׉?ׁB! בCט  u׉׉	 7cassandra://GUL9DErIlTvgaLvvdpUeDZYDB_7dGNvPQ-mirJVeFN0 m`׉	 7cassandra://wLhrTZhb8LMeVjRtP2Va4WtIZWRgqhzdLRnH3eAGRHU̓`j׉	 7cassandra://cc6i26VjrTDcLAmiLASkgzW84MOaFk7DMe3SjYfJ0Gc-` ׉	 7cassandra://UTGZMfKEJM3oMWak5PzYJuSjhY2Vvuio41C90dFNhLo Ϳv͠=ay=!ἑנay=!῁ a	9ׁHhttp://www.viewonvalue.comׁׁЈ׈Eay=!׉E(Vervangen of renoveren?
+
Interview Leentje Volker, hoogleraar met een missie, over vervangen of renoveren
Rekenen aan levenscycluskosten bij lage discontovoeten
Cost Engineering en duurzaamheid
Kan er wel wat af van het onderhoudsbudget of schuiven we het probleem dan door?
www.viewonvalue.com
׉	 7cassandra://cc6i26VjrTDcLAmiLASkgzW84MOaFk7DMe3SjYfJ0Gc-` ay=!ᓁay=!ᒁbבCט   u׉׉	 7cassandra://Bd3uWfQFjXt9Jqo72SWig_WK5LvH-KAjVhK_DWfr3pM c5`׉	 7cassandra://GU-IFXufAYo7S_9iHKugCb9AN5aCS_C7rGS37mBDTKgKg`j׉	 7cassandra://C9K2YpI9bpRoTh6xanacSXBlaRqUnuA8408MYM6-27k\` ׉	 7cassandra://yf6G69VtlSX6eeAg3VfhpneO98A5gBTo9hZFsm7JFa0 Zͽ͠=ay=!ט  u׉׉	 7cassandra://bFJwZU7Dh83l1dthHaky9HkAfXlHuCGBizjFR3FpK5c  ,` ׉	 7cassandra://6tsagu5nJOFe--xiR6jeWrH4aSXWWJQoFzY97zS_2oI_`j׉	 7cassandra://MgFX5hwt57larOnLsi8-Y5y6aPsOze2MX3zsz7tHniQ>` ׉	 7cassandra://faPdTqyN1UNCPh9PmKtfLV1I_CExQ5KA12TgaGObn6wͼ|͠=ay=!נay=!ρ =R9ׁHhttp://www.tresviri.nlׁׁЈנay=!΁ сI9ׁHmailto:info@dace.nlׁׁЈנay=!́ !Z9ׁHmailto:info@rhdhv.comׁׁЈנay=!́ \9ׁHhttp://www.rhdhv.comׁׁЈנay=!ˁ ar
9ׁHmailto:redactie@mos-net.nlׁׁЈנay=!ʁ z9ׁHhttp://www.veldhuismedia.nlׁׁЈנay=!Ɂ a9ׁHhttp://www.neverseen.nlׁׁЈנay=!ȁ FE
9ׁHmailto:info@dace.nlׁׁЈנay=!ǁ AY9ׁHhttp://www.mos-net.nlׁׁЈנay=!Ɓ Ar9ׁHmailto:redactie@mos-net.nlׁׁЈנay=!Ł ;O9ׁHhttp://www.viewonvalue.comׁׁЈנay=!ā DD9ׁHhttp://www.dace.nlׁׁЈ׉Ejaargang 5 ⁄ editie 11 ⁄ najaar 2021 ⁄ verkoopprijs €8,95
COLOFON
VIEWonVALUE is een informatief, promotioneel
vaktijdschrift dat kennis en ervaring uit wil wisselen,
inzicht wil bevorderen en belangstelling wil kweken voor
het vakgebied van cost- en value engineers. Het vakblad
richt zich naast professionals in de werkgebieden ook op
het management in deze werkgebieden. VIEWonVALUE
wordt uitgegeven door DACE.
UITGEVER
DACE, www.dace.nl
REDACTIEADRES
Redactie VIEWonVALUE
Postbus 1058, 3860 BB Nijkerk
Telefoon: (033) 247 34 60
HOOFDREDACTEUR
Ed Antoine
Vervangen of renoveren?
+
Interview Leentje Volker, hoogleraar met een missie, over vervangen of renoveren
Rekenen aan levenscycluskosten bij lage discontovoeten
Cost Engineering en duurzaamheid
Kan er wel wat af van het onderhoudsbudget of schuiven we het probleem dan door?
VIEWonVALUE – jaargang 5 – editie 11 – najaar 2021
www.viewonvalue.com
REDACTIE
Gerard Filé, Menno Hartsema, Michiel Skevofilax,
Carmen Valk-Struik
REDACTIERAAD
Jarno Kuijvenhoven (vz), Arno Rol, Hans Bakker,
Martijn Gesink, Martijn Koster, Han Vrijling
BLADMANAGEMENT
MOS bv, Caroline Knobbe en Sam Dekkers
redactie@mos-net.nl, www.mos-net.nl
ADVERTENTIE-EXPLOITATIE
Stichting DACE - secretariaat
Telefoon: (033) 247 34 55
E-mail: info@dace.nl
Advertentietarieven op aanvraag.
VORMGEVING
TROTSE PARTNERS VAN VIEWonVALUE
NeverSeen | Graphic Art & Design
Dimitri van den Berg, www.neverseen.nl
DRUK
Veldhuis Media, Raalte, www.veldhuismedia.nl
INZENDEN KOPIJ
Inzenden en publiceren van artikelen en berichten in
overleg met de redactie. Kopij inzenden via
redactie@mos-net.nl.
RHDHV, Amersfoort, www.rhdhv.com, info@rhdhv.com
PRIJS
Losse verkoop € 8,95.
LEZERSSERVICE
Adresmutaties, abonnementen en nabestellingen graag
doorgeven via DACE: info@dace.nl.
COPYRIGHT
Het overnemen evenals het vermenigvuldigen uit dit
vaktijdschrift is slechts toegestaan na schriftelijke
toestemming van de redactie.
Tresviri Cost Engineering Solutions, www.tresviri.nl
ISSN
ISSN: 2543-0823
00:0 2
׉	 7cassandra://C9K2YpI9bpRoTh6xanacSXBlaRqUnuA8408MYM6-27k\` ay=!׉ELD VOORWOORD VOORWOORD VOORWOORD VOORWOORD VOORWOORD VOORWOORD VOORWOORD
TIJD OM HET STOKJE OVER TE DRAGEN
Wat vroeger gewoon de ‘onderhoudsdienst’ werd genoemd, gaat tegenwoordig schuil
onder talloze mooie namen als duurzaam beheer & onderhoud, doelmatig beheer &
onderhoud, Asset Management al dan niet met het voorvoegsel sustainable of een
andere hippe term. Was de onderhoudsdienst in oorsprong reactief – repareren of
vervangen wat stuk was –, heden ten dage is het beheer en onderhoud én planmatig én
preventief, dus voorkomen dat iets stuk gaat.
Wat opvalt in de artikelen en columns dat in deze tak van sport, duurzaamheid en
waarde denken een steeds belangrijker aspect wordt. En dat niet alleen de vervangingsof
reparatiekosten een rol spelen, maar juist de levensduurkosten in de meest brede zin
van het woord. Dat wil zeggen dat ook gekeken wordt naar de maatschappelijke aspecten
zoals milieu, omgeving en herbruikbaarheid. Verder speelt ook de wijze waarop het
beheer en onderhoud is georganiseerd een rol waarbij naar nieuwe samenwerkingsverbanden
worden gekeken. De auteurs geven hun visie op dit thema vanuit verschillende
invalshoeken. Hierin staat het waardedenken steeds centraal en hoe je waarde definieert.
Je zult woorden als ‘lef’ en ‘durf’ veel in de teksten tegenkomen evenals ‘intuïtie’. Lef omdat het voortdurend gaat om keuzes te maken
waarbij verschillende organisatieonderdelen tegengestelde belangen kunnen hebben. Durf de expertise en intuïtie van de Cost &
Value Engineers en hun toegevoegde waarde te benutten binnen de ontwerpteams.
En dan is het nu tijd om persoonlijk te durven: het stokje overdragen aan een jongere generatie. De voorloper van VIEWonVALUE was
Cost & Value. In dit vakblad stonden veel technische artikelen voor de vakbroeders, maar werd slecht gelezen. Met VIEWonVALUE
wilden wij daarin verandering brengen. Niet alleen interessant voor de vakbroeders, maar ook voor de bestuurder, beleidsmaker, het
management en voor jonge mensen. Kostendeskundigheid en waardemanagement zijn meer dan een getalletje onder de streep en
daardoor is het vak juist boeiend en uitdagend voor jonge mensen. Als Cost en Value Engineer zit je als spin in het web tussen techniek,
beleid en de maatschappelijke belangen van de vele stakeholders.
Om deze reden is voor VoV een andere bladformule gekozen. Vakinhoudelijke artikelen afgewisseld met columns met daarin ondersteunende
of juiste tegendraadse meningen of visies. FryZinnig, column voor Young Dace, de rubriek Achter het Nieuws, ‘5 vragen
aan...’ en een interview met een spraakmaker uit het bedrijfsleven of wetenschap. Door steeds één thema centraal te stellen zie je dat
de auteurs het thema vanuit verschillende standpunten benaderen waardoor je verschillen en trends kunt ontdekken.
Ik heb de afgelopen vijf jaar richting mogen geven aan deze nieuwe bladformule. Tijd om het stokje over te dragen. De volgende editie
van de VoV zal tot stand komen met Carmen Valk-Struik in de rol van hoofdredacteur en ik zal dan haar plaats hebben ingenomen
in de redactie. Ik kijk met veel plezier terug op de afgelopen periode en wens het nieuwe redactieteam veel succes toe.
Ed Antoine, hoofdredacteur
INHOUDSOPGAVE
Voorwoord – Tijd om het stokje over te dragen – 3
Interview: Renovatie van het bouwproces, wie durft? – 4
Meer waarde uit assets – 9
Continu verbeteren dankzij Sustainable Asset Management – 10
Column DACE Young professionals – Prioritizing projects – 14
DACE katern en ICEC World Congress – 16
Rekenen aan levenscycluskosten bij lage discontovoeten – 20
DACE trainingen 2022 – 25
Fry Zinnig – Het rode potloodmonster – 26
Cost Engineering en duurzaamheid – 28
Vijf vragen aan... Perry Elbers – 31
Achter Het Nieuws – Kan er wel wat af van het onderhoudsbudget of schuiven
we het probleem dan door? – 32
Asset Management: nut of noodzaak? – 34
00:0 3
׉	 7cassandra://MgFX5hwt57larOnLsi8-Y5y6aPsOze2MX3zsz7tHniQ>` ay=!ᕁay=!ᔁbבCט   u׉׉	 7cassandra://OWX_k69Apm1cUQJCB2D6lAIG_QkHD3IwbfzuO33lCk4 &<`׉	 7cassandra://RdGpm9fiirVOt6GxO5C8Kcg1VN7dxEhIHi_y8ru8pco0`j׉	 7cassandra://VaBeWhABLh_wIxIqk0peq4AZecO66Yv8o1ySG7qgpR4.` ׉	 7cassandra://v9Me7GBqRBhbo3r5oIWHU-uOpoFrKdjoqYyeIs6H8t4 Wx͠9 ay=!ט  u׉׉	 7cassandra://_dqIWQ7dDs1vZfNeMpia4bI-yjYqtqRX5T-4psyMfAQ 8`׉	 7cassandra://dYWA9SrY88gSm4SkYtczdD5bzHklCwBwqcyuAcLDL0I[N`j׉	 7cassandra://b1kQheBPRBU46WG-dT8JFcqfQzCfonj7ds7EHKNSY88` ׉	 7cassandra://G50op9z_LDNg9gL2BtP-rIGPdPwoVAuUEUozUo816MU O͠=ay=!׉E00:04
׉	 7cassandra://VaBeWhABLh_wIxIqk0peq4AZecO66Yv8o1ySG7qgpR4.` ay=!׉E6INTERVIEW
RENOVATIE
VAN HET
BOUWPROCES,
WIE DURFT?
Buiten gebaande paden durven gaan. Lef hebben. Het is waar het gesprek met prof. dr. ir.
Leentje Volker steeds weer op uitkomt wanneer we haar vragen naar haar visie op het
thema vervangen of renoveren. Volker is hoogleraar Integrated Project Delivery aan de
faculteit Engineering Technology van de Universiteit Twente. Al snel hebben we het niet
over objecten, maar over het renoveren of transformeren van het bouwproces. Want dat is
volgens haar nodig om integratie en innovatie in de bouw te stimuleren om zo sámen
waarde toe te voegen aan de maatschappij. Wie durft de handschoen op te pakken, is de
vraag die na het gesprek blijft hangen.
Interview: Ed Antoine en Michiel Skevofilax Tekst: Sandra Kagie (Sanscript Tekstproducties) Fotografie: Gareth Williams
00:05
׉	 7cassandra://b1kQheBPRBU46WG-dT8JFcqfQzCfonj7ds7EHKNSY88` ay=!ᗁay=!ᖁbבCט   u׉׉	 7cassandra://DrH9Nvs1Ij39gXULn4p_BtTymAObtC_q_Mp3TidgPnw >`׉	 7cassandra://GmPYydHADjXykyTMqOTzzkTJ9iwsiGWWdwjNwrwo6woN/`j׉	 7cassandra://2Pd6pjC5x6jprTixo1b1VdQBKq3asJ-Wm8h6MDjuDQc` ׉	 7cassandra://D7Y6y8Ow0oWbcJfRoMTEhdZ0UM1Sv-0I8GfM7yOJI94 ,t͠=ay=!ט  u׉׉	 7cassandra://0RZ4Whl8HfROSrUyoXMg8rwz5KB7Pz6w6w2LrtfXA0M `׉	 7cassandra://E0ZlP_Z3khTmJ_elvGeJVUg8WHbnnxTs6BXAPFxZh1wh`j׉	 7cassandra://Kh09n3GYNO6ASI_2vNv0A5xOcUEPWQojQjYPiUsKK1k` ׉	 7cassandra://OtrLiMWIimiJUC2uXFMlJxJRyHCJuio9LUf5sXqVTlQsh͠=ay=!׉E
D“
Integratie in het bouwproces op verschillende fronten:
verticaal, tussen bouwfasen, horizontaal tussen leveranciers
en andere partners en longitudinaal, over projecten heen.
Multilaterale veranderingen om fragmentatie tegen te gaan
en integratie en innovatie in het bouwproces te stimuleren via
mensen. Dat is mijn doel”, trapt Volker af. Mensen maken in
haar woorden ‘uiteindelijk de koppeling tussen verschillende
systemen’. Mens - techniek - interactie, noemt ze daarom de rode
draad in haar werk. Samen met het verbinden van verschillende
vakgebieden. “Technische bedrijfskunde, bestuurskunde,
ingenieurswetenschappen, innovatiewetenschappen”, somt ze
op. “Altijd met oog voor de praktijk, de maatschappij. We
kunnen als wetenschap immers alleen vooroplopen omdat we
bestuderen wat er in de maatschappij gebeurt. Ik laat me daarom
inspireren door wat ik zie op de werkvloer en daar koppel ik
verschillende theorieën aan. Heen en weer tussen verschillende
werelden en zo dingen verbinden. Dat ben ik, Leentje Volker, in
een notendop.”
Praktijkvoorbeeld
Terug naar het oorspronkelijke thema van het gesprek,
vervangen of renoveren, komt ze met een voorbeeld dicht bij
huis. Een gebouw op de campus van de Universiteit Twente (UT),
een voormalige werkplaats, zou een nieuwe bestemming
krijgen. Het zou worden afgestoten en moest een plek voor
jonge, creatieve ondernemers worden.
Parallel aan dit verhaal speelde de wens dat een faculteit die een
plek had in het centrum van de stad ook naar de campus moest
komen. Daar zouden ze een mooi nieuw gebouw krijgen dat nog
moest worden gebouwd. Tot er iemand binnen de organisatie,
iemand die er nog niet zo lang werkte, bedacht dat deze twee
plannen ook samen zouden kunnen komen. In een mooi
gerenoveerd iconisch gebouw, waarom niet?
Een voorbeeld van wat je in de praktijk volgens haar heel vaak
tegenkomt. “Er zijn plannen, ieder zit in zijn koker. Er is sprake
van path dependency en je gaat echt niet zomaar stoppen met je
pad. Terwijl de wereld om je heen verandert, nieuwe kansen
ontstaan en uitgangspunten op basis waarvan een besluit is
genomen al lang niet meer actueel zijn.”
Daadwerkelijk reflecteren
Op zo’n moment heb je volgens Volker twee dingen nodig:
iemand, vaak een relatieve buitenstander, misschien een
nieuwkomer, die het anders ziet en dit durft te zeggen én een
bestuurder die het plan omarmt en zegt: ’Goed idee, zo gaan we
het doen’ of: ‘Deze optie gaan we in elk geval onderzoeken’. “Dit
blijkt keer op keer heel moeilijk. Voor het ter discussie stellen
van bepaalde aannames, het daadwerkelijk reflecteren, is
00:06
׉	 7cassandra://2Pd6pjC5x6jprTixo1b1VdQBKq3asJ-Wm8h6MDjuDQc` ay=!׉E>INTERVIEW
‘Bouwen is wat mij betreft een continu proces van sensemaking.
Met elk stapje kom je verder en elk stapje brengt je nieuwe inzichten.’
gedurende een project vaak geen tijd”, stelt ze. “Ook al zegt je
intuïtie dat je niet op de juiste weg zit. Voor twijfel is echter geen
ruimte, toch!? En dat maakt radicaal omdenken binnen
projecten lastig.”
Ons binnen een project afvragen of we nog met het juiste bezig
zijn, steeds weer de essentie naar boven halen. Het is volgens de
hoogleraar een manier om de juiste focus te houden. Zeker in de
wereld van de civiele techniek, waarin je vaak te maken hebt
met jarenlange trajecten.
Ruimte creëren
Vervolgens benoemt ze de noodzaak van het houden van slack
in je eisen als voorwaarde om die juiste focus te houden. “Je eisen
helemaal uitdefiniëren om vervolgens aan te sturen op het
laagste niveau van wat je gedefinieerd hebt, is volgens mij de
grootste valkuil waar je keer op keer in kunt trappen. Die
manier van denken zet een bouwproces compleet vast”, stelt ze.
“Het biedt geen enkele mogelijkheid om mee te bewegen met de
veranderende wereld om je heen, met nieuwe inzichten. We
moeten daarom in de bouw ruimte creëren in onze processen.
Bouwen is wat mij betreft een continu proces van sensemaking.
Met elk stapje kom je verder, elk stapje brengt je nieuwe
inzichten en elk stapje biedt zo ruimte om te bewegen, te
veranderen.”
Dat die ruimte er in projecten nu vaak niet is, heeft te maken
met angst, beaamt Volker. “Juristen zien ruimte binnen een
proces als risico’s. Een kenmerk van het Angelsaksische denken.
Waar ik ruimte zie als een middel om resilient te zijn,
veerkracht te hebben. Daar botsen verschillende werelden.”
De goede bestuurder/opdrachtgever kan volgens haar het beste
uit deze twee werelden halen door enerzijds aan een jurist te
vragen: ‘Oké dit is mijn ambitie, waar moet ik rekening mee
houden en verzin voor mij een manier waardoor ik de
benodigde ruimte kan behouden’. En anderzijds tegen een
projectmanager te zeggen: ‘Oké we hebben dit afgesproken, ik
geef je vertrouwen, je hebt deze speelruimte. Kom je daarbuiten
dan hoor ik het graag, maar ik ga niet sturen op alle details.’
“Heel lastig, loslaten vinden we nu eenmaal moeilijk omdat we
graag in control zijn”, gaat Volker verder. “En binnen de
traditionele bouwwereld vertaalt dat in control zijn zich in het
op papier wegstrepen van elk risico, maar zo werkt het niet.” De
wetenschap zet hier tegenwoordig steeds vaker ‘het
systeemdenken tegenover’. “Dit is een andere betekenis van het
woord systeem, gebruikelijk vanuit ‘systems engineering’. Het
gaat hier om een 3D systeemdenken waarin ketenintegratie,
contractintegratie en verschillende projecten worden
gebundeld. Programmadenken”, legt ze uit. “Vanuit een
programma kijk je nadrukkelijk over projecten heen, waar in
het traditionele bouwen elk project juist als een afzonderlijke
keten wordt behandeld. Niet erg efficiënt, noch effectief en zeker
geen manier om innovatie tot stand te brengen.”
Samenwerkingsvormen
Het traditionele bouwen associeert Volker grotendeels met de
DBFM-contracten die in de laatste decennia populair zijn
geworden. Samenwerkingen tussen publieke en private partijen
waarbinnen de juristen de 'helden' zijn. Zij stellen de kaders
waarbinnen het Angelsaksische denken de boventoon voert.
“Contracten waar de opdrachtgevers- en opdrachtnemersrol
strikt gescheiden zijn en vastgelegd in vuistdikke contracten om
zoveel mogelijk onzekerheden uit te sluiten. Ofwel
overeenkomsten gebaseerd op wederzijds wantrouwen.”
Meer recent ziet ze een ontwikkeling naar samenwerkings -
vormen als bouwteams en allianties waarbinnen juist
vertrouwen centraal staat en onzekerheden worden gedeeld.
Processen binnen dit soort samenwerkingen zijn in haar
woorden ‘informeler’ dan die binnen een DBFM-contract.
“Partijen zitten op basis van gelijkwaardigheid, vertrouwen en
kennis en kunde sámen om tafel om een project te realiseren
met de hoogste gezamenlijke waarde.”
Méér waarde mag méér kosten
Wat Volker nu hoopt, ze noemt het ‘haar naïviteit’, is dat juist een
waarde als innovatie, maar ook waarden als circulariteit en
duurzaamheid een veranderingsproces in de bouw in gang
zetten, een renovatie of transformatie van het denkproces. Dat
we ons steeds vaker realiseren dat méér waarde ook méér mag
kosten vanuit de best for project-gedachte. Een gedachtegang die
je nu volgens haar bijvoorbeeld ziet binnen raamcontracten,
innovatiepartnerships en de genoemde bouwteams.
Samenwerkingen waarbinnen puur financiële drijfveren steeds
vaker plaatsmaken voor andere waarden: meer inhoudelijke of
misschien zelfs nobele waarden.
“De problemen waar we nu voor staan zijn immers niet
financieel”, betoogt ze. “Ze vragen dus ook om oplossingen
waarbinnen niet het budget, maar meer nobele waarden leidend
zijn. Maatschappelijke waarde.” Dat bedrijven in deze
waardediscussie steeds wijzen naar de overheid noemt ze een
probleem. “Bedrijven hebben liever dat de overheid, de wetgever
zegt dat iets niet meer mag dan dat ze zelf het voortouw nemen
in een verandering.”
00:07
׉	 7cassandra://Kh09n3GYNO6ASI_2vNv0A5xOcUEPWQojQjYPiUsKK1k` ay=!ᙁay=!ᘁbבCט   u׉׉	 7cassandra://gg8dcoB5HRGHHGneuuF9qvYB_uFSFZkplUScifTvQP8 `׉	 7cassandra://J27I7-i8gJhyCulH2kGyFrU0VcNWVFOQiLZAjjctaHs]`j׉	 7cassandra://bjgOzE4m0iFkUwJ3qryiITaOQQUW19ybEp5MrjsMg0Q` ׉	 7cassandra://U8D-X-8wttl6IGqaL1S90vVa_GiRcXzcZQR14wzvUYM ͠=ay=!ט  u׉׉	 7cassandra://OYQi5IBlfW2TwlaSLMFnSy5BOP3DXiS1yM7687HVGrY 4` ׉	 7cassandra://r-AzveYH8W4miK_Vzp5EpPMdc2sYN1_Zc-LijirH5j8]~`j׉	 7cassandra://jSMr5N0JpMRDMPCMJl_MmjDhRImPxv-qwV-SV2CFc8k` ׉	 7cassandra://Zam0w9DsfWwpg9zHNlXUByH12F7HYFtdMRPKcPaGyH0 d&͠=ay=!׉E	MINTERVIEW
‘Heen en weer tussen verschillende werelden en zo dingen
verbinden. Dat ben ik, Leentje Volker, in een notendop.’
Ze geeft circulariteit als bijvoorbeeld. “Zeg maar dat het circulair
moet. Als het een wet is dan houden we ons eraan, is de gedachte
die binnen veel bedrijven leeft. Terwijl ze ook tegen hun
aandeelhouders kunnen zeggen ‘wij staan hiervoor, we vinden
dat niet-circulair niet langer verantwoord is’, maar in de bouw
wordt altijd verwezen naar de wetgever of de opdrachtgever. Het
initiatief ligt zelden bij de bedrijven zelf.”
Waar echte ondernemers dat initiatief volgens Volker wel zélf
nemen, vanuit een intrinsieke motivatie om dingen te
veranderen, beter te maken. “En juist dat zijn de ondernemers
waar je volgens mij als opdrachtgever mee wilt samenwerken.
Zij stoppen ook niet bij ambities die uiteindelijk toch in wetten
en regels worden vastgelegd. Ze doen er nog een schepje bovenop
en proberen verder te reiken. Daar zit dan weer de menselijke
factor die de ambitie stelt om niet voor A, maar voor A+ te gaan.”
Hoop voor de toekomst
“Circulariteit is geen vraag meer voor de ingenieurs die wij als
UT afleveren, het is een gegeven. Zo sta ik er in elk geval in”,
betoogt Volker tot slot. “Wegwerp doen we niet meer. Ik denk dat
dit sustainable-aspect het vakgebied van de ingenieur, maar ook
van de Value Engineer een boost kan geven. Dat zie je al in een
vakgebied als industrial design waar het ontwerpen op meer
nobele waarden het uitgangspunt is geworden. Het is geen added
feature meer en dat maakt het aantrekkelijk voor veel meer
mensen. Ik geloof dat dat ook voor toekomstige ingenieurs geldt.
Het centraal stellen van meer maatschappelijke waarde biedt
wat dat betreft hoop.”
Hoop niet alleen voor meer aanwas als het gaat om meer jong
talent, maar ook hoop als het gaat om het komen tot een nieuwe
manier van waardedenken in de bouw. “Een renovatie of
transformatie waarin bij uitstek publieke partijen het voortouw
zullen nemen”, verwacht Volker. “Zij kunnen het zich
veroorloven de benodigde ruimte te nemen omdat het
uiteindelijk in de maatschappelijke businesscase iets oplevert.
Het is in het publiek belang dat álle belangen evenwichtig
gewogen worden. Waar een bedrijf nu eenmaal een andere
businesscase te runnen heeft. Behalve dan die échte ondernemer
die bereid is verder te kijken.”
00:08
׉	 7cassandra://bjgOzE4m0iFkUwJ3qryiITaOQQUW19ybEp5MrjsMg0Q` ay=!׉E COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN
meer waarde
uit assets
Auteur: Paul Tulp kennismanager Asset Management bij Movares.
S
teeds meer onderhoudscontracten
bevatten duurzaam heids ambities. De
ambitie is vaak hoog, maar de
oplossing die uitgevraagd en geboden
wordt, is vaak de standaard oplossing met
weinig ruimte voor vernieuwing. Hier
knelt het: aannemers voeren het contract
uit, terwijl zij de expertise hebben om meer
te bieden dan de standaardoplossing.
Ambities, diensten en producten in de
keten samenbrengen levert meerwaarde op. Ons advies: ga
samen op zoek naar kansen, ook al liggen die buiten de scope
van het contract. Daar zit de winst.
Bedrijfsvoering verduurzamen
Asset Management en duurzaamheid gaan om het optimaal
besteden van (gemeenschaps)geld. Dit vraagt om een doelmatige
vertaling door de keten van doelstelling tot uitvoering met een
herleidbare aantoonbaarheid dat is voldaan aan de doelstelling.
De echte assetmanagementuitdaging zit in het verduurzamen
van de complete bedrijfsvoering voor zowel opdrachtgevers als -
nemers. In de combinatie van Asset Management en duurzaamheid
zit veel potentie. Wanneer beide over het geheel en in
combinatie worden beschouwd, kun je er een goede business -
case van maken. Daarbij moet duidelijk zijn wie waarvoor
verantwoordelijk is, welk budget er is voor de (duurzaam -
heids)ambities en op basis waarvan de afwegingen worden
gemaakt. Vervolgens is de vraag: hoe kun je aantonen dat dat wat
je bedacht en gebouwd hebt, ook doet wat benodigd was en hoe
kun je dat monitoren?
De keuzes moeten daarin integraal worden afgewogen: 1) wat is
benodigd, 2) wat is de functionaliteit, 3) hoe vullen we dat logisch
in (logisch is organisatie, systemen, processen etc.), 4) welke technische
oplossing past daarbij, 5) welke prestaties zijn daarbij
mogelijk en 6) wat is de toegevoegde waarde? Zo ontstaat een
beoordelingskader waarbinnen je op alle niveaus kunt beoordelen
in welke mate de mogelijke oplossingen passen binnen de
doelstellingen (benodigd) en zijn keuzes helder te onderbouwen.
Duurzaamheid is meer dan alleen besparen op materialen of
levensduurverlenging. Door techniek, logica, functionaliteit en
gewenste prestaties te verbinden met het uiteindelijke doel,
ontstaan nieuwe inzichten. Tot op detailniveau is aan te tonen
wat de bijdrage is. We kijken te vaak vanuit een dimensie naar de
oplossing, vaak vanuit de techniek. Maar er zijn veel meer
dimensies, zoals figuur 1 laat zien.
Figuur 1 - Ambitieweb.
Een voorbeeld is het project Groot Onderhoud A348 waarin
reductie van CO2-uitstoot en het maximaal hergebruik van vrijkomende
materialen (circulariteit) centraal staan. Provincie
Gelderland en Boskalis/Movares vormen samen het bouwteam:
gelijkwaardig en met proactieve inbreng in het project.
Uitsmijter
Samenwerken in de keten, zowel verticaal als horizontaal, is
geen wens maar bittere noodzaak om maximaal rendement uit
de expertise en ervaring te halen waar het gaat om het verbeteren
van de waarde van assets en duurzaam beheer ervan.
00:0 9
׉	 7cassandra://jSMr5N0JpMRDMPCMJl_MmjDhRImPxv-qwV-SV2CFc8k` ay=!ᛁay=!ᚁbבCט   u׉׉	 7cassandra://sKWaLvVJwesoxdqnzIlFuCtaJEQWJ4kipRUiC0WHTHA =7`׉	 7cassandra://QmAAjJWJujQHUnqz_q01dk1wMSIpbwXJRkdLU6TtxQU)`j׉	 7cassandra://qPIJE4ywNrpNXEXnCgTgHvQnJU4J7UI4K5tLAy6sDfk` ׉	 7cassandra://3-szyU5BM3LfqVGWQVmXFqzvEMX4QbNIpFKvt4BbQZw/@͠=ay=!ט  u׉׉	 7cassandra://TwLH_DVeACzqoIkEL4lTx48rUY4yg3B1T5EFGB5moG4 ` ׉	 7cassandra://V5RapndzVvrHoaPB-VRy6soRBYlXzyYEH-NaYG1fB3gnp`j׉	 7cassandra://_33fofgXkE4gxQdKqDNT1qhbhUxGTUONU8xvXnQdNZQ` ׉	 7cassandra://LoO4uaqbi0v14akGQj236m8Y02EMl20PwslvYQsaXKA͔h͠=ay=!׉E hcontinu verbeteren
dankzij sustainable
asset management
MANTRA: PRESTATIES, RISICO’S EN KOSTEN
00: 10
׉	 7cassandra://qPIJE4ywNrpNXEXnCgTgHvQnJU4J7UI4K5tLAy6sDfk` ay=!׉ECONTINU VERBETEREN DANKZIJ SUSTAINABLE ASSET MANAGEMENT
Vervangen of renoveren? Het is de vraag die Ruud Poppelaars en zijn collega’s
van technisch dienstverlener EQUANS met hun opdrachtgevers steeds weer
beantwoorden. Dit op basis van gedegen Asset Management waarbij
prestaties, risico’s en kosten continu worden gewogen. Hoe Asset Management
zich ontwikkelt, verschilt per sector, zo ervaart Ruud vrijwel elke dag. Zijn
advies: kijk over branches heen en heb het lef om te leren van elkaar.
Auteurs: Ruud Poppelaars, programmamanager Sustainable Asset Management binnen EQUANS (de nieuwe naam van ENGIE
Services) - in samenwerking met tekstschrijver Sandra Kagie (Sanscript Tekstproducties).
R
uud Poppelaars is als programmamanager binnen
EQUANS verantwoordelijk voor de ontwikkeling van
Asset Management. Dit in opdracht van en samen met
zijn operationele collega’s die in heel Nederland actief zijn voor
opdrachtgevers in de industrie, infra- en utiliteitsmarkt.
EQUANS beheerst het complete traject van ontwerp, realisatie,
onderhoud en beheer van elektrotechnische en werktuigbouwkundige
installaties. Binnen de integrale scope die de aanpak van
de technisch dienstverlener kenmerkt, wordt de vraag ‘vervangen
of renoveren’ beantwoord door Asset Management centraal
te stellen en hierbinnen de factoren prestaties, risico’s en kosten
steeds weer tegen elkaar af te zetten. Zo kunnen opdrachtgevers
de juiste keuzes maken. Wat de EQUANS-aanpak bovendien
kenmerkt, is de koppeling van duurzaamheid met Asset
Management. Dit in het kader van de duurzame transitie. Een
combinatie die leidt tot Sustainable Asset Management (SAM).
Als eigenaar van technische installaties kun je anno 2021 niet
meer investeren zonder oog te hebben voor duurzame doelstellingen.
Wanneer je nadenkt over risico, prestaties en kosten wil
je immers niet iets neerzetten dat over vijf jaar is achterhaald.
Tijd voor een degelijke definitie van Asset Management. Hiervoor
grijpen we naar de internationale standaard voor Asset
Management, de ISO55001. ‘Asset management is het geheel van
gecoördineerde activiteiten om werkelijke en potentiële waarde
te realiseren met die assets.’ Waarbij je werkelijke waarde moet
zien als de boekwaarde van een installatie en de potentiële
waarde als de waarde die je nu, maar ook over tien jaar nog uit
een installatie kunt halen door er slim mee om te gaan. Denk
aan het gebruik van data op basis waarvan je bijvoorbeeld voorspellend
onderhoud kunt gaan plegen.
Verschillen tussen sectoren
Omdat de technisch dienstverlener een brede ervaring heeft met
Asset Management, juist in de verschillende sectoren, ziet zij
duidelijk verschillen in de aanpak ervan tussen deze sectoren.
Een interessante vraag is nu of zij van elkaar kunnen leren. We
beschouwen in dit artikel de sectoren utiliteit, industrie en infra.
In de praktijk blijkt dat de utiliteitsmarkt het verst is als het gaat
om samenwerking op het vlak van Asset Management. Daarin
durven organisaties in deze markt samen met service providers
en leveranciers van installaties ver te gaan. Denk aan het geven
van prestatie verantwoordelijkheid voor energiecentrales en
DBMO partnerships met ziekenhuizen. De industrie durft dit
soort samenwerkingen daarentegen nog nauwelijks aan. Het
werk dat zij uitbesteden aan een service provider is van oudsher
veel meer taakgestuurd. Ze durven dus minder verantwoordelijkheden
uit te besteden en minder los te laten. Al worden her
en der voorzichtig stappen gezet.
Wat de industrie bijvoorbeeld wél heel goed kan, is het onderbouwen
van de noodzaak van bepaalde investeringen in onderhoud.
Dit op basis van gedegen risicomanagement. Zo kan een
industrieel bedrijf je precies vertellen wat een uur stilstand kost.
En ze weten vervolgens ook precies dat ze drie uur stilstand voorkomen
wanneer ze nu dit specifieke onderhoud doen.
Waarde en doelstellingen van onderhoud zijn binnen de industrie
dus volstrekt helder. Iets dat binnen de utiliteit weer een veel
lastiger verhaal is omdat een begrip als comfort voor medewerkers,
bewoners of bezoekers bijvoorbeeld een veel subjectiever
gegeven is dan de stilstand van een machine of productielijn.
Toch kan de utiliteit op dit vlak van onderbouwing nog heel wat
leren van de industrie.
00: 11
׉	 7cassandra://_33fofgXkE4gxQdKqDNT1qhbhUxGTUONU8xvXnQdNZQ` ay=!ᝁay=!ᜁbבCט   u׉׉	 7cassandra://Is05SJkEgnEn-UIh6DkV6eA51SfdNYI783Ej-toZw5o )` ׉	 7cassandra://c4H_CgywQTyew8wsEXIuWXR-cdkg1nr82SXlwPCoLao_`j׉	 7cassandra://bJRmdTTPzVJFxb_-TMArivLmCAvSqsn1xYUekb32IVQj` ׉	 7cassandra://Z8ZvdBtLL4otQH6CDJxP768rJL_Y2wGd9ABBWA0N3fg͇Qd͠=ay=!ט  u׉׉	 7cassandra://Uob_ekXn3TcsJVD3Qc8gHFpPkUJXBr7FZhAofgUDBJM z`׉	 7cassandra://AUujehUlWjTKVfzR5raLyhSmeIzPuKdmOmoTQof7HzMWs`j׉	 7cassandra://kdDopHW5R3KcQi2cI4jriOzFuCKgkUh0rOki36s0-TI,` ׉	 7cassandra://lzC7BuPmQXYAsIyyIByFqO4XmrZDC3c7Za2p1lRmrec $͠=ay=!ߑנay=! 9ׁH (https://www.engie.nl/zakelijk/technischeׁׁЈ׉EBinnen de infra vervolgens, zie je dat het aspect data- en informatiemanagement
juist weer het best op orde is. Sommigen zouden
zeggen het neigt naar bureaucratie. Niet zo gek, opdrachtgevers
van grote infra-projecten hebben immers al een aantal keer hun
neus gestoten met bouwprojecten die uit de pas liepen. En dan
volgen in hun geval Kamervragen of vragen vanuit Provinciale
Staten of de gemeenteraad. Politieke en maatschappelijke druk
beïnvloeden hier dus besluitvorming over vervanging of renovatie.
De mening van de gebruiker/burger doet ertoe waardoor de
focus binnen de infra ligt op aantoonbaarheid, de bewijslast
achteraf. Een kracht op het vlak van verslaglegging waar
anderen een voorbeeld aan kunnen nemen, maar ook een
valkuil wanneer je erin doorslaat en je doelmatigheid uit balans
raakt met de rechtmatigheid.
Kandelaar of twee gezichten?
Iedere sector heeft dus zijn sterkte punten, maar ook zijn valkuilen.
En de verschillen lijken niet voort te komen uit beschikbaar
budget of riante verdienmodellen. Dat zou te gemakkelijk zijn.
Al helpt het natuurlijk wanneer er binnen een organisatie
middelen beschikbaar zijn. Uitdaging is echter om uit die
middelen wanneer je ze inzet voor Asset Management meerwaarde
te halen. Waarom lukt dat bij de één nu wel en bij de
ander niet?
langer bekend is. Om zo’n MJOB echter meer te laten zijn dan
een kostenprognose alleen, worden in de MJOB-nieuwe stijl
naast de factor kosten, ook de factoren prestaties en risico’s
meegenomen. Door deze integrale aanpak is de MJOB een groeimodel
voor organisaties geworden.
Een duurzaam groeimodel want aan de MJOB nieuwe stijl is ook
de factor duurzaamheid toegevoegd waardoor het model voor
Sustainable Asset Management (SAM) is ontstaan. Duurzaamheid
in brede zin, denk aan aspecten als de reductie van CO2uitstoot,
aandacht voor recycling en andere duurzame
doelstellingen. Een natuurlijk vervangingsmoment van een
onderdeel of van een complete installatie is namelijk hét
moment voor verduurzaming. Zo krijgt een opdrachtgever de
mogelijkheid met SAM om tegelijkertijd zowel naar de kandelaar
als naar de twee gezichten te kijken: de kosten én duurzame
aspecten. Om uiteindelijk weloverwogen een beslissing te
kunnen nemen over vervangen of renoveren en de bijbehorende
investering. Een beslissing die past in de totale strategie van de
organisatie.
Kijken we nu naar de MJOB zoals die in de utiliteit veel wordt
gebruikt dan zie je dat een huisvestingsplan, duurzaamheidsdoelstellingen
en marktconformiteit vaak wel het startpunt
vormen. Maar als puntje bij paaltje komt, wordt er alleen
gekeken naar welke bedragen voor onderhoud en renovatie in
de prognose staan voor volgend jaar en of deze passen binnen het
beschikbare budget. Waarbij dan ook vaak nog wordt gezegd dat
de uitgaven sowieso niet hoger mogen zijn dan vorig jaar. Een
gemiste kans!
Denk integraal
Figuur 1 - Kandelaar en twee gezichten.
Kijk eens naar de afbeelding 1. Je ziet óf een kandelaar óf twee
gezichten. Allebei tegelijk kan ons brein niet verwerken. Zoals
het voor een organisatie net zo lastig is om tegelijk financiële en
niet- financiële waarde te creëren. Naar eenzelfde thema kijken,
vanuit een ander perspectief is niet veel organisaties gegeven.
Iedere organisatie vindt zichzelf uniek, maar is dat wel zo?
Zouden we niet veel meer van elkaar kunnen en moeten leren?
Juist ook als het gaat om Asset Management.
Omdat de technisch dienstverlener in al de genoemde sectoren
actief is en ervaring heeft, heeft ze een visie ontwikkeld voor het
MeerJarigOnderhoud: de MJOB nieuwe stijl. Dit op basis van de
MeerJarenOnderhoudsBegroting (MJOB) die in de utiliteit al
Kosten zijn in de praktijk dus nog vaak leidend als het gaat om
investeren in onderhoud, terwijl je juist in een MJOB nieuwe stijl
ook prestaties, risico’s en duurzame kansen meeweegt. Denk
hierbij aan de weergave van storingsgetallen, correctieve kosten,
minder CO2-uitstoot, maar ook de verkrijgbaarheid van onderdelen
in de toekomst. Je moet er toch niet aan denken dat bij
uitval van bijvoorbeeld een printplaat een installatie langdurig
stil komt te staan omdat juist dit exemplaar niet meer leverbaar
is. Het lijkt soms profijtelijk investeringen in onderhoud voor je
uit te schuiven, maar het blijkt vaak korte-termijn-winst. Weeg
daarom steeds goed af welke risico’s hieraan vastzitten. Vaak een
lastige discussie die bijvoorbeeld facilitair managers moeten
voeren met de financieel verantwoordelijken en inkopers. Met
een MJOB waarin naast kosten ook aandacht is voor prestaties en
risico’s komen ze in zo’n gesprek beter beslagen ten ijs en
kunnen ze makkelijker draagvlak creëren voor bepaalde investeringen.
Benoem
kritieke processen
Een aantal jaar geleden was het hoofd facilitair van een zorginstelling
voor ouderen niet tevreden over de onderhoudskosten.
00: 12
׉	 7cassandra://bJRmdTTPzVJFxb_-TMArivLmCAvSqsn1xYUekb32IVQj` ay=!׉ECONTINU VERBETEREN DANKZIJ SUSTAINABLE ASSET MANAGEMENT
Figuur 2 - Bouwstenen (modules) van het SAM-model.
Het juridische contract en de laten we zeggen ‘standaard onderhoudsrecepten’
vanuit de aanbesteding zorgden voor een
‘dwangbuis-ervaring’ voor beide partijen.
Door de gebouwbeheerders van de zorginstelling vervolgens te
vragen naar hun opvatting over kritieke processen en onderdelen
binnen het zorghuis zijn we vervolgens op basis van een
snelle risico-analyse, zonder omhaal, tot aangepaste onderhouds -
termijnen gekomen. Dit betekende enerzijds lagere kosten voor
de klant en anderzijds geen nieuwe aanbestedingskosten omdat
de samenwerking langer kon worden voortgezet. Win-win voor
beide partijen.
Het is uiteindelijk niet bij die financiële waarde gebleven, de
zorginstelling heeft het geld dat op deze manier werd bespaard,
geïnvesteerd in verduurzaming en in de verbetering van het
comfort voor cliënten. Met een hoger klantwaarderingscijfer tot
gevolg. Over meerwaarde en de kandelaar en de twee gezichten
gesproken!
Samen groeien
Zo komen we opnieuw bij Sustainable Asset Management, SAM.
In het voorbeeld van de zorginstelling zien we hoe de klantbehoefte
hierin altijd leidend is. Maar zoals ons brein niet alles tegelijk
kan verwerken, zo kan een opdrachtgever dat ook niet als
het gaat om het ontwikkelen van alle bouwstenen binnen het
SAM-model. Bouwstenen die in figuur 2 zijn uitgesplitst. Elk met
haar eigen ontwikkelingstraject, maar stuk voor stuk ook weer
in elkaar grijpend.
In figuur 3 zijn drie organisaties uit de drie verschillende sectoren,
utiliteit, industrie en infra, naast elkaar gezet. Wat zijn hun
doelstellingen en welke bouwstenen uit het SAM-model worden
gebruikt om deze doelstellingen te behalen. Duidelijk is dat niet
alle bedrijven direct alle bouwstenen gebruiken, maar eerst die
bouwstenen, die voor dat moment van belang zijn.
In het begin van het artikel zagen we al dat utiliteit koploper was
en industrie de achterblijver. Dit zie je ook terug in het aantal
bouwstenen dat uit het SAM-model gebruikt wordt. De koploper
is al verder in de ontwikkeling waardoor ze ook meer
bouwstenen gebruiken en benutten. Uiteraard heeft alles een
nuance en zijn er in de utiliteit ook bedrijven die maar enkele
bouwstenen toepassen en is de industrie op onderdelen verder
dan anderen. Maar het beeld in figuur 3 komt overeen met de
grote lijnen in de praktijk over de hele keten per sector.
Reden te meer om als organisatie goed om je
heen te blijven kijken en te leren van anderen,
ook uit andere sectoren. Om vervolgens op het
juiste moment de volgende strategische stap te
zetten. Zo groeien we samen in Sustainable
Asset Management. Doen we dit niet, dan
blijven we hangen in korte-termijn-bevestiging
van vastgeroeste overtuigingen.
Referentie
https://www.engie.nl/zakelijk/technischedienstverlening/onderhoud-en-beheer/
sustainable-asset-management
Figuur
3 - Inzet SAM-model bij verschillende bedrijven in verschillende sectoren.
00: 13
׉	 7cassandra://kdDopHW5R3KcQi2cI4jriOzFuCKgkUh0rOki36s0-TI,` ay=!េay=!ខbבCט   u׉׉	 7cassandra://Ps1wcJmWIjGhmRVYkEucqELmr3Rv13HjEaIOalHw2HE |`׉	 7cassandra://EoXOxXjiwGj_Af8YfkrHMy0F-8Y9xHy4ijDmM4LTG9AS`j׉	 7cassandra://0c2niENuJKYHB0EjBFqqHVz7BVyXuXO1XNZexCESrr4K` ׉	 7cassandra://saLQH9eTVKflCUadDaSdmmC3m65Tvs6DEsNmT6ZKGYo k͠=ay=!ט  u׉׉	 7cassandra://_lLBsgGghjO5BIrsfcKz6hDgZ_NqN6uuD6C2BimUSqg Z`׉	 7cassandra://VCnSCVb-Vm24RTR1KP7f3C7Ez8TPULVPuRMXo43kMrId`j׉	 7cassandra://7kTCD_rO_VIHfyHZ57M0qg5Hc3P9hOWDN7zc7edoXGs` ׉	 7cassandra://JrOShdkFlqWUVv1iYB5zj2EWyaO1zoSvQzt3b2-i1us t͠=ay=!׉ENDACE YOUNG PROFESSIONALS COLUMN DACE YOUNG PROFESSIONALS COLUMN DACE YOUNG PROFES
Prioritizing projects
What if I ask you to choose between the seat and the brakes of your
bike? How do you evaluate what part is more important? Tough,
right? A very similar problem is faced by asset managers, when
they have to prioritize projects in their project portfolio. Assets can
be anything ranging from machinery to infrastructure. Hence
these project portfolios are also quite diverse and huge depending
on the industry and scope.
Going back to the question, on choosing between the brakes and the seat of your bike, you
can ask me, why do we even have to make this choice? Well, project environments have
only become dynamic overtime. Limited funds, uncertainties, risks and resources to carry
out projects are few of the reasons why there is often a need to choose the priority of
executing projects. Let’s say you have enough money for doing either the brakes or the seat
for the coming three weeks. Now prioritizing comes into picture.
Columnist: Akshaya Bomanwar.
For her masters final thesis at de
TUDelft Akshaya Bomanwar
developed a decision-making tool
for Schiphol Airport. In this
article she explains an approach
towards developing a framework
for prioritization of projects for
an existing asset portfolio.
Figure 1 - Decision making framework.
00:14
׉	 7cassandra://0c2niENuJKYHB0EjBFqqHVz7BVyXuXO1XNZexCESrr4K` ay=!׉ESSION
NALS COLUMN DACE YOUNG PROFESSIONALS COLUMN DACE YOUNG PROFESSIONALS COLUMN DACE Y
During this research, following an extensive literature review and
exploratory research, the following framework was developed.
Prioritizing can be seen as a decision-making process at a broader
level, wherein asset managers, project managers, and reliability
engineers come together and collectively agree on the
organization’s priorities. I carried out a research, wherein I
developed a framework for organizations to prioritize their
projects. This tool helps them in decision making leading to a
prioritized list or a ranked list of projects to execute. However, the
scope of this research was limited to infrastructure industry and
aviation domain within it.
During this research, following an extensive literature review and
exploratory research the following framework was developed.
In the first level, projects are identified, and it makes sure all the
considered projects come with complete information. The second
level is of evaluation and scoring, here using rational decisionmaking
methods like Multi criteria decision analysis, managers
score the projects on a common scale. This level will already
generate a list of projects in order of priority from 1 to n (n=
number of projects put into the framework). Now comes the last
but not the least, the Third level. Following a data-driven
prioritized ranking list, as an outcome of some quantitative
analysis is easier said than done. Organizations and people are
dynamic; hence it often becomes hard to form a coalition or
majority in opinions just based on rational decision-making styles.
The third filter offers flexibility to adjust the outcomes by some
degree as long as the stakeholders form a coalition. A simulation
experiment was carried out to validate this framework, within an
organization by considering 6 of its maintenance and replacement
projects in the project portfolio. In first part participants (managers
and engineers) were invited to ‘score and rank projects’ and in the
second part an expert-panel review was carried out. Some of the
key points that came up as suggestions were, ‘Clear description of
criteria for scoring’, ‘an option to show if a project has been already
postponed previously’, and ‘process rules for the third level’. Some
of these suggestions were incorporated in the framework.
Now going back to the question, I asked in the beginning, there
can be many outcomes based on our priority and situation at that
particular time. We will choose the seat, if our priority is reaching
somewhere on time and we are alone on the road, we will choose
the breaks if we have ‘safety’ as our KPI. There can be other answers
too, it depends on who is answering and what resources they have
at a particular point.
00:15
׉	 7cassandra://7kTCD_rO_VIHfyHZ57M0qg5Hc3P9hOWDN7zc7edoXGs` ay=!ᡁay=!᠁bבCט   u׉׉	 7cassandra://C0ecErT0j0ec349qmlVyb6_gzmNAAjljMim6lWu4zD4 -`׉	 7cassandra://8vX1KZfTivTHlQacZTaCb3fyjNbQAfX04UiXcYkbKf8]`j׉	 7cassandra://Z_pFYOIbHHQzXTb3KF4S6G3v6nbxN1nFgTqp-336Hwg` ׉	 7cassandra://JnzE17_yNZdFG_OI7PtuzPA-yziglBBEufBQ6Yyfql0nl͠=ay=!ט  u׉׉	 7cassandra://oXGa4-56BJ41SOGTLYWtdiVdxiF2q4VXkTrD9yi9zfs !`׉	 7cassandra://nag9zn0qQ0lF4UT6IbPi8y0XxjYp563i-RD31L_iabks`j׉	 7cassandra://gSssRXWkgHpn1r618AfhjpKHr6h7NXBBTTVxB73Fhlg#[` ׉	 7cassandra://51kLzW2kZc97XGNu7AbKf6gTV5VEThoWUiIydRSyFNs x?͠=ay=!׉E+VERSLAG
DACE CONTACTBIJEENKOMST
THEMA ‘VERTRAGING EN
VERSTORING IN PROJECTEN’
De tweede live contactbijeenkomst van 2021 had als thema Vertraging en verstoring in projecten. Dit
onderwerp raakt alle leden van de SIG, of dit nu assets owners, contractors of adviseurs betreft. Omdat
standpunten soms diametraal tegenover elkaar staan, werd dit thema vanuit verschillend perspectief
gepresenteerd. Om elkaar beter te begrijpen en om een betere projectuitvoering en samenwerking tot
stand te brengen.
Verslag: Drs. Rien Scholing, projectmanager/senior consultant bij Bilfinger Tebodin Netherlands
DACE-voorzitter Robert de Vries opende de live bijeenkomst die tegelijkertijd
werd gestreamd; een experiment om alvast te oefenen voor
het ICEC World Congress volgend jaar. Robert was ‘blij te kunnen
aankondigen’ dat de DACE-cursussen weer zullen starten, inclusief
het vlaggenschip Certified Cost Engineer. Verder gaf hij aan dat in het
najaar de 35e editie van het prijzenboekje weer uitkomt. Tenslotte
meldde hij dat DACE-bestuur en directie vooral druk is met de voorbereiding
van het ICEC World Congress, volgend jaar juni in Rotterdam.
Het belooft een mooi congres te worden met als thema
‘Predicable Projects in a Dynamic World’, een dynamiek die de
meesten wel herkenden na een dik jaar COVID en met alle politieke
reuring.
Introductie door Jouke van der Schors - Complexe materie
Jouke van der Schors, voorzitter van de SIG Contractmanagement,
introduceerde de sprekers en het thema. In projecten komen alle
partijen uit de keten elkaar tegen. Het typische van projecten is dat ze
in een dynamische wereld worden uitgevoerd en dus nooit lopen
zoals oorspronkelijk gepland met vertraging en verstoring tot gevolg.
Die onvoorspelbaarheid is waar de keten beter mee wil omgaan.
Jouke behandelde de definities van vertraging en verstoring, gebaseerd
op protocollen zoals gehanteerd in het VK en de VS. Vervolgens
hield hij die definities tegen het licht en liet zo zien dat een verstoring
tot vertraging kan leiden, en ook omgekeerd. Aan de hand van lastige
situaties, liet hij zien dat het complexe materie is, die vraagt om een
gemeenschappelijke taal om zo de weg naar verbetering te vinden.
Die gemeenschappelijke taal zal later dit jaar volgen in de vorm van
een leidraad, ook een van de onderwerpen deze middag.
Joost Dekker - Risicokenmerken
De eerste presentatie was van Joost Dekker, procurement manager
projects bij Shell. Hij deelde zijn ervaringen met het omgaan met
vertraging en verstoring in projecten vanuit het perspectief van een
asset owner. Shell heeft per type project – lumpsum, unit price of
reimbursable –, een overzicht met risicokenmerken gemaakt, voor
aspecten zoals managementintensiteit, flexibiliteit en gedrag. Zo
hoort bij lumpsumprojecten de lichte managementintensiteit van
monitoring, niet de zwaardere zoals quantity surveying of volledig
management. Voor het aspect flexibiliteit geldt in lumpsumprojecten
dat het duur is wijzigingen in de scope aan te brengen, anders dan bij
unit prices of reimbursable projecten. Wat betreft gedrag is het risico
van ‘under design’ dat in de gaten moet worden gehouden bij lumpsumprojecten.
Joost noemde de top drie van uitdagingen uit de praktijk
van zogenoemde ‘kleine projecten’: late levering van
ready-for-construction-tekeningen (RFI’s) en company-provided-items
(CPI’s); op tijd beschikbaar zijn van de site en vergunningen en discussie
over de aantallen wijzigingen, vooral in schedule-driven projecten,
en de invloed daarvan op efficiëntie en lead time. Vervolgens pelde
Joost deze uitdagingen één voor één af, wat betreft typische discussies
en mogelijke gevolgen en mitigaties.
Fred Meershoek - Vakspecialisten
De tweede presentatie was van Fred Meershoek, contractmanager bij
Croonwolter&dros. Hij schetste hoe in een project, met zijn scope,
budget en veiligheidseisen, de asset owner en de contractor elkaar
ontmoeten. Fred legde uit welk dilemma de contractor tegenkomt bij
de start van een project en gaf hij aan welke administratie nodig is
voor het opstellen van bewijs bij bijvoorbeeld vertragingen en versto00:
16
׉	 7cassandra://Z_pFYOIbHHQzXTb3KF4S6G3v6nbxN1nFgTqp-336Hwg` ay=!׉Eringen, meer-minderwerk en wijzigingsverzoeken. Kenmerk daarbij
is dat het proces van administratie van changes trager is dan de
uitvoering vaak vraagt. Bij de uitvoering kan niet worden gewacht tot
de volgende meer-minderwerkdiscussie, omdat het item morgen
bijvoorbeeld moet worden geïnstalleerd. Signaleren en vastleggen van
feiten vereisen ook een sterke bewustwording bij de ontwerpers en de
uitvoerders. Fred noemt twee referenties waar de samenwerking met
de klant naar tevredenheid heeft gewerkt: in een project met een en
bij de bouw van rioolwaterzuiveringen.
Jasper Tiessens - Expertrapportages
De derde spreker Jasper Tiessens, directeur bij Vijverberg, ging in op de
dienst ‘dispute resolution’ van Vijverberg. Expertrapportages worden
gebaseerd op feiten en hebben het doel om tot oplossing van een
dispuut te komen. Jasper startte met een aantal grepen uit projecten
waarbij met hun hulp in de meeste gevallen tot een settlement is
gekomen tussen opdrachtgever en contractor. Soms zijn onorthodoxe
stappen nodig zoals bij een voortgangsbepaling. De bedoeling van die
settlements is dat partijen elkaar weer gaan begrijpen en desnoods
bepaalde mensen op het project gaan vervangen om het project weer
op stoom te krijgen. Hiervoor produceert Vijverberg een zogenoemd
expertrapport. Het opstellen van zo’n rapport gebeurt in drie stappen.
Eerst het doel vaststellen zoals bovengenoemd, maar ook welke analysemethoden
worden gebruikt om objectiviteit te verzorgen, het verzamelen
van informatie en een planning maken van het onderzoek.
Afhankelijk van de vraag kan dat een feitenanalyse, waarbij alle feiten
in een tijdlijn worden gezet, zijn of aanvullend daarop een planningsanalyse
en eventueel een kwantumanalyse bijvoorbeeld om invloed
op de prijs te bepalen. In veel gevallen zijn ook al deze analyses nodig
om een claim volledig te kunnen afronden. Als de analyses zijn afgerond,
dan wordt pas begonnen met de laatste stap, de eindrapportage.
Vervolgens ging Jasper nog in op de voors en tegens om het expertrapport
door een externe deskundige, door eigen projectmensen (DIY) of
door een partijdeskundige te laten opstellen. Zo’n externe partij tilt
het probleem ook buiten de projectomgeving, waardoor de projectteams
hun focus op het dagelijkse werk kunnen houden en zich niet
hoeven te richten op het dispuut. De waarde van een expertrapport is
dan ook geschillen klein te houden en te zoeken naar een oplossing
om weer verder te kunnen met het project.
Stan Putter - Leidraad
De laatste spreker deze middag was Stan Putter, advocaat/partner bij
Smallegange. Hij ging in op de dit jaar te verschijnen leidraad Vertraging
en Verstoring. Dit is een initiatief van de Dutch Arbitration
Commission en het Instituut voor Bouwrecht en heeft een tweeledige
doelstelling. Allereerst bewustwording van de problematiek en deze
handen en voeten geven en op basis daarvan tot gedragsverandering
komen van partijen in de bouw om zo de effecten van vertraging en
verstoring zoveel mogelijk te voorkomen.
De leidraad loopt langs de drie lijnen in een dispuut: voorkomen,
oplossen en beslechten. Ten behoeve van het voorkomen geeft de
leidraad handvatten om tijdig mogelijk vertragingen en verstoringen
te signaleren, waardoor ingegrepen kan worden nog voordat problemen
zich voordoen.
Vaak kan vertraging/verstoring echter niet worden voorkomen. In
dat geval is het nodig om de kansen te vergroten om hier zo spoedig
mogelijk met de tegenpartij tot een oplossing te komen. De leidraad
ondersteunt hierbij door gebruik van gemeenschappelijke bewoordingen,
analyses en uitgangspunten. Soms is de gang naar de rechter
of arbiter niet te voorkomen. Ook hier is eenzelfde soort analyse
nodig als genoemd onder de vorige stap. Want de rechter een schoenendoos
met documenten en verslagen geven helpt de eigen zaak in
zo’n geval niet; een goed en logisch opgebouwde analyse wel.
De redactie van de leidraad is multidisciplinair: juristen, kostendeskundigen,
aannemers, asset owners als Rijkswaterstaat en wetenschappers.
De leidraad bevat praktische handvatten voor
projectleiders en contractmanagers. De groep die met de leidraad
bezig is, zit nu in de consultatiefase en Stijn nodigde eenieder uit om
contact met hem op te nemen om deze nog beter te maken.
Het hele verslag is te lezen via
deze QR-code.
00: 17
׉	 7cassandra://gSssRXWkgHpn1r618AfhjpKHr6h7NXBBTTVxB73Fhlg#[` ay=!ᣁay=!ᢁbבCט   u׉׉	 7cassandra://l5ZYyqaSb8jAIVsB3eL8hhPA_tal03DR7TAaRmRftcQ `׉	 7cassandra://ZRVAMJPskwAyJ1Dnix1VAOcEqblYFjgL8L5uCAirdXgR0`j׉	 7cassandra://IcdUxQzGsHbf5XzJx0m7jdC32iO3r8MqREBvsvFJga8` ׉	 7cassandra://5iSC05RsSqFRhVL8VDb4ekDHhOjTf63PUqEmPUWvAAc ͠=ay=!ט  u׉׉	 7cassandra://wHzWvGTAbo-d6KZYJASxTPrQgySR-cZ_mjsW7s2rz20 `׉	 7cassandra://ReuSS0TVQZ1GabTVomohH4FFqqXF02ZyEdi2JqaUMPk]w`j׉	 7cassandra://zJhCTWW3A--7Cpd8wCYlDeZvV42NWjq4SD7EmaTcUFUu` ׉	 7cassandra://YQcFkW2Cbb39KCW07PXHilO8soy9GO6kMNA6y2ztXh4 
Vb͠=ay=!נay=! I19ׁH )http://worldcongress.com/program/abstractׁׁЈ׉E
;ICEC WORLD CONGRESS IN TEKEN VAN
VOORSPELBAARHEID IN EEN DYNAMISCHE WERELD
DACE organiseert in 2022 het ICEC World Congress in Rotterdam. ICEC staat voor International Cost Engineering,
een non profit organisatie die meer dan 300.000 Cost en Value Engineers vertegenwoordigt in ongeveer in 120 landen.
Dit jaar is het thema: ‘Predictable projects in a dynamic world’. Voorzitter van DACE Robert de Vries: “Het congres geeft
ons een enorme boost om te laten zien wat we kunnen.”
In 2022 organiseert DACE het ICEC World Congress. Het thema
is: Predictable projects in a dynamic world. DACE voorzitter
Robert de Vries: “Het thema van het congres is ingegeven door
de bewegingen in de wereld. De wereld verandert in veel opzichten
snel: politieke en economische veranderingen, digitalisering,
klimaatverandering en incidenten zoals COVID-19
hebben een enorme impact. Als Cost en Value Engineers zijn
we altijd op zoek naar voorspelbaarheid in kosten en tijd. De
vraag is: hoe krijg je ondanks die veranderingen voorspelbaarheid
in de planningen, opvolgingen en resultaten van je projecten?”
Het
congres is niet alleen interessant voor Cost Engineers en
hun opdrachtgevers, ook overheden, banken en gebruikers van
Cost Engineering kunnen er kennis opdoen, wetenschappelijk
onderzoek en praktijkervaring delen. DACE is nog op zoek
naar sprekers, praktijkonderzoeken en wetenschappelijke
papers met de focus op onderwerpen die het thema van het
congres raken als: duurzaamheid, project control, ICT, human
factor (o.a. hoe ga je als Cost Engineer om met werken na
COVID-19, diversiteit in organisaties) en geografische invloeden
(aanmelden kan via info@icecworldcongress.com).
Op het congres zijn live presentaties, workshops, netwerkpauzes.
De Vries: “Nieuw dit keer zijn de live talkshows á la Saturday
Night Live. De shows zijn bedoeld om te discussiëren over de
thema’s of om vragen te beantwoorden.”
Zoals het er nu naar uitziet zal het congres deels live zijn en
deels online. De Vries: “Het liefst zouden we alles live organiseren,
maar we kiezen vanwege de onzekerheid voor wat betreft
COVID-19 in Europa en de rest van de wereld voor een hybride
vorm. Veel presentaties worden gestreamd en er komen
verschillende webinars. Een enorme uitdaging, omdat we dit
nog nooit hebben gedaan. Het congres geeft ons een enorme
boost om te laten zien wat we kunnen.”
Robert de Vries is naast voorzitter van DACE Director Contract
Management bij Stork.
ICEC World Congress 2022 Predictable projects in a dynamic
world 12-15 juni De Doelen, Rotterdam.
Voor informatie: https://icecworldcongress.com/
00: 18
׉	 7cassandra://IcdUxQzGsHbf5XzJx0m7jdC32iO3r8MqREBvsvFJga8` ay=!׉EhDEEL JE ABSTRACT SUBMISSION OP HET ICEC WORLD CONGRESS
DACE nodigt onderzoekers en professionals uit om abstracts in te dienen voor industriële en academische
presentaties voor het ICEC World Congress 2022. Het centrale thema is: ‘Voorspelbare projecten in
een dynamische wereld’. De deelthema's zijn: duurzaamheid, projectbeheersing, ICT, geografische
invloeden, human factor.
Wat zoeken we?
Inzendingen van abstracts die debat uitlokken, discussie stimuleren, nieuwe ideeën bieden, leren en/of
de verspreiding van onderzoeksresultaten aanmoedigen. De bijdragen moeten van hoge kwaliteit en
origineel zijn en nog niet eerder gepubliceerd. Voorbeelden zijn: zeespiegelstijging, Belt & Road-initiatief,
CO2-footprint, toenemende verstedelijking of digitalisering.
Deadlines
Abstract Submission deadline
Paper Submission deadline
Live en virtueel
Vanwege de COVID 19-pandemie wordt het congres live en virtueel gehouden. Je kunt je (wetenschappelijke)
paper en je bevindingen, je ervaring en knowhow live in Rotterdam delen of presenteren in een
videopresentatie. De live presentaties worden opgenomen en kunnen op aanvraag op een geschikt
moment worden bekeken door abonnees van het congres over de hele wereld. Lees op https://icecworldcongress.com/program/abstract-submission/
de richtlijnen waar je abstract of one-pager aan
moet voldoen.
15 november 2021
1 maart 2022
00: 19
׉	 7cassandra://zJhCTWW3A--7Cpd8wCYlDeZvV42NWjq4SD7EmaTcUFUu` ay=!᥁ay=!ᤁbבCט   u׉׉	 7cassandra://gU5xFYg92IhrC1eqYZsCeuWF09-oTirdq5VxWpqahvM `׉	 7cassandra://XFSaLfq5qtKfYD_epIdjTLpLdbVQJV7gk4ADzIHOb5EU`j׉	 7cassandra://OoffswFjIOrY7rr9pQ8UBHT3lyyvAURM_9WcyD5ueQA"` ׉	 7cassandra://qYiRYlmlrSFXDizaVs0-_5TQaQSYsjPo3Nmb2b6jURg I͠=ay=!ט  u׉׉	 7cassandra://845I9xbR3WawjGPCgOSBWLJ1ccEwjyPdEVe-pYqHPmM +V` ׉	 7cassandra://1gJ7GkxgaHzzLHTCP34Tx0LmEEDUhSzsPeJC_Q2cjogd`j׉	 7cassandra://zejdHh8LJeCFBkno1hpr3_KpccQDWqNe_l7EqZYvOws` ׉	 7cassandra://ax5UpWU56gJOBJ9LgxRQk2tTnu9E-bXbyKigkWNMzDYͬZ͠=ay=!׉EMartine van den Boomen
Hans Bakker
Marcel Hertogh
rekenen aan
levenscycluskosten bij
lage discontovoeten
Auteurs: Martine van den Boomen, Hans Bakker en Marcel Hertogh zijn allen werkzaam bij de Technische Universiteit Delft, Faculteit
Civiele Techniek en Geowetenschappen, Rob Treiture werkt bij Rijkswaterstaat. Daarnaast is Martine ook werkzaam bij de Hogeschool
Rotterdam, Kenniscentrum Duurzame HavenStad.
00: 20
Rob Treiture
׉	 7cassandra://OoffswFjIOrY7rr9pQ8UBHT3lyyvAURM_9WcyD5ueQA"` ay=!׉EREKENEN AAN LEVENSCYCLUSKOSTEN BIJ LAGE DISCONTOVOETEN
In dit artikel stellen we drie rekenmethoden voor om tot een evenredige
vergelijking te komen bij lage discontovoeten.
V
eel publieke organisaties in Nederland rekenen bij
contante waardeberekeningen met een maatschappelijke
discontovoet. Het Centraal Plan Bureau heeft in 2019 aan
het kabinet gevraagd de maatschappelijke discontovoet die in 2015
voor vier jaar was vastgezet, te actualiseren. Het kabinet heeft hiervoor
opnieuw een Werkgroep Discontovoet ingesteld. Deze werkgroep
bestaat uit vertegenwoordigers van verschillende ministeries,
namelijk Financiën, Algemene Zaken, Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
Economische Zaken, Infrastructuur en Waterstaat, Onderwijs
Cultuur en Wetenschap, Buitenlandse Zaken en
Volksgezondheid Welzijn en Sport. Ook het CPB, De Nederlandse
Bank (DNB) en Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) nemen als
onafhankelijke experts deel aan deze werkgroep. Daarnaast
betrekt de werkgroep externe expertise waar nodig of gewenst [1].
De Werkgroep Discontovoet heeft in 2020 advies uitgebracht over
de hoogte van de discontovoeten voor maatschappelijke kostenbatenanalyses
(MKBA’s) [2]. Dit advies is door de minister van Financiën
overgenomen [1]. Voor vaste, verzonken kosten die vaak
worden toegeschreven aan fysieke infrastructuur, geldt een reële
discontovoet van 1,6% (voorheen 3%). De lage discontovoet is een
gevolg van de ontwikkeling op de kapitaalmarkten. Het lastige van
een lage discontovoet is dat uitgaven en ontvangsten in de verre
toekomst relatief zwaar meetellen.
Door de lage discontovoet ontstaat een methodisch probleem bij
contante waarde berekening over de gebruikelijke periode van 100
jaar. De huidige of contante waarde van 1 euro over 100 jaar is
namelijk:
1
(1+1,6%)100 = 0,204
Dit wil zeggen dat deze euro die pas over 100 jaar wordt ontvangen
of uitgegeven, op dit moment nog voor 20% van zijn waarde
meetelt. Dat is niet verwaarloosbaar. Het eindigen van kasstromen
bij een tijdshorizon van 100 jaar leidt ertoe dat kasstromen die
optreden na die periode als verwaarloosbaar worden beschouwd,
terwijl ze dat bij lage discontovoeten niet zijn. Het gevolg is dat
vergelijkingen tussen varianten op basis van levensduurkosten niet
meer helemaal zuiver zijn [3, 4].
In dit artikel stellen we drie rekenmethoden voor om tot een evenredige
vergelijking te komen bij lage discontovoeten. De kern van
deze drie methoden is het oprekken van de rekenhorizon tot het
moment dat deze er niet meer toe doet. De motivatie is dat fysieke
infrastructuur haar functionele waarde in veel gevallen over lange
tijd zal behouden. Een dijk, een brug, een sluis of een weg houden
na hun technische levensduur niet op met bestaan. Ze worden
meestal vervangen.
Alternatief 1: oprekken van de tijdshorizon
Het eerste alternatief is simpelweg het oprekken van de tijdshorizon
van 100 jaar naar bijvoorbeeld 300 jaar. Een tijdshorizon van
300 jaar heeft nog maar een afwijking van:
1
(1+1,6%)300 =0,0085
In andere woorden, een euro die wordt ontvangen of uitgegeven
over 300 jaar telt op dit moment nog maar voor 0,85% van zijn
waarde mee. Dat gaat meer in de richting van verwaarloosbaar.
Echter, het projecteren van kasstromen over een periode van 300
jaar is nogal omslachtig. Er zitten een aantal vervangingen in en de
kans op het maken van fouten is groot. Mathematisch kan
hetzelfde antwoord worden bereikt op een handigere manier door
te rekenen over een oneindige rekenhorizon. 300 jaar benadert
immers een oneindige horizon. Dit laten we zien met de volgende
twee alternatieven met dezelfde uitkomst maar via een andere
rekenmethode.
Alternatief 2: de EAC-methode
De EAC-methode neemt de levensduur N van de infrastructuur als
referentieperiode. Alle kasstromen worden over de levensduur
geprojecteerd en contant gemaakt. Vervolgens wordt deze contante
waarde van de levensduurkosten omgerekend naar de equivalente
jaarlijkse kosten (EAC) volgens formule (a).
ð¸ð´ð¶ = ð ∙ (
ð(1+ð)ð
(1 + ð)ð −1
)
(a)
waarbij P = de contante waarde van de levensduurkosten van de
infrastructuur; r = de reële discontovoet en N = de levensduur van
de infrastructuur.
Samenvattend zijn de stappen als volgt:
1. Projecteer alle kasstromen over de levensduur N;
2. Bereken de contante waarde P (Engels: present value) van de
kasstromen over de levensduur;
3. Bereken de EAC van de contant gemaakte levensduurkosten
volgens formule (a).
EAC heeft een bijzondere eigenschap. De EAC over de levensduur
van een infrastructuur is namelijk gelijk aan de EAC over ieder
willekeurige herhaling van deze levenscyclus. De EAC over 1
levenscyclus is dus ook de EAC over een oneindige tijdshorizon.
Om die reden kunnen varianten met verschillende levensduren op
basis van EAC met elkaar worden vergeleken want ze hebben
impliciet dezelfde rekenhorizon (oneindig). De EAC-methode kan
zonder problemen met lage discontovoeten omgaan.
Alternatief 3: De P-over-oneindig-methode (P∞)
Ook alternatief 3 kan varianten met versch׉	 7cassandra://zejdHh8LJeCFBkno1hpr3_KpccQDWqNe_l7EqZYvOws` ay=!ᧁay=!ᦁbבCט   u׉׉	 7cassandra://LP88zjmBZW3Jf-tslF339uuxr3PQ9QSqyz014GPsuBA ` ׉	 7cassandra://zPmKVJ9p5btsrmVZvKEGlWyzJRQLiaIf6vOZ12RjgyMQH`j׉	 7cassandra://3AxBCBTy46IEnOhtDFkKCkrU17BsgD2QoCi60FQQ-rM` ׉	 7cassandra://_glEE-Ld4LfioZPJmHmr-7MoIoD7AREiDSHng3o0gGUͼ͠=ay=!ט  u׉׉	 7cassandra://B6ZgbYxONlwrGTio6Vzzul1lDKO2r_tFjM6juFFtZo0 =` ׉	 7cassandra://WipjGYth_blQ6E-htHemmHZWDsSYOIaWpSV2Euxn6FYV`j׉	 7cassandra://gdoOZehm_w_Ozo5j1ymn805s67v5sV8Vt82rrG6Ol74` ׉	 7cassandra://CY3FZ8XAwof-boVoiXpf90lwaV4-hiVdJa6PGwAoYw0Ϳ
͠=ay=!׉Evergelijken en heeft geen moeite met lage discontovoeten. Alternatief
3 berekent de contante waarde over een oneindige tijdshorizon
door uit te gaan van herhalingen van levenscycli en door slim
gebruik te maken van repeterende reeksen van kasstromen. Voor
de P∞-methode zoeken we naar het repeterende karakter van
levensduuractiviteiten. Om de schrijfwijze van de formules te
vereenvoudigen definiëren we eerst:
1
ð¾=
1+ð
(b)
waarbij r = reële discontovoet.
Bij het analyseren van levensduurkasstromen zit het repeterende
karakter meestal in de:
• (Her)investeringen
• Groot-onderhoud
• Jaarlijkse exploitatie
Deze worden achtereenvolgens toegelicht.
Repeterende investeringen
De contante waarde van een investering (I0) die nu plaatsvindt en
zich blijft herhalen met intervallen gelijk aan de levensduur (N) van
een infrastructuur volgt uit formule (3):
1
ð[0,∞] =ð¼0 ∙(
1−ð¾ð)
(c)
waarbij P∞ = contante waarde van de reeks (her)investeringen (I0)
met interval N; N = levensduur van de infrastructuur.
Repeterend groot-onderhoud
Stel we hebben een levensduur van 80 jaar (N = 80) en iedere 20 jaar
groot-onderhoud (n = 20). Het repeterende groot-onderhoud (GO)
vindt dan plaats in de jaren 20 – 40 – 60 – (-) -100 – 120 – 140 – (-) –
etc. De contante waarde van een dergelijke reeks volgt uit:
ð[ð,∞] =ðºð ∙ [(
1−ð¾ð)−(
1
1−ð¾ð)]
1
(d)
De eerste term in de rechter vierkante haken is voor de doorlopende
reeks groot-onderhoud met interval n. De tweede term in de
vierkante haken trekt de reeks van het groot-onderhoud af dat
samenvalt met de vervangingsinvesteringen.
Er zijn ook situaties waarbij het groot-onderhoud cyclisch niet goed
past in de levensduur. Stel dat de levensduur 80 jaar is en grootonderhoud
plaats vindt in jaar 30 – 50. De reeks is dan 30 – 50 – (-)
– 110 – 130 – (-) – etc. Voor een dergelijke reeks is een omweg nodig
waarbij eerst de contante waarde van het groot-onderhoud in één
levenscyclus N wordt bepaald. Vervolgens kan deze contante
waarde hetzelfde worden behandeld als de vervangingsinvesteringen
in formule (c).
De contante waarde van het groot-onderhoud in een levenscyclus
N volgt uit:
ð¾ðð ð¡ððð¡
ð[ðð ð¡ððð¡,ððððð] =ðºð ∙
−ð¾ððððð
1−ð¾ð
(e)
Tabel 1 - Rekenvoorbeeld met levensduuruitgaven van twee
bruggen.
Discontovoet 1,6%
Levensduur
Investering
Exploitatie (jaarlijks)
Groot-onderhoud (cyclisch 25 jaar)
Brug A
80
€ 5.000.000
€ 60.000
€ 350.000
Brug B
100
€ 6.000.000
€ 50.000
€ 300.000
Methoden 2 (EAC) en 3 (P∞) zijn met de huidige aanpak vergeleken
waarbij een rekenhorizon wordt beëindigd na 100 jaar. Voor brug A
is in de huidige aanpak, in jaar 80 een vervangingsinvestering opgenomen,
en voor brug B in jaar 100. De resultaten van de berekeningen
voor brug A en B zijn opgenomen in tabellen 2 en 3.
In het voorbeeld is Tstart
= 30, Teind
= 70 en n = 20. Teind is de waarde
waarop GO zou plaatsvinden volgens het interval, maar die niet
meer mag optreden. Deze uitkomst uit formule (e) kan vervolgens
gelijk worden behandeld als de cyclische investering in formule (c).
Repeterende jaarlijkse exploitatiebedragen
De contante waarde van een oneindige reeks exploitatiekasstromen
(E) die beginnen in jaar 1 en jaarlijks terugkomen kunnen
worden berekend met:
ð[1,∞] =
ð¸
ð
(f)
Enkele exploitatiekasstromen vallen samen met de herinvesteringen.
Meestal is dit verwaarloosbaar. Als dit niet zo is, zal een reeks
exploitatiekasstromen met interval N moeten worden afgetrokken
zoals bij groot-onderhoud in formule (d).
Met deze set formules die de contante waarden uitrekenen van
repeterende reeksen kan snel de contante waarde van alle levens -
cyclusactiviteiten worden bepaald:
1. Identificeer de reeksen van de verschillende levensduuractiviteiten;
2.
Gebruik de juiste formule om de contante waarde van een oneindige
reeks te berekenen;
3. Tel de contante waarde van de verschillende levensduuractiviteiten
bij elkaar op.
Op deze wijze kunnen varianten met verschillende levensduren
met elkaar worden vergeleken omdat de rekenhorizon gelijk is
(oneindig). Ook kan deze methode zonder moeite omgaan met lage
discontovoeten.
Rekenvoorbeeld
Als illustratie voor de alternatieven beschouwen w׉	 7cassandra://3AxBCBTy46IEnOhtDFkKCkrU17BsgD2QoCi60FQQ-rM` ay=!׉EREKENEN AAN LEVENSCYCLUSKOSTEN BIJ LAGE DISCONTOVOETEN
De kern van de drie methoden is het oprekken van de
rekenhorizon tot het moment dat deze er niet meer toe doet.
Tabel 2 - Vergelijkende berekeningen voor brug A.
Huidige
Brug A
methode
NCW over periode 100 jaar
EAC (per jaar)
NCW over periode oneindig
€ 9.781.202
€ 180.003
€ 11.250.189
€ 180.003
€ 11.250.189
15%
EAC-methode
(methode 2)
P∞-methode
(methode3)
Verschil NCW
met huidig
Tabel 3 - Vergelijkende berekeningen voor brug B.
Brug B
NCW over periode 100 jaar
EAC (per jaar)
NCW over periode oneindig
Huidige
methode
€ 10.141.460
€ 179.295
€ 11.205.912
€ 179.295
€ 11.205.912
10%
De observaties zijn:
• De uitkomsten van de EAC-methode en P∞-methode zijn zoals
verwacht per brug identiek.
• Het eindigen van de rekenhorizon bij 100 jaar leidt voor brug A
tot 15% gemiste kasstromen en voor brug B tot 10%. Dit komt
voor beiden door de lage discontovoet van 1,6% en het missen
van kasstromen na 100 jaar. Het opvoeren van een vervangingsinvestering
aan het einde van de rekenperiode in de huidige
methode om het missen van kasstromen te compenseren drukt
het percentage naar beneden. Zonder deze afrekening is het
percentage gemiste kasstromen ongeveer 20%.
• Als een keuze gemaakt moet worden tussen brug A en B dan
wijst de huidige methode brug A aan terwijl EAC-methode en P∞methode,
de voorkeur geven aan brug B. De verschillen zijn
marginaal maar het missen van kasstromen kan ertoe leiden dat
de voorkeursvolgorde verandert. We verwachten dat dit meestal
niet aan de orde is; een harde uitspraak vraagt echter om nader
onderzoek.
Discussie en conclusies
Door de lage discontovoet gaat het contant maken van toekomstige
kasstromen langzaam. Aan het einde van een rekenhorizon van
100 jaar heeft een euro nog 20% van zijn waarde behouden bij een
discontovoet van 1,6%. Dit betekent dat in de huidige LCC en
MKBA-methodiek, die rekenen met een horizon van 100 jaar,
kasstromen worden gemist. Dit leidt ertoe dat de contante waarde
van toekomstige levensduurkosten wordt onderschat en een rekenvoorbeeld
laat zien dat dit percentage kan oplopen tot 15%. Het
missen van kasstromen kan er ook toe leiden dat de voorkeursvolgorde
verandert.
EAC-methode
(methode 2)
P∞-methode
(methode 3)
Verschil NCW
met huidig
In dit artikel dragen we drie methodische alternatieven aan om alle
kasstromen die ertoe doen mee te nemen bij een lage discontovoet.
Methodisch is een mooie oplossing om te werken met een oneindige
rekenhorizon en aan te nemen dat de functie van infrastructuur
eeuwig blijft voortbestaan. Die aanname is natuurlijk niet
helemaal correct want infrastructuur wordt niet tot in het oneindige
vernieuwd maar het geeft een betere schatting dan aannemen
dat er niets meer is na 100 jaar.
Het voordeel van het uitgaan van oneindige herhaling is ook dat er
geen interpretatieverschillen ontstaan over het afrekenen aan het
einde van de huidige rekenhorizon van 100 jaar omdat het vertrekpunt
de levensduur is (die zich blijft herhalen) en niet een gekozen
rekenhorizon. Er ontstaat bijvoorbeeld geen discussie meer of aan
het einde van een rekenhorizon nog een vervangingsinvestering
als afrekening moet worden opgenomen.
Praktisch gezien benadert 300 jaar oneindig, maar kasstromen
uitschrijven over 300 jaar is omslachtig. Wiskundig zijn er twee
methoden die dit veel sneller kunnen uitrekenen: de EAC-methode
en P∞-methode. Beide methoden zijn equivalent, en rekenen met
een oneindige tijdshorizon. Alleen de eerste methode drukt het
resultaat uit in Equivalente Jaarlijkse Kosten (Equivalent Annual
Cost, EAC) en de tweede methode in Netto Contante Waarde (NCW)
van een oneindige reeks. De gepresenteerde formules kunnen op
hun juistheid worden gecontroleerd door alle kasstromen over
meer dan 300 jaar te projecteren en de contante waarden hiervan te
berekenen.
De toepassing van de EAC-methode of de P∞-methode lijkt een goed
alternatief te bieden om de consequenties van een lage discontovoet
in de huidige MKBA en LCC-berekeningen te ondervangen.
00: 23
׉	 7cassandra://gdoOZehm_w_Ozo5j1ymn805s67v5sV8Vt82rrG6Ol74` ay=!ᩁay=!ᨁbבCט   u׉׉	 7cassandra://enVpG-wRo1kTyM8izeSpT9x60nXd0PLUfJA5idsTCWQ `׉	 7cassandra://avxhL7iW125A3rs6ekVQrZbt6O6HgF9dNZj_kxIHNV0]`j׉	 7cassandra://ynCylaFvKiFxq32lAeQWzJxpogFw5KE66Aekn8mSCIY` ׉	 7cassandra://O11el1vSckV8MmIWwm5W6OWFx-qK8Qm_tq4sms62BjYwv͠=ay=!ט  u׉׉	 7cassandra://66aK7jIM5sslA6C871M_ITwx8nBf0H-y17CMKXPyOB4 L`׉	 7cassandra://K8opXYiBfL6Wk4fyhTUjni61tfISYVNU-hh2pH4lmeQI`j׉	 7cassandra://MyzSwolh2VEl9r426IPWDps-WCvutdp5cb9X170gtyM` ׉	 7cassandra://ByZM-koUQrpaxkVP0871L32wMHlUrHHRCajP-5yZLZw J͠=ay=!נay=! YXR9ׁH 8https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/docuׁׁЈנay=! YR9ׁH 8https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/docuׁׁЈ׉EREKENEN AAN LEVENSCYCLUSKOSTEN BIJ LAGE DISCONTOVOETEN
Nawoord van de redactie (reikwijdte artikel)
Dit artikel is zeer relevant voor Cost & Value Engineers. De redactie is ervan overtuigd dat de reikwijdte verder gaat dan alleen
de lage discontovoet. In het artikel worden nu twee bruggen met elkaar vergeleken, maar in de VE-vraagstukken gaat het vaak
over verschillende oplossingen voor dezelfde functie. Dus een brug versus bijvoorbeeld een pont of juist helemaal geen verbinding,
maar omrijden. Dan zijn investeringskosten, exploitatie, onderhoud en levensduur per definitie van een andere
grootheid. Tel daarbij op de maatschappelijke kosten en de milieuaspecten (bijvoorbeeld de CO2-footprint) en dan is de traditionele
LCC- en NCW-berekening niet toereikend door de verschillen in looptijd. Door die verschillen in looptijd is het dan
iedere keer een getob om varianten goed vergelijkbaar te maken. De aangedragen alternatieve rekenmethoden, waar je naar
een oneindige looptijd gaat, lijkt hiervoor een oplossing. Wellicht een overweging voor RWS en CROW om te onderzoeken
of deze rekenwijze in hun LCC- berekeningen toegevoegde waarde biedt en de huidige rekenwijze moet vervangen, of als optie
kan worden aangeboden. De huidige LCC-eis voor infrastructuur gaat altijd uit van 100 jaar en kan onder druk komen te staan
door de technologische ontwikkelingen en de grote transitievraagstukken van vandaag de dag. De technische levensduur is wel
100 jaar of wellicht meer, maar de economische levensduur kan veel korter worden omdat de omstandigheden steeds sneller
wijzigen. Dan heb je meer baat bij oplossingen/objecten die eenvoudig aan te passen of om te bouwen zijn naar nieuwe
(gebruiks)eisen. Dan wordt het verschil in levensduur dus een zeer relevante parameter in de CE- en VE-vraagstukken!
Nawoord van de redactie (hoogte discontovoet)
Tussen redactie en de auteurs is over en weer nog gediscussieerd over de technische en economische levensduur en de overwegingen
bij het vaststellen van de hoogte van de discontovoet. Deze discussie en overwegingen zijn een apart artikel waard,
maar voeren nu te ver om in dit artikel op te nemen. De kern van dit artikel is dat bij een lage discontovoet de beheer- en
onderhoudskosten significant meetellen in de LCC-afweging, terwijl bij een hoge discontovoet dit minder aan de orde is
omdat de investering relatief zwaarder meetelt. Met andere woorden, de hoogte van de discontovoet bepaalt de LCC-afweging.
In het artikel laten de auteurs zien dat er andere rekenmethoden zijn dan de huidige, die deze problematiek van een verschil
in discontovoet elimineren.
Referenties
[1] Minister van Financiën, Kabinetsreactie werkgroep Discontovoet
- 2020-0000206831.2020. Online toegankelijk via:
https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2020/11/10/kabinetsreactie-werkgroep-discontovoet/Kabinetsreactie+werkgroep+Discontovoet.
pdf
[2]
Werkgroep discontovoet 2020, Rapport Werkgroep discontovoet
2020. 2020, Ministerie van Financiën. Online toegankelijk via:
https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2020/11/10/rapport-werkgroepdiscontovoet-2020/rapport-werkgroep-discontovoet-2020.pdf
[3]
Treiture, R., et al., Assessing approximation errors caused by
truncation of cash flows in public infrastructure net present
value calculations, in Life Cycle Analysis and Assessment in
Civil Engineering: Towards an Integrated Vision. Proceedings of
the 6th International Symposium on Life-Cycle Civil Engineering
(IALCCE 2018), 28-31 October 2018, Ghent, Belgium, R.
Caspeele, L. Taerwe, and Frangopol, Editors. 2018, CRC Press. p.
1475-1481.
[4] Van den Boomen, M., et al., Common Misunderstandings In Life
Cycle Costing Analyses And How To Avoid Them, in Proceedings
of the 5th International Symposium on Life-Cycle Civil
Engineering (IALCCE 2016) 16-19 October 2016 Delft, The
Netherlands, J. Bakker, D.M. Frangopol, and K. van Breugel,
Deze correspondentie kun je teruglezen op een speciale pagina op
de website van DACE. Deze pagina is te benaderen via bovenstaande
QR-code.
00: 24
׉	 7cassandra://ynCylaFvKiFxq32lAeQWzJxpogFw5KE66Aekn8mSCIY` ay=!׉EtOVERZICHT DACE TRAININGEN 2022
Cost Engineering
Cursus Essenties van Cost Engineering (ECE) 29 en 30 juni en 6 en 7 juli 2022
Cursus Essenties van Project Cost Control (EPCC) 8 en 9 december 2022
Value Management
Basisopleiding Value Management (6-daagse VM1) kick-off: 20 april (ochtend), 17, 18, 24, 25, 31 mei en 1 juni 2022
VM2-opleiding kick-off: 16 juni (ochtend), 29 juni, 5 en 6 juli 2022
VM3-opleiding 7, 14 en 21 september 2022
Leadership for Cost Engineers
Leadership for Cost Engineers 15, 16 november en 8 december 2022
DACE contactbijeenkomsten 2022
17 maart
29 september
24 november
AGENDA
Overzicht DACE trainingen 2021
Cost Engineering
Cursus Essenties van Project Cost Control (EPCC) 9 en 10 december 2021
Leadership for Cost Engineers
Leadership for Cost Engineers 16 en 17 november en 9 december 2021
DACE contactbijeenkomsten 2021 en 2022
25 november 2021
00: 25
׉	 7cassandra://MyzSwolh2VEl9r426IPWDps-WCvutdp5cb9X170gtyM` ay=!᫁ay=!᪁bבCט   u׉׉	 7cassandra://Hsu66vZXRvDv604aQCubKKQRwRY13x2G98VCg_MWSrs `׉	 7cassandra://5kf3ZLYIn8ri8mmiQC4BRRbbu2gCqIuCmgrKOZhsciQR`j׉	 7cassandra://IWCabnYp1DGl2bEx9deltPQANRWPsqIha_GX7rA-ess` ׉	 7cassandra://OuAVfVhln4JNfn58m1ki2EnmxY_iHfYhvjMHwE29jq4 5͠=ay=!ט  u׉׉	 7cassandra://aM_RuyUPK1D7Q8qhccbWw_hVhfQaXNjZe4p_N9KDJuk ` ׉	 7cassandra://oBh-SIScrt8HxjO5XH7mxqaMKirdUqprSQT5uodLUM4R`j׉	 7cassandra://ficuiB7TUML_NxMLR3zxwmECI4jsj2kjtOWpNPVEqMs` ׉	 7cassandra://s0Q7AQRlofF1z_Vlw6YiGSPQ8A2iX-jTWBndt2bQG4c}f͠=ay=!׉Ehet rode
potloodmonster
O
nderhoud, altijd al een ondergeschoven kindje geweest.
Immers, onderhoud betekent stilstand en stilstand
betekent productieverlies, dus omzetverlies. En dan kost
onderhoud ook nog eens klauwen vol met geld, dus op
onderhoud verlies je dubbel! Geen wonder dat plantmanagers
elke kilo uit de plant willen persen en productie voorrang geven
boven onderhoud.
Met veel morren wordt de plant dan één keer per jaar (of nog
minder frequent) stilgelegd om groot onderhoud te plegen. Een
jaar lang heeft de technische dienst alles bijgehouden wat tijdens
dat grote onderhoud vervangen moet worden. Het systeem staat
vol met werkbonnen van klussen die echt gedaan moeten
worden omdat tot nu toe alles met de spreekwoordelijke elastiekjes
en ducttape bij elkaar is gehouden.
In de voorbereiding van het grote onderhoud wordt de ‘to-do’ lijst
opgesteld. Achter elk onderdeel wordt een prijs gehangen wat
het kost om dit te repareren, vervangen of reviseren of wat er dan
ook nodig is. Onderaan de streep komt dan een groot getal uit,
paar procent marge erop voor onverwachte dingen en we
kunnen gaan. Simpel toch?
Budgetmonster
Alleen, dan komt ineens het budgetmonster om de hoek kijken.
De stilstand van de fabriek kost al zo veel, immers geen productie,
en dan ook nogal die onderhoudskosten erbij… Daar moet op
bezuinigd worden. In rode-potloodsessies wordt er door de lijst
gegaan en op gevoel besloten dat klus A of klus B best nog wel
even doorgeschoven kan worden. Niet gehinderd door enige
kennis of inzicht. Er wordt niet gekeken wat de onderhoudsstatus
is, óf dat betreffende deel van de installatie überhaupt nog wel
een jaar kan doordraaien, laat staan dat er gekeken wordt of dat
het onderdeel heel toevallig het jaar daarvoor ook al is doorgeschoven.
Risico-analyse? Wat is dat? Die onderhoudsklus mag
niet te veel kosten dus schrappen maar!
‘Penny wise pound foolish’
Uiteraard levert zo’n rode-potloodsessie geld op. Een typisch een
geval van ‘penny wise, pound foulish’. Spreadsheet Management.
Gefrustreerde technische dienst? Onbetaalbaar. Tijdens productie
binnen een maand problemen? Onbetaalbaar. En ook dan
wordt de technische dienst achter de broek gezeten want: ‘we
hebben net een stop achter de rug en nu ligt de plant alweer stil’.
00:26
׉	 7cassandra://IWCabnYp1DGl2bEx9deltPQANRWPsqIha_GX7rA-ess` ay=!׉EIn deze column wordt op kritische wijze een beeld geschetst van ontwikkelingen en gebeurtenissen in het werkveld.
Risicogestuurd en doelgericht onderhoud. Dat is met geen rood
potlood te beschrijven, maar vraagt wel lef.
Door die hoge kosten moet er uiteraard in het managementteam
besproken en besloten worden dat er bezuinigd moet
worden. Op productie wordt zelden bezuinigd, want dát levert
geld op. En dan draaien alle hoofden weer naar onderhoud. Want
tja, onderhoud kost dubbel geld, de budgetten zijn gigantisch,
dus een paar procent kan daar makkelijk vanaf.
Nu denkt u wellicht dat dit over een oude fabriek gaat, bijvoorbeeld
ergens in Afrika, ofzo. Helaas. Neem bijvoorbeeld het
meerjarig Vervangings- en Renovatieprogramma Bruggen en
Sluizen waarvan de media regelmatig verslag doen. Recent nog
over de Haringvlietbrug. De Rekenkamer constateerde al in
2019 dat er voor dit onderwerp te weinig aandacht is. Een deel
van de bruggen en viaducten heeft zelfs hun levensduur al overschreden.
Schippers en transporteurs klagen, zij wijden de uitval
aan een spinnenweb van diensten en uitvoerende organisaties
die allemaal precies in elkaar moeten passen. Deze afspraken
zijn het gevolg van zo laag mogelijke kosten en fors geoptimaliseerde
efficiëntie. Maar als één radartje hapert, dan loopt het hele
uurwerk vast. De schipper ligt stil, de lading wordt te laat geleverd
met alle gevolgen van dien voor de rest van de keten. Het
bereikte kostenvoordeel en efficiëntie worden in één klap weggevaagd.
De ontstane maatschappelijke kosten, veiligheid, de
schade, vallen in het niet bij het onderhoudsbudget. Maar deze
kosten zijn niet zichtbaar voor de budgethouder en tellen niet
mee in zijn of haar ‘Prestatie Indicator’.
Vrijdagmiddag
Jaren geleden was ik in een fabriek waar ze een machine elke
vrijdagmiddag stillegden. Ze planden werk voor vier dagen in,
vrijdagochtend was voor eventuele uitloop en ’s middags gingen
ze aan de gang: beetje vegen, beetje poetsen, alles smeren, even
luisteren of alles nog lekker liep, of er onderdelen beschadigd
waren en wat ze tegenkwamen werd vervangen. De rest van de
week liep die machine als een zonnetje. Planning was blij want
wat werd beloofd, werd ook geleverd. Medewerkers waren relaxt
want ze konden vertrouwen op hun machine. Er waren geen
situaties dat er halverwege de week gestrest werd omdat er iets af
moest en de machine in storing stond. En laten we eerlijk wezen,
het is toch heerlijk om op vrijdagmiddag een beetje te rommelen?
Rustig het weekend ingaan?
Bij mensen zijn we er ondertussen (enigszins) achter, dat als we ze
blijven pushen op het maximale, een burn out op de loer ligt.
Maar voor machines en installaties hebben we dat besef nog niet.
Als kind van een automonteur is mij met de paplepel ingegoten
dat ik niet moest wachten tot de lampjes gaan branden, maar
regelmatig oliepeil en koelvloeistof moet controleren.
Onbegrijpelijk dat we dit principe voor grote machines, installaties
en volle fabrieken compleet naast ons neerleggen. En ondertussen
zuchten en steunen als er weer eens onverwacht
onderhoud plaatsvindt.
Durf het ‘alles of niets’ los te laten. Neem die vrijdagmiddag vrij,
praat met de mensen die in de fabriek lopen, neem hun zorgen
serieus en luister naar hun klachten over machines. Zij hebben
het fingerspitzengefühl en zij kunnen beter voorspellen
wanneer een machine het dreigt te begeven. Zoek met hen,
samen met de Cost en Value Engineers naar de nuance. Risicogestuurd
en doelgericht onderhoud. Dat is met geen rood potlood
te beschrijven, maar vraagt wel lef.
Fry Zinnig
00:27
׉	 7cassandra://ficuiB7TUML_NxMLR3zxwmECI4jsj2kjtOWpNPVEqMs` ay=!ᭁay=!ᬁbבCט   u׉׉	 7cassandra://nwbC4WOyx3WTXvONvqSLmHMlUEtciqE_wlnxDiXNGaI `׉	 7cassandra://UXQg-B9hLCuVUpoJK0_Vc-rJpdpY_6xHOnRuaPb_-HUh`j׉	 7cassandra://hMFWv4x1sz6Nc8Z54twOyWEOwt_D1ApIfohoI7Mehqs#` ׉	 7cassandra://Hx8Iy16D7FWVZA9T01z5JUYVqVkct-ucLT6BZUQMG2s 	͠=ay=!ט  u׉׉	 7cassandra://uADhaQ-FyngDwa4mnSplaEDzrvjx_AAfDeVdTen-SA4 Q`׉	 7cassandra://RsLNGEvLgc1mkDWke4Ux-yljVDKYY5wyAqtM9ji92Xs_K`j׉	 7cassandra://15iZYlHQjBBpgd-dQtMTqqVrriH-7CpB--4vjBUsGkw` ׉	 7cassandra://IiazmJ68neVZvrqLx_K8YM-Bb1hPkobXmIuJ-CCWRtM =x͠=ay=!׉ELUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN CO
cost engineering
en duurzaamheid
Auteurs: Andy van Dijck
procestechnoloog en
directeur/eigenaar PanNarrans,
Henk Akse directeur/eigenaar
van Traxxys Innovation &
Sustainability, Geert Henk
Wijnants principal consultant bij
Stork Asset Management
Technologie, zijn allen actief lid
van de Special Interest Group
CEPI van DACE.
elke optie om te verduurzamen zinvol is, wordt onder andere bepaald door (a)
de winstgevendheid, (b) de restlevensduur van de bestaande installatie en (c)
beschikbare alternatieven zoals innovatieve technologieën. Op basis hiervan
kan een vervangingsscenario worden uitgewerkt. Dit betekent dat de installatie
denkbeeldig wordt aangepast, waarbij dan de te verwachten prestatie van de dan
gerealiseerde installatie in de tijd wordt vastgesteld. Dit betreft zowel de
duurzaamheidsprestatie alsook, vanzelfsprekend, de functionele prestatie én het gedrag
qua beheer en onderhoud. Dit alles is dan te karakteriseren middels de uiteindelijke
kosten en baten van de gewijzigde installatie, waarbij de duurzaamheidsprestatie ook in
kosten is uit te drukken (bijv. €/ton CO2).
Er bestaan een aantal belemmeringen om de hiervoor geschetste opgave praktisch uit te
voeren. De belangrijkste daarvan is: ‘onbekendheid met de prestatie en restlevensduur
van nieuwe technologie’ én ‘kosten van die nieuwe technologie’. Deze combinatie van
factoren leidt er in de praktijk toe dat alternatieve technologieën over het algemeen niet
worden verkend omdat dit ook multidisciplinaire kennis vereist. Kennis van een procestechnoloog
én kennis van een Cost Engineer. De onbekendheid met de prestatie is door
W
Hindernissen
00: 28
׉	 7cassandra://hMFWv4x1sz6Nc8Z54twOyWEOwt_D1ApIfohoI7Mehqs#` ay=!׉EOLUMN
N COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUM
leveranciers en met behulp van technische specificaties op te
lossen. Daarvoor is dan in een verkenningsfase nog niet direct een
procestechnoloog benodigd.
Onbekendheid met kosten betekent veelal dat daarvoor navraag
gedaan moet worden. Om deze stap te nemen moet er dan eigenlijk
al een vraagspecificatie op tafel liggen, terwijl nog niet direct
duidelijk is of de wijzigingsoptie überhaupt enige kans van slagen
maakt. In tegenstelling tot gangbare trajecten met inmiddels
bekende alternatieven waar het verdienmodel op voorhand al wél
inzichtelijk is. Deze laatste barrière zou natuurlijk al heel sterk
gereduceerd zijn wanneer er op kostenschattingsniveau al zicht
verkregen kan worden over de kosten van een bepaald vernieuwend
type proces.
Onbekendheid met de restlevensduur van een installatie werkt
ook belemmerend om de geschetste scenario’s te ontwikkelen.
Denk daarbij aan technische veroudering, wettelijke eisen, functionele
veroudering (niet meer voldoen aan productie-eisen),
onderhoudbaarheid (obsolescence) etc. Bij innovatieve technologieën
zijn dit in beginsel onbekende factoren, er zijn immers geen
ervaringscijfers bekend. In de praktijk blijkt echter dat door het
combineren van kennis en ‘er even voor gaan zitten’ deze hindernis
veel minder hoog is dan op het eerste gezicht lijkt. Er zijn
namelijk bekende methoden beschikbaar om die restlevensduur
te bepalen: zoals bijvoorbeeld de ingrediënten van de World Class
Maintenance ‘Vitale aanpak’ of de praktische werkwijze zoals die
binnen een LTARP (Long Term Asset Replacement Program)
wordt toegepast. Een zicht op de installaties waar sowieso om
bedrijfseconomische redenen al een vervangingsopgave van is te
voorzien, geeft ook al richting bij de uitwerking van vervangingsscenario’s.
Dit betekent dat kennis van een ter zake ingewijde
Maintenance Engineer dan ook nog eens als extra factor moet
worden toegevoegd.
Kosten van innovatieve technologie
Om in deze behoefte te kunnen voorzien, heeft de SIG CEPI een
kostentool ontwikkeld waarin diverse nieuwe technologieën
benoemd worden en qua kosten op schattingsniveau (de zogenaamde
niveau 4 beoordeling, ‘Feasibility niveau’ volgens AACE
RP18-R97) kunnen worden geraamd.
De technologieën die daarin te vinden zijn, betreffen de hedendaagse
technieken die nog niet op grote schaal worden toegepast
en waar inmiddels al wel voldoende toepassing van is gevonden,
waardoor er een redelijke inschatting van de kosten gemaakt kan
worden. Daarbij geldt dan natuurlijk wel, zoals altijd het geval is
met nieuwe technieken, dat bij veelvuldige toepassing de kosten
zullen dalen. Dit maakt dat het dan in het algemeen ook nog niet
haalbaar is om een veel nauwkeuriger bepaling van de kosten te
bereiken. Het is desalniettemin dan al wél mogelijk om zicht te
krijgen op de haalbaarheid van die nieuwe technieken en de te
verwachten pay-out. Waar hebben we het dan over, met die alternatieven
die vanuit verduurzamingsoogpunt interessant zijn?
Nieuwe technologieën
De afgelopen twee decennia hebben vooral MKB-ondernemingen
in binnen- en buitenland hard gewerkt aan nieuwe, meer duurzame
technologieën. Hun innovaties beslaan het hele gebied van
de procestechnologie: mengen, verwarmen, reageren, koelen,
scheiden, zuiveren, opslaan, etc. Dikwijls slaan de nieuwe technieken
twee vliegen in een klap: de Capex is vaak significant lager en
de energie-efficiency dikwijls vele malen hoger. Uit de bestaande
lijst van ruim 90 nieuwe procestechnologieën noemen we er hier
twee als voorbeeld.
Voorbeeld 1
De Goutumse MKB onderneming ECM brengt sinds kort naftakraakpijpen
op de markt met een bijzonderheid: de binnenkant
is niet glad, maar golft als een DNA-helix door de pijp. Wat betekent
dat? Verdampte nafta stroomt met hoge snelheid door de
buis en krijgt een draaiing mee. De warmteoverdracht van de
wand naar het gas verbetert daardoor sterk met als gevolg dat de
wandtemperatuur kan zakken zonder productieverlies. Dit resulteert
in een structureel lager gasverbruik van de kraakfornuizen:
lagere kosten en lagere CO2 uitstoot.
Afbeelding 1 – Intensified Swirl Naphta Cracking Coil© ECM
Technologies NL.
Voorbeeld 2
Het grote internationale technologieconcern Johnson Matthey
brengt sinds drie jaar Catacel SSR technologie op de markt voor
00: 29
׉	 7cassandra://15iZYlHQjBBpgd-dQtMTqqVrriH-7CpB--4vjBUsGkw` ay=!ᯁay=!ᮁbבCט   u׉׉	 7cassandra://MqbTvASnMUoDz4-hrt_ZDzRoZKFLLSSdVjjiOJpC0jk v`׉	 7cassandra://cCVcrvNhpvpAUTzXRBLJZSsQ_UAYH7r5rnFQCuhS1x4f:`j׉	 7cassandra://9NBccsWwQUFcBxwF4zNY5qtrwsmNCTKbeuD-r0Lj6l0"` ׉	 7cassandra://ZMOMDlhX2WM8gOGS_5tzhSpRMEs11OMXOopBx1xfYKc ͠=ay=! ט  u׉׉	 7cassandra://9VV-aZHaTqE4obWy2HfmE71-rhi_qlm6EFS8Zt38p7E a_`׉	 7cassandra://ztg4ofO6YQMaVaKp4WzboBehKTOzD-fHF8PLc7j9raIXk`j׉	 7cassandra://UeA7jaOYk8FVt987FYGQM2LxAc9sYoYMGDV5aE3Lj_A(` ׉	 7cassandra://w8xEi3XAmZJDh6n6_nUP2UXkRFUNhNg0zes_VOabzJc͵,͠=ay=!׉EMLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COL
Het is zinvol om het bestaan van deze alternatieven te kennen en
ook om een idee te krijgen van de relatie tussen capaciteit en
investeringskosten
het herontwerpen van Steam Methane Reformers. Normaliter
bevatten de kraakpijpen in een SMR een gepakt katalysatorbed
dat het aardgas omzet in waterstof. Johnson bedacht iets beters. Ze
vervingen het gepakte bed door een metaal structuur van uitwaaierende
kragen op een centrale as.
Hierdoor beweegt het water/gasmengsel zich met hoge snelheid
door de kraag en wordt daarbij steeds gedwongen om radiaal van
en naar de pijpwand te bewegen. Ook hier leidt dit tot een veel
betere warmteoverdracht van wand naar gas die bovendien
gepaard gaat met een veel lagere drukval over de pijp. Het resultaat:
lagere kosten en lagere CO2 uitstoot.
Zo zijn er inmiddels vele voorbeelden te geven van commercieel
verkrijgbare duurzame technologieën. Het is zinvol om het
bestaan van deze alternatieven te kennen en ook om een idee te
krijgen van de relatie tussen capaciteit en investeringskosten.
Conclusie
Er lijken op het eerste gezicht veel hordes te zijn die het definiëren
van een verduurzamingsroute verhinderen. Wanneer daarop
ingezoomd wordt, blijkt het gros van de benodigde informatie
uiteindelijk redelijk makkelijk boven water te krijgen te zijn.
Voor een bestaand probleemgebied, de kosten van nieuwe technologie,
is door DACE SIG CEPI een kostenramingstool ontwikkeld.
In combinatie met de andere genoemde benodigde informatie is
het daarmee mogelijk om concrete vervangingsscenario’s vast te
stellen en op die wijze een beeld te krijgen van de winst die zowel
qua verduurzaming als qua kosten en baten is te behalen.
00: 30
Afbeelding 2 - Intensified Catacel SSR Technology for existing/
new Steam Methane Reformers© Johnson Matthey UK.
׉	 7cassandra://9NBccsWwQUFcBxwF4zNY5qtrwsmNCTKbeuD-r0Lj6l0"` ay=!׉EOLUMN
5
vragen aan...
In elke editie van VIEWonVALUE stelt de redactie aan iemand uit het werkveld enkele
vragen rondom Cost en Value Engineering en de toepassing daarvan in de praktijk. Deze
keer vijf vragen aan Perry Elbers, zelfstandig gevestigd project- en interimmanager bij
Elbers Impuls.
'Het is belangrijk om jezelf goed te kennen en te kijken welke
VE-rol het beste bij je past.’
1. Waarom heb je gekozen voor het
vakgebied van Value Engineering?
“In mijn geval is het niet per se een
kwestie van ‘kiezen’. Een belangrijke
opdrachtgever van mij, FrieslandCampina,
vroeg me in 2012
om Value Engineering weer een
nieuwe, frisse start te geven binnen
het concern. Ik ben een VE-opleiding
gaan volgen en heb een ‘lean’versie
van VE nieuw leven ingeblazen met de VE-Workshop. Dat
is een wat eenvoudiger variant van de VE-studie. In een kort tijdbestek
(1 tot 3 dagen) halen we met zo’n workshop de belangrijkste
verbeter ideeën naar boven. In de drie jaar die volgden heb ik
voor FrieslandCampina wereldwijd meer dan 100 van die VEWorkshops
georganiseerd en gefaciliteerd.”
2. Wat moet je doen om een goede Value Engineer te worden?
“Naar mijn idee moet je het vooral in de praktijk doen, in allerlei
rollen. Deelnemen aan VE-sessies (als expert of stakeholder) is
belangrijk om te ervaren, maar veel VE-studies en/of -workshops
organiseren is natuurlijk ook erg leerzaam. Faciliteren kun je
weliswaar deels leren, maar je moet er toch ook enigszins aanleg
voor hebben. Het is dus vooral belangrijk om jezelf goed te
kennen en te kijken welke VE-rol het beste bij je past. Betrek daar
vooral ook anderen bij: hoe zien zij jou, in welke rol?”
3. Wat vind jij de toegevoegde waarde van de Value Engineer?
“Uiteraard het toevoegen van waarde door het gestructureerd
ophalen en implementeren van verbeteringen. Dus juist niet
het puur snijden in budget. Maar er zijn meer belangrijke
neveneffecten van VE-sessies: netwerken, kennisdelen, acceptatie
kweken, creativiteit stimuleren. In het spaarzame geval dat
een VE-sessie niet superveel waarde heeft toegevoegd, zijn alle
neveneffecten nog steeds van grote waarde, al valt dat wat lastiger
uit te drukken in geld.”
4. Waar zie jij het vak Value Engineering over tien jaar?
“Ik zie een ontwikkeling waarbij VE niet per definitie een vak is
waar je fulltime mee bezig zou moeten zijn. Als ik naar mezelf
kijk: ik ben in de basis een project- en interimmanager die VE in
zijn gereedschapskist heeft. Ik gebruik de VE-tools overal waar
ze van nut zijn, en niet alleen in mijn werk. Alle VE-attributen
zijn ook erg nuttig bij privé (ver)bouwprojecten zoals het
bouwen of indelen van een huis, badkamer, keuken of wat dan
ook. In dat voorbeeld kan een gestructureerd VE-brainstormmiddagje
met wat geselecteerde vrienden, familie en wat specifieke
expertise wonderen doen.”
5. Als je Value Engineering zou samenvatten in een muzieknummer,
welk nummer zou dat zijn?
“Dan zou ik sowieso een nummer van John Mayer willen
kiezen, omdat ik die man een fenomenaal gitarist, zanger, liedjesschrijver
en artiest vind. Qua VE kom ik dan uit bij een nummer
van zijn nieuwste album Sob Rock. Het nummer heet New
Light, dat hoef ik niet toe te lichten toch?”
00: 31
WATCH 00: 31
׉	 7cassandra://UeA7jaOYk8FVt987FYGQM2LxAc9sYoYMGDV5aE3Lj_A(` ay=!᱁ay=!ᰁbבCט   u׉׉	 7cassandra://My2JdunFfGivU0sFeMkWZoCL8M0IngMhEpDazFz3i1w `׉	 7cassandra://tWllIspMQElWK09HbNA8H-FCEeoCZXl1SwAfbSUnRmwkJ`j׉	 7cassandra://4VaRvsDTgmeio3OK7dcNIPV6BEFMq-zFCA33AZVX89o o` ׉	 7cassandra://k60ztl53bmTvkQaAhFbWRTOPf_wdFA5i_1uojrdHpgY {x͠=ay=!ט  u׉׉	 7cassandra://Z_ritvTtbeyPw2BThyyVdIt1jOKMm_GD1CgxU7gvUlo `׉	 7cassandra://jzT6YuI4kpVnWAnGRW3XWsT0Zot8Taf6sae36UZijQU^`j׉	 7cassandra://ad1LjimAGD7mfX4WVW3gqtYkwvi57bhBUAAG2UbQr2M` ׉	 7cassandra://SbDt0wWkPKs2fdT_fPhoMTl1PhpV7dH28PSBftzF7Cc "͠=ay=!׉E
HAchter het Nieuws
In deze rubriek geven verschillende auteurs uit het werkveld in het kort hun reactie op recente nieuwsitems over Cost en Value Engineering.
Dit zijn persoonlijke reacties van de auteurs en deze geven niet noodzakelijkerwijs het officiële standpunt weer van hun werkgever of van
DACE.
KAN ER WEL WAT AF VAN HET
ONDERHOUDSBUDGET OF SCHUIVEN
WE HET PROBLEEM DAN DOOR?
Het Parool kopte in augustus vorig jaar al: ‘Net nu de slecht onderhouden
kades en bruggen wat geld en aandacht hebben, dreigt door corona een oude
politieke reflex: bezuinigen op onderhoud om financiële gaten te dichten.’ Het
is zo veel geld, niemand merkt het als je daar 10% van afhaalt.
Onderhoudsbudgetten van kades en bruggen zijn al eerder slachtoffer geworden van bezuinigingsrondes. Uit een enquête van de Vereniging
van Nederlandse Gemeenten komt naar voren dat 41% van de gemeentebesturen onderhoud aan infrastructuur noemt als een potentiële
bezuinigingspost. En met de gemeenteraadsverkiezingen in het vooruitzicht, zal geen enkele partij ‘onderhoud’ hoog op het programma
zetten; het is gewoon geen sexy onderwerp waar je kiezers mee binnenhaalt. Wat denk jij? Kan er best wat af van het onderhoudsbudget of
schuiven we het probleem alleen maar op?
Wim van Krimpen, gemeenteraadslid Alblasserdam
ONDERBUDGETTERING DOOR DEN HAAG
“De spagaat van elk raadslid: bespaar je op huishoudelijk hulp voor ouderen of haal je 10% van het onderhoudsbudget voor kades van de
begroting? Zegt u het maar. Praktisch alle gemeenten kampen met een tekort in de begroting. Onderliggend probleem is de
onderbudgettering door Den Haag, daar vinden ze het belangrijker dat grotere bedrijven geen belasting betalen. Maar ook door de stijgende
bouw- en onderhoudskosten worden nieuwe taken uitgevoerd zonder voldoende budget. Gedwongen om moeilijke keuzes te maken. Op
onderhoud van kades en bruggen bezuinigen – 10% van het budget –, de verleiding is groot. Daarbij komt dat bouw- en onderhoudskosten
omhoog knallen. Een begroting in november opgesteld is in februari achterhaald. Het tempo van stijgingen is niet bij te benen en wordt door
de overheid niet afgedekt. Overigens is het geld vaak geoormerkt en mag je het niet inzetten voor andere activiteiten. Goed is het niet, maar
de verleiding hè?”
Remco Jonker, Partner Mainnovation
VERLAGEN KAN, MITS VERANTWOORD
“Het onderhoudsbudget kan best worden verlaagd, mits dit op verantwoorde wijze gebeurt. We noemen dit waardegedreven Preventive
Maintenance Optimization (PMO). Het verruimen van het onderhoudsinterval bijvoorbeeld, kan leiden tot aanzienlijke besparingen. Dit
00: 32
׉	 7cassandra://4VaRvsDTgmeio3OK7dcNIPV6BEFMq-zFCA33AZVX89o o` ay=!׉EACHTER HET NIEUWS
begint met inzicht in je kostenregistratie en overzicht van je onderhoudsactiviteiten. Wie zijn preventief onderhoudsplan op orde heeft, kan
berekenen waar verantwoord bezuinigd kan worden. Een programma als AMprover helpt bij het bepalen van de meest kritische elementen
en het vaststellen van de belangrijkste faalmechanismen. Vervolgens worden de risico’s afgewogen en alternatieven doorgerekend. Of het nu
gaat over kades en bruggen, waterzuiveringsinstallaties, treinseries of industriële installaties.”
“Wat ook een ‘quick win’ kan zijn, is een verruiming van de inspectie intervallen. Uit ervaring blijkt namelijk dat ongeveer 30% van
uitgevoerde inspecties niet wordt geëvalueerd. Hoe zinvol zijn deze inspecties dan? En hoe is bij u de correlatie tussen inspecties en storingen?
Wie veel inspecteert, maar nog steeds veel storingen ervaart, inspecteert mogelijk het verkeerde. Een kritische blik kan kosten besparen.”
“Tot slot kan met focus op een andere waardedrijver dan cost control – bijvoorbeeld focus op technische beschikbaarheid – waarde worden
gecreëerd. Dus met onderhoud positief bijdragen aan het bedrijfsresultaat. Dan is kosten besparen opeens minder noodzakelijk.”
Anne Bonthuis - Adviseur Kosten Sweco Nederland BV
BEZUINIGEN ZONDER SPIJT ACHTERAF
“Het is een open deur natuurlijk, bezuinigen op onderhoud leidt niet zelden tot grotere schade. Het is als de broodnodige schilderbeurt van
uw huis, als u die te lang uitstelt, moet u het houtwerk gaan vervangen. Zo is het ook met de openbare ruimte. Onderhoud is noodzakelijk.
Achterstallig onderhoud leidt tot verpaupering, sociale onveiligheid, onveilige situaties, versnelde achteruitgang en in het uiterste geval zelfs
tot ongevallen.”
“Door onder andere tekorten op de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) en de gevolgen van de coronacrisis moeten veel gemeenten
bezuinigen. Bezuinigingen in het onderhoud van de openbare ruimte liggen politiek gezien vaak minder gevoelig dan bezuinigingen in het
sociaal domein. Vergelijk het maar met de keuze tussen de schilderbeurt van uw huis of op vakantie gaan met uw gezin. Wedden dat uw
gezin liever voor het laatste kiest?”
“Toch is er de afgelopen jaren al fors gesneden in onderhoudsbudgetten en heeft de kaasschaafmethode de kritische grens bereikt. Meer dan
voorheen is het noodzakelijk weloverwogen keuzes te maken. Inspecties en risico-inventarisaties verwerkt in beheerspakketten zoals
Obsurv (Sweco) brengen de noodzaak van beheersmaatregelen specifiek in beeld. Op deze manier wordt aangegeven wat noodzakelijk is en
welke bezuinigingen nog verantwoord zijn zonder blind de kaasschaafmethodiek te hanteren. We weten van de ontbijttafel waartoe een
uitschietende kaasschaaf kan leiden.”
LEVENSDUURKOSTEN IN DE PRAKTIJK
Iedereen weet inmiddels wel wat een levensduurkostenberekening is.
Iedereen is ook voorstander van langetermijndenken en rekenen, maar
toch wordt in praktijk vooral op bouw- en investeringskosten gestuurd.
Tijdens de netwerkbijeenkomst van DACE/NVBK van 30 september
hebben we geprobeerd barrières te beslechten. De sprekers gaven
concrete voorbeelden van LCC-berekeningen uit hun praktijk. Vervolgens
volgde een discussie waarin we reflecteerden op de praktijkvoorbeelden.
Barrières werden geïdentificeerd - en
hopelijk beslecht - zodat we van elkaar leren
en LCC meer in de praktijk toepassen.
Let op, deze niet vergeten!
Het verslag van deze boeiende bijeenkomst is
terug te lezen op de website van DACE via
deze QR code.
00: 33
׉	 7cassandra://ad1LjimAGD7mfX4WVW3gqtYkwvi57bhBUAAG2UbQr2M` ay=!᳁ay=!ᲁbבCט   u׉׉	 7cassandra://NG8ksTT-rrcTwuPVRM0opxKZZ_e6o-BJ9K3iAzWu63w  `׉	 7cassandra://0A9MUpLL6zkNqdvqOQV27Fjqfb0xUEmkR0uy0e-pwE8[[`j׉	 7cassandra://N8WmKYyKNIjs_aHRxTq4x4SRoAwjlFm1G_zfTj4KV2s` ׉	 7cassandra://sZAdPKcoVnLsiT1V6B44Imrfu1MxMbmCcQg0OhllNG8 .n͠=ay=!ט  u׉׉	 7cassandra://NDgOyQYUrsQ0oNGHpaFd74z7waLyjge1nEmdyW2bbIg m`׉	 7cassandra://5pxZQwBIfAyBHsf_We7B0uOBWvwIlgCL7ACKivJU0SsX[`j׉	 7cassandra://4d3pbvjLWikuDZeZEzENrcJ48g28rbkBsOaH9n6MCtk` ׉	 7cassandra://uxwnY-P71kmCGB3v1aeu3fe-ykURDOs_dvj1OeKjwdg x͠=ay=!׉ECasset management:
nut of noodzaak?
Asset Management is het efficiënt inrichten van operaties, projecten en onderhoud,
zodat de output van de asset zo hoog mogelijk wordt. Hiervoor moeten verschillende
activiteiten aan elkaar worden gekoppeld, zoals planning, uitvoering, engineering,
inkoop, R&D en voorraad- en magazijnbeheer. Alle beschikbare informatie in de asset
en het proces dat wordt uitgevoerd in de asset moet inzichtelijk worden gemaakt.
Auteur: Kobus Swanepoel is Cost Engineer bij Tresviri Cost Engineering Solutions B.V. en gespecialiseerd in asset management. Hij
heeft meer dan 20 jaar ervaring met kapitaalgoederen en projecten waarbij kosten en efficiëntie van belang zijn. Dit doet hij binnen
verschillende uiteenlopende gebieden waaronder mijnbouw, olie & gas, energie & infrastructuur en procesindustrie.
00: 34
׉	 7cassandra://N8WmKYyKNIjs_aHRxTq4x4SRoAwjlFm1G_zfTj4KV2s` ay=!׉E0ASSET MANAGEMENT: NUT OF NOODZAAK?
iet alleen interne systemen genereren informatie van
het proces van een asset, maar ook contractors en
klanten. Dit zijn vaak “zachte factoren” zoals bedrijfscultuur,
visie en toekomstige ontwikkelingen.
Asset Management focust niet alleen op de Life Cycle Costs, maar
zeker ook op de Life Cycle Efficiency. Door Asset Management
op de juiste manier toe te passen, worden alle leidinggevenden
en medewerkers in staat gesteld om gezamenlijk de output van
de asset te optimaliseren. Dit leidt tot een rendementsverbetering
op het geïnvesteerd kapitaal in de asset. De waarde van de
asset neemt daardoor toe. Hierdoor wordt ook de operationele
levensduur van de asset positief beïnvloed.
N
Verbetering output asset
De verbetering van de waarde van de asset is erop gericht om de
verhouding tussen de output en de ingezette middelen te verbeteren.
Hierbij gebruiken wij de formule waarbij we de waarde
van de output van de asset delen door de kosten van de asset. Om
een optimalisatieslag te maken, is het belangrijk om een onderscheid
te maken in beïnvloedbare en moeilijk beïnvloedbare
factoren.
Moeilijk beïnvloedbare factoren zijn factoren die door langdurige
afspraken of door de markt worden bepaald. Hierbij kan
worden gedacht aan energiekosten of langlopende contracten.
De ervaring leert dat de moeilijk te beïnvloedbare factoren op de
lange termijn moeten worden aangepakt. Meestal zijn dit activiteiten
van de verantwoordelijken voor verkoop, contracting en
R&D. Ondanks dat deze factoren moeilijk te beïnvloeden zijn,
worden ze wel opgenomen in de planning. Dit vanwege het feit
dat er op termijn optimalisatiestappen mogelijk zijn.
Beïnvloedbare factoren bieden de mogelijkheid tot verbeteringen
van de efficiëntie op korte en middellange termijn. Voorbeelden
van deze factoren zijn operationele processen,
onderhoudskosten, onderhoudskosten, projecten, personeelsinzet
en klantbehoefte. Deze factoren moeten niet alleen worden
vastgesteld, maar ook de onderlinge relaties moeten worden vastgelegd.
De optimalisatie van een asset begint bij het inventariseren
van alle beschikbare data. Deze data worden eerst op
hoofdlijnen beoordeeld. Hieruit wordt een plan van aanpak
opgesteld. Dit plan van aanpak bevat een overzicht van de
aandachtsgebieden, een planning en een mogelijke impact op de
output van de asset. Het beoordelen van de diverse factoren op
basis van benchmarking maakt hier deel van uit.
Value Management
Een bijzonder onderdeel van Asset Management is Value
Management. Hierbij wordt de werkwijze van Asset Management
specifiek toegepast op een programma of een project.
Denk hierbij aan een onderhoudsprogramma of een investeringsproject.
Binnen Value Management vervult de Cost Engineer
een centrale rol. Van alle processtappen van initiatie tot
oplevering wordt de waarde die wordt toegevoegd aan de asset
beoordeeld. Value Management vereist een systematische en
integrale aanpak. Alle variabele factoren binnen en buiten de
asset worden meegenomen. Zo wordt continu gemonitord wat
de toegevoegde waarde van het programma of project is.
00: 35
׉	 7cassandra://4d3pbvjLWikuDZeZEzENrcJ48g28rbkBsOaH9n6MCtk` ay=!ᵁay=!ᴁbבCט   u׉׉	 7cassandra://jKeaaEs_slHZKPNuuUq4FjsMshWrxJ2TOAT0tZyDHKA `׉	 7cassandra://Fe72gzFTskW7fRqjyFVWJSRT19x5JKgdEGDH94MOKUIX}`j׉	 7cassandra://zW9HGH-NiLnBKULiQc1bx7qzip3jBP_nPIhXNQsvl3os` ׉	 7cassandra://Oaq4bU4SWWmyBWXqF42r3wS5FHGimUKCdl1apkpecfU t͠=ay=!	ט  u׉׉	 7cassandra://c2drhyFkQ-WdLWb7SExEts1nG91sBexVcy2vLcEtq4U s`׉	 7cassandra://uokY1ZaZxHML4YEq5EZioToVpEmRx9n2inszzLN9rUYDw`j׉	 7cassandra://X8J5GLf5wcj-I5jjyb8JSJX70cIWZ2Q26zGpNuvY4L0b` ׉	 7cassandra://d71FfTHg32yi5riCF65FypcqsFlJNnocHvvO1h8svfw  R͠=ay=!
׉ELaat data voor je werken
De basis van Asset Management is informatie. Deze informatie
wordt in diverse systemen over een asset verzameld. Vervolgens
wordt deze beoordeeld op juistheid en waarde voor de asset,
waarna het aan elkaar wordt gekoppeld. Het wordt zo ingericht
dat er diverse doorsnedes van de asset kunnen worden gemaakt.
Deze doorsnedes kunnen bijvoorbeeld inzichten geven op afdelingsniveau
of productniveau.
De Cost Engineer analyseert deze data. Deze analyse is niet
alleen een digitale exercitie, maar ook een interactief gesprek
met alle betrokkenen bij de asset op basis van de gekoppelde
data. Iedereen kan de data bekijken vanuit zijn perspectief. Dit
proces wordt zo ingericht dat de optimalisatie geen eenmalige
actie is, maar dat dit periodiek wordt uitgevoerd. De combinatie
van ‘harde’ en ‘zachte’ data leidt tot een gericht optimalisatieplan.
De ervaring leert dat dit effectiever is dan een kostenbesparing
op één factor. Digitalisering speelt bij Asset Management en
bij Value Management een belangrijke rol. Het stelt de Cost Engineer
in staat om, het liefst real time, informatie over de waarde
van de asset, het programma of project beschikbaar te stellen. De
basisinformatie is dan altijd inzichtelijk. De Cost Engineer kan
zich focussen op het verwerken van de zachte factoren en de
analyse van de data. Voor de digitalisatie van deze datastroom
zijn verschillende programma’s beschikbaar, zoals Business
Warehouse, Power BI en ARES Prism.
Voordelen van het gebruik van een gedigitaliseerd systeem
o Verbetering van de financiële prestaties door:
• Verlaging van de overheadkosten voor projectbeheer;
• Optimalisering van de cashflow om de
winstgevendheid te verhogen;
• Voorziet in de uitvoering van een risicobeheersplan.
o Verbetering Workflow door het standaardiseren van projectprestatie;
Asset
Management en Value
Management kijken zowel naar
het maatschappelijke als het
financiële rendement
o Verbetering van zichtbaarheid en controle door transparantie
in projectuitvoering;
o Constante gegevensstroom doordat de goederenstroom real
time wordt gevolgd;
o Beter beheren van potentiële milieueffecten van verschillende
assets.
Asset Management en Value Management kijken dus zowel
naar het maatschappelijke als het financiële rendement.
Asset Management in de praktijk
Door het Asset Management te digitaliseren bij een grote
Waste2Energy installatie zijn de onderhoudskosten van de
installatie verminderd, terwijl de beschikbaarheid is toegenomen.
Dit is schematisch weergegeven in figuur 1.
Om dit te bereiken zijn een aantal stappen genomen die betrekking
hebben op (1) de kwaliteit en beschikbaarheid van informatie
(2) inventarisatie van de werkwijze bij de installatie, (3) analyse
van de informatie en (4) de implementatie van de nieuwe werkwijze.
In
stap (1) is eerst de datakwaliteit beoordeeld en vervolgens een
verbeterslag gemaakt met de kwaliteit van de ingevoerde data en
de budgettering van onderhoud. In stap (2) is vervolgens een inte00:
36
׉	 7cassandra://zW9HGH-NiLnBKULiQc1bx7qzip3jBP_nPIhXNQsvl3os` ay=!׉E	*ASSET MANAGEMENT: NUT OF NOODZAAK?
Figuur 1 - Optimalisatieproces.
grale inventarisatie gemaakt van de werkwijze van het voorbereiden
en uitvoeren van het onderhoud. Dit is het proces van
constatering van de onderhoudsbehoefte tot de uiteindelijke
oplevering. Specifiek is hier ook gekeken naar de meerjaarlijkse
onderhoudsstops. In stap (3) wordt op basis van de informatie
analyse gekeken wat er gestandaardiseerd kan worden. Ook al
zijn de werkzaamheden verschillend, door deze slim op te splitsen
in zoveel mogelijk standaard takenpakketten, blijkt dit vaak
veel meer en beter te kunnen dan men in eerste instantie dacht.
Hierdoor verbeteren ook andere processen zoals een betere planbaarheid,
efficiëntere voorbereidingstijd en het borgen van
kennis in de eigen organisatie.
In stap (4) wordt na goedkeuring van de betrokkenen de implementatie
van de nieuwe werkwijze uitgevoerd. Draagvlak wordt
gecreëerd door het persoonlijk belang voor de betrokkenen van
de veranderingen te onderstrepen. Hierbij wordt de nadruk
gelegd op ‘als het goed gaat met het bedrijf, gaat het ook goed
met jou’. Dit is een aanpak die bij bijna alle betrokkenen werkt.
Voor de betrokkenen waar dat niet werkt, is managementinterventie
vereist. Hierna begint het optimalisatieproces. Dit is een
herhaling van de stappen 1 t/m 4 waarbij de diepgang en de
mate van detail steeds verder toenemen. Dit proces wordt
continu uitgevoerd waarbij alle stakeholders toegang hebben tot
relevante data. Deze relevante data is per persoon verschillend.
De betrokkenen worden geïnstrueerd hoe de data te interpreteren
en op basis hiervan de juiste beslissingen te nemen. Met deze
werkwijze hebben we bij dit bedrijf een initiële besparing op
onderhoudskosten gerealiseerd van 9% en is de beschikbaarheid
met 2% toegenomen. Daarnaast kan de organisatie nu zelf
sturen op het verder optimaliseren van het proces.
Tot slot
Asset Management en Value Management zijn gericht op het
optimaliseren van de output van een asset. Om dit goed te
kunnen uitvoeren is het vormen van een integraal beeld van de
asset noodzakelijk. Dit is echter complex en daarom is digitalisering
sterk aan te bevelen. Zo is de basisinformatie altijd beschikbaar
voor alle betrokkenen en kan de Cost Engineer focussen op
analyses ter vergroting van de optimalisatie van de output van de
asset.
00: 37
׉	 7cassandra://X8J5GLf5wcj-I5jjyb8JSJX70cIWZ2Q26zGpNuvY4L0b` ay=!᷁ay=!ᶁbבCט   u׉׉	 7cassandra://L1dE9Z-5dQkNdrWepfX-JtUqJrdNsj4ytTrRU1dj0AA ~`׉	 7cassandra://uIH1WIsdq6NnBVlbdszcyQW2hgSKNAwxUOPRuAMTw3s\`j׉	 7cassandra://0W3gLQGQUD_URnDNrYU3qv1aG0R3Mhv-4z6QqLTorUM,` ׉	 7cassandra://A9uU1fBSSJddl5zX1E7rByJgij6H4tNdojfwM_VV1ss ~͠=ay=!ט  u׉׉	 7cassandra://hGHqFYI5vHVR5lxQt_a0LT70Hf3VGdSxSRTWvfji2mI UX`׉	 7cassandra://T-BLVSgpRbcH5QlKYhACoFgbLdLYZVegTWwk57C02tQO`j׉	 7cassandra://chLDIRWv04ArecVxwDJj9y0bQev13EzTQZI6g5dCo8ML` ׉	 7cassandra://KFXVzIfVQjeBH9c_zU6hWn8Rmg-64Ww6v6i5Hw9fAKw (l 6͠=ay=!נay=! ̟9ׁH "mailto:Kobus.Swanepoel@tresviri.nlׁׁЈ׉ESOFTWARE VOOR
EEN SOEPEL
BOUWPROJECT.
Rapporteer veranderingen in het
project eenvoudig en snel.
Accordeer en controleer het werk
in een helder overzicht.
Bekijk gedurende het proces waar
je staat en wat er gebeurt. Zowel
qua werkzaamheden als financieel.
VOLG ONZE MISSIE
׉	 7cassandra://0W3gLQGQUD_URnDNrYU3qv1aG0R3Mhv-4z6QqLTorUM,` ay=!׉EOPTIMALISEER UW PROJECT MET PRISM
Verlaagt de overheadkosten voor projectbeheer en optimaliseert de cashflow
Verbetert het projectresultaat en de kosten beheersbaarheid
Standaardiseren van projectprestatie-metingstechnieken voor alle projecten
Kosten (ERP systeem) en tijd (planning programma) geïntegreerd in één systeem
Transparantie tijdens elke fase van het project
Zorgt voor een uitstekende responstijd, ongeacht het aantal projecten, de hoeveelheid
projectgegevens of het aantal gebruikers
Gecentraliseerd systeem met analyse van Earned Value. Het vereenvoudigt voortgang
en statusrapportage aan het einde van de maand!
AUTHORIZED PARTNER VOOR NEDERLAND
Kobus Swanepoel, Burg. J. G. Legroweg 45A, 9761 TA Eelde
+31(0)6 1544 2014 | +31(0)50 850 7263 | Kobus.Swanepoel@tresviri.nl
׉	 7cassandra://chLDIRWv04ArecVxwDJj9y0bQev13EzTQZI6g5dCo8ML` ay=!ṁay=!ḁbבCט   сu׉׉	 7cassandra://hhv1oxKxcatMb023_gz-qC-RS_T-na8rUfQ_B4g5JdM `׉	 7cassandra://2wRBkPmVxYV6ttcWloe-nB-nqXNRIs-XdtlEKPtfogAW6`i׉	 7cassandra://uWd-ZKk9HvgKVKUgDsN6APY-HEuo61tDSJjXzK9jOTE` ׉	 7cassandra://JPUrvB7MU7Wpd4Lcu3qsnWFcYxWK3IoIoumufom-27A $@͠7ay=!נay=! 9ׁHhttp://royalhaskoningdhv.comׁׁЈ׉EKosten- risico- en valuemanagement
Doordacht en doeltreffend
Complexe projecten goed financieel onderbouwen terwijl plannen en risico’s
voortdurend veranderen, is voor de adviseurs en kostenmanagers van
Royal HaskoningDHV dagelijks werk. Zij maken plannen concreet en onderbouwen
investeringskosten en levensduurkosten van GWW- utiliteitsbouw en industrieën.
U krijgt inzicht in de risico’s en de gevolgen daarvan voor besluitvorming. Hiermee
kunt u bouwen op betrouwbare gegevens, kostenbewust ontwerpen en nieuwe
ontwikkelingen initiëren. De kracht van Royal HaskoningDHV is de bundeling
van kennis en de intensieve samenwerking met de collega’s om voor de klant het
maximale aan kwaliteit en aan slagkracht te bereiken.
Een greep uit onze expertises:
■ Kostenramingen en –rapportages, onderscheid projectonderdelen,
calculatieprogramma
■ Risicoanalyse en –management, identificeren, beheersen
■ Schaduwramingen, ontwerpfasen, contracten, second opinion, kosten beheersen
■ Planeconomisch prijzenboek, basismodel grondexploitatie, aanleg en beheer
■ Coaching kostenramingmethodiek, maatwerkopleiding
■ Value management studies
■ Uitvoeren van kosten-, risico- en waardebeheersing als onderdeel van het
ontwerpproces
royalhaskoningdhv.com
׉	 7cassandra://uWd-ZKk9HvgKVKUgDsN6APY-HEuo61tDSJjXzK9jOTE` ay=!׉Et
m
ay=!ềay=!ẁ<)ׁ2ׁ> ׁ3 d  U   $Vakblad Dace View on Value. #11-2021afrJ«