׉?ׁB! בCט  u׉׉	 7cassandra://vM8rNv_WPNba42YH51oeJEbduUFOJuzZL58lNZMVrzQ `׉	 7cassandra://nkCoMNaMDjcGiL6HKB6aluXXR2cck2NUQByFmMPDnbQ]S`j׉	 7cassandra://h28-tbUlFlqTT6wOc0T0BQ_QMZWVnCyuezDh_H43kdg!` ׉	 7cassandra://AsPsJ_NyCSVlynYJKIjAguFd4uGEEAGmnQND19mQf6Q R͠=c|~8K'נc|~8K' a	9ׁHhttp://www.viewonvalue.comׁׁЈ׈Ec|~8K'׉E"Verwachtingsmanagement
+
‘Vakidioot’ Ko des Bouvrie: “We goochelen met getallen en op het moment dat
een project klaar is, gaan we weer naar het volgende”
De zachte kant is de basis van verwachtingsmanagement
De zin en onzin van waterstof in de energietransitie
www.viewonvalue.com
׉	 7cassandra://h28-tbUlFlqTT6wOc0T0BQ_QMZWVnCyuezDh_H43kdg!` c|~8K'c|~8K'bבCט   u׉׉	 7cassandra://g9i0OXX1OeczWASEI-6rRdAWBtfWniUIh3JWIVlfCpM a`׉	 7cassandra://e-mQ6w04Xq-GCb2xyxQ1pXtOGQYelQxrTbXXm1fFH9MM`j׉	 7cassandra://akmlDxpmIQ0fI6czL6CpSSCeXcZnPDj9pgWQsFVY1-Q` ׉	 7cassandra://_mTGohv3_YyzlVMhU_jdrWEV4DlzCvjaVe4BGiGr_8s j͠=c|~8K'ט  u׉׉	 7cassandra://cuvI3t8v0Q1QGOgJhaj4eddA-gB6I9_QbIAGqPoyHUw /`׉	 7cassandra://BRrHreFtn04EgrEt-JYdWnlW_MPRSm0kLaXuSzgOiXM`H`j׉	 7cassandra://zLrkZf-p_7R4dpNMX0Srv3R0OVGbzMumRfF6wqIafDwg` ׉	 7cassandra://XY6_623SoiiDVRyjqueSKqM3XK26h0mGrIUQai5cBNY͛?͠=c|~8K'נc|~8K' сI9ׁHmailto:info@dace.nlׁׁЈנc|~8K' ׁR9ׁHhttp://www.tresviri.nlׁׁЈנc|~8K' ar
9ׁHmailto:redactie@mos-net.nlׁׁЈנc|~8K' z9ׁHhttp://www.veldhuismedia.nlׁׁЈנc|~8K' *Z9ׁHmailto:info@rhdhv.comׁׁЈנc|~8K' G*̣9ׁH  http://www.royalhaskoningdhv.comׁׁЈנc|~8K' a9ׁHhttp://www.neverseen.nlׁׁЈנc|~8K' FE
9ׁHmailto:info@dace.nlׁׁЈנc|~8K' AY9ׁHhttp://www.mos-net.nlׁׁЈנc|~8K' Ar9ׁHmailto:redactie@mos-net.nlׁׁЈנc|~8K' ;O9ׁHhttp://www.viewonvalue.comׁׁЈנc|~8K' DD9ׁHhttp://www.dace.nlׁׁЈ׉EYjaargang 6 ⁄ editie 13 ⁄ najaar 2022 ⁄ verkoopprijs €8,95
COLOFON
VIEWonVALUE is een informatief, promotioneel
vaktijdschrift dat kennis en ervaring uit wil wisselen,
inzicht wil bevorderen en belangstelling wil kweken voor
het vakgebied van cost- en value engineers. Het vakblad
richt zich naast professionals in de werkgebieden ook op
het management in deze werkgebieden. VIEWonVALUE
wordt uitgegeven door DACE.
UITGEVER
DACE, www.dace.nl
REDACTIEADRES
Redactie VIEWonVALUE
Postbus 1058, 3860 BB Nijkerk
Telefoon: (033) 247 34 60
HOOFDREDACTEUR
Carmen Valk-Struik
Verwachtingsmanagement
+
‘Vakidioot’ Ko des Bouvrie: “We goochelen met getallen en op het moment dat
een project klaar is, gaan we weer naar het volgende”
De zachte kant is de basis van verwachtingsmanagement
De zin en onzin van waterstof in de energietransitie
VIEWonVALUE – jaargang 6 – editie 13 – najaar 2022
www.viewonvalue.com
REDACTIE
Ed Antoine, Gerard Filé, Menno Hartsema,
Michiel Skevofilax,
REDACTIERAAD
Jarno Kuijvenhoven (vz), Arno Rol, Hans Bakker,
Martijn Koster, Han Vrijling
BLADMANAGEMENT
MOS bv, Caroline Knobbe en Sam Dekkers
redactie@mos-net.nl, www.mos-net.nl
TROTSE PARTNERS VAN VIEWonVALUE
ADVERTENTIE-EXPLOITATIE
Stichting DACE - secretariaat
Telefoon: (033) 247 34 55
E-mail: info@dace.nl
Advertentietarieven op aanvraag.
VORMGEVING
NeverSeen | Graphic Art & Design
Dimitri van den Berg, www.neverseen.nl
AMERSFOORT-AMSTERDAM-DEN HAAG-EINDHOVEN-GOESGRONINGEN-MAARSEN-NIJMEGEN-ROTTERDAM-URECHT-ZWOLLE
www.royalhaskoningdhv.com,
info@rhdhv.com
DRUK
Veldhuis Media, Raalte, www.veldhuismedia.nl
INZENDEN KOPIJ
Inzenden en publiceren van artikelen en berichten in
overleg met de redactie. Kopij inzenden via
redactie@mos-net.nl.
PRIJS
Losse verkoop € 8,95.
LEZERSSERVICE
Tresviri Cost Engineering Solutions, www.tresviri.nl
Adresmutaties, abonnementen en nabestellingen graag
doorgeven via DACE: info@dace.nl.
COPYRIGHT
Het overnemen evenals het vermenigvuldigen uit dit
vaktijdschrift is slechts toegestaan na schriftelijke
toestemming van de redactie.
ISSN
ISSN: 2543-0823
Bekijk hier alle edities van VIEWonValue
00:0 2
׉	 7cassandra://akmlDxpmIQ0fI6czL6CpSSCeXcZnPDj9pgWQsFVY1-Q` c|~8K'׉ED VOORWOORD VOORWOORD VOORWOORD VOORWOORD VOORWOORD VOORWOORD VOORWOORD
HET GAAT ALTIJD WEER OM VERWACHTINGEN
Ken je dat stripje van Dilbert? De manager vraagt hoeveel een project gaat kosten. Dilbert
antwoordt dat hij het niet weet omdat hij de specificaties nog niet heeft. De manager staat te foeteren
dat hij nú een getal nodig heeft waarop Dilbert 10 miljoen zegt. En uiteraard is de repliek van
de manager dat het te veel is en geeft de manager toe dat hij alleen maar een getal gevraagd had
om Dilbert het gevoel te geven dat hij inspraak had.
Dit stripje vind ik enorm tekenend hoe er soms met Cost Engineers wordt omgegaan. Er wordt
om input gevraagd maar de input moet wel in de lijn van de verwachtingen liggen. Zodra ik in
zo’n situatie werd gemanoeuvreerd, probeerde ik de vraag om te draaien: “Vertel mij jouw budget
en ik vertel jou wat jij daarvoor kan realiseren”. Maar daar werd altijd terughoudend op gereageerd.
De Projectmanager had het gevoel dat ik naar dat getal toe zou gaan rekenen. Terwijl we
in ons privé leven wél dat soort keuzes maken. Als je €10.000 wil uitgeven voor een auto, weet je
dat je niet bij een Porschedealer hoeft binnen te stappen voor een nieuwe. Maar je maakt al wel
een voorselectie van minimale eisen (need to have) en de extraatjes die leuk zijn maar niet per se nodig (nice to have).
Ook in onderhoud ben ik dit soort budgetdiscussies tegengekomen. Als een onderhoudsbudget te hoog is, moet er geschrapt worden.
Maar de fabriek moet wel door blijven draaien zonder onverwachte storingen.
En dan blijkt het allemaal om verwachtingen te gaan. Verwachtingen over budgetten, over de uitvoering van een project maar ook
over de levensduur van een project. Gelukkig begint er steeds meer besef te komen dat bezuinigingen in de CAPEX-fase als een boemerang
terugkomen in de OPEX-fase. Het bekende ‘penny wise, pound foolish’.
Als Cost en Value Engineers kunnen we het hebben over budgetten en scope maar ik ben er van overtuigd dat in de huidige markt
we de discussie nog breder kunnen trekken. Wat verwachten we van andere projectmethodieken? Ruud Loeve deelt in deze uitgave
zijn ervaring hiermee.
Ook wilden wij een veelgebruikte methodiek, de Monte Carlo Analyse, eens onder de loep nemen. En zoals met veel dingen blijkt ook
hier, garbage in = garbage out. Alex Lyaschenko schrijft in zijn artikel over de pitfalls van deze methode. Zijn achtergrond ligt voornamelijk
in planning, maar wij weten allang dat scope, time, cost niet los van elkaar gezien kunnen worden.
Naast nieuwe en veelgebruikte methodieken wilden wij ook de verwachtingen aanstippen van nieuwe technologieën. Een aantal
jaren geleden werden zonnepanelen en elektrische auto’s aangeprezen als dé oplossing voor de energietransitie, maar inmiddels
worden ze het ‘nieuwe asbest’ genoemd.
Verwachtingen managen blijkt dus over veel verschillende dingen te kunnen gaan. Ogenschijnlijk tegenstrijdigheden zoals soft skills
en techniek. Onderbuikgevoel en harde getallen. Proven technology en nieuwe uitvindingen. En dat is de uitdaging én de sterke kant
van een Cost en Value Engineer: een duizendpoot die met dit alles rekening kan houden én met dit alles kan rekenen! Of verwacht
ik nu te veel van onze beroepsgroep?
Carmen Valk-Struik, hoofdredacteur
INHOUDSOPGAVE
Voorwoord – Het gaat altijd weer om verwachtingen - 3
Monte Carlo Simulation Challenges - 4
Een oude olifant vereist ander bestek. Vernieuwende methoden
voor de vervanging en renovatie-opgave - 10
Interview: ‘Vakidioot’ Ko des Bouvrie is boven alles nieuwsgierig - 12
Prestatie boven verwachting waarmaken - 16
Geef de waterstofauto een eerlijke kans - 18
Vijf vragen aan... Henk Sakkers - 20
DACE katern - 22
Fry Zinnig – Verwachtingsmanagement: kunst van de glazen bol of spiegel
van misleiding? - 28
De zachte kant is de basis van verwachtingsmanagement - 30
De zin en onzin van waterstof in de energietransitie - 32
Achter Het Nieuws – No nature, no food - 38
00:0 3
׉	 7cassandra://zLrkZf-p_7R4dpNMX0Srv3R0OVGbzMumRfF6wqIafDwg` c|~8K'Ác|~8K'bבCט   u׉׉	 7cassandra://LfnD6yVQcHOdqwd-anmi8nBdRBGQpCXzD6OAUCBM9gw i`׉	 7cassandra://VQE5fe9AXGrKsUMasCRRRg3ahmGLNv-edPM0Oe8qHpQL`j׉	 7cassandra://RL1H8U8LFRg6QYuu_Dn8OlqdIBh9DTvG7f2v5-fC8Ak\` ׉	 7cassandra://kwh8U52oUsPm31PzLiouIQ463pmS1AOROrZ3MgWZYBc ͠=c|~8K'ט  u׉׉	 7cassandra://HrZrfGC_j3b_lyyi9gJ1l_eWcbtX9Vo8TuIkJhfDzkU `׉	 7cassandra://DH004p3-L8mWSpjQbQ2dJRBdw-VUfEQl_O4FMEBjC5cV`j׉	 7cassandra://z22M5iqILxfPLlW6tKX_-syyG7FIrNZBQTbr6y1dJNsc` ׉	 7cassandra://lOzoB7L913PufXrLOGVr8fFkM-td9V_naS1hBKgXf1A͠=c|~8K'׉Emonte carlo
simulation
challenges
In project management, Monte Carlo Simulation is becoming more popular but most
risk simulation tools and the ways how they are applied have some important
functionalities missing. This makes the results of this simulation unreliable.
Editor Alex Lyaschenko is a program and portfolio planning and delivery consultant with over 20 years of
experience in project management across different industries and countries. Alex specialises in probabilistic
planning and has worked within multi-billion programs and portfolio management offices to support
government and private organisations in implementing innovative practices, methods and tools.
00:0 4
׉	 7cassandra://RL1H8U8LFRg6QYuu_Dn8OlqdIBh9DTvG7f2v5-fC8Ak\` c|~8K'׉EMONTE CARLO SIMULATION CHALLENGES
Inputs
•
Scope
• Time
•
Cost
A project delivery plan also integrates:
•
Risks (including uncertainties)
•
•
Resources (People, Equipment & Materials)
Benefits
Full integration means that changes in one parameter are
reflected in other parameters.
Outputs
Figure 1 - The Monte Carlo Simulation Method.
Last year, I organised a LinkedIn poll to clarify what project
practitioners think about the Monte Carlo simulation method.
The poll had a lot of attention, and many projects and risk
consultants have shared their opinions. The following conclusions
could be made based on these discussions, comments and
the final results:
•
Monte Carlo Risk Simulation is the most recognised quantitative
project risk analysis method;
• There is no common acceptance of this method across
project practitioners;
• The opinion about Monte Carlo Simulation is mostly based
on perception rather than knowledge of how this method
works;
•
Many planners and risks consultants are not aware of
missing functionalities in Risk Simulation tools.
Monte Carlo Simulation method
A Monte Carlo Simulation is a model used to predict the probability
of different outcomes when the intervention of random
variables is present. Monte Carlo simulations help to explain
the impact of risks and uncertainties in prediction and forecasting
models.
To be useful a model has to be dynamic and represent the true
relationships between inputs and outputs.
A Monte Carlo Simulation is performed to identify:
•
Project risks that require maximum attention
•
•
•
•
•
Project targets that can be met with sufficient probabilities
Contingency reserves that must be created to meet project
targets
Current probabilities of meeting project targets
Resources required for the reliable achievement of project
targets
Project activities that require maximum attention
Monte Carlo Simulation Process
In project management Monte Carlo Simulation have to be
applied the following way:
1. Integrated logically driven Project Delivery Plan developed
and assessed;
2. People enter three estimates of initial data that are uncertain
(optimistic, most probable and pessimistic) and define
what probability distribution each uncertain parameter
has;
3. Risk events are included in the project risk model with
their probabilities and impacts;
4. Corresponding corrective actions added if targets achievements
are endangered;
5. The software calculates the model and accompanying parameters
over and over, each time using a different set of
initial data in accordance with their probability distributions.
The number of iterations is usually defined by the
risk management software user. Usually, this number is
measured in thousands of iterations.
As the result, we get the distributions of possible outcome
values.
Simplicity Challenge
Figure 2 - Monte Carol Simulation Model.
Model
Project Delivery Plan is used as a model for project planning
and delivery.
While the described process may look simple, the development
of a dynamic model requires a deep understanding of project
management processes, especially in schedule and risk management.
Project specialists often don’t recognise this challenge.
There are a few reasons why they accept the idea that the application
of the scientific method in complex and complicated
environments could be as simple as: “Prepare model and estimations,
add risks and uncertainties, simulate, and report”:
00:0 5
׉	 7cassandra://z22M5iqILxfPLlW6tKX_-syyG7FIrNZBQTbr6y1dJNsc` c|~8K'Łc|~8K'ābבCט   u׉׉	 7cassandra://__9dNgNrFdvqP3ftrllZr0Z1IDKKgavKj4x517CwoTA Z3` ׉	 7cassandra://CtLkuZCoMk3bQL2WnQ7v9vPDmPketr8HYpuAw33xDqwWL`j׉	 7cassandra://o_mX8JyAwQERYxRtdO3h3V1_u2LOE8yBjoeYph23jAM` ׉	 7cassandra://So5IHIBxG1QW_2w1lJKZdcqSYkY8lTojhl0uZ-tCbX0͌f~͠=c|~8K'ט  u׉׉	 7cassandra://AAr0C_ijxcW14U_5gDSWxd3I47imUIIGu2JMVXI9SSE =`׉	 7cassandra://TO5zEKsnveLIz4R541ihGgTTOS2vD8hCJp9dwAElbDoR`j׉	 7cassandra://sKvHNWgQkm1WKQrUo5_rUz7oE2wxrrIpqFWhXER2tmwg` ׉	 7cassandra://8kR2jbT93kF3L5tZOlfnf1lYE7MYRS8XtV-hkJ8N0K8 B͠=c|~8K'׉E•
Projects are often forced to apply predefined scheduling and
risk analysis tools. The companies that run training usually
focus on existing features, not on missing functionality.
Well too often, planners and risk managers have good
knowledge of the corporate project management tools but
don’t actually know schedule and risk management.
• If companies that promote their risk management or quantitative
risk analysis training say that Monte Carlo Simulation
requires many hours of effort, no one will buy their
tool or service.
•
Precision of this method creates an illusion of accurate estimation.
Some consulting and construction companies use
it to justify desired decisions. It is not critical for them to
understand how the method actually works. Quality of
analysis is defined by colours in reports, not by accuracy in
calculations.
Terminology
What do the terms optimistic, pessimistic, and most likely
really mean? Because they are very different for different people,
when one estimator says pessimistic, that person is thinking the
technology might prove to be a bit more difficult than expected
and thus take 10% longer. Another person in the team may
assume that ‘pessimistic’ means that the work might be interrupted
by an earthquake, tsunami, and nuclear meltdown
simultaneously (even if it has not happened in the past).
Data collection
Popular scheduling tools, like Microsoft Project and Primavera,
don’t have native features to capture ‘3 points estimations’, so
planners usually don't capture estimations provided by Subject
Matter Experts. A risk manager or scheduler applies a range
based on a single deterministic estimation instead. This approach
is based on two dangerous assumptions:
•
All provided estimations are ‘Most Likely’ estimations
When Subject Matter Experts are forced to provide a single estimation,
they have to decide on how much contingency to
include in the estimation. Some estimations in schedules have
‘optimism bias’, others, on the opposite, are too conservative.
•
All activities have the same level of uncertainty
There are many reasons why some of the activities may have
dramatically different uncertainties: new technology, new
equipment, new contractor, etc.
Distribution shapes
Risk simulation systems offer a large menu (usually up to 30) of
user-selected distribution shapes that can be implemented for
each and every activity. However, selecting a specific shape for
each of 1,000 or more activities (on top of generating three estimates
for each item) requires many hours of invested time. The
majority of users run the system using one of the default distriFigure
3 - Distribution shapes.
The ‘3 points estimation’ known as a PERT methodology is relatively
simple to use for cost, but for the schedule, it’s more
complicated. The fact that some activities are on the critical
path means that the volatility of those specific activities, as
opposed to the set of all project’s activities, can make a big difference.
The time impact of any risk is dependent on the criticality
of impacted activities. If activities are on a critical path, the
risk is likely to impact project delivery dates.
Changes in critical path mean that time impact is not a stable
characteristic of risk. The impact has to be calculated during
the simulation, not predefined in a risk register. It could be
achieved if an analysed model includes probabilistic branching
and conditional scheduling.
Volatility of results
How many iterations are sufficient for a reliable result?
Hundred, thousand, million? Unfortunately, there is no formula
to calculate the answer to this question. It depends on the
number of activities and other parameters such as the level of
complexity, quantity and type of dependencies, risks and uncertainties.
The volatility means that result of a simulation that is
based on precisely the same inputs could vary, sometimes significantly.
Risk simulation tools usually have a default number
(usually 1000) of iterations. Users don’t know how many simulations
are required to reach the desired level of volatility and
leave the default number as is. While 1,000 simulations may
sound a lot, in reality, often it is not near to the required level.
When after some time the project team runs a new analysis,
they have no idea why the result is different. It could be due to
butions: the triangular, PERT or a beta-distribution. However,
different activity distribution shapes can substantially alter the
result of the analysis.
The result of the simulation performed with PERT or triangular
distributions at the P80 mark is likely to have a noticeable 815%
difference. Beta-distribution is often recommended as a
good alternative to these two distributions. While it sounds very
scientific, each risk management tool uses its own formula of
beta-distribution and analysis performed with the same initial
data and the project delivery model will vary based on the tool
applied.
Risk data
00:0 6
׉	 7cassandra://o_mX8JyAwQERYxRtdO3h3V1_u2LOE8yBjoeYph23jAM` c|~8K'׉E
MONTE CARLO SIMULATION CHALLENGES
project changes or the volatility of the result.
When applied correctly the Monte Carlo Simulation for a large
project may take days. As a workaround, some consultants
recommend running simulations based on a high-level schedule,
also known as a level 3 schedule.
Editorial remark: With the SSK we have examined this exact
question! Our outcome was that 10.000 iterations are
sufficient for a realiable result (given the type of projects).
Level of details
When each work package in a high-level schedule is represented
by an activity, the schedule is missing a level of complexity
of each work package. Without this information, the result of
the simulation may be dramatically different. Example: A work
package has five concurrent activities.
Figure 6 - Distribution of High-Level Schedule.
50% instead of 3% is a dramatic difference that may drive wrong
project decision. A work package may have a different number
of activities, number and types of dependencies, constraints and
calendars. All these parameters impact the complexity.
Simulating the result of uncertainty rather than its source
Usually, duration and cost uncertainties are used as a base for
the simulation. However, the duration and cost uncertainties
are the results of other types of uncertainties, not a primary
type.
Figure 4 - Example of a work package.
Simulation performed based on a detailed schedule shows that
it is only 3.25% (50% 5 ) of probability completing the work
package within 5 days.. It requires that each activity be completed
to at the most likely duration or earlier.
Figure 7 - Sources and results of uncertainties.
Simulating the primary source and secondary result may lead
to different estimates. Sometimes substantially different. Most
risk simulation tools do not work with the source data and only
simulate duration and cost uncertainties.
Let’s consider a simple project consisting of a single activity:
•
The volume of work for this activity is 800 pieces;
•
Activity duration depends on the assigned resource’s productivity
with the optimistic estimate of 1.25 pc/hour, the most
likely estimate being 1 pc/hour, and the pessimistic estimate
being 0.8 pc/hour;
• The workday is 8 hours;
•
Figure 5 - Distribution of Detailed Schedule.
A similar analysis performed based on a high-level schedule
where the work package is represented by a single activity
shows that it is 50% of probability completing the work
package on time.
Uncertainty Type: Resource Productivity (+25% / -20%).
Figure 8 - Three scenario’s.
00:0 7
׉	 7cassandra://sKvHNWgQkm1WKQrUo5_rUz7oE2wxrrIpqFWhXER2tmwg` c|~8K'ǁc|~8K'ƁbבCט   u׉׉	 7cassandra://zmTJafMDeTKl25nowwjWxHThVX4FlfzVUqLjPTCAM3g r`׉	 7cassandra://ln8hJ__ScWLmrFkcvbVcOGKNzo-8Z4MffEnXGdHZJ3gP`j׉	 7cassandra://Z4BctiX1dAvj03dGEp66EwCMAoAZruotgCNnI53cnXU` ׉	 7cassandra://mXyvjSDC9--kUT8rRRXwIefGofmb8l5rf2X2ikLy_20 ~͠=c|~8K'ט  u׉׉	 7cassandra://0MmzLW2PTTCHRjZs9U1yv6nVm4GhkBf3VGDglrdPYns b`׉	 7cassandra://wxUTmBuowGnOcuJO7HllquoTJt3rdQrrxjVX_FKQ0DUL7`j׉	 7cassandra://OAcKiWs_-GKrhGam13bNmnac960mHIw_CtDQEd0_evo` ׉	 7cassandra://yg1kMLm2Z2O2WZ-iARtcgzHWI4AYLqDVR7AgrjPu63M "d͠=c|~8K'׉EIf the work is represented by a single activity with 3 estimations
(80d, 100d, 125d) result of Monte Carlo simulation performed
with Spider Project tool would be as following:
• 100d = 43.9%
• P75 = 108d
Different risk management software programs, however, use
their proprietary levelling algorithms and create different
resource-constrained schedules for the same projects. This is
due to the absence of a mathematical solution for finding the
best (shortest) schedule when project resources are constrained.
The risk analysis in any external risk simulation tool is likely to
be not reliable when the project has limited resources. Distribution
calculated by an external tool assumed that project will use
resource assignments as the external tool recommend it.
Activity lags & dependency uncertainties
A project may have uncertainties not just within activities but
also between them. Uncertainties could be in project dependencies,
external supply dates and dependency lags.
Dependencies
Figure 9 - Distribution based on a single 100d activity.
If the same work is presented as ten consequence activities. (8d,
10d, 12.5d), the result of the simulation will be different:
• 100d = 27.3%
• P75 = 103.7d
Some work may have uncertainty in the type of dependency
when it is unclear which type of dependency has to be applied:
‘Start-to-Start’ or ‘Finish-to-Start’. This type of uncertainty may be
represented by probabilistic branching but not many scheduling
tools have this feature yet.
Figure 11 - Dependency uncertainty.
External dependency
Figure 10 - Distribution based on ten 10d activities.
It does not look logical. Probability distribution should not
depend on the way the work is presented in the project schedule.
Activity
durations depend on the productivity of assigned
resources: the higher the productivity, the faster all ten activities
will be performed. Therefore, the durations of all ten activities
are strongly correlated with each other. If the source of
uncertainty (resource productivity) was simulated instead of the
result (activity duration) this problem would not exist. The
majority of risk analysis tools don’t allow to work with the true
types of uncertainties.
Resource uncertainties
Uncertainties in resource availability may impact activity durations,
sequence of the activities and even project critical path. It
means that in each iteration, resources must be levelled.
Figure 12 - Activity Lag.
The date of the external deliverable may be uncertain. An
external dependency is usually represented as a milestone but
milestones can’t have 3 durations (it is always zero). If possible, it
is recommended to represent external dependency as an activity,
instead of a milestone.
Lags
Lag is the delay of a successor activity and represents time (or
volume of work) that must pass before the second activity can
begin (or finish). Many risk simulation tools can’t simulate lag
uncertainties. As a workaround lag (lead) could be replaced with
‘lag activity’ and 'lead activity'.
00:0 8
׉	 7cassandra://Z4BctiX1dAvj03dGEp66EwCMAoAZruotgCNnI53cnXU` c|~8K'׉E7MONTE CARLO SIMULATION CHALLENGES
Monte Carlo Simulation is a very powerful and recognised risk
analysis method that could increase the chances to deliver projects
on time and on budget.
Inaccurate or Misleading?
George Box, a British statistician said: “All models are wrong, but
some models are useful. So, the question you need to ask is not
‘Is the model true?’ (it never is) but ‘Is the model good enough
for this particular application?’ In the application of project
management, it could be rephrased as: “Is the Project Delivery
Plan good enough to explain the impact of risks and uncertainties
by applying the Monte Carlo Simulation method
correctly?”
Figure 13 - Activity Lead.
Missing Corrective Actions
When our project is late and over budget, usually corrective
actions are taken. So, the Monte Carlo model should simulate
these corrective actions in the respective iterations. It means
that the project model must include conditional branches “if ..
then" and risk simulation software must automatically select
the right branch based on the predefined conditions. For
example: if the project is more than 20 days behind schedule,
then extra resources are going to be added to speed up delivery.
Any project delivery model is just a proxy and it is never precisely
accurate. We use it, as it still helps to drive project decisions.
However, misleading forecasts are dangerous, as they may drive
wrong decisions. The challenge is to understand where to draw
a line between ‘inaccurate’ and ‘misleading’.
Monte Carlo Simulation is a very powerful and recognised risk
analysis method that could increase the chances to deliver
projects on time and on budget. The method needs to be
applied correctly and with the project delivery tool that
supports the critical functionality, we covered in this article.
00:0 9
׉	 7cassandra://OAcKiWs_-GKrhGam13bNmnac960mHIw_CtDQEd0_evo` c|~8K'Ɂc|~8K'ȁbבCט   u׉׉	 7cassandra://LuG3pYFAejmjMJHAYxEaeW6WieK8wqiWc-PgHdNUy_Y @`׉	 7cassandra://wyuUsHE-V9vEfCFsupyTkh0JxyQFJbZm6ET_NJjXgw8\`j׉	 7cassandra://nuta9562wI76mtmHmAIcZYlKWIIX9QjrnV9WUuDTvoAu` ׉	 7cassandra://D37M3YCsfQtdiwiqSfAzoqAI5vMR45kto7d5n0LPK7I ͠=c|~8K'	ט  u׉׉	 7cassandra://86wzsFvCE-cfUfNqjdYR9C64VNS-PwwxjrC24uTOfko ,3` ׉	 7cassandra://26qBeMmiuQ1oSOqV6B4NXwk4jhtl7RbC5Oqx01xBRMIoK`j׉	 7cassandra://HpAWnBH5qFV-LpfAbP04i9Z9fuNreBAZPHjVPwUs_Ao` ׉	 7cassandra://v6p4aM7kD_Eh5G0FzdTLZjZo5tApwhsqF-lKCrrcLaYph͠=c|~8K'
׉EUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COL
VERNIEUWENDE METHODEN VOOR DE VERVANGING EN RENOVATIE-OPGAVE
een oude olifant
vereist ander bestek
“Hoe eet je een olifant? Hak hem in stukken!” Met deze aanpak realiseerden projectteams
de afgelopen decennia nieuwbouwprojecten als de Betuweroute en vele tunnels, bruggen
en sluizen. Inmiddels is Nederland in een nieuw tijdperk gekomen. We bouwen nog maar
weinig nieuwe infrastructuur en hebben de handen vol aan de vervangings- en renovatieopgave
(V&R). De aard en dynamiek van V&R-projecten is wezenlijk anders dan van
nieuwbouw en het vraagt vernieuwende methoden om ze te realiseren en te beheersen. In
dit artikel licht ik dat graag toe.
Auteur: Ruud Loeve is PVM-gecertificeerd Value Engineer bij Arcadis en gebruikt scrum
regelmatig als methodiek in zijn werk als consultant, project- en tendermanager.
00: 10
׉	 7cassandra://nuta9562wI76mtmHmAIcZYlKWIIX9QjrnV9WUuDTvoAu` c|~8K'׉ELUMN
N COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN
D
e metafoor van de olifant vat kernachtig de
klassieke projectmanagementaanpak samen:
verdeel een omvangrijke projectscope in
overzichtelijke onderdelen of werkpakketten,
zet deze in een tijdsplanning en raam de kosten
per onderdeel. Na de verkenningsfase van een nieuwbouw -
project weet je ongeveer hoe de olifant eruit ziet: de projectscope
is op hoofdlijnen duidelijk. Ook het vertrekpunt, de bestaande
situatie, is redelijk overzichtelijk. Hoe anders is dat bij een V&Rproject.
Het vaststellen van de bestaande toestand van een object
is ingewikkeld. Vaak zijn de oude tekeningen, berekeningen en
bestekken onvindbaar door archieven die verloren gingen. En
welke onderdelen nog in relatief goede staat zijn en welke niet
vraagt veel onderzoek met een onvoorspelbare uitkomst. Ook
het bepalen van het maatregelenpakket, om de gebruiksfuncties
voor een langere periode te waarborgen, is niet eenvoudig. Het
kan variëren van een beperkte set aan versterkingsmaatregelen,
gebaseerd op complexe herberekeningen, tot een complete
vernieuwing waarbij het object voldoet aan actuele eisen: een
verhoogde doorvaarthoogte, meer en zwaarder verkeer, circulair,
klimaatrobuust, enzovoorts. Het kostenplaatje van deze
uitersten verschilt gigantisch.
Bij V&R-projecten zijn veelal meerdere publieke stakeholders
betrokken met grote en soms divergerende belangen. Een
treffend voorbeeld is de Spijkenisserbrug. Beheerder
Rijkswaterstaat gaat uit van een renovatie van deze oude
hefbrug. Deze staat meer open dan dicht omdat de
zeescheepvaart met voorrang passeert. De gemeente ziet daarom
liever een nieuwe tunnel vanwege de vele files voor de
openstaande brug. De uiteindelijke scope van een V&R-project is
het resultaat van een dynamisch en onvoorspelbaar proces
waarin techniek, economie en politieke belangen een hoofdrol
spelen. Soms is de uitkomst vernieuwing met voordelen qua
fasering: het oude object blijft geheel of gedeeltelijk in functie tot
het nieuwe object gereed is. Een dergelijke aanpak levert minder
verkeershinder en dus minder maatschappelijke kosten. Bij een
nog relatief goede technische staat is complete vernieuwing
kapitaalvernietiging en ligt een keuze voor renovatie meer voor
de hand. Dit betekent meestal meer verkeershinder en omrijden
bij stremmingen waarbij maatschappelijke kosten snel oplopen.
Opdrachtgevers focussen vaak op een kostenefficiënte oplossing
voor het object en vergeten of onderschatten de maatschappelijk
impact van hun keuzes. De nieuwsberichten rondom de
Haringvlietbrug vormen hiervan het bewijs.
Agile-methoden in V&R-projecten
Bij aanvang van het V&R-project weet je dus niet hoe de oude
olifant er precies uitziet en het eindpunt kan een opgelapte
olifant zijn of een heel ander dier. Dit maakt verwachtingenmanagement
uitdagend. De klassieke aanpak om de olifant in
stukken te hakken en het projectproces serieel te verdelen in
fasen, van ontwerp tot oplevering, werkt voor V&R-opgaven
daarom niet goed. De grotere onvoorspelbaarheid vereist een
andere aanpak en samenwerkingsvorm waarbij kennis over
constructieve toetsing, ontwerp, bouwmethoden en
assetmanagement veel meer geïntegreerd in plaats van gefaseerd
wordt ingezet.
Grotere projecten in de ICT-wereld vertonen parallellen met
V&R-projecten. Ook daar is bij aanvang het einddoel onduidelijk.
En ook daar probeerde men aanvankelijk met klassieke
projectmanagementmethoden de projecten te beheersen. Het
resultaat is bekend: enorme kostenoverschrijdingen en mislukte
projecten. Als reactie hierop is in de jaren negentig een meer
wendbare (agile-)aanpak ontwikkeld om ICT-projecten beter te
beheersen. Scrum is één van de bekendste agile-methoden en
krachtig vanwege zijn eenvoud. Kenmerken van scrum zijn
compacte, zelfsturende teams, korte sprints gericht op het
opleveren van een werkend product, frequente feedback door
stakeholders op tussenresultaten, minder inspanning op
planning en een steile leercurve door mini-evaluaties na elke
sprint. Agile-methoden bleken in de ICT succesvol en
verdrongen daar de klassieke aanpak vrijwel geheel.
Het succes van agile in de ICT dringt inmiddels voorzichtig door
in de infrasector. Begrippen als stand-ups en scrumboards deden
hun intrede maar brede toepassing zie ik nog niet. Het
klakkeloos kopiëren van de hele methodiek is overigens geen
optie. Tien regels moderne programmeertaal maakt al een
werkend stukje software maar een brug functioneert pas als het
beton hard is. Ook wordt vaak het risico benoemd van
stuurloosheid: als je niet weet waar het eindpunt ligt, hoe
voorkom je dan een al te zwabberend parcours in het project?
Toch is het de moeite waard om meer en vooral diepgaander te
experimenteren met agile in V&R-projecten. De recente revival
van bouwteams werkt hierin mee. Een bouwteam lijkt immers
veel op het zelfsturende scrumteam waarin alle benodigde
kennis en ervaring wordt geïntegreerd. En voor het risico op
stuurloosheid is er een krachtige beheersmaatregel: Value
Engineering! Dé methodiek voor het vinden van waardevolle
oplossingen met draagvlak.
In de afgelopen jaren mocht ik Value Engineeringtrajecten
leiden voor verschillende bruggen uit het V&R-programma van
Rijkswaterstaat waaronder de Waalbrug bij Nijmegen en de
Suurhoffbrug in Rotterdam. Met experts van opdrachtgever en
ingenieursbureau én met belangrijke stakeholders verkenden
we de problematiek, verzamelden ideeën voor oplossingen en
werkten we kansrijke alternatieven uit tot een conceptueel
ontwerp. Bij de Suurhoffbrug deden ook aannemers mee. Zo
wisten we in een paar maanden tijd met goed voorbereide Value
Engineeringworkshops het einddoel een stuk scherper in beeld
te brengen. Een vervolg met agile/scrum om het einddoel in
hoog tempo te concretiseren en realiseren gebeurde nog niet en
zie ik als wenkend perspectief.
Met infra-agile als nieuwe vork en Value Engineering als scherp
mes kunnen we oude V&R-olifanten makkelijker oppeuzelen.
Welke opdrachtgever durft het aan om met dit bestek aan het
werk te gaan?
00: 11
׉	 7cassandra://HpAWnBH5qFV-LpfAbP04i9Z9fuNreBAZPHjVPwUs_Ao` c|~8K'ˁc|~8K'ʁbבCט   u׉׉	 7cassandra://CMqe6ixZW2bCj-6lC9aUtV8UgPrIaFoR7bsJRDOW9kM &A`׉	 7cassandra://qhUpTYHRvOFYXnlQRt67CInkV_wj2bEEug72pb3UaX4=`j׉	 7cassandra://XY6xBFwaAZT-E0bjjo__yucUIeTNf61DfApJLo1DNj8;` ׉	 7cassandra://aNJPWiawz5eoIfjL2uIs9awg4-tKn-tv1a6J_JbpxUA z͠=c|~8K'ט  u׉׉	 7cassandra://xBoMmPxs8qzNnai8DZiQIADYfjmkHyg77HGmmBKGtJc x`׉	 7cassandra://MGb_1gHoU6LZp8KToPuGjS-RWbUyyX8zzLsJK7-WrMoe`j׉	 7cassandra://7cZ3dR5D8025skkZcF0PsFrEs30YbDTnnT_reoCWO7A ` ׉	 7cassandra://6YSwThJ2HhUEwR3HiUhVzTWigkGrFBkqkqIDG_cK2l0́z͠=c|~8K'׉E00:12
׉	 7cassandra://XY6xBFwaAZT-E0bjjo__yucUIeTNf61DfApJLo1DNj8;` c|~8K'׉EINTERVIEW
‘VAKIDIOOT’ KO DES
BOUVRIE IS BOVEN ALLES
NIEUWSGIERIG
“Wat mensen vaak denken is dat Cost Engineers begroters zijn, maar we kunnen veel meer
dan dat.” Het is een uitspraak van icoon in het vak Ko des Bouvrie. De uitspraak die blijft
hangen na het gesprek dat we met hem hebben op het kantoor van Cost Engineering
Consultancy (CEC) in Zwijndrecht, het bedrijf dat hij ruim 25 jaar geleden samen met
Chris Hagedoorn oprichtte. 75 jaar is hij, maar van stoppen wil hij niet weten. “Officieel
werk ik hier niet meer”, beantwoordt hij de vraag of hij nu eigenlijk met pensioen is. De
grote glimlach op zijn gezicht verraadt met hoeveel plezier hij als zelfbenoemd ‘vakidioot’
nog altijd dagelijks met zijn vak bezig is.
Interview & tekst: Sandra Kagie (Sanscript Tekstproducties) en Carmen Valk-Struik Fotografie: Leonard van der Kuijl.
“
Nieuwsgierig zal hij immers altijd blijven en dus zoekt hij
elke dag opnieuw op veelal Amerikaanse websites, maar ook
op LinkedIn naar nieuwe ontwikkelingen. “Het is nu een
hobby dus ik hoef nooit meer te werken”, zegt hij erover,
met opnieuw die glimlach op zijn gezicht en een twinkeling in
zijn ogen. Terug naar de uitspraak van Des Bouvrie die beklijft:
Cost Engineers kunnen veel meer dan begrotingen maken. “We
worden nu gezien als diegenen die een begroting moeten
maken, klaar. Vervolgens wordt er gezegd: ‘nu hebben we
iemand nodig die als Cost Controller gaat werken en oh ja, we
hebben ook nog een planner nodig’. Dat die begroter al heeft
nagedacht over allerlei zaken die die andere twee weer op hun
manier oppakken, daar wordt niet bij stilgestaan. Heel veel werk
wordt op deze manier dubbel gedaan. Simpelweg omdat we niet
goed samenwerken en omdat in de overdracht van de een naar
de ander heel veel informatie verloren gaat.”
Des Bouvrie vergelijkt het met het spelletje dat we allemaal
weleens hebben gespeeld. Je moet een verhaaltje doorvertellen
aan je buurman en hij weer aan zijn buurman. Doe dat een paar
keer en het verhaal dat er uiteindelijk uitkomt, lijkt in niks
meer op het oorspronkelijke verhaal. “De Cost Engineeringwereld
is hier het perfecte voorbeeld van. De begroter maakt iets,
maar hij weet uiteindelijk maar zelden wat een project
uiteindelijk heeft gekost.” Van enig zelflerend vermogen is dus
geen sprake, beaamt hij.
De ideale situatie?
“In een ideale organisatie vormen de begroters, de Cost
Controllers en de planners één afdeling, de Cost Engineering
afdeling”, gaat hij verder. “Eén afdeling waarbinnen je
specialisten hebt. Een begroter moet immers meer creatief zijn.
Die moeten uit het niks iets maken. Een Cost Controller moet
veel meer nauwkeurig zijn en communicatief vaardig. Hij moet
immers op tijd kunnen bijsturen en dat laatste geldt ook
nadrukkelijk voor een planner.”
Boven alles moet deze Cost Engineeringafdeling volgens Des
Bouvrie onafhankelijk zijn en rapporteren aan het
management. Dit om te voorkomen dat ze wordt beïnvloed door
00:13
׉	 7cassandra://7cZ3dR5D8025skkZcF0PsFrEs30YbDTnnT_reoCWO7A ` c|~8K'́c|~8K'́bבCט   u׉׉	 7cassandra://ss4MCDmoBVyEzfhBxor6YyNd9uF81Bk5ZC7YoPDiU7o =`׉	 7cassandra://KwB1aPOLLyqGzee6Ze9V48Jx0GFuP-BEozypwMbHMVAb`j׉	 7cassandra://qADq7YoqkVg-q3rO7jyxKN5nBTOr8taDqAZbeff172kA` ׉	 7cassandra://h4YSk13RbtwSEyxDsl7Vp85-nYR-3IVVHTLZ6X1yXpY 5x͠=c|~8K'ט  u׉׉	 7cassandra://eLxA88pR4Dhq8UP20EDUnUuQ866t3RhQfEOmOb92VuA `׉	 7cassandra://tz4LjurPLp_f-CbioEjuQbTAFo3mCT9peof6cj6iIZU]3`j׉	 7cassandra://7IjlgbocEb-0-v251dntgStqoUy867mtivuN1zQPYngj` ׉	 7cassandra://J9saAl2Is2ZVztzYLDhAloD-nrTkE10W4ZoxH82sg5g E|͠=c|~8K'׉Eeallerlei Project Managers onderweg. Ook zou hij graag zien dat
Cost Engineers veel meer betrokken worden binnen
onderhoudsprojecten, turnarounds bijvoorbeeld. Richt je een
organisatie op deze manier in dan kunnen volgens hem enorme
stappen worden gezet. “Hoe beter de voorbereiding, hoe beter er
immers kan worden gebouwd én beheerd”, concludeert hij.
Het belang van data
Des Bouvrie verwijst graag naar Amerika, waar ze zaken volgens
hem veel wetenschappelijker, benaderen. “Amerikanen zijn
gericht op analyse, op getallen. Kijk naar sport. Neem een
baseballwedstrijd alles is geanalyseerd en vastgelegd in getallen
en statistieken. Ook het publiek is daarvan op de hoogte. Het zit
in hun cultuur. Dat zie je overal terug. Wanneer ze presentaties
geven bijvoorbeeld; dat zijn bijna wetenschappelijke
verhandelingen met grafieken erbij, helemaal uitgewerkt.
Terwijl we hier toch vaak verzanden in verkooppraatjes. We
nemen uiteindelijk bepaalde dingen wel van elkaar over, het
gaat alleen zo langzaam. Kijk naar het voetbal hier waarin
inmiddels ook alles wordt geregistreerd. Iets dat tien jaar geleden
nog als flauwekul werd bestempeld.”
“In ons vak kun je zoveel met data, maar we zijn zo behoudend
dat we onze eigen ontwikkeling in de weg staan. Ook omdat we
als Cost Engineers niet hard genoeg roepen wat we kunnen. We
benadrukken ook te weinig dat Cost Engineering een vak is, een
beroep waarvoor je gecertificeerd kunt worden. Wat dat betreft
moeten we ook de hand in eigen boezem steken. We blijven hier
altijd weer in Excel hangen, terwijl we bezig moeten zijn met
data(techniek). Maar zover zijn we helemaal nog niet. We
goochelen met getallen en op het moment dat een project klaar
is, gaan we weer naar het volgende. Iets leren uit het verleden,
data verzamelen en deze analyseren om vervolgens de cirkel
rond te maken, daar zijn we eigenlijk niet mee bezig. Wat dat
betreft leven we nog in het stenen tijdperk. Wat opdrachtgevers
van ons verwachten, is in de afgelopen decennia ook niet echt
veranderd. Misschien zit het dus ook wel in het gebrek aan
uitgedaagd worden.”
Hoop voor de toekomst
De hoop die Des Bouvrie heeft voor zijn jongere collega’s is dat
vooral het management binnen organisaties gaat zien hoe
belangrijk Cost Engineering nu werkelijk is als het gaat om de
beheersbaarheid van projecten. “Zodat ze er ook – wanneer het
even minder gaat – in blijven investeren, want dat gebeurt nu te
weinig. Gaat het minder dan wordt er bezuinigd op ons en zijn
we eigenlijk weer terug bij af”, geeft hij aan. “Zo hebben we steeds
weer te maken met enorme golfbewegingen. Terwijl je juist
wanneer het minder gaat als organisatie moet verbeteren, en
daarvoor heb je ons nodig. Door data te analyseren en zo
projecten beheersbaar te houden. Om er ook in mindere tijden
voor te zorgen dat je de beste van de slechtsten bent. Wanneer de
boel dan weer aantrekt, ben je er vervolgens ook meteen klaar
voor en hoef je niet eerst weer op zoek naar goede Cost
Engineers, die op dat moment natuurlijk niet te vinden zijn,
terwijl projecten wel moeten worden begroot.”
“Vervolgens moet je ook in goede tijden tijd blijven vrijmaken
00:14
׉	 7cassandra://qADq7YoqkVg-q3rO7jyxKN5nBTOr8taDqAZbeff172kA` c|~8K'׉EINTERVIEW
voor analyse”, blijft hij hameren op het belang hiervan. “Als het
goed gaat, hebben we echter allemaal haast en dus geen tijd om
bij dingen stil te staan, laat staan projecten gedegen te evalueren.”
Ook weer funest voor het lerend vermogen, beaamt hij.
Tips van een ervaren rot
Wat elke Cost Engineer zich volgens hem moet realiseren is dat
1+1 niet 2 is, maar 3. “Ons vak is nu eenmaal geen exacte
wetenschap. Je past een heleboel basisregels toe, maar elk project
is toch weer anders. Waardoor Fingerspitzengefühl steeds weer
een enorm belangrijke rol speelt. Net als communicatie”, weet
hij uit inmiddels decennialange ervaring. “De principes van ons
vak zijn over de hele wereld hetzelfde, maar je loopt continu
tegen spraakverwarringen aan waardoor je steeds weer terug
moet naar het uitleggen van de basis.”
“Weet wie je voor je hebt”, geeft hij een belangrijke tip. “Bereid je
voor. Verdiep je in je gesprekspartner en zijn organisatie.
Uiteindelijk is Cost Engineering het vertalen van technische
informatie in termen van kosten en tijd, niet meer en niet
minder. Hoe je dat doet, is echter afhankelijk van de
opdrachtgever die tegenover je zit. En die nuances moet je wel
aanvoelen. Heb je te maken met een ingenieursbureau of met
een aannemer? Dat zijn heel andere culturen en dus moet je
heel andere vragen stellen. Iets waar ik het met jongeren binnen
CEC veel over heb.” Het belang van verwachtingsmanagement
binnen het vak van Cost Engineering, zo zou je het wat hem
betreft zeker kunnen benoemen.
Verwachtingen op de juiste manier managen, kun je wat Des
Bouvrie betreft alleen wanneer je nieuwsgierig bent. Wanneer je
continu op zoek gaat naar nieuwe dingen, naar nieuwe
technologieën en methodieken, om vervolgens te kijken hoe je
die in de kostenpraktijk kunt gebruiken. Een gezonde dosis
nieuwsgierigheid is daarom wat hij zijn jongere collega’s boven
alles toewenst. “Zo zijn we nu heel druk bezig met onder andere
3D-technologie en de vertaling hiervan naar ons vak van Cost
Engineering”, geeft hij een voorbeeld. “Inspiratie die we
bijvoorbeeld hebben opgedaan van allerlei programma’s op
National Geographic waarin de bouw van complexe
constructies op die manier inzichtelijk wordt gemaakt. Ideaal,
want met een 3D-weergave kun je ook een begroting, Cost
Controlrapport of planning die doorgaans vol staan met allerlei
getallen en grafieken veel inzichtelijker maken door middel van
visualisatie. Zodat je heel snel ziet waar dingen fout kunnen
gaan. Maar we zijn met nog veel meer nieuwe dingen bezig zoals
‘advanced work package planning’ wat in de USA booming is.”
Blijven ontdekken als hobby
Het willen weten hoe iets zit, het willen doorgronden van nieuwe
methoden en technieken en deze toepassen op ons vakgebied,
het steeds opnieuw ontdekken. Nieuwsgierigheid die Des
Bouvrie naar eigen zeggen altijd heeft gehad en ook altijd zal
hebben. Precies de reden waarom híj nooit zal stoppen met
werken. Al is voor hem dat werken inmiddels dus een hobby
geworden.
00:15
׉	 7cassandra://7IjlgbocEb-0-v251dntgStqoUy867mtivuN1zQPYngj` c|~8K'ρc|~8K'΁bבCט   u׉׉	 7cassandra://tNZz0-cwvpTPAh0RE0t-CGC0NaNfP5EaDDosiC_axxs `׉	 7cassandra://QWhyETkt9CzqTKfeBTTPQuk2lsvvMhKV4Dmm-1RLBI0~P`j׉	 7cassandra://X_gO66BPY0px9lHxCivu-bb_p94EkT3Tbarm-MiiSWo'` ׉	 7cassandra://OI_tIIs_LHduKQk7s4WZZ4M32BUFdIASk2gl9pzX8vo "͠=c|~8K'ט  u׉׉	 7cassandra://aT-AYt6X4eqyPUI_50iWD_Z2q3HlWW5EML4ltdeVdZA ` ׉	 7cassandra://MFIE2VmJEgQ7DBW8GZKnMNJgoNRU1VEbpwhdZe8k21Mj`j׉	 7cassandra://joJy54GjLhLWOMjx8mUPBlPPJC-MIvmyl90vuhnABJ0
` ׉	 7cassandra://tBgxI0mw28VPGHL02_-3p0PjsuZ7i5iO7P5NYFJdvQw͘ql͠=c|~8K'נc|~8K' f9ׁH ,https://www.hevo.nl/hevofame/projecten/wonenׁׁЈנc|~8K' U9ׁH !https://www.hevo.nl/diensten/naarׁׁЈ׉Eprestatie boven
verwachting
waarmaken
Sturen op een maximale kwaliteit voor het beschikbare budget door gebouwen en
huisvesting risicodragend te ontwikkelen, maakt het mogelijk om in een vroeg
stadium garanties op kwaliteit, prijs en planning te kunnen geven. Op deze manier
houdt de opdrachtgever invloed op het proces en de flexibiliteit. Uitgangspunt hierbij
is dat zowel de afgesproken als de niet afgesproken verwachtingen gerealiseerd
worden. Kennis van de markt, procedures, bouwtechniek en het primaire proces van
de opdrachtgever en gebruikers is cruciaal.
Auteur: Winifred van den Bosch is directeur HEVO en specialist op het gebied van projectmanagement van
duurzame circulaire gebouwen en SMART Engineering.
00: 16
׉	 7cassandra://X_gO66BPY0px9lHxCivu-bb_p94EkT3Tbarm-MiiSWo'` c|~8K'׉EPRESTATIE BOVEN VERWACHTING WAARMAKEN
H
et realiseren van risicodragende projecten doen we
vooral in een klassieke bouworganisatievorm.
Hiermee bedoelen we een organisatievorm waarbij
een ontwerpteam op basis van een Programma van
Eisen in verschillende fasen een bestek opstelt dat
vervolgens wordt aanbesteed en gebouwd. Op die manier worden
de verwachtingen van opdrachtgevers en gebruikers in een
gefaseerd proces omgezet in een optimaal ontwerp met een
gebouw als resultaat. Meer geïntegreerde bouworganisatievormen,
zoals Engineer & Build of Bouwteam, zijn ook mogelijk maar wel
met een flinke nadruk op samenwerking en een solide toets- en
acceptatieproces. We hebben hiervoor standaarden ontwikkeld op
basis van de UAV-GC. De zekerheid voor de opdrachtgever blijft bij
risicodragende projecten zowel in klassieke als meer
geïntegreerde vormen hetzelfde. Vanwege het andere moment van
aanbesteden van de uitvoering, is de wijze waarop de risico’s
gemanaged worden door de risicodragend projectmanager,
verschillend. De keuze voor de bouworganisatievorm is
afhankelijk van de marktsituatie en de aard van de risico’s.
Ondanks dat de bouworganisatievorm vaak klassiek is, zijn de
methoden en de middelen afgestemd op de huidige tijd. Met
fysieke en digitale workshops wordt op een interactieve manier
het Programma van Eisen (PvE) ontwikkeld op basis waarvan met
BIM (Bouw Informatie Model) een ontwerp wordt ontwikkeld
waarna de ervaring van de gebruiker in Virtual Reality
gesimuleerd wordt. Omdat niet alle wensen op papier in het
programma kunnen worden verwoord, is het belangrijk om het
BIM te blijven toetsen bij gebruikers zodat het ontwerp op de
wensen kan worden bijgesteld. De BIM-modellen worden ook
gebruikt bij analyse, ontwerpoptimalisatie en kostenmanagement.
Voorbeelden van procesinnovaties
Een van de recente procesinnovaties heeft de naam MijnSchool [1].
Deze conceptuele aanpak kenmerkt zich door een op maat gesneden
proces gericht op de gebruikers (leerkrachten en leerlingen).
In een op beleving en inspiratie gericht proces wordt het onderwijsconcept
vertaald naar passende huisvestingsconcepten, die daarna
integraal worden vertaald naar een gebouwontwerp. Zo ontstaat
een passend schoolgebouw op maat dat de verwachtingen waar
maakt. De kern van deze aanpak is, dat deze onafhankelijk moet
zijn van leveranciers of onderaannemers door producten en systemen
toe te passen die door verschillende marktpartijen geleverd
kunnen worden. Op deze manier houden de uitvoerende marktpartijen
de mogelijkheid om hun marktkennis optimaal in te
zetten om de beste prijs-kwaliteit verhouding aan te bieden. In het
bestek worden de producten omschreven waarbij de mogelijkheid
om alternatieve gelijkwaardige oplossingen aan te bieden, expliciet
vermeld wordt. Een andere innovatie is SMART Engineering.
Samen met de opdrachtgever wordt uit een poule van op elkaar
ingespeelde externe ontwerpingenieurs (constructeurs, installatieadviseurs
en bouwfysisch adviseurs) en een architect, een team
samengesteld dat het beste bij de opdrachtgever past. Een voorbeeld
is Wonen met een plus [2]. Alleen door samen te werken kan
de tevredenheid van de opdrachtgever – een gebouw dat de
verwachtingen overtreft –, gerealiseerd worden. In het HEVO
Expertisecentrum zijn experts op het gebied van bouw- en installatietechniek,
bouwkosten circulariteit, duurzaamheid en juridische
zaken actief. Zij volgen de bouwmarkt intensief, zeker bij
grillige prijsontwikkelingen, en zijn gewend om in elke fase van
het proces kosteninzichtelijk te maken. De experts zijn op de
hoogte van de mogelijkheden van verduurzaming van bestaande
en nieuwe huisvesting. Door deze kennis te delen kan een hogere
waarde van circulariteit worden gerealiseerd. De juristen en bouwkundigen
zijn op de hoogte van wet- en regelgeving zodat er zowel
in de initiatief- en definitiefases als in de ontwerp- en realisatiefases
niets over het hoofd wordt gezien.
Nazorg
Om te bewaken dat de in het bestek omschreven kwaliteit gerealiseerd
wordt, zijn ervaren directievoerders en opzichters nodig die
niet alleen problemen signaleren en reageren, maar ook proactief
handelen zodat er zo min mogelijk problemen optreden. Onze
werkprocedure ondersteunt hen hierbij. De opzichters en directievoerders
kunnen onze eigen collega's zijn of ervaren professionals
van gerenommeerde marktpartijen met wie wij vaker samenwerken.
De belangrijkste fase van een gebouw begint pas bij de oplevering,
daarbij zijn afspraken over langjarig onderhoud en
exploitatie van belang. Zo worden de ontwerpers en makers bij het
bouwen en opleveren nog meer gecommitteerd aan hun werk.
Tegelijkertijd zorgt het voor minder zorgen bij de opdrachtgever
en beheerder. Zo kun je presteren boven verwachting waarmaken.
Referenties
[1] https://www.hevo.nl/diensten/naar-markt/onderwijs/mijnschool
[2]
https://www.hevo.nl/hevofame/projecten/wonen-met-een-plus
Over HEVO
HEVO is een risicodragende adviseur en specialist op het gebied van huisvesting voor onderwijs, zorg en wonen en sport en cultuur en is
actief in de markt voor multifunctionele accommodaties en huisvesting voor overheid en bedrijfsleven. Circa 100 collega's in
's-Hertogenbosch en Zwolle werken aan betere huisvesting voor onze opdrachtgevers. Met een aantal thema's onderscheiden we ons in
ons werkterrein, namelijk met bouwen zonder risico (RPM), duurzaam en circulair bouwen, gezonde huisvesting, en omgaan met complexe
strategische vraagstukken. Bij alles is aandacht voor het welzijn van de eindgebruiker een vast gegeven.
00: 17
׉	 7cassandra://joJy54GjLhLWOMjx8mUPBlPPJC-MIvmyl90vuhnABJ0
` c|~8K'сc|~8K'ЁbבCט   u׉׉	 7cassandra://QOnEUNBTZXJNnX3K2HeprLJ2h-c-6UukmG9PwJtMQ1E `׉	 7cassandra://wm3y4C2iLs1zq6utCsUY9CYUFjXCgKMvtTQQY5KwrvkZ`j׉	 7cassandra://gtbIy9yfCOlJY4mTVX2RJBVnMcPmufkYOsCsA14VJqA` ׉	 7cassandra://NSKXxzDddajMgf10hL6RY7tjR7OwcxPkExi7wwUFbRs <"͠=c|~8K'ט  u׉׉	 7cassandra://V7UMnWSvfzH-mCY1rJKlV-XDCVWUBTMIA5f8QrKIew8 =` ׉	 7cassandra://NYf6rOw5Mktwk8XgDfV2cPKP3bmQqiWQeorjR3gG_lE[`j׉	 7cassandra://S2rF0wGURETBfKu5QW57d_UwGx8hHUqJMYy9Ayf6W-4` ׉	 7cassandra://lLqgol1fCx1HZLHu76-cslzLkK2go7Nyyha_4w85lCUw͠=c|~8K'׉E@UMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COL
geef de
waterstofauto
een eerlijke kans
Nu de energietransitie ook in het vervoer merkbaar wordt,
verschijnen steeds vaker publicaties over de verschillen tussen
elektrische stekkerauto’s en waterstofauto’s, waarbij de
conclusie vaak negatief uitvalt voor de waterstofauto.
Jammer en een gemiste kans, want we kunnen het ons
niet veroorloven om – achteraf bezien – de beste
technologie te vroeg te hebben afgedaan.
Auteur: Robert van Hoof senior investeringsadviseur bij Infram B.V.
00: 18
׉	 7cassandra://gtbIy9yfCOlJY4mTVX2RJBVnMcPmufkYOsCsA14VJqA` c|~8K'׉E LUMN
N COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN
Een waterstofauto is óók een elektrische auto. Het verschil zit hem in hoe de elektromotor gevoed wordt. De stekkerauto heeft
daarvoor een accupakket terwijl de waterstofauto beschikt over een brandstofcel die de getankte waterstof tijdens het rijden omzet
in elektriciteit.
V
eel van die publicaties vallen voor mij – al tweeëneenhalf
jaar een zeer tevreden waterstofautorijder – in de
categorie: leuke analyse maar waardeloze conclusie. Ze
leggen op zich goed uit waarom een nul-emissie waterstofauto
flink duurder is dan een nul-emissie stekkerauto. De
productiekosten liggen hoger en tijdens het omzetten van
groene elektriciteit naar waterstof en vervolgens in de auto weer
van waterstof naar elektriciteit treedt energieverlies op. Je hebt
meer groene elektriciteit nodig om een waterstofauto een
kilometer te laten rijden ten opzichte van een stekkerauto. Het
tenenkrommende zit in de veelal getrokken premature
conclusie dat het daarom met de waterstofauto niks wordt.
Daarbij wordt voor het gemak aangenomen dat niemand zit te
wachten op de hogere en altijd stabiele actieradius van de
waterstofauto (nu zo ongeveer het dubbele dan die van een
stekkerauto) en de korte tanktijd van hooguit drie minuten voor
een volle tank.
Post onvoorzien-onvoorzien
Van al die keren die ik als financieel adviseur heb samengewerkt
met professionele kostenramers, heb ik geleerd dat je, naarmate
een project langer duurt en afhankelijk is van technologie die
nog volop in ontwikkeling is, er verstandig aan doet om
rekening te houden met onvoorziene-onvoorziene omstandig -
–h eden. Toen ik dat voor het eerst zag, dacht ik de kostenramer
op een per ongeluk twee keer getikt woord te hebben betrapt.
Maar het bleek er bewust te staan en te refereren aan zoiets als:
‘Ik weet vrijwel zeker dat het gaat veranderen, maar nog niet hoe
en in welke mate’. Het is dus eigenlijk een erkenning van dat
alles wat je nu weet beperkt houdbaar is. En dan zou je toch ook
een stuk behoedzamer in je conclusies moeten worden.
In de transitie naar elektrische auto’s zijn talloze gebieden te
bedenken waar zich ontwikkelingen kunnen voordoen die de
kansen voor de waterstofauto ten opzichte van de stekkerauto
flink kunnen veranderen. Ik denk dan bijvoorbeeld aan het feit
dat we niet weten wanneer het elektriciteitsnet voldoende
verzwaard is om alle elektrische auto’s te laden, terwijl waterstof
op veel meer manieren naar het tankpunt te vervoeren is. Of het
feit dat Hyundai naast Toyota erop gebrand is om met
waterstofauto’s definitief door te breken als toonaangevend
automerk en miljarden investeert in onderzoek en
ontwikkeling (wist u trouwens dat het tijdschrift Business Week
in 1968 concludeerde dat het zeer onwaarschijnlijk was dat de
Japanse auto-industrie erin zou slagen om ooit een serieus
marktaandeel te verwerven?). En wie zegt hoelang er nog sprake
zal zijn van individueel autobezit en -gebruik, nu er flink
gewerkt wordt aan Mobility-as-a-Service-concepten? En wat als
blijkt dat waterstof heel goedkoop geproduceerd kan worden
door bijvoorbeeld woestijngebied in Noord-Afrika van
zonnepanelen te voorzien? Zo kan ik nog eindeloos doorgaan,
maar u heeft het beeld nu vast wel te pakken.
Houd keuzes open
Onze huidige energietransitie wordt vooral gestuurd vanuit
overheden die invulling geven aan het publieke belang van CO₂reductie.
Mijn oproep aan iedereen in het algemeen en
beleidsmakers in het bijzonder is, om te blijven waken voor een
level playing field voor alle technologieën met potentie om de
energietransitie te laten slagen. Geef ze allemaal de kans om te
lukken of te mislukken want we kunnen het ons niet
veroorloven om – achteraf bezien – de beste technologie
vroegtijdig afgeserveerd te hebben. Mijn werkgever Infram doet
dit bijvoorbeeld al door werknemers te laten kiezen voor een
stekker- of een waterstofauto. Op onze kantoorlocatie kunnen
stekkerauto’s elektriciteit laden en kunnen waterstofauto’s
waterstof tanken. En die keuzevrijheid heeft ook flink
bijgedragen aan vergroting van de motivatie onder werknemers
om de stap naar elektrisch rijden te maken.
De toekomst is naar zijn aard onzeker. In onze drang naar
onzekerheidsreductie ligt helaas vaak ook het vroegtijdig
afknijpen van kansen besloten. Bestsellerauteur Margie Warrell
zei het in 2015 al heel treffend in zakentijdschrift Forbes: ‘Het
zijn degenen die bereid zijn om onzekerheid te omarmen en
beslissende actie te ondernemen, riskante actie, ondanks de vele
‘onbekenden’ die de grootste beloningen zullen oogsten’.
00: 19
׉	 7cassandra://S2rF0wGURETBfKu5QW57d_UwGx8hHUqJMYy9Ayf6W-4` c|~8K'Ӂc|~8K'ҁbבCט   u׉׉	 7cassandra://6s8u4KxOqTQZ0sLpf3oQxhPun8R0jsiB2H9TuVofHvQ q`׉	 7cassandra://8GRouPZQC2suRnHW3ewhHtSva6AcaPpLZ4xdGrEh3ggU`j׉	 7cassandra://Rxh5HCRLARfDqYo2MqaYegTha0VDc4Br0EZPCHG-yw4i` ׉	 7cassandra://gmdktdTdQG30Bnm3Nol8t4yw_F-zLgbcDwbz2glA1Lsͽr͠=c|~8K'ט  u׉׉	 7cassandra://ykcp6DjpkF5hHL7ueMe7tvRX14kQKz4lq4ts4e9oXU8 5`׉	 7cassandra://HyUv498DRq8U5yPRNceFjnSERlYjgK-QC9d66T0pGCsV`j׉	 7cassandra://Cu4qnFz0FRYCtbud3zy_2DbunYBX-78RiBXLcVOTT9A` ׉	 7cassandra://4RXMn1PDoSQc5abEa6_WlzGguQ1fQAhJXL8fmqKXaQQ q˚͠=c|~8K'׉E5
00: 20
vragen aan... henk sakkers
In elke editie van VIEWonVALUE stelt de redactie aan iemand uit het werkveld
vragen rondom Cost Engineering en Value Engineering en de toepassing in de
praktijk. Deze keer vijf vragen aan Henk Sakkers, Director of Estimating bij
Worley. Sakkers heeft ruime ervaring op het gebied van Estimating, Materials
Management, Construction en Project Controls.
”Een paar dagen op een constructiesite rondlopen geeft een
enorme kennisverrijking die belangrijk is voor Estimating.”
1. Waarom heb je gekozen voor het vakgebied
van Cost Engineering/Estimating?
“Ik heb er in eerste instantie niet voor
gekozen. In 1994 na mijn studie HTS
Chemische Technologie en militaire
dienst lagen de banen niet voor het
oprapen. Ik kwam uiteindelijk via via
op gesprek bij Badger in Den Haag
voor een functie op de afdeling Estimating.
Ik sprak daar een enthousiaste
Estimating Manager die allerlei
boeken over het onderwerp liet zien. Hij vroeg of het mij wat leek. Ik had
natuurlijk nog geen idee of het wat voor me was, maar ik zei ja, want ik
wilde uiteindelijk toch een job.”
2. Wat moet je doen om een goede Cost/Estimating Engineer te worden?
“Leergierig zijn. Vooral het vak Cost Estimating is erg breed (alle technische
en niet-technische disciplines zijn meestal betrokken), dus een brede interesse
is dan wel meegenomen. Verder is het belangrijk praktische ervaring
op te doen. Een paar dagen op een constructiesite rondlopen geeft een
enorme kennisverrijking die belangrijk is voor Estimating.”
3. Wat vind jij de toegevoegde waarde van Cost Engineering/Estimating?
“De estimate is uiteindelijk toch het eindproduct van de Basic Engineering/FEL3.
Zonder Estimate weet men niet wat het rendement op een
investering is en kan er geen financiële investeringsbeslissing genomen
worden. Als een project wordt uitgevoerd is Cost Control belangrijk, voornamelijk
ook om vroege trends te signaleren, zodat bijsturing nog mogelijk
is.”
4. Waar zie jij het vak Cost Engineering/Estimating over tien jaar?
“Tijdens het ICEC World Congress dit jaar heb ik meegedaan aan een paneldiscussie
over ongeveer hetzelfde onderwerp. A vision on cost engineering
in 2030: Capturing the potential for digital transformation. Ik zie inderdaad
een enorme digitale trend. Bij Worley is de trend om global zoveel mogelijk
met dezelfde tools te werken. Data geproduceerd in die tools wordt verzameld
in een datawarehouse, waarbinnen dan weer allerlei relaties en analyses
te maken zijn. Het uiteindelijke voordeel van digitalisering voor
bijvoorbeeld Cost Engineering is dat er meer tijd is voor analyses in plaats
van data overtypen. Voor startende Cost Engineers is het dan wel zaak om
de juiste analyses te doen en niet te verzanden in randzaken als ‘waarom zit
er 1000 euro verschil tussen wat mijn financieel systeem zegt en wat mijn
Cost Control systeem zegt?’ Ook heb ik soms de angst dat ‘the art of estimating’
verloren gaat. Men voert wat in begrotingssystemen in, er komt wat
uit en dat zal wel goed zijn... Het vroegere begroten met de hand kostte
misschien wel wat meer tijd, maar zorgde wel voor een gevoel voor getallen
en vergrootte het technisch inzicht.”
5. Als je Cost Engineering/Estimating zou samenvatten in een muzieknummer,
welk nummer zou dat zijn?
“Dit vind ik eigenlijk wel de moeilijkste vraag. Ik ben gaan denken hoe het
Estimatingproces vaak gaat. Het werken aan een Estimate begint vaak rustig,
waarbij het tempo langzaam sneller gaat en vaak hectisch eindigt. De
Bolero van Maurice Ravel. Het begint rustig met één instrument waarbij
langzamerhand het gehele orkest gaat meedoen en waarbij bij elk opeenvolgend
fragment crescendo plaatsvindt met een explosief einde.”
׉	 7cassandra://Rxh5HCRLARfDqYo2MqaYegTha0VDc4Br0EZPCHG-yw4i` c|~8K'׉E׉	 7cassandra://Cu4qnFz0FRYCtbud3zy_2DbunYBX-78RiBXLcVOTT9A` c|~8K'Ձc|~8K'ԁbבCט   u׉׉	 7cassandra://Yd0a9l3PFrGiXvn-4y2BTUWJGpMwfCoRA2ow5bWW6iY k`׉	 7cassandra://y6_uAlD2TBVw1OGNUBmIUDxJSFCVjN9vc_hF3wukASo``j׉	 7cassandra://E-BxvJD3MtgbwKQjmUgWdhkstadTiSe77phXmv5b2fE` ׉	 7cassandra://hq7q8r9LukxQQklGyAJJZLqOeV15UN9UE5ZA8wQpEO8 	qdt͠=c|~8K'ט  u׉׉	 7cassandra://GgPow6dn4iyhUpM7xL467y0P0-0JDy0nWg6k4aLQmrc w`׉	 7cassandra://IcFJQc7lXE9s0gR5ZNfSjZQMUSoUR4oO-AV8XUb95wcf`j׉	 7cassandra://unAu7vs9ZRHlPmlbBOGstL0TfA1w1d27kQeOGKqcDa8 6` ׉	 7cassandra://ZVJ9Yt5X1eKma5NTpj6Ox2UngiII3LLQqh9etoT4new 
͠=c|~8K'׉EZESDAAGSE BASISOPLEIDING VALUE
MANAGEMENT (VM)
Afgelopen mei en juni hebben 14 deelnemers de zesdaagse basisopleiding Value Management (VM)
succesvol doorlopen. De deelnemers hadden verschillende achtergronden, van maak- en procesindustrie
tot gebiedsontwikkeling en infrastructuur, en was een mooie mix van opdrachtgevers en adviseurs en
opdrachtnemers. De basisopleiding VM geeft ze een goede eerste opstap in het zelfstandig toepassen van
VM als facilitator en initiator. De nadruk van de training lag dan ook op het hands-on toepassen (faciliteren)
van Value Engineering op een live case, alsmede het opstellen van een Value Engineeringplan voor het
begeleiden van een eerstvolgende Value-studie. DACE wenst jullie heel veel succes met je nieuwe carrière
in Value Management!
00: 22
׉	 7cassandra://E-BxvJD3MtgbwKQjmUgWdhkstadTiSe77phXmv5b2fE` c|~8K'׉EScan de QR-code en lees het
hele verslag op de website van
Stiching Dace
INFLATIECOMPENSATIE: NAAR
EEN EERLIJKE RISICOVERDELING
Na een half jaar oorlog in de Oekraïne met bijhorende energieprijsstijgingen kon het niemand verbazen
dat inflatie het centrale thema was van de DACE-contactbijeenkomst. Of specifiek: de vraag wat is een
eerlijke inflatiecompensatie?
Tekst: Rien Scholing
Op 29 september konden we weer fysiek bij elkaar komen in de Soesterduinen.
DACE-voorzitter Robert de Vries opende de bijeenkomst
met de vraag wie er aanwezig was bij het ICEC World Congress afgelopen
juni. Het congres was zowel technisch als inhoudelijk een succes.
Het congres was zowel live, met vele, parallelle presentaties en discussies,
maar ook online te volgen. Inhoudelijk leidde het thema ‘Predictable
projects in a dynamic world’ tot zinnige discussies over hoe
relevant de cost engineer is in een steeds veranderende wereld, hoe die
dynamische wereld eruitziet en welke technieken er zijn zoals big
data en kunstmatige intelligentie om daarbij te helpen.
Tijdens de ICEC werd de Jan Korevaar-award uitgereikt, de prijs voor
‘outstanding paper’ van het congres. Een internationale jury kende de
prijs toe aan een paper van Henk Akse (Traxxys), Erik de Bree (Qirion),
Andy van Dijck (Pan Narrans) en Henk Wijnants (Stork) getiteld:
‘Investment Predictability of Conventional and Innovative Projects’.
Samengevat gaat de paper over: hoe kostenraming gemaakt kan
worden als er sprake is van een innovatief project waarbij de informatie
uit de standaard prijzenboekjes geen uitweg biedt: de kostendeskundige
en de ingenieur moeten elkaar opzoeken.
Inflatiecompensatie
Robert de Vries gaf in zijn rol als DACE-voorzitter een presentatie over
hoe inflatiecompensatie moet worden vastgelegd in langetermijncontracten,
met unit rates als basis. Geregeld hoort hij “O, wij gebruiken
de CBS-index”, waarmee men denkt daarmee de zaak geklaard te
hebben. Vanmiddag deelde hij een aantal bevindingen om te laten
zien dat dit onderwerp niet zo eenvoudig is. Die bevindingen zijn
geen afgerond geheel en zijn bedoeld voor verdere discussie.
De vraag uit de zaal wat er moet gebeuren als de Russisch-Oekraïense
oorlog weer voorbij is, beantwoordde Robert tenslotte met “dat er
eigenlijk een glazen bol nodig is die ook tegen schokken kan”.
Voorspelbaarheid
De tweede presentatie werd gegeven door Remco van der Hoeven van
Van Hattum en Blankevoort en André Bijl-Weisz van de Provincie
Noord-Holland. Zij presenteerden een mogelijke benadering om de
trefzekerheid van de bepaling van de prijsescalatie groter te maken.
Dit pasten zij toe op een case uit de GWW-sector waaruit ze zelf
afkomstig zijn, maar ze meenden dat deze benadering ook doorgetrokken
kon worden naar andere sectoren. Het onderliggende
probleem werd als volgt samengevat: op welke manier kan voldoende
budget gereserveerd worden als prijsmutaties optreden tijdens de
uitvoering van het project? Zeker als dat project langere tijd duurt.
00: 23
׉	 7cassandra://unAu7vs9ZRHlPmlbBOGstL0TfA1w1d27kQeOGKqcDa8 6` c|~8K'ׁc|~8K'ցbבCט   u׉׉	 7cassandra://nLFUQn9hAVlf7BeQc5wILz5RC5EBhg2uveRKhc0NVmQ ؄`׉	 7cassandra://SZJp5zEMYQXl8jxchJY71QpG-QHrO-CSL2XMf1ksvN4I!`j׉	 7cassandra://P8LUnMwwBd017ZgVqgFguA0_0Wry9sAwKEaIrnIXaSU` ׉	 7cassandra://OHL4cKUbozHwGVCxox5HsQjy3BimpatM0XH9_0XUFXw 8͠=c|~8K'!ט  u׉׉	 7cassandra://uXnEP_qObKZdtVgwZrrt2i3pRB9C433g8ZDV1EE_gvM h`׉	 7cassandra://H6kXvPVkRxMRPswyZRZ4KPcJzCs0Htk3xdBqyrZi9zc_@`j׉	 7cassandra://qCWajTEtnoaBHvuR4GTVTF112GhT6tvRiSGvDwy90HI ` ׉	 7cassandra://rAeIBm8PviiAFz_KS-wng4159m9uklWp4vHDcR8jmZ4 0͠=c|~8K'"נc|~8K'$ ̎̨9ׁHmailto:bouwkosten@igg.nlׁׁЈ׉EDACE Price Booklet 3׉	 7cassandra://P8LUnMwwBd017ZgVqgFguA0_0Wry9sAwKEaIrnIXaSU` c|~8K'׉EBEDANKT VOOR JE INZET VOOR HET
ICEC WORLD CONGRESS
Het DACE-bestuur wil graag iedereen bedanken die geholpen heeft om het ICEC World Congress in De Doelen te
Rotterdam tot een succes te maken. Vier jaar voorbereiding hebben geleid tot een onvergetelijk congres waar veel
kennis is uitgewisseld en veel nieuwe contacten zijn gelegd.
Het thema ‘Predictable Projects in a Dynamic World’ deed ook eer
aan de onstuimige (o.a. COVID-) periode in de voorbereiding, maar laat
ook zien dat een dynamische wereld kan leiden tot innovatie,
vernieuwing en saamhorigheid. Met inzet van vele vrijwilligers, sponsoren
en ook de onvoorwaardelijke steun van het bestuur van NAP,
staan Cost en Value Engineering internationaal weer prominent op
de kaart.
Natuurlijk willen we ook alle sprekers bedanken voor het delen van
hun kennis en de interactieve wijze waarop dat is gebeurd. Zij hebben
veel energie gegeven aan het congres.
Wij kijken met veel voldoening terug op het congres en we hopen
jullie ook!
00: 25
׉	 7cassandra://qCWajTEtnoaBHvuR4GTVTF112GhT6tvRiSGvDwy90HI ` c|~8K'فc|~8K'؁bבCט   u׉׉	 7cassandra://HunlVkdNM4uwPLZfYEm79vA6xzABJhLlTnbWbXjlyO4 a2`׉	 7cassandra://E96POHHUIAT8UhgMtDr6-xuq6S8AosrutpHPoDYh0O8Uu`j׉	 7cassandra://ul_C_LT_-5A-2Tb2hRlDyAuDBFwiwNk4w5Av8aymen4` ׉	 7cassandra://UHHzeYs69mpDBUAiwQpcVTqX6KM6qz_3ZQaL2bt9kcE Uy͠=c|~8K'%ט  u׉׉	 7cassandra://mh21VrA5wEncOiz4LZcakgUb5GauCRRoQtMonWmUcnc )`׉	 7cassandra://Vu6dTB5ioZc9LgJrDQvZiurJJnhtI3vQxnKpCR5VnlQPO`j׉	 7cassandra://EoSC2DdwYYZL3LagQNJOmfBnOc2DAn2Z3YhSi-Nj6bU` ׉	 7cassandra://NZg_53s5vwwXGUvcM8UIobYURk7BcnUyuraSR0pk_GM ͠=c|~8K'&נc|~8K', ̷9ׁHmailto:info@meerwerkportaal.nlׁׁЈנc|~8K'+ N9ׁHhttp://threcs.comׁׁЈ׉EpOPLEIDING
DACE CCE COURSE 2023-2024
DACE heeft de inschrijving geopend voor de vierde opleiding tot
Certified Cost Engineer (CCE). De opleiding wordt gegeven in
samenwerking met gerenommeerde partners en is geaccrediteerd door
ICEC. In iets meer dan een jaar, worden tijdens zes 3-daagse
contactmomenten en zelfstudie alle aspecten van het vakgebied van
Project Services behandeld.
Met deze opzet gaan we in de toekomst door, waarbij we de vakken en
opdrachten continu zullen blijven verbeteren. Dankzij de volledig
Engelstalige opzet is er ook interesse vanuit het buitenland om deel te
nemen aan deze opleiding (de contactmomenten zullen wel allemaal
centraal in Nederland plaatsvinden). De start van het volgende cohort is
gepland voor april 2023.
Meer informatie over de inhoud en opzet van de opleiding en de
inschrijving kan worden verkregen op www.DACE.nl of via Bureau DACE
(info@DACE.nl).
AGENDA
Opleidingen DACE 2023
De opleidingen voor 2023 worden nu gepland, houd de DACE-website in de gaten: www.dace.nl
DACE contactbijeenkomsten 2023 (in de Soester Duinen)
9 maart 2023
22 juni 2023
5 oktober 2023
30 november 2023
00: 26
׉	 7cassandra://ul_C_LT_-5A-2Tb2hRlDyAuDBFwiwNk4w5Av8aymen4` c|~8K'׉E^Dé cloudapplicatie die je meer grip
geeft op jouw meerwerken
Wij geloven in onze software omdat het gebouwd is met de kennis en
ervaring van Cost Engineer en Project Manager Carmen Valk-Struik
Wij weten dat het werkt omdat het gebouwd is met proven technology.
Overtuig jezelf en je organisatie en boek nu middels bovenstaande QR-code
een geheel vrijblijvende demo in.
Rapporteer veranderingen in het project
eenvoudig en snel.
Accordeer en controleer het werk
in een helder overzicht.
Bekijk gedurende het proces waar je
staat en wat er gebeurt.
threcs.com | +31(0)78 30 39 830 | info@meerwerkportaal.nl
׉	 7cassandra://EoSC2DdwYYZL3LagQNJOmfBnOc2DAn2Z3YhSi-Nj6bU` c|~8K'ہc|~8K'ځbבCט   u׉׉	 7cassandra://s3Q3kaaDoqOSjFPlgWgVfQhj9eXNMV9Xk8x-uggixcE G`׉	 7cassandra://UH91FcwvYNux7fq8b81lq1cqssxQ5i4OoSGB1Y3GADw\`j׉	 7cassandra://13UXXXRf4GpwKYAkgne3x5uLGcnueeIxaC4-BHC6NRM` ׉	 7cassandra://_VMgb2R-dCJBvEA-UUQmJTjcQ-4ukxytMdY_SfKuC7k V͠=c|~8K'-ט  u׉׉	 7cassandra://07SR8IZSOVOsBCKhdFP9cm5UAiTndoTZsSg6X-5nAEo '`׉	 7cassandra://WQMrwxkp0wTluKeRTC1XHmJScknf_1zkw516MN_vpPo]`j׉	 7cassandra://-K6uYRdcQgKJtCiI1PK6OG9vqr3WG-0dFkIsMUX478c
` ׉	 7cassandra://w4oiVt0KTYaJwD7Vbnbe4YYXpUo2P1vzax85fgYN77Aͭj͠=c|~8K'.׉Everwachtingsmanagement:
kunst van de glazen bol of
spiegel van misleiding?
W
at zegt Wikipedia over management? Het doel van
management is het (her)formuleren en bereiken van
ondernemingsdoelstellingen in een gegeven (soms
sterk veranderende) context. Een veranderende context betekent
per definitie het kunnen omgaan met onzekerheid. De
doelstellingen zijn een gegeven, dus wat valt er dan nog aan
verwachtingen te managen? Wat zijn verwachtingen eigenlijk?
Ik zocht het maar weer even op in Koenens woordenboek.
Hopen, verwachten en vertrouwen worden vaak als synoniemen
gebruikt, maar Koenen nuanceert dit. De woorden liggen in
betekenis wel dicht bij elkaar in de buurt, dat iets waarschijnlijk
zal gebeuren of werkelijkheid zal worden. Met hopen bedoelen
we vaak wensen en straalt weinig vertrouwen uit. Vertrouwen is
meer gevoelsmatig, niet rationeel gemotiveerd; er zit dan ook
vaak een element in van overtuiging, geloof en overgave. Bij
verwachting daarentegen, denken we eerder aan een koele,
verstandelijk beredeneerde kansbepaling.
Kennelijk zijn de doelstellingen of de context dus niet helder als
we het woord ‘verwachtingen’ toevoegen aan ‘management’.
Context
Laat ik beginnen met de context. Die kan onzeker zijn. In de
kostenraming zijn verschillende instrumenten opgenomen om
deze onzekerheid te beteugelen. Denk aan de bandbreedte voor
eenheidsprijzen en hoeveelheden, het percentage onvoorzien, de
risico-opslag en de opslag voor niet te benoemen risico’s, die
vroeger onvoorzien-onvoorzien werd genoemd.
Met uitzondering van de laatste post zijn de andere posten in te
schatten op basis van ervaring en wordt de bandbreedte van de
onzekerheid steeds kleiner, naarmate het werk vordert. De post
onvoorzien- onvoorzien blijft ongewis maar wordt bijvoorbeeld
ingeschat op basis van de omvang van het werk (groot of klein),
de mate van innovatie en de omgeving, zowel technisch als
bestuurlijk.
Daarbij zijn percentages van meer dan 300%, zoals nu in de energiemarkt,
niet gebruikelijk. In die gevallen zul je met de
00:28
׉	 7cassandra://13UXXXRf4GpwKYAkgne3x5uLGcnueeIxaC4-BHC6NRM` c|~8K'׉EaIn deze column wordt op kritische wijze een beeld geschetst van ontwikkelingen en gebeurtenissen in het werkveld.
opdrachtgever om de tafel moeten om ofwel het beschikbare
budget bij te stellen ofwel de scope aan te passen. Het zal duidelijk
zijn dat verwachtingsmanagement niet noodzakelijk is, als
de projectbeheersing naar behoren wordt uitgevoerd.
Doelstellingen
Dan de doelstellingen. Die kunnen niet onzeker zijn. Wel onrealistisch.
Ik las in de krant dat er in Europa na 2030 alleen nog
maar elektrische auto’s verkocht mogen worden. Een mooie
doelstelling, maar niet realistisch. Dan wordt het tijd om de
verwachtingen te gaan managen.
Dit gebeurt vaker dan je denkt, zie het kader over de renovatie
van de Afsluitdijk als voorbeeld.
In het geval dat binnen opdrachtgeverorganisaties onvoldoende
inhoudelijk deskundige vakmensen zijn, die ook daadwerkelijk
invloed hebben op het beleid en de uitvoering, is het zeer aannemelijk
dat er onrealistische doelen worden gesteld. Dan is het te
hopen dat deze gehaald kunnen worden. Zo niet, dan is verwachtingsmanagement
noodzakelijk om dit te repareren. Dit kan
heel eenvoudig door te erkennen dat het doel onrealistisch was
en het proces opnieuw te starten met een realistisch doelstelling.
Tijd en kosten worden dan opnieuw geraamd. Dit draagt bij tot
herstel van vertrouwen.
Zo niet, dan is er wat anders aan de hand, dan wordt het vertrouwen
geschaad. Het gasdossier in Groningen spreekt voor zich.
Ik durf de stelling aan dat verwachtingsmanagement dus eigenlijk
een vriendelijke verwoording is voor mismanagement. Het is
een uitvinding van de hedendaagse managementstijl, waarbij
onkunde (onbewust onbekwaam) of het bewust achterhouden
van informatie (bewust onbekwaam), een methode is om besluitvorming
in een gewenste richting te forceren.
Glazen bol of spiegel?
Als je kunt omgaan met onzekerheid heb je geen glazen bol
nodig. Dan zie je wat er op je af komt en handel je ernaar. Fatalistisch,
zegt de een, In Sha Allah (إِنْ شاء ٱللّٰه), bij Gods wil, zegt de
ander, een verstandelijk beredeneerde kansbepaling zegt de
kostendeskundige. Of zien we de reflectie op de bol als een
spiegel? En zien we wat we willen zien zoals de al dan niet bewust
onbekwame manager? Verwachtingsmanagement zegt dus veel
over de beoefenaar.
Fry Zinnig
De opknapbeurt van de Afsluitdijk
Journalist Marc Chavannes heeft dit project in de Correspondent van 25 mei 2022 nog eens op een rijtje gezet. Uit het WOB-onderzoek
dat de krant uitvoerde, blijkt dat de totale kosten zullen oplopen tot meer dan het dubbele van de geraamde 921 miljoen euro. Tijd
voor verwachtingsmanagement. Verontrustender dan de overschrijding was de oorzaak: gebrek aan ervaring en deskundigheid bij
RWS. De dienst was in de planfase uitgegaan van hoog en wild zeewater, maar had het scenario van laag water in de Waddenzee en
een wild en woest IJsselmeer niet meegenomen. Steeds vaker worden het ontwerp, de aanleg en renovatie en onderhoud in zijn geheel
uitbesteed aan de winnende marktpartij. Ook voor de aanbesteding en beoordeling van de inschrijvingen worden
bureaus van buiten RWS in de arm genomen. Alle kennis is te huur en wordt niet meer nodig geacht bij de opdrachtgever. Bij fouten
in de opdracht moet de markt haar sommen overdoen en dat kost geld.
Oud vicepresident van de Raad van State Herman Tjeenk Willink, uitte zestien jaar geleden al zijn zorg. Hij gaf aan dat door het afstoten
van deskundigheid bij de dienst – hij noemde RWS als voorbeeld –, slechts met moeite als zelfbewust en deskundig opdrachtgever
kan optreden. Tjeenk Willink zei onder meer: “Doordat de opdrachtnemer volledig verantwoordelijk is voor de uitvoering van werkzaamheden,
verliest RWS gebiedskennis en het zicht op de wijze van uitvoeren. Hiermee verdwijnt veel inhoudelijke kennis over de
wijze van uitvoeren waardoor er een kennisachterstand optreedt voor RWS. Deze kennis is onder meer noodzakelijk om een goede
kostprijsraming te kunnen maken. [...] Uitbesteden en zaken op afstand organiseren vraagt dus niet minder maar meer inhoudelijke
deskundigheid (dus ook kunnen beoordelen of je gekregen hebt wat je hebt gevraagd) én verstand van management.”
De vertaling van deze vooruitziende blik naar de situatie van zestien jaar later is onbarmhartig duidelijk. Bij herhaling blijken belangrijke
publieke diensten niet op hun taak berekend. Vandaag is het Rijkswaterstaat, eerder waren het de Voedsel- en Warenautoriteit,
de Sociale Verzekeringsbank en de Belastingdienst, morgen weer een andere dienst die het ongeluk heeft in de schijnwerper terecht
te komen. Bij RWS is het kwartje inmiddels gevallen. Zie VoV nummer 11, waarin aan de hand van het verhaal van de sluiswachter,
het leerling-gezel-meesterprogramma uit de doeken wordt gedaan. De organisatie heeft zich gerealiseerd dat bij complexe problemen
kennis, inzicht en ervaring nodig is die je niet zomaar kunt inkopen, maar in huis moet hebben.
00:29
׉	 7cassandra://-K6uYRdcQgKJtCiI1PK6OG9vqr3WG-0dFkIsMUX478c
` c|~8K'݁c|~8K'܁bבCט   u׉׉	 7cassandra://PonnzBDBal_RVGfPRyGTOImFBZTs6vAEAvRzYHv4o64 X`׉	 7cassandra://ELbLc2xarI702hJrzLtAqmu69AQgztdXSZdIH1qECFoO`j׉	 7cassandra://12Zu8dv-jFqxEJ67o3MsKGIOLfBqEQ3eG3TvYq0OJh4<` ׉	 7cassandra://JP9tOhpp2DDTfGjhiTjvrFgr-KF1GIBANMPNhtz0GyM Cy͠=c|~8K'0ט  u׉׉	 7cassandra://DZzsstc80X9H3zTsTjqeVfiQGWWVioELFnG8Yp0BrM8 k` ׉	 7cassandra://LEgxIsWiL735EeaXRDbkR2OieUg-k15mNq51l8chTmUK`j׉	 7cassandra://kiQdqh7SkkNRTABk7GU3ewD9skEOkir1XGlUHDArmf4` ׉	 7cassandra://sI9xn7764mn70UZ_yMu2CQpl9emyX904tmaAoa8_U_U.͠=c|~8K'1׉EcUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COL
de zachte kant
is de basis van
verwachtingsmanagement
W
Auteur:
Kessy Willems werkt als
Technisch Manager bij
Rijkswaterstaat. Vanuit het
programma ‘Infravernieuwers’
kijkt zij naar verwachtings -
management binnen Vervanging
& Renovatieprojecten binnen
Rijkswaterstaat.
e kennen het allemaal wel als we beginnen aan een project: vol
goede moed focussen we op de succesvolle afronding van de
opdracht. We hebben het grootste obstakel in ons vizier; de
driehoek tussen kosten, tijd en kwaliteit goed in balans weten te
houden. Maar hoe vaak komt het niet voor dat je er tijdens, of juist
aan het einde van de rit achter komt dat je opdrachtgever iets anders wilde dan wat jij
voor ogen had? Of dat je opdrachtnemer niet de verwachte planning heeft behaald? Het
menselijke aspect van een project afhandelen hebben we vaak niet goed in beeld, terwijl
het een van de grootste risico’s is voor je project. Slechte afstemming of slechte
samenwerking heeft nadelige gevolgen op je kosten, tijdsplanning en je kwaliteit. Want
laten we eerlijk zijn, als jij de samenwerking met de opdrachtgever niet aangenaam
vindt, hoe gemotiveerd ben je dan om dat kleine beetje extra te geven? Of om je flexibel
op te stellen? Of als de afstemming van verwachtingen niet tijdig heeft plaatsgevonden,
hoe voldoe je dan aan de verwachtingen van je opdrachtgever?
We richten ons dus maar al te graag op die harde kant van ons project. Cijfers geven
houvast en inzicht in meetbare resultaten. Maar hoe zorg je er nu voor dat die zachte
kant in het voordeel van die harde kant gaat werken? Hoe brengen we de verhouding
tussen hard en zacht in balans? Dit kan namelijk per team en project anders zijn. En
hoe bouw je die goede samenwerking nou eigenlijk op vanaf het begin? Over hoe je
goed samenwerkt met je teamleden, bestaan veel verschillende studies en modellen.
Patrick Lencioni heeft bijvoorbeeld een interessant model opgezet: de Piramide van
Lencioni. Dit model is gebaseerd op vertrouwen en kan je ook toepassen op je
samenwerking met je opdrachtgever of opdrachtnemer [1].
00: 30
׉	 7cassandra://12Zu8dv-jFqxEJ67o3MsKGIOLfBqEQ3eG3TvYq0OJh4<` c|~8K'׉E
LUMN
N COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN COLUMN
In de verwachtingsmanagementmethode die ik bij Rijkswater -
staat implementeer, speelt dat aspect een grote rol. Als je je
opdrachtgever of opdrachtnemer vertrouwt, dan is het
makkelijker om een discussie aan te gaan. Je voelt je namelijk
comfortabel genoeg om je mening te delen.
Als er dan een beslissing genomen wordt, is de kans dat jij die
beslissing steunt een stuk groter. Daardoor voel je betrokken -
heid bij die beslissingen en dus ook bij het project. Je voelt je
onderdeel van het team waardoor je je wil inzetten om een zo
goed mogelijk eindresultaat te behalen.
Vertrouwen is dus een belangrijke factor. Het geeft inzicht in het
feit dat het succes van een project niet alleen afhankelijk is van
één partij (de opdrachtnemer bijvoorbeeld), maar dat een goede
samenwerking tot een beter resultaat voor de opdrachtgever
leidt.
Goed vertrouwen leidt natuurlijk niet alleen tot betere
resultaten bij de relatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer.
In organisaties waar veel afdelingen met elkaar samen moeten
werken, helpt het ook om eilandvorming tegen te gaan en een
beter groepsgevoel te stimuleren.
Maar hoe bouw je dat vertrouwen nu op? Dat is natuurlijk de
grote vraag. Het lijkt een beetje op de kip en het ei. Het is een
iteratief proces, want zonder goed vertrouwen is er geen goede
samenwerking, en zonder goede samenwerking is er geen goed
vertrouwen. Het begint bij elkaar kennen en begrijpen. Hiervoor
heb je goede en frequente communicatie nodig gedurende het
hele project, om te blijven afstemmen en om korte lijntjes te
houden en begrip te creëren voor elkaars positie. Als met de
zachte kant een goed vertrouwen is gecreëerd, ontstaat er een
veilig gevoel, waardoor opdrachtnemers bijvoorbeeld
makkelijker aangeven wanneer er een fout is gemaakt,
vertraging is opgelopen of een probleem ontstaat.
Wat jou als opdrachtgever de mogelijkheid geeft om samen met
je opdrachtnemer op zoek te gaan naar oplossingen om wél
binnen je budget te blijven of je planning te halen. Daarnaast
worden verwachtingen beter afgestemd omdat opdrachtgever en
opdrachtnemer hechter met elkaar samen werken. Dit geeft dan
weer positievere resultaten voor de uitkomst van het project. De
harde kant dus.
Wellicht lijkt dit allemaal een open deur. Maar waarom komt
het dan toch zo vaak voor dat een project over budget gaat, een
planning niet wordt gehaald of dat het eindproduct niet voldoet
aan de wensen en eisen van de opdrachtgever? En misschien nog
wel een betere vraag: hoe zit het met het vertrouwen in jouw
eigen werkomgeving?
Referentie
[1] Patrick Lencioni De 5 frustraties van teamwork, Hoe je ervoor
zorgt dat samenwerken leuk blijft
00: 31
׉	 7cassandra://kiQdqh7SkkNRTABk7GU3ewD9skEOkir1XGlUHDArmf4` c|~8K'߁c|~8K'ށbבCט   u׉׉	 7cassandra://_6sN8tCK4IqB_ClZMzLdfwus7UyX2lID1DIIBkbdZRk `׉	 7cassandra://ZaW7t5mdzVeet7po9wRYsIzuuqxp7Gogg6ApfXNXIew͑G`j׉	 7cassandra://v7xuPe-l0qCx0TAZNsNc8kzH3Xt7Ub6nisIbp5edFls-@` ׉	 7cassandra://a3wYJR-S_SdHNCrfEXMSi7SUt8RuabO11LE87Y9zZO8 J͠=c|~8K'3ט  u׉׉	 7cassandra://tkrRrTgMbLXTcXn0DAT-ITYk9FgJ03EThoB4H76XMqA o`׉	 7cassandra://bbdk0w8CKbishoqlytZyxB0q0rIN9wExb0kdY0Yl-CU^X`j׉	 7cassandra://6TGuey4clWfO8lDfcftJvn8fp_MUwRw38TYSsmlgXV0` ׉	 7cassandra://Dk2dIUFIZJw8ZUZb7JABjhHYtNKkZrTr75tA_rsesAw ͠=c|~8K'4׉E00: 32
׉	 7cassandra://v7xuPe-l0qCx0TAZNsNc8kzH3Xt7Ub6nisIbp5edFls-@` c|~8K'׉E DE ZIN EN ONZIN VAN WATERSTOF IN DE ENERGIETRANSITIE
de zin en onzin van
waterstof in de
energietransitie
Wat valt er van waterstof te verwachten in de energietransitie? Als we de
ronkende artikelen in kranten en op internet moeten geloven dan is waterstof
tegenwoordig de oplossing voor vrijwel elk knelpunt in de energietransitie.
Geen auto’s en bussen meer op benzine en diesel? Waterstof! Geen
verwarming meer op aardgas? Waterstof! Schaarste op het elektriciteitsnet?
Waterstof! Batterijcapaciteit elektrische auto beperkt? Waterstof! Maar zijn al
die hoge verwachtingen wel terecht?
Jeanine Zwalve Erades
Bart de Vries
n dit artikel beargumenteren we dat waterstof geen heilige
graal of Zwitsers zakmes is en waarom het voor de energietransitie
in Nederland helemaal niet wenselijk is als we lukraak
overal waterstof gaan inzetten. Voorlopig hebben we in Nederland
nog lang niet voldoende groene waterstof. Vanwege die
schaarste zouden sectoren zonder duurzaam alternatief voorrang
moeten krijgen. Bovendien is waterstof als brandstof erg inefficiënt
ten opzichte van alternatieven zoals elektriciteit, wat het probleem
van de schaarste nóg nijpender maakt. Tot slot leggen we uit hoe we
voor het prioriteren van de meest zinvolle toepassingen van waterstof
voor het klimaat, een zogenaamde waterstofladder kunnen
gebruiken.
I
Zwitsers zakmes?
Juist omdat waterstof in veel verschillende sectoren gezien wordt
als een duurzame energiedrager die technisch geschikt is om
fossiele bronnen te vervangen, lopen er overal proeven en pilots
naar het gebruik van waterstof in nieuwe toepassingen. Waterstof
wordt door sommige partijen zelfs vergeleken met een Zwitsers
zakmes, oftewel ‘altijd handig om bij de hand te hebben’. Maar in
hoeverre is dat zo? We weten niet hoe u het liefste uw brood snijdt,
maar wij gebruiken bij voorkeur een broodmes. Een zakmes kan in
principe ook wel, maar dat snijdt lang zo lekker niet en is dus
minder effectief. Precies zo is het met waterstof. Je kunt het voor
veel toepassingen gebruiken, maar in veel gevallen zijn alternatie00:
33
׉	 7cassandra://6TGuey4clWfO8lDfcftJvn8fp_MUwRw38TYSsmlgXV0` c|~8K'c|~8K'bבCט   u׉׉	 7cassandra://2LOf6mPbh9LR8vbiT1g9UqJ67r129flZf7DIEl-7Nqw '` ׉	 7cassandra://qiql0WYGzUvWMqNhtEkKNcio1g3zjwc5eOvIiHi40RYe`j׉	 7cassandra://Nukn3mce5cfplfoZDm8JrhshsT0uaJFvq1SMgV-xbpgB` ׉	 7cassandra://v7TCV_cbhHaaARasNvVx6owkfugdtn1GYkD8SEWF-5gʱh͠=c|~8K'6ט  u׉׉	 7cassandra://MQF0N-GpugKthoLOS1WBwwTVJuUBuPQa5zw7s0-N0JQ t` ׉	 7cassandra://J5Iyi2OU9X6xHS4vM9BVJCDe5H_LyyHNmWVJlf6VZc4S`j׉	 7cassandra://NnLtQ6x7oTS38UBP_hGVnsWgjkMPDF_bT2-BQtgTlDY5` ׉	 7cassandra://TBWKwll3Km7rFzVqFr-wwEunXzcBO_9kphYQjv3LHLon{h͠=c|~8K'7׉E_ven (vaak good old elektriciteit) energetisch efficiënter en goedkoper.
Onze huidige economie is zo ingericht dat we voor elk
probleem de meest efficiënte oplossing bedenken. En dat is in de
energietransitie ook belangrijk, omdat de energetisch meest efficiënte
oplossing zo snel mogelijk zorgt voor zo veel mogelijk
vermindering van broeikasgasuitstoot en met zo min mogelijk
benodigde duurzame energie, ruimte en grondstoffen. Die snelheid
hebben we nodig. Het klimaat kan immers niet wachten. En
ruimte en grondstoffen zijn niet onbeperkt beschikbaar.
Zin en onzin van nieuwe toepassingen
Maar wat is nou een goede toepassing van groene waterstof en wat
niet? En waarom? Om die vragen te beantwoorden moeten we ons
eerst realiseren dat waterstof momenteel al veel wordt gebruikt in
de wereld en dat het tot nu toe vrijwel
altijd wordt gemaakt met behulp van
fossiele brandstoffen [1]. Daarmee is de
mondiale waterstofproductie op basis
van fossiele brandstoffen momenteel
verantwoordelijk voor meer broeikasgasuitstoot
dan al het wereldwijde vliegverkeer
bij elkaar. Tegelijkertijd is de
wereldwijde hoeveelheid geproduceerde
groene waterstof te verwaarlozen.
Waterstof kun je grofweg gebruiken als
feedstock (ingrediënt) in de chemische
industrie om iets anders te maken, zoals
methanol, of om een chemisch proces te
laten werken, bijvoorbeeld ontzwavelen in een raffinaderij, óf als
brandstof. Momenteel wordt de overwegend grijze waterstof bijna
uitsluitend gebruikt als feedstock en dus niet als brandstof. Vrijwel
alle toepassingen van waterstof als brandstof zijn nog niet mainstream,
omdat we op dit moment iets veel goedkopers en efficiënters
gebruiken: gas en olie.
Nu we dat weten, kunnen we ter illustratie kijken naar de inzet van
waterstof als brandstof in de gebouwde omgeving en in de mobiliteit,
om zo de verwachting ten aanzien van deze ‘hype’ wat beter te
managen. In technische zin is er niet per se iets mis met deze
nieuwe toepassingen, maar toch is een snelle toename van het
gebruik van groene waterstof in deze sectoren, geen goede zaak
voor de energietransitie in Nederland. We geven twee simpele voorbeelden
om dat inzichtelijk te maken. Stel: u heeft een jaren 30 huis
en wil van het aardgas af. Uw eisen aan het alternatief zijn niet al te
ingewikkeld: levensduur van dertig jaar, energiezuinig en geen
uitstoot van broeikasgassen, zodat de aarde niet te veel opwarmt. U
kunt dan kiezen voor een all electric-oplossing (op groene stroom)
en uw huis eenmalig voorzien van isolatie en vloerverwarming en
een elektrische warmtepomp. Of kiest u in de toekomst voor een
cv-installatie op groene waterstof? Beide opties stoten geen broeikasgassen
uit. Beide opties gebruiken elektriciteit (hetzij om de groene
waterstof mee te maken hetzij om de warmtepomp op te laten
draaien). Maar welke optie is het zuinigst? Of anders gezegd: als ik
een hele wijk gasloos wil verwarmen, met welke optie heb ik dan de
minste windmolens en/of zonnepanelen nodig?
Het is goed om te weten dat een elektrische warmtepomp erg efficiënt
is. Een warmtepomp kan van één eenheid elektrische energie
maar liefst drie of vier eenheden warmte-energie maken. Een
warmtepomp vermenigvuldigt dus als het ware de gebruikte
hoeveelheid elektrische energie; het rendement is grofweg 300400%
en dat komt omdat een elektrische warmtepomp warmte uit
de omgevingslucht of een waterbron haalt. Bij het maken van
waterstof met elektriciteit gaat echter ongeveer 25 tot 30% aan
energie verloren. Deze factoren leiden ertoe dat met dezelfde
hoeveelheid elektriciteit ruim vier huizen met een warmtepomp
kunnen worden verwarmd tegen slechts één op waterstof, die
gemaakt is met diezelfde hoeveelheid elektrische energie [2]. En
dan hebben we de (grote) hoeveelheden
energie die nodig zijn voor het comprimeren,
opslaan en transporteren van
waterstof naar de huizen toe, nog niet
meegeteld. Waterstof is veel minder
dicht dan aardgas, daarom kosten deze
processen meer energie dan bij gas.
Inclusief al die extra energie-intensieve
processen kun je met waterstof één huis
verwarmen ten opzichte van vijf tot zes
huizen met een warmtepomp, met
precies dezelfde hoeveelheid elektriciteit.
Dit
toont aan dat elektriciteit voor de
verwarming van woningen vele malen efficiënter is dan waterstof.
Datzelfde geldt min of meer voor auto’s. Een elektrische personenauto
kan drie tot vier keer zo ver rijden op dezelfde hoeveelheid
(elektronen) energie als een auto op waterstof, nog los van de veel
beperktere beschikbaarheid van vulpunten onderweg. Elektriciteit
is feitelijk één van de meest efficiënte energievormen waarover we
als mensheid beschikken, dus in sectoren waar elektriciteit kan
worden toegepast, is het bijna altijd de meest efficiënte en economische
energiebron (overigens is elektriciteit ook veel efficiënter dan
een auto op benzine of diesel).
Wanneer is groen, echt groen?
Waterstof is alleen duurzaam als het wordt geproduceerd door
middel van elektrolyse met behulp van hernieuwbare energie
(zoals zon en wind). Aangezien we de komende jaren nog lang niet
voldoende hernieuwbare energie hebben om grote hoeveelheden
groene waterstof te maken, zal het aanbod aan groene waterstof de
komende jaren nog achterblijven bij de vraag. En ondanks de
toename van het aantal geplande electrolyzers en het aantal windparken
op zee, zal dat naar verwachting op korte termijn niet
veranderen. Dat komt ook omdat onlangs de Europese Commissie
nieuwe, strengere regels heeft aangekondigd voor de bepaling of
waterstof al dan niet het predicaat ‘hernieuwbaar’ mag dragen.
Deze regels (de delegated acts bij de artikelen 27(3) en 28(5) van de
REDII) [3] zijn van belang omdat in de toekomst alleen nog projec00:
34
׉	 7cassandra://Nukn3mce5cfplfoZDm8JrhshsT0uaJFvq1SMgV-xbpgB` c|~8K'׉EDE ZIN EN ONZIN VAN WATERSTOF IN DE ENERGIETRANSITIE
De uitdaging is enorm, óók al als we ons alleen beperken tot het
vergroenen van ons huidige gebruik van grijze waterstof
ten met ‘hernieuwbare waterstof’ zullen meetellen in de berekeningen
voor het bereiken van de (klimaat)doelstellingen en/of in
aanmerking kunnen komen voor subsidie. Dat betekent dat er
aanvullende criteria gaan gelden op het gebied van additionaliteit
en CO2-reductie alvorens waterstof echt groen (oftewel hernieuwbaar)
mag worden genoemd. Dat zal naar verwachting zijn weerslag
gaan hebben op de opschaling van de groene productiecapaciteit.
Waterstof als Zwitsers zakmes: de nadelige gevolgen voor de
energietransitie
Ons huidige grijze waterstofgebruik vergroenen, zou onmiddellijk
een grote positieve impact op het klimaat hebben. Maar als we
waterstof ook voor andere toepassingen gaan gebruiken, bijvoorbeeld
als nieuwe brandstof, dan treedt er verdringing op. Sectoren
die die groene waterstof wél nodig hebben (meestal omdat ze nu
waterstof gebruiken als feedstock, niet als brandstof, en dus zonder
alternatief), kunnen die níet gebruiken omdat die schaarse waterstof
al wordt gebruikt als brandstof voor huizen of auto’s! Hierdoor
kunnen deze sectoren hun broeikasgasuitstoot niet verminderen
omdat ze noodgedwongen grijze waterstof op basis van fossiele
brandstoffen moeten blijven gebruiken.
Naast verdringing is het een probleem dat groene waterstof als
brandstof erg inefficiënt is ten opzichte van elektriciteit. Daarom
heb je veel meer duurzame opwek nodig om het te maken, met
méér windmolens, méér ruimtegebruik en méér grondstoffengebruik
tot gevolg. Het kost ook méér tijd om dat allemaal te bouwen.
Allemaal erg onwenselijk voor de energietransitie.
Kortom: om klimaatverandering effectief tegen te gaan, moet onze
prioriteit liggen bij elektrificeren wat maar mogelijk is én een
snelle opschaling van de productie van groene waterstof. Waarbij
we die groene waterstof als eerste gebruiken om de (petro)chemische
industrie en andere huidige gebruikers zonder alternatief te
laten overschakelen van de grijze naar de groene variant. Dit is al
een uitdaging van epische proporties.
Alleen in Nederland is al een grote potentie voor groene waterstof
om grijze te vervangen. Om daarvan een idee te krijgen: in Nederland
wordt jaarlijks ongeveer 1,3MT (grijze of op fossiele bronnen
gebaseerde) waterstof gebruikt. Om dat volledig te vergroenen heb
je ongeveer 60 electrolyzers van 200MW nodig. Dat is de grootte
van de electrolyzer die Shell onlangs aankondigde op de Maasvlakte.
Om die weer van elektriciteit te voorzien heb je grofweg
ruim 1,100 van de grootste, meest moderne offshore windmolens
nodig. Om de grijze en zwarte waterstof die momenteel wereldwijd
wordt gebruikt te vervangen met de broeikasgasloze, groene
variant, is de opgave nog eens 70x zo groot [4].
Kritische blik
Natuurlijk zijn er bij de overstap naar elektriciteit ook de nodige
uitdagingen te overwinnen. Ons stroomnet heeft op veel plekken te
weinig capaciteit om alle benodigde elektronen te kunnen vervoeren,
zeker als we ineens allemaal warmtepompen en elektrische
auto’s gaan gebruiken. Dat net moet dus verzwaard worden. Maar
als dat eenmaal is gedaan, dan kun je via dat netwerk wel drie tot
zes maal zo efficiënt woningen verwarmen en personen vervoeren
dan met waterstof! Daarnaast moet voor het veilig gebruik van
waterstof in de bebouwde omgeving en in de mobiliteit óók behoorlijk
veel nieuwe infrastructuur worden aangelegd (zoals opslag- en
tankfaciliteiten) en dus moeten we ons afvragen waar een te investeren
euro het meeste effect heeft.
Het gebruik van waterstof heeft dus absoluut nut en noodzaak.
Maar laten we kritisch kijken naar waar deze energiedrager echt de
beste optie is. Anders plegen we roofbouw op de mondiale energietransitie.
En we decarboniseren langzamer dan we zouden kunnen.
Misschien kan een waterstofladder ons hierbij helpen.
00: 35
׉	 7cassandra://NnLtQ6x7oTS38UBP_hGVnsWgjkMPDF_bT2-BQtgTlDY5` c|~8K'c|~8K'bבCט   u׉׉	 7cassandra://tk7H7dFIvenWZ-t9DWM1AHbFLrO556uvdeTG6c9Xud8 `׉	 7cassandra://SvGYkrevgOZDC1sRzDpVGDiUvetApA_GzVOIpyUXWqsT`j׉	 7cassandra://0Iz9nCdT4YUZb2o5zPs8KXdaDAjxg7aIybn9s1pnJWY0` ׉	 7cassandra://bIDA4J8UxBNvRnMuau8b9RLvHTPBBDR2s0XCEY2K4uk ^'^͠=c|~8K'9ט  u׉׉	 7cassandra://aYZHQ0bdPEMxZ-heQj5glHjYOHZhFEXAftMWGb2HGTs l`׉	 7cassandra://2i16Xp_dKyNNq6MhU36qrvkpWQBZu4tpbf-abrCGSXMLW`j׉	 7cassandra://CPM6n3CqZ4yDj7QBikUPa0CsWf8nytHksdG6e3_H3I8;` ׉	 7cassandra://Ts7nAi_r4fJ-L2ROJX_rtS4lWbpclULSYWQm5aOQCUsͪ͠=c|~8K':נc|~8K'@ MFt9ׁHmailto:info@tresviri.nlׁׁЈ׉EDE ZIN EN ONZIN VAN WATERSTOF IN DE ENERGIETRANSITIE
Figuur 1 - Waterstofladder.
Waterstofladder
Sommige partijen pleiten voor de invoering van een waterstofladder
in Nederland als instrument om de schaarse groene waterstof te
verdelen. Op deze ladder wordt voorrang gegeven aan het gebruik
van groene waterstof als grondstof en voor de seizoensopslag van
duurzaam opgewekte elektriciteit. Toepassingen in sectoren waar
(meer) duurzame alternatieven voorhanden zijn, zoals in de
gebouwde omgeving en mobiliteit, hebben minder prioriteit. Er
bestaan meerdere waterstofladders [5], maar over het algemeen zijn
de verschillen tussen deze ladders klein. Op een waterstofladder
wordt de prioriteit of wenselijkheid van waterstoftoepassingen
uitgedrukt op (bijvoorbeeld) een schaal van 1 tot 5. De toepassingen
met de hoogste prioriteit zijn sectoren waar weinig tot geen alternatieven
zijn voor het gebruik van waterstof. In de sectoren met de
laagste prioriteit zijn die alternatieven er wel en zijn die vaak zelfs
duurzamer en/of goedkoper.
Conclusie
Omdat de uitdaging om het huidige, grijze waterstof gebruik (als
feedstock) te vervangen al zo enorm is, én omdat we juist daar de
meeste klimaatwinst halen én omdat alternatieve waterstof toepassingen
(als brandstof) enorm energie-intensief en daarom inefficiënt
zijn, is het essentieel dat we ons eerst focussen op het vervangen van
grijze waterstof door groene. Industrieën die afhankelijk zijn van
grijze waterstof en geen alternatief hebben moeten daarom voorrang
krijgen op toepassingen van waterstof die wél een alternatief
hebben, als dat alternatief efficiënter is. Voorbeelden van toepassingen
zonder alternatief zijn de productie van methanol of kunstmest
of het raffineren van fossiele brandstoffen, voor zolang als we
die nog gebruiken. Daarna kunnen we kijken naar andere mogelijkheden
om waterstof als brandstof te gebruiken, daar waar het
met elektriciteit bijvoorbeeld niet mogelijk is.
Voor mogelijke toepassingen van waterstof die een efficiënter alternatief
hebben, moeten we dat alternatief zo veel als mogelijk
gebruiken. In de basis prioriteren we elektriciteit over waterstof
waar het ook maar mogelijk is, omdat dat per definitie een veel efficiëntere,
goedkopere energiedrager is dan groene waterstof die met
groene elektriciteit gemaakt wordt.
Om de Zwitserse zakmes analogie weer te hanteren: we gebruiken
een broodmes om een brood te snijden. Dat is het meest effectief.
Het zakmes komt alleen aan bod wanneer we geen andere keuze
hebben: op vakantie bijvoorbeeld, tijdens een hike door de bergen.
Waterstof is een mooie extra tool in onze gereedschapskist om
klimaatverandering tegen te gaan, maar het is ook enorm energieintensief
om te maken en te transporteren. Het laatste IPCCrapport
kon niet duidelijker zijn: we hebben een morele
verplichting jegens het klimaat en dus de generaties na ons, om
onszelf bij elk vraagstuk in de energietransitie de vraag te stellen:
met welke oplossing heb ik de grootste positieve klimaatimpact?
Waterstof is geen doel op zich. Zo snel mogelijke decarbonisatie is
dat wel! Vooral in een wereld waarin we helaas niet de luxe hebben
van een overvloed aan duurzame energie, laat staan duurzame
waterstof.
Referenties
[1] https://www.iea.org/reports/the-future-of-hydrogen
[2] [rendement warmtepomp]/[rendement waterstof] ≈ [1*3] / [10,25]
= 4,3 keer efficiënter
[3] Zie Commission launches consultations on the regulatory
framework for renewable hydrogen Europese Commissie
(europa.eu)
[4] https://www.iea.org/reports/the-future-of-hydrogen
[5] De bekendste in Nederland is van de organisatie Natuur en
Milieu Waterstof: De waterstofladder | Natuur & Milieu
(https://natuurenmilieu.nl)
00: 36
׉	 7cassandra://0Iz9nCdT4YUZb2o5zPs8KXdaDAjxg7aIybn9s1pnJWY0` c|~8K'׉Einfo@tresviri.nl
Kostpr�s calculatie en capaciteitstekort?
Trésviri Cost Engineering BV:
 Team van 15 specialisten.
 Calculaties van M&P en E&I.
 Voor industriële installaties.
 Turnaround, Green Field, Brown Field.
 Transparante calculatie met herkenbare normen.
 Level 1 t/m 5 estimates.
Cost Engineering Solutions BV
Burg. Legroweg 45A ǁ 9761 TA Eelde ǁ +31 (0)6 53 88 93 10
׉	 7cassandra://CPM6n3CqZ4yDj7QBikUPa0CsWf8nytHksdG6e3_H3I8;` c|~8K'c|~8K'bבCט   u׉׉	 7cassandra://VYZCNtup4mpUdqxV0rFr0ySL-phX7_T1Jx3TJwoqs1A l`׉	 7cassandra://SLG9cl0nCtQT3nIPQQ8aqNSlVd7WVq9rAGh_Io1I12gV.`j׉	 7cassandra://iS6P94LJgMqC4dEcpLdOiHrrYB5bsVcxy_geQOPXu-A` ׉	 7cassandra://BIlRPHdPc3afV1pr8FVOFQeMWvINniXze-dCSLm5lTA {r͠=c|~8K'Aט  u׉׉	 7cassandra://W404E-lcY2rqNHRGUamDJtCHCPOxdmN45X57INdPp_g `׉	 7cassandra://iXDHyCnhrtpvzSkcZ3WPVuwqN7n5xSPn45sc-wXCc6sa`j׉	 7cassandra://B8RfssG-ch_UyrGDsCws2xL216cl6wHtf8CezfzPUEQ` ׉	 7cassandra://3dcX6zMeBZqmy8h-BR1StJ-t_eHGmursK1ll6lLWWDg͎hl͠=c|~8K'B׉EVAchter het Nieuws
In deze rubriek geven verschillende auteurs uit het werkveld in het kort hun reactie op recente nieuwsitems over Cost en Value Engineering.
Dit zijn persoonlijke reacties van de auteurs. Ze geven niet noodzakelijkerwijs het officiële standpunt weer van hun werkgever of DACE.
NO NATURE, NO FOOD
Het stikstofprobleem houdt Nederland stevig in zijn greep. De boeren zijn
kwaad en voeren acties. Niet alleen de boeren hebben het zwaar. Ook de
woningbouw en infraprojecten lopen vertraging op vanwege het
stikstofbeleid. Hoe kunnen we projecten, boeren en het milieu in balans
houden? Is het mogelijk om de verwachtingen van alle belanghebbenden te
managen? Zo ja, hoe?
Op zoek naar gedeelde waarde
In het nieuwe boek van Vincent Blok (associate professor van de
Wageningen Universiteit) Critique Of Management las ik een
passage over Non-Reductive Stakeholder Engagement die mijns
inziens een doorbraak in de stikstofcrisis kan betekenen. NRSE
is een methode van ‘nieuw polderen’ of ‘goed polariseren’. Het
gaat niet om het creëren van compromis tussen partijen, maar
om het vinden van common ground. Het gaat er bij NRSE om
dat je de vele, grote verschillen tussen partijen respectvol intact
laat én op zoek gaat naar een gedeelde waarde op basis waarvan
je gaat samenwerken.
Met een NRSE-bril op is het zinvol om PvdD (Partij voor de
Dieren) en BBB (BoerBurgerBeweging) – de politieke partijen die
volstrekte tegenpolen lijken te zijn in de stikstofcrisis – actief te
betrekken bij de oplossing van de stikstofcrisis. Want alhoewel
deze politieke partijen iets totaal anders nastreven, delen ze een
fundamentele waarde die een doorbraak kan forceren. PvdD en
BBB hebben namelijk een duidelijk gedeeld belang: de natuur.
PvdD wil natuur behouden en beschermen, de BBB heeft natuur
nodig om boeren hun werk te kunnen laten doen. Voor beiden
00: 38
׉	 7cassandra://iS6P94LJgMqC4dEcpLdOiHrrYB5bsVcxy_geQOPXu-A` c|~8K'׉EACHTER HET NIEUWS
is een gezonde natuur een noodzaak. Beiden delen het motto
‘No nature, no food’.
Laten we het dus niet langer over het reduceren van stikstof
hebben, maar over het optimaliseren van een ecologisch florerend
ecosysteem; dát is pas goed nieuws voor de economie!
Kees Klomp, Lector Betekeniseconomie, Hogeschool Rotterdam
Onbeperkte groei heeft zijn grenzen
Jarenlang is er gestimuleerd om ‘meer, meer, meer’ te doen.
Nederland is het tweede exportland van vlees. Niet per inwoner,
niet per vierkante kilometer maar gewoon qua kilo's vlees. In
Afrika wordt er honger geleden omdat het graan door rijke
landen wordt opgekocht om aan koeien, varkens en kippen te
voeren. Elke industrie kent een opgang en een neergang. Paard
en wagen is compleet weggedrukt door de opkomst van de auto.
Bakelieten telefoon, wie weet een winkel waar je die dingen kan
kopen? En stijldansles, vroeger een must als je op de middelbare
school zat, nu een niche.
De hardwerkende boer heeft zich vooral laten adviseren door
bedrijven die erbij gebaat waren dat de boer meer deed: meer
koeien, meer stallen, meer veevoer en meer kunstmest. En
vooral meer geld om dit allemaal te financieren. Dit systeem is
corrupt en achterhaald. Terug naar de basis, weg met megastallen,
laat die beesten lekker buiten lopen. Maar zorg wel dat de
leningen worden kwijtgescholden en dat de boer met minder
beesten gewoon een leuke boterham kan verdienen. En dan is er
ook weer ruimte voor ‘de bouwvakker’ want die is in deze discussie
enorm ondergeschoven. Ook die bedrijven kennen veel onzekerheid
en zien hun omzet kelderen. Maar omdat zij niet de
behoefte hebben om de maatschappij te ontwrichten met acties,
is het leed van deze groep onzichtbaar. Kunnen we er trouwens
wel flink wat vaart achter zetten? Want asbestplaten verbranden
op de snelweg is zeker niet goed voor het milieu.
Anoniem (naam bekend bij redactie)
Een nieuw perspectief
Er is een vrij makkelijke manier om een deel van het probleem
op te lossen (zo’n 40% van het vraagstuk). Dat werkt als volgt.
Boeren in extensiveringsgebieden die moeten afschalen met
veeteelt beschikken over grond waarop alleen nog zeer extensief
geboerd mag worden. Voor de meeste boeren geeft dat onvoldoende
perspectief om door te kunnen waardoor alleen
opkopen of waardeverminderingsbijdrage een optie is. Maar stel
nou dat er extensieve vezelgewassen bestaan waarmee bouwmaterialen
gemaakt kunnen worden. Gewassen met een enorme
lage stikstofvraag die nauwelijks tot geen pesticiden nodig
hebben. Gewassen die diep wortelen en ook nog eens een flinke
hoeveelheid CO2 afvangen en opslaan in de vorm van koolstof.
Die koolstof slaan we op in gebouwen waardoor de CO2 permanent
verdwijnt uit de atmosfeer. Het verdienmodel is vrij simpel.
We betalen als samenleving namelijk aan Shell en kornuiten
100 euro per ton voor datzelfde kunstje. Die vangen CO2 af in de
Botlek en slaan dat op in de Noordzee (we hopen dat ze tegen
2025 zover zijn). We kunnen dan toch beter zorgen dat er
minder CO2-intensieve materialen nodig zijn en dat er als alternatief
materialen gebruikt worden die CO2 afvangen en koolstof
opslaan. Twee vliegen in één klap. Koolstofopslag is geen
subsidie maar gewoon keiharde knikkers met een toenemende
waarde. De condities om dit te regelen zijn dus ook niet bijster
ingewikkeld. Het is zeker geen panacee en wie niet wil moet het
laten. Ik verwacht echter dat we snel kunnen opschalen naar
100.000 ha.
Jan-Willem van de Groep, Gideon Building Transition Tribes
Meer dan één crisis
De stikstofcrisis is slechts één van de vele crisissen van dit
moment. We kunnen deze niet onafhankelijk van elkaar zien.
Ergo verwachtingen managen moet op een hoger niveau dan bij
een individuele crisis.
Ed van der Tak, Sr. Adviseur/Trainer/Coach bij Ramus Planning
Professionals
Terugkeer naar een nationale focus op gezonde baten is key
Sinds geld regeert en de maatstaf lijkt geworden voor alles, lijkt
de werkelijke behoefte: meer voedsel, voldoende huisvesting,
voldoende zorg en een gezond ecosysteem, daaraan ondergeschikt
te zijn geworden. De overheid wil op nationaal niveau een
handelsoverschot behouden en met het verdiende geld de
werkelijke behoefte van onze samenleving financieren. Ze heeft
daarvoor regels opgesteld en verwacht dat alle partijen daaraan
meewerken, ook al zijn deze regels ongunstig voor de financiële
groei; dus ook de partijen die zorgen dat de BV Nederland een
handelsoverschot heeft. Nu de grenzen van het gedogen bereikt
zijn lijkt snijden in eigen vlees de enige (korte termijn) oplossing.
Of is het mogelijk om als land te evolueren naar een nieuw land?
Een land voor alle inwoners en bedrijven, waarin in principe het
belang van een ieder een plek heeft. Een land voor boeren, industrie
en een mooi ecosysteem waarin we gezond en met plezier
kunnen werken, wonen en recreëren.
Ik denk dat deze evolutie haalbaar is door de werkelijk behoefte
weer centraal te stellen en waarbij geld een middel wordt om dit
te realiseren. Met een overheid die nieuwe schone business
modellen omarmt en afscheid neemt van oude vervuilende
systemen. Het credo voor een ieder wordt meedoen of vroeg of
laat afscheid nemen.
Focus op onze nationale behoefte is de sleutel voor succes!
Erik van Berkel, Coördinator Value Management & Value Engineering
00:
39
׉	 7cassandra://B8RfssG-ch_UyrGDsCws2xL216cl6wHtf8CezfzPUEQ` c|~8K'c|~8K'bבCט   ˁu׉׉	 7cassandra://ic5azlXXqgU3B5byUyGHeZEBuRXzOWpOZ8CIb4TW_5A F`׉	 7cassandra://Dj8f3ZKLrbgCH6EbNmX-0WWHYykxeuPxwgA7ECpnWb4l`h׉	 7cassandra://fnl3mgkzKqRWtree_8mDIxzs_xVDOy1MxsrsJ1SAvdw"Y` ׉	 7cassandra://SuKMiWA-e1hWRooAO48r6tCN7nxA3SvFt7CiH8tEeTQ N͠5c|~8K'D׉EOp weg naar waardegedreven
beheer van de openbare ruimte
Investeren in openbare ruimte doe je voor decennia.
Nieuwe en bestaande bruggen, wegen, pleinen
en parken moeten ook aan de eisen van morgen
voldoen. Daarbij is de verbinding tussen beleid
(Sopex -social demands), onderhoud (Opex) en
aanleg (Capex) cruciaal. Royal HaskoningDHV zorgt
dat de verschillende velden elkaars taal spreken en
samenwerken voor optimale waardecreatie.
De complexiteit van de opgave verhoogt de
noodzaak om data te benutten. Denk aan het
kwantificeren van waarden in de openbare ruimte
voor gerichte beleidsvorming, het monitoren en
voorspellen van de veiligheid van assets met behulp
van sensoren en het in 3D visualiseren van deze
inzichten binnen digital twin-omgevingen om een
scherp en reëel beeld van de impact te krijgen.
Het resultaat: een waardegedreven inrichting
van de openbare ruimte die bijdraagt aan een
gezonde samenleving, met verbinding tussen
maatschappelijke impact, investeringen en kosten
voor beheer, onderhoud en renovatie.
Data verzamelen en
vastleggen in de
fysieke leefomgeving
van vandaag
Samenwerking &
Betrokkenheid
belanghebbenden
SOPEX
Resulterend in betere
door data gedreven
beslissingen voor een
duurzame toekomst
OPEX
CAPEX
V
Meer weten? Scan de QR-code,
download de whitepaper en
ontdek hoe wij, samen met u,
waarde centraal stellen bij het
beheer van de openbare ruimte.
V
R
A
N
M
D
N
A
A
G
P
E
R
E
V
S
E
T
E
R
M
E
N
R
O
G
N
A
A
O
G
E
N
׉	 7cassandra://fnl3mgkzKqRWtree_8mDIxzs_xVDOy1MxsrsJ1SAvdw"Y` c|~8K'׈Ec|~8K'c|~8K'0)ׁ2ׁ> ׁ3 d  U  Vakblad van Dace VIEWONVALUEc|~frJ)