëren. Een voedselbos-park in een bebouwde
omgeving legt meer nadruk op de sociale
aspecten dan een voedselbos dat bedoeld is voor
veel productie. Hiernaast zijn uiteenlopende
1.
2.
3.
Natuur en
ecologische
aspecten
Sociaalmaatschappelijke
aspecten
kenmerken
van de drie aspecten van een voedselbos verder uitgewerkt.
1.1 Voedselbos-parken
Een voedselbos-park is een voedselbos waarbij een speciale focus ligt op sociale, maatschappelijke en overige aspecten
waarbij het voedselbos-park een middel is om vooral ook andere sociale doelen te behalen. In een voedselpark is
voldoende en goed beheer noodzakelijk om zo de veiligheid en toegankelijkheid te kunnen waarborgen. In een
voedselbos-park speelt de mens dus een actievere rol om bovenstaande maatschappelijke doelen te bereiken dan in een
voedselbos dat meer focus heeft op voedselproductie. Beheermogelijkheden en de doelen van een voedselbos-park zijn
leidend voor het ontwerp van een voedselbos. De beplanting moet voldoende water, licht en voedingsstoffen tot zijn
beschikking hebben. Tevens moet er een opeenvolging van bloeiende bloemen, waardplanten¹ en oogst zijn, zodat
mensen en dieren er kunnen leven.
Een voedselbos-park in de stad of in een gemeenschap kan verschillende maatschappelijke meerwaarde met zich
meebrengen. Hierbij kan gedacht worden aan een ruimte om elkaar te ontmoeten en van elkaar te leren. Samen voedsel
verbouwen en zorgdragen voor een gezonde leefomgeving brengt buurtbewoners bij elkaar. Door voedsel te produceren
waar mensen wonen breng je voedselproductie dichter bij de voedselconsumptie. Hiermee wordt de afstand overbrugd
tussen producenten en consumenten. Dit laatste wordt als een belangrijke stap gezien richting een duurzame, gezonde
en veilige voedselvoorziening (Veen, 2015).
Voedselproductie
aspecten
¹Dit
zijn planten waar een organisme of virus bestanddelen vindt, die hij nodig heeft om te blijven bestaan.
5
׉	 7cassandra://J-0KzNllCBBCII-1kbRX39Y-VzuQszvEUOCVzC9GgpoU`̵ ay=!1ay=!1{בCט   {u׉׉	 7cassandra://y5yW_XkMdSwBF8Pq24NHUbaKBWRbTGlsgFwj_f4Uwjc V`׉	 7cassandra://6NU2lilgNtvW1d7CHdS_onJ4UBIiMzCi5tl9if3Y7GAd`S׉	 7cassandra://XkHJkWiFkWIsImsOX3cbRo8Jr3adzNC2WbJM-luHucM!`̵ ׉	 7cassandra://AbSgx6_7yCravSqkDfBEouYvg_w8CjPnRv0N8krvPqw WJ(R͠ay=!1Nט  {u׉׉	 7cassandra://cMP9kDj2I0J3znrLUwcxfOPb2TwOOOTNiPl58SzzxCI r`׉	 7cassandra://PCsjiwIfKNGEfYCwviwT-V7V60aYPUffHFc0kmecsbw]f`S׉	 7cassandra://3Zl7KNSjumN1gidc8YWQvhG7B6MfTC_fkfGBO5_VTX0/`̵ ׉	 7cassandra://MEJvRFrNH2JyqmURVuQu-8a24rBwS_jWOqfp-GmHw3g t͠ay=!1O׉Ea1.2 De ecosysteemdiensten van een voedselbos-park
Een voedselbos of voedselbos-park heeft vele kwaliteiten en voordelen. Zeker wanneer we kijken naar de verschillende
klimaatopgaven (ofwel klimaatuitdagingen) van deze tijd. Het aanplanten van een voedselbos levert veel producten en
diensten die onmisbaar zijn voor ons als mensen; de zogenaamde ecosysteemdiensten.
De ecosysteemdiensten zijn onderverdeeld in vier categorieën, namelijk:
• Culturele diensten
• Productiediensten
• Regulerende diensten
• Ondersteunende diensten
Culturele ecosysteemdienst
Onder culturele ecosysteemdiensten vallen de niet-materiële voordelen die mensen van de natuur ondervinden. We
gebruiken de natuur voor recreatie en ecotoerisme, omdat ze voor ons esthetische waarde heeft (we vinden haar mooi).
Buiten zijn heeft ook een bewezen positief effect op de mentale en fysieke gezondheid (Bode, 2017). Daarnaast wordt er
in sommige culturen spirituele en/of religieuze waarde toegekend aan de natuur (zie de afbeelding hiernaast).
Afb. de ecosysteemdiensten
van
de natuur en
dus ook van een
voedselbos
6
Afb. Handvol honingbessen
׉	 7cassandra://XkHJkWiFkWIsImsOX3cbRo8Jr3adzNC2WbJM-luHucM!`̵ ay=!1׉E	Voorzienende ecosysteemdiensten
Dit gaat over de producten die wij aan de natuur
onttrekken en gebruiken in ons dagelijks leven. We
oogsten voedsel en gebruiken ruwe materialen zoals hout
en steen voor onze huizen en andere producten. Onze
medicijnen worden gemaakt van stoffen die we in de
natuur hebben gevonden. Niet onbelangrijk is het water
dat de natuur ons levert, om te drinken maar ook voor
bijvoorbeeld onze industriële processen en het gebruiken
van schepen.
Afb. Heilige gebedsvlaggetjes in de
bergen van Nepal. Ze hangen op hoogte
en in de wind zodat gebeden dicht bij
de goden kunnen worden opgenomen
in de omgeving. Plekken gemarkeerd met
vlaggetjes zijn belangrijke spirituele punten.
Regulerende ecosysteemdiensten
Regulerende ecosysteemdiensten zijn de aspecten van ons
ecosystemen die ervoor zorgen dat onze leefomgeving
leefbaar is. Hieronder volgt een korte toelichting.
• Regulatie van luchtkwaliteit:
Stedelijk gebied bevat over het algemeen hoge
concentratie fi jnstof. Fijnstof kan voor verschillende
gezondheidsklachten zorgen (Boucher, 2016). Planten
hebben de capaciteit om de negatieve effecten te
verminderen omdat ze fi jnstof uit de vervuilde lucht
kunnen halen.
• Klimaatregulatie:
Planten hebben het vermogen om de steeds warmer
wordende steden te verkoelen. De koelintensiteit van een
boom varieert van 0,4°C tot 3,0°C, afhankelijk van de
locatie en het tijdstip van de dag (Boucher, 2016). Over
het algemeen geldt: hoe groter en breder de kroon, hoe
groter de koel intensiteit. Door verdamping van water
uit de bladeren wordt de lucht gekoeld. Deze koelere
lucht verspreidt zich en mengt zich langzaam met andere
niet-gekoelde lucht. Dit blijft met een kleiner bos echter
wel een lokaal effect. Daarnaast zorgen planten voor
verkoeling doordat zij zonne-energie gebruiken voor hun
groei. Dat proces heet fotosynthese. Tijdens dit proces
gebruiken planten zonne-energie (die anders omgezet zou
worden in warmte) om langdurig CO� vast te leggen in
de wortels, de stam en de takken en bladeren (organisch
materiaal). CO� opslag is nodig om het klimaat te kunnen
reguleren en klimaatverandering tegen te gaan.
• Waterregulatie:
Het organisch materiaal dat in een voedselbos wordt
opgebouwd komt voor een groot deel in de bodem terecht.
De opbouw van organisch materiaal in een bodem zorgt
ervoor dat de bodem meer water vast kan houden. Het
watervasthoudend vermogen van een voedselbosbodem
is vele malen hoger dan in regulier beheerde
landbouwgronden en nog veel meer dan de bestrating in
een stad.
7
׉	 7cassandra://3Zl7KNSjumN1gidc8YWQvhG7B6MfTC_fkfGBO5_VTX0/`̵ ay=!1ay=!1{בCט   {u׉׉	 7cassandra://X53aFjAosBFcgMVDKslf--Ps7aTYr0Hb5K3tpEl6jX8 `׉	 7cassandra://tVtKfSExDXWsJET-ZQSvCEmXnfMoWz8HfASlGArUmToe`S׉	 7cassandra://zI13baY3VXv8nr0buS67M7rHXapDLamDkK673EuTtkk5`̵ ׉	 7cassandra://Vfa_ufU2btVn5Dfp_r2sRNrUYR_l88FTpjdQKbYh6lM <͠ay=!1Rט  {u׉׉	 7cassandra://MQXLYeBar8SlumLqWE6rJOsR-Bji3E5-ZpNj5ZsXnyA `׉	 7cassandra://5jsLYzySfyuKUhas5t4i6k0z6k2GsAP0GptlHT4gsJsK3`S׉	 7cassandra://Mo5omlkBhxzlZBFkks6cIYu8I9PCelwPwmHksazHLaw%`̵ ׉	 7cassandra://vQhvETcSlPJfDSc2ZN2rq2SW8FONj1hC2Tl4L6tv5F8 j ͠ay=!1S׉E	• Regulatie van erosie:
De wortels van bomen en verdere beplanting zijn van
groot belang om erosie² tegen te gaan en de grond
wanneer het stortregent of hard waait vast te houden. In
beide gevallen gaan er veel nutriënten verloren. Door het
opbouwen van organisch materiaal in de bodem wordt
water beter vastgehouden en is ook verdroging van de
bodem minder snel een probleem.
• Waterzuivering en afvalverwerking:
De kringloop van organische materialen en elementen in
ons ecosysteem zorgt er voor dat organische materialen
(afval van levende organismen) weer worden afgebroken
en opnieuw dienen als grondstof. De kringloop van water
zorgt ervoor dat water steeds weer verdampt (los van
eventuele vervuiling) en via regen en sneeuw als schone
neerslag terugkomt.
• Beheersen van ziekten en plagen:
Door de grote diversiteit aan soorten en rassen in een
voedselbos zal een bepaalde ziekte of plaag minder
snel de overhand krijgen. Ziekte en plagen moeten
een grotere afstand afl eggen en predatoren hebben
voldoende leefomgeving en voedsel. Verder beschermen
planten elkaar met bijvoorbeeld giftige stoffen. Op deze
manier is een voedselbos dus minder vatbaar voor ziektes
en plagen en een stuk robuuster.
• Bestuiving:
In een voedselbos is over het algemeen een verschil in
bloeiperiode van gewassen. Hierdoor hebben bijen en
andere insecten een hele jaar een bron van stuifmeel
en nectar. Hierdoor zullen ze niet vertrekken maar
overleven en zich voortplanten. Bestuiving van bloemen
door insecten is essentieel voor de productie van voedsel.
Dit maakt dat de mens erg afhankelijk is van bestuivers.
• Matiging van extreme gebeurtenissen:
Wanneer het ecosysteem goed functioneert en haar
overige regulerende diensten goed kan leveren, zorgt dit
er automatisch voor dat extreme gebeurtenissen zoals
verdroging, langdurige plasvorming en het dichtslibben
van de grond ons minder overlast veroorzaken. Ze
hebben dan in mindere mate een verstorend effect op ons
ecosysteem.
² Erosie is de uitholling van land door werking van de
wind, stromend water, zee of ijs. Er zijn verschillende
soorten erosie. Je kunt bodemerosie onderverdelen
in drie soorten, namelijk watererosie, winderosie en
bodemuitputting.
8
Afb. De kweepeer
De afgelopen zomers hebben we te maken gehad
met hele droge weersomstandigheden. Dit had
vooral voor de landbouw grote gevolgen. Er moet
dan veel beregend worden, grondwaterstanden
verlagen en landbouwgronden klinken in. Droogte
is door de betere vochthuishouding in een
voedselbos minder snel een probleem.
׉	 7cassandra://zI13baY3VXv8nr0buS67M7rHXapDLamDkK673EuTtkk5`̵ ay=!1 ׉EbOndersteunende ecosysteemdiensten
Deze ecosysteemdiensten zijn nodig om in alle andere diensten te kunnen voorzien. Bodemvorming zorgt ervoor dat
planten kunnen groeien en er leven in en op de bodem kan bestaan. Planten maken gebruik van het proces fotosynthese
door CO� uit de lucht samen met water, te kunnen benutten voor hun eigen groei. Wanneer planten afsterven komt het
organisch materiaal in de bodem terecht. Zo zijn ze op hun beurt weer de grondstoffen voor andere planten, dieren en
schimmels, zodat die kunnen groeien. Zo gaat dat voort in de zogenaamde grondstoffenkringloop. Deze kringloop zorgt
ervoor dat de restanten of uitwerpselen van de één weer een grondstof voor de andere kunnen worden.
Onderstaande afbeelding geeft een overzicht van verschillende voordelen van een voedselbos in de buurt.
Afb. Voordelen van een voedselbos in de buurt
9
׉	 7cassandra://Mo5omlkBhxzlZBFkks6cIYu8I9PCelwPwmHksazHLaw%`̵ ay=!1!ay=!1 {בCט   {u׉׉	 7cassandra://77Aih9iQLrQGoyKSHwQ_xwO3CPuuc8zdSYpNqrlze0o t`׉	 7cassandra://RrGnswVeSa6EW2-IVJKErRZx4RJ05LLjXrhrZxzR8ug^H`S׉	 7cassandra://eqWNROE_hMNMTSTmrQmWOulWDrzw0nG1hrIfRRGGJzM!}`̵ ׉	 7cassandra://3SoPtB2bpASELI_V_ETJlVw8eHWETMar4YzqulaRQ1U M͠ay=!1Vט  {u׉׉	 7cassandra://uUjtyoqloJrTFIA2tJa0-EkOf-fsGlPhPJ7UH1LJ8xU 0?`׉	 7cassandra://0AsXo5CF8V-pE1sKNBuvYOD9yt6GMns1iYlFF33bSK8W`S׉	 7cassandra://61jI__euxRLS9lh6KTVN22HjFAa9734pJ7dUeLFVLqg`̵ ׉	 7cassandra://YoQScSsRBn5VzG_hmw8IORR2D3fa-Nh3CBMAkbIAxHU D͠ay=!1W׉EHet beheer van een
voedselbos-park
Het opstellen van een beheerplan is een van de basisstappen wanneer een voedselbos wordt gerealiseerd. Het
ontwerp en de beplanting worden door het verdienmodel, het doel en het op te stellen beheerplan sterk beïnvloed.
Voordat er een ontwerp- en beplantingsplan gemaakt wordt, moeten eerst het doel en de uitgangspunten van het
beheer van het voedselbos duidelijk zijn. Een beheerplan en natuurlijk ook je ontwerp dient vooral praktisch te zijn.
Veel is afhankelijk van de mogelijkheden voor het beheer, denk aan: budget, tijd, aantal vrijwilligers en de kennis
die de beheerders hebben. In het overzicht hiernaast is een weergave van stappen die gevolgd kunnen worden om
te komen tot een passend beheerplan. Uit het beheerplan volgt vervolgens het onderhoudsplan waar in hoofdstuk 3
verder op in wordt gegaan.
In het beheerplan van een voedselbos wordt beschreven wat de doelstelling, missie en visie is van het te
onderhouden voedselbos. Hierin wordt dus de langere termijnvisie omschreven. In het onderhoudsplan wordt
omschreven hoe dit gerealiseerd wordt, wat er hiervoor dient te gebeuren en welke activiteiten moeten worden
uitgevoerd. Zie bijlage 2 voor een voorbeeld inhoudsopgave van een beheerplan en een onderhoudsplan. In dit
handboek is te lezen waaraan gedacht moet worden bij het beheer en onderhoud van een voedselbos-park.
10
Afb. Appel lollipop is roodvlezig
Hoofdstuk 2
׉	 7cassandra://eqWNROE_hMNMTSTmrQmWOulWDrzw0nG1hrIfRRGGJzM!}`̵ ay=!1"׉EAfb. Stappen om te komen tot een beheer- en onderhoudsplan
Doelstelling
Locatiekeuze
Beheer- en
onderhoudsmogelijkheden
2.1
Langere termijnvisie
Het beheer wordt gekenmerkt door een planning met een bepaalde strategie erachter. Hierbij wordt een doel
nagestreefd. De uiteindelijke beheerdoelstellingen leiden dan tot specifi ekere onderhouds- en beheermaatregelen.
Het is dus van belang om helder te krijgen wat het doel is van het voedselbos en wat een passende strategie is.
Belangrijke vragen om te overwegen bij het opstellen van een beheerplan zijn:
Hoeveel capaciteit is er voor het beheer van het voedselbos? Denk aan aantal uren/mensdagen.
Wat is het beschikbare budget?
1.
2.
3.
4.
5.
6.
Wie gaat het beheer verzorgen van het voedselbos? Groenbeheerders van de gemeente of vrijwilligers?
Wat is het kennisniveau van de beoogde beheerders?
Moet het voedselbos intensief (bijvoorbeeld wanneer het in de publieke ruimte is gevestigd) of extensief
beheerd worden?
Wat is de uitgangssituatie met betrekking tot bodem (bodemsoort, bodemstructuur, voedingsstoffen en
bodemleven), waterhuishouding, reeds aanwezige (en blijvende) planten, dieren en infrastructuur en
omgevingsfactoren (toegankelijkheid voor zon, wind en (grond)water stromen)?
Wat zijn de doelen van dit voedselbospark?
Ontwerp- en beplantingsplan
en
beheerdoelstellingen
Onderhoudsen
beheer
maatregelen
7.
Afhankelijk van het antwoord op bovenstaande vragen dient het ontwerp, inclusief soortenkeuze, en het
uiteindelijke beheer- en onderhoudsplan opgesteld te worden. Zoals beschreven in hoofdstuk 3.1 kan monitoring
gebruikt worden om te bepalen in welke mate het uiteindelijke beheer en onderhoud er toe heeft geleid dat de
gestelde doelen bereikt worden.
2.2 Algemene voedselbos-park beheerregels
Om tot een goed beheerplan te komen, is het goed om een aantal basisprincipes mee te nemen. Zo moet de
beplanting bijvoorbeeld voldoende licht, water en voeding ter beschikking hebben. Ook moet er een opeenvolging
aan bloemen, waardplanten en oogst zijn, zodat mensen en andere dieren er kunnen leven. Hieronder worden deze
en nog meer principes verder toegelicht.
Denk aan kringlopen
Er wordt in een voedselbos-park geen vergif of kunstmest gebruikt. Door het creëren van functionele kringlopen
en door het inzetten van natuurlijke beheers- en (wanneer nodig) bestrijdingsmethoden is het streven dat planten
gezond blijven en dat er oogst is. Zo is het goed om na te gaan of er in de omgeving voldoende nestgelegenheden
zijn voor roofdieren en insecten. Door takken en bladeren te laten liggen of op een hoop bij elkaar te brengen
kunnen verschillende dieren er in schuilen, overwinteren of er een nestgelegenheid vinden. Daarnaast is het goed
om organisch materiaal terug te brengen op de bodem, zoals bijvoorbeeld snoeiafval. Door dit afval bijvoorbeeld te
versnipperen is het relatief makkelijk verteerbaar voor de bodem en de mineralen zijn zo weer beschikbaar voor de
planten. Denk aan het voorkomen van ziektes en plagen die een onderdeel van het systeem kunnen worden, zoals
knolvoet in kolen en ratten.
1111
׉	 7cassandra://61jI__euxRLS9lh6KTVN22HjFAa9734pJ7dUeLFVLqg`̵ ay=!1#ay=!1"{בCט   {u׉׉	 7cassandra://xAJHOlYj2CN-BCxKNUymRQJPSN8mybgGjgosVxR6htM 
`׉	 7cassandra://Z__NdagXzHo-ro8TIyMm3nkUjfcJvflkRs67LjPwtsso`S׉	 7cassandra://N4socuHn82YwbQUHHzl2qHL1roFgJb6Y36dHHnztaKEC`̵ ׉	 7cassandra://mchCOgrkGbe7IQL0HbAWn6ZXWUe8Y7_ARN9lB9iC5-E 6͠ay=!1Yט  {u׉׉	 7cassandra://J_g5-KFTBjd7Zkc1KLZ68_Asnjnh4g8R75nhQIRnOOg G`׉	 7cassandra://EdsEa-vF96lw5gJGEZmBMH_MigF4Z3chWn0-H-wi9Ać$`S׉	 7cassandra://1ZMUHVC_7bmHvGG0xl5AWCnL2yS-6pyJsG95JLJD8bU&A`̵ ׉	 7cassandra://CeedEaAUNKmHdjKmeVypL8SjMUtgoBvvYg0xioMsrnc 
^6͠ay=!1Z׉EHierbij is een goede balans van belang: dikkere takken
zorgen voor een langzame vertering wat ook goed is voor
het systeem en de koolstof vervliegt ook minder snel. Op
deze manier heeft het systeem tijd om de voeding tot zich
te nemen.
Laat soorten elkaar helpen -of in ieder geval niet in de
weg zittenIn
voedselbossen wordt veel gebruik gemaakt van planten
die elkaar helpen in plaats van elkaar uitsluiten. Ook de
wisselwerking tussen planten die afhankelijk zijn van
de bestuiving door insecten is zo’n win-winsituatie. Zij
helpen elkaar in hun voortbestaan. Het zorgen voor een
zogenoemde ‘bloesemboog’³ is daarom van belang.
Zorg er ook voor dat er voldoende stikstofbinders in het
voedselbos aanwezig zijn. In de permacultuur wordt ook
wel van een gilde gesproken.
Planten gilde
Een gilde is een groep van wederzijds
voordelige planten die door deze samen
te voegen zorgen voor een interactieve
gemeenschap (Bloom & Boehnlein, 2015)
onderhouden van wateropvangelementen, bijvoorbeeld
bij een wadi of een swale (een soort van geul) wordt
er gezorgd dat er bij een te veel aan water, het water
gebufferd wordt. Op deze manier kan er water van het
perceel wegstromen naar deze lager gelegen elementen
en worden de planten beschermd tegen ‘natte voeten’.
In drogere periodes is er zo langere tijd water aanwezig
en kan ervoor gekozen worden om hiermee planten te
irrigeren. Goed onderhoud van dergelijke elementen is
noodzakelijk om nauwe begroeiing te voorkomen.
Zon- Een voedselbos bestaat uit verschillende
lagen. De bomen, struiken en kruidachtige
moeten zo verspreid zijn dat ze optimaal gebruik kunnen
maken van het licht. Bomen kunnen dichte of open
kronen hebben. Ook hebben sommige soorten veel licht
nodig om vruchten te produceren. Het is belangrijk
dat ook lagere planten voldoende licht ter beschikking
hebben. Snoei of verwijder daarom bomen of struiken die
licht ontnemen van andere planten. Door het beplanten
van open plekken en open ruimtes aan de zuidzijde in
het voedselbos wordt er ook zoveel mogelijk zonlicht
benut en dus energie opgevangen. Open stukken zouden
ook beplant kunnen worden met eenjarige of meerjarige
groenten of kruiden.
Vang energie op (wind, water, zon) en leg deze indien
mogelijk vast.
Enkele voorbeelden van het optimaal benutten van
energiebronnen zoals wind, water en zon zijn:
Wind- Vaak wordt er windbescherming aan de
noord-, oost- en westkant van het voedselbos
geplant (bijvoorbeeld bomen of stuikenhaag). Dit is
aan de kant waar de wind het sterkst en koudst is en
daar dan ook de meeste schade kan veroorzaken. Hier
kan gekozen worden voor groenblijvende planten
(bijvoorbeeld de olijfwilg) omdat ze ook in de winter
dichtbegroeid blijven. Daarnaast kunnen ook planten
gekozen worden die voor extra nutriënten zorgen, zoals
elzen waarvan de bladeren stikstofrijk zijn. De wind zal
de stikstofrijke bladeren over het terrein verspreiden.
n
lt
t (bi
Water- Water kan in sommige periodes in
overvloed aanwezig zijn, maar zeker in de
zomers kan er een tekort ontstaan. Bij droogtegevoelige
bodems is het aan te bevelen een mulch van gras,
blad, snoeiafval (van stikstofbinders) en of soortgelijk
organisch materiaal rond de boom te leggen. Hierdoor
kan het water minder makkelijk verdampen en drogen
ondiepe wortels niet uit. Door het aanbrengen en
ov
k
12
Grote organismen in de bodem zijn regenwormen en
schimmels die bijdragen aan het verteren van organisch
materiaal en het vrij maken van voedingsstoffen.
De bodem en planten kunnen gevoed worden door
stikstofbindende soorten te planten, zoals de els,
duindoorn of olijfwilg. Planten met penwortels
(bijvoorbeeld de smeerwortel) fungeren soms als
‘nutriëntenpomp’. Zij binden mineralen uit diepere
bodemlagen. Je kunt 1 tot 3 keer per jaar bladeren
en stengels van stikstofbinders of nutriëntenpompen
oogsten en op de bodem leggen. Zo zijn veel nuttige
nutriënten beschikbaar voor de planten. Een nutriënt
of voedingstof is een element die bijdraagt aan
de natuurlijke ontwikkeling van een plant. Denk
bijvoorbeeld aan koolstof, water, calcium enzovoorts.
Veel planten kun je terugsnoeien of laten afsterven in
de winter. Het knipsel kun je laten liggen als mulch. Dit
Zorg voor de bodem
In een voedselbos moet de bodem zoveel mogelijk met
rust gelaten worden. Hierdoor voorkom je verstoring
van de bodemdichtheid en bodemleven. Het bodemleven
maakt de bodem luchtiger en hierdoor is er ook een
betere waterhuishouding. Zorg dus voor vaste paden om
de bodem niet teveel te belasten.
׉	 7cassandra://N4socuHn82YwbQUHHzl2qHL1roFgJb6Y36dHHnztaKEC`̵ ay=!1$׉E	Afb. Sint janskruid
kan zijn: blad, plantresten, stro, gras, houtsnippers etc.
Door te mulchen blijft de bodem bedekt en voorkom je
uitdroging, het opkomen van onkruid en schade door
zware regenval. Hoe groter het knipsel, hoe langer het
duurt voordat het verteerd is. Lange takken kunnen op
een takkenril gelegd worden. In een voedselbos is een
langzame vertering het beste. Een voedselbos heeft
voornamelijk een schimmeldominante bodem. Bomen
en struiken houden hiervan. Een geploegde grond is
bacteriedominant. Hier groeien groenten en eenjarige
kruiden goed op.
Werk gefaseerd
Een paar wilgen kunnen verschillende tientallen kilo’s
struifmeel produceren die nuttig zijn voor veel insecten.
Door na de bloeiperiode gefaseerd te werk te gaan tijdens
het knotten of kappen blijft er veel stuifmeel beschikbaar
voor bijen en andere insecten.
Alleen onder goed gecontroleerde omstandigheden kan
er in de periode van half maart tot eind juli gesnoeid
worden. In deze periode broeden namelijk veel vogels
in de bomen en struiken. Door goed te observeren of er
geen nesten zijn, kan er toch gesnoeid worden.
Bloesemboog in je voedselbos
januari
toverhazelaar
februari
maart
april
mei
juni
juli
augustus
september
oktober
november
hazelaar, winterakoniet, gewoon
sneeuwklokje
gele kornoelje, boswilg, wilde narcis,
krokus
brem, zoete kers, pruim, appel, aalbes
framboos, aardbei, kweepeer, mispel, witte
acacia
tijm, venkel, tamme kastanje, linde
dropplant, zonnehoed, ijzerhard,
citroenmelisse, lavendel
struikheide, honingboom, bijenboom,
pindakaasboom
klimop, hemelsleutel, guldenroede
nabloei: herfstaster, ijzerkruid,
herfstkrokus
nabloeiende kruiden
³ Een bloesemboog is dat je op een plek bloei realiseert
van het vroege voorjaar, zomer tot late najaar. Het is
een boog van bloemen. Dit is belangrijk omdat honingbijen
en hommels het hele seizoen voldoende voedsel
moeten vinden. In het voorjaar en begin zomer is er op
vele plekken redelijk voedsel te vinden (kan uiteraard
nog beter) maar vooral in de nazomer en begin herfst is
er vaak een tekort.
13
13
Wanneer je tijdens het grasmaaien maar 25-40% per
keer maait, kunnen insecten zich makkelijk verplaatsen
naar niet-gemaaide stukken. Tevens wordt zo gezorgd
voor verschillende vegetatietypen, doordat andere
kruiden en grassen op kunnen komen. Hierbij is het van
belang om ieder jaar hetzelfde te doen, zodat de vegetatie
zich op het beheer kan aanpassen. Maai niet te snel en
wees voorzichtig. Maai alleen wanneer het nodig is.
Ditzelfde geldt voor werkzaamheden in waterpartijen of
waterlopen.
׉	 7cassandra://1ZMUHVC_7bmHvGG0xl5AWCnL2yS-6pyJsG95JLJD8bU&A`̵ ay=!1%ay=!1${בCט   {u׉׉	 7cassandra://FHvydnVIcOamq9NeTACw66zIjlqnIZVDM9_F4hmY0VE `׉	 7cassandra://qdSwpohF3BlQchY47By4BfJ0lhrEXLb6bUKaWOkTT28X`S׉	 7cassandra://ClaDkYYuSm5s6pzV2_gQZ94Yo6TLNJG21AQ727xQcsc`̵ ׉	 7cassandra://6pQtHyZey_d65G7FE4Crt8dog_iMt_3GBmtwPcIS1SY |͠ay=!1\ט  {u׉׉	 7cassandra://OKtsYmRX2aIzNCJSk5d5lHWnl_CjlCeGCeHg2qnIHes %`׉	 7cassandra://fO_2zvUrb275-aRaMTPsYk5g1lpobatwuFzzpwy5qqEh`S׉	 7cassandra://ZyFCX5Evx8aoKFAitwhGH6LCdKmopIVn2krnQ1y_Ozc`̵ ׉	 7cassandra://n_QjSVCtc98b0NyhBodJaAQgMv-NPUVV3lrCqoO_AyI W͠ay=!1]׉E
 Streef naar biodiversiteit
Door het creëren van en ruimte geven
betekent, denk aan verschillende soort
wordt er gezorgd voor een evenwichtig
en rassen planten, insecten en dieren z
afhankelijk van zijn (zie hoofdstuk 1.2
bijvoorbeeld aan schone lucht, schoon
andere invloed op de bodem waardoor
mensen. Maar ook diversiteit in het voe
ziektes en plagen niet de overhand krij
n aan biodiversiteit (wat verschillende sooorten van ‘leven’
rten planten en dieren, genen, moleculen en ecosystemeen en ecosystemen)
g en gezond (voedselbos-)systeem. Verschillende soorterschillende soorten
zorgen voor verschillende processen waar wij als mens waar wij als mens
2 “De ecosysteemdiensten van een voedselbos-park). Denk
n water, vruchtbare gronden en voedsel voor dieren edsel voor dieren en
oedselbos heeft een directe functie; namelijk dat vers
ijgen en beheersbaar blijven. Daarnaast heeft iederernaast heeft iedere soort een
r deze bijvoorbeeld niet uitgeput ra raakt.
oedselbos-park). Denk
; namelijk dat verschillende
Zorg er dus voor dat één soort niet de overhand krijgt
in het voedselbos en pas het beheer aan wanneer dit wel
lijkt te gebeuren. Zorg ook voor voldoende biotopen
(poel, bloemrijk grasland, struweel, donker bos…) voor
dieren, omdat zij helpen met het bestrijden van plagen.
Dieren moeten zich kunnen verschuilen, overwinteren,
voeden en voortplanten.
Plant individuen (genetisch verschillend) en niet alleen
klonen die bijvoorbeeld door middel van stekken en
enten vermeerderd zijn. Een systeem is sterker wanneer
er bv. verschillende appels staan. Hetzelfde geldt voor
een kruid. De kans op kruisbestuiving wat nodig is voor
goede vruchtzetting is groter en de kans dat ziektes een
probleem worden is in dit geval kleiner.
Plant niet te grote vlakken of rijen van hetzelfde. Hoe
meer planten van dezelfde soort naast elkaar staan hoe
groter de kans op problemen. Een systeem is sterker
bij verschillende (plant)soorten die elkaar afwisselen.
Combineer bijvoorbeeld 4-7 houtige soorten met
elkaar en bij de kruiden 4-20 soorten. Kijk naar
natuurlijke systemen voor inspiratie. Zorg ook voor
voldoende waardplanten in het voedselbossysteem.
Waardplanten
Waardplanten zijn soorten die belangrijk zijn voor
bijvoorbeeld de larven van insecten. Belangrijke
soorten zijn: grote brandnetel, pinksterbloem, lookzonder-look,
akkerdistel, diverse grassen, vuilboom en
veldzuring. Andere planten of vegetatiestructuren zijn
belangrijk voor schuilen, overwinteren en voortplanten.
Afb. Akkerhommel op vlasbekje gefotografeerd
door Eric Daems
14
׉	 7cassandra://ClaDkYYuSm5s6pzV2_gQZ94Yo6TLNJG21AQ727xQcsc`̵ ay=!1&׉EBlijf het systeem verjongen
Door een voedselbos meer open te houden, krijgt ook de lagere begroeiing meer zonlicht wat voor veel planten nodig
is voor succesvolle vruchtzetting en ontwikkeling. Een voedselbos heeft over het algemeen een vrij open kroon in
tegenstelling tot een natuurlijk bossysteem. Door de gelaagdheid te behouden en regelmatig planten terug te snoeien,
wordt het systeem verjongd. Er zijn echter verschillende stromingen in de voedselboswereld die anders kijken naar het
wel of het niet snoeien in een voedselbos. Deze keuze is afhankelijk van de visie, maar ook van de doelstelling en de
beschikbare tijd. Sommige stromingen zijn meer op de natuur gefocust en anderen meer op cultuur. Er zou gekozen
kunnen worden om een voedselbos-park wegens veiligheid en toegankelijkheid regelmatig te snoeien. Door te snoeien
blijven de bomen en struiken goed produceren en blijven ze gezond, omdat takbreuk (wat tot gevaarlijke situaties leidt)
en ziektes zo voorkomen kunnen worden. Het gesnoeide materiaal kan op de bodem worden gebracht als mulchlaag. Er
kan ook gekozen worden voor soorten die weinig beheer nodig hebben (zie Excel ‘Voedselbos houtige gewassen beheer
& oogsten’ derde kolom, beheergroep minimaal beheer).
Werk gebruiksvriendelijk
Door het voedselbos gebruiksvriendelijk te onderhouden, blijft het prettig werken, oogsten en vertoeven in het
voedselbos. Denk bijvoorbeeld aan toegankelijke paden. De paden kunnen gemaakt worden door het aanbrengen van
dood organisch materiaal zoals stro of houtsnippers. Onderhoud de paden volgens het ontwerp. Hierdoor blijft alles
overzichtelijk en zijn de verschillende planten terug te vinden. Paden met een levende begroeiing zoals grassen of
kruiden moeten worden gemaaid. Wanneer er vaker over gelopen wordt, kan minder onderhoud nodig zijn. Afhankelijk
van de doelstelling zou ervoor gekozen kunnen worden om een rolstoelvriendelijk pad aan te leggen, bijvoorbeeld een
schelpenpad of een leempad. Door bomen en struiken niet al te hoog te laten worden, zoals een halfstam fruitboom, kan
er blijvend gemakkelijk van deze boom geoogst worden. Door de takken maximaal 2 keer per jaar terug te snoeien tot de
gewenste lengte, voorkom je dat de boom of struik te groot wordt en het fruit alleen met een hoge ladder bereikbaar is.
Betrek de omgeving
In de beginjaren is het van belang om proactief samen te werken met de omgeving en actief te communiceren. Voor
veel mensen is het concept voedselbos-park nog onbekend. Het is belangrijk om goed te luisteren naar de wensen
en ideeën van de omgeving, zodat deze meegenomen kunnen worden in de ontwikkeling van het voedselbos-park.
Anderzijds is actief informatie verstrekken en open communicatie erg belangrijk om het project kenbaar te maken, en zo
betrokkenheid en draagvlak te genereren. Om betrokken vrijwilligers te krijgen onderscheiden we enkele fases:
Het overbrengen en
delen van kennis
Het creëren van eigenaarschap
en betrokkenheid
Er ontstaat ruimte en
welwillendheid van burgers
om zelf te willen bijdragen
Afb. Zwarte bes
15
׉	 7cassandra://ZyFCX5Evx8aoKFAitwhGH6LCdKmopIVn2krnQ1y_Ozc`̵ ay=!1'ay=!1&{בCט   {u׉׉	 7cassandra://fR8l0_Zc6n6XM_O9StE8Y3B7yhBVMPIzWGFrH1Avw44 QW`׉	 7cassandra://kik1rrdvi6QSDRqwkaAz8dHYqvKttO0-8wqEZCitWp4Y`S׉	 7cassandra://YOe9nk_R7uzurBLQ_Z3Jw4sgNZHMw4h5657vy6v8FiA`̵ ׉	 7cassandra://X9wyZUqAUqeQUIIjAakkPJggiQSlfk3PQRyHV7UzD5Ú4͠ay=!1_ט  {u׉׉	 7cassandra://7qyxznazqfc1RjlqYqErqaY-cBaQYURUQ09mAHchgTE A`׉	 7cassandra://C8_OwMC-zIUH9LLCC81uXlh80aZTsv9eKimNSW9oITUbU`S׉	 7cassandra://6k7SCBG85mKZL2QMyQpEtqZ3jj7K5bNd9lgc4g8pgJ8`̵ ׉	 7cassandra://olsxxqEPURoOu5E4x_phiCCWrMG4JUeBzdWj-I1kJkwX}͠ay=!1`׉E2.3 Het beheer en de stadia van een voedselbos-park
Een voedselbos kent verschillende stadia van successie. De verschillende stadia hebben ook verschillend beheer nodig
om zo gezond en functioneel mogelijk te blijven. Onderstaande tekst deelt deze stadia in drie tijdsperiodes in, namelijk
van jaar 0-5, van jaar 6-10 en vanaf jaar 10.
1. Aanloopbeheer (jaar 0-5)
In deze tijdsperiode van de ontwikkeling in het voedselbos-park zijn onderhoudsmaatregelen
gericht op het verzorgen van jonge planten. De eerste paar jaar is de jonge aanplant extra
kwetsbaar voor droogte, vraat van bijvoorbeeld reeën en konijnen en overwoekering van
onkruiden. Eenjarige gewassen zijn kwetsbaar voor slakken. In deze periode is nog relatief
weinig oogst (afhankelijk van de gekozen gewassen). Onderstaande onderhoudsmaatregelen
zijn daarom in deze periode van belang.
Gevaarlijke onkruiden, zoals de reuzenberenklauw en agressieve onkruiden, zoals de Japanse duizendknoop,
bosbraam en grote brandnetel dienen in de beginfase goed te worden verwijderd door ze met wortel en al uit te spitten.
Wanneer deze soorten eenmaal gevestigd zijn in een verder ontwikkeld voedselbos, zijn ze moeilijker weg te krijgen.
Water geven indien nodig.
Jaarlijks mulchen, met bijvoorbeeld houtsnippers rondom de jonge boompjes.
Bramen en rozen verwijderen, tenzij ze daar gewenst zijn.
Haagwinde, kleefkruid, brandnetel en andere overwoekerende soorten verwijderen.
Paden onderhouden.
Wildbescherming aanbrengen bij kwetsbare planten.
Leiden en snoeien van klimplanten, struiken en bomen (erop gericht dat de productie goed wordt).
Planten, inzaaien en vervangen van planten die dood zijn gegaan. Dit kunnen één- en tweejarige planten zijn, dus ook
groenten en kruiden. Deze kunnen ook al geoogst worden.
Andere uit te voeren taken zijn (zie jaaroverzicht onderhoudsplanning voor de geschikte tijdsperiode hoofdstuk 3.2):
Onderhoud sociaal netwerk
Het aanplanten van het voedselbos biedt een mooie kans om mensen uit de buurt en andere geïnteresseerden uit te
nodigen voor de opening van het project. De mensen zelf een boom laten planten geeft een positieve verbinding met het
voedselbos. Mensen uit de omgeving kunnen zo met elkaar in contact komen en elkaar samen leren kennen.
2. Vervolgbeheer (jaar 6-10)
In deze fase van de ontwikkeling van het voedselbos is de aanplant van het voedselbos
aangeslagen en is minder onderhoud nodig. Voor voedselbossen geldt: hoe ouder de
aanplant, hoe hoger de productie. De bessenproductie komt als eerste op gang, gevolgd
door fruitsoorten als appel, peer, kers enzovoorts en tot slot de noten. Onderstaande
onderhoudsmaatregelen zijn in deze periode van belang:
Bramen, rozen en brandnetels onder controle houden.
Op exoten controleren en wanneer nodig onder controle houden.
Leiden en snoeien klimplanten, struiken en bomen (alleen in hoofdlijnen, zodat de planten gezond blijven).
Oogsten.
Paden onderhouden.
Wildbescherming onderhouden of verwijderen.
Aanvullend vervolgbeheer, vanaf jaar 5
Indien een hogere productie gewenst is, kan er meer onderhoud gepleegd worden, zoals:
Overige ongewenste soorten kleinhouden of verwijderen.
Planten, inzaaien, verplanten van kruidachtige planten. Als de bodem bewerkt wordt kunnen ook groenten en kruiden
gekweekt en geoogst worden.
16
׉	 7cassandra://YOe9nk_R7uzurBLQ_Z3Jw4sgNZHMw4h5657vy6v8FiA`̵ ay=!1(׉EBestuivers introduceren zoals honingbijen of hommels.
Leiden en snoeien klimplanten, struiken en bomen (erop gericht dat producten van een goede kwaliteit zijn).
Hakhout bijhouden (6-15 jaar) (zie beheergroep snoeien).
Ziektes en plagen monitoren en evt. wijzigingen in voedselbos aanbrengen die de situatie kunnen verbeteren .
Aanvullen van nutriënten indien gewenst, door externe aanvoer (bv. steenmeel, zie beheergroep bodemverzorging).
Onderhoud sociale netwerk
Om voedselbossen tot een succes te maken is een lange adem nodig, ook omtrent het betrekken van de omgeving.
Net als de planten die je aanplant in het voedselbos, heeft de groep mensen die betrokken is bij het project ook tijd
nodig om tot een goed werkende structuur en samenwerking te komen. Geef dit tijd en aandacht. De doelstelling is
dat in deze periode omwonende actief betrokken zijn geraakt en zelf bijdragen aan het succes van het voedselbos-park.
Dit vergt een voldoende hoog gevoel van eigenaarschap van de mensen in de omgeving. Het goed coördineren en de
mensen goed in staat stellen om het nodige onderhoud te doen is dan een focuspunt. Het creëren/fi netunen van goed
werkende organisatiestructuren is ook van belang. Omdat de oogst in deze periode aan het toenemen is, is bijvoorbeeld
het geven van oogstfeesten in de maand september/oktober een goede manier om vrijwilligers en andere buurtgenoten
te betrekken.
3. Beheer volwassen voedselbos-park (na 10 jaar)
In deze periode neemt het bos steeds meer de vorm aan van een ontwikkeld bossysteem. Hierin
kun je duidelijk zien waar er nog bijgestuurd en ingegrepen moet worden. Denk aan planten die
de overhand nemen of zo groot worden dat ze veel licht wegnemen voor andere planten in het
voedselbos. De al eerder genoemde onderhoudsmaatregelen zijn ook in deze fase van belang:
Bramen, rozen en brandnetels onder controle houden.
Exoten controleren en als nodig onder controle houden.
Leiden en snoeien klimplanten, struiken en bomen (alleen in hoofdlijnen, zodat de planten gezond blijven).
Oogsten.
Paden onderhouden.
Wildbescherming onderhouden of verwijderen.
Nieuwe mogelijke ingrepen in deze fase zijn:
Het gefaseerd vervangen van soorten die in productie teruglopen of niet meer gewenst zijn (wijkers).
Het vrij zetten van soorten die in productie toenemen of bedoeld zijn voor de toekomst (blijvers).
De blijvers en de wijkers
Een voedselbos kan begonnen worden met pionierssoorten, met de gedachte dat deze over tien tot vijftien jaar weer
verwijderd worden. Dit zijn dan de zogenaamde wijkers. Te denken valt aan boswilg, witte acacia, brem, hazelaar, appel,
peer, mispel, pruim, zoete kers enzovoorts. Hiermee wordt de ontwikkeling (successie) van een kaal terrein richting een
volwassen bos versneld. De biomassa wordt bijvoorbeeld sneller boven- als ondergronds opgebouwd. Pioniers groeien
vaak snel, kennen een vroege en grote productie, kunnen niet goed tegen concurrentie en leven vaak vrij kort (plusminus
60 jaar). Tussen de pioniers kunnen climaxsoorten gezet worden die het later overnemen. In dit geval zijn dit de blijvers.
Let op dat de blijvers tijdens de ontwikkeling voldoende licht en water krijgen, want deze bomen zijn de toekomst. Als
de wijkers weggehaald worden dan houd je een volwassen bos over. Climax bomen zijn goed in concurreren, hebben
lang nodig om in productie te komen en worden oud (plusminus 200-600 jaar). Te denken valt aan tamme kastanje,
pecan en suikeresdoorn. In een oerbos (climax) zouden dit dominante bomen zijn. Let wel op dat veel productiebomen
en -struiken geen climaxsoorten zijn, maar juist pioniers. Als je de pioniers wilt behouden dan zijn dit ook blijvers. Deze
groeien in een bosrand en niet in een volwassen bos. Het beheer richt zich dus op verjongen zodat het een bosrand blijft.
Wijkers kunnen weggehaald worden door te snoeien en het gesnoeide te laten vallen (het chop & drop principe) of door
ze compleet te verwijderen en tot mulch (versnipperd materiaal) te verwerken en dit te verspreiden.
17
׉	 7cassandra://6k7SCBG85mKZL2QMyQpEtqZ3jj7K5bNd9lgc4g8pgJ8`̵ ay=!1)ay=!1({בCט   {u׉׉	 7cassandra://GZpcJe4e-3p21bDKX6XjB4ggzsvJrGQv6GU88jqYIWg `׉	 7cassandra://40okBSf-YNesAhSuTJqNjG983Ht1M_uSXbeDBryJKjcj'`S׉	 7cassandra://m9xjuAaKOhaYwuDK-ioMVKL-I5ptLwsydVSrjzRnDmk%`̵ ׉	 7cassandra://7j_X3lJ3d6cFPVY4RLhndTiEoz_45Xztd1yhSels8Wo LI͠ay=!1bט  {u׉׉	 7cassandra://d1vmTRRKd8Mf6hZLQXe1NKJtXB6J1YTq8fms1TynsK4 `׉	 7cassandra://c6A8JOy8vUI43AudrCB_UoqmUiFRSd8YK8n2V-IgthcL`S׉	 7cassandra://yHA1rJrV12rt3_oSIQEKo_Vcowtrgt6oLItDN53ltEU`̵ ׉	 7cassandra://BQVlLY0-W7fb1dhVBBg7_FNVpIuVEVkQ1sJsY5l8csENb^͠ay=!1c׉EOnderhoudsmaatregelen
in een
voedselbos-park
Wanneer het beheerplan en de
beheerdoelen duidelijk zijn, kan
dit vertaald worden naar praktische
onderhoudsmaatregelen. Dit hoofdstuk
zal ingaan op de verschillende
onderhoudsmaatregelen die gedaan
moeten worden in een voedselbospark.
Deze worden toegelicht en er
worden voorbeelden gegeven voor een
overzichtelijk format om er zelf mee aan
de slag te gaan. Uiteraard bepalen de
beheer- en onderhoudsmogelijkheden en
de beoogde doelen van het voedselbospark
de mate en frequentie van de
onderhoudsmaatregelen. Zie bijlage 2
voor een voorbeeld inhoudsopgave van een
onderhoudsplan.
18
Afb. Klimplant groenten - Chinese yam
Hoofdstuk 3
׉	 7cassandra://m9xjuAaKOhaYwuDK-ioMVKL-I5ptLwsydVSrjzRnDmk%`̵ ay=!1*׉E
3.1 Onderhoud en sociale activiteiten
Om het nodige werk op te delen per onderhoudsactiviteit zijn er beheergroepen gemaakt. Deze zijn dus aan elkaar
gekoppeld. In het Excelbestand ‘Voedselbos houtig gewassen beheer & oogsten’ zijn de voedselbosgewassen
beschreven. Vervolgens zijn deze onderverdeeld in beheergroepen (zie derde kolom). Voor elk van de beheergroep geldt
een specifi eke uitleg hoe de bijbehorende plant het beste onderhouden kan worden (zie bijlage I). Drie beheergroepen
van houtige gewassen worden in dit hoofdstuk uitgelicht. De rest is te vinden in bijlage I.
Snoeien
Snoei zorgt voor de juiste boomvorm en brengt licht, lucht en zon in de kruin. Al deze elementen zijn nodig
om veel en gezonde vruchten aan de bomen en struiken te krijgen, tevens om takbreuk en ziektes te voorkomen en
bomen een lang en gezond leven te geven. Let op: hieronder zijn de algemene snoeirichtlijnen omschreven; voor
specifi eke informatie per beheergroep van verschillende houtige gewassen, raadpleeg bijlage I.
Algemene snoeirichtlijnen:
• Houd de kroon open.
• Zorg dat de takken de gewenste hoeveelheid licht krijgen.
• Verwijder kruisende takken.
• Verwijder beschadigde en dode takken.
• Verwijder probleemtakken.
• Snoei nooit meer dan één vijfde van een kroon in 1 jaar weg.
• Verjong de kroon, zodat de boom blijft groeien (een boom met alleen
oude takken wordt sneller ziek).
• Snoei bij droog weer.
• Snoei prunussen alleen in de zomer.
• Snoei ABC bomen in de herfst.
• Snoei matig winterharde soorten, zoals bv. vijg in het late voorjaar.
• Snoei altijd met schoon en scherp gereedschap.
• Snoei takken af aan de takkraag (zie afbeelding).
Basisregels bij de vormsnoei:
• Dikke en grotere takken beperkt snoeien om de vorming van veel scheuten niet te stimuleren.
• Dikke takken eerst van onderen inzagen en daarna van boven afzagen.
• Normale twijggroei- matig snoeien om eenzelfde groei te behouden.
• Zwakke twijggroei – sterk snoeien om zo de twijg ontwikkeling te prikkelen.
• Vormsnoei wordt gedaan tot en met de opbrengstfase van de bomen (tussen de 8 tot en met 12 jaar na aanplant).
Hakhout:
• Wordt om de 6-15 jaar gekapt. Dit kan gedaan worden met hazelaar, eik, linde, els, wilg, es, iep, witte acacia,
haagbeuk en tamme kastanje.
• Kan gedaan worden om:
• De bomen en struiken niet te groot te laten worden.
• Een open en tijdelijke lichte plek in de begroeiing te creëren.
• Het hout te oogsten.
• De boom te verjongen.
• De bomen worden tot drie keer ouder dan ze eigenlijk zouden worden.
19
׉	 7cassandra://yHA1rJrV12rt3_oSIQEKo_Vcowtrgt6oLItDN53ltEU`̵ ay=!1+ay=!1*{בCט   {u׉׉	 7cassandra://HWSvXa0SsNuqWPeaKOy7pqfQGjjZ67LEeYpwQmtd5DA `׉	 7cassandra://bzLPJW31muFzwQxyJNYu_pShtOCZX2nmAU7yEXySJtYj`S׉	 7cassandra://5ygOEc6o9vk_dMEADpYYKAVqjJDvvRn0b-kFvWXR0I8`̵ ׉	 7cassandra://pNRiCtpYWwr4KRcn4Q_vTgjZeK0X8SUba8JttFKysdo ͠ay=!1eט  {u׉׉	 7cassandra://MLVNoGY0HriweOQ0NvWoYWBv-Qd3dFfm7_9qkKV_9Ns R`׉	 7cassandra://fnp1wOC8186hc6XkSX63VocVju-V0WMGWS-cLXghw_oY`S׉	 7cassandra://b6WH_8YBBULICJmVNooZCd7UEQmH8LinM-Aj03KUmVs`̵ ׉	 7cassandra://L1pu5pnGpGf1oA3k7lrLYKf7aca9gwIQ_XfhHZNmJOU Hx͠ay=!1f׉EGroenten, kruiden en
biodiversiteitsplanten
Hieronder zijn enkele veel geplante vaste groenten
omschreven die veel geteeld worden. Deze zouden ook
gemakkelijk door buurtbewoners in een voedselbospark
geteeld kunnen worden. Voor meer soorten zie
pdf-bestand ‘Voedselbos plantsoen’. Verder kunnen
in voedselbos-parken eenjarige groenten en kruiden
in plantenbakken, in open ruimtes of plantenborders
geteeld worden. In de bijlage 2 ‘teelt eenjarige groenten
en kruiden’ staat een globale jaarplanning van wanneer
wat gezaaid en geoogst kan worden.
Hid
Aardappel: Dit is geen winterharde soort. Ook moet hij
jaarlijks op een ander stuk geteeld worden. Om de 3-4
jaar mag hij weer op hetzelfde stuk geteeld worden. Dit
vanwege aaltjes (nematoden). De aardappel houdt van
een vochtige en voedselrijke bodem en een lichte en goed
doorluchte standplaats. Hij wordt geplant rond april en
geoogst vanaf eind juni.
Aardpeer/ zonnewortel: De kans van slagen van deze
soorten hangt af van de hoeveelheid knaagdieren,
veldmuizen, woelratten en ratten. Zij eten graag de
jonge scheuten en stengelknollen. Als dit niet het geval
is, krijg je snel te veel aardpeer en zonnewortel en moet
je opletten dat ze zich niet te massaal uitbreiden. De
zonnewortel bloeit uitbundiger en is dus beter voor de
biodiversiteit. Ze worden van het najaar tot het vroege
voorjaar geoogst.
Asperge: Het fi jnst is om asperge op rijen te telen. Denk
er daarbij aan dat je de stengels helpt te ondersteunen.
Een mogelijkheid is om aan beide kanten een afzetting
met touw te hebben zodat de rij goed overeind blijft.
Asperges houden van goed drainerende, voedselrijke
en warme bodems. Ze houden van veel licht. Ze kunnen
geoogst worden van april tot 24 juni.
Kardoen: Deze soort is vorst- en knaagdiergevoelig.
Hij kan op een beschutte plek tegen een warme muur
geteeld worden. De bloemhoofden kunnen in de zomer
gegeten worden en de gebleekte stengels in de nazomer.
De bodem moet drainerend en voedselrijk zijn. Kardoen
houdt van een lichte standplaats.
Rabarber: Let erop dat de rabarber op een goed bemeste
en vochtige bodem staat. Oogst tussen april tot eind mei,
maximaal een vijfde van de rabarberstengels. Hierdoor
blijft de plant gezond en heb je ook volgend jaar weer
voldoende oogst. Optioneel verwijder je de bloem, maar
deze is waardevol voor de biodiversiteit.
20
Afb. Kardoen
Afb. Rabarber houdt van veel licht
Algemene richtlijn voor kruiden
De meeste kruiden houden van een zonnige, luchtige,
vochtige, goed drainerende en voedselrijke bodem.
De meeste kruiden kunnen niet goed tegen directe
concurrentie met naburige planten. Belangrijk bij deze
kruiden is om deze planten jaarlijks te vermeerderen
middels stekken en zaaien, omdat de meeste kruiden
niet langlevend zijn.
De beste en snelste manier om een bloemrijke zoomof
stinzenvegetatie te krijgen is door volwassen
planten aan te planten. Houd er rekening mee dat zo'n
50% van de aangeplante kruiden uitvalt. Een kruid
moet 1 cm dieper dan de kwekerijhoogte geplant
worden. Beschadig wortels die in elkaar groeien en
verwijder zoveel mogelijk zwarte grond. Geef de plant
2-3 weken lang water en houdt de plant het eerste
jaar in de gaten. De grootste kans dat zaden kiemen,
is door de bestaande vegetatie te beschadigen, zodat
er veel kiemplekken zijn. De zaden kunnen het beste
rond september gezaaid worden.
Algemene richtlijn biodiversiteitsplanten
Het voedselbos-park moet ook planten bevatten die
specifi ek voor de biodiversiteit geplaatst zijn. Bij het
beheer moet erop gelet worden dat minimaal een op
de tien bomen, drie op de tien struiken en vijf op de
tien kruidachtige planten beschikbaar zijn voor de
biodiversiteit. Dit is een schatting van de schrijvers van
dit product.
׉	 7cassandra://5ygOEc6o9vk_dMEADpYYKAVqjJDvvRn0b-kFvWXR0I8`̵ ay=!1,׉E%Bodemverzorging
Zoals eerder aangegeven is het voeden van de bodem en het
bodemleven belangrijk om zo de nutriënten die onttrokken worden
aan het systeem (door te oogsten en te kappen) terug te brengen.
Zls d
Door het terugbrengen van bijvoorbeeld takken en maaisel en het
creëren van een mulchlaag wordt het bodemleven gevoed en kom
er nutriënten en mineralen vrij die gebruikt kunnen worden door de
planten.
Wat kan blijven liggen in het voedselbos-park?
• Takken korter dan 50 cm
• Gras (zeker wanneer het gebloeid heeft)
• Kruiden
• Rottend fruit kapot maken of aan iets voeren (ongedierte
voorkomen)
Dikkere stukken hout kunnen versnipperd worden. De
houtsnippers zetten in 1-3 jaar om tot een zwarte laag.
Afhankelijk van de gedane uitgangssituatie analyse van de bodem
(zie hoofdstuk 2.1), kan er gekozen worden om in bijvoorbeeld
de beginfase extra gesteentemeel, wormenmest, bladeren en/of
bosgrond toe te voegen.
Mogelijkheden om de bodem te voeden:
Gesteentemeel
Gesteentemeel is gemalen gesteente (bijvoorbeeld lava) en beva
heel veel sporenelementen. Kan optioneel gestrooid worden
bij een verarmde en zuurdere bodem met weinig kleimineralen.
Gesteentemeel heeft een langdurige werking en brengt extra
nutriënten in de bodem die zorgen voor een betere plantgezondheid.
Wormenmest
Wormenmest bevat veel bodemverbeterende bodemorganismen.
Kan optioneel gebruikt worden bij een verarmde bodem en werkt
kortdurig voor dat seizoen. Het wordt vooral in bacteriedominante
systemen gebruikt (vooral eenjarige, bijvoorbeeld een moestuin).
Gebruik wormenmest wanneer je weinig humus in de bodem hebt.
Wormencompost is organisch materiaal dat volledig is verteerd door
wormen.
Bladeren
Bladeren van bomen en struiken zijn gratis en zijn een prachtige
mulch. Ze zijn bodemverbeterend en maken de bodem
schimmeldominanter. Deze worden in de herfst verspreid. Bladeren
van kruiden bevatten meestal veel stikstof en kunnen gebruikt
worden als voeding voor andere planten. Smeerwortel en brandnetel
zijn bekende voorbeelden. Dit wordt in de zomer gedaan.
Afb. Vlierbloesem
21
׉	 7cassandra://b6WH_8YBBULICJmVNooZCd7UEQmH8LinM-Aj03KUmVs`̵ ay=!1-ay=!1,{בCט   {u׉׉	 7cassandra://AcHCPAOs_mgrBsVzGQjEATwlx3Ivz8KlqmmjktmlmIs 8` ׉	 7cassandra://lRgVl7C7kJYN1p1hy4-fgiV8uqkOipn7PXdA7-t4kY4f`S׉	 7cassandra://DQxSlJBypegvkpQ75jYk2Ao4dC6h-m2nWw-5Y8c_T8o`̵ ׉	 7cassandra://uQrsFzlCuBr-BkfEjaefnT7CiWJkwlluTy53u3INcWUi3͠ay=!1hט  {u׉׉	 7cassandra://-8Zzyz4D4c4xrn7sMTMh1NaS15MIyKD1FMz2XLMeT9c C`׉	 7cassandra://QUPIyvcCQ16KB_2FUn16JPmvIR_LNhxwN2gm5USASxIW`S׉	 7cassandra://ZQjS8fK4o3h6Y4_J3xd1lH0KfFoqSbxGhbZEs1BmsaoG`̵ ׉	 7cassandra://c2kf7shzXL2lnU5UMuvTLHDjwzlHQCc8chbBYLt3rh4U:͠ay=!1i׉EBBosgrond, enten
Bosgrond¹ kan gebruikt worden om bodemorganismen te helpen zich te verspreiden en snel een bosbodem² te krijgen.
Bosgrond van een gezond, lokaal naburig bos bevat veel nuttige micro-organismen voor een startend voedselbos. Een
handjevol per vierkante meter is meer dan voldoende. Een bosbodem is van nature zuurder dan de grond zelf. Dit komt
omdat bosbodems schimmeldominant zijn. Schimmels hechten met hun hyfen een bodem aan elkaar en geven zuren af om
voedingsstoffen vrij te maken. Dit werkt net zoals een maag. Veel houtige gewassen zijn afhankelijk van schimmels om aan
water, koolstof en sporenelementen te komen. Verder kunnen schimmels gevaarlijke stoffen helpen afbreken of afvoeren.
Planten geven schimmels bijvoorbeeld glucose en daardoor ontstaat de symbiotische relatie (mycorrhiza). Bevat een bodem
te veel zouten (bv. fosfaat of stikstof) dan gaan schimmels dood. Ze spoelen stoffen zoals calcium uit en zo krijgen planten
tekorten aan sporenelementen. Dit maakt ze tevens kwetsbaarder voor droogte. De boeken van Paul Stamets (mycoloog)
gaan hier onder andere dieper op in en zijn erg interessant. Bodems die geploegd worden, zijn bacteriedominant en zijn
alkalischer dan de grond zelf. Dit komt door het alkalische slijm van de bacteriën.
Eenjarige planten houden van bacteriedominante bodems. Een gemiddeld grasland heeft ook een bacteriedominante
bodem, maar een gezond grasland heeft een goede balans tussen schimmels en bacteriën. Grassen geven hormonen af
die houtige gewassen remmen in kiemen en groei. Ook bomen zoals eiken, tamme kastanjes, beuken en walnootachtigen
geven stoffen af die de groei van andere planten afremmen of op een andere manier negatief beïnvloeden. Denk dus na waar
je de bosgrond gooit. De organismen in de grond moeten wel enige kans van overleven hebben. Het bodemleven van een
bosbodem houdt van schaduw, vochtige bodem en bruin organisch materiaal wat ze kunnen eten.
Onkruiden
Gevaarlijke onkruiden, zoals de reuzenberenklauw en agressieve onkruiden, zoals kleefkruid en de Japanse
duizendknoop moeten in de aanlegfase rigoureus met wortel en al verwijderd worden. Zodra je voedselbos eenmaal iets
verder is doorontwikkeld is het veel moeilijker voor deze planten om te overleven.
Brandnetels en bramen
Brandnetels en bramen zijn beide nuttige planten om in geringe mate in het systeem te hebben. Het zijn goede
waardplanten en bramen zijn ook waardevol voor bestuivers. Bramen en brandnetels raken echter gemakkelijk uit
controle en zijn dan bijna niet meer in de hand te krijgen. Zowel de bramen als de brandnetels moeten dan met wortel en al
verwijderd worden! Dit kan het beste in de winter gebeuren.
Beide soorten zouden van nature pas afnemen bij veel schaduw of wanneer het stikstofgehalte omlaag gaat. Dit
gebeurt in Nederland niet vanwege de stikstofdepositie uit de lucht. Verder horen beide soorten thuis in een zoom- en
mantelvegetatie, zoals die gerealiseerd wordt in een voedselbos-park. Kortom, brandnetels en bramen zullen in bijna ieder
voedselbos inburgeren en het is vooral belangrijk om ze onder controle te houden.
Water
Het is altijd goed om na te gaan hoe het staat met de waterhuishouding van het terrein. Planten zijn immers erg
afhankelijk van voldoende water voor de groei en (vrucht-)ontwikkeling. Het kan zijn dat stukken in het voedselbos-park
natter zijn en andere stukken weer droger. Op nattere plaatsen kunnen planten groeien die graag natte voeten hebben
en anderzijds zijn er ook soorten die juist graag iets hoger staan waardoor de (pen-)wortels niet in het grondwater staan.
Door de opbouw van organisch materiaal in het voedselbos-systeem kan er meer water worden vastgehouden, waarvan
profi jt ondervonden wordt in drogere periodes. Door wateropvangelementen te hebben in het voedselbos-park kan er
water opgeslagen worden voor drogere periodes. Ook kan ervoor gekozen worden om een waterput te slaan of om water
af te koppelen van omliggende bebouwing en op te vangen. Kortom: denk goed na hoe de jonge aanplant, zeker in de
beginjaren, voldoende water krijgt.
fhklijk
¹Grond vormt het moedermateriaal van een bodem. In Nederland is dit zand, klei, silt en veen.
²Bodem is een kenmerkende en herkenbare bodemstructuur met een opbouw in lagen. Deze ontstaat uit het moedermateriaal
door invloeden van klimaat, vochthuishouding, leven en tijd. We rekenen de eerste twee meter onder een bodem.
22
didk
׉	 7cassandra://DQxSlJBypegvkpQ75jYk2Ao4dC6h-m2nWw-5Y8c_T8o`̵ ay=!1.׉EWaterelementen
De grootste biodiversiteit kan gevonden worden in water met een diepte van 20-40 centimeter. Schoon in 3 tot 5 jaar
een vijver op en ga gefaseerd te werk. De werkzaamheden kunnen het beste rond september tot oktober plaatsvinden.
Uitzondering: bladeren en fruit die in grote hoeveelheden in water terechtkomen moeten hoe dan ook verwijderd
worden, omdat ze het water te voedselrijk maken. Water met een pH 4 is te zuur en moet bekalkt worden. Dit water is
anders zo zuur dat de eieren van amfi bieën wegschimmelen.
Water na de aanplant
Zeker in de eerste paar jaar na aanplant dient de nieuwe aanplant goed in de gaten gehouden te worden.
Verdrogingsverschijnselen
Bladeren die slap hangen, verschrompelen of bruin worden of wanneer de schors rimpelt.
Hoe te voorkomen?
• Bij voorkeur houtige gewassen ’s avonds watergeven. Kruidachtige kunnen het beste in de ochtend water
krijgen.
• Eventueel een richeltje maken om de boomspiegel om te vermijden dat water wegloopt.
• Grotere bomen en struiken royaal water geven (ong. 30 liter per boom, afhankelijk van de frequentie, droogte
en bodemtype). Een andere vuistregel is 3 cm water over de gehele kroonomvang per keer.
• Bedek de grond met een mulchlaag van ruim 10 cm hoog, met een straal van ongeveer 1 meter om de stam, en
houd de stamvoet (ongeveer 10cm) vrij om rot te voorkomen.
• Houd de boomspiegel vrij om wortelconcurrentie te voorkomen.
Gewasbescherming
In het voedselbos-park dient in verband met natuurlijke bestrijding voldoende rekening gehouden te
worden met voldoende nest- en schuilgelegenheid voor predatoren zoals vogels, egels, amfi bieën en
insecten. Door wat ruigte en gevarieerde vegetatiehoogtes toe te laten in het voedselbos-park kunnen allerlei dieren
schuilen of nestgelegenheid vinden. Deze diversiteit zorgt voor een natuurlijk balans. Er zou gekozen kunnen
worden voor het plaatsen van nestgelegenheden zoals een uilenkast, roofvogelkast en gewone kleine nestkastjes in
verschillende soorten en maten. Vooral insecteneters en roofvogels dragen bij aan een natuurlijke plaagcontrole.
Vraatschade aan de planten
Zeker in de eerste paar jaar na aanplant dient de nieuwe aanplant goed in de gaten gehouden te worden.
Hoe te herkennen?
• Afgebeten twijgen en schillen van de stam (door hazen/konijnen).
• Veegschade aan takken of stam en afgebeten knoppen (ree).
• Ondergrondse gangen en afgevreten schors aan wortels en stamvoet (woelmuizen).
• Gaten in bladeren, afgeschraapte stengels en slijmsporen bij groenten, kruiden, pawpaw en kiwibes (slakken).
Hoe te voorkomen?
• Plaats een voldoende hoge cilinder van fi jnmazige draad rondom de stam, of plaats een kunststof
beschermspiraal.
• Omhein (tijdelijk) het gehele perceel.
• Plant in grote hoeveelheden en vervang doodgegaan plantmateriaal. Plant in het begin vooral goedkope soorten.
• Bescherm de wortels met gaas bij woelratten. De wortels moeten er doorheen kunnen groeien. Er kan ook puin
om de wortels heen gegooid worden.
• Planten kunnen tegen slakken beschermd worden met: nematoden, voldoende predatoren (bv. gewone pad en
egel), koper om de plant heen, fi jngemaakte schelpen, biervallen en nog vele andere manieren.
23
23
׉	 7cassandra://ZQjS8fK4o3h6Y4_J3xd1lH0KfFoqSbxGhbZEs1BmsaoG`̵ ay=!1/ay=!1.{בCט   {u׉׉	 7cassandra://YIHRM6gk_PkRMm685F6dqXL7-i4OguqFw34mjButirY V0`׉	 7cassandra://VcGzmtFfKORSz0gsQrrpvNd2ekPUoMXptPmvB4jHldAa`S׉	 7cassandra://epzdyezb3LS2_b0UHIEGXBXkDfhQ0tbKW__GuLES3zk`̵ ׉	 7cassandra://Ih-lNnUufkC--WOC4JUoO6_f5YQcFji34E-z6W2Nu0s ͠ay=!1kט  {u׉׉	 7cassandra://JwHvRr3QuZQO6jiDu89eB6viMNVw9UswAv43Nole4xg #`׉	 7cassandra://L1TX-_cCTqAfpDSTkJLEckXl-7y5gVarRKzqSq15c-kc(`S׉	 7cassandra://sAskzrHdBxe_GTaJuBRX-1MQUTPGADg-Eq55Y6R6bJY`̵ ׉	 7cassandra://oOOQHv2Gk05DLIrqKxHlb2aOw0GbmYn6wdIXH4ZHXqM ` ͠ay=!1l׉E?Sociale netwerk
Dit zijn enkele voorbeelden hoe de buurt en de verdere
omgeving betrokken kan worden in het voedselbos-park.
Workshops en rondleidingen
Door het geven van workshops en rondleidingen kan er
kennis over verschillende aspecten van een voedselbos
gedeeld worden. Op deze manier kan er betrokkenheid
en uiteindelijk eigenaarschap van het voedselbos-park
ontstaan. Ook laat je mensen kennis maken met het voor
vele nog nieuwe concept ‘voedselbos-park’. Soms vergt
een voedselbos uitleg om het te kunnen begrijpen en
waarderen. Dit geldt zeker voor een rommelig ogend
voedselbos.
Oogstfeesten
Het jaarlijks samen vieren van de oogst en mensen laten
proeven hiervan creëert ook binding met elkaar en met
de producten. Een goed tijdstip is afhankelijk van de
aanplant en de voornaamste oogstdata hiervan. Vaak is
september of oktober een geschikte maand hiervoor.
Werkdagen
Samen met vrijwilligers werken in een voedselbospark
kan leuk zijn, en het is ook een manier voor
buurtbewoners om elkaar te ontmoeten. Door op
werkdagen extra aandacht te schenken aan sociale
aspecten (denk bijvoorbeeld aan een gedeelde lunch) kan
er extra binding en betrokkenheid ontstaan. Activiteiten
op werkdagen kunnen zijn: zaaien, planten, water geven,
oogsten en het verwerken van producten.
Monitoring
M
Om te bepalen hoe succesvol het voedselbos-park is, kan
periodiek gemonitord worden in welke mate gestelde
doelen behaald zijn. Dit geeft ook mogelijkheid tot het
bijstellen van het beheer en het uiteindelijke onderhoud
van het voedselbos-park. Zie hieronder een aantal
voorbeelden van op basis van gestelde doelen mogelijk
relevante zaken om te monitoren.
Voedselproductie aspecten:
• De behaalde hoeveelheid oogst.
• Voedselboog (in de verschillende seizoenen
voldoende voedselproductie).
• Het aantal arbeidsuren.
Afb. Onder de kersenbloesem
24
׉	 7cassandra://epzdyezb3LS2_b0UHIEGXBXkDfhQ0tbKW__GuLES3zk`̵ ay=!10׉ENatuurlijke en ecologische aspecten
• De bodemsamenstelling, bijvoorbeeld de toename van het organisch
materiaal in de bodem. Zie de afbeelding hiernaast. Wanneer er een
handje bodem in een glas water wordt gedaan dan kan je na een tijdje de
verschillende elementen stenen, zand, klei en humus onderscheiden.
• Het aantal (genetisch) verschillende planten.
• Het aantal insecten en monitoren of er goede bestuiving is.
Sociaal-maatschappelijke aspecten
• Het aantal georganiseerde sociale activiteiten, zoals bijeenkomsten,
workshops, werkdagen, etc.
• Het aantal deelnemers per activiteit.
• Het aantal mensen die recreëren in het voedselbos-park.
• Het aantal (lokale) samenwerkingspartners.
3.2 Onderhoudsplanning
Humus
Water
Klei
Zand
Stenen
Om bovenstaande onderhoudsmaatregelen overzichtelijk weer te geven,
kan er een jaarlijkse of meerjarige planning gemaakt worden. Onderstaande
formats kunnen gebruikt worden voor het maken van een onderhoudsplan.
Deze twee formats vullen elkaar aan. Afhankelijk van de behoefte kunnen de formats meer of minder uitgebreid gemaakt
worden. Een mogelijkheid is ook om voor een bepaald beheer extra toelichting of een uitgebreider stappenplan te
maken. Hieronder wordt ook een voorbeeld gegeven. Het is afhankelijk van de kennis en ervaring van de uitvoerders of
dit gemaakt dient te worden.
Format “Jaaroverzicht onderhoudsplanning”
Onderstaand format geeft voor verschillende beheergroepen inzichtelijk weer wanneer de nodige handelingen
uitgevoerd dienen te worden. Een dergelijk format kan apart gemaakt worden voor ieder te beheren voedselbospark.
Afhankelijk van welke soorten en elementen aanwezig zijn, kan het format ingevuld worden. Per maand kan er
snel worden gezien wat er die maand gedaan moet worden. Dit format kan bijvoorbeeld om de vijf jaar herschreven
worden. Op deze manier kunnen onverwachtse maatregelen toegevoegd worden en kunnen maatregelen toegevoegd of
weggehaald worden afhankelijk van de successiefase van het voedselbos.
Format “onderhoudsactiviteiten en frequentie”
Per beheergroep zou zoals het voorbeeld in de onderstaande tabel uitgewerkt kunnen worden wat wanneer dient te
gebeuren.
25
׉	 7cassandra://sAskzrHdBxe_GTaJuBRX-1MQUTPGADg-Eq55Y6R6bJY`̵ ay=!11ay=!10{בCט   {u׉׉	 7cassandra://7mCilPmZ1de-NeVqcDpA4mTzvBjaSd3bL3-Wdf5KMPU {`׉	 7cassandra://j1ZEtPNXBisUKIceXBe5yUMlGv7NQEGDZ3m0rDCggk4X`S׉	 7cassandra://wPctuQ7phHWFgAfkviMgZgS29n4PopxnXoDMXfq4-cUP`̵ ׉	 7cassandra://vxcW8P-rkcNzbhY3rjdQlm_MKXuYW1ufA1_RnvZXEwM 	N}͠ay=!1nט  {u׉׉	 7cassandra://ectgENd5E7jCC-JieIgY42ymvI_c39_KWZvJG9tOUYI `׉	 7cassandra://zG2UJbh0uMMImh63KvEqJBce4SHx00O-c-5SWnPQW1kc`S׉	 7cassandra://kWengoEbeNVSxg7z3CX0UcRg77i5gVsha5wJhby4svk`̵ ׉	 7cassandra://KfSrtpPkz_BWWbRHBlohOSFCfCfFjuw0rChQ7PUedn0 Q͠ay=!1oנay=!1s C9ׁH 0https://www.facebook.com/groups/673866210041711/ׁׁЈ׉EBeheergroepen, activiteiten, frequentie en periode:
Beheergroep
Onderhoudsactiviteit
Prunussen
1. Vormsnoei
2. Hoofdsnoei
3. Oogsten
Frequentie
1. 1x per jaar
2. 1x per jaar
3. 1x per jaar
Periode
1. Maart- tot
opbrengstfase
(8-10 jaar)
2. Juli – augustus
3. Juni -juli
Pawpaw
1. Watergeven
2. Handmatig bestuiven
van vruchten
3. Oogsten
Onkruiden
1. ‘Gevaarlijke en
agressieve’ onkruiden
(reuzenberenklauw en
Japanse duizendknoop )
verwijderen
2. Brandnetels en bramen
verwijderen
Walnootachtigen 1. Vormsnoei
2. Hoofdsnoei
3. Oogsten
1. 1x per jaar
2. 1x per 5 jaar
3. 1x per jaar
Voorbeeld stappenplan onderhoudsmaatregel
Snoei walnoot
Walnoten vallen onder de ABC-bomen. Snoei de walnoot het beste in de periode tussen juni tot eind oktober.
Zorg voor scherp en gedesinfecteerd materiaal.
Stap 1
Stap 2
Kleine snoei kan plaatsvinden rond eind mei tot en met eind juni. Er kunnen bijvoorbeeld bevroren takeinden
verwijderd worden. Verder is het goed om te kijken dat ongewenste vertakkingen eruit gehaald worden. De boom
gaat dan niet onnodig in takken investeren die toch weg moeten. Gebruik altijd een scherpe zaag of takkenschaar en
snoei niet meer dan een vierde van de takken weg.
Stap 3
Als de boom te groot wordt, kan er tussen juni en eind oktober hard gesnoeid worden. Vooral ook grotere takken die
elkaar kruisen kunnen weg gezaagd worden en zorg voor voldoende licht en lucht in de kroon.
Stap 4
Verwerk de gesnoeide takken (mogelijk verkleind) op de bodem.
1. Juni en juli in
beginjaren
2. Maart
3. September/ oktober
1. Eerste drie jaar
(afhankelijk van droogte)
2. 1x per jaar
3. 1x per jaar
1. Tijdens de
ontwikkelfase van het
voedselbos (wanneer
gespot)
2. 1x per jaar
1. van juni tot september
2. april - mei
3. oktober
1. 5x per jaar (wanneer
gespot)
2. Van december tot maart
׉	 7cassandra://wPctuQ7phHWFgAfkviMgZgS29n4PopxnXoDMXfq4-cUP`̵ ay=!12׉E=Organiseren van zaai- en oogstfeest
Het samenstellen van de organisatie
Stap 1
Het kan zijn dat er al een bestaand bestuur of een groep vrijwilligers zijn die het oogstfeest willen organiseren. Ben je
echter alleen of nog met een te kleine groep, zorg dat er voldoende mensen aansluiten bij de organisatie om het in goede
banen te leiden. Begin hier ongeveer 4 maanden voor het te plannen oogstfeest mee.
Stap 2
Het kiezen van een geschikte datum
Ga na in welke maanden er veel gezaaid en geoogst kan worden in het voedselbos-park. Meestal wordt een oogstfeest
georganiseerd in het vroege najaar (eind september, begin oktober). Deze kan ook in bijvoorbeeld begin juli
georganiseerd worden wanneer kersen en frambozen in grote getalen afrijpen. Ook wanneer er veel gezaaid en
uitgeplant kan worden kan dit gevierd worden.
Stap 3
Het bedenken van de activiteiten
De organisatie kan via een brainstorm activiteiten en bijvoorbeeld recepten verzinnen. Bedenk goed of het aantal
ideeën die zijn ontstaan haalbaar zijn om te organiseren. Verdeel naar interesse en kwaliteiten de uit te voeren
taken. Maak een planning van wanneer wat geregeld moet zijn. Voor de activiteiten kan er gedacht worden aan
het plaatsen van een sappers, waar verschillende soorten oogst in verwerkt kan worden. Denk ook eens aan een
buffet of een workshop. Voor inspiratie voor voedselbosrecepten zie de Facebookpagina Voedselbosrecepten:
https://www.facebook.com/groups/673866210041711/
Stap 4
Buurtbewoners en geïnteresseerden uitnodigen
Maak een pakkende flyer. Op deze flyer staat duidelijk omschreven wat er precies wordt georganiseerd, wat de
mensen van deze dag kunnen verwachten, de datum, locatie, tijd en de mogelijke kosten hiervan. Wanneer er
e-mailadressen bekend zijn, kan er een uitnodiging per mail worden verstuurd. Met posters of een oproep in
het lokale blad of de krant kan het breder kenbaar gemaakt worden. Door mensen zich te laten aanmelden krijg
je een beeld hoeveel er komen en kan hier rekening mee gehouden worden. Maak de datum en de activiteiten
ruim twee maanden voor het oogstfeest kenbaar.
Stap 5
Overleg
Kom regelmatig bij elkaar met de organisatie om de voortgang te bespreken. Wanneer zaken meer werk
vragen dan gepland kan er om hulp worden gevraagd, of wanneer iets net anders loopt dan verwacht kan
dit besproken worden. Ook kan zo de planning in de gaten gehouden worden en blijft iedereen scherp.
Stap 6
Het zaai- en oogstfeest
Zorg ervoor dat de organisatie op tijd aanwezig is om alles goed voor te bereiden. Er zijn toch vaak
nog op het laatste moment dingen die gedaan moeten worden. Sta open voor gesprekken met
mensen die er misschien voor het eerst zijn en vragen hebben. Leg uit wat een voedselbos-park
is en waar het project voor staat en wat jullie zoal doen. Zorg ervoor dat iemand foto’s maakt.
Zorg er vooral voor dat het een gezellige dag is.
27
׉	 7cassandra://kWengoEbeNVSxg7z3CX0UcRg77i5gVsha5wJhby4svk`̵ ay=!13ay=!12{בCט   {u׉׉	 7cassandra://CbT-fhgrO4IVGr4eklhfB8tYtJ6DaR9a2EptxQcT5ok `׉	 7cassandra://UBWCnzZHAEOLsbnRV2ipIcJe6lIoHNZz_TlFKzB1uR4O`S׉	 7cassandra://Caa2JYBNBX569h8iUV96ylcFjWrMheT9thOMTsJJv6UQ`̵ ׉	 7cassandra://VZePuDJLHABP7MVD7O5z-7-atbpfIv5Odsq8GMXu4EAzN͠ay=!1tט  {u׉׉	 7cassandra://ZUfacrYxaTEKVkFl0W9_24ZMXgBFrHQKzAPVvKFVLVI l` ׉	 7cassandra://Me1FD2MWV69AVpDyUl-Csyn31b1JxwR1BAUPwB9HFOkJs`S׉	 7cassandra://OyvIZsa6j-Hwix-JwGHOhBq4eLTPFTdrcRga6elA9ow~`̵ ׉	 7cassandra://im50DBS-XyjmboYQ8e3zvEhz1CCsYYmlGtUJvLq7zYUͥ:͠ay=!1u׉E
{Bijlagen
Bijlage I
De beheergroepen houtige gewassen
Aardbeien (kruidachtige)
Aardbeien moeten in onkruidvrije locaties met veel licht staan om tot goede vruchtzetting te komen. Bij
een watertekort, te veel onkruid of te weinig licht krijg je geen of weinig vruchten. Kortom, ze moeten een
aparte locatie in het voedselbos krijgen en staan dus eigenlijk los van het voedselbos zelf. De aardbeien
kunnen het beste niet op de directe bodem liggen omdat ze dan sneller gaan rotten.
Adbi
ABC-bomen
ABC-bomen staat voor Acer, Betula en Carpinus. Deze soorten dienen in het najaar vanaf 15 oktober tot
half december gesnoeid te worden. Gebeurt dit in de winter en in het voorjaar dan kunnen de bomen en
struiken doodbloeden. Houd de algemene snoeirichtlijnen aan.
ABCb
Bamboe
De meeste eetbare bamboes zijn runners. Dat betekent dat ze lange uitlopers maken van een tot enkele
meters lang. Er kan voor twee beheerstrategieën gekozen worden.
D
Strategie 1: Scheuten die om de bamboecluster heen opkomen systematisch weghalen. Dit levert de
grootste eetbare scheuten en bamboehalmen op. Het weghalen kan gebeuren door middel van maaien,
begrazen en uitsteken. Het nadeel is dat wanneer je de scheuten niet systematisch door het jaar heen
verwijderd, je de controle kwijtraakt.
Strategie 2: Bij deze strategie kan ervoor gekozen worden om de bamboecluster te omgrenzen met een
wortelbegrenzer. Afhankelijk van de soort hangt af hoe dik en diep de wortelbegrenzer moet zijn. Er kan
gedacht worden aan een wortelbegrenzer van 1 mm dik, 70 cm diep en 10 cm boven de grond uitsteekt.
Bij deze strategie zijn de eetbare scheuten en bamboehalmen tot drie keer zo klein. Door een heel groot
gebied aan de bamboes toe te kennen kan dit tegengegaan worden.
Appel en peer
De vormsnoei van appel- en perenbomen kan het beste plaatsvinden in januari tot en met eind maart.
Vormsnoei wordt toegepast om passende kruinvorming te creëren. Bij de appel kan er gekozen worden
voor een boom met een harttak of zonder een harttak (vaasvorm) (zie afbeelding). Voor een peer is de
pyramidevorm (een doorgaande harttak) het meest natuurlijk. Wanneer de boom de juiste kruinvorm
heeft, dient er onderhoudssnoei plaats te vinden.
D
Druiven
D
In de maand juni worden de uitgelopen takken teruggesnoeid. Hierdoor gaat er meer energie naar
de vruchten toe in plaats van de groei van takken en bladeren. Wanneer de druivenstruik nog verder
teruggesnoeid moet worden, kan dit het beste gebeuren in december. De druif wordt dan geschikt geknipt
voor het nieuwe jaar. Dit omdat dan de sapstroom nog niet op gang is en de klimplant niet gaat bloeden.
Op zure bodems kunnen druiven het beste af en toe kalk krijgen.
I d
28
׉	 7cassandra://Caa2JYBNBX569h8iUV96ylcFjWrMheT9thOMTsJJv6UQ`̵ ay=!14׉E
Exotisch
E
Deze beheergroep kan alleen geteeld worden in een koude of warme kas of bij overwintering in een kas en in de zomer
buiten. Er kan gedacht worden aan soorten die net niet winterhard zijn, zoals: jujube, granaatappel en pistache. In
warme kassen kun je ook denken aan citrussen enzovoorts. Het beheer hiervan is plaats en soort afhankelijk. Voor
meer informatie moeten andere bronnen geraadpleegd worden.
Coniferen
C
Snoei nooit tot op het kale (bruin hout zonder naalden) hout. Zie algemene snoeiregels.
Hazelaar
H
De regel is dat er een open kroon is waarbij er een tot drie hoofdtakken aangehouden moeten worden. Er moet
voldoende licht zijn om vruchten te krijgen. Zie verder de algemene snoeiregels.
D l i
Kiwi's
K
Er zijn mannelijke en vrouwelijke planten. Kiwi’s vormen vruchten op tweejarige takken. Drie- of vierjarige takken
worden vaker weggeknipt zodat de plant niet te groot wordt. Eenjarige takken worden geleid, zodat van de tweejarige
takken gemakkelijk de vruchten geplukt kunnen worden. Zie het Excelbestand ‘Voedselbos houtige gewassen beheer
& oogsten’ voor passende maanden en soortinformatie. Jonge kiwiplanten moeten tot tien jaar in droge periodes
wekelijks water krijgen. De eerste vier jaar verdroogt de plant heel snel.
E ij
Mediterrane
M
De voorkeur is om deze soorten in de late voorjaar tot en met vroege najaar (begin oktober) te snoeien zodat de wond
goed kan indrogen. Probeer bij het snoeien vruchten en bloesem te ontzien. Bij de Akebia moet erop gelet worden dat
hij zich niet via afl eggers vermeerderd naar andere terreinen buiten het perceel. Zie verder de algemene snoeiregels.
D k
Minimaal beheer
M
Dit zijn soorten die heel langzaam groeien of soorten die gevoelig zijn voor snoei. In principe is het de regel dat je er
vanaf blijft. Natuurlijk gelden de algemene snoeiregels. Verder kan bij snoei voor soort specifi eke informatie gekeken
worden naar het Excelbestand ‘Voedselbos houtige gewassen beheer & oogsten’.
Di ij
Morus
M
Moerbeien zijn op latere leeftijd snelgroeiende bomen die tevens heel groot worden en veel plaats in beslag nemen.
Om een moerbei goed oogstbaar te houden, moeten ze met regelmaat tot levende knoppen teruggeknipt worden.
Moerbeien willen bij late nachtvorst invriezen en hebben dan problemen om uit te lopen. Bij het snoeien kan zich
hetzelfde voordoen wanneer er tot knoploze takken teruggesnoeid wordt. Bij morus alba is waar te nemen dat de
vertakkende takken snel afscheuren. Probeer dus dubbele toppen te voorkomen, ook al zijn het maar eindtakken. Bij
morus nigra is waar te nemen dat deze gevoelig is voor kanker. Belangrijk is om deze takken op tijd te verwijderen. Dit
ook om takafbraak te voorkomen. Zie verder de algemene snoeiregels.
Mbi
29
29
׉	 7cassandra://OyvIZsa6j-Hwix-JwGHOhBq4eLTPFTdrcRga6elA9ow~`̵ ay=!15ay=!14{בCט   {u׉׉	 7cassandra://I82lkOnJ89SbXbb_pWWhOmxWKNOnX2KrkWU9XrfC-kc 4`׉	 7cassandra://vZnqlAsUoQ9RsEM9ZC-Wws--PXrpyUBzMcCKSqiEyBkW`S׉	 7cassandra://J0nn1eqexsfw-VVX8SEz6JqhVurSyUQx9XnVETbKEhM<`̵ ׉	 7cassandra://skoNuqySRa67HsFjeuxFXlkmZxYwfRzCpc8hMwr5g_Q f͠ay=!1wט  {u׉׉	 7cassandra://KfQYV5jvnuJhVga43CkBA1K5sEIlfRlh9BVIgQ7z0jA [`׉	 7cassandra://PQubQKttH9PW__QOv-bYumpdmhnberb8tp4RtkH18ugU`S׉	 7cassandra://1TTv6xij7u74TqPwXUBoNoOSYI1ojPGwxObiio_VOQo`̵ ׉	 7cassandra://iJyp5bZVjKqja6Kthkj4QxCZ4ORqQdEZn5Qt_fNA-gc y,͠ay=!1x׉E0Prunussen
te omsingelen met andere boomsoorten, zodat de
zaden niet ver van de boom af kunnen komen en er te
De hoofd begeleidingssnoei van prunussen kan
alleen na de bloei in de zomer plaatsvinden. Juli en
augustus zijn de beste maanden om te snoeien. Bij
snoeien buiten de geschikte periode heb je meer
kans op ziektes zoals de schimmelziekte loodglans.
Hier kan de boom dood aan gaan. De vormsnoei kan
plaatsvinden in maart tot eind april, waarbij de jonge
scheuten weggeknipt kunnen worden. Dit doe je om
licht en lucht in de kroon te krijgen, zodat je ziektes
en plagen kunt vermijden. Verder gelden de algemene
snoeirichtlijnen. Let op: prunussen zijn in het vroege
voorjaar gevoelig voor vorst. Wanneer ze bloeien
en het vriest, kan dit veel schade opleveren. Denk
daarom goed na waar de boom geplant wordt.
Ribessen
R
Slechte oude takken eruit knippen om voor voldoende
verjonging te zorgen. Door na de bloei de struik te
snoeien, blijft de productie en de gezondheid van
de plant goed. Optioneel houd je de struik tot een
bepaalde hoogte. De takken kunnen geleid worden.
Verder gelden de algemene snoeiregels.
Rubussen
R
Knip jaarlijks de oude takken na de oogst weg, om
een goede doorluchting te houden en het plukken
gemakkelijk te houden. De uitzondering op deze
regel vormen herfstframbozen, want moderne rassen
dragen in de zomer nog een keer een oogst op de
vruchttakken van het afgelopen najaar. De takken
kunnen geleid worden. Zie verder de algemene
snoeiregels.
Schisandra
S
Deze moet geleid worden. Verder moet de soort zeker
tot vijf jaar bij droog weer wekelijks water krijgen.
Probeer deze plant zo min mogelijk te snoeien.
Stiktofbinders
S
Deze kunnen als knotboom of als hakhout beheerd
worden. Bladeren en takken kunnen als mulch op
de bodem neergelegd worden. Bij de Robinia en de
erwtenstruik moet erop gelet worden dat deze zich
niet via zaad of uitlopers verspreiden naar andere
percelen. Dit doe je bijvoorbeeld door Robinia’s
D k
30
weinig licht is voor wortelopslag. Zie ook de algemene
snoeiregels.
Tamme kastanjes
T
Deze bomen kunnen bij strenge vorst invriezen. Met
name late voorjaarsvorst kan veel schade veroorzaken.
Zorg dat de bomen beschutting krijgen van andere
aanplant. Om de bomen niet te groot te laten worden
kan er voor hakhoutbeheer gekozen worden. In dit geval
krijg je twee tot drie jaar na het kappen gewoon weer
kastanjes. Om de tien tot vijftien jaar dient dit gedaan
te worden. Let op dat de onderstam dan wel rasecht is,
anders krijg je bijvoorbeeld kleine kastanjes.
Vaccinium
V
Bij een neutrale bodem kan ervoor gekozen worden
om jaarlijks een zure mulch aan te brengen zoals
dennennaalden en dennenschors. Eventueel oude slechte
takken er tussen uit halen. Probeer zo min mogelijk te
snoeien. Let erop dat vacciniums zich niet vermeerderen
naar terreinen buiten het perceel. Dit doe je mede door
de struiken goed leeg te plukken. Zie verder de algemene
snoeiregels.
Vijgen
V
Vijgen produceren sneller wanneer de wortels begrenst
worden en ze groeien tevens een stuk langzamer. Dit kan
bijvoorbeeld gedaan worden door stenen in de bodem te
verwerken. Vijgen kunnen het beste gesnoeid worden in
het late voorjaar. Verder gelden de algemene snoeiregels.
Walnootachtigen
W
Walnootachtige vallen onder de ABC-bomen. Juglansen
kunnen het beste tussen juni tot eind oktober gesnoeid
worden. Carya’s kunnen vanaf de augustus-januari
gesnoeid worden. Bij vorstschade door late nachtvorst
kan de walnoot op slapende knoppen uitlopen en kan het
noodzakelijk zijn om vormsnoei toe te passen, waarbij het
teveel aan scheuten weggeknipt wordt. Verder gelden de
algemene snoeiregels.
׉	 7cassandra://J0nn1eqexsfw-VVX8SEz6JqhVurSyUQx9XnVETbKEhM<`̵ ay=!16׉EPAfb. Schisandra
Bijlage II
Voorbeeld inhoudsopgaven beheer- en
onderhoudsplan voedselbos-park
Voorbeeld inhoudsopgave beheerplan
Introductie
Totstandkoming project, initiatiefnemers, locatie van het
voedselbos-park.
De uitgangssituatie
Bodemgesteldheid, wensen van omgeving,
waterbeschikbaarheid, reeds aanwezige (en blijvende)
planten, dieren, infrastructuur en omgevingsfactoren
(toegankelijkheid voor zon, wind en (grond)water
stromen).
Missie, visie en doelstelling van het voedselbos-park
Langetermijnvisie. Antwoord op vragen hoofdstuk 1.1.
Verantwoordelijke en uitvoerende partijen
Antwoord op vragen 1 t/m 4 hoofdstuk 1.1.
Beheerregels voedselbos-park
Omschrijf hier de beheerregels die voor jou voedselbospark
relevant zijn (zie hoofdstuk 2).
Voorbeeld inhoudsopgave onderhoudsplan
Overzicht beheergroepen
Omschrijf hier de beheergroepen die voor jouw
voedselbos-park relevant zijn en het nodige onderhoud
wat er bij iedere beheergroep gedaan moet worden (zie
hoofdstuk 3).
Jaarplanning
Maak een overzichtelijke jaarplanning zoals in hoofdstuk
3.2 weergegeven.
Onderhoudsactiviteiten en frequentie per beheergroep
Zie hoofdstuk 3.2.
Stappen plan per onderhoudsmaatregel
Zie voorbeeld 3.2.
Monitoren en evaluatie
Beschrijf hoe de doelen gemonitord en geëvalueerd
worden en hoe het onderhoud hierop aangepast zal
worden. Zie beheergroep monitoring.
31
׉	 7cassandra://1TTv6xij7u74TqPwXUBoNoOSYI1ojPGwxObiio_VOQo`̵ ay=!17ay=!16{בCט   {u׉׉	 7cassandra://Nhr4E0rEoGrEbSzS8TJ2Ys4Ki6F2LudUioD4wjuQF04 `׉	 7cassandra://36PJx6ucfYUs9djndmGglYzSHaI3VMa73IZbPr5INd0gJ`S׉	 7cassandra://33_bQ2NreDa_8dpQ3xq_U4rn4fLyHK20dJVX5uPCZwc#`̵ ׉	 7cassandra://sxHT-0ohWUaxLuHiCKPTTCHvf3D6hl8fGquguT7gTdY 	@ ͠ay=!1zט  {u׉׉	 7cassandra://pUkVLpZKsTdviNQwGo-rDiWku5XWg2CW22I-kHraBek {`׉	 7cassandra://K5uKlip68kbHzD-I73MjH069IUOm_jloPvUmVVpeYPIg1`S׉	 7cassandra://MZzmnzWbuk5s3xKRopZ4tAKkZV1vXoKxaiF7PEV59So%`̵ ׉	 7cassandra://a9WUq_qV9mm7ot9vWzfHcaY_6pfUtCAeNXA8gK_0q6c ͠ay=!1{׉EBijlage III Teelt eenjarige groenten en kruiden
Naam
Gezaaid
temp.
Afstand
januari
Bieten
15C°
15C°
15C°
Haverwortel
Knolkervel
Pastinaak
Schorseneer
Wortels
15C°
15C°
15C°
Wortelpeterselie 15C°
15C°
15C°
15C°
15C°
Knolselderij
Knolvenkel
Pak-soi
Rode Tsoi Sim
Amsoi
Mitzuna
Komatsuna
Snijmoes
Winterkers
Boerenkool
15C°
15C°
15C°
15C°
15C°
15C°
15C°
15C°
15C°
15C°
20C°
20C°
20C°
Spitskool
Spruiten
Sluitkolen
Koolrabi
15C°
15C°
15C°
15C°
18C°
30x7
30x7
30x7
30x7
30x10
35x15
30x10
30x10
30x5
30x5
30x4
40x40
30x15
30x5
30x15
30x10
30x5
30x5
30x5
30x10
30x5
50x50
50x50
50x50
50x50
50x75
75x50
70x60
30x30
K
K
K
K
K
V
V
K
K
V
V
K
V
V
V
V
V
Wanneer zaaien?
februari
maart
april
me
B M E B M E B M E B M E B M
K
K
K
V
V
O
O
O
O
׉	 7cassandra://33_bQ2NreDa_8dpQ3xq_U4rn4fLyHK20dJVX5uPCZwc#`̵ ay=!18׉E mei
M
O
Zaaiperiode
K = kas V=vollegrond
Waar zaaien?
i
juni
juli
augustus
september
Oogstperiode
B=begin M=midden E=eind
Wanneer oogsten?
oktober
november
december
E B M E B M E B M E B M E B M E B M E B M E
V
O
O
O
V
O
V
V
O
V
V
V
V
K
V
O
33
׉	 7cassandra://MZzmnzWbuk5s3xKRopZ4tAKkZV1vXoKxaiF7PEV59So%`̵ ay=!19ay=!18{בCט   {u׉׉	 7cassandra://jlIOK97WTMUqcK9ALIXD_0BtvP9KPdeOr3XwkJkbLiE Q`׉	 7cassandra://9Jck0OQht5f3dwLsxoAXZvt2dfl93qbNI78QEBYEsvYZ`S׉	 7cassandra://I_EXSOS6JaZDGFqnC848LgcPtfcG7Bf4iqTrBkE2N9I 
`̵ ׉	 7cassandra://HLoiqTO4VBln9xIrkSnpfqsjShlOj2ucvlFj_Fyy7sg y*͠ay=!1}ט  {u׉׉	 7cassandra://98I9fftizKuotEinZGHC8a0KP9uH33-Zs0Z6gKcO3J0 ;`׉	 7cassandra://MHNzurTFOzneXjkT6dUlEf4ihjoZZgRUMNddOvhfdlQa`S׉	 7cassandra://MSDyD49eMZ-XPIGK2WKG0EDduxHis1UF5yy8FOilTzE"`̵ ׉	 7cassandra://5r1OUok0DCi_-BLh9n8Zz2FAnzfwWgD_EiH4WCG3dbE *1͠ay=!1~׉ENaam
Gezaaid
temp.
Afstand
Wanneer zaaien?
januari
Broccoli
15C°
15C°
15C°
Bloemkool
Koolraap
Rapen
Radijs
Rammanas
15C°
15C°
15C°
15C°
15C°
20C°
50x50
50x50
50x50
50x50
50x50
40x40
30x15
30x5
20x20
20x20
20x20
Bonen en
sperziebonen
20C°
20C°
20C°
20C°
20C°
20C°
20C°
20C°
20C°
Erwten, peulen
Capucijners
Sugarsnaps
Tuinboon
Aardappels
Paprika's en
pepers
Tomaat
Augurk
Komkommer
15C°
15C°
15C°
15C°
15C°
25C°
25C°
20C°
20C°
20C°
50x10
5/stok
5/stok
5/stok
5/stok
50x12
5/stok
40x40
5/stok
30x3
K
30x3
60x15
70x40
70x40
50x50
50x50
50x50
150x50
150x50
V
V
K
K
K
K
K
K
K
K
K
K
februari
maart
april
me
B M E B M E B M E B M E B M
O
K
K
K
V
V
K
׉	 7cassandra://I_EXSOS6JaZDGFqnC848LgcPtfcG7Bf4iqTrBkE2N9I 
`̵ ay=!1:׉E mei
M
Zaaiperiode
K = kas V=vollegrond
Waar zaaien?
i
juni
juli
augustus
september
Oogstperiode B=begin M=midden E=eind
Wanneer oogsten?
oktober
november
december
E B M E B M E B M E B M E B M E B M E B M E
O
O
O
O
O
O
V
V
35
׉	 7cassandra://MSDyD49eMZ-XPIGK2WKG0EDduxHis1UF5yy8FOilTzE"`̵ ay=!1;ay=!1:{בCט   {u׉׉	 7cassandra://CMn021m1YhaUerf1UTtN4eL_Fv9ag1ApQUv3CJ9I4ec v`׉	 7cassandra://e9rpMQ2FtwjrT_WH1-KUSDa8tjvhM1SCf5v0kdv8ZKk_`S׉	 7cassandra://S4AyRzLEhRPu6m9hyXEhGRpn-8ANDkctpq4kdSaoCRU!`̵ ׉	 7cassandra://bs_rDETxd4aj7LL5QZpUi3AvrJp9ph3HX6YjYyv_0SA [r͠ay=!1ט  {u׉׉	 7cassandra://tvl4W1GZMMyvP8Hq1stohF03Acy0e7Q-Cx7ZWWvo7GA `׉	 7cassandra://kxyQmtxEvNWkISR1rxf0WjF0Gi5GM2GWbTMIhiNZ9zsh`S׉	 7cassandra://VUy9GNr22dm4SkT4IvaCM0SJOe_4KWyHqODW_iMsTKg%`̵ ׉	 7cassandra://sEBPW67iaXrV-xkXYApOkeqGnNMAQS6lpMgCLPqKmo8 ͠ay=!1׉ENaam
Gezaaid
temp.
Afstand
Wanneer zaaien?
januari
Courgette
Meloen
Pompoen
Prei
Sjalot
Ui
Bosui
Knoflook
Mais
Amarant
Aardbeimelde
Andijvie
Witlof
Sla
Snijbiet
Spinazie
Bleekselderij
Amarantblad
Malvablad
Chrysanthemum
coronarium
Tuinmelde
Dille
Basilicum
Wonderberry
Koriander
20C°
20C°
25C°
20C°
5C°
5C°
15C°
15C°
15C°
5C°
20C°
20C°
15C°
5C°
15C°
15C°
5C°
15C°
20C°
15C°
15C°
5C°
15C°
20C°
20C°
20C°
90x90
90x90
150x50
100x150
50x20
60x15
25x10
K
1
V
K
K
V
februari
maart
april
me
B M E B M E B M E B M E B M
10x20
75x20
5x30
30x5
1x35
K
V
10x40
30x20
40x20
2x15
40x30
10x20
30x30
15x15
15x15
30x2
15x15
30x2
K
K
K
V
K
K
1 K
O
2
׉	 7cassandra://S4AyRzLEhRPu6m9hyXEhGRpn-8ANDkctpq4kdSaoCRU!`̵ ay=!1<׉E mei
M
V
V
V
Zaaiperiode
K = kas V=vollegrond
Waar zaaien?
i
V
V
V
O
juni
juli
augustus
september
Oogstperiode B=begin M=midden E=eind
Wanneer oogsten?
oktober
november
december
E B M E B M E B M E B M E B M E B M E B M E
O
2
O
37
׉	 7cassandra://VUy9GNr22dm4SkT4IvaCM0SJOe_4KWyHqODW_iMsTKg%`̵ ay=!1=ay=!1<{בCט   {u׉׉	 7cassandra://JDJ8hiTB_FdsQU6CT8x8XBTTeaQi3jG7-e4E8TtMACA _^`׉	 7cassandra://G9WGfWy8FoE1G6s6nxEurKZywDF-_FRNB9J__Ge1cncb`S׉	 7cassandra://U-BQ5B3bGAxn3G117VQ25e1orkMYnU7eDMQOU1Uy4KMC`̵ ׉	 7cassandra://ykkSkyAx4tfWoH44TaKFPrDoe0TpLj9Z4_qtm5vGup8 ͠ay=!1ט  {u׉׉	 7cassandra://gJueRUkOQWq8pvn3f2k00Lmwe32XJLRkOdbeGW_lwvQ `׉	 7cassandra://lVRUM_EVdc-QmyBN_8ykcz0nv9mlARqODJWD1rM-lBgN6`S׉	 7cassandra://vw3dTiuDSurdz9tqPyvDiWdLs3nNBDBQokVYh6Ov1QU`̵ ׉	 7cassandra://gOO0U4spQMvI3a6ekssknaz_RQJxxQr-h-dUTdQZeUU ;R͠ay=!1נay=!1 [9ׁH %https://www.agroforestryvlaanderen.beׁׁЈ׉EAfb. Aardpeer
Aantekeningen
38
׉	 7cassandra://U-BQ5B3bGAxn3G117VQ25e1orkMYnU7eDMQOU1Uy4KMC`̵ ay=!1>׉EBronvermelding
Agroforestry Vlaanderen. (2020, 6 19).
Wanneer en hoe moet u de boom snoeien? https://www.agroforestryvlaanderen.be
Bloom, J., & Boehnlein, D. (2015).
Practical permaculture. Timber press.
Bode, L. J. (2017). De stad heeft goud in handen.
Maastricht: Stadsnatuur Maasticht.
Boucher, T. M. (2016).
Planting heathy air, a global analysis of the role of urban trees in addressing particulate matter pollution and extreme
heath. The nature conservancy.
Boxtel, V. M. (2016).
De route naar eigenaarschap. BGL.
Jacke, D. T. (2005).
Edible forest gardens. Suite, Canada: Chelsea Green Publishing.
Veen, E. J. (2015).
Community gardens in urban areas: a critical refl ection on the extent to which they strengthen social cohesion and
provide alternative food. Wageningen University.
39
39
׉	 7cassandra://vw3dTiuDSurdz9tqPyvDiWdLs3nNBDBQokVYh6Ov1QU`̵ ay=!1?ay=!1>{בCט   {u׉׉	 7cassandra://0t_82Yt4ASru_-2Kc_lnxjZCQjNxs8-GxGfj0sbNwfE b`׉	 7cassandra://qMdlq4Y_ZPEsFQ7noFtDNsRhNQS2n52eLZWChHME0FQ̈́`S׉	 7cassandra://3HRe-l0c96LC7LBACfhfDEauewL8a9oRSQ31rAeXlAE,{`̵ ׉	 7cassandra://5l8RKtyhFjJW4_hs_igTt1uRNgJ0A-qcSZkMdStGmk4 }͠ay=!1נay=!1 ̬;9ׁH %http://www.citaverde.nl/voedselbossenׁׁЈ׉E IMeer weten over voedselbossen?
Ga naar www.citaverde.nl/voedselbossen
40
׉	 7cassandra://3HRe-l0c96LC7LBACfhfDEauewL8a9oRSQ31rAeXlAE,{`̵ ay=!1@׈Eay=!1Aay=!1@{) @Voedselbossen en het beheer en onderhoud van een voedselbos-park HBrochure Voedselbossen - Het beheer en onderhoud van een voedselbos-parka2frJ¯