׉?4ׁB! (בCט  {u׉׉	 7cassandra://NRXmG8uWh6usfXEQjZ_z7Fwr3TIaMBXms2oQsoz83tw `׉	 7cassandra://TbGTSg-8OXpS9LhQx7FzroqPx3xzyye9pPTW9IwgOcY<`S׉	 7cassandra://IC9hakhjwVfv6zPOBPE0_mPkcXT-sH1BbvgTEEitFgw`̵ ׉	 7cassandra://BZFJlBWwe8NYqk_EWMlLCIOvVhxwdOJsubMsGES6gos 8Aj͠VT-7E=Pr
׈EVT-7E=Pr׉E KOnderzoek
geletterdheid op Bonaire
2015
uitgevoerd door
gefi nancierd door
׉	 7cassandra://IC9hakhjwVfv6zPOBPE0_mPkcXT-sH1BbvgTEEitFgw`̵ VT-7E=PrVT-7E=Pr{בCט   {u׉׉	 7cassandra://z4Ze19RcB6Wmkb7MiAlaSv3k-0xDbvrUrxw466IDcxMu	` ׉	 7cassandra://bQLnXhslh-4yZWBJ-JsLc7NcxMYvg5G8bCbVoOqeB-w`S׉	 7cassandra://Ll1d7i5SFixQyrhi2Zdpe70bZjFHh04bEW6plG414rs=` ̵ ׉	 7cassandra://buPs-GCf_mp7oki7H-1buVfGIQwoPmGQlQ77Kg0vWGU.L͠VT-7E=PrRט  {u׉׉	 7cassandra://ltzB_TJjwJSWfHsY0IMUXiFEBLwCCXu6k6pXcyHEsMw ,` ׉	 7cassandra://xzt0IK0c17uLr3EhgvjL52dvrdBJphLl7DbGh5a_Nvs0` S׉	 7cassandra://r8K42KFc80cwrGTzd5O5IKVXhx-LgltSuMHvyjYQIW4f`̵ ׉	 7cassandra://oBmDEg4ggCnybjw7jCtWFkv8vwfza4Vav3DGNXxcBooL4͠VT.7E=PrS 5נVT-7E=Pr l1̯9 ׉IVT-7E=PrGׁׁrנVT-7E=Pr m1̭9 ׉IVT-7E=PrGׁׁrנVT-7E=Pr mH̭9 ׉IVT-7E=PrGׁׁrנVT-7E=Pr m_̭9 ׉IVT-7E=PrGׁׁrנVT-7E=Pr mw̭9 ׉IVT-7E=PrGׁׁrנVT-7E=Pr l̯9 ׉IVT-7E=PrGׁׁrנVT-7E=Pr m̭9 ׉IVT-7E=PrGׁׁrנVT-7E=Pr cԁ̷9 ׉IVT-7E=PrGׁׁrנVT-7E=Pr c̷9 ׉IVT-7E=PrGׁׁrנVT-7E=Pr c̷9 ׉IVT-7E=PrGׁׁrנVT-7E=Pr c1̷9 ׉IVT-7E=Pr GׁׁrנVT-7E=Pr! cI̷9 ׉IVT-7E=Pr GׁׁrנVT-7E=Pr" c`̷9 ׉IVT-7E=Pr GׁׁrנVT-7E=Pr# cw̷9 ׉IVT-7E=Pr$GׁׁrנVT-7E=Pr% c̷9 ׉IVT-7E=Pr&GׁׁrנVT-7E=Pr' c̷9 ׉IVT-7E=Pr(GׁׁrנVT-7E=Pr) cՁ̷9 ׉IVT-7E=Pr(GׁׁrנVT-7E=Pr* c̷9 ׉IVT-7E=Pr(GׁׁrנVT-7E=Pr+ c2̷9 ׉IVT-7E=Pr,GׁׁrנVT-7E=Pr- cI̷9 ׉IVT-7E=Pr,GׁׁrנVT-7E=Pr. cx̷9 ׉IVT-7E=Pr,GׁׁrנVT-7E=Pr/ c̷9 ׉IVT-7E=Pr0GׁׁrנVT-7E=Pr1 c̷9 ׉IVT-7E=Pr0GׁׁrנVT-7E=Pr2 c̷9 ׉IVT-7E=Pr3GׁׁrנVT-7E=Pr4 c̷9 ׉IVT-7E=Pr5GׁׁrנVT-7E=Pr6 n19 ׉IVT-7E=PrGׁׁrנVT-7E=Pr7 19 ׉IVT-7E=PrGׁׁrנVT-7E=Pr8 H9 ׉IVT-7E=PrGׁׁrנVT-7E=Pr9 _9 ׉IVT-7E=PrGׁׁrנVT-7E=Pr: w9 ׉IVT-7E=PrGׁׁrנVT-7E=Pr; n9 ׉IVT-7E=PrGׁׁrנVT-7E=Pr< 9 ׉IVT-7E=PrGׁׁrנVT-7E=Pr= ԁ9 ׉IVT-7E=PrGׁׁrנVT-7E=Pr> 9 ׉IVT-7E=PrGׁׁrנVT-7E=Pr? 9 ׉IVT-7E=PrGׁׁrנVT-7E=Pr@ n19 ׉IVT-7E=Pr GׁׁrנVT-7E=PrA I9 ׉IVT-7E=Pr GׁׁrנVT-7E=PrB `9 ׉IVT-7E=Pr GׁׁrנVT-7E=PrC w9 ׉IVT-7E=Pr$GׁׁrנVT-7E=PrD 9 ׉IVT-7E=Pr&GׁׁrנVT-7E=PrE n9 ׉IVT-7E=Pr(GׁׁrנVT-7E=PrF Ձ9 ׉IVT-7E=Pr(GׁׁrנVT-7E=PrG j9 ׉IVT-7E=Pr(GׁׁrנVT-7E=PrH b9 ׉IVT-7E=Pr(GׁׁrנVT-7E=PrI n29 ׉IVT-7E=Pr,GׁׁrנVT-7E=PrJ I9 ׉IVT-7E=Pr,GׁׁrנVT-7E=PrK ay9 ׉IVT-7E=Pr,GׁׁrנVT-7E=PrL xb9 ׉IVT-7E=Pr,GׁׁrנVT-7E=PrM G9 ׉IVT-7E=Pr0GׁׁrנVT-7E=PrN b9 ׉IVT-7E=Pr0GׁׁrנVT-7E=PrO 9 ׉IVT-7E=Pr0GׁׁrנVT-7E=PrP n9 ׉IVT-7E=Pr3GׁׁrנVT-7E=PrQ n9 ׉IVT-7E=Pr5Gׁׁr׉E Geletterdheid op Bonaire
Onderzoeksrapport
Auteur(s)
Linda Odenthal en Aafke Bouwman
Met medewerking van Henk Logtenberg
Datum
Referentie
Januari 2016
Xxx
׉	 7cassandra://Ll1d7i5SFixQyrhi2Zdpe70bZjFHh04bEW6plG414rs=` ̵ VT.7E=PrT׉EInhoudsopgave
1
Inleiding
1.1 Waarom dit onderzoek?
1.2 Doel van het onderzoek
1.3 Onderzoekmethode
1.4 Instrumenten
2
Resultaten van het vragenlijstonderzoek
2.1 Wie hebben de vragenlijsten ingevuld?
2.2 Resultaten vragenlijst per leeftijdsgroep
2.3 Resultaten van leeftijdsgroep 9 tot18jaar
2.4 Leeftijdsgroep 18-65 jaar
3
Gegevens onderwijs Bonaire
3.1 Verzuimgegevens
3.3 Basisonderwijs
3.4 Voortgezet onderwijs Scholen gemeenschap Bonaire
3.5 FORMA: volwasseneducatie
4
Conclusies
4.1 Conclusies uit het vragenlijst onderzoek
4.2 Conclusies uit de gegevens van het basisonderwijs en Scholengemeenschap Bonaire en
FORMA volwasseneducatie
5
Aanbevelingen
5.1 Aanbevelingen voor de lokale netwerkaanpak
4
4
4
5
5
7
7
11
16
21
55
56
56
59
64
69
69
70
71
71
5.2 Aanbevelingen voor facilitering van voorschoolse educatie, basisonderwijs en voortgezet
onderwijs
71
5.3 Aanbevelingen voor stimulering en verbreding van samenwerkingsvormen met de
openbare bibliotheek en andere instellingen zoals Fundashon Lesa ta Dushi en FORMA 73
5.4 Aanbevelingen activiteiten en projecten voor volwassenen
74
6
7
Bronnen
Lijst met afkortingen en begrippen
76
77
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
2
׉	 7cassandra://r8K42KFc80cwrGTzd5O5IKVXhx-LgltSuMHvyjYQIW4f`̵ VT.7E=PrUVT.7E=PrT{בCט   {u׉׉	 7cassandra://rmcaLOkMXpnuffwh7YxcdXBCtqcAHKpYMJZ3p91NQrQ Q` ׉	 7cassandra://ONJ35jAubxqhEPnBHK3DpE0FJT01ETj7vQwXq6R3eAoD`S׉	 7cassandra://qJHV-S-bfFXst4WCU-cf_nMseXqyB7BPBTA5-4YfpE0`̵ ׉	 7cassandra://qYOqZ8kDuTEXNASvkNps-BZVoh1LiihpHx6gutk9lvoͻ̤͠VT.7E=PrXט  {u׉׉	 7cassandra://F97kbmk8GKHBl2zEEZ7ZZAbeW96YhYZaS17uzdEvUdg ;^` ׉	 7cassandra://6BZjnQ93eV-GNFWRW95ZYdzpYU7HUXin1mYZ5tw6nDkP`S׉	 7cassandra://RPTbFJx2ZD_roMxjixRWO6pwOqV7HpHJ4L8hsHxpMIE3`̵ ׉	 7cassandra://dQ8SjqPIA_burqAo0WTb_xz5UXh1Yo1gJqsWGSCoHBkG4͠VT.7E=PrY׉E	"Voorwoord
Voor u ligt het rapport over ons onderzoek naar laaggeletterdheid.
Het laatste onderzoek naar laaggeletterdheid op Bonaire stamt uit 2004 en stelde dat 24% van onze bevolking
laaggeletterd zou zijn. Dat betekent dat ons eiland op plaats 150 van de wereld van geletterde landen zou
staan.
Toen wij vorig jaar begonnen met Stichting Lezen & Schrijven Bonaire, wilden wij eerst twee dingen weten:
● Hoe staat het met laaggeletterdheid anno 2015 op Bonaire?
● Wat zijn de acties die wij kunnen ontwikkelen om laaggeletterdheid te bestrijden?
Wij hopen dat dit onderzoek ons antwoorden geeft op deze twee vragen.
Dankzij de inzet van vele personen en bedrijven is de dataverzameling tot een succes geworden.
Maar liefst 1067 vragenformulieren zijn ingevuld door volwassenen (8,5 % van de bevolking) en 940 door
leerlingen tussen de 9 en 18 jaar ( 25,6 % van alle leerlingen).
Daarnaast hebben wij de schoolgegevens ontvangen van alle scholen op Bonaire.
De combinatie van vragenlijsten en schoolgegevens geeft ons onderzoek extra waarde.
Met dank aan:
de leden van de Rotary Club Bonaire, bestuursleden van Stichting Lezen & Schrijven Bonaire, Fundashon
Forma, Fundashon Mariadal, Mangazina di Rei, Consulaat-Generaal van Venezuela, Selibon, WEB, Telbo,
BIA, Cargill, CTS construction, Rocargo, BSC Bonaire, Obersi Group, Bonhata, Sapias Holding en Buddy
Dive Bonaire, Divi Flamingo Beach Resort, Sand Dollar Bonaire, Plaza Beach Resort, Jong Bonaire, Centrum
Jeugd en Gezin, Integrale Wijkaanpak, Miva 60+, Dienst Justitiële Inrichtingen CN, Openbare Bibliotheek
Bonaire, diverse kerkgenootschappen, Fundashon Lesa ta dushi, OC&W-CN, Bureau Leerplicht Bonaire,
Scholengemeenschap Bonaire, RK Schoolbestuur, Openbaar Schoolbestuur, Kolegio Kristu Bon Wardador,
Kolegio Papa Cornes, Kolegio San Bernardo, Kolegio San Luis Bertran, Kolegio Rayo di Solo, basisschool De
Pelikaan, Jeanin Martis, Judella de Aquino Ogenia, Jeanette Balentien, Yuliet Domacasse, Camilla Look,
Denise Weeks, Scarlet Felida, Sharie Lasebelon, Ina Faber, Magda Stuur, Norca Lof, Zaïra Groenendal, vele
anderen en natuurlijk Nancy Eelman.
Januari 2016
drs. Addo Stuur
Voorzitter Stichting Lezen & Schrijven Bonaire, Lid Rotary Club Bonaire
januari 2016
drs. Addo Stuur
Voorzitter Stichting Lezen & Schrijven Bonaire
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
3
׉	 7cassandra://qJHV-S-bfFXst4WCU-cf_nMseXqyB7BPBTA5-4YfpE0`̵ VT-7E=Pr׉E1 Inleiding
1.1 Waarom dit onderzoek?
De Stichting Lezen & Schrijven Bonaire is in het voorjaar van 2015 opgericht en is een initiatief van de
Rotary Club Bonaire. De Stichting Lezen & Schrijven Bonaire zet zich in om op Bonaire laaggeletterdheid te
helpen voorkomen en te verminderen. Geletterdheid is een fundamentele voorwaarde voor duurzame
inzetbaarheid op de arbeidsmarkt, zelfredzaamheid van burgers en sociale cohesie (het voorkomen van
uitsluiting). De leden van de Rotary Club Bonaire ervaren in de dagelijkse praktijk dat de laaggeletterdheid
op Bonaire hoog is. Papiamentu is voor veel inwoners de moedertaal of dominante taal die zij spreken.
Laaggeletterdheid is niet gelijk aan analfabetisme (helemaal niet kunnen lezen en schrijven). Mensen zijn
niet geletterd of ongeletterd, maar zijn meer of minder geletterd. Het gaat dus om een glijdende schaal.
De vraag wanneer dat niveau (on)voldoende is, wordt gerelateerd aan de mogelijkheden om
maatschappelijk en beroepsmatig te functioneren. Laaggeletterdheid is dus te veel moeite hebben met
lezen en schrijven om voldoende te kunnen functioneren in het dagelijks leven. Laaggeletterdheid is
contextafhankelijk en toont zich voor een belangrijk deel in de problemen die door de persoon worden
ervaren in zijn of haar functioneren. Laaggeletterdheid is daarom voor een deel normatief en voor een deel
subjectief.
Er is voor zover bekend geen onderzoek naar laaggeletterdheid in het Papiamentu gedaan. Er is wel
onderzoek gedaan naar de taalvaardigheid in het Nederlands. Uit diverse onderzoeken (Berben, 2010;
Taalunie, 2014) en onder andere rapportages van de onderwijsinspectie (2009a; Inspectieverslagen van de
scholen in de periode 2010 - 2015) blijkt dat het taalniveau Nederlands van de Antilliaanse studenten
onvoldoende is. Dat wil zeggen dat de studenten niet taalvaardig zijn in het Nederlands.
Het is niet alleen van belang een beeld te krijgen van de geletterdheid in het Nederlands en het
Papiamentu in diverse bevolkingsgroepen op Bonaire, maar ook om zicht te krijgen op factoren die van
invloed zijn op de laaggeletterdheid, zodat er gericht acties kunnen worden ondernomen. Te denken valt
aan factoren zoals het gebruik van Papiamentu en Nederlands in de thuissituatie, het lezen of voorgelezen
worden of het gebruik in de werksituatie. Het gaat hierbij om taalcontact (luisteren en lezen) en
taalgebruik (spreken en schrijven).
1.2 Doel van het onderzoek
De Stichting Lezen & Schrijven Bonaire heeft dit onderzoek door CPS Onderwijsontwikkeling en advies laten
uitvoeren, met als doel de omvang van de laaggeletterdheid in het Papiamentu en in het Nederlands op het
eiland vast te stellen. Ook moeten de resultaten van het onderzoek input geven voor te nemen acties om
de laaggeletterdheid op het eiland te voorkomen en te verminderen. Deze acties richten zich op het
bevorderen van geletterdheid onder jongeren en onder volwassenen en het stimuleren van het lezen bij
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
4
׉	 7cassandra://RPTbFJx2ZD_roMxjixRWO6pwOqV7HpHJ4L8hsHxpMIE3`̵ VT.7E=PrZVT-7E=Pr{בCט   {u׉׉	 7cassandra://9oY6KGx_It7a5F5JkG7LYblhp6yJxTbn9azezz8h7a0 69` ׉	 7cassandra://7H0VuvQYO5rAHq8RPHyGEM2sMQgM1LfbfmPJ0BivwZcP:`S׉	 7cassandra://FL2Cb_ZyoiUot7v0m_DpGVaRwdhZKPk62l6hxBoPW-o`̵ ׉	 7cassandra://5QkT9oSyRQh6cZt6UQ7PbsfyJWkdRpVvsfhL9ClCUkkQH͠VT/7E=Pr]ט  {u׉׉	 7cassandra://FbTa2b-3fvQkBLQuTlZPutiGUtfkuQs1kVQQR7k1cBk br` ׉	 7cassandra://75hwaXuKgiP6gIREkx7zNamcEi8excaW4qRXYmeG4z0#`S׉	 7cassandra://8oGtb6FbikYRz6nwyejuwD9Uz1KczAACFnsfDKeYhLA`̵ ׉	 7cassandra://uPWD7V2TCh--y1L8-vVgYHx_BqIr08ex7AkfjhiigQc54͠VT/7E=Pr^׉Ekinderen. De bedoeling is dat de hierdoor de laaggeletterdheid binnen 5 jaren zal afnemen. Om dit te
kunnen vaststellen heeft de Stichting het voornemen het onderzoek na 5 jaar te herhalen.
1.3 Onderzoekmethode
Rond het begrip laaggeletterdheid worden verschillende niveau-aanduidingen en definities
gehanteerd. In Nederland is veelal sprake van laaggeletterdheid als volwassenen op het gebied van
taalvaardigheden onder niveau 1F van het Nederlandse referentieniveau taal en rekenen presteren. Dit is
het niveau dat kinderen aan het einde van de basisschool worden geacht te halen. Daarnaast bestaat een
internationale definitie van laaggeletterdheid, afkomstig uit onderzoek naar vaardigheden van volwassenen
in OECD-landen (IALS, ALL- en PIAAC-onderzoeken).
De OECD definieert geletterdheid als het vermogen om geschreven teksten (digitaal
of op papier) te begrijpen en te analyseren. Maar ook om met die informatie adequaat te kunnen
handelen: een formulier invullen, een routeplanner gebruiken, een bijsluiter lezen of financiële
producten kunnen beoordelen. Dit stelt mensen in staat om actief deel te nemen aan de
maatschappij, doelen te bereiken en zich verder te ontwikkelen. Laaggeletterden zijn die
volwassenen, die op de laagste niveaus van taalvaardigheden uit deze internationale onderzoeken presteren
(OECD, 2013).
Om aanbevelingen te kunnen doen voor acties gericht op specifieke leeftijdsgroepen zijn er op
verscheidene manieren data verzameld over de volgende leeftijdsgroepen:
A: Leeftijdsgroep 0 -4 jaar crèche: Voorschoolse opvoeding en voorschoolse instellingen (crèches en
voorschoolse kinderopvang)
B: Leeftijdsgroep: 4- 6 jaar start PO: groep 1 en 2 kleuterschool taalontwikkeling meertaligheid
C: Leeftijdsgroep: 6-12 jaar: Einde basisschool, overgang voortgezet onderwijs
D: Leeftijdsgroep jongeren tussen de 12 en 18 jaar: SGB = Scholengemeenschap Bonaire
E: Leeftijdsgroep: 18- 65 jaar: volwassenen
1.4 Instrumenten
Voor de leeftijdsgroepen B, C en D is gebruik gemaakt van data die scholen hebben aangeleverd. Daarnaast
zijn voor de leeftijdsgroepen A, C, D en E vragenlijsten ontwikkeld. Voor de leeftijdsgroep E is ook
eenvoudig instrument ontwikkeld om de geletterdheid in het Papiamentu en in het Nederlands te kunnen
vaststellen. Het instrument is gebaseerd op bestaande instrumenten. Het instrument bestaat uit can-dostatements
met betrekking tot Papiamentu en Nederlands. Deze zijn afgeleid uit de can-do-statements uit
het Europees Referentie kader.
De vragenlijsten zijn beschikbaar in verschillende talen.
Tabel 1: Talen van vragenlijsten per leeftijdsgroep
Taal vragenlijst Papiamentu Nederlands Spaans
Vragenlijst leeftijdsgroep A: 0-4 jaar
Vragenlijst leeftijdsgroep C en D: 9 tot 18 jaar
Vragenlijst leeftijdsgroep E: 18 tot 65 jaar
X
X
X
X
X
X
X
X
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
5
׉	 7cassandra://FL2Cb_ZyoiUot7v0m_DpGVaRwdhZKPk62l6hxBoPW-o`̵ VT-7E=Pr׉EPEr is op de website van de Stichting Lezen & Schrijven Bonaire een link naar de vragenlijsten in het
verzamelprogramma Surveymonkey geplaatst. Daarnaast konden de respondenten die dat niet wilden of
konden een papieren versie van de vragenlijst invullen. De antwoorden zijn later in het
verzamelprogramma Surveymonkey ingevoerd. Om de drempel om de vragenlijst in te vullen zo laag
mogelijk te maken, konden respondenten bij het invullen van de vragenlijst gebruik maken van hulp van
vrijwilligers en van docenten en studenten van Forma.
Naast de resultaten van de vragenlijsten is gebruik gemaakt van gegevens van de basisscholen,
Scholengemeenschap Bonaire (SGB) en Forma. Zie hoofdstuk 3 voor een overzicht van de gebruikte
gegevens.
In dit onderzoeksrapport vindt u de resultaten van dit onderzoek. In hoofdstuk 2 vindt u de resultaten van
de vragenlijsten en in hoofdstuk 3 de resultaten van de analyse van de door de basisscholen, SGB en Forma
aangeleverde gegevens. Hoofdstuk 4 bevat de belangrijkste conclusies en hoofdstuk 5 de adviezen per
leeftijdsgroep.
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
6
׉	 7cassandra://8oGtb6FbikYRz6nwyejuwD9Uz1KczAACFnsfDKeYhLA`̵ VT/7E=Pr_VT-7E=Pr{בCט   {u׉׉	 7cassandra://jyDWU5ysH3sQeawVWW1WLAMGUonPAyAGKyvXJfqdo-Q I` ׉	 7cassandra://t9m1wBgBzW9OfxXTPAstTax_r_SPmIDaGjtvbZ8qbvUU~` S׉	 7cassandra://78I-p6NfWR-g2fQzZX4jLqn2EzjfpmMmpbbnTNOs-_w``̵ ׉	 7cassandra://VYSm2zcUCX3sVAjGUfr9DBBggUzt5cgS5XaFurEmFOQPT͠VT07E=Prbט  {u׉׉	 7cassandra://4cupCwYLFKhvDVByZNkZxIS8HkTyyxFZaKEWr9KSMj0 -	` ׉	 7cassandra://RY7LpffDgSfprz2l8g0sMkO-NqwXZVUya5TZCcNs-D09O`S׉	 7cassandra://LZiZ8Fb2azli69EagV0vK2hd-DL0y9cBIZ93VzFU7vk1`̵ ׉	 7cassandra://6wiHSnkogiu41043myRgS3dD8rhEEFDgdHy05nQHA5wx͠VT17E=Prc׉Eq2 Resultaten van het vragenlijstonderzoek
2.1 Wie hebben de vragenlijsten ingevuld?
Er zijn vragenformulieren ingevuld door 1067 volwassenen (8,5 % van de bevolking) en 940 leerlingen tussen
de 9 en 18 jaar, 25,6% van alle leerlingen. Ook hebben 183 ouders de vragenlijst voor leerlingen in de
leeftijdsgroep van 0 tot 4 jaar ingevuld.
Tabel 2: Aantal ingevulde vragenlijsten per leeftijdsgroep
Leeftijdsgroepen
Vragenlijst leeftijdsgroep A: 0-4 jaar
Vragenlijst leeftijdsgroep C en D: 9 tot 18 jaar
Vragenlijst leeftijdsgroep E: 18 tot 65 jaar
Totaal
Aantal
183
940
1.067
2.190
Voor de analyses is gebruik gemaakt van een indeling in vier groepen op grond van het geboorteland van de
deelnemer.
Tabel 3: Vier groepen geboortelanden
Geboortelanden
Groep 1: Geboren op Bonaire
Groep 2: Geboren in Nederland
Groep 3: Geboren op een van de andere Antilliaanse eilanden (inclusief Aruba)
Groep 4: Geboren in Midden- of Zuid-Amerika
Deze verdeling is gebaseerd op de indeling van het Centraal Bureau van Statistiek van Nederland (CBS). Zij
geven aan dat de bevolking van Bonaire qua geboorteland als het volgt is:
• De Antillen (inclusief Aruba) (58%)
• Europees deel Nederland (14%)
• Midden- en Zuid Amerika. (20%)
(Statistics Netherlands, 2015)
Aangezien er een verband is tussen geletterdheid en opleidingsniveau, is er ook een verdeling gemaakt op
grond van de hoogste opleiding die de deelnemers hebben afgerond. De deelnemers zijn ingedeeld in drie
opleidingsniveaus zoals deze door het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) worden onderscheiden:
• Laag: Het hoogst behaalde onderwijsniveau is laag onderwijs. Dit omvat onderwijs op het niveau van
basisonderwijs, het vmbo, de eerste 3 leerjaren van havo/vwo of de assistentenopleiding (mbo-1).
• Middelbaar Het hoogst behaalde onderwijsniveau is middelbaar onderwijs. Dit omvat onderwijs op het
niveau van de bovenbouw van havo/vwo, de basisberoepsopleiding (mbo-2), de vakopleiding (mbo-3) of
de middenkader- en specialistenopleidingen (mbo-4).
• Hoog: Het hoogst behaalde onderwijsniveau is hoog onderwijs. Dit omvat onderwijs op het niveau van
hbo of wo.
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
7
׉	 7cassandra://78I-p6NfWR-g2fQzZX4jLqn2EzjfpmMmpbbnTNOs-_w``̵ VT-7E=Pr׉E2.1.1 Deelnemers leeftijdsgroep 0 tot 4 jaar
183 ouders van kinderen tussen de 0 en 4 jaar hebben de vragenlijst ingevuld. Van deze 183 ouders zijn 125
(68,3%) vrouw en 58 (31,7%) man. De meeste ouders (71,2%) zijn tussen de 21 en 40 jaar oud. Een van de
ouders geeft aan jonger dan 18 jaar te zijn en meer dan drie kinderen van onder de 4 jaar te hebben.
Hoewel dit in principe wel mogelijk is, is deze vragenlijst toch niet meegenomen in de analyses. Twee
ouders hebben geen leeftijd aangegeven. Deze vragenlijsten zijn ook niet in de analyses meegenomen.
Tabel 4: Leeftijd ouders in procenten
jonger dan 18
18-20 jaar
21-30
31-40
41-50
51-60
61-65
lee$ijd
0,6
6,1
38,1
33,1
17,1
3,9
1,1
De meerderheid van de ouders (48,9%) is op Bonaire geboren, 28,8% is geboren op een ander eiland van de
Antillen (inclusief Aruba), 12,9% in Midden- of Zuid-Amerika en 11,9% in Nederland.
Tabel 5: Opleidingsniveau ouder per geboorteland in procenten
Ander eiland
Bonaire
Laag
Middelbaar
Hoog
65,5
23,8
10,7
Nederland
4,5
27,3
68,2
van de An=llen
(inclusief
Aruba)
36,4
43,2
20,5
Midden- of
Zuid-Amerika
47,8
30,4
21,7
De groep deelnemers die in Nederlands is geboren, heeft significant vaker een hoog opleidingsniveau dan de
deelnemers in de andere groepen.
Aantal kinderen in de leeftijd van 0 tot 4 jaar
De ouders hebben de vragenlijsten ingevuld voor een of meerdere kinderen. Er zijn:
• 149 ouders met één kind in de leeftijdsgroep van 0 tot en 4 jaar
• 35 ouders met twee kinderen in de leeftijdsgroep van 0 tot en 4 jaar
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
8
׉	 7cassandra://LZiZ8Fb2azli69EagV0vK2hd-DL0y9cBIZ93VzFU7vk1`̵ VT17E=PrdVT-7E=Pr{בCט   {u׉׉	 7cassandra://VD_ay1LMb3Kmp_CpK1ojK8032ZRI3RqPjMCE9dsrG1U B8` ׉	 7cassandra://mYUmO6_p9FeJzmhF8V_huJ4YaSmb7otA3tjK3lfb5dY= `S׉	 7cassandra://DQMGI1nKw4pji7YQoyvZJZsrSFiqIF3PQDeUpTC-fpoC`̵ ׉	 7cassandra://V7nnQ53VF4suqnasfCsxmc3-NOGbbmc5iWBMbZUAEd0̈́͠VT37E=Prgט  {u׉׉	 7cassandra://4tNve1-2g8R21Ei98O3aV2Cjc-Hxmezh5wV6ICM7zjY v` ׉	 7cassandra://Kpkr5cptXGyXqIi9eDqjlY-B1s47oCTUuTS17BPu0uMD`S׉	 7cassandra://ttCcbbzoxqU4RZG45KDJanmtQGyvhEcVRbYUvnxSUTs`̵ ׉	 7cassandra://EpoDgA4GgsWVYqVJCw2bGYRdIGrL1IO9FgNAjbKD7tYt͠VT47E=Prh׉E• 8 ouders met 3 kinderen in de leeftijdsgroep van 0 tot en 4 jaar
• 2 ouders met meer dan 3 kinderen in de leeftijdsgroep van 0 tot en 4 jaar
2.1.2 Deelnemers in de leeftijdsgroep van 9 tot en met 18 jaar
In de leeftijdsgroep van 9 tot 18 jaar is de vragenlijst 940 keer ingevuld. Dit betreft 25,6% van alle
leerlingen binnen deze leeftijdsdoelgroep. De vragenlijst is door ongeveer evenveel jongens (48,7%) als
meisjes (51,1%) ingevuld. De meeste leerlingen zijn 12 jaar (16,8%), gevolgd door de groep van 13 (15,4%)
en die van 11 jaar (14,5%). Er zijn relatief weinig leerlingen in de leeftijd van 17 en 18 jaar die de
vragenlijst hebben ingevuld. Deze vragenlijsten zijn ook niet in de analyses meegenomen.
Tabel 6: Leeftijden deelnemers in leeftijdsgroep 9 tot 18 jaar in procenten.
10
15
20
6,6
0
5
Lee$ijden
9 10
11 12
13 14
15 16 17 18
De grootste groep leerlingen (41,9%) die de vragenlijst heeft ingevuld is op Bonaire geboren, gevolgd door
de groep leerlingen die op een ander eiland in de Antillen (inclusief Aruba) is geboren (32,3%).
Tabel 7: Percentage leerlingen per geboorteland
geboorteland leerling
Bonaire
Nederland
[WAARDE]%
[WAARDE]%
[WAARDE]%
16,8
14,5
9,5
15,4
13,4
9,7
7,6
4,3
2,5
Ander eiland van de
An=llen (inclusief Aruba)
Zuid-Amerika
[WAARDE]%
[WAARDE]%
2.1.3 Leeftijdsgroep 18-65 jaar
De vragenlijst voor van 18 tot 65 jaar is ingevuld door 1.067 personen. Aangezien er naar verhouding veel
meer vrouwen deze vragenlijst hebben ingevuld, is een steekproef getrokken van 813 vragenlijsten
waarmee dit gecorrigeerd werd. In de steekproef komt de verhouding tussen mannen en vrouwen ongeveer
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
9
׉	 7cassandra://DQMGI1nKw4pji7YQoyvZJZsrSFiqIF3PQDeUpTC-fpoC`̵ VT47E=Pri׉E overeen met de man/vrouw -verhouding in de totale bevolking van Bonaire. Binnen de steekproef komt ook
de verdeling van het opleidingsniveau van de mannen en de vrouwen zoveel mogelijk overeen. Het
opleidingsniveau in de steekproef ligt hoger dan het opleidingsniveau van de totale bevolking op Bonaire.
Dit is niet vreemd, want uit ervaring weten we dat personen met een laag opleidingsniveau minder vaak
meedoen aan onderzoeken, zeker als er een vragenlijst moet worden ingevuld. De overeenkomsten tussen
de steekproef en de totale bevolking van Bonaire is echter groot en representatief genoeg om te kunnen
generaliseren.
Tabel 8:Verhouding man/vrouw op Bonaire en in
de steekproef in procenten
44
46
48
50
52
54
Bonaire
man
vrouw
52,6
47,4
man
vrouw
De leeftijd van 82,4% van de deelnemers ligt tussen de 21 en 60 jaar. Er zijn deelnemers die ouder zijn dan
65 jaar (3,9%). Deze vallen eigenlijk buiten de doelgroep, maar zijn toch in de analyses meegenomen.
Tabel 10: Leeftijden van deelnemers in procenten
10
15
20
25
18-20 jaar
21-30 jaar
31-40 jaar
41-50 jaar
51-60 jaar
61-65 jaar
ouder dan 65 jaar
0
5
Lee$ijd
7,6
19,6
22,3
19,3
21,2
6,2
3,9
De grootste groep deelnemers (37,5% ) is geboren op Bonaire, gevolgd door een groep deelnemers die
geboren is op een ander eiland in de Antillen (inclusief Aruba) (26,1%). 15,3% van de deelnemers is geboren
in Nederland en 17,1% van de deelnemers in een land in Midden- of Zuid-Amerika. Een vergelijking met de
gegevens van het CBS laat zien dat de groep geboren op Bonaire samen met de groep geboren op een van
de andere Antilliaanse eilanden in de steekproef is oververtegenwoordigd. Volgens CBS (2015) is de
verhouding tussen de groepen:
• Voormalige Nederlandse Antillen (58%)
steekproef
totaal
49,6
50,4
laag
middelbaar
hoog
Tabel 9: Verhouding opleidingsniveau op Bonaire en in de
steekproef in procenten
10
20
30
40
50
60
0
Bonaire
53,3
29,6
16
steekproe
f totaal
50,6
23,3
26,1
steekproe
f mannen
51,3
22,3
26,2
steekproe
f vrouwen
49,9
24,3
26,2
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
10
׉	 7cassandra://ttCcbbzoxqU4RZG45KDJanmtQGyvhEcVRbYUvnxSUTs`̵ VT47E=PrjVT47E=Pri{בCט   {u׉׉	 7cassandra://5pylfRo2E0HLxz0-LjTxGpaED9ReZu9J8o9dleBP9qU ` ׉	 7cassandra://EaklCAA2OeVEI302Iyg69QYmkiU7BWS3RtMIkAU1rpIY!` S׉	 7cassandra://9NjmsmcuMS6N3RTwG6UMfa7sPj3qeJL8mOJR_eW6xoA~`̵ ׉	 7cassandra://_75wbg4wZDNOeosL5iplJEkVF09RK2eqERIYJH2WIn8b&@͠VT57E=Prlט  {u׉׉	 7cassandra://IyPni02OUVyznCLNyr_HqUz_aqvTlI1mUyewUOVH240 ߇` ׉	 7cassandra://EnZkvoSK0uRR_xMX3N7NhOdb4UNGLbuBzqL_uFd5ICEJ`S׉	 7cassandra://qbB_-UY_9yCbhmHdB6GY-OfRuOhLCJdAcnbFB13mKSEn`̵ ׉	 7cassandra://GqyqdRBEUBCLT1ii-cD7WjhLAHD6__-owD0wcTf1f90\R
͠VT67E=Prm׉E• Europees deel Nederland (14%)
• Midden- en Zuid-Amerika (20%)
(Bron: Statistics Netherlands, 2015)
Deze scheve verhouding vormt geen probleem, omdat de resultaten per groep zijn geanalyseerd.
Tabel 11: Aantal en percentage deelnemers in de leeftijdsgroep van 18 tot 65 jaar per geboorteland
Aantal
305
124
212
139
33
Groep 1: Geboren op Bonaire
Groep 2: Geboren in Nederland
Groep 3: Geboren op een van de andere Antilliaanse eilanden (inclusief Aruba)
Groep 4: Geboren in Midden- of Zuid-Amerika
Overig
Totaal
2.2 Resultaten vragenlijst per leeftijdsgroep
2.2.1 Resultaten leeftijdsgroep 0 tot 4 jaar
Een belangrijke factor in taalontwikkeling bij jonge kinderen is taalcontact. Dat wil zeggen welke taal
horen ze spreken en welke taal gebruiken ze zelf? In het vragenlijstonderzoek is onderzocht op welke wijze
kinderen in contact komen met het Papiamentu en met het Nederlands. Er is gekeken naar de onderdelen
luisteren en spreken. Daar waar relevant worden de resultaten gerapporteerd op groepsniveau.
• Groep 1: Eén of beide ouders geboren op Bonaire
• Groep 2: Eén of beide ouders geboren in Nederland
• Groep 3: Eén of beide ouders geboren op eiland in de Antillen (inclusief Aruba)
• Groep 4: Eén of beide ouders geboren in Midden- of Zuid-Amerika.
In welke taal worden de kinderen opgevoed?
Groep1: Eén of beide ouders geboren op Bonaire
Van de kinderen in de leeftijdsgroep van 0-4 jaar waarvan één of beide ouders op Bonaire zijn geboren
wordt 38,6% in het Papiamentu opgevoed en 22,7% in het Papiamentu en Nederlands. Vrijwel ieder kind in
deze groep komt in de eerste levensjaren al in contact met het Papiamentu en daarnaast met andere talen.
De meerderheid van de kinderen (59,2%) groeit in de eerste levensjaren dus meertalig op en iets meer dan
40% (40,8%) in één taal.
Tabel 12: Percentage taal waarin wordt opgevoed.
Papiamentu Nederlands
Engels
Spaans
Papiamentu
en
Nederlands
Papiamentu
en Engels
en/of
Spaans
en/of een
andere taal
38,6%
1,1%
1,1%
0,0%
22,7%
25,1%
Nederlands
en Engels
en/of
Spaans
en/of een
andere taal
3,4%
Papiamentu,
Nederlands,
Engels en
Spaans
813
Percentage
37,5%
15,3%
26,1%
17,1%
4,1%
100,0%
8%
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
11
׉	 7cassandra://9NjmsmcuMS6N3RTwG6UMfa7sPj3qeJL8mOJR_eW6xoA~`̵ VT-7E=Pr׉EGroep 2: Eén of beide ouders geboren in Nederland
Van de kinderen van 0 tot 4 jaar in groep 2 wordt 36,4% opgevoed in het Nederlands en 31,8% in zowel in
het Papiamentu als in het Nederlands. In deze groep komt de meerderheid van de kinderen (54,4%) al op
jonge leeftijd binnen de familie in contact met het Papiamentu. Van de ouders geeft 36,4% aan hun kind
alleen in het Nederlands op te voeden. Dit kan betekenen dat deze kinderen pas op latere leeftijd
taalcontact hebben met Papiamentu.
Tabel 13: Percentage taal waarin wordt opgevoed.
Papiamentu Nederlands Engels
Spaans
Papiamentu
en
Nederlands
4,5%
36,4%
0,0%
0,0%
31,6%
Papiamentu
Nederlands
en Spaans
4,5%
Nederlands,
Engels en
Spaans
4,5%
Papiamentu,
Nederlands,
Engels en
Spaans
13,6%
Groep 3: Eén of beide ouders geboren op eiland in de Antillen (inclusief Aruba)
Het grootste deel van deze kinderen (93,5%) komt al jong in contact met het Papiamentu; voor iets meer
dan een kwart van deze kinderen (26,1%) is het Papiamentu tevens de enige taal waarin ze worden
opgevoed. Wel komt 61,7% al in de eerste levensjaren in contact met het Nederlands. Voor 18, 2% is het de
enige taal waarin ze worden opgevoed.
Tabel 14: Percentage taal waarin wordt opgevoed.
Papiamentu Nederlands Engels
Spaans
Papiamentu
en
Nederlands
Papiamentu
en Engels
en/of
Spaans
en/of een
andere taal
26,1%
18,2%
2,2%
0,0%
41,3%
26,4%
Nederlands
en Engels
en/of
Spaans
en/of een
andere taal
2,2%
Papiamentu,
Nederlands,
Engels en
Spaans
0,0%
Groep 4: Eén of beide ouders geboren in Midden- of Zuid-Amerika.
In groep 4, één of beide ouders zijn in Midden- of Zuid-Amerika geboren, wordt een relatief grote groep
kinderen (20,8%) in het Spaans opgevoed. Daarnaast is er een groep van 12,5% die zowel in Spaans als in het
Papiamentu wordt opgevoed. Nederlands is voor 34,2% van de kinderen een taal waarin ze worden
opgevoed. Van 44,6% is Papiamentu één van de talen waarin de kinderen worden opgevoed.
Tabel 15: Percentage taal waarin wordt opgevoed.
Papiamentu Nederlands
Engels
Spaans
Papiamentu
en
Nederlands
2,1%
0,0%
0,0%
20,8%
4,2%
Papiamentu
en Spaans
Papiamentu,
Nederlands
en Spaans
12,5%
12,5%
Papiamentu,
Nederlands,
Engels en
Spaans
5,0%
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
12
׉	 7cassandra://qbB_-UY_9yCbhmHdB6GY-OfRuOhLCJdAcnbFB13mKSEn`̵ VT67E=PrnVT-7E=Pr{בCט   {u׉׉	 7cassandra://nIYPIW0o0z0Szfiooo5g2UL4ru5zG_6gGEX1P8cgvXc n` ׉	 7cassandra://BV_qZJ8AFMxJJk5Oxv-nDYrbfMiUOuthxZzTz5Ysnwg=`S׉	 7cassandra://cQUXXQDBP7cesfg76Pt9VwPwiRyvWjDQYl-aEUwAi00`̵ ׉	 7cassandra://tAIBC2E4VLxq7jKDABU2yTkBWmKJNAZ4PEUC9ONIcLkm͠VT77E=Prqט  {u׉׉	 7cassandra://-DOX3t2Ua1m9NRIKKVnMozjHyE2UZhL1x_AYCySijNs Q[` ׉	 7cassandra://KIeKNpTDqCeccg8o8Gvl3k9WQZvYQXPbfXjdH9ZUXE4:_`S׉	 7cassandra://kZiGXZOAAwasx4SuGIBKbA6qzk-18U6VpYNEiONeWO0{`̵ ׉	 7cassandra://V5QQ-U0qi9LoKu4RigDEb0cDlVZRF4pKHSpNrcosu6AvAh͠VT;7E=Prr׉E2.2.2 Hoe vaak wordt aan kinderen voorgelezen?
Voorlezen is belangrijk bij de taalontwikkeling van een kind. Niet elk kind wordt regelmatig in het
Papiamentu voorgelezen. Ongeveer een derde van de ouders (34,5%) geeft aan dat ze hun kind of kinderen
niet één keer in de afgelopen maand heeft voorgelezen in het Papiamentu. Er is een kleine groep ouders
(13,1%) die aangeeft hun kind/kinderen in de afgelopen maand 20 keer of meer in het Papiamentu te
hebben voorgelezen. Er blijkt geen verband met het opleidingsniveau van de ouders en het aantal keer dat
wordt voorgelezen. Er is wel een verband met het geboorteland van de ouder. Ouders die geboren zijn in
Nederland of een land uit Midden- of Zuid-Amerika lezen hun kinderen minder vaak voor in het Papiamentu
dan de ouders in de andere twee groepen (zie tabel 5).
Tabel 16: Percentages aantal keer voorgelezen in de afgelopen maand in het Papiamentu per geboorteland
ouder.
10
20
30
40
50
60
70
0
Eiland
Bonaire
niet een keer
1 tot 5 keer
6 tot 10 keer
30,7
45,5
5,7
Nederland
63,2
26,3
5,3
An=llen
(inclusief
Aruba)
22,9
45,8
8,3
Middenen
ZuidAmerika
45,8
37,5
4,5
Als
we kijken naar het aantal keer dat kinderen in het Nederlands zijn voorgelezen, dan is er opnieuw een
verband met het geboorteland. Zoals te verwachten worden kinderen het vaakst voorgelezen in het
Nederlands door ouders die in Nederland zijn geboren. Ongeveer een derde (33,3%) geeft aan hun
kind/kinderen 21 keer of meer te hebben voorgelezen in het Nederlands. Tegelijkertijd geeft ook een derde
(33,3%) van de ouders die in Nederland zijn geboren aan dat ze hun kind in de afgelopen maand niet één
keer in het Nederlands hebben voorgelezen. Ouders die in een land in Midden- of Zuid-Amerika zijn
geboren, lezen hun kinderen het minst vaak voor in het Nederlands. Van hen blijkt 60,9% hun kind/kinderen
in de afgelopen maand niet één keer te hebben voorgelezen in het Nederlands (zie tabel 6).
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
13
׉	 7cassandra://cQUXXQDBP7cesfg76Pt9VwPwiRyvWjDQYl-aEUwAi00`̵ VT;7E=Prs׉ETabel 17: Percentages aantal keer voorgelezen in de afgelopen maand in het Nederlands per geboorteland
ouder.
20
30
40
50
60
70
10 0
Bonaire
niet een keer
1 tot 5 keer
6 tot 10 keer
11 tot 20 keer
21 keer of meer
40,9
38,6
9,1
5,7
5,7
Nederland
33,3
19
0
14,3
33,3
Eiland in de
An=llen
(inclusief
Aruba)
31,3
41,7
12,5
2,1
12,5
Midden- en
Zuid Amerika
60,9
30,4
0
0
8,7
Totaal
40,3
35,9
7,7
5
11
Er blijkt bij het voorlezen in het Nederlands ook een verband met het opleidingsniveau. In de groep ouders
met een hoog opleidingsniveau wordt het vaakst voorgelezen. De groep ouders met een hoog
opleidingsniveau lijkt iets boven de beide andere groepen uit te steken, maar dit verschil is niet significant
(zie tabel).
Tabel 18: Aantal keer voorlezen in het Nederlands per opleidingsniveau.
10
20
30
40
50
60
0
niet een keer
1 tot 5 keer
5 tot 10 keer
10 tot 20 keer
20 keer of meer
Laag
43,2
35,8
11,1
2,5
7,4
Middelbaar
38
50
6
4
2
2.2.3 In welke taal kijken de kinderen televisie?
Het taalcontact met het Papiamentu en het Nederlands via de televisie voor kinderen in de leeftijd van 0
tot 4 jaar blijkt beperkt. De programma’s die het meest door deze groep kinderen wordt bekeken zijn in
het Engels (46,4%). Het maakt geen verschil wat het geboorteland van de ouders is. Alleen de groep ouders
met een laag opleidingsniveau geeft aan dat hun kind(eren) naar een Spaanstalig programma kijkt/kijken.
Hoog
34,2
18,4
5,3
10,5
31,6
Totaal
39,6
36,1
8,3
4,7
11,2
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
14
׉	 7cassandra://kZiGXZOAAwasx4SuGIBKbA6qzk-18U6VpYNEiONeWO0{`̵ VT;7E=PrtVT;7E=Prs{בCט   {u׉׉	 7cassandra://UsCcNozYWA7ez03wSnJv4wrosVa3MtLmvgyhM_WR5zw {-` ׉	 7cassandra://ngzWHrN3gUqk89eqCspabAtuSjRDWvxGwT7tLCtRvbw8`S׉	 7cassandra://-YZWjT8nElOECr9PHzUg5L3Svzw7-oYForepgcbdznM`̵ ׉	 7cassandra://ec6uKIa4oTImgTEtJZy6t_arCrKL4gXam44688aVKWg}q͠VT<7E=Prvט  {u׉׉	 7cassandra://RcyNP78VT1yov_F_2vDXIdNf-syZ3HKNCXS_7wMlxMM ` ׉	 7cassandra://v48CF_pZrSWtUpe62EuwEzziHddyJsP5V2BKCDKmW8AX` S׉	 7cassandra://b9dOZLIG-MGnTXMmbxVrZcxqMPNMs6Be2Rc7vPXnctY7`̵ ׉	 7cassandra://87CAThTTJdorbFIm5PBJ5UItVgiZq2vLFefFZcvb1nc^͠VT=7E=Prw׉E(Tabel 19: De taal van het televisieprogramma dat door de kinderen het meest wordt bekeken per
opleidingsniveau in procenten
100
120
20
40
60
80
0
Laag
Papiamentu
Nederlands
Engels
Spaans
anders
0
42,9
28,6
28,6
middelbaar
0
100
0
hoog
12,5
37,5
31,3
18,8
totaal
21,4
46,4
7,1
17,9
2.2.4 Taalcontact op een voorschoolse instelling
Een plaats waar kinderen veel taalcontact hebben, is een voorschoolse instelling zoals een crèche of
peuterzaal. Kinderen van de ouders die geboren zijn in Midden- of Zuid-Amerika blijken allemaal naar een
voorschoolse instelling te gaan.
Tabel 20: Percentage kinderen dat naar een voorschoolse instelling gaat per geboorteland ouders.
Eiland in de
Bonaire
Neen
Ja
28,6
71,4
Nederlands
9,1
90,9
An=llen (inclusief
Aruba)
10
90,9
Zuid-MiddenAmerika
0
100
Over
het algemeen wordt er in de voorschoolse instellingen een mix van talen gesproken. Ouders die in
Nederlands zijn geboren kiezen vooral voor instellingen waar de leidsters Papiamentu en Nederlands
spreken. Op 43,1% van de instellingen wordt door de leidsters/leiders het meest Papiamentu gesproken en
op 43,1% van de instellingen zowel het Papiamentu als het Nederlands. 6,6% van de ouders geeft aan dat
leidsters/leiders uitsluitend Nederlands spreken.
Tabel 21: Taal of talen die het meest in de voorschoolse instelling wordt gesproken per geboorteland
ouders in procenten.
Groep 1: Een
of beide
ouders
Groep 2: Een
of beide
ouders
Groep 3: Een of
beide ouders
geboren op een
Groep 4: Een of
beide ouders
geboren in ZuidPercentage
van
het
totaal
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
15
׉	 7cassandra://-YZWjT8nElOECr9PHzUg5L3Svzw7-oYForepgcbdznM`̵ VT-7E=Pr׉E$geboren op
Bonaire
Papiamentu
Nederlands
Spaans
Papiamentu en Nederlands
Papiamentu en Engels
Papiamentu, Nederlands en
Engels
Papiamentu, Nederlands en
Spaans
Papiamentu, Nederlands,
Engels en Spaans
56,7%
4,5%
0,0%
35,8%
5,0%
0,0%
0,0%
0,0%
geboren in
Nederland
12,5%
0,0%
0,0%
87,5%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
Antilliaans
eiland
29,1%
13,5%
0,0%
40,5%
0,0%
2,7%
2,7%
10,8%
en MiddenAmerika
47,1%
5,9%
5,9%
35,5%
0,0%
0,0%
0,0%
5,9%
43,1%
6,6%
0,7%
43,1%
1,5%
0,7%
0,7%
3,6%
2.3
Resultaten van leeftijdsgroep 9 tot18jaar
Voor de leeftijdsgroep van 9 tot 18 jaar is zowel gekeken naar de mogelijkheden voor taalcontact als voor
taalgebruik. In het totaal hebben 940 leerlingen in de leeftijd van 9 tot en met 18 de vragenlijst ingevuld.
2.3.1 Welke taal gebruiken leerlingen?
De thuistaal van de leerlingen is voor 31,3% het Papiamentu en voor nog eens 55,5% is het Papiamentu één
van de talen die thuis wordt gesproken. Voor 3,3% van de leerlingen is het Nederlands de enige thuistaal.
Voor 53,3% van de leerlingen is het één van de talen die thuis wordt gesproken. De taal die op school het
meest wordt gesproken is het Papiamentu (49,7%) gevolgd door het Nederlands (39,7%).
Met vrienden wordt het meeste in het Papiamentu gesproken (74,2%). Buiten de school leest 45,1% van de
leerlingen in het Papiamentu en 32% het meest in het Nederlands. Buiten de school wordt weinig in het
Engels gelezen. 7,5% van de leerlingen geeft aan buiten de school Engels te lezen en 7,7% leest buiten de
school Spaans.
Tabel 22 Taalgebruik leerlingen in procenten
Papiamentu Nederlands Spaans
Engels
Papiamentu/
Nederlands
Papiamentu
en een of
twee
andere
talen
Thuistaal
Schooltaal
Spreektaal
met
vrienden
31,3%
49,7%
74,2%
3,3%
39,8%
8,1%
0,7%
2,1%
6,2%
4,2%
2,7%
5,8%
11,5%
55,5%
Anders
0,65%
5,6%
5,7%
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
16
׉	 7cassandra://b9dOZLIG-MGnTXMmbxVrZcxqMPNMs6Be2Rc7vPXnctY7`̵ VT=7E=PrxVT-7E=Pr{בCט   {u׉׉	 7cassandra://GtQiZR4PlEojzNms_sjWubearJ3x8gFUikdi3vE7L-M k` ׉	 7cassandra://hOzqijeFgigCOzeOUxLOlZM45kt1Y0yKqx2Hi6Xwmlw9`S׉	 7cassandra://Ob0kdkHbbM72Zd2W5rJvpJEfc_ikvCMDgZQQvaOxdK0`̵ ׉	 7cassandra://5gm6TefujC4sCeeB1TB5VuCtiLO9HTCvY3lAUKpF5yAt͠VT>7E=Pr{ט  {u׉׉	 7cassandra://j5D0eIw71s1KZ3-feOwJEvC6QcUqqhYrfHO3-9tXUvY Ň` ׉	 7cassandra://YJObEjYaGJnMkKOwaBUPorqW9zFKQ5tDEABjejPwD7k?n`S׉	 7cassandra://qdKvwr0a_2kIn508X3LGX29JPLb-YkUEA5nMnNJD2IoX`̵ ׉	 7cassandra://Sp2XIF9XPnuxrj-vWBIdG5HwGUR6NxtHt8b8zgcp0fsw(͠VT?7E=Pr~׉EA2.3.2 Wat lezen leerlingen in het Papiamentu?
Leerlingen maken vooral gebruik van het Papiamentu in de sociale media. WhatsApp steekt in alle
leeftijdsgroepen er bovenuit in gebruik. Vanaf 12 jaar wordt er meer gelezen op Facebook in het
Papiamentu dan dat er Papiamentu wordt gelezen in schoolboeken . Met de leeftijd neemt ook het
percentage af van de leerlingen die boeken in het Papiamentu te lezen die niet voor school zijn. Van 48,3%
van de 9 jarigen tot 15,4% van de 17 jarigen (zie tabel 22).
Tabel 23: Percentages wat leerlingen lezen in het Papiamentu per leeftijd.
100
10
20
30
40
50
60
70
80
90
0
brieven
berichten op facebook
sms
WhatsApp
Mail
schoolboeken
literatuur voor school
9 jaar 10 jaar 11 jaar 12 jaar 13 jaar 14 jaar 15 jaar 16 jaar 17 jaar
40
38,3
16,7
56,7
21,7
56,7
16,7
boeken niet voor schoo 48,3
kranten
28,3
34,1
37,5
10,2
72,7
9,1
39,8
4,5
29,5
37,5
2.3.3 Wat lezen leerlingen in het Nederlands?
Terwijl het Papiamentu vooral in de sociale media wordt gebruikt, wordt het Nederlands vooral voor het
lezen van schoolboeken gebruikt. De meeste leerlingen in de leeftijd van 9 jaar (60,7%) lezen boeken die
niet voor school zijn in het Nederlands, met 17 jaar is dat nog maar 12,5% (zie tabel 8). Wat lezen
leerlingen in het Nederlands?
36,6
41,2
13
62,6
11,5
44,3
14,5
20,6
44,3
29,9
55,2
11
66,9
11,7
57,1
11
22,1
28,6
25,2
61,7
5
74,5
8,5
38,3
12,8
14,2
29,8
26,4
73,6
18,4
76,8
18,4
32,8
10,4
15,2
28
20,2
68,9
16,7
84,4
13,3
35,6
14,1
18,9
32,2
27,1
74,3
30
87,1
21,4
27,1
10
20
45,7
28,1
64,1
15,4
84,6
17,9
39,5
17,9
15,4
35,9
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
17
׉	 7cassandra://Ob0kdkHbbM72Zd2W5rJvpJEfc_ikvCMDgZQQvaOxdK0`̵ VT?7E=Pr׉EKTabel 24: Percentages wat leerlingen lezen in het Nederlands per leeftijd.
100
10
20
30
40
50
60
70
80
90
0
brieven
berichten op facebook
sms
WhatsApp
Mail
schoolboeken
literatuur voor school
9 jaar 10 jaar 11 jaar 12 jaar 13 jaar 14 jaar 15 jaar 16 jaar 17 jaar
52,5
32,5
16,4
49,2
29,5
86,9
49,2
33
15,9
5,7
boeken niet voor schoo 60,7
kranten
18
2.3.4 Bibliotheek lidmaatschap en bezoek
Dat leerlingen steeds minder gaan lezen zien we ook terug in het bibliotheekbezoek. Het percentage van de
leerlingen dat lid is van de bibliotheek neemt af naarmate de leerlingen ouder worden (van 55,7% op een
leeftijd van negen jaar naar 13,5% op de leeftijd van 17 jaar). Met 16 jaar is er even een toename (36,4% is
lid). Dat kan te maken hebben met het gegeven dat leerlingen rond die leeftijd meer boeken voor school
moeten gaan lezen. Er zijn waarschijnlijk veel “slapende” leden onder de leerlingen, want 27,3% geeft aan
nooit een boek te lenen in de bibliotheek en 32,7% maar één tot twee keer per jaar.
Tabel 25: Percentage lid van de bibliotheek per leeftijd
100
20
40
60
80
0
Ja
9 jaar 10 jaar 11 jaar 12 jaar 13 jaar 14 jaar 15 jaar 16 jaar 17 jaar
40
55,7
neen 44,3
60
39,8
60,2
34,5
65,5
27,7
72,3
30,8
69,2
29,2
70,8
36,4
63,6
13,5
86,5
30,7
10,2
80,7
15,9
46,6
11,4
44,4
27,8
12,8
34,6
22,6
82
26,3
38,3
16,5
31,4
32,7
14,4
39,2
21,6
88,2
19,6
33,3
16,3
26,4
30,7
11,4
39,3
17,1
77,1
18,6
19,3
7,9
16,9
42,7
12,1
42,7
14,5
77,4
18,5
17,7
4,8
17,8
38,9
7,8
30
17,8
77,8
27,8
27,8
7,8
31,4
37,1
21,4
41,4
42,9
77,1
27
22,9
10
15
42,5
10
32,5
22,5
72,5
30
12,5
5
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
18
׉	 7cassandra://qdKvwr0a_2kIn508X3LGX29JPLb-YkUEA5nMnNJD2IoX`̵ VT?7E=PrVT?7E=Pr{בCט   {u׉׉	 7cassandra://atGDd4OaNeOFI_UX99wcrF6KUJYaiD8wZ3_KUzIOifQ  ` ׉	 7cassandra://0iu8qOgIgz2Q-K1jLl_rLdtvNR4X-bOewpLU2cbyy3Y%`S׉	 7cassandra://wdb2DyDSAnFmhsiyrrKUdQ2GPzEbN37KMpRbdriFXL0z`̵ ׉	 7cassandra://OKxCtDH-Dh3bwQGzYX943MYT-sB8H9PwGabQ691FMAg^͠VT@7E=Prט  {u׉׉	 7cassandra://kVAWYJ4XX1Gd4PLClUMxNztJm5li2UT8aMglKcu9OQE m` ׉	 7cassandra://VbbxuJcmIiSmTkDX8xgz576lggcKqBSqpt59J9GFM1Y6`S׉	 7cassandra://C-xnuI7TGPcJjELORgcPnjEQAX8cRgfIkPQQvnLI3nQ `̵ ׉	 7cassandra://75_fyCbfIa3yU_q31K8H-_Joaw4kCqs21fHxE5U6MhAf8͠VTD7E=Pr׉ETabel 26: Aantal keren bibliotheek bezoek per leeftijd.
10
20
30
40
50
60
0
9
jaar
nooit
gemiddeld een of twee keer
per jaar
gemiddeld een of twee keer
per maand
gemiddeld een of twee keer
per week
meer dan een of twee keer
per week
10
jaar
11
jaar
12
jaar
13
jaar
14
jaar
15
jaar
16
jaar
17
jaar
totaa
l
16,7 20,8 1,2 31,6 25,5 16,3 14,8 30 33,3 27,3
28,6 31,3 42,9 23,7 46,8 51,2 44,4 46,7 56,6 32,7
16,7 27,1 14,3 25 23,4 25,6 29,6 20 11,1 22,9
21,4 6,3 20,2 14,5 2,1 2,3 11,1 3,3
11,9 12,5 16,7 3,9 2,1 4,7
10,5
5,1
2.3.5 Taalcontact via de televisie.
Veel taalcontact vindt plaats via de televisie, maar er wordt door 44,3% van de leerlingen nooit naar
televisieprogramma’s in het Papiamentu gekeken en 44,7% van de leerlingen kijkt nooit programma’s in het
Nederlands. 22,4% van de leerlingen kijkt dagelijks programma’s in het Papiamentu en 14,3% van de
leerlingen kijkt dagelijks programma’s in het Nederlands.
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
19
׉	 7cassandra://wdb2DyDSAnFmhsiyrrKUdQ2GPzEbN37KMpRbdriFXL0z`̵ VTD7E=Pr׉ETabel 27: Hoe vaak kijken leerlingen televisieprogramma’s in het Papiamentu per leeftijd
10
20
30
40
50
60
0
9 jaar
nooit
gemiddeld een of twee keer per
jaar
gemiddeld een of twee keer per
maand
gemiddeld een of twee keer per
week
dagelijks
10
jaar
11,5 5,7
1,6
0
11
jaar
8,3
5,3
12
jaar
5,2
4,6
13
jaar
8,6
14
jaar
15
jaar
16
jaar
6,6 10,1 5,7
17
jaar
5
3,6 11,5 10,1 18,6 12,5 13
18
jaar
totaal
50,8 47,7 49,2 51,6 39,3 42,6 42,7 32,9 30 39,1 44,3
7,2
7,7
8,2 14,8 13,6 14,4 19,3 17,2 16,9 17,1 27,5 26,1 16,3
23 19,3 22 22,2 26,4 21,3 19,1 25,7 22,5 21,7 22,4
Tabel 28: Hoe vaak kijken leerlingen naar televisieprogramma’s in het Nederlands per leeftijd
Hoe vaak kijken leerlingen televisieprogramma's in
Nederlands?
10
20
30
40
50
60
0
9 jaar
nooit
gemiddeld een of twee keer per
jaar
gemiddeld een of twee keer per
maand
gemiddeld een of twee keer per
week
dagelijks
10
jaar
11
jaar
13,1 6,9 12
4,9
5,7
12
jaar
9,2
13
jaar
8,6
6,8 10,5 5,7
14
jaar
9,9
15
jaar
7,9
16
jaar
4,4
17
jaar
18
jaar
5 17,4
9,1 11,2 14,7 10
13
totaal
23 48,3 22,7 38,8 52,9 53,7 51,7 50 47,5 26,1 44,7
8
8,9
26,2 20,7 13,6 23 24,3 18,2 19,1 17,6 27,5 13 21,7
24,6 14,9 14,6 16,4 7,1
8,3
7,9 11,8 10 30,4 14,3
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
20
׉	 7cassandra://C-xnuI7TGPcJjELORgcPnjEQAX8cRgfIkPQQvnLI3nQ `̵ VTD7E=PrVTD7E=Pr{בCט   {u׉׉	 7cassandra://YduBiWpkEQ_rMF5YVmyZdd4Wf5mX7GyhZrvlHLI62uQ p` ׉	 7cassandra://wwGrQBaIQKSG5L79JXnntoCwJnoMwn5AdR9xgZoBjCQR` S׉	 7cassandra://np1Khh5fVNKA_KIdpZseFnt4vZQsJPa7IZLnXQ8-e6Y;`̵ ׉	 7cassandra://vtVWarSsFxnfOUHVbfI27APC_NMM5rLoTBPzpXD3T9Aa	͠VTE7E=Prט  {u׉׉	 7cassandra://93FfwEG1d44kuPIGm3pqtwTwKWVW20zV4eGAP-Oh9Z8 "U` ׉	 7cassandra://25yk25cp2W6N_VM626pPtrOO2Au10KCfHawv2OG9oHQF` S׉	 7cassandra://aP5zxoM43QVM1-xMhHZ8pm3Px2npN45O5YxVZlGz1ok`̵ ׉	 7cassandra://nH9vEGUG-gWMzGKCxk6-S3bjbkCzDLRGUT0GZlX3FnsOQ͠VTG7E=Pr׉E2.4 Leeftijdsgroep 18-65 jaar
In de leeftijdsgroep van 18 tot 65 jaar is gekeken naar de mogelijkheden van taalcontact (lezen en
luisteren) en taalgebruik (lezen en schrijven), zowel op het werk als daar buiten. Ook is gekeken naar de
taalbeheersing. Daartoe is aan de deelnemers een aantal can-do-statements met betrekking tot het
Papiamentu en het Nederlands voorgelegd. Bij can-do-statements kunnen deelnemers aangeven of ze een
bepaalde activiteit waarbij een taal wordt gebruikt wel of niet beheersen.
Tabel 29: Aantal en percentage deelnemers in de leeftijdsgroep van 18 tot 65 jaar per geboorteland
Aantal
Groep 1: Geboren op Bonaire
Groep 2: Geboren in Nederland
Groep 3: Geboren op een van de andere Antilliaanse eilanden (inclusief Aruba)
Groep 4: Geboren in Midden- of Zuid-Amerika
Overig
Totaal
305
124
212
139
33
813
Percentage
37,5%
15,3%
26,1%
17,1%
4,1%
100,0%
2.4.1 Taalcontact en taalgebruik buiten het werk
Voor iedere groep is gekeken naar het taalcontact en taalgebruik buiten het werk. Er is gevraagd in welke
taal thuis het meeste wordt gesproken. In de groep geboren op Bonaire is dat het Papiamentu (81,3%).
Tabel 30: De taal die thuis het meest wordt gesproken
Groep
Papiamentu
Groep 1: Geboren op Bonaire
Groep 2: Geboren in Nederland
Groep 3: Geboren op een van de Antiliaanse
eilanden (inclusief Aruba)
Groep 4: Geboren in Midden- of Zuid-Amerika
Totaal
81,3%
3,3%
44,8%
19,5%
22,1%
Nederlands
2,9%
75,0%
24,2%
12,4%
23,9%
Spaans
2,9%
3,8%
14,8%
23,1%
17,1%
Engels
6,5%
14,4%
6,7%
44,4%
35,8%
Andere
taal
5,8%
2,9%
0.0%
0,6%
1,2%
Voor taalcontact (lezen, luisteren) en taalgebruik (spreken en schrijven) buiten het werk is gevraagd naar
een aantal activiteiten waarin de deelnemers in contact kan komen met het Papiamentu en het Nederlands.
Dit zijn:
•
vrijwilligerswerk
• bezoek aan een kerk of andere godsdienstige bijeenkomst
•
•
• bezoek boekhandel
•
televisie kijken
deelname aan georganiseerde activiteiten buiten het gezin en het werk
bibliotheekbezoek
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
21
׉	 7cassandra://np1Khh5fVNKA_KIdpZseFnt4vZQsJPa7IZLnXQ8-e6Y;`̵ VT-7E=Pr׉E_Voor een deel van de deelnemers vormen deze activiteiten geen mogelijkheid voor taalcontact.
•
69,2% verricht geen vrijwilligerswerk
•
•
•
•
•
•
33,2% bezoekt nooit een kerkelijke of andere godsdienstige bijeenkomst
50,9% neemt nooit deel aan georganiseerde activiteiten buiten het gezin en het werk
70,8% bezoekt nooit een bibliotheek
54,4% bezoekt nooit een boekhandel
16,7% kijkt nooit televisieprogramma’s in het Papiamentu
30,4% kijkt nooit televisieprogramma’s in het Nederlands
In groep 1 worden . verschillende talen gesproken; . de taal die verreweg het meest wordt gesproken is het
Papiamentu (81,3%). In groep 2 wordt het meest een combinatie van het Papiamentu en het Nederlands
(75%). In groep 3 wordt aangegeven dat er in het gezin het meest in het Engels wordt gesproken (44.4%). In
groep 4 wordt het meeste in het Papiamentu gesproken (44,4%).
Tabel 31 : Deelname aan vrijwilligerswerk per geboorteland
Groep
Groep 1: Geboren op Bonaire
Groep 2: Geboren in Nederland
Groep 3: Geboren op een van de Antilliaanse eilanden (inclusief Aruba)
Groep 4: Geboren in Midden- of Zuid-Amerika
Totaal
Ja
31,5%
24,4%
36,3%
24,6%
30,8%
Neen
68,5%
75,6%
63,7%
75,4%
69,2%
Tabel 32: Bezoek aan een kerk of andere godsdienstige bijeenkomst
Groep
Nooit
Groep 1: Geboren op Bonaire
Groep 2: Geboren in Nederland
Groep 3: Geboren op een van de Antilliaanse eilanden
(inclusief Aruba)
Groep 4: Geboren in Midden- of Zuid-Amerika
Totaal
22,2%
80,2%
26,4%
23,4
33,2%
Minder dan een
keer per week
47,9%
14,0%
41,8%
40,7%
38,4%
Een keer per
week of meer
29,9%
5,8%
31,8%
35,9%
28,4%
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
22
׉	 7cassandra://aP5zxoM43QVM1-xMhHZ8pm3Px2npN45O5YxVZlGz1ok`̵ VTG7E=PrVT-7E=Pr{בCט   {u׉׉	 7cassandra://-djl0kwvSigt0FWnDzCUsRYyROZ8CPEGSTuyJQN1fVc ` ׉	 7cassandra://pV2a_atUbFY7oSpp2znnOe10CJkLBz7OxFjhW1nJkhU=` S׉	 7cassandra://c2H4dRvHv2cXazIAB8vtgRjWypPeYMq7QaoWg0f8YYo@`̵ ׉	 7cassandra://SNP9yzFTahswvqdZdgZ7kZi5L0t77-ARO-Cejyulh3sO<͠VTH7E=Prט  {u׉׉	 7cassandra://fX110yn08_EQwMW36tFGS-F3QDJATiEAdxkBpWECaPU ` ׉	 7cassandra://vb-7WLQDZyTDy-cVtR_7lXaOFT3EBibXIcu9o1AxI444`S׉	 7cassandra://kLzr0pbfN3dJJqz67mgIrtBPnfdLyq0t03HiHxwUWHo`̵ ׉	 7cassandra://cLDuQFYT5NhyglDgkWY8zCEGv9H97XRJI8qkWGeeWfgQ
͠VTJ7E=Pr׉EZTabel 33: Al dan niet deelnemen aan georganiseerde activiteiten buiten het gezin en het werk per
geboorteland.
Groep
Nooit
Gemiddeld
een of twee
keer per
jaar
Groep 1: Geboren op Bonaire
Groep 2: Geboren in Nederland
Groep 3: Geboren op een van de
Antilliaanse eilanden (inclusief Aruba)
Groep 4: Geboren in Midden- of ZuidAmerika
Totaal
4,1%
4,1%
6,4%
5,4%
5,1%
73,1%
70,5%
66,8%
70,8%
70,8%
Gemiddeld
een
of twee
keer per
maand
10,9%
14,8%
15,3%
15,4%
13,1%
Gemiddeld
een of
twee keer
per week
8,5%
8,2%
7,4%
6,2%
7,9%
Dagelijks
1,0%
0,8%
0,5%
0,0%
0,6%
Tabel 34: Aantal keren bibliotheek bezoek per geboorteland in percentages
Groep
Nooit
Gemiddeld
een of twee
keer per
jaar
Groep 1: Geboren op Bonaire
Groep 2: Geboren in Nederland
Groep 3: Geboren op een van de
Antilliaanse eilanden (inclusief Aruba)
Groep 4: Geboren in Midden- of ZuidAmerika
Totaal
4,1%
4,1%
6,4%
5,4%
5,1%
73,1%
70,5%
66,8%
70,8%
70,8%
Gemiddeld
een
of twee
keer per
maand
10,9%
14,8%
15,3%
15,4%
13,1%
Gemiddeld
een of
twee keer
per week
8,5%
8,2%
7,4%
6,2%
7,9%
Dagelijks
1,0%
0,8%
0,5%
0,0%
0,6%
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
23
׉	 7cassandra://c2H4dRvHv2cXazIAB8vtgRjWypPeYMq7QaoWg0f8YYo@`̵ VTJ7E=Pr׉EFTabel 35: Aantal keren bezoek aan boekhandel per geboorteland in percentages
Groep
Nooit
Gemiddeld
een of twee
keer per
jaar
Groep 1: Geboren op Bonaire
Groep 2: Geboren in Nederland
Groep 3: Geboren op een van de
Antilliaanse eilanden (inclusief Aruba)
Groep 4: Geboren in Midden- of ZuidAmerika
Totaal
2,8%
8,2%
6,6%
3,1%
4,8%
17,3%
38,5%
18,4%
31,8%
23,2%
Gemiddeld
een
of twee
keer per
maand
11,4%
29,5%
11,7%
14,0%
14,9%
Gemiddeld
een of
twee keer
per week
2,8%
4,1%
2,0%
2,3%
2,7%
Dagelijks
0,3%
0.0%
0,5%
0,0%
0,3%
s
Tabel 36: Kijken televisieprogramma’s in het Papiamentu per geboorteland in procenten
Groep
Nooit
Groep 1: Geboren op Bonaire
Groep 2: Geboren in Nederland
Groep 3: Geboren op een van de
Antilliaanse eilanden (inclusief Aruba)
Groep 4: Geboren in Midden- of ZuidAmerika
Totaal
6,9%
55,8%
6,6%
16,8%
16,7%
Gemiddeld
een
of twee
keer per
jaar
1,7%
9,2%
5,1%
3,8%
4,3%
Gemiddeld
een of twee
keer per
maand
8,3%
16,7%
8,1%
14,5%
10,4%
Gemiddeld
een of
twee keer
per week
18,0
12,5
19,7
23,7
19,0
Dagelijks
63,3%
5,0%
59,1%
5,0%
63,%
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
24
׉	 7cassandra://kLzr0pbfN3dJJqz67mgIrtBPnfdLyq0t03HiHxwUWHo`̵ VTJ7E=PrVTJ7E=Pr{בCט   {u׉׉	 7cassandra://WYf-WPvBN0ldb-sSiJnIx5jlpKjNSiEqosFZNXK7zOw 2` ׉	 7cassandra://BEmBJYSOFRdlbzlw4YwrAJA6gKKmDsxxpui9tyZyY8E4`S׉	 7cassandra://mWJ3m6Bz4mdELD46Zxm0ufvDs-yXGT4vnOCL9YOqBGYA`̵ ׉	 7cassandra://iRv9Rkf3xWhainlaKy71PQdr42ZR2ZmLcOX0tbdhoswP
͠VTK7E=Prט  {u׉׉	 7cassandra://sOVMc6kjnknnV9E1EMduS2Wq7vA-1y4z8Xi1XHK4iV0 ` ׉	 7cassandra://0QWE75GFKuSvTQlZBYLDht8NBwzil0XYcqCbecb6Oa4?V` S׉	 7cassandra://OCwnSh_TN6R0Op-CjD_MOQFDMsPlE9mNbnvmzvdPUJI`̵ ׉	 7cassandra://YmVpNncVsFN4qzYxfdKeG00sfIHj4EqqrA5dPEYxFJ8U
͠VTL7E=Pr׉EKTabel 37: Kijken televisieprogramma’s in het Nederlands per geboorteland in procenten
Groep
Nooit
Groep 1: Geboren op Bonaire
Groep 2: Geboren in Nederland
Groep 3: Geboren op een van de
Antilliaanse eilanden (inclusief Aruba)
Groep 4: Geboren in Midden- of ZuidAmerika
Totaal
33,7%
14,2%
24,9%
52,9%
30,4%
Gemiddeld
een
of twee
keer per
jaar
4,3%
3,3%
7,8%
1,7%
4,7%
Gemiddeld
een of twee
keer per
maand
12,8%
10,8%
16,1%
10,2%
12,8%
Gemiddeld
een of
twee keer
per week
20,9%
18,3%
20,2%
16,9%
19,7%
Dagelijks
27,3%
52,5%
29,0%
18,6%
31,1%
Tabel 38: Hoe vaak voeren de deelnemers gesprekken met anderen dan gezinsleden in het Papiamentu per
geboorteland in percentages.
Groep
Nooit
Gemiddeld
een of twee
keer per
maand
Groep 1: Geboren op Bonaire
Groep 2: Geboren in Nederland
Groep 3: Geboren op een van de
Antilliaanse eilanden (inclusief Aruba)
Groep 4: Geboren in Midden- of ZuidAmerika
Totaal
0,0%
53,4%
0,0%
17,5%
27,9%
3,4%
11,4%
3,7%
10,0%
9,0%
Gemiddeld
een
of
twee keer
per week
6,9%
14,8%
7,4%
13,8%
12,9%
Dagelijks
89,7%
20,5%
88,9%
58,8%
50,2%
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
25
׉	 7cassandra://mWJ3m6Bz4mdELD46Zxm0ufvDs-yXGT4vnOCL9YOqBGYA`̵ VTL7E=Pr׉EMTabel 39: Hoe vaak gesprekken met anderen dan gezinsleden in het Nederlands per geboorteland in
percentages
Groep
Nooit
Gemiddeld
een of twee
keer per
maand
Groep 1: Geboren op Bonaire
Groep 2: Geboren in Nederland
Groep 3: Geboren op een van de
Antilliaanse eilanden (inclusief Aruba)
Groep 4: Geboren in Midden- of ZuidAmerika
Totaal
18,9%
6,1%
11,8%
79,%
28,2%
8,1%
1,0%
2,9%
1,6%
2,5%
Gemiddeld
een
of
twee keer
per week
8,1%
1,0%
2,9%
1,6%
2,5%
Dagelijks
56,8%
87,8%
79,4%
19,4%
63,5%
2.4.2 Taalgebruik
Tabel 40: Hoe vaak schrijven de deelnemers in het Papiamentu buiten het werk per geboorteland in
procenten
Groep
Nooit
Groep 1: Geboren op Bonaire
Groep 2: Geboren in Nederland
Groep 3: Geboren op een van de
Antilliaanse eilanden (inclusief Aruba)
Groep 4: Geboren in Midden- of ZuidAmerika
Totaal
2,4%
5,0%
4,5%
4,7%
4,2%
Gemiddeld
een
of twee
keer per
jaar
6,6%
53,7%
5,5%
28,9%
18,1%
Gemiddeld
een of twee
keer per
maand
16,6%
12,4%
10,4%
18,8%
14,7%
Gemiddeld
een of
twee keer
per week
67,2%
16,5%
70,6%
24,5%
51,6%
Dagelijks
63,3
5,0
59,1
38,2
47,8
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
26
׉	 7cassandra://OCwnSh_TN6R0Op-CjD_MOQFDMsPlE9mNbnvmzvdPUJI`̵ VTL7E=PrVTL7E=Pr{בCט   {u׉׉	 7cassandra://0QuFav6rslmy8b96xhg5NLHPIQnit8hemfr-wMFUFF4 U` ׉	 7cassandra://zm5AHaaf9VSqdCqekH40eyg9HObgz-eYnmSTaUEMUEM7n`S׉	 7cassandra://HIQxUGnuSMaGq5BOyQ21cJ9rXiz1gGOxrIjH5Q-r5S4`̵ ׉	 7cassandra://8i7Sw3yv6AnCOkYcRXKYrrvwNatYBJNsa-e8gdArO-cr!l͠VTM7E=Prט  {u׉׉	 7cassandra://fYPBSxUaVKxHyMwURP6GtlGD-2yVBgpU7MnWEd2Gn7U N` ׉	 7cassandra://8JMSRyDlgFU5LoA7aIwNWCCQceqpPxrfEYETalWbUqo5`S׉	 7cassandra://R9EyWNwt2qe34wW7Ky8mIK1qt2Sn4M_t1NQVurYG0WA@`̵ ׉	 7cassandra://k11KgfE93h_D1TfayO9Zc1R39f3Pkq8Dpr10aGmNd7cmx͠VTN7E=Pr׉E+Tabel 41: Hoe vaak schrijven de deelnemers in het Nederlands buiten het werk per geboorteland in
procenten
Groep
Nooit
Gemiddeld een
of twee keer
per maand
Groep 1: Geboren op Bonaire
Groep 2: Geboren in Nederland
Groep 3: Geboren op een van de Antilliaanse
eilanden (inclusief Aruba)
Groep 4: Geboren in Midden- of Zuid-Amerika
Totaal
18,6%
0,8%
13,1%
20,6%
15,5%
14,1%
5,8%
8,6%
4,8%
9,4%
Gemiddeld
een of twee
keer per
week
18,9%
2,5%
22,2%
6,3%
14,9%
Dagelijks
41,9%
90,1%
50,0%
15,1%
46,6%
2.4.3 Taalcontact en taalgebruik binnen het werk
Van de deelnemers geeft 78% aan betaald werk te verrichten. 48,9% van de deelnemers geeft aan dat op
het werk het meest in het Papiamentu wordt gesproken, 22,9% van de deelnemers geeft aan dat dit in het
Nederlands gebeurt.
Groep 1: Taalcontact en taalgebruik binnen het werk
Van de deelnemers hebben 282 de vraag beantwoord of ze wel of niet betaald werk hebben. Van deze 282
deelnemers geeft 73,4% aan betaald werk te hebben en 26,6% geeft aan geen betaald werk te hebben.
Tabel 42: Percentage deelnemers in groep 1 met betaald werk en/of een uitkering.
10
20
30
40
50
60
70
80
0
Betaald werk/geen uitkering
Betaald werk/uitkering
Geen betaald werk/geen
uitkering
geen betaald werk/uitkering
Betaald werk/geenuitkering
69,5
3,9
16,9
10,6
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
27
׉	 7cassandra://HIQxUGnuSMaGq5BOyQ21cJ9rXiz1gGOxrIjH5Q-r5S4`̵ VTN7E=Pr׉ETabel 43: De meest gebruikte taal op het werk in groep 1 in procenten
10
20
30
40
50
60
70
80
0
Papimentu
Nederlands
Engels
Spaans
Papimentu en een andere taal
Nederlands en een andere taal
Papiamentu en Nederlands en een
of twee andere talen
Laag
67,7
12,6
3,9
0,8
1,6
0,8
12,6
Middelbaar
53,7
22,2
5,6
Hoog
53,3
6,7
50
18,5
50
De deelnemers met een laag opleidingsniveau gebruiken de meeste verschillende talen op hun werk. Het
Papiamentu is voor de deelnemers op alle opleidingsniveaus de taal die ze op hun werk het meest
gebruiken. De deelnemers met een hoog opleidingsniveau gebruiken daarnaast het meest Engels.
Nederlands wordt relatief weinig genoemd als de taal die op het werk het meest wordt gebruikt.
Tabel 44a:Taalgebruik op het werk in groep 1 in procenten
10
20
30
40
50
60
70
0
Lezen
rapporten en
memo's
Papiamentu
Nederlands
Spaans
Engels
59,4
59,8
7,1
32,6
schrijven
rapporten en
memo's
52,9
57,6
4,7
29,1
Papiamentu Nederlands
interpreteren
van grafieken
en ander
cijfermateriaal
48,7
51,3
3,9
35,7
Spaans
opzoeken van
informa=e op
internet
23,1
50,6
8,3
64,1
Engels
het plaatsen
van informa=e
op internet
40,7
44,1
7,6
50,3
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
28
׉	 7cassandra://R9EyWNwt2qe34wW7Ky8mIK1qt2Sn4M_t1NQVurYG0WA@`̵ VTN7E=PrVTN7E=Pr{בCט   {u׉׉	 7cassandra://HSHrCCyMrYW_zvJu9a5b2qJcLT0e6I39Y0I8yXZ5QvY ` ׉	 7cassandra://k-3MYyQDwhSEmX59rTIjauSCIEhCHJFYSYlv_60kOYs3^`S׉	 7cassandra://SydBc37XSEff2W7CaT374qvhejaVAEvGmDTES19beK0`̵ ׉	 7cassandra://NPAhemMYI4gUtbOpErvvxxw-ANskjdsWFUA2VulFn24us͠VTO7E=Prט  {u׉׉	 7cassandra://Kq2VXJL9tFaRIj0DMoEwR7V5iTjye-WTC96Qwppi66s ` ׉	 7cassandra://xnTnHhyMjMfUzgN85EYZAAhUlg_MzHD6dXa3SkRHEC81`S׉	 7cassandra://7SYug73rqd36YspkpR2WWqvKi_WPuyaytMg4WqQFZ1U`̵ ׉	 7cassandra://JOAzUtz8ATyuXwdx0aFqp_xaLA0WCsnVC50BwDuIn8Iij͠VTP7E=Pr׉EHet Papiamentu wordt voor alle activiteiten op het werk veel gebruikt. Uitzondering is het opzoeken van
informatie op het internet, dat gebeurt het meest in het Engels. Het Papiamentu wordt veel gebruikt voor
het schrijven van officiële brieven en het Nederlands wordt daarvoor weinig gebruikt.
Tabel 44b: Taalgebruik op het werk in groep 1 in procenten
10
20
30
40
50
60
70
80
90
0
het lezen van emails
Papiamentu
Nederlands
Spaans
Engels
56,8
62,6
12,3
52,3
het
schrijven
van e-mails
61,9
64,9
10,4
48,1
Papiamentu Nederlands
het schrijven
van officiële
brieven
82,2
4,7
41,1
Spaans
het lezen van
officiële brieven
57,4
68,2
5
33,5
Engels
Groep 2: Geboren in Nederland
Van de 119 deelnemers in deze groep heeft 89,1% betaald werk en 1,7% heeft daarnaast ook nog een
uitkering. Het Nederlands is in alle opleidingsniveaus de meest gebruikte taal. Daarnaast wordt het Engels
veel genoemd.
Tabel 45: Percentage deelnemers in groep 2 met betaald werk en/of een uitkering.
100
10
20
30
40
50
60
70
80
90
0
Betaald werk/geen uitkering
Betaald werk/uitkering
Geen betaald werk/geen
uitkering
geen betaald werk/uitkering
percentage
87,4
1,7
7,6
3,4
het lezen van
handleidingen
63,5
60
7,1
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
29
׉	 7cassandra://SydBc37XSEff2W7CaT374qvhejaVAEvGmDTES19beK0`̵ VTP7E=Pr׉ETabel 46: De meest gebruikte taal op het werk in groep 2 in procenten
10
20
30
40
50
60
70
80
0
Papiamentu
Nederlands
Engels
Laag
20
70
10
Middelbaar
27,6
55,2
17,2
Hoog
20,6
75,4
16,2
totaal
22,4
57,9
15,9
Bij de diverse activiteiten die in het werk worden ondernomen wordt het Papiamentu relatief weinig
gebruikt. Hieruit kan worden opgemaakt dat het taalcontact met het Papiamentu van deze groep
deelnemers beperkt is. Het schrijven van officiële brieven is de enige activiteit op het werk .waarvan de
meerderheid aangeeft dat deze in het Papiamentu plaatsvindt.
Tabel 47a: Taalgebruik op het werk in groep 2 in procenten
Lezen rapporten
en memo's
Papiamentu
Nederlands
Spaans
Engels
19,6
90,7
2,8
57,9
schrijven
rapporten en
memo's
15
90,7
59,4
interpreteren van
grafieken en
ander
cijfermateriaal
11
89
1
54
opzoeken van
informa=e op
internet
8,4
83,2
71
het plaatsen van
informa=e op
internet
10,6
78,8
3,8
62,5
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
30
׉	 7cassandra://7SYug73rqd36YspkpR2WWqvKi_WPuyaytMg4WqQFZ1U`̵ VTP7E=PrVTP7E=Pr{בCט   {u׉׉	 7cassandra://jpTu7rSTcItkkOTW4jM08LOijj_O-Q3eWT0fkw7w8y8 -` ׉	 7cassandra://44PdCd2sQFwHcMdpRU7t8ze_E_kuP8TUFjz3RGIrOJU5`S׉	 7cassandra://Nr5bkr8BsqnJjCUZ5LnGRE1r_MoxbHEMDllaiN1v7SQ`̵ ׉	 7cassandra://IxKKhAE97RE31lwAJBf1IhjwLmGCtYBvfSzZS7LhDh8xk͠VTQ7E=Prט  {u׉׉	 7cassandra://-5nmeOe3A1T9-RRcZW7YxOnps3JIC04sMoLMF2hDJbU ` ׉	 7cassandra://EhvIFgqZX-P_9ZgpXsPJ79_u_IvRlIgg0hmdMmedETo(`S׉	 7cassandra://V2drd5rRmCuC0-_aD--8AGOaEf3rxysXlamd66Zccgc`̵ ׉	 7cassandra://dWHxBeQ47dH70VJmlmWRb8eY7umqJgJfmTFk6Qr_Sowh͠VTR7E=Pr׉E*Tabel 47b: Taalgebruik op het werk in groep 2 in procenten
100
120
20
40
60
80
0
het lezen van emails
Papiamentu
Nederlands
Spaans
Engels
22,5
93,4
10,4
67
het
schrijven van
e-mails
21,7
95,3
7,5
66
Papiamentu Nederlands
het schrijven van
officiële brieven
94,3
1
55,2
Spaans
het lezen van
officiële brieven
21,7
95,3
4,7
57,5
Engels
het lezen van
handleidingen
7,5
89,6
3,8
64,2
Groep 3: Taalcontact en taalgebruik binnen het werk
Van de 282 deelnemers in deze groep heeft 79,8% betaald werk en 3,6% heeft daarnaast een uitkering.
Tabel 48: Percentage deelnemers in groep 2 met betaald werk en/of een uitkering.
10
20
30
40
50
60
70
80
90
0
Betaald werk/geen uitkering
Betaald werk/uitkering
Geen betaald werk/geen
uitkering
geen betaald werk/uitkering
Betaald werk/geenuitkering
76,2
3,6
7,3
13
Op het werk wordt het meest het Papiamentu gebruikt, al dan niet samen met een andere taal. Op het
werk van deelnemers met een hoog of middelbaar opleidingsniveau worden minder verschillende talen
gebruikt dan in het werk van de deelnemers met een laag opleidingsniveau. Bij de activiteiten die op het
werk plaatsvinden wordt naast Nederlands veelal gebruik gemaakt van het Engels. Ook in deze groep wordt
aangegeven dat officiële brieven vooral in het Papiamentu worden geschreven.
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
31
׉	 7cassandra://Nr5bkr8BsqnJjCUZ5LnGRE1r_MoxbHEMDllaiN1v7SQ`̵ VTR7E=Pr׉ETabel 49: De meest gebruikte taal op het werk in groep 3 per opleidingsniveau in procenten
10
20
30
40
50
60
0
Papiamentu
Nederlands
Engels
Spaans
Papiamentu en Nederlands
Papiamentu en een of twee
andere talen
Laag
52,5
16,9
5,1
3,4
2,4
3,4
Tabel 50a: Taalgebruik op het werk in groep 3 in procenten
10
20
30
40
50
60
70
80
0
Lezen
rapporten en
memo's
Papiamentu
Nederlands
Spaans
Engels
45,3
68,7
6,7
40,7
schrijven
rapporten en
memo's
46,6
63,7
6,8
36,3
Papiamentu Nederlands
interpreteren
van grafieken
en ander
cijfermateria
al
29,1
65,7
7,5
41,8
Spaans
opzoeken
van
informa=e
op internet
20,6
48,9
11,3
75,2
Engels
het plaatsen
van
informa=e
op internet
38,4
48,8
15,2
64,8
Middelbaar
45,2
26,2
14,3
Hoog
52,8
20,8
15,1
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
32
׉	 7cassandra://V2drd5rRmCuC0-_aD--8AGOaEf3rxysXlamd66Zccgc`̵ VTR7E=PrVTR7E=Pr{בCט   {u׉׉	 7cassandra://o2KhN6ZbSm_2iy65s222_J_EUiIvAQHM-7CCteYCVKw ` ׉	 7cassandra://JfK-Vr7hIWJnkxRjxQgyYe6BJ6pRw_YiTGgGPPGgvKM/[`S׉	 7cassandra://CWQ7hQxDhpH3Bzu3WPkgK7LQdtgkUJ9qaZA5PFFYx3A`̵ ׉	 7cassandra://zPuluxRXXVomMJyJPi4WeaEibTpES2jYMv1l5QoX0Gkv͠VTS7E=Prט  {u׉׉	 7cassandra://n6qVxgP2JjE9vHy9MrDsEZozKQKTxBd540LpR2nZPKQ J` ׉	 7cassandra://BP9UmcoDOft0ZLB5D2dycpyAYPo4PJNv6dCPTM_Q5-M-`S׉	 7cassandra://dydqkeYsqQLFM4dt9hFTA8vNR54jtdc0J8YharqeOxU`̵ ׉	 7cassandra://83gyzSuuBmS2sSVrIdtuz6Ros7ABkeh1IT3ioJMKyzUgI͠VTT7E=Pr׉ETabel 50b: Taalgebruik op het werk in groep 3 in procenten
Taalgebruik op het werk
het lezen van
e-mails
Papiamentu
Nederlands
Spaans
Engels
54,3
70,7
18,6
59,3
het schrijven
van e-mails
60,9
72,5
13
55,1
Papiamentu Nederlands
het schrijven
van officiële
brieven
83,6
10,2
46,9
Spaans
het lezen van
officiële
brieven
48,6
75
9,5
43,2
Engels
het lezen van
handleidinge
n
50,3
62,8
6,9
42,8
Groep 4: Geboren op in Midden- of Zuid-Amerika
Van de 282 deelnemers in groep 4 heeft 78,4 % betaald werk. 11,1% heeft daarnaast ook nog een uitkering.
Het Papiamentu is in alle opleidingsniveaus de meest gebruikte taal. Daarnaast wordt Spaans veel
genoemd. De activiteiten die op het werk plaatsvinden worden . het meest in het Spaans uitgevoerd. Een
uitzondering is het lezen en schrijven van memo’s en rapporten. Dat wordt vooral in het Papiamentu en het
Nederlands gedaan.
Tabel 51: Percentage deelnemers in groep 4 met betaald werk en/of een uitkering
10
20
30
40
50
60
70
80
0
Betaald werk/geen uitkering
Betaald werk/uitkering
Geen betaald werk/geen
uitkering
geen betaald werk/uitkering
Betaald werk/geenuitkering
66,7
11,1
15,4
6,8
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
33
׉	 7cassandra://CWQ7hQxDhpH3Bzu3WPkgK7LQdtgkUJ9qaZA5PFFYx3A`̵ VTT7E=Pr׉ETabel 52: De meest gebruikte taal op het werk in groep 4 per opleidingsniveau in procenten
10
15
20
25
30
35
40
45
50
0
5
Papimentu
Nederlands
Engels
Spaans
Papiamentu en een of meerdere
andere talen
Laag
45,8
6,8
30,5
3,4
Tabel 53a: Taalgebruik op het werk in groep 3 in procenten
Taalgebruik op het werk
10
20
30
40
50
60
70
0
Lezen rapporten
en memo's
Papiamentu
Nederlands
Spaans
Engels
50,6
37,1
31,5
19,1
schrijven
rapporten en
memo's
32,4
39,4
33,8
21,1
interpreteren
van grafieken en
ander
cijfermateriaal
29,2
38,5
33,8
27,7
opzoeken van
informa=e op
internet
18,8
27,5
60,9
33,5
het plaatsen van
informa=e op
internet
22,4
26,9
52,2
37,3
Middelbaar
35
15
25
Hoog
45,8
20,8
4,2
12,5
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
34
׉	 7cassandra://dydqkeYsqQLFM4dt9hFTA8vNR54jtdc0J8YharqeOxU`̵ VTT7E=PrVTT7E=Pr{בCט   {u׉׉	 7cassandra://HPfProDLpfK5ebb6ghVraxxisnK2zGuNwVATa_cwLWw ^` ׉	 7cassandra://37BXKoyFDnVE-WKEwedu5PBzCQ7Mx1WbWoCZPalbhDA<>`S׉	 7cassandra://quvgYE9dWfR9cnyQE05N6B0BvhzXAfHnxDLKB6vBbJE`̵ ׉	 7cassandra://JAWAKzDUnHi_Ihw1FkabLemt420gQ7vGyzKPuigmM2Um6͠VTT7E=Prט  {u׉׉	 7cassandra://XgVu73NFqKkCqg78JjpUvdQUjdee9VyZ7VO3qwQ16Hk ` ׉	 7cassandra://w07gTG8vBHXKm2a9XfZBmmaWvOS9ewpaJj_QDmvmMWAC)`S׉	 7cassandra://XfD1k6-j77H0MZkBCM4CCFpPs0Hsdplmf8LmFtfb2sg`̵ ׉	 7cassandra://ee8bc3SoTfmin4sFHiwO-qzHFfXF8onVapJNmxb30RMt;͠VTV7E=Pr׉ETabel 53b: Taalgebruik op het werk in groep 3 in procenten
10
20
30
40
50
60
70
0
het lezen van emails
Papiamentu
Nederlands
Spaans
Engels
28,8
37
54,4
35,6
het
schrijven van
e-mails
27,8
33,3
58,3
27,8
het schrijven van
officiële brieven
45,9
50
28,1
het lezen van
officiële brieven
32,9
45,7
35,7
22,9
het lezen van
handleidingen
34,2
35,6
45,2
2.4.4 Taalbeheersing per groep
Er is gekeken naar activiteiten die te maken met het praktische gebruik van het Papiamentu en . het
Nederlands. Als deelnemers aangeven één of meerdere activiteiten niet in het Papiamentu te kunnen
uitvoeren, wordt dit als een teken van onvoldoende taalbeheersing gezien. Gevraagd is welke van de
onderstaande activiteiten de deelnemer kan uitvoeren in het Papiamentu en of ze deze kunnen uitvoeren in
het Nederlands.
1. Het lezen van een medicijnvoorschrift
2. Het schrijven van een sollicitatiebrief
3. Voorlezen van kinderen
4. Boeken lezen
5. Officiële brieven lezen
6. Handleidingen lezen
7. Boekingen doen op internet
8. Belastingaangifte doen
9. Ondertiteling lezen bij televisieprogramma's
Voor leesvaardigheden en schrijfvaardigheden is gebruik gemaakt van can-do-statements die zijn afgeleid
van de niveaus die de OESO hanteert in onderzoek naar taalvaardigheden
Voor leesvaardigheid zijn de volgende can-do-statements gebruikt:
1. Ik kan eenvoudige zinnen in het Papiamentu/Nederlands begrijpen.
2. Ik kan korte eenvoudige teksten in het Papiamentu/Nederlands lezen.
3. Ik kan specifieke informatie in alledaagse tekst in het Papiamentu/Nederlands vinden.
4. Ik kan korte, eenvoudige brieven in het Papiamentu/Nederlands begrijpen
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
35
׉	 7cassandra://quvgYE9dWfR9cnyQE05N6B0BvhzXAfHnxDLKB6vBbJE`̵ VTV7E=Pr׉EN5. Ik kan teksten in het Papiamentu/Nederlands begrijpen die bestaan uit alledaagse of aan mijn werk
gerelateerde woorden.
6. Ik kan de beschrijving van gebeurtenissen, gevoelens en wensen in het Papiamentu/Nederlands in
brieven begrijpen.
7. Ik kan artikelen en verslagen in het Papiamentu/Nederlands lezen die betrekking hebben op eigentijdse
problemen.
8. Ik kan eigentijdse literaire proza in het Papiamentu/Nederlands begrijpen.
Voor schrijfvaardigheid zijn de volgende can-do-statements gebruikt:
1. Ik kan korte, eenvoudige teksten in het Papiamentu/Nederlands schrijven.
2. Ik kan op formulieren in het Papiamentu/Nederlands persoonlijke details invullen.
3. Ik kan korte, eenvoudige notities en boodschappen in het Papiamentu/Nederlands schrijven.
4. Ik kan een eenvoudige brief in het Papiamentu/Nederlands schrijven.
Groep 1: Geboren op Bonaire
Als gekeken wordt naar de negen praktische toepassingen, dan zijn er tekenen van laaggeletterdheid bij
gemiddeld 17,7% van de deelnemers in groep 1. Dat wil zeggen dat 17,7% van de deelnemers bij één of
meerdere uitspraken aangeeft dit niet te kunnen. Een relatief hoog percentage deelnemers (30,8%) geeft
aan geen belastingaangifte te kunnen doen in het Papiamentu. Dit percentage is niet meegenomen, omdat
er misschien andere vaardigheden een rol spelen. Als het om de negen praktische toepassingen gaat , dan is
de taalbeheersing in het Nederlands . iets lager dan in het Papiamentu. Gemiddeld 18,5% geeft bij één of
meer activiteiten aan dat ze deze niet kunnen uitvoeren in het Nederlands.
Tabel 54a: Praktische taalvaardigheden Nederlands per opleidingsniveau in groep 1
10
15
20
25
30
35
40
45
0
5
Het lezen
van een
medicijnv
oorschri$
Laag
Middelbaar
Hoog
totaal
14,2
4,1
0
9,4
Het
schrijven
van een
sollicita=
ebrief
25,2
13,3
3,9
19
Voorleze
n van
kinderen
15
2
0
9,4
Boeken
lezen
6,7
0
0
2,9
Officiële
brieven
lezen
10,7
3,1
2
7,5
Handleidi
ngenleze
n
13,5
2
3,9
9,1
Boekinge
n doen
op
internet
14,6
3,1
3,9
9,9
Belas=ng
aangi$e
doen
41,9
18,4
7,8
30,8
Onder=te
ling lezen
bij
televisiep
rogramm
a's
14,5
4,2
0
9,7
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
36
׉	 7cassandra://XfD1k6-j77H0MZkBCM4CCFpPs0Hsdplmf8LmFtfb2sg`̵ VTV7E=PrVTV7E=Pr{בCט   {u׉׉	 7cassandra://hN-h8OKRaYuWW_-bPk7K2PrqzJenS3kLo_Li5lRID38 c:` ׉	 7cassandra://7Rd0iWkzGNUgOpd0oyso1729uoEyvrC6iOr5jkeVF2Q:`S׉	 7cassandra://4rAI76R0G_628KDQxSG5zKM53J5G06AVFhYtWKNZ8BQ`̵ ׉	 7cassandra://rSoIi08s8Jt_dReadNOwh6glrEmr4l6zFmZ3zZYMOSAt`͠VTX7E=Prט  {u׉׉	 7cassandra://d9euUyb2oW2Pc2T9DerDz_8eGoh_l0doPhYuDxnOJrk p` ׉	 7cassandra://4zA1QGFdvM0MdFoDWiGNgofhiPo3KY0KnlslNJBgxzw5`S׉	 7cassandra://DgSHgcL5aACY9aaAPGOLRl1Ux_W2a8VMHIcWMaZ-mDU<`̵ ׉	 7cassandra://ABVXtgTnCqOmilGCJ8xb6keeP_PgSe_ndTqHuCczGnIl(͠VTY7E=Pr׉ETabel 54b: Praktische taalvaardigheden Nederlands per opleidingsniveau in groep 1
10
20
30
40
50
60
0
Het lezen
van een
medicijnv
oorschri$
Laag
Middelbaar
Hoog
totaal
27
7,4
2
18,4
Het
schrijven
van een
sollicita=
ebrief
34,4
5,2
6
22,5
Voorleze
n van
kinderen
2,8
1
0
2
Boeken
lezen
18,9
5,2
4
13,1
Officiële
brieven
lezen
23,7
6,3
6
16,5
Handleidi
ngenleze
n
22,7
5,2
4
15,4
Boekinge
n doen
op
internet
40,4
7,3
4
26,3
Belas=ng
aangi$e
doen
48,1
16,8
10
34,3
Onder=te
ling lezen
bij
televisiep
rogramm
a's
23,9
6,3
2,1
16,2
Als gekeken wordt naar de can-do-statements voor leesvaardigheden in het Papiamentu, dan ligt het
gemiddelde percentage van respondenten die aangeven een bepaalde activiteit niet zonder hulp te kunnen
uitvoeren op 5,65%. Voor de deelnemers met een laag opleidingsniveau is het percentage . 9,25%. Voor
schrijfactiviteiten ligt dit percentage . op 5,37%; voor de laagopgeleide op 8,7%. Voor schrijfvaardigheid in
het Papiamentu geeft 5,4% van de deelnemers aan. een activiteit niet uit te kunnen voeren.
Tabel 55a: Leesvaardigheden Papiamentu per opleidingsniveau in groep 1
10
12
0
2
4
6
8
Ik kan eenvoudige
zinnen in het
Papiamentu
begrijpen.
Laag
Middelbaar
Hoog
totaal
9,3
1
0
5,8
Ik kan korte
eenvoudige teksten
in het Papiamentu
lezen.
7,9
1
0
5
Ik kan specifieke
informa=e in
alledaagse tekst
vinden.
10,7
0
0
6,3
Ik kan korte ,
eenvoudige brieven
in het Papiamentu
begrijpen
7
0
0
4,2
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
37
׉	 7cassandra://4rAI76R0G_628KDQxSG5zKM53J5G06AVFhYtWKNZ8BQ`̵ VTY7E=Pr׉E3Tabel 55b: Leesvaardigheden Papiamentu per opleidingsniveau in groep 1
10
12
14
0
2
4
6
8
Ik kan teksten in het
Papiamentu
begrijpen die bestaan
uit alledaagse of aan
mijn werk
gerelateerde
woorden.
Laag
Middelbaar
Hoog
totaal
8,1
1
0
5
Ik kan de beschrijving
van gebeurtenissen,
gevoelens en wensen
in het Papiamentu in
brieven begrijpen.
9,4
0
0
5,5
Ik kan ar=kelen en
verslagen in het
Papiamentu lezen die
betrekking hebben op
eigen=jdse
problemen.
9,8
1
0
6,1
Tabel 56: Schrijfvaardigheden Papiamentu per opleidingsniveau in groep 1
10
12
0
2
4
6
8
Ik kan korte,
eenvoudige teksten
in het Papiamentu
schrijven.
Laag
Middelbaar
Hoog
totaal
8,3
0
0
4,9
Ik kan op formulieren
in het Papiaments
persoonlijke details
invullen.
8,8
2,1
0
5,8
Ik kan korte,
eenvoudige no==es
en boodschappen in
het Papiaments
schrijven.
8,4
0
0
5
Ik kan een
eenvoudige brief in
het Papiaments
schrijven.
9,7
0
0
5,8
Bij de leesvaardigheden in het Nederlands ligt het gemiddelde percentage dat aangeeft een of meerdere
activiteiten niet te kunnen op 13,7% en de schrijfvaardigheden op 13,6%. Opnieuw ligt het . percentage in
de groep met een laagopleidingsniveau hoger, 19,7% voor de leesvaardigheden en 20% voor de
schrijfvaardigheden.
Ik kan eigen=jdse
literiare proza in het
Papiamentu
begrijpen.
11,8
1
0
7,3
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
38
׉	 7cassandra://DgSHgcL5aACY9aaAPGOLRl1Ux_W2a8VMHIcWMaZ-mDU<`̵ VTY7E=PrVTY7E=Pr{בCט   {u׉׉	 7cassandra://AAJ3zUhWlaLHW-RVpWpKrQhNIKIVWysDP2-Ogo6wCJw ` ׉	 7cassandra://CQ1oRouXZL9yt_MzXCKyCGOnkppd_ldM71bwDGrBUkI)`S׉	 7cassandra://jS4pv23_NVH1Q6Ls4PKXS7smPb9f_I2E4BSvwziuKH8`̵ ׉	 7cassandra://XCsbolPQWhxZKG9f_CoKxcyN5wp2J4t73jiGZs5hJvccT8͠VTZ7E=Prט  {u׉׉	 7cassandra://AcinzJkfFOZQlqO6X7udCj1Y5f9rSdHudDXgSfxYmNo ` ׉	 7cassandra://QprOj7hGbpYs4apy4pP0-xaN-2C8GfbA5CiPjjV13sU)`S׉	 7cassandra://TXpkvndgRO1n5xjqFgePC57p9eSwqu1GnCF8IWktbmEa`̵ ׉	 7cassandra://h8UdMHXWtTdzzT2y_RxUB2bWnacLF3gvCqc4aojPRgwd͠VTZ7E=PrđנVTZ7E=Prȁ *1
9ׁHhttp://eeen.naׁׁЈ׉ETabel 57a: Leesvaardigheden Nederlands opleidingsniveau in groep 1
10
15
20
25
0
5
Ik kan eenvoudige
zinnen in het
Nederlands
begrijpen.
Laag
Middelbaar
Hoog
totaal
18,2
6,4
4
13
Ik kan korte
eenvoudige teksten
in het Nederlands
lezen.
16,2
5,3
4
11,6
Tabel 57b: Leesvaardigheden Nederlands opleidingsniveau in groep 1
10
15
20
25
30
0
5
ke lr de b bsghijijpein dieang v
Middelbaar
Hoog
totaal
anands eecrr v Ik k b gse=eebk lu n eis v all dnr,sl gage ev o in h
Laag
i
e artaan uretetnnseeeaageseon ense e m eeesrane gs i ent =jdid i wtrd k ik b i h bb b h g
19,8
5,3
4
fl aan tn NijndIkl kk i
20,6
5,3
4
13,7
13,7
w nreen gn ereezenerseer anoresarnenngrroeennnee r eeen.nan ss preogr epmn.n
21,1
5,3
4
w and h l
late
N dde ble eteoirdie p. ev
za i e otpij Np gerl=jdde b blij ee
id
24,4
6,4
6
14,4
17
Ik kan specifieke
informa=e in
alledaagse tekst
vinden.
20,3
5,3
4
14
Ik kan korte ,
eenvoudige brieven
in het Nederlands
Papiamentu
begrijpen
17,3
6,3
4
12,5
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
39
׉	 7cassandra://jS4pv23_NVH1Q6Ls4PKXS7smPb9f_I2E4BSvwziuKH8`̵ VTZ7E=Pr׉E0Tabel 58: Schrijfvaardigheden Nederlands opleidingsniveau in groep 1
10
15
20
25
0
5
Ik kan korte,
eenvoudige teksten
in het Nederlands
schrijven.
Laag
Middelbaar
Hoog
totaal
21,1
4,2
4
14,1
Ik kan op formulieren
in het Nederlands
persoonlijke details
invullen.
19,1
5,3
4
13,3
Ik kan korte,
eenvoudige no==es
en boodschappen in
hetNederlands
schrijven.
19,2
5,3
4
13,4
Ik kan een
eenvoudige brief in
het Nederlands
schrijven.
20,7
4,3
4
13,9
Groep 2: Geboren in Nederland
In groep 2 is er een groep deelnemers die geboren zijn in Nederland die aangeeft onvoldoende in staat te
zijn activiteiten uit te voeren die te maken hebben met praktisch gebruik van het Papiamentu. Dat wil
zeggen dat ongeveer 50% van de deelnemers bij één of meerdere activiteiten aangeeft deze niet uit te
kunnen voeren in het Papiamentu. In deze groep zijn er vrijwel geen tekenen voor laaggeletterdheid in het
Nederlands. Gemiddeld geeft 1,5% van de deelnemers in deze groep aan één of meerdere activiteiten niet
in het Nederlands te kunnen uitvoeren.
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
40
׉	 7cassandra://TXpkvndgRO1n5xjqFgePC57p9eSwqu1GnCF8IWktbmEa`̵ VTZ7E=PrƁVTZ7E=PrŁ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://39sgu8RPJRF-mLzVPwc7VIWoPgwGo9Ih7Dbqnmg9g80 z` ׉	 7cassandra://bReMTlgVkwywAl-ZhXKIWGpuswBBxHkN1C0vEkRlDt8A`S׉	 7cassandra://IX79FZzKgXOeS57I_o7De1dfxnlz6TN4kyLVz50ZGLs`̵ ׉	 7cassandra://XizSarkSzH7QbpnUoUrJpM3QGNRFClvYz7JMr2wsTVws	\͠VT\7E=Prט  {u׉׉	 7cassandra://2XCaKtBhZa2zv62YKC7oBubV4b1oZ-C1cWIPm5boJxA |` ׉	 7cassandra://9YLWgQ1eYRyZCOQv0wK8TBRAhn204wvOn0x8L81xxJo1`S׉	 7cassandra://WxvdrlhG-uXz9_5ZfODzucMD1tCxCaliAYIye5k-3q4%`̵ ׉	 7cassandra://GoAohLZ7a0Sh4MT9Pul4egkcqeYietzo3ib8LlbgIYwcP͠VT]7E=Pr׉ETabel 59a: Praktische taalvaardigheden Papiamentu per opleidingsniveau in groep 2
10
20
30
40
50
60
70
80
0
Het lezen
van een
medicijnv
oorschri$
Laag
Middelbaar
Hoog
totaal
61,5
41,5
40,2
42,6
Het
schrijven
van een
sollicita=
ebrief
61,5
67,5
62,1
63,6
Voorleze
n van
kinderen
46,2
42,9
33
37,1
Boeken
lezen
60
59,4
40,3
47,4
Officiële
brieven
lezen
58,3
61
56,8
58,2
Handleidi
ngenleze
n
46,2
35
46,6
43,3
Boekinge
n doen
op
internet
53,8
58,5
54,5
55,6
Tabel 59b: Praktische taalvaardigheden Nederlands per opleidingsniveau in groep 2
100
101
93
94
95
96
97
98
99
Het lezen
van een
medicijnv
oorschri$
Laag
Middelbaar
Hoog
totaal
100
95,7
99
100
Het
schrijven
van een
sollicita=
ebrief
100
97,8
99
98,7
Voorleze
n van
kinderen
100
97,8
96,9
97,8
Boeken
lezen
100
97,9
99
98,7
Officiële
brieven
lezen
100
97,9
97,9
98,1
Handleidi
ngenleze
n
100
97,8
99
98,7
Boekinge
n doen
op
internet
100
97,8
97,9
98,1
Belas=ng
aangi$e
doen
100
95,6
96,9
100
Onder=te
ling lezen
bij
televisiep
rogramm
a's
100
97,8
97,9
98,1
Voor schrijfvaardigheid in het Papiamentu ligt het percentage deelnemers dat aangeeft een activiteit niet
uit te kunnen voeren op 30,7% en bij schrijfvaardigheden op is dit 33,1%. Bij de leesvaardigheden in het
Nederlands ligt het percentage deelnemers dat aangeeft één of meerdere activiteiten niet te kunnen op
4,65% en voor de schrijfvaardigheden op 4,5%.
Belas=ng
aangi$e
doen
46,2
46,3
38,6
41,5
Onder=te
ling lezen
bij
televisiep
rogramm
a's
61,5
61
59
54,3
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
41
׉	 7cassandra://IX79FZzKgXOeS57I_o7De1dfxnlz6TN4kyLVz50ZGLs`̵ VT]7E=Pr׉ETabel 60a: Leesvaardigheden Papiamentu per opleidingsniveau in groep 2
10
15
20
25
30
35
40
45
50
0
5
Ik kan eenvoudige
zinnen in het
Papiamentu
begrijpen.
Laag
Middelbaar
Hoog
totaal
35,7
12,2
5,2
10,1
Ik kan korte
eenvoudige teksten
in het Papiamentu
lezen.
38,5
24,5
9,3
16,4
Ik kan specifieke
informa=e in
alledaagse tekst
vinden.
35,7
24,5
16,7
20,8
Ik kan korte ,
eenvoudige brieven
in het Papiamentu
begrijpen
42,9
36,7
20,8
27,7
Tabel 60b: Leesvaardigheden Papiamentu per opleidingsniveau in groep 2
10
20
30
40
50
60
70
0
Ik kan teksten in het
Papiamentu
begrijpen die bestaan
uit alledaagse of aan
mijn werk
gerelateerde
woorden.
Laag
Middelbaar
Hoog
totaal
35,7
32,7
18,6
24,4
Ik kan de beschrijving
van gebeurtenissen,
gevoelens en wensen
in het Papiamentu in
brieven begrijpen.
57,1
43,8
42,3
44
Ik kan ar=kelen en
verslagen in het
Papiamentu lezen die
betrekking hebben op
eigen=jdse
problemen.
50
48,9
43,3
45,6
Ik kan eigen=jdse
literiare proza in het
Papiamentu
begrijpen.
57,1
56,3
57,7
57,2
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
42
׉	 7cassandra://WxvdrlhG-uXz9_5ZfODzucMD1tCxCaliAYIye5k-3q4%`̵ VT]7E=PŕVT]7E=Pŕ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://KkgSyUc95UScm4YrV1qgca9l2R_g_NFcgih_XGWB0RA ` ׉	 7cassandra://K-hTeRKy3gM2z6OeSzKMr8ZzrnY1vtQk8DEPf5AVmmE/2`S׉	 7cassandra://0SspzCidpJg4uNidGDEajYwm4f9QazLs4unVPIYhv50`̵ ׉	 7cassandra://-6CgYmvw5n9CBFIAEpQnJZVy0yTEIxb5_P_H5JERTCsf!͠VT^7E=Prט  {u׉׉	 7cassandra://s9HwzRKft9fBmfkc1OO98-jGizYq_xbwJR0QFACacN0 ` ׉	 7cassandra://7QRE8QSKRQiS7OctHQl7wHexI09XTbQYPqNWMu0hLg4/`S׉	 7cassandra://RH_fZKgz_G8FUACHzh804hGpa2GqvFbEX6kha8P5juUR`̵ ׉	 7cassandra://tQbnhcQOj9-nu6SSf64iCzjpKF5dCKh2TDQGZWVNGTsc͠VT_7E=Pr׉ETabel 61a: Schrijfvaardigheden Papiamentu per opleidingsniveau in groep 2
10
20
30
40
50
60
70
80
0
Ik kan korte,
eenvoudige teksten
in het Papiamentu
schrijven.
Laag
Middelbaar
Hoog
totaal
50
35,4
30,9
34
Ik kan op formulieren
in het Papiaments
persoonlijke details
invullen.
42,9
22,4
18,6
21,9
Tabel 62a: Leesvaardigheden Nederlands opleidingsniveau in groep 2
100
102
90
92
94
96
98
Ik kan eenvoudige
zinnen in het
Nederlands
begrijpen.
Laag
Middelbaar
Hoog
totaal
100
93,5
94,4
94,9
Ik kan korte
eenvoudige teksten
in het Nederlands
lezen.
100
93,5
95,9
95,5
Ik kan specifieke
informa=e in
alledaagse tekst
vinden.
100
93,5
94,5
94,9
Ik kan korte ,
eenvoudige brieven
in het Nederlands
begrijpen
100
93,5
95,9
95,5
Ik kan korte,
eenvoudige no==es
en boodschappen in
het Papiaments
schrijven.
57,1
36,7
30,9
35
Ik kan een
eenvoudige brief in
het Papiaments
schrijven.
71,4
41,7
37,1
41,5
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
43
׉	 7cassandra://0SspzCidpJg4uNidGDEajYwm4f9QazLs4unVPIYhv50`̵ VT_7E=Pr׉E(Tabel 62b: Leesvaardigheden Nederlands opleidingsniveau in groep 2
100
102
90
92
94
96
98
Ik kan teksten in
het Nederlands
begrijpen die
bestaan uit
alledaagse of aan
mijn werk
gerelateerde
woorden.
Laag
Middelbaar
Hoog
totaal
100
93,5
95,9
95,5
Ik kan de
beschrijving van
gebeurtenissen,
gevoelens en
wensen in het
Nederlands in
brieven
begrijpen.
100
93,5
94,8
94,9
Ik kan ar=kelen
en verslagen in
het Nederlands
lezen die
betrekking
hebben op
eigen=jdse
problemen.
100
93,5
95,9
95,5
Tabel 63:Schrijfvaardigheden Nederlands opleidingsniveau in groep 2
100
102
90
92
94
96
98
Ik kan korte,
eenvoudige teksten
in het Nederlands
schrijven.
Laag
Middelbaar
Hoog
totaal
100
93,5
95,9
95,5
Ik kan op formulieren
in het Nederlands
persoonlijke details
invullen.
100
93,5
95,9
Ik kan korte,
eenvoudige no==es
en boodschappen in
hetNederlands
schrijven.
100
93,9
95,9
95,5
Ik kan een
eenvoudige brief in
het Nederlands
schrijven.
100
93,5
95,9
95,5
Ik kan eigen=jdse
literiare proza in
het Nederlands
begrijpen.
100
93,5
95,9
95,9
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
44
׉	 7cassandra://RH_fZKgz_G8FUACHzh804hGpa2GqvFbEX6kha8P5juUR`̵ VT_7E=PrӁVT_7E=Prҁ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://bHccj7rTRFCfMixUsJAaP20G-0LAeNPqMvt_IPE6zO0 +` ׉	 7cassandra://oWnHYQ4RpTPOy9PR3yBzKuMYRTheV4fMaw62THebxDo3`S׉	 7cassandra://xjHZKWp-iaHpUe-tzEc0_h_5HprF3c3JVyNq0PnBno0v`̵ ׉	 7cassandra://U1K_XFCdU6Hlaf8cKDrYyFGSgTigMK2-MCd4rHSoHGEu͠VT_7E=Prט  {u׉׉	 7cassandra://la2y_5TGZZRKdbQbGFavZOV_rgA2g90sH_LOcowwC5M ` ׉	 7cassandra://mDXykwT9jmWyc_tkxmnD7Fauy7bRqB2oTRnuQ83ze-g;`S׉	 7cassandra://iO3L-MK2sSAYu-IG0MYLc4RTrGJwEF4XTtbO4vekk9Q`̵ ׉	 7cassandra://KRkk0_l19rnGBSYZPMvAA605gRFeCn8WVmtQC3XcmH0to`͠VTc7E=Pr׉EGroep 3: Geboren op een ander eiland in de Antillen (inclusief Aruba)
In deze groep zijn er relatief weinig tekenen van laaggeletterdheid in het Papiamentu met betrekking tot
de negen activiteiten. Gemiddeld 7,5% van de deelnemers geeft bij één of meer activiteiten aan deze niet
in het Papiamentu te kunnen uitvoeren. Een uitschieter naar boven het is het schrijven van
sollicitatiebrieven. Hierbij geeft 13,7% aan dit niet in het Papiamentu te kunnen. Hetzelfde geldt voor het
doen van boekingen op internet, 14,3% geeft aan dit niet in het Papiamentu te kunnen. Bij het doen van
belastingaangiftes geeft 27,2% aan dit niet te kunnen in het Papiamentu. Deze vraag is niet meegenomen in
het gemiddelde. In deze groep ligt het gemiddelde percentage van deelnemers met tekenen van
laaggeletterdheid in Nederlands op gemiddeld 10,6%. Voor de deelnemers met een laag opleidingsniveau is
dit gemiddeld 19,4%.
Tabel 64a: Praktische taalvaardigheden Papiamentu per opleidingsniveau in groep 3
10
15
20
25
30
35
40
0
5
Het lezen
van een
medicijnv
oorschri$
Laag
Middelbaar
Hoog
totaal
9,9
9,1
0
7,1
Het
schrijven
van een
sollicita=
ebrief
14,5
13
13,2
13,7
Voorleze
n van
kinderen
8,1
6,5
0
3,2
Boeken
lezen
0
16,7
0
3,2
Officiële
brieven
lezen
5,4
7,9
1,5
5,1
Handleidi
ngenleze
n
5,5
7,8
1,5
5,1
Boekinge
n doen
op
internet
21,1
16
1,5
14,3
Belas=ng
aangi$e
doen
35,5
31,6
9
27,2
Onder=te
ling lezen
bij
televisiep
rogramm
a's
13
7,8
30
8,7
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
45
׉	 7cassandra://xjHZKWp-iaHpUe-tzEc0_h_5HprF3c3JVyNq0PnBno0v`̵ VTc7E=Pr׉EUTabel 64b: Praktische taalvaardigheden Nederlands per opleidingsniveau in groep 3
100
120
20
40
60
80
0
Het lezen
van een
medicijnv
oorschri$
Laag
Middelbaar
Hoog
totaal
70,4
87,7
97
82,7
Het
schrijven
van een
sollicita=
ebrief
66,7
89
98,5
81,9
Voorleze
n van
kinderen
80,6
94,5
98,5
89,5
Boeken
lezen
81,5
95,9
100
90,7
Officiële
brieven
lezen
75,9
91,8
97
86,2
Handleidi
ngenleze
n
72,2
93,2
100
85,9
Boekinge
n doen
op
internet
59,4
90,4
100
79,6
Belas=ng
aangi$e
doen
42,1
66,7
87,9
61,6
Onder=te
ling lezen
bij
televisiep
rogramm
a's
75
93,1
98,5
86,6
Voor leesvaardigheden in het Papiamentu . geeft 4,6% van de deelnemers aan de activiteit niet uit te
kunnen voeren en bij schrijfvaardigheden ligt dit op 4,17%. Bij de leesvaardigheden in het Nederlands ligt
het gemiddelde percentage van deelnemers dat aangeeft één of meerdere activiteiten niet te kunnen op
10,8% en bij de schrijfvaardigheden op 10,0%.
Tabel 65a: Leesvaardigheden Papiamentu per opleidingsniveau in groep 3
0
1
2
3
4
5
6
7
8
Ik kan eenvoudige
zinnen in het
Papiamentu
begrijpen.
Laag
Middelbaar
Hoog
totaal
7,3
2,6
2,9
4,7
Ik kan korte
eenvoudige teksten in
het Papiamentu lezen.
4,5
2,6
2,9
3,5
Ik kan specifieke
informa=e in
alledaagse tekst
vinden.
7,4
2,6
4,4
5,2
Ik kan korte ,
eenvoudige brieven in
het Papiamentu
begrijpen
6,4
1,3
2,9
3,9
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
46
׉	 7cassandra://iO3L-MK2sSAYu-IG0MYLc4RTrGJwEF4XTtbO4vekk9Q`̵ VTc7E=Pr܁VTc7E=Prہ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://5zPoOAbnmPiJKBgex6AdRqpyVO1uEZ3mcxyyjHun1wQ 3` ׉	 7cassandra://CRpoI8rZ81HUKTNNsE9UIOUhjBZRCVXvCubwYXQW3DA1P`S׉	 7cassandra://0vVGoZxyDYWByH_SwrraTzk5wGYvV1_MrtEuZuvl7Rg`̵ ׉	 7cassandra://LjCV_4Kyxubgun50MN-n67P8fpVOgLnsrSeE6IRZf4gc͠VTe7E=Prט  {u׉׉	 7cassandra://Qd9Pk29HWaW49uSWApRnYqrIqqMXfDPhouUGOcF8am0 K` ׉	 7cassandra://Iw3p8BEqRxs2AgnqqqTTnNWjI5KxvwoxEenwsWNBTCA0`S׉	 7cassandra://qPZx4s3G0ou2VAcQiGPFOkkLjKmdrKNqLO5SSTxY27Y`̵ ׉	 7cassandra://yTkERh3a29GOXElK89OFf-z5FcyAXJvYy4NlHphPCYcbS͠VTf7E=Pr׉ETabel 65b: Leesvaardigheden Papiamentu per opleidingsniveau in groep 3
10
12
0
2
4
6
8
Ik kan teksten in het
Papiamentu
begrijpen die bestaan
uit alledaagse of aan
mijn werk
gerelateerde
woorden.
Laag
Middelbaar
Hoog
totaal
6,6
1,3
2,9
4
Ik kan de beschrijving
van gebeurtenissen,
gevoelens en wensen
in het Papiamentu in
brieven begrijpen.
8,3
1,3
3
4,8
Ik kan ar=kelen en
verslagen in het
Papiamentu lezen die
betrekking hebben op
eigen=jdse
problemen.
10,3
1,3
2,9
5,6
Tabel 66: Schrijfvaardigheden Papiamentu per opleidingsniveau in groep 3
0
1
2
3
4
5
6
7
Ik kan korte,
eenvoudige teksten in
het Papiamentu
schrijven.
Laag
Middelbaar
Hoog
totaal
5,6
2,6
2,9
4
Ik kan op formulieren
in het Papiaments
persoonlijke details
invullen.
6,5
2,6
3
4,4
Ik kan korte,
eenvoudige no==es
en boodschappen in
het Papiaments
schrijven.
6,5
1,3
2,9
4
Ik kan een eenvoudige
brief in het
Papiaments schrijven.
6,5
2,6
2,9
4,3
Ik kan eigen=jdse
literiare proza in het
Papiamentu
begrijpen.
7,4
3,9
2,9
5,2
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
47
׉	 7cassandra://0vVGoZxyDYWByH_SwrraTzk5wGYvV1_MrtEuZuvl7Rg`̵ VTf7E=Pr׉ETabel 67a: Leesvaardigheden Nederlands per opleidingsniveau in groep 3
10
12
14
16
18
20
0
2
4
6
8
Ik kan eenvoudige
zinnen in het
Nederlands
begrijpen.
Laag
Middelbaar
Hoog
totaal
17,4
9,5
4,5
11,6
Ik kan korte
eenvoudige teksten
in het Nederlands
lezen.
13,8
8,1
4,5
9,6
Ik kan specifieke
informa=e in
alledaagse tekst
vinden.
17,6
5,4
3
10,1
Tabel 67b: Leesvaardigheden Nederlands per opleidingsniveau in groep 3
10
15
20
25
0
5
Ik kan teksten in het
Nederlands begrijpen
die bestaan uit
alledaagse of aan
mijn werk
gerelateerde
woorden.
Laag
Middelbaar
Hoog
totaal
15,7
6,8
4,5
10
Ik kan de beschrijving
van gebeurtenissen,
gevoelens en wensen
in het Nederlands in
brieven begrijpen.
20,2
5,4
4,5
11,6
Ik kan ar=kelen en
verslagen in het
Nederlands lezen die
betrekking hebben op
eigen=jdse
problemen.
19,4
5,4
4,5
11,2
Ik kan eigen=jdse
literiare proza in het
Nederlands
begrijpen.
21,7
6,8
4,5
12,6
Ik kan korte ,
eenvoudige brieven
in het Nederlands
begrijpen
16,5
5,4
4,5
10
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
48
׉	 7cassandra://qPZx4s3G0ou2VAcQiGPFOkkLjKmdrKNqLO5SSTxY27Y`̵ VTf7E=PrVTf7E=Pr{בCט   {u׉׉	 7cassandra://ZfR38h0rSwns5HQDwTEjHwUbaSjRV7IlAnej5aHt8aQ #` ׉	 7cassandra://U-K_jebTGtwt3-NJm9ZyNNJy3eVOIhd-LxWjxCwjm3c,`S׉	 7cassandra://aTrpZDIeX5TH9bQEBISlrqMVHwh2e_U0R3_3qAD2GOQ`̵ ׉	 7cassandra://pYrcSuRKfleHAR5yoPFfJU_G1uQQFd1B0YyXUwhP584l͠VTh7E=Prט  {u׉׉	 7cassandra://VaTo-EaAVtgnomSgfZbRayai_Yf2Yr0LASPEnOc70Dk we` ׉	 7cassandra://5KKsKP0fQ6WapBsFPylF-LpmFlv6Fq1cQveSgfYJ3gM6|`S׉	 7cassandra://AZqp8HdCVQYFngCPtBEjK0wLOQuCf6oArskbBDmjk78`̵ ׉	 7cassandra://djvWgLRv73KsUy41ve51bUMuJgVK2uw4bByeTOlBCpQj	͠VTi7E=Pr׉E$Tabel 68: Schrijfvaardigheden Nederlands per opleidingsniveau in groep 3
10
12
14
16
18
20
0
2
4
6
8
Ik kan korte,
eenvoudige teksten
in het Nederlands
schrijven.
Laag
Middelbaar
Hoog
totaal
15,6
6,8
3
9,6
Ik kan op formulieren
in het Nederlands
persoonlijke details
invullen.
17,6
5,4
4,5
10,4
Ik kan korte,
eenvoudige no==es
en boodschappen in
hetNederlands
schrijven.
16,7
5,4
3
9,7
Ik kan een
eenvoudige brief in
het Nederlands
schrijven.
17,4
5,4
4,5
10,4
Groep 4: Geboren in Midden- of Zuid-Amerika.
In deze groep wordt gemiddeld door 28,7% van de deelnemers aangegeven dat ze een activiteit niet in het
Papiamentu uit kunnen voeren. Dit relatief hoge percentage wordt veroorzaakt door de deelnemers met
een laag opleidingsniveau. In deze groep kan 36,1%.van de deelnemers een activiteit niet in het
Papiamentu . uitvoeren .. De taalbeheersing in deze groep in het Nederlands is nog lager dan de
taalbeheersing in het Papiamentu. Gemiddeld 49,5% geeft aan een activiteit niet in het Nederlands te
kunnen uitvoeren.
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
49
׉	 7cassandra://aTrpZDIeX5TH9bQEBISlrqMVHwh2e_U0R3_3qAD2GOQ`̵ VTi7E=Pr׉ETabel 69a: Praktische taalvaardigheden Papiamentu per opleidingsniveau in groep 4
100
10
20
30
40
50
60
70
80
90
0
Het lezen
van een
medicijnv
oorschri$
Laag
Middelbaar
Hoog
totaal
26,1
5,3
15,8
19
Het
schrijven
van een
sollicita=
ebrief
47,8
25,6
36,1
40
Voorleze
n van
kinderen
23,9
13,2
18,9
20,4
Boeken
lezen
50
0
42,9
28,6
Officiële
brieven
lezen
22,9
10,3
18,4
19,1
Handleidi
ngenleze
n
28
89,7
18,9
21,9
Boekinge
n doen
op
internet
26,1
86,8
18,9
21
Belas=ng
aangi$e
doen
41,9
67,6
27
34,7
Onder=te
ling lezen
bij
televisiep
rogramm
a's
58,5
44,7
44,4
54,2
Tabel 69b:Praktische taalvaardigheden Nederlands per opleidingsniveau in groep 4
10
20
30
40
50
60
70
80
0
Het lezen
van een
medicijnv
oorschri$
Laag
Middelbaar
Hoog
totaal
71
42,5
38,5
57
Het
schrijven
van een
sollicita=
ebrief
69,6
44,7
51,4
59,9
Voorleze
n van
kinderen
66,3
42,1
45,9
56,3
Boeken
lezen
66,3
36,8
50
56
Officiële
brieven
lezen
70,7
41
51,4
59,5
Handleidi
ngenleze
n
70,7
38,5
47,4
58
Boekinge
n doen
op
internet
68,5
48,6
42,1
58,1
Belas=ng
aangi$e
doen
73,3
55,3
47,4
63,3
Onder=te
ling lezen
bij
televisiep
rogramm
a's
67,4
38,5
44,7
55,6
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
50
׉	 7cassandra://AZqp8HdCVQYFngCPtBEjK0wLOQuCf6oArskbBDmjk78`̵ VTi7E=PrVTi7E=Pr{בCט   {u׉׉	 7cassandra://y9ui98Mj7lxVfRB3jLwJjlfp-54gnWuEHy13S1T67oc ` ׉	 7cassandra://PSYTioIJ1frkYASc-B_PJSXggMSIV5X5_QU2jXxjT_M)`S׉	 7cassandra://PVuIoWFieQRfRsYnSd8Cu1fhc4To0XVZJw35FL-Dz-IY`̵ ׉	 7cassandra://OQrhDOA-zFs7ywJymjvMgjyJEPLxyR11X7zes2k_4FUb͠VTi7E=Prט  {u׉׉	 7cassandra://5cRYwmqaeLZfLZz7Cr9u8cVtGlJpNGTF_Uht67NG1QA ` ׉	 7cassandra://E6j1ZoyjS4DXPUp4UrMfJ7fgf3x0ifL2-CeNo4Fu-VQ1`S׉	 7cassandra://ME2oDyL0hNJSZjPkCMurwGYKaeM2YgOfbaOga9BolSM5`̵ ׉	 7cassandra://05xiNUliCkVDgp_aliMc-MqcLYe4CGjOcWeYZ0v3OXEdRx͠VTk7E=Pr׉EAls gekeken wordt naar de can-do-statements voor leesvaardigheden in het Papiamentu. In groep 4 dan zien
we dat leesvaardigheden c in het Papiamentu 11,1% van de deelnemers aangeeft een activiteit niet uit te
kunnen voeren en bij schrijfvaardigheden ligt dit op 16,1%. Bij de leesvaardigheden in het Nederlands ligt
het gemiddelde percentage van deelnemers dat aangeeft één of meerdere activiteiten niet uit te kunnen
voeren weer hoog, namelijk op 41,2% en bij de schrijfvaardigheden op 40,9%.
Tabel 70a: Leesvaardigheden Papiamentu per opleidingsniveau in groep 4
10
12
14
16
0
2
4
6
8
Ik kan eenvoudige
zinnen in het
Papiamentu
begrijpen.
Laag
Middelbaar
Hoog
totaal
12,8
7,7
5,1
9,9
Ik kan korte
eenvoudige teksten
in het Papiamentu
lezen.
12,8
5,1
2,6
8,7
Ik kan specifieke
informa=e in
alledaagse tekst
vinden.
12,8
7,7
5,1
9,9
Ik kan korte ,
eenvoudige brieven
in het Papiamentu
begrijpen
13,7
2,6
5,1
9,2
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
51
׉	 7cassandra://PVuIoWFieQRfRsYnSd8Cu1fhc4To0XVZJw35FL-Dz-IY`̵ VTk7E=Pr׉E'Tabel 70b: Leesvaardigheden Papiamentu per opleidingsniveau in groep 4
10
15
20
25
0
5
Ik kan teksten in het
Papiamentu
begrijpen die bestaan
uit alledaagse of aan
mijn werk
gerelateerde
woorden.
Laag
Middelbaar
Hoog
totaal
12,9
5
7,9
9,9
Ik kan de beschrijving
van gebeurtenissen,
gevoelens en wensen
in het Papiamentu in
brieven begrijpen.
16,3
7,7
10,5
13
Ik kan ar=kelen en
verslagen in het
Papiamentu lezen die
betrekking hebben op
eigen=jdse
problemen.
15,4
7,7
10,5
12,5
Tabel 71: Schrijfvaardigheden Papiamentu per opleidingsniveau in groep 4
10
15
20
25
0
5
Ik kan korte,
eenvoudige teksten
in het Papiamentu
schrijven.
Laag
Middelbaar
Hoog
totaal
23,4
10,5
10,5
17,6
Ik kan op formulieren
in het Papiaments
persoonlijke details
invullen.
18,1
10,3
5,3
13,5
Ik kan korte,
eenvoudige no==es
en boodschappen in
het Papiaments
schrijven.
18,1
10,3
10,5
14,6
Ik kan een
eenvoudige brief in
het Papiaments
schrijven.
22,3
12,8
15,8
18,7
Ik kan eigen=jdse
literiare proza in het
Papiamentu
begrijpen.
19,8
10,5
10,8
15,7
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
52
׉	 7cassandra://ME2oDyL0hNJSZjPkCMurwGYKaeM2YgOfbaOga9BolSM5`̵ VTk7E=PrVTk7E=Pr{בCט   {u׉׉	 7cassandra://GMwFE8meuZLxS3vpFSYSk2s5_Jb6bPmAAX-dx4XoesA C` ׉	 7cassandra://DfLKrLSIJvAV5pXT8_AsQGsmPo9mTUC2q1527Sz4YTo0`S׉	 7cassandra://8a5ItGs_m_o1xYa_Q1aS2f0MPqOY12iHBFRAV5z_UrA`̵ ׉	 7cassandra://SlJlPqFYBsQpPsBm7yOuk6U0vUCFQ254V0dHNm0pZswcJ͠VTl7E=Prט  {u׉׉	 7cassandra://vZers1Tzth2-XEOFFmNTK5E4ohxngHywy1Sdt7ZtZz0 ` ׉	 7cassandra://pS22Whim4x_zqMIreYj9VxTWLQr3jOhVuu_KERZRJEk`S׉	 7cassandra://zFwBCyHfE25HxqXo0yejdq37r0ZxJuoM3ZbaTQ8m_SM`̵ ׉	 7cassandra://QIs62u0eFlhqg7V8wHBl5vxcwEySnAzKd5nLRVB6A4cV͠VTl7E=Pr׉ETabel 72a: Leesvaardigheden Nederlands per opleidingsniveau in groep 4
10
20
30
40
50
60
0
Ik kan eenvoudige
zinnen in het
Nederlands
begrijpen.
Laag
Middelbaar
Hoog
totaal
49,5
23,7
15,4
36,2
Ik kan korte
eenvoudige teksten
in het Nederlands
lezen.
51,1
24,3
21,1
38,3
Ik kan specifieke
informa=e in
alledaagse tekst
vinden.
51,6
26,3
27
40,5
Tabel 72b: Leesvaardigheden Nederlands per opleidingsniveau in groep 4
10
20
30
40
50
60
0
Ik kan teksten in
het Nederlands
begrijpen die
bestaan uit
alledaagse of aan
mijn werk
gerelateerde
woorden.
Laag
Middelbaar
Hoog
totaal
51,1
24,3
28,9
40
Ik kan de
beschrijving van
gebeurtenissen,
gevoelens en
wensen in het
Nederlands in
brieven begrijpen.
52,7
31,6
36,8
44,3
Ik kan ar=kelen en
verslagen in het
Nederlands lezen
die betrekking
hebben op
eigen=jdse
problemen.
50,5
28,9
37,8
42,8
Ik kan eigen=jdse
literiare proza in
het Nederlands
begrijpen.
52,7
34,2
44,7
46,7
Ik kan korte ,
eenvoudige brieven
in het Nederlands
Papiamentu
begrijpen
52,7
26,3
26,3
40,7
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
53
׉	 7cassandra://8a5ItGs_m_o1xYa_Q1aS2f0MPqOY12iHBFRAV5z_UrA`̵ VTl7E=Pr׉ETabel 73: Leesvaardigheden Nederlands per opleidingsniveau in groep 4
10
20
30
40
50
60
0
Ik kan korte,
eenvoudige teksten
in het Nederlands
schrijven.
Laag
Middelbaar
Hoog
totaal
50,5
23,7
34,2
40,8
Ik kan op formulieren
in het Nederlands
persoonlijke details
invullen.
49,5
26,3
23,7
38,5
Ik kan korte,
eenvoudige no==es
en boodschappen in
hetNederlands
schrijven.
48,9
28,9
32,4
40,7
Ik kan een
eenvoudige brief in
het Nederlands
schrijven.
52,2
29,7
36,8
43,6
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
54
׉	 7cassandra://zFwBCyHfE25HxqXo0yejdq37r0ZxJuoM3ZbaTQ8m_SM`̵ VTl7E=PrVTl7E=Pr{בCט   {u׉׉	 7cassandra://HjkdK_zw9_vRBk7Q5BxQj3ptjsTTc5kSfBoOlfMrQ6g ` ׉	 7cassandra://WsaSDZJI5baNOIBZnBGt98Zw6TQq_0Ba-Paae6lHihAXi` S׉	 7cassandra://uSNFXZ1uH58-pH3xdLglsOUQqk1Zg7KyAQM2MHVqn5AM`̵ ׉	 7cassandra://eOx_MhRD68iraFNhjnbTsS935nP5KgOfc0W5dXtr_8I\͠VTn7E=Prט  {u׉׉	 7cassandra://VcFA_TukKJ1dTh72BRpvcadQQ5usKeeh6g01v3s3H0k q` ׉	 7cassandra://DzrV8UBnF6EHCU6ZhkumilBHgWWca0-T4I_SbXBjC3AS6` S׉	 7cassandra://8fhIJZJ8gmtWGtjpCHAI8jSpCDCVT96vF54lzWdreOM`̵ ׉	 7cassandra://2iim48JlGlNxqJ3_9wi-YPzxV4iWfk04hWs57-HoUwgE(͠VTo7E=Pr׉E3 Gegevens onderwijs Bonaire
Laaggeletterdheid hangt sterk samen met het behaalde onderwijsniveau1. Daarom zijn als onderdeel van de
nulmeting “het vaststellen van de geletterdheid op Bonaire” gegevens (toetsen en examenresultaten) van
2015 van de basisscholen, Scholengemeenschap Bonaire en FORMA, volwasseneducatie gevraagd.
Sinds 2010 wordt in het funderend onderwijs met zogenaamde referentieniveaus (beheersingsdoelen)
gewerkt. De fundamentele referentieniveaus (1F tot en met 4F) richten zich op basale kennis en inzichten
van taal en rekenen. Referentieniveau 2F is het zogenaamde 'burgerschapsniveau'. Dit is het niveau dat
iedere burger moet beheersen om op het gebied van taal en rekenen goed maatschappelijk te kunnen
participeren in de hedendaagse samenleving. Uitgangspunt is dus dat alle inwoners van Europees en
Caribisch Nederland een maatschappelijk niveau halen op niveau 2F. Dit niveau is vergelijkbaar met VMBOBB.
Tabel
74: Verantwoording gegevensverzameling en verwerking
Overzicht gebruikte gegevens
a
Cito Drie Minuten Toets Nederlands
b Cito Begrijpend lezen Nederlands
c
Cito Rekenen Caribisch Nederland
d Centraal examen Nederlands
Centraal examen Papiamentu
e Rekentoets 2F Nederlands. VMBO
Rekentoets 3F Nederlands HAVO/VWO
f
g
h
Cito vaardigheidsscores Volgsysteem Rekenen
toets 0 t/m 3
Cito Vaardigheidsscores begrijpend lezen
Nederlands (Volgsysteem taal)
Cito Vaardigheidsscores woordenschat
Nederlands (Volgsysteem taal)
i
Certificaten alfabetisering 2014
Certificaten alfabetisering 2015
j
Taalniveautest Nederlands
1 Buisman & Houtkoop, 2014
Type onderwijs
6 basisscholen
4 basisscholen
6 basisscholen
Voortgezet onderwijs
Voortgezet onderwijs
Voortgezet onderwijs
Voortgezet onderwijs
Voortgezet onderwijs
FORMA
Aantal getoetste
leerlingen
Groepen 4 t/m 7
Groepen 4 t/m 8
Groepen 3 t/m 8
164 leerlingen
163 leerlingen
24 leerlingen
52 leerlingen
559 leerlingen
879 leerlingen
866 leerlingen
50 cursisten
56 cursisten
FORMA
Geen aantallen
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
55
׉	 7cassandra://uSNFXZ1uH58-pH3xdLglsOUQqk1Zg7KyAQM2MHVqn5AM`̵ VT-7E=Pr ׉E	mbeschikbaar
De gegevens zijn soms op hoofdlijnen en soms gedetailleerder geanalyseerd. Voor analyse op hoofdlijnen is
gekozen om verbanden tussen verschillende toetsen te kunnen leggen, om daarmee een zo duidelijk
mogelijk beeld van geletterdheid te verkrijgen. De gegevens zijn niet door elke instantie volledig
aangeleverd, daardoor zijn niet alle gegevens bruikbaar. Voor analyse op detailniveau is gekozen om inzicht
te krijgen in de resultaten van enkele deelvaardigheden taal. De toetsen zijn –waar mogelijk- vergeleken
met de landelijke gemiddelde vaardigheidsscores of cijfers in Nederland. Deze vaardigheidsscores hebben
een relatie met de referentieniveaus.
De notitie ‘Gegevens onderwijs Bonaire’
is als volgt opgebouwd: eerst worden de gegevens van het
basisonderwijs2 besproken, daarna van scholengemeenschap Bonaire en tot slot van FORMA, de
volwasseneducatie. Van elke toets is een korte analyse opgesteld en aan het einde van deze notitie is een
samenvattende conclusie opgenomen. Waar dat de leesbaarheid ten goede komt, is aanvullende informatie
gegeven. Aanbevelingen van dit deel zijn samengevoegd met de aanbevelingen van het eerste deel.
3.1 Verzuimgegevens
In het schooljaar 2014-2015 hebben op Bonaire 1.727 leerlingen de basisscholen en 1.761 leerlingen
scholengemeenschap Bonaire bezocht (teldatum 1 oktober 2014, RCN). Het verzuimpercentage van
leerlingen die dat schooljaar zonder toestemming afwezig waren is ongeveer 0,5% . Cijfers van langdurig
verzuim zijn vooralsnog bij leerplicht niet bekend.
3.3 Basisonderwijs
De volgende toetsen zijn verwerkt:
-
-
-
Cito Drie Minuten Toets Nederlands (lezen van zoveel mogelijk woorden Nederlands binnen een
bepaalde tijd);
Cito Begrijpend lezen Nederlands (teksten lezen en daarover vragen beantwoorden en tevens
woordenschat);
Cito rekenen Caribisch Nederlands (kale sommen en verhaaltjessommen).
Het totaal aantal leerlingen dat per groep aan de toets heeft meegedaan is niet door iedere school
aangegeven, waardoor de aantallen leerlingen niet in de tabel zijn vermeld. Ook heeft niet elke school de
gegevens voor groep 8 aangeleverd. Er is geen gegevens Papiamentu opgenomen, omdat er geen
genormeerde toets Papiamentu voor het basisonderwijs bestaat.
2
De SBO school is hierin niet meegenomen, omdat deze leerlingen op niveau worden getoetst. De landelijke normen
sluiten daarbij niet aan.
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
56
׉	 7cassandra://8fhIJZJ8gmtWGtjpCHAI8jSpCDCVT96vF54lzWdreOM`̵ VTo7E=PrVT-7E=Pr {בCט   {u׉׉	 7cassandra://w6QPOuzgzZp30Kjynh-Q9KbSjpg6pYheQm3OoJVgI1I !` ׉	 7cassandra://_rmOlCMMGoM-jT9PENx85G2Dk8YIF5kxS552FjN05T8.`S׉	 7cassandra://XIqHSrF2ElpGwL8ujQLiJXRiEXQ0CpLEZwjka39mESMk`̵ ׉	 7cassandra://257db0ggR1dPS3xQJJ35Fj_bonIKRnEl84xBO8GdDHYd,͠VTo7E=Psט  {u׉׉	 7cassandra://e7-iEtW8cMMjH41eLJonvhwq4iSfzBXlHxiNJ8b2srM ` ׉	 7cassandra://4heaBhC8z7jgWMsQQ1qLzTTNAPe-3kvg02aJw27r3mQ,`S׉	 7cassandra://kSBT26RDS-HADznitKVwTYNINhTC0kVA1YGs2BihjYk`̵ ׉	 7cassandra://OgAbq-9r_N_E5n-TpHONwP0muisP7oFNuqxjMQsoXSUb͠VTq7E=Ps׉E3.3.1 Gegevens Cito DMT woorden Nederlands
Tabel 75 Gegevens Cito DMT woorden Nederlands
100
10
20
30
40
50
60
70
80
90
0
gem vaardigheidsscore
landelijke norm
groep 4
35,9
56
groep 5
43,7
71
groep 6
61,4
86
groep 7
67,7
93
Analyse
Het lezen van losse woorden zonder context is een technische vaardigheid waarmee leerlingen laten zien
dat ze letters en woorddelen op de juiste manier kunnen verklanken. Uit onderzoek3 is bekend dat 95% van
de leerlingen woorden correct en vlot in een bepaald tempo hardop kunnen uitspreken. Als een leerling
deze vaardigheid beheerst, kan hij zich volledig richten op het begrijpen van de tekst.
Bij deze toets is de vaardigheidsscore van de leerlingen gemeten. Per groep is de gemiddelde
vaardigheidsscore van alle scholen samen op Bonaire weergegeven. Tevens is de landelijke norm van de
vaardigheidsscore vermeld.
De inspectie van het onderwijs stelt alleen voor de groepen 4 en 5 een landelijke norm. Voor de overige
groepen is de landelijke norm die Cito (landelijk toets instituut) stelt aangehouden. De landelijke norm
wordt gemiddeld door geen enkele groep behaald. Er zijn wel verschillen per school. Enkele groepen
behalen de norm grotendeels.
3 Vernooij, 2006.
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
57
׉	 7cassandra://XIqHSrF2ElpGwL8ujQLiJXRiEXQ0CpLEZwjka39mESMk`̵ VTq7E=Ps׉E3.3.2 Gegevens toets Cito begrijpend lezen Nederlands
Tabel 76: Gegevens toets Cito begrijpend lezen Nederlands
100
120
20
40
60
80
-40
-20
0
gemiddelde vaardigheidsscore
scholen
landelijke norm
groep 4 groep 5
-19,6
-2
56
71
groep 6
7,6
87
groep 7
15,1
95
groep 8
17,6
97
Analyse
Begrijpend lezen is een denkvaardigheid. Als leerlingen teksten correct en ook vlot en vloeiend (met
intonatie) kunnen lezen, laten ze horen dat ze de tekst ook begrijpen en ruim 90% van de woorden
begrijpen4. Een grote woordenschat is dan ook nauw verbonden met het begrijpen van gelezen teksten. Om
dat te kunnen meten wordt de toets begrijpend lezen afgenomen. Bij deze toets is de vaardigheidsscore
van de leerlingen gemeten. Uit de gegevens blijkt dat op alle scholen het lezen van Nederlandse teksten
met begrip zeer lastig is. Naarmate leerlingen ouder worden, stijgen de resultaten, maar de afstand tot de
landelijke norm blijft groot. Leerlingen worden wel vaardiger in het lezen en hun woordenschat wordt
eveneens groter, echter de teksten van de toetsen worden langer en er staan meer moeilijke woorden in,
waardoor de achterstand op de landelijke norm niet wordt ingehaald.
4 Frey & Fischer, 2009
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
58
׉	 7cassandra://kSBT26RDS-HADznitKVwTYNINhTC0kVA1YGs2BihjYk`̵ VTq7E=PsVTq7E=Ps{בCט   {u׉׉	 7cassandra://20J7fcqb8hD8lIlmNwoOxOAMLPTXx7H9GOqHPqiougM ` ׉	 7cassandra://xVZbvEMMLxan4o92CBvnq9ENIgsWDWhSl8_pJTHn9PoHl`S׉	 7cassandra://3Wod2cOErFPulRdvQujvCS1-5NTDcdz2IIeh5ocGWe4K`̵ ׉	 7cassandra://4_aEHqJh8SpDz5sjafU6QbUP-M-8metLq_LqQ4cCQcgl͠VTq7E=Psט  {u׉׉	 7cassandra://bblbJOoaSSRmaWteZ3GxP4bgLjBfsDKG7isJELraQ-Y !` ׉	 7cassandra://oNnn_084HkdaujgfdAWre6ZKlR-qMBWOJGEdNz8b3HEN>`S׉	 7cassandra://RhV5DDF4x7n-BDpVwTMUEccOm0MGIXq0nRP021ZKQCA`̵ ׉	 7cassandra://q1u6IlJCvesDnCjxwKmxv5z1iDU2xv_zisSx-jaPVscu|͠VTs7E=Ps	׉E3.3.3 Gegevens toets Cito rekenen Caribisch Nederland
Tabel 77: Gegevens toets Cito rekenen Caribisch Nederland
100
120
20
40
60
80
0
gemiddelde schoolgegevens
landelijk gemiddelde
groep 3
39,3
43
groep 4
41,4
61
groep 5
54,5
78
groep 6
76
89
groep 7
87,4
99
Analyse
Deze toets meet de rekenvaardigheden. Als eerste bevat de toets het oplossen van kale sommen door
optellen, aftrekken, delen en vermenigvuldigen van hele getallen en breuken. Ten tweede bevat deze toets
contextsommen (sommen verpakt in een verhaaltje). De leerlingen moeten eerst de som uit het verhaaltje
halen en daarna rekenkundig gaan oplossen. In de afgelopen jaren is volop in het rekenen geïnvesteerd en
dat is terug te zien in deze resultaten. De landelijke normen worden door de scholen samen nog niet
behaald, maar op individuele scholen in een enkele groep wel. Dat betekent dat er groepen zijn waar de
score nog lang niet wordt behaald.
Leerlingen die de taal niet goed beheersen hebben veel moeite om de som uit het verhaaltje te halen. De
cijfers van technisch lezen en begrijpend lezen laten zien dat het nog onvoldoende vlot kunnen lezen en
begrijpen van de sommen belemmerend werkt voor het rekenen.
3.4 Voortgezet onderwijs Scholen gemeenschap Bonaire
De examenresultaten van het Nederlands en het Papiamentu, de rekentoetsen 2F en 3F (waaronder talige
sommen) en de CITO vaardigheidstoetsen rekenen en taal (begrijpend lezen en woordenschat) zijn
verwerkt. Op de toets Papiamentu na zijn de resultaten vergeleken met de gemiddelde landelijke normen.
De scores van het rekenen/wiskunde examen zijn voor dit onderzoek niet meegenomen, omdat het talige
deel is verwerkt in de rekentoets 2F en 3F.
3.4.1 Gegevens centraal examen Nederlands en Papiamentu (2015)
In 2015 zijn de examens VMBO BB en KB voor het eerst in het Nederlands afgenomen. Het examen bestond
uit een aparte versie Caribisch Nederlands. Ondanks dat deze aparte versie niet dezelfde is als de toets die
in Europees Nederland is afgenomen, zijn de resultaten vergeleken met het Nederlands landelijk
gemiddelde, om toch een vergelijking te kunnen maken. Ook worden de resultaten van het examen
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
59
׉	 7cassandra://3Wod2cOErFPulRdvQujvCS1-5NTDcdz2IIeh5ocGWe4K`̵ VT-7E=Pr$׉EPapiamentu vermeld. Er is van deze toets geen landelijke vergelijking, omdat deze toets niet in Nederland
wordt afgenomen.
Tabel 78: Gegevens centraal examen Nederlands en Papiamentu (2015)
0
1
2
3
4
5
6
7
Bonaire
landelijk
Papiamentu
VMBO-BB
6,1
6,6
5,5
VMBO-KB
6,2
6,1
5,7
VMBO-(G)T
4,8
6,3
5,4
HAVO
5,8
6
6,1
VWO
5,5
6
5,7
Analyse
Het examen Nederlands bestaat uit de leervaardigheden in het vak Nederlands, leesvaardigheid en
schrijfvaardigheid. Het school- of college-examen wordt per onderwijsrichting uitgebreid met onderdelen.
Onderdelen van het schoolexamen voor alle richtingen betreft: oriëntatie op leren en werken,
basisvaardigheden, luister- en kijkvaardigheden, spreek- en gespreksvaardigheid en fictie. Bonaire heeft in
vergelijking met het landelijk gemiddelde5
geen vergelijkingsmateriaal.
op het VMBO-KB na een lagere score. Voor Papiamentu is er
Uit de cijfers van het centraal examen Nederlands en Papiamentu blijkt dat de toetsen Papiamentu in het
VMBO-BB en VMBO-KB slechter zijn gemaakt dan het Nederlands. In de overige groepen zijn de scores van
het Papiamentu beter dan het Nederlands. Dus in het Papiamentu is de beheersing van de taal beter dan
het Nederlands. Het maken van kwalitatieve analyses voor het VWO is moeilijk, omdat slechts een klein
deel van de leerlingen hierin eindexamen doet. In 2014 betrof het slechts 18 leerlingen, waarvan slechts
33% is geslaagd. In 2015 is het slagingspercentage verbeterd tot 50%.
3.4.2 Gegevens Rekentoets BES referentieniveaus 2F en 3F
De fundamentele referentieniveaus (1F tot en met 4F) richten zich op basale kennis en inzichten van het
rekenen en zijn gericht op een meer toepassingsgerichte benadering van rekenen. Rekenen in het
voortgezet onderwijs is gericht op het realiseren van de niveaus 2F en 3F. Referentieniveau 2F is het
zogenaamde 'burgerschapsniveau'. Dit is het niveau dat iedere burger moet beheersen om op het gebied van
taal en rekenen goed maatschappelijk te kunnen participeren in de hedendaagse samenleving. Uitgangspunt
is dus dat alle inwoners van Europees en Caribisch Nederland een maatschappelijk rekenniveau halen op
referentieniveau 2F. Dit niveau is vergelijkbaar met VMBO-BB. Daarom is onder andere de rekentoets
5 DUO, 2015
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
60
׉	 7cassandra://RhV5DDF4x7n-BDpVwTMUEccOm0MGIXq0nRP021ZKQCA`̵ VTs7E=Ps
VT-7E=Pr${בCט   {u׉׉	 7cassandra://dcF0lVkLD8O0V570qCDeyPOEKOIosvCFCYT6WDOm-os `` ׉	 7cassandra://NKgMcmuypQj_d_9-1XIk-Iq9AWwwIOL_y5Vcobx5mYAQ``S׉	 7cassandra://ndmoGJGnbxxM8dAM3XV9iw6ZrByBPZxZ3PPWEy_kDu4`̵ ׉	 7cassandra://LyjCgDBNCL3qgq6oXF6qVXwBTqTSuDg9Y2z8a6AfZRQrX͠VTu7E=Psט  {u׉׉	 7cassandra://wbiB70P8WqPOEe-pTI-g4DWl_cILr68-O6CPH1FPpLA ` ׉	 7cassandra://BzZWBx6cByF9PpYb2xkViYH7kmrDB1RelODte50h_1IM`S׉	 7cassandra://ph4GuLcBIuOEM11AOMPr5iKvLU5JuhPZsK5yWRNxtKU(`̵ ׉	 7cassandra://qXBL5zOxJfj39UZLpx6RsaTLoqG_l4qeJK7huVkiIz8\
͠VTx7E=Ps׉E
7ontwikkeld, aanvullend op het eindexamen. Deze toetsen geven informatie over de door de leerlingen
bereikte fundamentele referentieniveaus rekenen.
Sinds het schooljaar 2014/2015 is de rekentoets VO onderdeel van het eindexamen in Europees Nederland.
Voor Caribisch Nederland is dit waarschijnlijk 2018. De 2F-toets wordt door de eindexamenkandidaten van
het VMBO (VMBO-BB, VMBO-KB en VMBO (G)T gemaakt. De 3F toets wordt door de eindexamenkandidaten
van HAVO en VWO gemaakt. In de onderstaande tabellen staan de resultaten van de Rekentoets 2F en 3F
Bonaire en het landelijk gemiddelde6 voor het overzicht in cijfers weergegeven.
Tabel 79: Gegevens Rekentoets 2F: VMBO-BB, VMBO-KB,
en VMBO (G)T
10
20
30
40
50
60
70
0
Bonaire
landelijk
cijfer 1-3 cijfer 4
8
66
11
18,7
cijfer 5
13
26,7
cijfer 6
en hoger
13
43,7
Bonaire
landelijk
Tabel 80:Gegevens rekentoets 3F HAVO en VWO
10
20
30
40
50
60
70
0
cijfer
1-3
20
1,5
cijfer 4 cijfer 5
43
7
25
26
cijfer 6
en
hoger
12
65,5
Analyse
Uit de gegevens blijkt 87% van de VMBO-leerlingen op Bonaire een onvoldoende scoort7. Dit is een
beduidend slechtere score dan landelijk8. Dat betekent dat een groot deel van de eindexamenkandidaten
nog niet voldoet aan het maatschappelijk gewenste rekenniveau 2F.
De HAVO en VWO leerlingen hebben de toets iets beter gemaakt en dat mag ook verwacht worden van deze
groep leerlingen. Het is niet bekend of deze leerlingen het referentieniveau 2F behaald zouden hebben.
Bij de rekentoetsen wordt er slechts op één referentieniveau getoetst en deze toetsen kunnen niet met
elkaar worden vergeleken. Een behaalde score op de vaardigheidsschaal van rekenen referentieniveau 2F
zegt niets over een eventuele vaardigheid op de schaal van rekenen referentieniveau 3F.
3.4.3 Gegevens Cito vaardigheidsscores Volgsysteem Rekenen toets 0 t/m 3
De vorige toets geeft een algemeen beeld in cijfers. De gegevens van de Cito Vaardigheidsscores toetsen 0
tot en met 3 geven meer gedetailleerde informatie per niveau. De toetsen 0 tot en met 3 zijn gericht op
leerlingen in de eerste drie leerjaren van het voortgezet onderwijs. Rekenen/wiskunde, Nederlands
leesvaardigheid en Nederlands woordenschat zijn ondersteunend voor allerlei andere schoolvakken. De
toetsen 0 tot en met 3 helpen de school en de leerling na de brugperiode bij het bepalen van het niveau
van de leerlingen op een aantal kernvaardigheden.
6 College voor Toetsing en Examens 2014-2015
7
8 Rapportage CvTE 2014-2015
Het cijfer 5 is in 2015 wel onvoldoende, maar leidt niet tot het zakken voor het examen. Het betreft een
overgangsregeling,
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
61
׉	 7cassandra://ndmoGJGnbxxM8dAM3XV9iw6ZrByBPZxZ3PPWEy_kDu4`̵ VTx7E=Ps׉E	uDe rapportage van deze toets levert informatie op waarmee de prestaties van leerlingen niet alleen
vergeleken kunnen worden met leerlingen van hetzelfde schooltype, maar ook met die van leerlingen die
een schooltype hoger of lager geplaatst zijn. Scholengemeenschap Bonaire heeft deze toets voor alle
leerjaren gebruikt. Het is niet bekend wat de reden hiervan is. In onderstaand overzicht zijn dan ook alle
leerjaren verwerkt.
De toets rekenen 0 tot en met 3 bestaat uit de onderdelen meten/meetkunde, getallen, verbanden en
verhoudingen. De resultaten zijn in vaardigheidsscores weergegeven en zijn gekoppeld aan de
referentieniveaus rekenen. Deze toets is per leerjaar afgestemd, daarom kan bij benadering (en niet 1 op
1) vastgesteld worden hoe de leerlingen presteren ten opzichte van de referentieniveaus.
van leerlingen te onderscheiden, namelijk:
1.
2.
3.
4.
B (VMBO BB en VMBO BB/KB)
M (VMBO KB/GT en VMBO GT)
H (Havo, VWO)
V (Havo, VWO, waaronder Gymnasium)
Tabel 81:Aantal leerlingen naar opleiding
Klassen
B (VMBO BB)
B (VMBO BB/KB)
M (VMBO KB/GT)
M (VMBO GT)
H
V
Aantal
ll’n
79
32
102
38
203
105
<BB
BB+
74 (93,67%)
32 (100%)
24 (23,52%)
17 (44,73%)
8 (3,95%)
3 (7,89%)
BB
4
27
5
16
KB
1
24
5
41
18
6
66
17
8
2
56
25
Kolom <BB – G is door Scholengemeenschap Bonaire op onderstaande manier aangeleverd:
•
•
•
•
•
•
•
•
< BB = kleiner dan Basisberoepsgerichte leerweg
BB + = kleiner dan Basisberoepsgerichte leerweg
BB = Basisberoepsgerichte leerweg
KB = Kaderberoepsgerichte leerweg
GT = Gemengde en Theoretische leerweg
H = Havo
V = VWO
G = Gymnasium
Analyse
In totaal zijn de gegevens van 559 leerlingen verwerkt. Daarvan behoren 158 leerlingen (28,26%) tot de
risicogroep die nog niet op het gewenste referentieniveau 2F zitten.
De grootste risicogroep is te vinden in het VMBO-BB en het niveau daar onder. (Kolommen <BB en BB+).
Achter de aantallen van het totaal aantal risicoleerlingen in de categorie staat het percentage, uitgedrukt
van het totaal aantal leerlingen van de categorie, dat niveau 2F nog niet heeft behaald.9
9
Hierbij dient opgemerkt te worden dat de gegevens:
•
van leerlingen van alle leerjaren per categorie verwerkt zijn. Er is geen onderscheid gemaakt naar
leerjaren. Wel valt op dat 95,49% van de leerlingen van de B categorie (ongeacht welk leerjaar) nog niet
het 2F referentieniveau heeft gehaald
1
16
44
GT H
V
G
19
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
62
׉	 7cassandra://ph4GuLcBIuOEM11AOMPr5iKvLU5JuhPZsK5yWRNxtKU(`̵ VTx7E=PsVTx7E=Ps{בCט   {u׉׉	 7cassandra://v_TPoQYIW1XHCMO2PvYctF38kbDT7cbiG77eh7K72h0 ` ׉	 7cassandra://jNzlaBGF3TIXk-Qh4_N2Wt2j6gs87oWtuLWw9n7zPNsV`S׉	 7cassandra://vfbbWbOETgdIXqUX0IzqXGEUJB5WnBPumGmwiXBVGTE6`̵ ׉	 7cassandra://d-ze6Gx-81ifn3_cPp_xObQqAq-yWAo5DGqqU8bzDIYd[͠VTz7E=Psט  {u׉׉	 7cassandra://UVbrMgVSqf99xt5cRjo96PPkyXbTMZLHZNVa_u7Nu1o ` ׉	 7cassandra://pOEzF-Aa3TxzX4bmUz0ivQkBf7yZtxAuA_HGXOebP7kH)`S׉	 7cassandra://fdM-wVYfZUKy6XFHGirS7UiV7iRBeXmIrjqaOaJO4Fom`̵ ׉	 7cassandra://tgq6o0e517fA1ObcyZkcnBuT1mVuN_aKCYFtcAGzxKUiP͠VT{7E=Ps׉EDit loopt parallel aan de eerste uitkomsten van de referentietoetsen rekenen in Europees Nederland (zie
ook tabel 79 en 80).
Met name het gebruik van de zakrekenmachine en de talige contextopgaven in de referentietoets rekenen
leveren veel discussie op over de inhoud van de rekentoets voor de risicogroep-leerlingen. In de risicogroep
zitten juist leerlingen die moeite hebben met taal en het rekenen zelf. Het gebruik van de
zakrekenmachine en de taal maken de toets extra lastig voor deze groep. Dit heeft in Europees Nederland
onder meer geleid tot:
1.
2.
Niveau- en normeringsaanpassing van de rekentoets voor de leerlingen van het VMBO-BB;
Inhoudelijke aanpassingen van de Rekentoets voor de VMBO-BB leerlingen (aanpassing van
verhouding kale- en contextopgaven, andere ordening van het aanbieden van rekenopgaven).
Voor dit onderzoek is de discussie tussen allerlei rekenexperts over de taal in de rekentoets interessant. De
vraag die voortdurend wordt gesteld is: in hoeverre is taal voorwaardelijk, leidend en functioneel bij de
vaststelling van de inhoudelijke rekenopgaven?
De aanpak in het basisonderwijs is meer contextgericht, namelijk opgaven verpakt in een verhaaltje. Om
deze opgaven te kunnen oplossen is het begrijpen van taal dus nodig. In het voortgezet onderwijs is de
aanpak meer rekenkundig gericht, vandaar ook het gebruik van de zakrekenmachine.
Het is belangrijk in deze discussie steeds de maatschappelijke redzaamheid van de leerlingen voor ogen te
houden. Rekenen in een betekenisvolle context is zeer belangrijk, omdat in de samenleving in de 21e eeuw
steeds meer in een talige en grafische omgeving gelezen moeten kunnen worden. Geconcludeerd wordt dan
ook dat de leerlingen in de niveaus <BB en BB+ nog een fikse inhaalslag zullen moeten maken.
3.4.4 Gegevens Cito Vaardigheidsscores begrijpend lezen Nederlands (Volgsysteem taal)
Het onderdeel taal van de toetsen 0 tot en met 3 bestaat uit begrijpend lezen en woordenschat. Het
onderdeel Engels valt buiten het kader van dit onderzoek en is niet meegenomen.
Tabel 82: overzicht scores begrijpend lezen
Klas
BB
KB
GTL
H
V
Legenda:
•
•
Aantal ll
205
175
191
203
105
6
9
18
35
op niveau referentie
0
BB
KB
GTL
H
V
hoger
3
2
7
8
1
Lager
202
167
176
175
69
Klas: de naam van het niveau (VMBO-BB- VWO: zie voor afkortingen tabel 81)
Aantal leerlingen: het aantal leerlingen dat aan de toets heeft meegedaan.
• Op niveau: aantal leerlingen dat de toets op niveau heeft gemaakt.
•
Referentie: het niveau waarop de toets is gemaakt.
• Hoger: aantal leerlingen dat hoger scoort dan op grond van het schooltype verwacht mag worden.
•
Lager: aantal leerlingen dat lager scoort dan op grond van het schooltypen verwacht mag worden.
•
•
van leerlingen van PRO er niet in uitgesplitst zijn (voor hen geldt referentieniveau 1F)
van instroom en tussentijdse uitstroom (van leerlingen die nog niet referentieniveau 2F hebben behaald)
hierin niet verwerkt zijn.
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
63
׉	 7cassandra://vfbbWbOETgdIXqUX0IzqXGEUJB5WnBPumGmwiXBVGTE6`̵ VT-7E=Pr&׉E	|Analyse
In totaal zijn van 879 leerlingen gegevens verwerkt. Uit de analyse blijkt dat veel leerlingen onder het
referentieniveau 2F scoren. Dit komt overeen met de toetsen begrijpend lezen die in het basisonderwijs
zijn afgenomen. Uit meerdere onderzoeken10 is gebleken dat de mate van geletterdheid, kennis van de
wereld en woordenschat, sterk bepalend zijn voor de taalvaardigheid Nederlands, met name voor
begrijpend lezen en studievaardigheden.
3.4.5 Cito woordenschat Nederlands
Tabel 83: Gegevens Citowoordenschat woordenschat Nederlands eerste 3 leerjaren vo
Klas
BB
KB
GT
H
V
Aantal ll
205
175
188
200
98
op niveau referentie
3
3
2
5
11
BB
KB
GTL
H
V
De legenda van tabel 81 is ook van toepassing op deze tabel.
Analyse
In totaal zijn van 866 leerlingen gegevens verwerkt. Woordenschat heeft lagere scores dan begrijpend
lezen. Een grote woordenschat heeft een nauwe relatie met begrijpend lezen, want een leerling die over
veel woordkennis beschikt, begrijpt de teksten beter. Veel woordbetekenissen kunnen uit de context
worden gehaald. Door kritisch te (her)lezen wordt op deze manier een deel van de onbekende woorden
begrepen en worden leerlingen taalvaardiger. De betekenis van losse woorden zonder context kan door
woordleerstrategieën (woorden in herkenbare delen verdelen) achterhaald worden, maar dat is lastiger dan
gebruik te maken van de context11. Een conclusie kan zijn dat veel losse woorden voor de leerlingen
onbekend zijn en een conclusie kan zijn dat leerlingen onvoldoende gebruik maken van
woordleerstrategieën. De lagere scores in vergelijking met begrijpend lezen zijn daarmee verklaarbaar.
Ook de Taalniveautest die in het MBO niveau 1 door FORMA (toets g) wordt afgenomen laat dezelfde
conclusie zien.
3.5 FORMA: volwasseneducatie
FORMA biedt onderwijs aan volwassenen die op de één of andere manier niet de kans hebben gehad om
onderwijs te genieten of in levensomstandigheden verzeild geraakt zijn die het moeilijk maken om
onderwijs af te kunnen ronden.
De missie van FORMA is: Volwassenen en jongvolwassenen en daarmee ook de toekomstige generatie een
kans bieden om zich te ontplooien zodat zij optimaal kunnen functioneren op de arbeidsmarkt en in de
maatschappij, steeds rekening houdend en anticiperend op de eisen die de maatschappij stelt. Daarnaast
10 Brasell&Rasinsky, 2008
11 Frey & Ficher, 2009
hoger
6
4
1
6
1
lager
179
168
185
189
86
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
64
׉	 7cassandra://fdM-wVYfZUKy6XFHGirS7UiV7iRBeXmIrjqaOaJO4Fom`̵ VT{7E=PsVT-7E=Pr&{בCט   {u׉׉	 7cassandra://jVb-gOcRCJ3eofXJoFBAaTV7hOp7qFDWJnEjFPuEtM4 =Z` ׉	 7cassandra://5RbWxZPswN5txIIAfs1U13xqy6lirN6G8A5esyCI4-MN`S׉	 7cassandra://ZUQw0kCwHYiLJbL-1MbNcAbISV59_6K55TqQNSr0oo4Z`̵ ׉	 7cassandra://9BGEPIYCX0CmH0sCaUPW-cZnBzoIBKJENqDz8l7iUhIOi<͠VT|7E=Psט  {u׉׉	 7cassandra://FvtFsFt5eAoPHva5loN9Bj_Yh60UlQjwZyVq1ENSIUg -` ׉	 7cassandra://ZQks53qKB7XZqM0UFSp-gIwfIixtA71GAcr-p7fsHm8<!`S׉	 7cassandra://fU0tc8t8vF3XXeWBOIp0-TOwRKbHNt2KFjpAdzTGGmY`̵ ׉	 7cassandra://VZEul5MrnDbb54mAydafcqle5QDnvttxnCxnViFuzbk]͠VT}7E=Ps׉Ehet informeren en adviseren van organisaties, instellingen en overheden over de situatie van de
doelgroepen.
Het aantal cursisten is in 2014 (433) met 29% ten opzichte van 2013 (335) gegroeid; 2,4 %12 van de inwoners
van Bonaire neemt aan deze trajecten deel.
Cursisten en studenten die instromen komen onder meer uit het bedrijfsleven, de stichting verslavingszorg
(SVPCN), scholengemeenschap Bonaire en de reclassering. FORMA ervaart het contact met de
samenwerkende partners als goed. De cursisten worden doorverwezen en er is constant overleg over de
voortgang.
FORMA geeft in haar jaarverslag 2014 aan dat de werving voor nieuwe studenten voor het SKJ-programma
twee keer per jaar plaats vindt, maar dat de voorlichtingsbijeenkomsten slecht worden bezocht. Wel zijn
studenten enthousiast na de intakeprocedure. Volgens FORMA vormt de financiële situatie van studenten
een barrière om deel te nemen.
Bij de intake bij FORMA maken potentiële studenten van SKJ en MBO-1 de Prueba di entrada instaptoets.
De instaptoets is een toets op niveau 1F (taal en rekenen) in het Papiamentu om laaggeletterdheid te
identificeren. Het ontwikkelingsniveau op het gebied van lezen, schrijven en rekenen van elke student
wordt hiermee bepaald. Als tijdens de intake blijkt dat een student analfabeet is of moeite zal hebben met
de instaptoets door onder andere concentratieproblemen en/of een auditieve beperking heeft, wordt een
ander instrument gebruikt, namelijk het screeningsinstrument Alfabetisering13.
FORMA bestaat uit 4 afdelingen:
•
Alfabetisering
• SKJ (Sociale Kanstraject Jongeren): voor jongeren tussen 18 t/m 24 jaar. Programma's die onder
SKJ vallen zijn: FORMA BÁSIKO en ATL (arbeidstoeleiding).
• MBO niveau 1: heeft de richtingen AKA (arbeidsgekwalificeerd assistent en HAS (horeca assistent).
•
Cursussen
De SKJ studenten van 18 t/m 24 jaar (ook niet SKJ-studenten) die zich melden voor een traject bij FORMA,
kunnen na de intake geplaatst worden in verschillende trajecten, namelijk Alfabetisering, FORMA BÄSIKO,
ATL en MBO niveau 1. De studenten van de afdeling SKJ kunnen ondersteuning krijgen van de verschillende
afdelingen binnen FORMA, namelijk afdeling 1, 3 en soms ook 4 (bijvoorbeeld een cursus Papiamentu voor
anderstaligen of het Nederlands als vreemde taal).
Voor dit onderzoek is het werk van de afdeling Alfabetisering van belang, omdat laaggeletterdheid voor
veel cursisten van deze afdeling een beperking voor het functioneren in de maatschappij is. Geletterdheid
en taalvaardigheid zijn immers voorwaarden om actief in het onderwijs en de maatschappij te kunnen
participeren.
Cursisten van de afdeling Alfabetisering kunnen één of meerdere certificaten behalen ten aanzien van
behaalde taal en rekenvaardigheden. De instructietaal is het Papiamentu.
12 Bron CBS: aantal inwoners Bonaire ongeveer 18.400 in 2014.
13 Het niveau van deze screening is <1F, 1F, <1F rekenen (klokkijken, geld herkennen en geldbedragen optellen en aftrekken)
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
65
׉	 7cassandra://ZUQw0kCwHYiLJbL-1MbNcAbISV59_6K55TqQNSr0oo4Z`̵ VT}7E=Ps׉EDaarnaast is de Taalniveautest Nederlands14 en Deviant-toets Nederlands die voor MBO niveau 1 wordt
gebruikt van belang, omdat de toets verschillende vaardigheden van het Nederlands meet en de resultaten
vergeleken kunnen worden met de referentieniveaus.
3.5.1 Laaggeletterden
FORMA heeft alle cijfers aangaande laaggeletterden binnen deze 3 afdelingen SKJ van 2014 en 2015
geïnventariseerd.
Tabel 84: Gegevens laaggeletterden 2014
Groepen studenten
Forma Básiko (FB)
Totaal
23
MBO-1 inclusief FB
121
Tabel 85: Gegevens laaggeletterden 1e helft 2015
Groepen studenten
Forma Básiko (FB)
MBO-1 inclusief FB
Totaal
14
80
Tabel 86: Gegevens laaggeletterden 2e helft 2015
Groepen studenten
Forma Básiko (FB)
FB wachtprogramma15
ATL
MBO-1 inclusief FB
Totaal
25
17
17
76
Alfabetisering
7
27
Procent laaggeletterden
30.4%
22.3%
Alfabetisering
1
Procent laaggeletterden
7%
10
12.5%
Alfabetisering
5
3
7
11
Procent laaggeletterden
20%
17.6 %
41.2%
14.5%
Studenten van het FORMA Básiko traject (FB) stromen door naar het MBO. Om dubbeltellingen te
voorkomen zijn deze apart vermeld.
14 Uitgeverij Deviant Amersfoort
15
Wachtprogramma: Studenten die zich na de instroomperiode hebben aangemeld en niet meer geplaatst kunnen worden (SKJ, MBO, FB).
Deze studenten komen op een wachtlijst. Afhankelijk van de grootte van de wachtlijst, wordt een zogenaamd wachtprogramma
aangeboden. Studenten waarvan blijkt dat ze laaggeletterd zijn, kunnen dan ook in de wachttijd een alfabetiseringstraject volgen. Dat
is zeer positief voor de ontwikkeling van de student. Een laaggeletterde student begint dan sterker aan een FORMA BÁSIKO traject of
MBO-opleiding.
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
66
׉	 7cassandra://fU0tc8t8vF3XXeWBOIp0-TOwRKbHNt2KFjpAdzTGGmY`̵ VT}7E=PsVT}7E=Ps{בCט   {u׉׉	 7cassandra://JqORDrEFbLAVDsp63P88paAwlP1wRnF3_2jfKkHhFeA ` ׉	 7cassandra://s2QDPbbkEjjYvyT_kHhk_RKQ4syOz5-1Wi_u0o_IBbo_` S׉	 7cassandra://xlY9p8MrZCA3kF6lISh_mgv360yNRjczvXaHAX0UrKs3`̵ ׉	 7cassandra://qkPJ6Wmo3A0rrMmG2KTCoQBzKYP8WJV8qMfLXddKvaEk
͠VT7E=Ps!ט  {u׉׉	 7cassandra://kdbFJ8rrSUrE2Lu4IxsPTVV04LlHXJPqlkA4OB5BHX0 8` ׉	 7cassandra://XmBOr-FM3Kb9HaBG13KWGEMAs20WEsBVwtxfvxb7yqET` S׉	 7cassandra://ZVnHTLxj3M9GuzAFl6HTxuGsRn2JnEH0lC1h71XWsgMr`̵ ׉	 7cassandra://5mT9zfo78rrhiQcMPed3tmGVyQUtxQ2bql6QzXqQG0E^͠VT7E=Ps"׉E	3.5.2 Gegevens certificaten alfabetisering (2014 en 2015)
Tabel 87: Gegevens certificaten alfabetisering (2014 en 2015)
Soort certificaat
Klokkijken
Persoonlijke gegevens invullen globaal
Persoonlijke gegevens invullen uitgebreid
Spreken: mening geven
Lezen woordniveau (A1)
Het lezen van korte zinnen en hoogfrequente woorden
Begrijpend Lezen basis
Begrijpend lezen basis +
Begrijpend Lezen gevorderd (op weg naar B1 Papiamentu)
Schrijven woordniveau
Schrijven korte woorden en zinnen (A1)
Gebruik van het digitale programma Notinèt Basis in de les (hulp
docent)
Gebruik van het digitale programma Notinèt basis onafhankelijk
(zonder hulp docent)
Gebruik van het digitale programma Notinèt gevorderd
Digitale vaardigheden: globaal informatie opzoeken internet
Digitale vaardigheden: krant lezen op het internet
e-mail
Omgaan met geldbedragen (tellen)
Motiveringscertificaten: Motivatie, doorzettingsvermogen
TOTAAL
2
10
50
13
75
In 2014 waren er 91 actieve cursisten (0,5 % bevolking Bonaire16). In juni 2014 zijn 50 certificaten
uitgereikt. Daarnaast hebben van de 9 deelnemende cursisten, 8 het theorierijbewijs17 behaald. In 2015
waren er 71 actieve cursisten en zijn 75 certificaten uitgereikt. Daarnaast hebben 4 cursisten het theorierijbewijs
behaald. In beide jaren hebben de docenten de cursisten geëvalueerd. Afhankelijk van behaalde
doelen kon een cursist één of meerdere certificaten behalen. Voor cursisten die nog geen half jaar in de
cursus zaten en voor de cursisten waarvan het leerproces trager verloopt, is gekozen om een certificaat
motivatie/ doorzettingsvermogen te geven.
Analyse
Het aantal cursisten groeit. Daarnaast heeft FORMA in de tweede helft van 2015 met het traject ATL een
nieuwe richting toegevoegd en zijn te behalen certificaten toegevoegd. Het gemiddelde percentage
laaggeletterden van alle opleidingen binnen FORMA over 2014 en 2015, zoals geïnventariseerd in de
Instaptoets (en/of het screeningsinstrument), is een structureel punt van aandacht en zorg.
16 Bron CBS: bevolking Bonaire 2014 18.400
17
Het behalen van een rijbewijs als laaggeletterde is essentieel. Het zelfvertrouwen en zelfbeeld groeit; participatie in de samenleving
verhoogd; afhankelijk van anderen vermindert; kans op de arbeidsmarkt verhoogd en meer mogelijkheden binnen de huidige functie.
9
7
Aantal uitgereikt
2014
3
Aantal uitgereikt
2015
4
2
8
5
7
4
5
2
1
1
3
7
1
1
5
6
10
1
5
3
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
67
׉	 7cassandra://xlY9p8MrZCA3kF6lISh_mgv360yNRjczvXaHAX0UrKs3`̵ VT7E=Ps#׉E3.5.3 Gegevens Taalniveautest Nederlands
Nederlands is onderdeel van het curriculum van FORMA BÁSIKO (basisvormingstraject jongeren van 18 tot 24
jaar), ATL en het MBO (alleen niveau 1). MBO niveau 1 bestaat uit AKA (Arbeidsgekwalificeerd assistent) en
HAS (horeca assistent). Voor de vakken Nederlands en rekenen gebruikt FORMA de toets Deviant. De
Taalniveautest (TNT) is een methodeonafhankelijke online test om het taalniveau van de cursist vast te
stellen. De test kan als nulmeting en als voortgangsinstrument worden ingezet. De TNT meet het niveau van
de deelvaardigheden lezen, spelling, stijl, woordkennis en luisteren. Het resultaat is een niveauscore per
deelvaardigheid.
De gegevens van de Taalniveautest zijn hieronder weergegeven. Van het vak rekenen zijn geen gegevens
beschikbaar.
In 2014 hebben 247 studenten binnen diverse opleidingen het vak Nederlands gevolgd. De onderverdeling
wordt in onderstaande tabel gepresenteerd.
Tabel 88: Gegevens Taalniveautest Nederlands
Afdeling
FORMA Básiko
ATL
SKJ MBO
MBO zonder SKJ
TOTAAL
Aantal studenten
53 studenten
13 studenten
75 studenten
106 studenten
247 studenten
Van twee MBO-opleidingen (niveau 1) hebben elk twee groepen de Deviant-test Nederlands afgelegd. In
onderstaande tabel worden percentages betreffende de behaalde referentieniveaus18 op vier onderdelen
van de Taalniveau test vermeld.
Tabel 89: Gegevens HAS (2 groepen)
Nederlands
Lezen
Spelling
Stijl
Woordkennis
< 1F
80%
85%
61%
94%
Tabel 89: Gegevens AKA (2 groepen)
Nederlands
Lezen
Spelling
Stijl
Woordkennis
< 1F
94%
95%
100%
100%
1F.1
20%
12%
24%
6%
1F.2
3%
6%
2F.1
Landelijk ≥ 2F
65%
9%
50%
71%
67%
1F.1
6%
5%
1F.2
2F.1
Landelijk ≥ 2F
65%
50%
71%
67%
Geconcludeerd wordt dat de scores voor beide groepen van beide opleidingen substantieel lager liggen dan
landelijk gemiddeld.
18
De referentieniveaus zijn: <1F, 1F, 2F, 3F en 4F (met tussenniveaus als 1F.1 en 1F.2).
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
68
׉	 7cassandra://ZVnHTLxj3M9GuzAFl6HTxuGsRn2JnEH0lC1h71XWsgMr`̵ VT7E=Ps$VT7E=Ps#{בCט   {u׉׉	 7cassandra://v802RKVSCBwMKYACZcbPh3YetPEikZ3qt3X2-HSbFuo x8` ׉	 7cassandra://DWPQ9lgito2H_Dsk8sQbSQ2AE4tdiyyvpHifrlHztUEf` S׉	 7cassandra://ZN_hsWn_q6s0Zy-uCIxgrqfxHx998VnVqfPmMSxZhZk`̵ ׉	 7cassandra://wFBbzXbz2MN3RJ9diecc2lGjaBh-tjAIzrj0hyzzcSAGq4͠VT7E=Ps)ט  {u׉׉	 7cassandra://tyV2S9tiLvVe1t_4jyqpp1YRpMv6fORCXx4PzxRyH1s ` ׉	 7cassandra://RZ0aJE27Y3n1x3bJVJODkxFKUVffMYxRliHboWzOQMASc`S׉	 7cassandra://CD6_FNp5_yxziMBOod6HdCbvaGfLKtz_albys0LMVCE`̵ ׉	 7cassandra://Lg4kUEbFfkgmL015n7gXPrV94PrZTkUH2ihNzeZRwmMLL͠VT7E=Ps*׉E4 Conclusies
4.1 Conclusies uit het vragenlijst onderzoek
4.1.1 Leeftijdsgroep ouders met kinderen van 0 tot 4 jaar
Er is een groep kinderen die meertalig worden opgevoed. De indruk bestaat dat opvoeding betekent dat de
kinderen tegelijkertijd met de verscheidene talen in aanraking komen. Het is in ieder geval van belang dat
het kind meerdere talen genoeg hoort en dat er door de ouders en anderen met het kind in die talen wordt
gesproken. Wanneer beide ouders op Bonaire zijn geboren bestaat de kans dat niet aan deze voorwaarde
wordt voldaan. Opvallend is dat door de ouders in alle groepen weinig wordt voorgelezen in het Papiamentu
en in het Nederlands. Dit zou juist een goede manier zijn om kinderen op jonge leeftijd met beide talen in
contact te brengen. Via de televisie komen de kinderen met name in contact met de Engelse taal. Op een
aantal voorschoolse instellingen lijkt de focus te liggen op het Papiamentu en het Nederlands, hoewel er
ook instellingen zijn waar uitsluitend Nederlands, Engels of Spaans wordt gesproken. Deze kinderen komen
in de voorschoolse leeftijd dus weinig in contact met het Papiamentu.
4.1.2 Leeftijdsgroep leerlingen van 9 tot 18 jaar
Tussen 9 en de 18 jaar verschuift het taalgebruik en taalcontact van de leerlingen. Voor de meeste
leerlingen is het Papiamentu in de eerste jaren zowel thuistaal als schooltaal. Dit verandert in de loop van
de jaren als de schooltaal Nederlands wordt. Het blijkt dat het Papiamentu de taal is die met name
gebruikt wordt in de sociale media en in gesprekken met vrienden. Het gevaar kan zijn dat hiervoor een
basaal taalniveau volstaat en de prikkel ontbreekt om het taalniveau van het Papiamentu te verhogen. Ook
leidt deze wijze van taalcontact nauwelijks tot het vergroten van de woordenschat in het Papiamentu.
Contact met het Nederlands verloopt in alle leeftijden via schoolboeken. Het kan dus zijn dat het
Nederlands vooral wordt verbonden met leren en het Papiamentu vooral met communiceren. Taalcontact
via de televisie met het Papiamentu en het Nederlands is beperkt, ook lezen de leerlingen weinig.
4.1.3 Leeftijdsgroep volwassenen van 18 tot 65 jaar
Laaggeletterdheid is een overkoepelende term voor mensen die grote moeite hebben met lezen en
schrijven. Een laaggeletterde is iemand met taalniveau 1F (het niveau waarmee een kind de basisschool
hoort te verlaten) of lager. Uit onderzoek naar laaggeletterdheid in Nederland in 2014 blijkt dat het gaat
om 1,3 miljoen laaggeletterden tussen de 16 en 65 jaar op ruim 16 miljoen inwoners (8,1%). De groep
deelnemers die geboren is op Bonaire is er een groep van ruim 17% die tekenen vertoont van
laaggeletterdheid in het Papiamentu en ruim 18% die aanwijzingen vertoont van laaggeletterdheid in het
Nederlands. In de groep deelnemers die in Nederland is geboren betreft dit 50% voor het Papiamentu. Er
zijn in deze groep geen aanwijzingen van laaggeletterdheid in het Nederlands.
Voor de groep die geboren is op een eiland in de Antillen zijn er bij 7,5% van de deelnemers aanwijzingen
van laaggeletterdheid in het Papiamentu en bij 10% aanwijzingen voor laaggeletterdheid in het Nederlands
gevonden. De laatste groep, geboren in Midden- of Zuid-Amerika laat zowel tekenen zien van zowel
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
69
׉	 7cassandra://ZN_hsWn_q6s0Zy-uCIxgrqfxHx998VnVqfPmMSxZhZk`̵ VT-7E=Pr(׉E*laaggeletterdheid in het Papiamentu als in het Nederlands. Er zijn aanwijzingen dat er sprake is van
laaggeletterdheid in het Nederlands bij circa 50% en laaggeletterdheid in het Papiamentu van ongeveer
36%. De geletterdheid in het Papiamentu voor bewoners van Bonaire die in Nederland en die in Midden-of
Zuid-Amerika zijn geboren vraagt aandacht, omdat een groot deel van het taalcontact van kinderen
plaatsvindt via de ouders. De deelnemers blijken weinig activiteiten te ondernemen die kunnen leiden tot
taalcontacten die een aanvulling vormen op de aanwezige taalcontacten binnen het gezin en op het werk.
4.2 Conclusies uit de gegevens van het basisonderwijs en Scholengemeenschap Bonaire en
FORMA volwasseneducatie
Op Bonaire zijn en worden alle genormeerde toetsen en examens in het basisonderwijs, voortgezet
onderwijs en door FORMA Nederlands en rekenen in het Nederlands afgenomen en genormeerd volgens de
Europees Nederlandse referentienormen. Uit de gegevens blijkt dat 85% tot 90% van de leerlingen de
Europees-Nederlandse normen niet heeft behaald.
4.2.1 Basisonderwijs
De landelijke normen worden door de scholen samen op geen enkele geanalyseerde toets behaald, maar op
individuele scholen in een enkele groep wel. Het rekenen benadert de landelijke normen het sterkst. De
achterstand op de toets begrijpend lezen is het grootst. Naarmate leerlingen ouder worden stijgen de
resultaten, maar de afstand tot de landelijke normen blijft groot.
4.2.2 Scholengemeenschap Bonaire
De gegevens van het examen Nederlands benaderen de landelijke normen het sterkst. Het Papiamentu
wordt in de meeste niveaus beter gescoord dan het Nederlands, echter landelijk is voor het Papiamentu
geen vergelijking mogelijk, omdat er geen landelijke normen zijn. De gegevens van de examen rekentoeten
2F en 3F en van de Cito Vaardigheidstoetsen rekenen en taal laten zien dat 85% tot 90% van de leerlingen
de normen nog niet heeft behaald. Op dit moment is de overgrote meerderheid van de leerlingen in het
voortgezet onderwijs op Bonaire onvoldoende taalvaardig in het Nederlands om zich te kunnen redden in de
huidige maatschappij.
4.2.3 FORMA
De deelname aan de afdelingen FORMA stijgt. Een conclusie kan zijn dat burgers die op welke manier dan
ook voortijdig uit het onderwijs zijn afgestroomd uit eigen behoefte of op verzoek van derden besluiten tot
deelname aan een van de afdelingen. Het gemiddelde percentage laaggeletterden van alle opleidingen
binnen FORMA over 2014 en 2015, zoals geïnventariseerd in de Instaptoets (en/of het screeningsinstrument)
en Taalniveautest Nederlands, laat zien dat laaggeletterdheid en het bereiken van het redzaam
burgerschapsniveau 2F19 een structureel punt van aandacht en zorg is.
19 Sinds 2010 wordt in het onderwijs met zogenaamde referentieniveaus (beheersingsdoelen) gewerkt. De fundamentele referentieniveaus
(1F tot en met 4F) richten zich op basale kennis en inzichten van taal en rekenen. Referentieniveau 2F is het zogenaamde
'burgerschapsniveau'. Dit is het niveau dat iedere burger moet beheersen om op het gebied van taal en rekenen goed maatschappelijk te
kunnen participeren in de hedendaagse samenleving. Uitgangspunt is dus dat alle inwoners van Europees en Caribisch Nederland een
maatschappelijk niveau halen op referentieniveau 2F. Dit niveau is vergelijkbaar met VMBO-BB.
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
70
׉	 7cassandra://CD6_FNp5_yxziMBOod6HdCbvaGfLKtz_albys0LMVCE`̵ VT7E=Ps+VT-7E=Pr({בCט   {u׉׉	 7cassandra://o6SuNYLqDRrXpJXeYxJYTwU0e93k6o6dE555l1E5iuw ` ׉	 7cassandra://gxRAVxVX0rXq7YkPLwCUv58D9m_4GuQJ1z1sY7Xb_0oY`S׉	 7cassandra://zRhhIFrJQqZqwD_w4AgBuPT5pZ1M7z8_UgYA-hPW9ss;`̵ ׉	 7cassandra://3bFjafqPhtEv6sVqnWFd6vsGnGvcf11mqp8k3dHRqNILTL͠VT7E=Ps0ט  {u׉׉	 7cassandra://MICjZX3c7eUnahMYiphN_nK1YpLDfzy0PmHNJqZ9IfI ` ׉	 7cassandra://z5yikgzMU71PNHpMfwLVFWK6OOY6z6ZeCwlR19gxBN8``S׉	 7cassandra://vl7aALm9b7l5Z37Nj_vkW7IkcglbALTl0-edIjAAGos`̵ ׉	 7cassandra://9PweoBxqjwfEPK-pyin1VfocB-c7l6nrLWOu3wZWAEwJ\͠VT7E=Ps1נVT7E=Ps8 9ׁH 4http://rekenspel.slo.nl/rondjerekenspel/getalkaart/.ׁׁЈנVT7E=Ps7 3<W9ׁHhttp://www.rug.nlׁׁЈנVT7E=Ps6 R̬9ׁHhttp://www.tomke.nl/ׁׁЈ׉E5 Aanbevelingen
‘Taal is veel meer dan een communicatiemiddel. Het is een manier om de wereld te beschouwen’, zegt
Malika Sutter in een interview (Trouw december 2015). Kinderen die laaggeletterd en onvoldoende
taalvaardig zijn, lopen een groter risico om later in de (Papiamentu-talige) maatschappij niet zelfstandig te
kunnen functioneren. De gehele samenleving op Bonaire draagt de verantwoordelijkheid voor het
vroegtijdig voorkomen van laaggeletterdheid. Alleen een integrale aanpak vergroot de kansen van
kwetsbare groepen om mee te kunnen doen in de samenleving van nu en in de toekomst. Het onderwijs kan
niet alleen de geringe vaardigheid in taalcontact, taalgebruik en taalbeheersing in het Papiamentu en het
Nederlands gaan oplossen. ‘Stichting lezen en schrijven Bonaire’ neemt deze verantwoordelijk op zich door
middelen beschikbaar te (willen) stellen voor ondersteunende interventies, waar de gehele bevolking van
Bonaire van profiteert. Onderstaande aanbevelingen richten zich op de mogelijkheden voor ‘Stichting lezen
en schrijven Bonaire’ haar doelen verder te realiseren. Aanbevelingen voor het onderwijs en de
voorschoolse educatie zijn vanuit de rol van ‘Stichting lezen en schrijven Bonaire’ meegenomen. In de
rapportage Quick Scan Expertgroepen20 staan aanbevelingen vermeld die vanuit het onderwijs kunnen
worden uitgevoerd.
5.1 Aanbevelingen voor de lokale netwerkaanpak21
Instellen van en samenwerken met een Taalpunt. Dat is een permanente ontmoetingsplek en
informatiepunt voor cursisten, vrijwilligers en andere netwerkpartners. Men kan er terecht met vragen,
voor cursussen, acties en evenementen (NB: FORMA fungeert als een Taalpunt en waar dat kan wordt de
samenwerking versterkt).
Instellen van een Taalteam. Deze coördinatiegroep fungeert als een dekkend taalnetwerk en initieert,
coördineert en controleert activiteiten. Deze groep werkt waar mogelijk samen met bestaande
instellingen22 en (taal)werkgroepen op Bonaire, om reeds bestaande en nieuwe interventies te bundelen, te
coördineren en de effecten te monitoren. Het ontwikkelen van een database en werkwijze om
laaggeletterdheid zo vroeg mogelijk te kunnen identificeren. Daarvoor is brede afstemming nodig met
onder meer het onderwijs23. Het onderzoeken van de mogelijkheden van het verwerven van subsidies van
het Europees platform om interventies gericht op specifieke talen uit te kunnen voeren.
5.2 Aanbevelingen voor facilitering van voorschoolse educatie, basisonderwijs en voortgezet
onderwijs
Stichting Lezen Nederland heeft 2016 als het jaar van het boek uitgeroepen, omdat de vereniging van
boekhandels 200 jaar bestaat. Het motto is: ‘wees trots, vier het boek, zegt het voort!’ De organisatie wil
een gezamenlijk referentiekader scheppen waarmee het vanzelfsprekend is dat boeken een grote
20
Quick scan Expertgroepen Papiamentu en Nederlands (2015)
https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/rapporten/2015/10/01/bevindingen-quick-scan-expertgroepenpapiamentu-en-nederlands/bevindingen-quick-scan-expertgroepen-papiamentu-en-nederlands.pdf
21
In een netwerkaanpak werken lokale organisaties samen om meer laaggeletterden te bereiken en te scholen.
22 Onderwijs, bibliotheek, buurthuizen, sociale wijkteams, jeugdhulpverlening, jeugd en gezin etc.
23 Vaststellen van kerndoelen/eindtermen Papiamentu; ontwikkeling van landelijke en gestandaardiseerde toetsen
Papiamentu op een maatschappelijk minimum referentieniveau 2F en het ontwikkelen van een leerlijn Papiamentu.
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
71
׉	 7cassandra://zRhhIFrJQqZqwD_w4AgBuPT5pZ1M7z8_UgYA-hPW9ss;`̵ VT-7E=Pr,׉Emgeestelijke en maatschappelijke waarde hebben. Onderstaande interventies hebben een relatie met dit
motto.
Faciliteren van:
• Versterking van het Papiamentu voor alle leeftijden van 0 -18 jaar door het verbreden van het aanbod
van fictie (prentenboeken, leesboeken, stripboeken, verhalenboeken en dichtbundels) en non fictie
(informatieve boeken en tijdschriften) in het Papiamentu. Hiervoor kunnen bestaande Nederlandse
teksten voor de verschillende doelgroepen en leeftijden worden vertaald. Van belang is daarbij de
Bonairiaanse context voor ogen te houden. De teksten moeten passen binnen de context van Bonaire en
aansluiten bij de kennis en belangstelling van Bonairiaanse kinderen. Hiervoor worden auteurs en
redacteurs benaderd die kinderliteratuur vanuit die context schrijven en/of vertalen.
• Versterking van het Nederlands door het mogelijk maken van de aanschaf van Nederlandstalige boeken,
waaronder fictie en non-fictie.
• Het ontwikkelen of faciliteren van de aanschaf van leeftijdsadequate (digitale) boeken en tijdschriften
voor kinderen die moeilijk lezen.
• Het ontwikkelen van ondersteunend (gedigitaliseerd) materiaal in het Papiamentu op verschillende
schoolniveaus. Een voorbeeld is het Friese project Tomke http://www.tomke.nl/ Denk voor de oudere
kinderen aan woordenboeken, spelling- en stijlboekjes.
• Het faciliteren van digitaal projectmateriaal over cultuur historische aspecten van Bonaire zoals de
rotstekeningen, Indianen, slavernij, Zeilregatta, Dia di Rincon en Washington Slagbaai. Dit is een
uitbreiding op de reeds ontwikkelde Nederlandstalige zaakvakken methode “Wereldwijzer” voor Bonaire.
• Het ontwikkelen van apps voor digitale Bonairiaanse en Nederlandstalige (prenten)boeken.
• Het planmatig inzetten van de Mediabus. De bus bevat computers en staat regelmatig volgens een
rooster bij een wijkcentrum geparkeerd. Leerlingen kunnen onder begeleiding van een medewerker
onderwijs in mediavaardigheden ontvangen.
• Het verstrekken van tablets, waarmee leerlingen op de scholen digitale boeken kunnen lezen.
• Inzetten van ‘Kunst van het lezen’, een actieplan om de taal- en leesvaardigheid leerlingen op het
VMBO te verbeteren.
• Uitbreiding leertijd door het ondersteunen van een weekendschool voor primair onderwijs en voortgezet
onderwijs. Leerlingen gaan gedurende het schooljaar dagdelen op de zaterdag en/of zondag naar een
ruimte. Zij krijgen van een leraar extra ondersteuning in taal, lezen en rekenen in het Papiamentu en
het Nederlands. De weekendschool heeft een eigen curriculum, dat in nauwe afstemming met de scholen
wordt samengesteld.
• De zomerschool (of vakantieschool) biedt elke dag in de schoolvakantie enkele uren extra ondersteuning
in taal, lezen en rekenen in het Papiamentu en het Nederlands. De zomerschool wordt vaak ingezet om
leerlingen extra te ondersteunen en zittenblijven te voorkomen. Uit onderzoek24 blijkt dat in 2014 86%
van de deelnemende leerlingen de zomerschool succesvol heeft afgerond en 75% het schooljaar erna
overgaan of hun diploma halen. Meer informatie is te vinden op www.rug.nl
• Het ontwikkelen van rekenspelletjes en taalspelletjes in het Papiamentu. Denk aan de aanschaf en het
vertalen van allerlei bestaande Nederlandstalige spellen die laagdrempelig zijn. Zie hiervoor
bijvoorbeeld http://rekenspel.slo.nl/rondjerekenspel/getalkaart/.
• Memory en kwartetspellen met de context van Bonaire.
• Het tijdelijk verstrekken van contextgerelateerde spellen. Denk aan het distribueren van schijfjes met 3
of 5 getallen, spreekwoorden en woorden met betekenis. Door te verzamelen leggen leerlingen een
24 Faber etal 2014 RUG
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
72
׉	 7cassandra://vl7aALm9b7l5Z37Nj_vkW7IkcglbALTl0-edIjAAGos`̵ VT7E=Ps2VT-7E=Pr,{בCט   {u׉׉	 7cassandra://Y_SQK9FOjGvFyoaN2Rvt9_YmoIP37CFrqw1pGqwtQX8 ` ׉	 7cassandra://BFnFTa79DXP5Sovun_53ZAmaMi4BUMAShGdiTdQB9p8\#`S׉	 7cassandra://tjaVwoM_witRMBnagMQzG_2PtPVORaRrs8kTlM0SInI`̵ ׉	 7cassandra://mp0lmIGjWyb1jarwDwg-8yQWvaWdf6EoI_oGn238ZXIJel͠VT7E=Ps;ט  {u׉׉	 7cassandra://Wj6DBd8-WXjN2RF6GFWZhEDUsGsqfU2726lx0AvbiDs 6c` ׉	 7cassandra://3-4uh_msVW_tyfy100r8JVyjfYFMrieXzstyqs7X4P0fv`S׉	 7cassandra://AYdWVTw4MuUbCoIHLiSAhu4A7mgIIeEe7FTByzhWrFo`̵ ׉	 7cassandra://gTf_l3qxVcas8BLDlDEXlxprrAf82H2q03l4r-rmzYkOT͠VT7E=Ps?נVT7E=PsJ Ɂ:9ׁH #http://www.lezenenschrijven.nl/hulpׁׁЈנVT7E=PsI 9ׁH )http://www.lezenenschrijven.nl/nieuws/nogׁׁЈנVT7E=PsH X9ׁH Rhttp://taalvoorhetleven.nl/uploads/bestanden/Overzicht_boekjes_Succes_02102015.pdfׁׁЈנVT7E=PsG ^9ׁH Shttp://www.lezenenschrijven.nl/uploads/editor/Vaders_Voor_Lezen_Voorleesservice.pdfׁׁЈ׉Everzameling aan en vergroten zo hun rekenen en taal vaardigheden. Maak er een tijdelijke wedstrijd
van, waardoor de betekenis wordt verhoogd.
5.3 Aanbevelingen voor stimulering en verbreding van samenwerkingsvormen met de openbare
bibliotheek en andere instellingen zoals Fundashon Lesa ta Dushi en FORMA
• Het creëren van een lees- en schrijfcultuur in beide talen door de organisatie van lees, schrijf en rekenbevorderende
activiteiten.
• Project voorleeskampioen in beide talen. Jaarlijks wordt een voorleeskampioenschap georganiseerd
tussen de po-scholen. Eerst wordt de voorleeskampioen van iedere klas en daarna van iedere school
gekozen. Vervolgens komen de kampioenen bij elkaar en kiest een jury de voorleeskampioen van Bonaire
in zowel het Papiamentu als het Nederlands25.
• Verhalenwedstrijd voor zowel primair, voortgezet onderwijs en mbo. De opzet is gelijk aan de
voorleeskampioen, alleen nu gaat het om het schrijven van verhalen in diverse leeftijdscategorieën.
• Rekenwedstrijd, als hierboven.
• Een lied of rapwedstrijd in het Papiamentu. Denk ook aan een soort van ‘Bonaire got talent’ en laat
enkele bekende populaire Bonairianen die als rolmodel fungeren in de jury zitten.
• Het ontwikkelen van het Papiaments en het Nederlands taalaanbod in de Bonairiaanse media, zoals het
vertalen van goede kinderprogramma’s. Een voorbeeld uit Nederland is het Friestalige Tomke project.
http://www.tomke.nl/ en http://www.omropfryslan.nl/nieuws/tomke-krijgt-een-eigen-radiozender
• Het bestaande project Lesa ta Dushi of Voorleesexpress. Het project Lesa ta Dushi bestaat uit een team
van vrijwillige voorlezers die per seizoen 20 keer 60 minuten aan kinderen tot en met 8 jaar voorlezen.
Het doel van het project is dat de ouders en/of grootouders het voorlezen langzamerhand overnemen
van de voorlezer en er thuis een voorleescultuur ontstaat. De bibliotheek traint de voorlezers in het
interactief voorlezen, waarbij vragen worden gesteld, waardoor kinderen kunnen denken en redeneren
over de inhoud van het boek. http://caribischnetwerk.ntr.nl/tag/stichting-lesa-ta-dushi/
• In samenwerking met de bibliotheek faciliteren van het programma BoekStart: programma BoekStart
helpt jonge gezinnen om (voor)lezen en boeken als vast onderdeel in de ontwikkeling van kinderen te
zien. De bibliotheek voert BoekStart ook in de kinderopvang uit.
• Realiseer voor de bibliotheek de aanschaf van Leeslichtboeken. Speciaal voor volwassenen die moeite
hebben met lezen is er Leeslicht: een boekenserie van makkelijk te lezen boeken voor volwassenen.
Mensen die moeite hebben met lezen, kunnen leesboeken of literatuur vaak niet goed begrijpen. Als zij
iets willen lezen, kunnen ze alleen stripboeken of kinderboeken pakken. Dat is jammer, want juist zij
moeten écht lezen als ze hun taalniveau willen verhogen. Leeslicht hertaalt bestaande Nederlandse
leesboeken van zowel bekende als minder bekende schrijvers naar simpel Nederlands. Zie link Eenvoudig
Communiceren.
• Voorleesmarathon (in de week van de Nationale voorleesdagen) gedurende een week. Bekende
Bonairianen lezen om de beurt op elke school een keer voor. Daarvoor geven zij een voorleesstok door
aan elkaar.
• Samenwerking met de plaatselijke TV in het opzetten van een project met tablets en jeugdjournalisten.
Zij doen verslag van evenementen en doen tevens een rekenspelletje/taalspelletje waarin de context
van Bonaire wordt gebruikt.
25 Stichting lezen Nederland
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
73
׉	 7cassandra://tjaVwoM_witRMBnagMQzG_2PtPVORaRrs8kTlM0SInI`̵ VT-7E=Pr0׉Ei5.4 Aanbevelingen activiteiten en projecten voor volwassenen
• Voorleesservice voor bedrijven. De voorleesservice is onderdeel van ‘Vaders Voor Lezen’ en bedoeld voor
bedrijven die hun mannelijke medewerkers willen helpen om meer voor te lezen. De voorleesservice
houdt in dat vaders een jaar lang iedere maand (digitaal) voorleesverhalen krijgen. Deze verhalen
worden onder collega’s verspreid. Zo moedigt de stichting vaders (ook via de werkende moeders) aan om
thuis voor te lezen aan hun kinderen. Op deze manier draagt de organisatie bij aan een belangrijk
maatschappelijk doel.
http://www.lezenenschrijven.nl/uploads/editor/Vaders_Voor_Lezen_Voorleesservice.pdf
• Een project om laaggeletterden vrouwen van 50 jaar en ouder beter toegerust aan betaald werk te
kunnen helpen is het project Educatie voor Vrouwen met Ambitie (EVA). Cursisten gaan zelfstandig of in
een groep aan de slag met lezen, schrijven, rekenen en werken op de computer. Als deze vaardigheden
beheerst worden, is het makkelijker werk te zoeken, een eigen bedrijf te starten of een opleiding te
volgen.
• Het project ‘Taal voor het Leven’. Taalcoaches geven trainingen aan mensen die problemen hebben met
lezen en schrijven. Nieuwe vrijwilligers worden getraind om taalcoach te worden.
• Project Taalmaatjes. Vrijwilligers worden gedurende maximaal 3 jaar een Taalmaatje van een
volwassene. De vrijwilliger spreekt een of beide talen en geeft ondersteuning om de laaggeletterde
taalvaardiger te maken. Stichting lezen en schrijven Bonaire financiert mede een projectcoördinator die
de vrijwilligers coördineert en de match tussen vrijwilliger en de laaggeletterde. Het Taalmaatje
stimuleert en begeleidt ouders tot bibliotheekbezoek voor henzelf of om aan de kinderen voor te lezen.
• Investeer voor volwasseneducatie in de methode Succes! Het is een lesmethode voor volwassenen die
Nederlands spreken en die beter willen leren lezen en schrijven. Het is de eerste schriftelijke, integrale
lees- en schrijfmethode van niveau Instroom tot en met referentieniveau 2F.
http://taalvoorhetleven.nl/uploads/bestanden/Overzicht_boekjes_Succes_02102015.pdf
Zie:
• Invoeren en beschikbaar stellen van de jaarlijkse prijs voor Taalheld. Inwoners van Bonaire kunnen 3
bewoners als Taalheld opgeven voor de Taalheldenprijs. De prijs is een persoonlijke aanmoedigingsprijs
voor mensen, die zich op een bijzondere wijze blijvend inzetten om laaggeletterdheid te voorkomen en
te verminderen. Categorieën om een prijs als Taalheld te kunnen winnen kunnen bijvoorbeeld zijn:
Taalcursist, Taalbegeleider en Bruggenbouwer. Voor Bonaire zijn 3 categorieën wellicht teveel, echter
een keuze kan ook uit deze worden gemaakt. http://www.lezenenschrijven.nl/nieuws/nog-twee-wekenom-uw-taalheld-aan-te-melden
•
Realiseren van auditieve ondersteuning op de website van belangrijke instanties op Bonaire. Bezoekers
kunnen op een pictogram van een luidspreker klikken, waardoor zij de tekst horen en kunnen meelezen.
• Coördinatie van de jaarlijkse Week van de Alfabetisering.
In de week rond 8 september (jaarlijkse
analfabetiseringsdag) organiseren lokale organisaties een evenement rondom taal en geletterdheid.
‘Stichting Lezen & Schrijven Bonaire moedigt organisaties aan om hieraan bij te dragen en faciliteert
waar nodig en mogelijk is.
• Samenwerken met zorgverleningsprojecten in verband met de sterke relatie taal en gezondheid.
Taalproblemen hebben directe gevolgen voor de gezondheid van laaggeletterden. Mensen die moeite
hebben met lezen en schrijven voelen zich, zowel lichamelijk als geestelijk, vaker minder gezond dan
niet-laaggeletterden. Bij laaggeletterden ontbreken vaak ook de gezondheidsvaardigheden die daarop
voortborduren, zoals het communiceren met zorgverleners en beoordelen van informatie. Voor meer
informatie: http://www.lezenenschrijven.nl/hulp-bij-scholing/laaggeletterdheid-en-gezondheid
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
74
׉	 7cassandra://AYdWVTw4MuUbCoIHLiSAhu4A7mgIIeEe7FTByzhWrFo`̵ VT7E=Ps@VT-7E=Pr0{בCט   {u׉׉	 7cassandra://KefvYa1SeF7C1WCRxn75zF7Ms36ooF40G3cY5ofzTPE?` ׉	 7cassandra://ZsNZ-8TO3ISTv9PEDhmTblWJTC747BKRGheohQdKkEk
G` S׉	 7cassandra://UNeQhe85c2JoaIgxkK6qNpgJkTswv3q8bCHShKPIjl8` ̵ ׉	 7cassandra://8UaOfOOGcYTxMjE7-VpqyienlssOmoBUPeI7ItrmG6w"=4͠VT7E=PsFט  {u׉׉	 7cassandra://76GX4PknJzXtRoBaGYviRpXM6mdxBZXyCJPL2NEU5vA ` ׉	 7cassandra://VVd14p5sccru-04VsbQQs9sZIb5P7h0hzs2Ts6kdSSAE`S׉	 7cassandra://7p6oKSFejqTjrUi38Y-8GDx7nIjqh3ahfncXObOT_60\`̵ ׉	 7cassandra://Y-NZZlz24HiMK4kld6RzsEBOhhMr2bXaizok9L_FE2w\T͠VT7E=PsKנVT7E=PsQ |9ׁH <http://www.lezenenschrijven.nl/laaggeletterdheid/publicatiesׁׁЈנVT7E=PsP T`9ׁHhttp://www.hetcvte.nlׁׁЈנVT7E=PsO H̄9ׁHhttp://www.piaac.nl/ׁׁЈנVT7E=PsN ߁@9ׁH ;http://www.coe.int/t/dg4/linguistic/source/framework_en.pdfׁׁЈ׉E 'CPS Onderwijsontwikkeling en advies
75
׉	 7cassandra://UNeQhe85c2JoaIgxkK6qNpgJkTswv3q8bCHShKPIjl8` ̵ VT-7E=Pr3׉E6 Bronnen
•
•
•
Berben, M. (2010).Het Nederlands op de BES eilanden, een ‘vreemde taal?’ Amersfoorrt: CPS
Onderwijsontwikkeling en advies.
Brassell, D. & Rasinski, T. (2008) Comprehension that works. Huntington beach: Shell Education.
Buisman, M & Houtkoop, W. (2014) Laaggeletterdheid in kaart. Stichting lezen & schrijven en Expertise
centrum beroepsonderwijs.
• COMMON EUROPEAN FRAMEWORK OF REFERENCE FOR LANGUAGES:LEARNING, TEACHING, ASSESSMENT.
•
•
•
Examenresultaten (2015). Dienst Uitvoering Onderwijs. Den Haag: OC&W.
Frey, N. & Fischer, D. (2009). Learning words inside & Out. Portsmouth: Heinemann.
Houtkoop, W. Allen, J. Buisman, M. Fouarge, D. van der Velden, R. (2011). De geletterdheid van Nederland;
economische, sociale en educatieve aspecten van de taal- en rekenvaardigheden van de Nederlandse
beroepsbevolking. MGK rapport 00-40. Amsterdam: Max Goote kenniscentrum voor beroepsonderwijs en
volwasseneneducatie.
•
•
•
Houtkoop, W. Fouarge,D. van der Velden, R. (2011) Laaggeletterdheid in Nederland. Expertisecentrum
beroepsonderwijs: Universiteit Maastricht
Jaarverslag 2014. FORMA: Education pa Adulto, Bonaire.
Leerlingaantallen 1 oktober 2014, Rijksdienst Caribisch Nederland, Bonaire.
• Meijerink, 2010. Referentieniveaus.
• OECD (2013). OECD Skills Outlook 2013: First Results from the Survey of Adult Skills. Parijs:OECD Publishing.
• COMMON EUROPEAN FRAMEWORK OF REFERENCE FOR LANGUAGES:LEARNING, TEACHING, ASSESSMENT.
Strasbourg: Counsil of Europe. Verkregen via www.coe.int/t/dg4/linguistic/source/framework_en.pdf
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
PIAAC (Programme for the International Assessment of Adult Competencies) (2013). Kernvaardigheden voor
werk en leven: Resultaten van de Nederlandse survey 2012. Rapport http://www.piaac.nl/
Programmabureau Beter Presteren (2014). Taal begint thuis Ervaringen, inspiratie e tips voor samenwerking
tussen scholen en ouders voor taalstimulering. Rotterdam: Programmabureau Beter presteren.
Rapportage referentieniveaus Taal en rekenen (2015). College voor Toetsing en examens www.hetcvte.nl
Sanders, P. et. al. (2012). Toetsen op school Voortgezet onderwijs. Arnhem: Stichting Cito Instituut voor
Toetsontwikkeling.
Statistics Netherlands (2015). Trends in the Caribean. The Hague: CBS.
Sealy, R. & Silberie, M. (2015) Bevindingen Quick scan Expertgroepen Papiamentu en Nederlands.
Stichting lezen en schrijven Nederland, actieplan laaggeletterdheid 2012-2015.
http://www.lezenenschrijven.nl/laaggeletterdheid/publicaties
Taalunie (2104). Nederlands op zijn BESt. Advies over het ‘Nederlands in Caribisch Nederland’.
Toetsen: DMT, Begrijpend lezen, Rekenen, CITO vaardigheidstoetsen VO en examens. Arnhem: Stichting Cito
Instituut voor Toetsontwikkeling.
Toetsen Taalniveautest Nederlands. Amersfoort: Uitgeverij Deviant.
Toetsen Papiamentu. FORMA. Bonaire.
Vernooij, K. (2006) Effectief omgaan met risicolezers, Amersfoort: CPS.
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
76
׉	 7cassandra://7p6oKSFejqTjrUi38Y-8GDx7nIjqh3ahfncXObOT_60\`̵ VT7E=PsLVT-7E=Pr3{בCט   {u׉׉	 7cassandra://jSPyWWGBZeaHsVk66LQJJqZ75mypJbrZwi0EoHzafJc 6` ׉	 7cassandra://SyrY7ogn4MYROOogJYf9otGYGNbgC3Om4iYsw9TJg0I&` S׉	 7cassandra://MyeqW4Mlas4dRuyLGRG6B_j8hsQQDBdtjZpw1PeyQUo
%`̵ ׉	 7cassandra://XK-5qJNtpb7-QGlSTKqGytfTs-6v-Cl8N8M9mc9s2rE34͠VT7E=PsR׉Eu7 Lijst met afkortingen en begrippen
ALL: Adult Literacy and Life Skills Survey
CBS: Centraal Bureau voor de Statistiek
Cohort groep: individuen met gemeenschappelijk kenmerk bijvoorbeeld geboortejaar.
CPS: Christelijk Pedagogisch Studiecentrum
IALS: International Adult Literacy Survey
ISCED International Standard Classification of Education
PIAAC: Programme for the International Assessment of Adult Competencies.
OECD: Organisation for Economic Co-operation and Development
PO: Primair onderwijs
VO: Voortgezet onderwijs
Taalbeheersing: 'het vermogen om zich uit te drukken in één of meer talen.
Taalcontact: luisteren en lezen
Taalgebruik: spreken en schrijven
Taalvaardig: Het gebruiken van geschreven informatie om te functioneren in de maatschappij, de eigen
doelen te verwezenlijken en de eigen kennis en mogelijkheden te ontwikkelen.
CPS Onderwijsontwikkeling en advies
77
׉	 7cassandra://MyeqW4Mlas4dRuyLGRG6B_j8hsQQDBdtjZpw1PeyQUo
%`̵ VT-7E=Pr5׈EVT7E=PsSVT-7E=Pr5{) /Verslag Onderzoek Geletterdheid op Bonaire 2015 lUitgebreide versie van het verslag naar geletterheid op Bonaire 2015 van Stichting Lezen & Schrijven BonaireVS.\dC*Y