׉?4ׁB!בCט  {u׉׉	 7cassandra://uT3ZyROIxE85WOERynA6VcegeSI5Yqe_mgJHTezPEeQ }_`׉	 7cassandra://TxNPCyQn339piZkbjjitXajjh3odaP9serq-wgzOgUg͖`S׉	 7cassandra://wDIXUdi5FVOR1WyQeX6K-bfbe4AsdJVs9F3P0TZNWGw2`̵ ׉	 7cassandra://DzHfz6x5oS1rZwKKZuIZMq_6Nl3GO3DUCDXQfBr2ay0 I͠\mXנ\mX #9׉H ahttps://publieksdiensten.us10.list-manage.com/subscribe?u=a016c60d53f4f1260a48144e8&id=8b56f6d6c3Gׁׁrנ\mX  Iu9 ׉SG
ׁׁrנ\mX F̆9 ׉SG
ׁׁrנ\mX J9 ׉SG
ׁׁrנ\mX 	W9׉H  https://www.publieksdiensten.nl/Gׁׁrנ\mX |9 ׉SG
ׁׁrנ\mX ̨59ׁHhttp://inGovernment.nlׁׁЈ׈E\mX׉EinGovernment
platform v oor de digi tale o v e rh e i d
maart 2019
sensordataintegraal klantbeeld
online communicatie
innovatienetwerk
smart city resilience
smart city resilience
omnichannel
integraal klantbeeld
klantreis
dna dienstverlening
sensordata
integraal klantbeeld
resilienceklantreis
digitale vernieuwing
sensordata
smart city
innovatienetwerk
digitale vernieuwing
smart city open ontwikkelplatform
dna dienstverlening
Omnichannel
dienstverlening
is van iedereen
Welke kansen
en bedreigingen
bieden sensordata?
Overbrug de kloof
tussen klantgedrag
en systeemlogica
sensordata
omnichannel
klantreis
innovatie
netwerk
omnichannel
open ontwikkelplatform
Laatste
gedrukte
exemplaar!
Ga naar
inGovernment.nl
en word online
abonnee!
׉	 7cassandra://wDIXUdi5FVOR1WyQeX6K-bfbe4AsdJVs9F3P0TZNWGw2`̵ \mX\mX{בCט   {u׉׉	 7cassandra://zcB1NAI9gIri2tbXYGtfeEGAaVddLJJvSvVikLEeeFk yi`׉	 7cassandra://9MRWO9g2Hs2SgD0HPmLCrwf4R2s9PPFMa4e0Nwjxutg
`׉	 7cassandra://CBEkPcssjgG_CTY6YX8doGdxnx75aDow2-zi-Dd21tI;`j ׉	 7cassandra://uCrJY_eTtNK0LET0QF3y-VIimy-RahcZZmHtWalaNwY ͠	\mX נ\mX ̗9׉H ahttps://publieksdiensten.us10.list-manage.com/subscribe?u=a016c60d53f4f1260a48144e8&id=8b56f6d6c3Gׁׁrנ\mX	 G̈9 ׉SG
ׁׁrנ\mX
 Jd9 ׉SG
ׁׁrנ\mX R̗9 ׉SG
ׁׁrנ\mX L9 ׉SG
ׁׁrנ\mX N̊9 ׉SG
ׁׁrנ\mX P9 ׉SG
ׁׁrנ\mX S&̀9 ׉SG
ׁׁrנ\mX U̏9 ׉S	G
ׁׁrנ\mX ̏9 ׉S
G
ׁׁrנ\mX 9 ׉SG
ׁׁrנ\mX 9 ׉SG
ׁׁrנ\mX {̭9 ׉SG
ׁׁrנ\mX (#9 ׉SG
ׁׁrנ\mX J̊̀9 ׉SG
ׁׁrנ\mX ܁9ׁHhttp://inGovernment.nlׁׁЈנ\mX 
1x9ׁHhttp://inGovernment.nlׁׁЈ׉Einhoud
03
redactioneel
Nieuwe koers
De vereenvoudiging van interactie aan de kant van de gebruiker leidt tot een complexe transitie
aan de kant van de dienstverlener. Otto Thors vraagt zich af of de overheid oude patronen
durft los te laten om maatschappelijk relevant te blijven.
04
interview
Gemeente Tilburg omarmt omnichannel-strategie
Marjon van der Maat is als afdelingshoofd bij de gemeente Tilburg verantwoordelijk voor de
dienstverlening. Vanuit een organisatiebreed perspectief op dienstverlening bemoeit zij zich
met alle interactie die de gemeente aangaat. inGovernment sprak met haar.
jos maessen
07
08
Datagestuurd werken binnen een omnichannelstrategie
‘Data’ is op dit moment een wondermiddel want het helpt tegen en voor alles, dus kom je het
onderwerp overal tegen. Zo ook in omnichannelstrategieën. Maar is dat wel zo logisch?
artikel
Pleidooi voor digitale vernieuwing
In november 2018 publiceerde de VIAG een Manifest voor Beslissers, met een groot aantal onderwerpen
die zich in de gemeente steeds nadrukkelijker voordoen, maar waarop zichtbare actie
veelal uitblijft – met uitzondering van een initiatief als Common Ground. Arend van Beek bespreekt
wat er in dat manifest staat.
artikel
10
Gemeentelijke kansen en risico’s in de digitale leefomgeving
Steeds meer gemeenten weten gebruik te maken van het snel toenemende aanbod van databronnen,
waaronder sensoren. Hoe zit dat dan met de privacy, ethiek en beveiliging? Reden
voor Aantink Yeh (VNG) en Dirk van Barneveld (BZK) om een verkenning uit te voeren.
artikel
12
Digitaal monitoren tegen stedelijke cyberaanvallen
Smart City-oplossingen maken gebruik van voorzieningen zoals sensoren, camera’s en matrixborden.
Maar ‘smart’ staat niet direct gelijk aan ‘veilig’ en op een cyberaanval wordt niet altijd
daadkrachtig gereageerd. Sebastiaan Bosman legt uit op welke manier het Smart City Resilience
Monitoring-platform door de gemeente Den Haag wordt ingezet om de alertheid te verhogen..
14
interview
Hoe overbrug je de kloof tussen systeemlogica en klantgedrag?
Adjan Kodde is oprichter van Mirabeau, een digital agency waar klantervaring centraal staat bij
de ontwikkeling van technologische diensten. Hij stond aan de wieg van Funda en ontwikkelde
het Transavia-platform. Wat kan de overheid leren van digital agencies?
17
edo plantinga
Eén overheid – practice what you preach
Eén overheid, dat is wat burgers verwachten. We moeten niet langer van burgers verwachten
dat ze weten waar ze moeten wezen voor een dienst. Waarom werkt MijnOverheid niet hetzelfde
als Mijn DUO?
artikel
18
Haarlemmerolie voor de digitale transformatie
Samenwerken is een voorwaarde om zinvolle resultaten te bereiken. Toch komt gezamenlijke
innovatie bij de Nederlandse overheid maar moeilijk van de grond. Patrick Spigt van de gemeente
Haarlem legt uit hoe je met een open ontwikkelplatform de innovatie binnen de organisatie
kan versnellen.
14
17
18
07
08
10
12
04
urgente situatie
digitaliseren. De afgelopen vijftig jaar leidde dat tot betere gemeent
, de komende tien jaar zal dat in de visie van de VIAG moeten leiden
ets dan zullen de meeste gemeenten de komende tien jaar niet mee
ldoen aan de eisen van de samenleving en de functies waar de loka
ent dat we niet kunnen waarmaken wat inwoners van ons eisen, w
n, en dat we niet meer kunnen voldoen aan bestaande en nieuwe n
ing.
eiding hiervan ligt in de te verwachten maatschappelijke en digital
an zaken van de technologie en de organisatorische inbedding daa
nifest beschrijft deze uitdagingen en geeft mogelijke oplossingsrich
׉	 7cassandra://CBEkPcssjgG_CTY6YX8doGdxnx75aDow2-zi-Dd21tI;`j \mX׉Einhoud
re d a ction e e l
nieuwe koers
20
artikel
Het DNA van dienstverlening
Op 7 februari kwamen in Utrecht managers,
strategen en beleidsmakers Dienstverlening
bijeen om goede voorbeelden
uit te wisselen aangaande fundamentele
verbeteringen van dienstverlening. Centraal
stond talentontwikkeling, cultuur,
houding en gedrag. Philip Bosman brengt
verslag uit.
artikel
22
Gemeente Zeewolde verplaatst
digitaal kanaal
Tot zes jaar geleden was de website van de
gemeente Zeewolde belegd bij de afdeling
Communicatie. Alle informatie op de site
was vooral gericht op zenden. Omdat de
site een steeds belangrijker dienstverleningskanaal
wordt, was de verplaatsing
ervan naar de afdeling Dienstverlening
artikel
24
Het samenspel tussen dienstverlening,
communicatie en participatie
Gemeenten proberen als meest nabije overheid
continu het klantcontact en de interactie
te verbeteren. Ondanks de vooruitgang
die wordt geboekt, hebben veel gemeenten
nog aparte visies qua dienstverlening,
communicatie en participatie, zo legt
Frank Bruijninckx uit.
24
26
xander jongejan
Beste Hans
In een afscheidsspeech richt de burgemeester
zich tot de gemeentesecretaris die
met pensioen gaat. Hoe kijken zij terug op
de transitie waar gemeenten momenteel
midden in zitten?
27 colofon
26
20
Marktpartijen zetten wereldwijd een nieuwe standaard
voor online interactie. Digitale dienstverlening wordt
steeds slimmer en persoonlijker door met minder handelingen
meer effect te sorteren. De vereenvoudiging van
interactie aan de kant van de gebruiker leidt tot een complexe
transitie aan de kant van de dienstverlener. Denk
aan de ontwikkeling van omnichannel-dienstverlening op
basis van een integraal klantbeeld dat constant wordt verbeterd
op basis van datagestuurd werken. Overheden zullen
moeten innoveren om aan de veranderende eisen van
inwoners te kunnen voldoen. Dat is een flinke opgave!
22
niet meer dan logisch. Beleidsmedewerker digitale dienstverlening
Carolien Nicolai legt uit wat dat oplevert.
Door digitalisering worden bestaande beperkingen opgeheven
en vallen ingesleten patronen binnen organisaties
bloot. Een overheid die zich niet aanpast komt steeds
meer onder druk te staan in de digitale samenleving. Zo
biedt datagestuurd werken nieuwe kansen voor interactie
en klantcontact, maar leidt dit ook tot nieuwe verplichtingen
en risico’s. Hoe gaat de overheid om met commerciële
partijen die sensordata verzamelen over onze leefomgeving?
Hoe beschermen we onze smart city’s tegen
cyberaanvallen? Aan nieuwe vragen geen gebrek!
Een gezamenlijke aanpak ligt voor de hand, omdat expertise
en digitaal leiderschap schaars zijn. Alleen de intentie
om samen te werken is echter onvoldoende. Overheden
met dienstverlening in het DNA van de organisatie geven
medewerkers een vrije rol met voldoende ruimte en flexibiliteit
om organisatiegrenzen over te steken en zichtbare
resultaten boeken. Dat is best spannend, want als je op
voorhand niet weet waar je heengaat, weet je ook niet
precies waar je uitkomt. Een gezamenlijke aanpak is
gebaat bij de mobiliteit van medewerkers die digitale
transitie tot stand kunnen brengen. Dat betekent dat je
soms moet loslaten om relevant te blijven. Dat klinkt
ingewikkeld, maar het begint meestal bij een keer ja zeggen,
waar je eerst nee dacht. Ook stapsgewijs kan je een
radicaal nieuwe koers inzetten.
Over een nieuwe koers gesproken: inGovernment verlaat
na twaalf jaar de analoge wereld van het drukwerk en
gaat verder als online magazine en nieuwsbrief. Blijf op de
hoogte en meld u direct aan op inGovernment.nl.
Otto Thors is hoofdredacteur
van inGovernment en zelfstandig
adviseur dienstverlening en
digitalisering @Thorsius
Word
gratis
online
abonnee!
Ga naar
inGovernment.nl
en meld
je aan
\mX\mX{בCט   {u׉׉	 7cassandra://aW1_zhBCILlz7iqrPtVtEpjh8zHwPHPUUCmVuOyeQsU f`׉	 7cassandra://0VdcCs6R2YT7wm5M2sIzQrUUH3XtuZovbaIZ7iUYW-MϽ`׉	 7cassandra://SvdEqmwuoijnJacSYViOkGGCg_id8xlk8qY_cMG1ULw:`j ׉	 7cassandra://ogi9rOv_tLXHFdltlNqYlo5y0kn5uI4PRZ_yqgxycQw ͠	\mXנ\mX =G9 ׉SG
ׁׁr׉E:interview
gemeente tilburg omarmt
gewoon beginnen en gaandeweg oplossingen
Marjon van der Maat is als afdelingshoofd bij de gemeente Tilburg verantwoordelijk voor
de dienstverlening. Vanuit een organisatiebreed perspectief op dienstverlening bemoeit
zij zich met alle interactie die de gemeente aangaat. We spreken haar op een winterse
dag in het Stadskantoor.
Tekst: Otto Thors, hoofdredacteur inGovernment
Waarom wil de gemeente Tilburg in 2020 omnichanneldienstverlening
aanbieden?
Marjon van der Maat: ‘We zien dat onze inwoners, onder
invloed van commerciële partijen, gewend zijn geraakt aan
andere vormen van dienstverlening. We willen de klant
echt centraal stellen en de nabijheid van de gemeente vergroten.
In het kader daarvan hebben we bijvoorbeeld het
aantal fysieke locaties in Tilburg uitgebreid van één naar
vijf stadskantoren. Ons uitgangspunt is dat de klant zelf
moet kunnen kiezen hoe hij of zij contact opneemt, zonder
last te hebben van beperkingen in de kanaalkeuze. De omnichannel-ambitie
hebben we al in 2016 uitgesproken,
nadat we jarenlang hadden ingezet op kanaalsturing. We
hebben jarenlang doelbewust gestuurd op goedkopere
kanalen aangezien de gemeente fors moest bezuinigen.
Op dit moment moeten we rigoureuze keuzes maken, met
een positief effect als gevolg. Met de opkomst van onlinekanalen
merken we dat de klant zich niet meer laat leiden.
Daarom willen we onze interactie-strategie op een ander
verwachtingsniveau afstemmen. Nu moet ik zeggen dat
2020 best ambitieus is, want omnichannel is honderdtachtig
graden de andere kant op ten opzichte van kanaalsturing.
Daarom hebben we onze interactievisie breder
ingestoken dan het KCC. Dienstverlening betreft niet
alleen het KCC, maar raakt de hele organisatie.’
‘ de klant moet zelf kunnen kiezen
hoe hij of zij contact opneemt,
zonder last te hebben van
beperkingen in de kanaalkeuze’
Hoe organiseer je organisatiebrede dienstverlening?
‘We werken met klantreizen om het inzicht in onze dienstverleningsprocessen
te vergroten. Door deze klantreizen
4
bewust op ketenprocessen te richten, raken meerdere afdelingen
betrokken en worden gaten in onze gehele dienstverlening
zichtbaar. De verantwoordelijkheid voor alle kanalen
is centraal belegd bij mij als afdelingshoofd Dienstverlening,
dus kan ik de verschillende ingangen op basis
van eigen inzichten en mandaat inrichten. Wij kijken
zowel vanuit het perspectief van onze klant als vanuit de
organisatie. Dienstverlening moet je niet binnen de eigen
afdelingsgrenzen houden. We willen zichtbaar maken waar
het wringt en zijn niet bang om te zien wat er niet goed
gaat. En ja, dan kom je ook collega’s tegen die liever geen
klanttevredenheidsonderzoek willen of realtimedata best
spannend vinden. Maar dat weerhoudt ons er niet van om
ook te kijken naar de dienstverlening van andere organisatie-onderdelen.
We willen dat, als een klant binnenkomt in
een kanaal, we dat contact moeten kunnen “overpakken” in
een ander kanaal. Die overdracht is nu nog te vaak een hobbel,
en dat moet vloeiender gaan verlopen. Na een intake in
het ene kanaal dient alle informatie direct overal beschikbaar
te zijn. In drie dagdelen nemen medewerkers uit de
keten een “klantreis” door en worden er ervaringen uitgewisseld.
Daarbij selecteren wij telkens twee positieve en
twee negatieve klantervaringen. Het proces wordt intern
begeleid met een Lean-aanpak door klantreisadviseurs die
een green belt-opleiding hebben doorlopen. De klantreisadviseur
moet stevig in zijn schoenen staan, weerwoord durven
geven, zelf met nieuwe inzichten komen en de visie
kunnen uitleggen. Het verwerven van inzichten gaat best
snel, maar daadwerkelijk verbeteren op basis daarvan is
stap twee. Het duurt soms wel een jaar voordat een afdeling
met een inzicht aan de slag gaat. Gelukkig is er commitment
bij de directie. We doen dit samen, dus is men medeeigenaar
van het traject. Toch zie ik dat we nog onvoldoende
wendbaar zijn. We worden afgeremd door te veel structuur
en onze ICT biedt nog niet alle gewenste flexibiliteit.
Om dit te doorbreken dagen we onszelf uit om structuren
los te laten en outside the box te denken.’
׉	 7cassandra://SvdEqmwuoijnJacSYViOkGGCg_id8xlk8qY_cMG1ULw:`j \mX׉Emomnichannel-strategie
bedenken
tilburg in cijfers
> 214.000 inwoners
> 1.354.868 internetbezoekers
> 200.000 internettransacties
> 200.000 baliecontacten
> 21.000 e-mails
> 18.000 sociale media
> 210.000 telefoon
> 600 producten
> 2.000 medewerkers
Marjon van der Maat: ‘Ik durf dingen echt te benoemen
en vind het niet erg als mensen dat lastig vinden.’
Kan de hele organisatie de omnichannel-doelstelling al aan?
‘De omnichannel-strategie heeft niet tot grote structuurwijzigingen
geleid. Dat komt doordat wij al ingericht zijn
als een netwerkorganisatie, met de nodige wendbaarheid.
Toen wij begonnen met omnichannel bleek wel dat onze IT
hier nog niet klaar voor was, dus werden onze wensen in de
wacht gezet. Toen de gemeentelijke IT werd herzien en
“werken onder architectuur” werd geïntroduceerd, bleken
beide visies goed bij elkaar te passen. Onze omnichannelstrategie
heeft toen input geleverd voor een nieuwe IT- architectuur.
Onze wensen vergen een andere werkwijze.
Dienstverlening is momenteel een interne afnemer van IT,
maar we bewegen naar een opdrachtgever-opdrachtnemerrelatie.
In een opdrachtgeversrol moeten we beter nadenken
over wat we willen bereiken. Een belangrijke vraag
voor dienstverlening in relatie tot omnichannel is of er
koppelingen tussen systemen worden gemaakt, of dat er
compleet nieuwe systemen nodig zijn om informatie over
alle kanalen heen deelbaar te maken.’
Kost omnichannel geld of levert het juist geld op?
‘We hebben een taakstelling om elk jaar 400.000 euro
terug te verdienen door de dienstverlening te verbeteren
en de processen te optimaliseren. Om dit te realiseren hebben
we een klantwaarde-team in het leven geroepen om de
dienstverlening aan de stad te verbeteren. Als een procesverbetering
efficiency oplevert, dan wordt de besparing
weer geïnvesteerd in nieuwe ontwikkelingen. Het klantwaarde-team
werkt als een soort kosten-batendienst die
enerzijds komt adviseren hoe het beter kan, en anderzijds
budget vraagt om de verbetering te realiseren omdat het
team zichzelf moet terugverdienen. Soms trekken we ook
aan de rem. Liever de bestaande kanalen en teams beter positioneren
dan voor elke situatie nieuwe kanalen toevoegen,
is onze gedachte. Het klantwaarde-team moet dus assertief
reageren om niet al te veel bloemen tegelijk te laten
bloeien.’
‘ na een intake in het ene kanaal
dient alle informatie direct overal
beschikbaar te zijn’
Welke verschuiving tussen de kanalen zien jullie?
‘Op basis van intern geformuleerde service levels voeren we
gesprekken met de vakafdelingen. Regelmatig krijgen we
dan te horen dat hun klanten juist niet digitaal vaardig zijn,
terwijl wij denken dat dit genuanceerder ligt. Het is onze
taak om ook de digitale dienstverlening zo in te richten dat
deze voor iedereen toegankelijk is. We zien de afgelopen
periode een jaarlijkse groei van vijftien procent in het aantal
digitale aanvragen. Ondertussen neemt het aantal telefonische
aanvragen elk jaar met tien procent af. Dan mag je
wel zeggen dat je iets goed doet. Dit jaar ligt het aantal telefonische
aanvragen voor het eerst onder de 170.000 telefoontjes.
Daardoor is het de vraag of de gemeente voor dit
5
\mX\mX{בCט   {u׉׉	 7cassandra://Xl3aBUqKjtF6G1JI9Xptm8hSg-67otP38Alc-ELUg18 p`׉	 7cassandra://TPNsA402U_osMzX-LmhA9kIdYBBUFcggLOBrkwTwPSMl`׉	 7cassandra://U2J-tzh3HF7hb2SFUxgXykeJCZ_L_9HEz1DuhQ35rx46Y`j ׉	 7cassandra://A8v1u4QBWEuMA15Tn5FoJ1SHliy0vwWHWhLFfWVqKxE RQ<͠	\mX נ\mX (=9 ׉SG
ׁׁr׉EKlantgegevens
Klantgedrag
• Naam, adres, woonplaats
• Contactgegevens (e-mail, 06, twitteraccount, etc.),
incl. toestemming
• Burgerlijke staat, geboorte- en overlijdensdatum
• Partnergegevens, kinderen
• Relatie werknemer-werkgever/collectiviteit
• Inkomensgegevens (incl. partner)
• Belangrijkste drijfveren/behoeften/doelen
• Wat houdt me bezig? (op basis van sociale media)
Gegevens
Interactie
Klantinteractie
• Contacthistorie incl. onderwerp, datum, inhoud, soort
kanaal/medium en contactpersoon/afdeling
• Toekomstig geplande contacten
• Geplande en uitgevoerde mailingen
• Reactie van klant op mailingen
• Offertes
• Uitingen sociale media
• Surfgedrag op externe internetsites
• Surfgedrag/handelingen op publiek en klantdomein
Klantfeedback
Suggesties voor klanten
• Ontbrekende klantgegevens
• Opkomende klant-events
• Next best action
• Klant kansen(gebaseerd op gedefinieerde product- of
eventtriggers, klantwaarde, campagnes, etc.)
Mogelijke bronnen voor een integraal klantbeeld
volume nog steeds een extern callcenter in stand moet houden.
Bij een lager volume is outsourcen niet langer interessant,
en kan je het externe onderdeel beter afbouwen en de
taken weer insourcen.’
Staat de klant bij omnichannel meer centraal dan bij
multichannel?
‘“De klant centraal” is een slogan die we in het verleden al
gebruikten, maar die in de organisatie niet breed werd beleefd.
We zeiden wel dat de klant zelf mocht kiezen hoe die
ons benadert, maar verstopten bijvoorbeeld onze telefoonnummers
op de website. Voor bepaalde producten was het
heel lastig om een afspraak te maken – alles was gericht op
digitaal klantcontact oftewel het callcenter. En de beste klant
was géén klant! Bij omnichannel bepaalt de klant de hele
procesinrichting, en staat effectiviteit van de organisatie als
geheel centraal. Daarom zijn we een traject gestart waarbij
medewerkers – die dienstverlening in de genen hebben –
collega’s uitleggen wat klantgerichte dienstverlening betekent
voor hun werk. De inzet van eigen collega’s in plaats
van een opleidingsinstituut zorgt ervoor dat we veel meer
ambassadeurs hebben en houden die onze visie uitdragen.’
Werken jullie al met een integraal klantbeeld?
‘Daar zijn we al wel mee bezig door eerst alle informatie die
we zelf hebben te verzamelen en samen te voegen. Binnen
een half jaar gaan we ook in kaart brengen met welk systeem
we deze informatie kunnen beheren en ontsluiten
zodat de data bruikbaar worden. Daarvoor moeten we eerst
bepalen welke informatie we nodig hebben op basis van
klantvragen in het KCC en het callcenter. Welke informatie
missen we momenteel om de klant op de juiste manier te
bedienen? Bij deze zoektocht kijkt er altijd een privacy officer
mee, die de wettelijke grenzen van datagestuurd werken
bewaakt. We willen bijvoorbeeld een dashboard publiceren
met realtimedata, waarop klanten het verschil kunnen zien
6
tussen wat wij beloven en wat wij werkelijk realiseren. Wat
we nu al doen is het actief presenteren van de resultaten
van onze klanttevredenheidsonderzoeken in de stadswinkels.
We streven dus veel transparantie na, want de klant
mag weten wat we echt doen. Transparantie is voor ons een
sturingsmechanisme, want als iets zichtbaar wordt moet je
er als organisatie ook naar handelen.’
‘ ik zal blij zijn als we binnen twee jaar
de muurtjes tussen de silo’s hebben
afgebroken op basis van een integraal
klantbeeld’
Hoe vul jij jouw digitale leiderschap in?
‘Ik durf dingen echt te benoemen en vind het niet erg als
mensen dat lastig vinden. Ik krijg speelruimte om met
eigen ogen te kunnen kijken naar wat er gebeurt, en vervolgens
afstand nemen om na te gaan of iets logisch is. Dat is
soms wel hard werken. Het is aan mij om op zoek te gaan
naar de haakjes en te denken vanuit het belang van de inwoner.
Ik zal blij zijn als we binnen twee jaar de muurtjes
tussen de silo’s hebben afgebroken op basis van een integraal
klantbeeld. Als dat lukt dan maken we flinke stappen.
Hoe ik dat doe? Door altijd vanuit een droom te starten, en
vanaf dat punt terug te kijken naar hoe je het kan realiseren.
Je komt vanzelf de beren op de weg tegen, maar je
moet daar vooral niet bij beginnen! Ik weet zeker dat ik
voor elk probleem een oplossing kan bedenken. Dus doe
iets, bedenk iets en tik een proces niet op voorhand voor
de volle honderd procent dicht. Wees niet bang dat iets
misgaat, want voor alles is er een oplossing. Ik geloof dat je
gewoon moet beginnen en gaandeweg oplossingen moet
bedenken.’
• Klachten (incl. status, inhoud, opvolging)
• NPS-score
• Overige feedback
• Overzicht lopende klantvragen (status, behandelaar,
opvolging)
Gedrag
Feedback
Suggesties
• Productoverzicht incl. details (ingangsdatum, zaaknummer,
saldi, etc.)
• Producten derden
• Producthistorie
• Facturen incl. status (openstaand, vervaldatum,
achterstand)
• Incassowijze
• Betaalhistorie
• Informatie m.b.t. premievakantie, betaalregelingen,
premievrijmakingen
• Klantsegment/Klantwaarde/Klantprofiel
׉	 7cassandra://U2J-tzh3HF7hb2SFUxgXykeJCZ_L_9HEz1DuhQ35rx46Y`j \mX׉E1jos maessen
datagestuurd werken
binnen een
omnichannelstrategie
Data is op dit moment een wondermiddel, een aspirientje.
Het helpt tegen en voor alles dus kom je het onderwerp
overal tegen. Zo ook in omnichannelstrategieën.
Maar is dat wel zo logisch?
Eerst maar even op een opfrisser. Waar gaan al die
kanaalstrategieën ook al weer over?
Bij single channel heeft de klant geen keus. De overheid
communiceert via één kanaal en de klant heeft er maar
gebruik van te maken. Bij multichannel kan een klant kiezen
uit meerdere kanalen maar de processen daarachter
zijn niet op elkaar afgestemd. Bovendien bepaalt de
overheid nog steeds welk kanaal de klant voor welke
vraag gebruikt. Bij crosschannel gebruikt de klant meerdere
kanalen die optimaal op elkaar zijn afgestemd,
maar de overheid bepaalt nog steeds welk kanaal het
best bij de klant past. Je wordt dan bijvoorbeeld ongevraagd
doorgeleid naar een ander kanaal. Bij omnichannel
zijn er heel veel kanalen die allemaal op elkaar zijn
afgestemd en waarbij de klant zelf bepaalt welk kanaal
op welk moment het best bij hem of haar past.
er is geen gemiddelde burger,
men denkt niet rationeel, er zijn
geen gelijke kansen
Er is in bovenstaand lijstje sprake van een oplopende
schaal van handelingsvrijheid van de klant. En meer
handelingsvrijheid vereist slimmere informatieproducten.
Datagestuurd werken kan zeker daarbij helpen, maar
is dit nu de drijvende kracht achter omnichannelstrategieën?
Commerciële partijen bijten de overheid nogal
eens toe dat ze als enige dienstverlener een single-channelstrategie
kunnen toepassen omdat ze monopolisten
zijn. Is dat zo, of spelen er andere sentimenten mee?
Dienstverlening gaat over denken vanuit de klant en het
bereiken van publieke waarde. Wat voor een overheid
willen we zijn? Een zakelijke dienstverlener met maximale
zelfredzaamheid van de klant? Of een overheid die
mensen helpt als ze een steuntje in de rug nodig hebben?
Een overheid met strak georganiseerde werkprocessen
en doorlooptijden, of een overheid die bij een
aanvraag naar de vraag achter de vraag en het effect van
de handeling achter de handeling kijkt? Beide formules
kan je niet tegelijkertijd toepassen, zoals het bedrijfsleven
ons als geen ander kan uitleggen. Je hebt nu eenmaal
een imago, een visie, normen en waarden, een cultuur
waardoor je een keuze moet maken om succesvol te
zijn. Die keuze heeft bij de overheid tientallen jaren op de
zakelijke dienstverlener gelegen. Daarin past een singleen
multichannelstrategie en die zijn dan ook veelvuldig
toegepast. Doel was het makkelijker maken met een
gemiddelde burger voor ogen. En dat is nu net het probleem.
Er is geen gemiddelde burger, men denkt niet
rationeel, er zijn geen gelijke kansen. De boze burger die
vastloopt, vraagt eigenlijk ‘help me nou eens een keertje!’
Helpen kan met een omnichannelstrategie. Maar dat
betekent vooral afscheid nemen van de populaire technocratische
bril in onze organisaties. Datagestuurd werken
kan binnen een omnichannelstrategie heel goed helpen
om de wensen van de individuele klant centraal te
stellen in alles wat we doen. Maar datagestuurd werken
is hooguit een instrument om de burger centraal te stellen.
Toepassing heeft alleen zin als dit oprecht je streven
is.
Jos Maessen is programmamanager datagedreven
werken in de gemeente Rotterdam en schrijft deze
column op persoonlijke titel
7
\mX\mX{בCט   {u׉׉	 7cassandra://pRIRnP7fzS11wafeqYr2ubcwCky4XljqZMxvz90SRKA `׉	 7cassandra://Uzrb5tFLtzDCgDKQpvdBySTQ_mC9is58toRGmqHqZvgͽj`׉	 7cassandra://ebApIrk9FVj3mMnt0AnNPsjAAX4cELaQgxAG2ST8TyM0`j ׉	 7cassandra://E6wedDKlcv9ac_9NWitgDAjWa4rzMmBNvv_g6K_G3iY 6͠	\mX$נ\mX" ؁K9׉H Ehttp://www.viag.nl/producten-van-de-viag/2018-manifest-aan-beslissersGׁׁrנ\mX# F"?9 ׉SG
ׁׁrנ\mX( 
x9ׁHhttp://www.viag.nl/proׁׁЈ׉Eartikel
pleidooi voor
digitale vernieuwing
manifest voor beslissers schetst
oplossingsrichtingen
In november 2018 publiceerde de Vereniging van Informatie- en Automatiseringsprofessionals
in Nederlandse Gemeenten (VIAG) een Manifest voor Beslissers. Dit
snijdt een groot aantal onderwerpen aan die zich steeds nadrukkelijker voordoen
in de gemeentelijke praktijk, maar waarop zichtbare actie veelal uitblijft – met
uitzondering van een initiatief als Common Ground. Het manifest is een oproep
aan alle gemeenteambtenaren. Wat staat erin?
Tekst: Arend van Beek, voormalig voorzitter van de VIAG
H
et manifest heeft betrekking op de domeinen Dienstverlening,
Informatievoorziening en ICT, die worden
gezien als een onverbrekelijke eenheid. In de informatiesamenleving
ontstaan er steeds meer digitale
gemeenschappen die, samen met digitale gemeenten,
nieuwe netwerken vormen. Wil een gemeente binnen zo’n
netwerk kunnen presteren, dan dienen de ICT en Informatievoorziening
strategisch te worden ingevuld. Dit in
tegenstelling tot de huidige opvattingen, waarbij deze
domeinen vooral worden gezien als facilitair. De kwaliteit
van het digitale gemeentelijk platform zal bepalend worden
voor de kwaliteit van de overheid als geheel. Om de
gemeente daarop voor te bereiden, staan er in het manifest
een aantal aanbevelingen met betrekking tot de mensen, de
organisatie en de digitale vernieuwing.
een innovatieve omgeving vereist een
andere manier van leidinggeven en
sturen, waarbij het eigen initiatief
wordt gestimuleerd
mensen
Nieuwe ontwikkelingen vereisen andere kennis en competenties.
Stimuleer daarom de ontwikkeling, kennis en competenties
van medewerkers. Overweeg ook om uitvoerende
medewerkers evenveel te laten verdienen als strategische
medewerkers. Juist de mensen die het operationeel mogelijk
maken om als gemeente snel en innovatief te werken
aan de digitale gemeenschap, zijn goud waard. De balans
tussen doeners en denkers wordt steeds belangrijker. Een
8
passend ‘functiehuis’ voor medewerkers Informatievoorziening
zal dat belang onderstrepen. Verder is strategisch
HR-beleid voor informatie- en ICT-gerelateerde functies
noodzakelijk, waarbij er wordt ingezet op het binden en
boeien van medewerkers. Doe dit op een wijze die aansluit
bij de wensen en behoeften van de jongere generatie. Een
andere aanbeveling beschrijft de beweging van managen
naar coachen. Een innovatieve omgeving vereist een andere
manier van leidinggeven en sturen, waarbij het eigen initiatief
wordt gestimuleerd. Ten slotte pleit het manifest ervoor
om mensen beschikbaar te stellen voor samenwerking.
Structurele samenwerking in ketens en het samen
ontwikkelen (co-creatie) met andere gemeenten, bedrijven
en inwoners vormen het hart van een digitale gemeente.
organisatie
De digitale gemeente moet ambtelijk en bestuurlijk worden
verankerd. Zorg daarom in het college van burgemeester
en wethouders direct voor een portefeuillehouder digitalisering
die in staat is om het dossier een goede plaats te
geven, en die bereid en vaardig is om dit ook breder en strategischer
te organiseren. Zie er bovendien op toe dat het
dossier ‘digitale gemeente’ voldoende aandacht krijgt bij de
gemeenteraad. Stel daarvoor ook een CIO aan die de strategische
ontwikkelingen inhoudelijk kan vertalen naar het
informatiebeleid en de digitale ontwikkelingen. Het is verder
aan te bevelen om de governance te verbeteren, zodat
beslissingen snel te nemen zijn en de strategie en uitvoering
beter op elkaar aansluiten. Investeer daarbij in duurzame
relaties tussen medewerkers Dienstverlening, Informatievoorziening
en ICT. De drie bovenstaande punten (portefeuillehouder,
CIO en governance-verbetering) verdienen
tevens dus meer aandacht bij het gemeentelijke topma׉	 7cassandra://ebApIrk9FVj3mMnt0AnNPsjAAX4cELaQgxAG2ST8TyM0`j \mX׉Eeen urgente situatie
‘Gemeenten digitaliseren. De afgelopen vijftig jaar leidde dat tot betere gemeenten. De samenleving
digitaliseert, de komende tien jaar zal dat in de visie van de VIAG moeten leiden tot andere gemeenten.
Doen we niets dan zullen de meeste gemeenten de komende tien jaar niet meer op verantwoorde wijze
kunnen voldoen aan de eisen van de samenleving en de functies waar de lokale overheid voor staat.
Dat betekent dat we niet kunnen waarmaken wat inwoners van ons eisen, wat andere organisaties van
ons vragen, en dat we niet meer kunnen voldoen aan bestaande en nieuwe nationale en Europese wet- en
regelgeving.
De aanleiding hiervan ligt in de te verwachten maatschappelijke en digitale ontwikkelingen, de huidige
stand van zaken van de technologie en de organisatorische inbedding daarvan.
Dit manifest beschrijft deze uitdagingen en geeft mogelijke oplossingsrichtingen. De hoop is dat dit zal
leiden tot werkelijke actie.’
Openingstekst van het Manifest voor Beslissers, dat tijdens het VIAG-congres in november 2018 is gepubliceerd.
nagement. Daarnaast moet er ook een moderne en toekomstgerichte
visie op de digitale gemeente ontwikkeld
worden. Betrek hierbij niet alleen ambtenaren, maar ook
bestuurders, raadsleden, inwoners en andere stakeholders.
Mochten de ontwikkelingen dit vereisen, dan is het raadzaam
om ook mogelijkheden te creëren voor een snellere
afstemming en besluitvorming. Innovatie en nieuwe ontwikkelingen
vragen immers om passende besluitvormingsprocessen.
Als laatste is het raadzaam om een cultuur
te stimuleren waarin innovatie niet slechts gezien wordt
als onvermijdelijk, maar vooral ook als wenselijk en inspirerend.
streef
naar een toekomstvaste
architectuur, zowel op het gebied van
informatiebeleid als automatisering
digitale vernieuwing
Allereerst heeft in een digitale gemeente elk projectvoorstel
een digitale paragraaf. Hierin worden alternatieve oplossingen
voor dienstverlening gewogen binnen de mogelijkheden
van de hedendaagse en toekomstige technologie.
Streef ook naar een toekomstvaste architectuur, zowel op
het gebied van informatiebeleid als automatisering. Zorg
daarbij voor standaardisatie op de nieuwe te ontwikkelen
Common Ground-infrastructuur: één infrastructuur en de
mogelijkheid om lokaal op maat te werken. Ook pleit het
manifest ervoor om in voldoende mate te investeren in ICT
en informatiebeleid en het als een kritisch bedrijfsonderdeel
te zien. Ontwikkel ten slotte een visie, want zonder
beeld van morgen is er geen innovatie mogelijk. Door het
inzicht in digitale trends en ontwikkelingen te vergroten,
kunnen deze worden meegewogen bij nieuwe initiatieven.
Dat vergt ruimte voor experimenten, die ook samen met
externe partijen en inwoners als partners kunnen plaatsvinden.
tot
slot
Het manifest voor beslissers is een wake-up call, op basis
waarvan de VIAG oplossingsrichtingen wil aandragen en de
aandacht wil vergroten voor de noodzaak van verandering.
Demografische, maatschappelijke en digitale trends maken
dat gemeenten een andere rol en positie in de samenleving
gaan innemen. Niets doen is hier zeker geen optie.
Meer weten?
Het Manifest voor Beslissers is te vinden op www.viag.nl/producten-van-de-viag/2018-manifest-aan-beslissers
9
\mX\mX{בCט   {u׉׉	 7cassandra://OsTSu4uwJBSx5RWzR1zy5ZYz8Q4oYaIeQqCn-fWaOqU 
Z`׉	 7cassandra://TAesfa5_kgrDH1ovNT-eHeuO5V1Gd3_bW2mISnUPjSw`׉	 7cassandra://SI5dvo02hmQswp2GWlmnenk1na5Yb-FmMPWtXieFkKY>_`j ׉	 7cassandra://fJe-qXu1RcFdYsdMXn_zUunVFEoSOVkN9tQosyfaHF4 o5͠	\mX)נ\mX& AG9 ׉SG
ׁׁrנ\mX' -9׉H `https://www.vngrealisatie.nl/sites/default/files/2019-03/Whitepaper%20Sensordata%E2%80%93pdf.pdfGׁׁrנ\mX. 
`9ׁHhttp://www.vng.nlׁׁЈ׉Eartikel
sensordata verrijken het
inzicht in de digitale leefomgeving biedt
Datagestuurd werken is de kinderschoenen ontgroeid. Steeds meer gemeenten weten nieuwe
inzichten te vergaren en hun dienstverlening te verbeteren met behulp van het snel toenemende
aanbod van databronnen, waaronder sensoren. Tegelijkertijd zijn er ook steeds meer
commerciële partijen die sensordata verzamelen over ons en onze leefomgeving. Dat roept allerlei
vragen op rondom bijvoorbeeld privacy, ethiek en beveiliging. Reden voor de VNG en het
Ministerie van Binnenlandse Zaken om in samenwerking met het advocatenbureau Pels Rijcken
een verkenning uit te voeren. Hoe ontwikkelt de digitale openbare ruimte zich? Waar zetten
gemeenten hun sensoren zelf voor in? En tegen welke vragen lopen zij in de praktijk aan?
Tekst: Aantink Yeh, adviseur Innovaties VNG Realisatie en Dirk van Barneveld, beleidscoördinator Geo-Informatie
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
S
ensoren doen niet veel anders dan hun omgeving
meten. Denk daarbij aan zaken als licht, lucht-, wateren
bodemkwaliteit, geluid, foto- en videobeelden,
beweging, druk, temperatuur en signalen van mobieltjes.
Sensoren vallen soms op (bijvoorbeeld de duidelijk in het
zicht geplaatste bewakingscamera’s) of gaan juist zo op in
hun omgeving dat we er nauwelijks bij stilstaan (zoals onze
mobiele telefoons die vol met sensoren zitten).
In de afgelopen jaren zijn de sensoren talrijker geworden,
kunnen ze meer dingen meten, en zijn ze kleiner en – niet
onbelangrijk – ook een stuk goedkoper geworden. Daardoor
zijn sensoren sneller commercieel interessant en
komen ze ook binnen het bereik van burgers. Verschillende
burgerinitiatieven, soms in samenwerking met gemeenten,
meten zelfstandig bijvoorbeeld de luchtkwaliteit in de
omgeving.
in de afgelopen jaren zijn de sensoren
talrijker geworden, kunnen ze meer
dingen meten, zijn ze kleiner en een
stuk goedkoper geworden
Om de verkenning enigszins af te bakenen, hebben we
deze beperkt tot de deelverzameling ‘vaste sensoren die in
de openbare ruimte meten’. Vaste sensoren bewegen dus
niet. Van deze verkenning zijn daarom bijvoorbeeld mobieltjes
en zelfrijdende voertuigen uitgesloten. Bij de open10
bare
ruimte gaat het om wegen en pleinen die voor iedereen
vrij toegankelijk zijn. Ook kanalen, plantsoenen, speelweiden,
parken, winkelgalerijen, stationshallen (niet de
perrons) en de vertrek- en aankomsthallen van vliegvelden
vallen hieronder. Voor dit type sensoren is de gemeente in
bepaalde gevallen de aangewezen overheid om de digitalisering
van de openbare ruimte in goede banen te leiden.
wat kun je met sensordata?
Sensordata worden voor uiteenlopende doeleinden gebruikt.
De gemeente Leiden zet bijvoorbeeld sensordata
in ter onderbouwing van het retailbeleid in de binnenstad
om het aantal passanten te tellen. Traditioneel telde de gemeente
één maal per jaar op een zaterdag handmatig het
winkelend publiek. Door via enkele apparaten met wifi of
Bluetooth te tellen had de gemeente ineens inzicht in de
bezoekersaantallen per half uur, gedurende een heel jaar.
Hierdoor werd ineens de populariteit van koopavonden,
koopzondagen of de invloed van marktdagen zichtbaar.
Doordat de gemeente op meerdere punten laat tellen,
wordt ook de aantrekkelijkheid van de verschillende winkelstraten
transparant.
Een ander voorbeeld zijn de sensoren die de vulgraad van
afvalcontainers meten. Met behulp van deze data kan men
de logistiek van de vuilophaal zo efficiënt mogelijk inrichten.
Weer
andere gemeenten gebruiken sensoren voor het
verbeteren van de luchtkwaliteit. Diezelfde data kunnen
tevens gebruikt worden om COPD-patiënten te waarschuwen
voor slechte omstandigheden.
׉	 7cassandra://SI5dvo02hmQswp2GWlmnenk1na5Yb-FmMPWtXieFkKY>_`j \mX׉EKgemeente-instrumentarium
kansen en risico’s
niet alleen gemeenten verzamelen data
Het zijn niet alleen gemeenten die gebruikmaken van sensoren.
De provincie Noord-Brabant meet bijvoorbeeld de
daadwerkelijke geluidsproductie op de provinciale wegen
om de slijtage van het asfalt te monitoren.
Er is ook een groeiend aantal commerciële partijen die in
de openbare ruimte data verzamelen. Enerzijds kunnen
deze data van grote inhoudelijke waarde zijn vanwege de
inzichten die ze leveren of de mogelijkheden die ze bieden
om de dienstverlening te verbeteren. Anderzijds kunnen
deze data ook van grote financiële waarde zijn. Gemeenten
worstelen vanuit het perspectief van economische ontwikkeling
en innovatie vooral met de voorwaarden waaronder
bedrijven data mogen verzamelen en hoe gemeenten de
data beschikbaar kunnen stellen voor het algemeen belang
en de verbetering van de stad als geheel. Vanuit hun rol als
beschermer van de publieke waarden willen gemeenten
aan inwoners en bedrijven inzicht bieden over waar en
welke data er worden verzameld.
leerproces
Voor alle bij het onderzoek betrokken gemeenten geldt dat
er sprake is van een leerproces. Gaandeweg ontstaan er betere
en nieuwe toepassingen van sensordata. Passantenaantallen
zijn bijvoorbeeld niet alleen relevant voor de gemeenten,
maar ook voor de in het gebied aanwezige winkeliers.
Dan blijkt ook het belang van goede afspraken over de
rechten op het gebruik van die data. Wanneer die rechten
niet bij de gemeenten zelf liggen, maar bij de dataverzamelende
dienstverlener, kunnen de data niet zomaar aan derden
ter beschikking gesteld worden.
privacy
De komst van de AVG heeft het bewustzijn ten aanzien van
de privacy vergroot. Uit het onderzoek blijkt dat er geen
sprake kan zijn van een standaardoplossing voor het borgen
van deze publieke waarde. Veel hangt af van de context:
is er sprake van persoonsgegevens? Wie is wettelijk gezien
de gegevensverwerker? Opvallend is dat bij de onderzochte
gemeenten privacy geen showstopper vormt.
samen leren en samenwerken
Misschien wel het belangrijkste leerpunt uit het onderzoek
is de noodzaak om van elkaar te blijven leren en om waar
nodig als overheden met elkaar samen te werken. Succesvolle
toepassingen kunnen uitgewisseld worden, maar ook
van gemaakte fouten kunnen anderen leren.
Tegelijkertijd is het zaak om samen te werken waar dat zinvol
is. Uit de verkenning is ook een aantal wensen van gemeenten
naar voren gekomen. Als basis hebben gemeenten
behoefte aan een set van gezamenlijke uitgangspunten
voor de digitale openbare ruimte. Daarom ontwikkelen
VNG en gemeenten op dit moment een set van Principes
voor de Digitale Stad. Daarnaast is er bijvoorbeeld behoefte
aan instrumenten, zoals een modelovereenkomst voor het
aankopen van sensortoepassingen en data, plus een modelverordening
die het plaatsen van sensoren in de openbare
ruimte regelt. VNG en het Ministerie van Binnenlandse
Zaken zijn in gesprek hoe zij, in samenwerking met de
medeoverheden, aan deze wensen gevolg kunnen geven.
Meer weten?
Het rapport ‘Sensordata en de rol van gemeenten’ is
beschikbaar via de website van de VNG (www.vng.nl).
11
\mX\mX{בCט   {u׉׉	 7cassandra://WuLWoCRSkiQ7ImygxaUYFTH5Cv0jym6HOOkAneOmLDY `׉	 7cassandra://SgKjySrtb_uLB5lZh7wEE8__qPEZrxlltSJCeWncZCA&`׉	 7cassandra://WhRS8lBcE_34X5lEREpdZtK_6cXpCfGQQ2SiGYt4MQA>g`j ׉	 7cassandra://aN-cpF02T7WtP5x-MgDX0KkoHEdYJS6ySkotiCvXk44 !L͠	\mX,נ\mX+ C"99 ׉SG
ׁׁrנ\mX0 	̖9ׁHhttp://www.cybersprint.comׁׁЈ׉Eartikel
digitaal monitoren tegen
smart city resilience monitoring-platform
Smart City-oplossingen maken gebruik van IT-platformen en geautomatiseerde toepassingen
om voorzieningen zoals sensoren, camera’s en matrixborden ‘smart’ te maken. Maar ‘smart’
staat niet direct gelijk aan ‘veilig’. Vaak ontbreekt het overzicht waardoor er bij een cyberaanval
niet alert kan worden gereageerd. Om beter te kunnen reageren, maakt de gemeente
Den Haag gebruik van het Smart City Resilience Monitoring-platform. Wat dat is en hoe het
werkt, leggen we uit in dit artikel.
Tekst: Sebastiaan Bosman, content marketeer bij Cybersprint
D
e systemen van veel slimme voorzieningen en faciliteiten
zijn te reguleren via het internet. Zo worden
bruggen bediend via sensoren en camerabeelden,
vergelijkbaar met de bediening van de paaltjes op een busbaan
of de matrixborden langs de snelweg. Afvalcontainers
geven zelf een digitaal signaal wanneer ze vol zitten, zodat
ze alleen geleegd worden als het nodig is. Deze gangbare
voorbeelden van verbonden apparaten noemen we IoTdevices
(Internet of Things). Het brengt een hoop voordelen
met zich mee, vooral op het gebied van kosten en de toepasbaarheid
van systemen; het hoeft immers maar één keer te
worden ontwikkeld om het daarna meervoudig te implementeren.
‘smart’
staat niet direct
gelijk aan ‘veilig’
internet of things
De inzet van IoT-devices brengt echter ook de nodige risico’s
met zich mee. Een losse beveiligingscamera in een
openbaar gebouw heeft niet altijd hetzelfde digitale beveiligingsniveau
als het grotere netwerk, waarmee dit is verbonden.
Volgend jaar zullen er naar verwachting wereldwijd
ongeveer vijftig miljard IoT-devices zijn. Dat zijn een
hoop apparaten om te beveiligen. Los van het feit dat er
door hackers bijvoorbeeld meegekeken kan worden naar
camerabeelden, kunnen deze IoT-devices ook gebruikt
worden voor DDoS-aanvallen (Distributed Denial of Service)
of dienen als toegangspoorten tot meer gevoelige data. Tel
daarbij op dat de ontwikkeling van de technologie sneller
verloopt dan de ontwikkeling van de digitale beveiliging.
Hierdoor ontstaan er meer kwetsbaarheden waardoor een
cyberaanval op de kritieke infrastructuur een stad kan plat12
leggen.
Dit gebeurde bijvoorbeeld al in 2017 met de haven
van Rotterdam en afgelopen jaar met de Amerikaanse stad
Atlanta. Hoe kunnen slimme steden zich wapenen tegen de
toenemende risico’s van een cyberaanval?
resilient cities
De gemeente Den Haag houdt zich al langere tijd bezig met
de potentiële impact van cyberincidenten op de slimme
stad. In mei 2016 is Den Haag geselecteerd door 100 Resilient
Cities (100RC) om deel uit te maken van een uniek
wereldwijd netwerk van steden. Ondanks de diversiteit van
de steden in het netwerk is het gezamenlijk doel: overleven,
aanpassen en groeien in het licht van de fysieke, sociale en
economische uitdagingen waar groeiende steden voor
staan. De toenemende digitalisering van de samenleving
draagt ook bij aan een verdere kwetsbaarheid voor aanvallen
op de vitale infrastructuur en data in de stad. Dat heeft
invloed op alle bedrijven en inwoners. Vanwege de groeienSimulatie
van de visualisatie en categorisatie van de gedetecteerde IoT-devices
in een bepaalde regio, zoals het getoond wordt in het DRP-platform.
׉	 7cassandra://WhRS8lBcE_34X5lEREpdZtK_6cXpCfGQQ2SiGYt4MQA>g`j \mX׉E
stedelijke cyberaanvallen
de omvang en impact van cybercriminaliteit vereist cyberveiligheid
een gecoördineerde inspanning tussen bedrijven,
overheidsinstanties en experts met geavanceerde inzichten
in de technologische toekomst. Cybercriminaliteit
vormt een reële bedreiging voor bedrijven, overheden en
financiële instellingen en is daarmee een belangrijk aandachtspunt
voor Den Haag als stad van vrede en recht. Aangezien
Den Haag de gastheer is van de nationale overheid
en van internationale organisaties, zou de potentiële impact
van een cyberaanval groter kunnen zijn. Het is een uitdaging
om de expertise op dit gebied zo te gebruiken dat
men beter voorbereid is.
de ontwikkeling van de technologie
verloopt sneller dan de ontwikkeling
van de digitale beveiliging
smart city resilience monitoring-platform
De gemeente Den Haag werkt al langere tijd samen met het
Haagse cyber security-bedrijf Cybersprint, dat een platform
levert om de digitale voetafdruk en het online-aanvalsoppervlak
continu en geautomatiseerd in kaart te brengen.
Dit DRP-platform (Digital Risk Protection) wordt realtime op
een online-dashboard getoond, waarbij alle geconstateerde
kwetsbaarheden een risicofactor krijgen. Zo is direct inzichtelijk
hoeveel zogenaamde assets er zijn en welke van
deze potentiële entry points prioriteit hebben. De gemeente
Den Haag maakt al gebruik van dit DRP-platform en
Cybersprint heeft dit als basis gebruikt om het SCRM-platform
(Smart City Resilience Monitoring) te bouwen.
Door het grote aantal en de verscheidenheid van de IoTdevices
kan het overzicht snel verloren gaan. Daarom biedt
het platform een totaaloverzicht, waarbij de gemeente altijd
het geheel kan overzien. In dit platform speelt datavisualisatie
een grote rol en zijn de gedetecteerde IoT-devices
gemakkelijk te herkennen en te lokaliseren, zowel op grotere
schaal (landelijk, provinciaal en stedelijk) als op straatniveau.
Het SCRM-platform spoort IoT-devices op via verschillende
programma’s, analyseert de data automatisch en
laat deze direct in het platform zien. Dit gebruik zal ook
worden gerapporteerd aan de netwerkprovider die het
apparaat van internet voorziet. Bijkomstig gevolg is dat
deze providers worden aangemoedigd om hun netwerken
‘schoon’ en up-to-date te houden, waardoor ze bijdragen
aan de digitale veiligheid. Bovendien kunnen gebruikers
van het platform zelf extra tags aan een asset koppelen,
waardoor bijvoorbeeld extra inzicht ontstaat in het type
apparaat of de verantwoordelijke afdeling. Met de inzichten
uit het Smart City Resilience Monitoring-platform blijft
de gemeente de cybercriminelen een stap voor en kan de
slimme stad ongestoord door blijven draaien.
Meer Weten?
Kijk op www.cybersprint.com
13
\mX\mX{בCט   {u׉׉	 7cassandra://iolLVbVhgvJZMSCIaJ-BhVCXfQ_1t2gZZLbabtZjvqI >%`׉	 7cassandra://aQxTZJHhR0JpCaV6vFVkw3aFwPp4RllIckZdu-gOabg`׉	 7cassandra://YTrWX7T8pcOQMZihFYhDn1bY9Xh5JsnXMbNRcAvQT4U8}`j ׉	 7cassandra://D8DuIUxO5TkF2yaFxc1XM8OK61rKuzPhiNArFzFRhS4 >͠	\mX1נ\mX/ 5<=9 ׉SG
ׁׁr׉Einterview
hoe overbrug je de kloof
systeemlogica en klant
adjan kodde over innoveren vanuit klant
Adjan Kodde is oprichter van Mirabeau, een digital agency waar klantervaring centraal staat
bij de ontwikkeling van technologische diensten. Digitale bureaus ontstonden in de jaren
negentig toen het internet opkwam, en brengen creatieve en technische mensen samen in
één organisatie. Kodde stond aan de wieg van Funda en ontwikkelde het Transavia-platform
waar negentig procent van de tickets online wordt verkocht. Wat kan de overheid leren van
digital agencies?
Tekst: Otto Thors, hoofdredacteur van inGovernment
Welke relatie heeft de overheid met digitale bureaus?
Kodde: ‘Digitale bureaus vormen de snelst groeiende bedrijfstak
binnen de topsector creatieve industrie. Dat is
exact waar het beeld van de overheid blijft hangen: op het
creatieve aspect. De overheid lijkt te denken dat ons soort
bureaus alleen websites bouwen of verstand hebben van
marketing. Terwijl wij juist een enorme technische expertise
hebben. Onze kracht is om, ten behoeve van klanten,
onze experts vanuit veranderend klantgedrag samen te
laten werken met onze techneuten. Het is best vreemd
dat succesvolle Nederlandse bedrijven als KLM en Philips
volledig gebruikmaken van digitale bureaus om hun doelgroepen
te bedienen, zonder een duidelijke connectie tussen
de overheid en deze bedrijfstak. Wat betekent het voor
de kwaliteit van de overheidsdienstverlening als zij de slag
niet maken die commerciële dienstverleners wel maken?
Het verschil wordt versterkt doordat het bedrijfsleven op is
overgestapt. En dus samen met de klant oplossingen voor
problemen zoekt en direct bijstuurt waar dat nodig is. Natuurlijk
moet een opdrachtgever zorgen voor zekerheden,
controle en grip. De overheid besteedt veel tijd aan interne
besluitvorming, denkend dat dit zekerheden oplevert.
Maar volgens mij creëer je zo een schijnzekerheid omdat je
niet kan bijsturen als het misloopt. Juist door te werken en
per sprint op te leveren kan je wekelijks ingrijpen in het
proces en wordt een traject wendbaar.’
Wat verwacht jij van Common Ground bij gemeenten?
‘De ideeën die ik over Common Ground hoor, klinken mij
als muziek in de oren. Een gelaagde omgeving met koppelvlakken
waar meerdere partijen aan kunnen werken zou de
digitale interactie met de overheid aanzienlijk verbeteren.
Innovatiemiddelen worden steeds goedkoper. Gevolg is dat
veel partijen gebruikmaken van bouwblokken die beschikbaar
zijn in de cloud. Om voor alle gemeenten te bepalen
14
wat de beste bouwblokken zijn, lijkt me ingewikkeld.
Tegen de tijd dat je het met elkaar eens bent, zijn de inzichten
verouderd omdat de technologie is veranderd. Innovatie
gaat juist om de flexibiliteit om te kunnen digitaliseren.
Niet om het centraliseren van functionaliteit. Technologie
kent een bepaalde gelaagdheid. Hoe dieper je in een systeem
komt, hoe meer het op elkaar gaat lijken en hoe groter
het voordeel is om het op dezelfde manier te doen. Zo lang
de diversiteit in procedures per gemeente verschillen, ga
dan niet op zoek naar één platform dat alle functionaliteit
biedt. Trek eerst de processen en regelgeving gelijk.’
in het huidige digitale landschap
is er een strijd gaande om talent
Wat is de belangrijkste les die we van Funda kunnen leren?
‘Ik denk dat toen we aan vastgoedplatform Funda begonnen
lang niet alle leden van de Nederlandse Vereniging van
Makelaars (NVM) de gevolgen hiervan konden overzien.
Niet overal in Nederland verkoop je huizen zo snel en eenvoudig
als in de Randstad. Zichtbaarheid en transparantie
zijn niet voor elke makelaar voordelig. En toen we Funda
gingen openstellen voor het niet-NVM-aanbod, was dat
best spannend. Het gebruikersperspectief was voor ons leidend,
want alleen bij volledig aanbod kan je succesvol blijven.
Ondanks veel bezwaren om Funda exclusief voor
NVM-Makelaars te houden, heeft de gebruiker uiteindelijk
gewonnen, en zo kon Funda tot op heden een leidende positie
behouden. Tegenwoordig is “de klant centraal” een
vaste riedel, maar weinig mensen weten wat dat echt inhoudt.
Primair verdiep je je dan in het menselijk gedrag.
Funda had bijvoorbeeld vanuit technisch perspectief kunnen
volstaan met het aanbod van een huis, de prijs en het
׉	 7cassandra://YTrWX7T8pcOQMZihFYhDn1bY9Xh5JsnXMbNRcAvQT4U8}`j \mX׉EFtussen
gedrag?
perspectief
adjan kodde: “de klant centraal”
is een vaste riedel, maar weinig
mensen weten wat dat echt inhoudt
aantal vierkante meters. Maar vanuit gebruikersperspectief
zie je dat mensen nooit het huis kopen dat ze op voorhand
bedachten. Een huis zoeken is een weg afleggen van concessies.
Heel Funda is vanuit die filosofie opgezet. Digitale
platformen moeten de afstand overbruggen tussen de
logica van interne systemen en het klantgedrag. Toch zie je
binnen overheden heel vaak dat het bestaande systeem het
uitgangspunt is voor de interactie met de klant, of dat men
vanuit de organisatie een dienstverleningsproces inricht,
terwijl dit voor de gebruiker een bredere context heeft.’
Kan je gebruikerswensen vangen in een programma van
eisen?
‘Als je een klantcontact-systeem opzet moet je bij elke stap
voeling houden met de gebruiker ervan. Wat wil het zeggen
als je een huis zoekt? Daar kom je achter door interviews te
houden, concepten uit te werken, ideeën te toetsen bij mensen,
systemen te ontwikkelen, live te observeren en direct te
analyseren hoe iets wordt gebruikt. Het is niet moeilijk om
op een platform je proces in een aantal varianten aan je
klant voor te schotelen om te zien wat er wel werkt en wat
niet. Dat geeft de ontwikkelaar ruimte om zelf keuzes te
maken. Ik zeg altijd: “Vraag niet aan vakmensen om een
brug te bouwen die aan allerlei criteria voldoet, vraag ze hoe
je aan de overkant van de rivier komt.” De overheid maakt
nog onvoldoende gebruik van de kennis van leveranciers.
Heel vaak wordt de verantwoordelijkheid verpakt in een
lijst met functionele vereisten. Terwijl digitale bureaus werken
met keiharde doelstellingen. Zoals: wij willen dat tachtig
procent van onze burgers een paspoort online aanvraagt.
Dan kan de leverancier nadenken hoe hij dat gaat realiseren.
Nu vraagt de overheid een leverancier om een website te
bouwen met een aanvraagformulier voor een paspoort.
Daar wordt lang over gedaan en dan blijkt bij oplevering dat
mensen het paspoort liever aanvragen via een app op hun
smartphone, en daar werkt dat formulier dan niet.’
15
\mX\mX{בCט   {u׉׉	 7cassandra://4hzX6l0zsDipdHKx1NRfjnJCg5VMrt5FY-rJey_PaFU `׉	 7cassandra://lFMFX7HUoDxb78lw6-V-93vj5KDjgcHpLygnZVj_Gf8ͼ`׉	 7cassandra://j7qF7juWpPdP65MA0_V930d8kgxDegPp7uVbAFKkWRo1`j ׉	 7cassandra://cGnzxkX9daXq_B7PdOkKCQH8weOJwuDx9Dc9ejlW3Rk !{͠	\mX4נ\mX3 Z@9 ׉SG
ׁׁrנ\mX8 	P9ׁH 3http://www.gebruikercentraal.nl/instrumenten/designׁׁЈ׉E=interview
Welke invloed heeft digitale transformatie op het publieke
domein?
‘Succesvolle transformaties beginnen klein en ontwikkelen
zich als een sneeuwbal. Iets kleins verandert en dat wordt
intern en extern opgemerkt. Dat leidt tot enthousiasme,
mensen bemoeien zich ermee, de sneeuwbal gaat rollen.
Als je verder komt, overzie je het beter – waardoor je het
doel kan verruimen. Het nadeel van op voorhand niet
weten waar je heengaat, is dat je niet weet waar je uitkomt.
Het zou enorm helpen als we ons minder druk maakten
over technische zaken, en meer nadruk legden op verantwoordelijkheid
en welke doelen je wilt bereiken. Intrinsieke
drijfveren zijn heel belangrijk, want in het huidige digitale
landschap is er een strijd gaande om talent. Die strijd
beperkt zich niet tot designers of programmeurs, maar
vindt in je hele organisatie plaats. Jongens en meisjes met
veel verstand van digitaal kunnen momenteel overal terecht.
De uitdaging voor overheden is om die personen aan
zich binden. Zie de gemeente Eindhoven, die veel voorbeeldgedrag
vertoont en daarom aantrekkelijk is. Deze
sneeuwbal is al jaren geleden in beweging gebracht door
groot te denken en klein te doen.’
Wat is de rol van klantreizen?
‘Veel mensen zien de klantreis als een soort binnen een
toepassing met een begin en een eind. Maar in de praktijk
is er vaak geen happy flow en hangt het leven aan elkaar
van incidenten, die opgeteld met enige fantasie een proces
te noemen zijn. Mensen willen bepaalde processtappen
graag via een bepaald kanaal doen omdat in die fase een bepaald
type content het beste aansluit op het gedrag. Bijvoorbeeld,
als je je oriënteert is een infographic op de website
misschien veel beter voor desktopgebruikers, terwijl je hetzelfde
verhaal voor smartphonegebruikers juist in een
video moet presenteren. De tussenstops in de klantreis
moeten bovendien naadloos op elkaar aansluiten, zodat er
geen frictie meer zit tussen de kanalen en zodat klanten altijd
met elk apparaat weer kunnen oppakken waar ze gebleven
waren. Klantreizen helpen bij de analyse van het werkelijke
menselijke gedrag.’
wij halen uit gesprekken met vijf of
zes eindgebruikers vaak al tachtig
procent van de issues naar boven
Hoe creëer je een integraal klantbeeld?
‘Klantgedrag is dynamisch, maar ook zeer voorspelbaar. We
weten dat het gros van de mensen hun financiën regelt op
zondagavond, of in de eerste week van het nieuwe jaar het
besluit neemt over de zomervakantie. Dus als iemand een
verhuisbericht doorgeeft of achttien wordt, weet je ook dat
er nog meer gaat veranderen. Je moet voorbij de grenzen
16
Meer weten?
www.mirabeau.nl
van je afdeling en organisatie durven denken. Daarvoor
heb je geen big data nodig. Big data zijn geen heilige graal.
De verschillen in menselijk gedrag zijn namelijk niet zo
heel groot. Als wij klantonderzoek doen, halen we uit gesprekken
met vijf of zes eindgebruikers vaak al tachtig procent
van de issues naar boven. Een luchtvaartmaatschappij
vroeg zich bijvoorbeeld af of klanten via hun platform ook
een hotel wilden boeken. Dan gaan wij naar Schiphol en
vragen aan mensen die vaak vliegen: “Zou u dat doen?” Het
antwoord was “Nee! Voor de beste prijs boek ik mijn ticket
zo vroeg mogelijk en mijn hotel zo laat mogelijk. Als ik die
twee combineer, dan loop ik dat voordeel mis.” Met dit
soort feedback stel je je idee tijdig bij. Je kan ook werken
met persona’s op basis van een aantal karakteristieken:
heeft iemand kinderen, is iemand gepensioneerd, woont
iemand sinds de geboorte in dezelfde gemeente, en dergelijke.
Ik geloof daar meer in dan in het bouwen van een dataplatform.
Big data werkt alleen als het echt BIG is. In ons
kikkerlandje met zo veel kleine gemeenten halen wij het
volume niet om effectief te zijn. Bovendien is er een ethisch
dilemma bij datagebruik – waar trek je de lijn? Een vorm
van voorzichtigheid kan geen kwaad, denk ik.’
bedrijven die digitaal succesvol zijn,
worden steeds slimmer en
persoonlijker door met minder
handelingen meer effect te sorteren
Welke trend moeten we in de gaten houden de komende
jaren?
‘Internetgebruik neemt toe, maar wordt onzichtbaar. Denk
aan voice- en chattoepassingen. Steeds vaker lossen we
vraagstukken op zonder een browser te gebruiken. We
maken ons nu nog zorgen over websites, maar er komt een
nieuwe, minder zichtbare interactiegolf aan. Stel je voor dat
je met je auto in de file staat en via internet contact opneemt
met je supermarkt over de levering van je dagelijkse
boodschappen. De hele rit gebruik je internet, maar je ziet
er feitelijk niets van. Bedrijven die digitaal succesvol zijn,
worden steeds slimmer en persoonlijker door met minder
handelingen meer effect te sorteren. Deze partijen zetten
een nieuwe interactiestandaard waar andere organisaties
zich naar zullen moeten voegen. Nieuwe ontwikkelingen
worden niet gevoed door regelgeving of interne logica,
maar door gebruik.’
׉	 7cassandra://j7qF7juWpPdP65MA0_V930d8kgxDegPp7uVbAFKkWRo1`j \mX׉Egebruiker centraal
één overheid
practise what you preach
Eén overheid, dat is nu al een tijd het mantra. We moeten
niet langer van burgers verwachten dat ze weten waar
ze moeten wezen voor een dienst. Het zal hun een rotzorg
zijn of ze nu bij het CBS, de RDW of de gemeente
Tietjerksteradeel moeten zijn. Ze willen gewoon een rijbewijs.
En de aanvraag moet soepeltjes verlopen op een
manier die ze gewend zijn. Waarom lukt dat laatste toch
zo moeilijk? Waarom werkt MijnOverheid niet hetzelfde
als Mijn DUO? En Mijn Belastingdienst? Laat staan Mijn
Belastingsamenwerking BghU (mijn wát?)?
Dat probleem kunnen we volgens mij alleen oplossen als
de overheid zich anders gaat organiseren. Een inspirerend
voorbeeld daarvan zag ik recentelijk bij Nuon. Als je
daar vroeger klant wilde worden, had je te maken met de
afdeling Sales, daarna met de afdeling Levering, de afdeling
Facturering en als je pech had met de afdeling Klantenservice.
Dat werkte niet lekker voor klanten. En dus
gingen ze hun organisatie radicaal anders inrichten.
Zodat je als klant alleen nog maar te maken hebt met
het multidisciplinaire team ‘klantreis klant worden’. Dat
scheelt een hoop kastjes-naar-muren en dat zien ze nu
bij Nuon terug in een hogere klanttevredenheid.
bij nuon heb je als klant
alleen nog maar te maken met
het multidisciplinaire team
‘klantreis klant worden’
We moeten ook binnen de overheid bereid zijn om ons
radicaal anders te organiseren. Je dienstverlening vormt
zich immers naar hoe je organisatie is ingericht. Is je
organisatiestructuur een harkje? Dan is je dienstverlening,
nou ja, harkerig. Je ziet gelukkig aan initiatieven
zoals Common Ground dat er iets aan het veranderen is.
Dat er samengewerkt wordt tussen organisaties, met
multidisciplinaire teams, op een open manier waarbij
iedereen laagdrempelig kan bijdragen. Dat komt dienstverlening
ten goede.
ons doel is dat als je snapt hoe
mijnoverheid werkt, je ook gelijk
je weg kunt vinden in mijn duo
Op een vergelijkbare manier is het programma Gebruiker
Centraal dit jaar gestart met een gezamenlijk designsysteem
voor de overheid. We bieden een verzameling herbruikbare
componenten – zoals formulier-elementen en
pagina-indelingen – waarmee je digitale diensten kunt
ontwikkelen. Die componenten zijn getest op gebruikers
en toegankelijkheid. Zo kunnen overheden goedkoper,
sneller en consistenter diensten ontwerpen en bouwen.
Het designsysteem gaat alleen werken als je met meerdere
overheden samenwerkt. Dat gaat verder dan alleen
afstemmen: we willen mensen uit alle overheden aanmoedigen
om bij te dragen en uiteindelijk om zelfs tijdelijk
onderdeel van het projectteam te worden. Die manier
van samenwerken gaat de burger straks merken in diensten
die een stuk herkenbaarder en daarmee gebruiksvriendelijker
zijn. Ons doel is dat als je snapt hoe MijnOverheid
werkt, je ook gelijk je weg kunt vinden in Mijn
DUO. En ja, zelfs in Mijn Belastingsamenwerking BghU!
Meer weten?
Kijk op www.gebruikercentraal.nl/instrumenten/designsystem,
of kom naar een van de meetups
Edo Plantinga is mede-initiatiefnemer van Gebruiker
Centraal – het overheidsbrede kennisnetwerk voor
een gebruiksvriendelijke overheid – en schrijft deze
column op persoonlijke titel.
17
\mX\mX{בCט   {u׉׉	 7cassandra://DDlk8z4zR5amA5m-ac5LCS0XBQ2-kFg9ChLXyo_cn7Y `׉	 7cassandra://5SrhLwop9at1aRSznui-h3_cwbxAGF3ZFwatGkGANncͯ`׉	 7cassandra://gnZElcCPmhJfjdWZ9HlRCUiVz3EDv6WtK-frAPzQEI41`j ׉	 7cassandra://iZFqHR1DgIjQtt1oazlE80NR0b9kUCJHUKGEfyvyNcM ͠	\mX9נ\mX6 J?9 ׉SG
ׁׁr׉Emartikel
haarlemmerolie voor de
haarlems open ontwikkelplatform versnelt
Samenwerken is een voorwaarde om zinvolle resultaten te bereiken. Toch komt
gezamenlijke innovatie bij de Nederlandse overheid maar moeilijk van de grond.
Angst voor het digitale tijdperk overheerst, de waan van de dag regeert, en het
eigen belang staat voorop. Het gevolg is dat er veel innovatie stagneert, waardoor
de druk op de overheid enorm toeneemt. De gemeente Haarlem legt uit hoe je met
een open ontwikkelplatform de innovatie binnen de organisatie kan versnellen.
Tekst: Patrick Spigt, afdelingsmanager Informatievoorziening bij de gemeente Haarlem
D
e maatschappij verandert door snelle digitalisering,
waarbij de publieke waarden uit beeld dreigen te
raken en het risico van vervreemding op de loer ligt.
Gelukkig ontstaat er steeds meer het besef dat samenwerken
een voorwaarde is om innovatie te realiseren. Een recent
voorbeeld is het pact Samen realiseren, dat uitgaat van éénmaal
organiseren en 355 keer toepassen om zo de dienstverlening
aan inwoners en ondernemers te verbeteren.
De gemeente Haarlem stimuleert innovatie door specialisten
in de organisatie meer te laten samenwerken in (virtuele)
netwerken. Het Agile Manifesto geeft daarbij een aantal
bruikbare uitgangspunten, zoals het kiezen voor mensen
en hun onderlinge interactie boven de processen en hulpmiddelen,
voor werkende software boven een allesomvattende
documentatie, voor samenwerking met de
klant boven contractonderhandelingen, en voor het inspelen
op verandering boven het volgen van een plan. In Haarlem
zorgen multidisciplinaire teams, iteraties en visualisaties
voor meer samenwerking tussen de organisatorische
silo’s. De motivatie groeit door een heldere focus, en een actieve
houding wordt versterkt door een positieve interactie
tussen de verschillende specialisten. Het management stimuleert
deze ontwikkeling, waarbij het zo veel mogelijk
een socratische houding aanneemt: ‘Ik weet niks, met elkaar
weten we meer’.
organisch veranderen
Meer vrijheid en transparantie wordt gekoppeld aan verantwoordelijkheid.
Kleine stapjes leveren minder risico op.
Meer feedback loops leiden tot continue verbetering. Dit
soort methoden bieden de ideale mix voor collega’s om elkaar
te helpen binnen en buiten de organisatie. Veel rollen
zullen zo veranderen omdat digitalisering en automatisering
bepaalde functies overbodig maken binnen de gemeente.
Er komen echter ook weer nieuwe functies bij. Om
dit proces soepel te laten verlopen, kiest Haarlem ervoor
om organisch te veranderen. Dit betekent een geleidelijke
18
verandering zonder reorganisatie. Door aan de voorkant
medewerkers zelf te laten nadenken over de veranderingen,
groeit er bijna automatisch een ontwikkelingsperspectief.
Netwerkbeheerders worden bijvoorbeeld full stack engineers,
security-specialisten of architecten. De manager
wordt meer een verbinder van teams, een facilitator en een
adviseur. Werkende producten volgen elkaar in rap tempo
op. Digitale dienstverlening is daarbij het speerpunt om
burgers en bedrijven meer gemak en vaart te kunnen bieden.
Haarlem is gewoon aan de slag gegaan met een pragmatische
aanpak.
de gemeente haarlem stimuleert
innovatie door specialisten in de
organisatie meer te laten
samenwerken in (virtuele) netwerken
haarlemmerolie
De gemeente Haarlem heeft niet de pretentie dat ze alles
zelf kan. Sterker nog, de stad is zich terdege bewust van
haar eigen beperkingen. Hooguit is er wat haarlemmerolie
beschikbaar om de goede gemeentelijke initiatieven te verbinden,
zoals met het Open Webconcept van Heerenveen,
de MijnApp van Eindhoven, IRMA in Nijmegen, Mijngemeente
in Den Haag en Amsterdam, en met het Haarlemse
open ontwikkelplatform. Belangrijk is dat deze goede initiatieven
digitaal samenkomen in één ecosysteem, zodat er
zichtbaar wordt op welk gebied gemeenten met elkaar werken.
Door innovatieve oplossingen met elkaar te delen,
neemt de kennisdeling mogelijk toe, zodat er sneller resultaat
kan worden geboekt. De focus ligt op het stimuleren
van netwerk-effecten binnen het ecosysteem. De effecten
van innovatienetwerken hebben al tot goede resultaten geleid
in Estland (X-Road), Verenigd Koninkrijk (GOV.UK) en
׉	 7cassandra://gnZElcCPmhJfjdWZ9HlRCUiVz3EDv6WtK-frAPzQEI41`j \mX׉Edigitale transformatie
innovatie
Singapore (GovTech). Deze landen ontwikkelen zich door
te leren van en samen te werken met internationale platformbedrijven.
Het resultaat is een betere digitale dienstverlening
en een hogere waardering voor de digitale overheid.
Als we dat tevens in Nederland voor elkaar krijgen,
dan ontstaat er ook hier binnen drie jaar eigentijdse overheidsdienstverlening.
haarlems
open ontwikkelplatform
Het Haarlemse Open Ontwikkelplatform (HLM) is een
platform om met elkaar (dienstverlenings)processen voor
de overheid te ontwikkelen, te delen en te verbeteren. De
vrije broncode en een gelaagde architectuur vormen de
basis van het platformontwerp – dat zelf nooit
af is en zich dus in een permanent bèta-stadium
bevindt. In Haarlem is men gestart
met het neerzetten van de gegevenslaag en
dertien dienstverleningsprocessen. Daarnaast
zijn er stappen gezet om in dit platform
Common Ground en NLX te integreren.
Tijdens het Fieldlab Common Ground zijn oplossingen
zoals IRMA en NLX al succesvol
getest wat betreft de integratie in dit HLMplatform.
De eerste resultaten zijn er al.
de gemeente haarlem
heeft niet de pretentie
dat ze alles zelf kan
Omdat men door middel van een klantportaal
de informatie uit het HLM-platform via
DigiD beschikbaar kan stellen, kunnen inwoners
sneller, gemakkelijker en beter worden
geholpen. Een belangrijk winstpunt is
dat, omdat er binnen het platform een betere
regie is, men zo sneller resultaat kan boeken
met de innovatie van dienstverlening. In
2019 wordt dit platform verder ontwikkeld,
zo mogelijk in samen werking met andere
gemeenten en de VNG, zodat de resultaten
kunnen worden gedeeld.
19
\mX\mX{בCט   {u׉׉	 7cassandra://7Oky7LiHm1Evpn6x46ypu6brvVU_-tzHz9uiE9WHJQg 0`׉	 7cassandra://HOu3vQJGCICCNcHLIc0lQLE-DlZTHt-CeQ557fIyAXI`׉	 7cassandra://Vtx9kK997uFAYNyp07i92cce6kfV2_uxXIwlWRj3qcQA`j ׉	 7cassandra://Zy6yt6S-U45gUnBZTwv14eH0OvDdd5Li5EW4eY3bWfo mv$͠	\mX=נ\mX; @!A9 ׉SG
ׁׁrנ\mXA 
[̲9ׁHhttp://www.publieksdiensten.nlׁׁЈ׉Eartikel
het dna van dienstver
breng de basis in beweging!
Op 7 februari kwamen in Utrecht ruim vijftig managers, strategen en beleidsmakers
Dienstverlening bijeen om goede voorbeelden uit te wisselen aangaande fundamentele
verbeteringen van dienstverlening. Centraal stond het DNA van de dienstverlening,
met de nadruk op talentontwikkeling, cultuur, houding en gedrag.
Tekst: Philip Bosman, voorzitter van de VDP-werkgroep Dienstverlening in Beweging en directeur
bij MijnGemeenteDichtbij (Boxtel en Sint-Michielsgestel)
Beeld: Julie Beerepoot, tekenaar bij Huis van Verbeelding
W
at betreft dienstverlening zijn er al veel inspirerende
voorbeelden van verbetertrajecten. Hieruit
blijkt telkens weer dat transformatie alleen tot
stand kan komen als de basis van de organisatie ook in
beweging komt. Om deze basis in beweging te krijgen, is
het niet genoeg dat een leidinggevende af en toe met een
roeptoeter op de zeepkist gaat staan. Succesvolle trajecten
zetten in op een concreet handelingsperspectief voor alle
direct betrokkenen.
de mogelijkmakers
Het leukste aan de goede voorbeelden van verandertrajecten
is de naamgeving van deze initiatieven. Zo werkt
‘De Graag Gedaan Brigade’ in de gemeente Velsen, zijn de
Drechtsteden ‘Fit voor de Toekomst’, werkt Den Haag met
het ont-regelteam en hanteert de gemeente Utrecht de slogan
‘Gastvrijheid: vanzelfsprekend, maar niet vanzelf’. Een
aansprekend voorbeeld betreft ook ‘De MogelijkMakers’
van de gemeente Heusden. Dit initiatief is erop gericht om
de dienstverlening in de gehele organisatie te verbeteren.
De ‘Heusdense service’ verlangt van medewerkers dat ze
een extra stapje zetten. Een visie moet meerjarig verankerd
worden in de bedrijfscultuur. Het gebruik van nieuwe termen,
zoals ‘De MogelijkMakers’, kan helpen om die slag te
maken. Heusden heeft zich daarbij laten inspireren door de
buitenwereld. Branding is een van de sleutels tot succes: hoe
krijg je een sterk merk, stimuleer je een gevoel van trots bij
bestuur en medewerkers, en creëer je een ‘wij-gevoel’? Het
is belangrijk om iedereen erbij te betrekken en aan boord
te houden. De mensen zelf moeten de beweging dragen.
dienstverlening is van ons allemaal
Het gemeenschappelijk inzicht vanuit de reeks initiatieven
die zijn gepresenteerd, is dat dienstverlening niet iets is
van een bureau, een afdeling of een programma: dienstverlening
is van ons allemaal. Organisaties zetten zich immers
ook als één team in voor gezamenlijke opgaven, zoals de
transformatie van het sociale domein en de implementatie
van de Omgevingswet. Als je deze opgaven van een afstandje
beschouwt, zie je dat ze uitgaan van de eigen kracht bij
inwoners en samenleving, waardoor gemeenten een andersoortige
rol krijgen. Om deze nieuwe rol goed te kunnen
invullen moet de gehele organisatie in beweging komen.
Dienstverlening volgt hetzelfde pad en moet in de haarvaten
van de gehele organisatie zitten.
de handen ineen
Met NL DIGIbeter, de Agenda Digitale Overheid en initiatieven
als Samen organiseren en Common Ground staan
alle 355 gemeenten aan de vooravond van een grote transformatie.
Ervaringen in Denemarken hebben aangetoond
dat een gezamenlijke aanpak loont. In Nederland zal de
regie weliswaar niet op dezelfde wijze centraal worden aangestuurd.
Elk land heeft immers zijn eigen bestuurlijke cultuur
en dynamiek. Maar we kunnen ons wel gezamenlijk
voor deze beweging in Nederland inzetten. Met een grote
groep gemeenten wordt er nu gewerkt aan de realisatie van
een gezamenlijke digitale basis, de Common Ground. Fieldlabs
zorgen voor samenwerking, verbinding en innovatieve
sprints. In relatief korte tijd is het urgentiebesef tot op alle
niveaus doorgedrongen en zijn de handen steeds vaster in20
׉	 7cassandra://Vtx9kK997uFAYNyp07i92cce6kfV2_uxXIwlWRj3qcQA`j \mX׉EWlening
eengeslagen. Daarmee is er een belangrijke stap gezet in de
goede richting, en weten we wat we willen veranderen.
hoe dan?
De vraag hoe we de verandering in onze organisatie doorvoeren
heeft vooralsnog minder aandacht gekregen. En dat
is zonde, want zonder draagvlak, zonder eigenaarschap bij
de betrokken collega’s heeft de transformatie nauwelijks effect
binnen de organisaties, laat staan dat de inwoners er
iets van merken. Een eerste stap is om ervoor te zorgen dat
het verhaal van de dienstverlening wordt verteld, het goede
voorbeeld wordt gegeven en dat er bruggen worden geslagen
tussen de directe dienstverleners en de rest van de organisatie.
Om dienstverlening in beweging te brengen, is
er binnen de VDP een werkgroep geformeerd die zich concreet
bezighoudt met de ontwikkeling van mens en organisatie.
Centrale uitdaging is het op gang brengen van de bedienstverlening
in beweging
De werkgroep Dienstverlening in Beweging heeft nog drie
sessies gepland. Op 28 maart over leiderschap, op 25 april
over de veranderbeweging die gemeenten maken, en op
27 juni over het ‘leren van elkaar’. Op 27 juni zullen – met
steun van de VNG, het A&O-fonds en Berenschot – de
conclusies van de bijeenkomsten worden gedeeld.
weging binnen en buiten organisaties. Door alle uiteenlopende
ervaringen met het DNA van de dienstverlening
actief onderling te delen, neemt het inzicht toe, krijgt het
verhaal meer inhoud en kan de veranderbeweging van
Samen organiseren vanuit de basis worden opgebouwd.
Meer weten?
Het complete dossier ‘DNA van de dienstverlening’ is
beschikbaar op www.publieksdiensten.nl.
21
\mX\mX{בCט   {u׉׉	 7cassandra://c_9J6adgMkYG8QrtRK8uY5lfXCqsxuQDErBEFzhWn7Q `׉	 7cassandra://gCOfxvbLX_lhZIdmJ7XTnVBpO0BTJZB_KoVWTD1DH-w`׉	 7cassandra://xarTHIc_cnmhFIiuL9VyaYKWT_BgjXXy4bdphPXb0rA>`j ׉	 7cassandra://cxTwyObzUOUl712BtayrAWWgVZg9s5x-YVUbAxE7t8A s͠	\mXBנ\mX? -̋9׉H @http://vngrealisatie.nl/producten/wegwijs-online-dienstverleningGׁׁrנ\mX@ A!̽99 ׉SG
ׁׁrנ\mXJ 	b9ׁH !http://satie.nl/producten/wegwijsׁׁЈנ\mXI 
d9ׁHhttp://www.vnׁׁЈ׉Eartikel
gemeente zeewolde ver
de website hoort thuis in het publiekscentrum
Tot zes jaar geleden was de website van de gemeente Zeewolde belegd bij de afdeling
Communicatie. Alle informatie op de site – en dat was heel wat – was vooral gericht op
zenden. Dat moest anders, want de site verandert steeds meer in een belangrijk dienstverleningskanaal.
‘Het verplaatsen van de website van de afdeling Communicatie naar
de afdeling Dienstverlening was dan ook niet meer dan logisch’, vertelt beleidsmedewerker
digitale dienstverlening Carolien Nicolai.
Tekst: Quita Hendrison, redacteur bij VNG Realisatie
‘
D
e doorontwikkeling van de digitale dienstverlening
vroeg om een integrale focus: het is echt een ander
vak dan het klassieke communicatievak. Eén dag in
de week zat ik bij het Publiekscentrum (KCC) om beter op
de hoogte te zijn van wat er speelde en de verbinding te
maken met de publieksdienstverlening. Die zichtbaarheid
was belangrijk, collega’s kwamen nu makkelijker naar me
toe: “jij bent toch van de website?” Het zwaartepunt van de
dienstverlening kwam langzaam maar zeker steeds meer te
liggen op online informatievoorziening en transacties.’
Bij de herinrichting van de gemeentelijke organisatie is er
besloten om de functie van digitale dienstverlener – en
daarmee het grootste deel van het beheer en de ontwikkeling
van de website – bij het Publiekscentrum onder te
brengen. Daarna is het digitale kanaal gecombineerd met
de traditionele kanalen balie en telefonie, waardoor het ook
daadwerkelijk een dienstverleningsonderdeel is geworden.
Carolien: ‘Waar de website vroeger een zendmedium was,
kijken we nu – samen met de collega’s van Communicatie
en de vakafdelingen – veel meer naar wat ertoe doet voor de
inwoners, en naar welke vragen ze stellen. Daarvoor analyseren
we het gebruik van de website, doen we af en toe een
toptaken-onderzoek, en maken we vooral gebruik van de
kennis van collega’s in het Publiekscentrum die als geen
ander weten met welke vragen onze inwoners bellen of
langskomen.’
dienstverlening positioneren
Voor trefzekere digitale dienstverlening zijn een aantal
zaken onontbeerlijk. Vakkennis, personele capaciteit, middelen
en commitment vanuit de organisatie. Carolien:
‘Communicatie, vakafdelingen en Publiekscentrum moeten
digitale dienstverlening als een kans beschouwen en
niet als een bedreiging. Je moet het belang hiervan bij management
en politiek zowel onder de aandacht brengen als
houden. Klop op de juiste momenten aan bij je leidinggevende,
ga een keer koffiedrinken met de wethouder Dienstverlening
om bij te praten. Ondersteun je verhaal met fei22
ten,
zodat je kunt aantonen wat er bereikt is en welke middelen
er nodig zijn. Wij delen maandelijks statistieken over
het aantal en de soort van e-formulieren die binnengekomen
zijn, en ook wat betreft de spreiding daarvan over de
kanalen online, papier en balie. We brengen trends op langere
termijn in kaart door deze te onderbouwen met meetgegevens.
Momenteel wordt bijvoorbeeld ruim tachtig procent
van de verhuizingen en bijna honderd procent van de
aanvragen voor leerlingenvervoer online doorgegeven. Dit
soort inzichten versterken ons verhaal over online dienstverlening
binnen de organisatie.’
digitale dienstverlening is een ander vak
dan het klassieke communicatievak
Ook de webcare is grotendeels belegd bij de medewerkers
van het Publiekscentrum. Naast telefonie en balie verzorgen
de medewerkers ook de socialemediakanalen zoals
Twitter en WhatsApp. Zij zijn generalisten met basiskennis
over alle producten. Sommige producten, zoals evenementenvergunningen,
kunnen volledig binnen het Publiekscentrum
worden afgehandeld. Daarnaast heeft elke medewerker
een specifiek aandachtsgebied, bijvoorbeeld Bouwen
of Burgerzaken. Zij vormen daarmee de verbinding
tussen het Publiekscentrum en de desbetreffende vakafdeling.
kennis
en competenties
Een belangrijke vraag is of de digitale dienstverlening aan
de inwoners is toegenomen, sinds deze bij het Publiekscentrum
is ondergebracht. Anneke van der Veen, teamleider
Publiekscentrum: ‘Ja, de inwoners weten de gemeente nu
ook digitaal goed te vinden. En met onze specifieke kennis
van dienstverlening maken wij de content voor hen zo
vindbaar en leesbaar mogelijk.’ Het digitale kanaal is iets
van het hele team geworden. Anneke: ‘Tijdens elk team׉	 7cassandra://xarTHIc_cnmhFIiuL9VyaYKWT_BgjXXy4bdphPXb0rA>`j \mX׉Eplaatst digitaal kanaal
overleg praten we over de ontwikkeling van de digitale
dienstverlening. We zien een duidelijke verschuiving van
balie en telefoon naar het digitale kanaal, en dat heeft effect
op onze capaciteitsplanning. Maar dit heeft ook gevolgen
voor de benodigde expertise, omdat de vragen die overblijven
voor de balie en telefoon complexer zijn geworden.’ Dat
laatste heeft weer consequenties voor de competenties
waarover het team moet beschikken. Anneke: ‘We werven
nu op hbo-niveau. Ons werk wordt analytischer, de vragen
complexer. Je moet snel kunnen schakelen, verbanden zien
en de vraag achter de vraag onderzoeken. Onze medewerkers
moeten zowel digitaal vaardig als communicatief zijn.’
naar de toekomst
De verschuiving naar het digitale kanaal zal de komende
jaren alleen maar verder doorzetten. Het Publiekscentrum
wordt daardoor steeds meer de spin in het web bij de communicatie
tussen gemeente en inwoners. Daarom zal de
ICT-ondersteuning steeds beter moeten worden. Want ondanks
dat de inwoner aan de voorkant een e-formulier kan
gebruiken, moet er aan de achterkant – bijvoorbeeld in het
Meer weten?
Het verhaal van de gemeente Zeewolde maakt onderdeel uit
van de publicatie Wegwijs in online dienstverlening, waarmee
gemeenten hun online dienstverlening én hun online team
verder kunnen professionaliseren. Zie ook www.vngrealisatie.nl/producten/wegwijs-online-dienstverlening.
Medewerkers
van het Publiekscentrum van de gemeente Zeewolde
zaaksysteem – nog veel informatie handmatig worden verwerkt.
Dat zal echter in de toekomst afnemen. Ook zien we
dat de invloed van data belangrijker wordt, waardoor de rol
van de gemeente als dienstverlener gaat veranderen. Anneke:
‘Innovatieve ontwikkelingen volgen wij met een dienstverleningsbril
op. Waarbij we steeds aansluiting zoeken bij
de vakafdelingen. We vormen netwerkteams om voor elk
vraagstuk de beste oplossing te vinden.’
innovatieve ontwikkelingen volgen wij
met een dienstverleningsbril op
23
\mX\mX{בCט   {u׉׉	 7cassandra://PBteORCGdWZaP5HEYbVpNJ7FSSOYb-mOzcryxkSdN6A ` ׉	 7cassandra://15GFcTlx2dp-fI6ysgJpCn9Vo2izMYKUjKu3o433EJA`׉	 7cassandra://DSKy3VUF9UHwTeDmTu3UxeC6jfVgLmGwkkbcSL5hVWs7`j ׉	 7cassandra://IFMcGAojKggA6BjgZU7BOyWG-Hq6l3B0lGHjNXfa2BE'(͠	\mXKנ\mXD k*9׉Hhttp://bit.ly/vanbuitenGׁׁrנ\mXE ,9׉H &http://bit.ly/klantcontacteninteractieGׁׁrנ\mXF J9׉H hhttp://www.logeion.nl/k/news/view/172915/102549/de-logeion-communicatietrends-2018-2019-zijn-bekend.htmlGׁׁrנ\mXG ā&9׉H 1http://bit.ly/InfographicKlantcontactenInteractieGׁׁrנ\mXH CC9 ׉SG
ׁׁrנ\mXU 	l9ׁH 5http://on-communicatietrends-2018-2019-zijn-bekend.htׁׁЈנ\mXT 	y9ׁH 2http://www.logeion.nl/k/news/view/172915/102549/deׁׁЈנ\mXS Ł)9ׁHhttp://bit.ly/ׁׁЈנ\mXR 	9ׁH 'http://bit.ly/klantcontacteninteractie.ׁׁЈנ\mXQ 	r9ׁHhttp://bit.ly/vanbuiten.ׁׁЈ׉Eartikel
het samenspel tussen
een communicatie en
gesprekskader voor interactie en
Gemeenten proberen als meest nabije overheid continu het klantcontact en de
interactie te verbeteren. Klantcontactcentra zetten in op een flitsende levering van
producten en diensten, communicatieteams zorgen voor aansprekende verhalen,
en gebiedsmanagers laten inwoners meedenken, meebesluiten en meewerken.
Ondanks de vooruitgang die wordt geboekt, hebben veel gemeenten nog aparte
visies qua dienstverlening, communicatie en participatie.
Tekst: Frank Bruijninckx, lid van de Adviesraad voor Programmering en Trends van Logeion,
partner bij HowAboutYou
H
oog tijd voor een integrale aanpak! Welke rollen,
perspectieven en trends vormen de kaders voor een
goed gesprek met collega’s? De relatie tussen de
gemeente en de inwoner verandert, waardoor er een
nieuwe rolverdeling ontstaat.
rollen
Ten eerste krijgt de gemeente een nieuwe rol, omdat deze
vaker een beroep doet op de zelfredzaamheid en participatie
van de burger. Daardoor moet de gemeente ook leren samenwerken
met die gemeenschap, zonder altijd zelf het
initiatief te hebben. De gemeente moet rolbewust en vaardig
worden in het faciliteren, regisseren of deelnemen aan
initiatieven van derden. Ten tweede krijgt de inwoner een
nieuwe rol. Inwonerrollen – zoals de klant, kiezer, doelgroep,
belastingbetaler, gebruiker of partner – worden al
jaren benut. Juist bij zelfredzaamheid en participatie heeft
de inwoner een andere rol dan we tot nu toe gewend zijn.
Een faciliterende gemeente werkt samen aan initiatieven
met vrijwilligers, betrokkenen, belanghebbenden, initiatiefnemers
en deelnemers. In bepaalde scenario’s kan je
zelfs spreken van de rol die burgers hebben als ‘getroffenen
bij rampen en crises’.
Ten derde verandert het speelveld waarop gemeente en inwoners
elkaar ontmoeten. Bij dienstverlening gaat het niet
meer alleen over telefonie, balies, de website en online
diensten. Bij communicatie zijn de kanalen door de sociale
media flink uitgebreid. Omdat groepen van belanghebbenden,
buurten en community’s deze kanalen ook zonder de
gemeente actief gebruiken, is het speelveld groter geworden
voor klantcontact en interactie. Een gemiddelde gemeente
kan over meer dan twintig kanalen beschikken
voor dienstverlening, communicatie en interactie. Denk
daarbij ook aan de community, de wijk, de buurt, de groep
24
vrijwilligers en de buren die elkaar willen helpen. Kortom,
interactie beslaat ook het werkveld van de wijkagent, zorgconsulent,
wijkmanager en buurtcoördinator.
perspectieven
De opgaven om klantcontact en interactie te verbeteren,
overstijgen in toenemende mate het werkveld van het
team, het proces of de afdeling. Dit vraagt om gedragsveranderingen
tot in de haarvaten van de organisatie. Een
focus op alleen het eigen proces of team – KCC, communicatie-
of wijkteam – volstaat niet meer. De organisatie moet
op sleeptouw worden genomen! Ga in gesprek met de verschillende
afdelingen en spelers die bij dit vraagstuk een
rol spelen. Grote kans dat zij zich afvragen hoe ze juist andere
disciplines erbij kunnen betrekken. Om zo’n gesprek
te stroomlijnen kunnen er vier perspectieven (de vier B’s)
worden gehanteerd:
1 Burgers en bedrijven. Dit perspectief biedt zicht op wat we
nu onder klantcontact en dienstverlening rond producten
en diensten verstaan, met de nadruk op het KCC, de
website, online diensten en een-op-eencontacten.
2 Buurten. Dit perspectief kijkt naar de bestaande vormen
van participatie in de buurt, zoals interactie en samenwerking
rond een locatie met nadruk op co-creatie, city
funding, en community’s.
3 Belanghebbenden. Dit perspectief kijkt naar de communicatie,
het luisteren, het zenden en bereiken van groepen
burgers die een belang hebben bij een bepaald onderwerp,
zoals duurzaamheid, vergroening of vluchtelingenopvang.
4
Bestuur en organisatie. Dit perspectief kijkt naar de positie
van het bestuur en de organisatie, met nadruk op
processen en systemen, alsook op de cultuur en medewerkers.
׉	 7cassandra://DSKy3VUF9UHwTeDmTu3UxeC6jfVgLmGwkkbcSL5hVWs7`j \mX׉E
Idienstverlening,
participatie
klantcontact
Traditionele communicatiemiddelen
Traditioneel contact
Digitale kanalen
Online klantcontact
Communities
Klantcontact en interactie loopt bij een gemeente intussen
via meer dan twintig kanalen.
trends
De context waarbinnen een gesprek over interactie en
klantcontact plaatsvindt, verandert snel. De beroepsvereniging
voor communicatieprofessionals Logeion heeft wat
dit betreft in het Trendrapport 2018/2019 een viertal trends
genoemd die als gespreksonderwerpen kunnen dienen.
1 Gedeelde waarden creëren
Bij alles wat de gemeente doet, dient de meerwaarde die
dit oplevert vanuit het perspectief van de inwoner of
ondernemer helder te zijn. Daartoe kan de gemeente allianties
sluiten met externe partijen en personen, zodat
er een continu proces van dialoog en co-creatie tot stand
komt. Niet het kortstondige contact, maar de langdurige
relatie staat centraal. Dat vergt een proactieve houding
bij medewerkers, die bovenal aanspreekbaar moeten
zijn.
2 Altijd in de roos schieten
Technologie biedt een basis om beter in te kunnen spelen
op individuele behoeftes en gedrag. Op data gebaseerde
inzichten kan men gebruiken om snel en alert te
reageren op vragen van inwoners en ondernemers. Aangezien
gedrag en opvattingen veranderlijk zijn, vergt
dit van de overheid een wendbare aanpak waarin doelgroepen
en behoeftepatronen centraal staan.
3 Van netwerk naar bubbel bewegen
Als de gemeente niet boven maar naast de inwoner gaat
staan, ontstaat er een andere dynamiek in het publieke
debat. Door beter rekening te houden met de drijfveren
en verwachtingen van inwoners en ondernemers, kan
de gemeente zich in het gesprek als een gelijkwaardige
partner positioneren. Dat vergt meer nadruk op het
luisteren naar de ander, het signaleren van behoeften
en het verbinden van mensen en ideeën.
4 Verbeelden en beleven
Een groot deel van de informatie die inwoners en ondernemers
vandaag de dag tot zich nemen is visueel.
Dat vereist meer toepassing van moderne technieken,
zoals video, virtual en augmented reality, design en gaming.
Niet zozeer de vraag of er gecommuniceerd is, als
wel de vraag wat de effecten van de interactie zijn, staat
centraal.
Meer weten?
• De publicatie Van buiten naar binnen is te downloaden
via bit.ly/vanbuiten.
• De publicatie Klantcontact en interactie is te downloaden
via bit.ly/klantcontacteninteractie.
• Een poster met bouwstenen is te downloaden via bit.ly/
InfographicKlantcontactenInteractie.
• Het Trendrapport van Logeion is te downloaden op
www.logeion.nl/k/news/view/172915/102549/de-logeion-communicatietrends-2018-2019-zijn-bekend.html.
25
\mX\mX{בCט   {u׉׉	 7cassandra://zK-elKL1M0wlJ0S__Ef1IEmVBg7MJP4c2Qpgb857ZoI ʪ`׉	 7cassandra://NE5dq90xu8B7G41ivrYmpTBSfjDA5sfajWMsxs7LjBM͗"`׉	 7cassandra://t2mMT7fsD1t0tl3EyC8Js0gd4oRJETLu4rysSnl8pUg.`j ׉	 7cassandra://kakTc6KADQGcfCE20CS0hq2MM0okDRGog4iL1gdleFY !@+͠	\mXVנ\mXM &(:9׉H ahttps://publieksdiensten.us10.list-manage.com/subscribe?u=a016c60d53f4f1260a48144e8&id=8b56f6d6c3Gׁׁrנ\mXN 1K 79׉H  https://www.publieksdiensten.nl/Gׁׁrנ\mXO K7D9 ׉SG
ׁׁrנ\mXP .&79 ׉SG
ׁׁrנ\mX] 	2+9ׁHhttp://www.ingovernment.nlׁׁЈנ\mX\ 
܁̤9ׁHmailto:vdp@publieksdiensten.nlׁׁЈנ\mX[ 
0̃9ׁHhttp://www.ingovernment.nlׁׁЈנ\mXZ 	|J̂9ׁHmailto:info@ingovernment.nlׁׁЈנ\mXY ̃9ׁHhttp://www.ingovernment.nlׁׁЈ׉E	xander jongejan
beste hans,
Daar sta je dan, na 43 jaar als overheidsdienaar. Zo
noemde jij dat altijd, overheidsdienaar: ‘We zijn hier niet
voor onszelf!’ Hoe vaak hebben we het je niet horen zeggen?
Je vrouw is er ook, welkom Hilde. Kinderen en kleinkinderen,
zie ik. Fijn dat jullie bij dit feest voor Opa kunnen
zijn.
Beste Hans, wat hebben we veel meegemaakt. Nu sta je
hier, ten overstaan van al je dierbare collega’s en bijna
alle collegeleden. Ze zijn allemaal hier om jouw afscheid
te vieren. Het is je van harte gegund. Aan mij de eer, als
burgemeester, die functie komt nu eenmaal met privileges,
om deze afscheidsspeech te mogen geven.
In 43 jaar heb je de gemeente zich enorm zien ontwikkelen.
Eerst vanuit de RO-hoek, waar al gauw je leidinggevende
kwaliteiten opvielen, later ook in andere domeinen,
totdat je, negentien jaar geleden alweer, eindverantwoordelijk
werd voor de hele organisatie. Dat is een
zeldzaamheid op zich, want weinig gemeentesecretarissen
gaan zo lang mee als jij hebt gedaan.
Het moeilijke van jouw vak is dat het steeds populairder
én steeds zeldzamer wordt. Toen jij begon in ons prachtige
Oostmeer, waren er 842 gemeenten. 842! Dat kunnen
we ons nu niet meer voorstellen. Dat zijn 487 collega-gemeentesecretarissen
minder. Met 355 heb je
evenzogoed nog een druk bezocht VGS-congres.
Met de rappe afname van het aantal gemeenten is de
kwestie van de eigen identiteit van de gemeente ingewikkelder
geworden. We hebben daar vele debatten over
gevoerd. Ik kan het vandaag niet onbesproken laten. ‘Als
we het niet op onze manier kunnen doen, waarom zouden
we het dan überhaupt doen?’ Ik herinner me goed
dat je me dat eens toebeet in een verhit gesprek. Het
ging over onze bijstandsaanvragen, meen ik.
Het ging jou om onze klanten. Die moesten wij het beste
bedienen, vond jij en dat sierde je. Je was een man van
idealen. Ik ben een stuk simpeler. Bijstand is bijstand,
toch? Zou het niet gemakkelijker zijn als het overal hetzelfde
was? 1x bedacht, 355x enzovoort?
Voor jou gold dat niet. Ons extra-speciale sausje noemde
jij dat, onze Oostmeerse curry. Samen Organiseren vond
je een gruwel, laten we wel wezen. Het is niet gebruikelijk
om zulks in speeches als deze te bespreken, maar ik
hou ervan dingen te benoemen. Tenslotte tekent het jou
ook als man, als mens, als gemeentesecretaris.
En vandaag nemen we afscheid van jou, beste Hans.
Het ga je goed.
Tekst: Xander Jongejan, manager dienstverlening
bij de gemeente Leeuwarden en schrijver
26
׉	 7cassandra://t2mMT7fsD1t0tl3EyC8Js0gd4oRJETLu4rysSnl8pUg.`j \mX׉Eucolofon
inGovernment is het multimediale platform
voor de digitale overheid. Naast verhalen over
dienstverlening, digitalisering en gegevensmanagement
wordt aandacht besteed aan
actuele thema’s zoals smart city’s, blockchain
en samen organiseren. inGovernment
informeert professionals over relevante
ontwikkelingen en focust op inclusiviteit,
interactie en innovatie.
inGovernment is een uitgave van de
Vereniging Directeuren Publieksdiensten (VDP).
inGovernment is als online magazine beschikbaar
via de website www.ingovernment.nl
en wordt verspreid via een online nieuwsbrief.
inGovernment verschijnt vier maal per jaar als
online magazine.
Jaargang 13, nummer 1 (maart), oplage: 6.000
issn: 2213-2228
Uitgever
Otto Thors
Redactie
Otto Thors (hoofdredacteur)
Jan Fraanje
Eindredactie
Taalanatomisch bureau
De Twee Hanen, Kimswerd
Vormgeving
Villa Y, Henxel
Druk
Senefelder Misset, Doetinchem
Foto omslag
Marc van Bokhoven, Humming
Redactieadres
Postbus 2758
3500 gt Utrecht
E-mail: info@ingovernment.nl
Abonnementen
Professionals werkzaam bij de overheid op
het gebied van (digitale) dienstverlening
kunnen zich kosteloos abonneren op
inGovernment via
www.ingovernment.nl
Hoewel aan de totstandkoming van deze
uitgave de uiterste zorg is besteed, aanvaarden
de auteur(s), redacteur(en) en uitgever(s)
geen aansprakelijkheid voor eventuele
fouten en onvolkomen heden, noch voor
gevolgen hiervan.
© Het is niet toegestaan om zonder
voorafgaande toestemming van
de uitgever artikelen of gedeelten
daarvan over te nemen.
over de vdp
De Vereniging Directeuren Publieksdiensten (VDP)
bestaat uit directeuren en managers verantwoordelijk
voor overheidsdienstverlening. De 112 leden zijn
werkzaam bij 75 gemeenten en vertegenwoordigen
meer dan 8,5 miljoen inwoners.
De VDP houdt zich bezig met strategische innovatie
van dienstverlening zoals geformuleerd in de overheidsbrede
visie op Dienstverlening 2020.
De vereniging biedt een podium om het vakgebied
te stimuleren en de leden te inspireren tijdens
kwartaalbijeenkomsten.
Partnerschappen
inGovernment is eigendom van de Vereniging Directeuren Publieksdiensten.
De VDP nodigt partners in de publieke sector uit om
inGovernment coöperatief te realiseren. Ter aanvulling op nieuwsbrieven
en websites van vakverenigingen, kan inGovernment een
horizontaal platform bieden over alle betrokken domeinen heen
waarin onafhankelijk wordt gecommuniceerd richting een gezamenlijke
doelgroep. Partners ontvangen op basis van co-financiering een
positie in de redactieraad, mogelijkheid tot het leveren van inhoudelijke
bijdragen en verzending van het magazine aan de achterban.
U kunt uw interesse in het partnerschap kenbaar maken door een
e-mail te sturen aan vdp@publieksdiensten.nl
Samen organiseren we
de digitale overheid
oproep
Blijf op de hoogte van
innovatieve ontwikkelingen
Meld je (gratis) aan
als online abonnee
Vul het aanmeldformulier in op de website
www.ingovernment.nl
27
\mX\mX{בCט   {u׉׉	 7cassandra://4Lk5L0pLfhQrjR0MKyz9XSRnOHPH0eml-eBlQWnGDbQ q`׉	 7cassandra://ZILqfWaeK3JaWspGkBYUVw9KYux8-jyCYkQPAhNJ2O0j'`S׉	 7cassandra://5huc-aktNRuF3gwgdRICm_DgtQtEmtute-q4UCCVsjs'J`̵ ׉	 7cassandra://YIk9wuSwMlvcU49TbxOzpYRJxrhsQFp4tkCo9zkuIic ͠\mX^נ\mXX ̶ہ9׉H ahttps://publieksdiensten.us10.list-manage.com/subscribe?u=a016c60d53f4f1260a48144e8&id=8b56f6d6c3Gׁׁr׉E dit is het laatste gedrukte
exemplaar van het magazine,
maar online gaan we door!
Word
gratis
online
abonnee!
Ga naar
inGovernment.nl
en meld
je aan
׉	 7cassandra://5huc-aktNRuF3gwgdRICm_DgtQtEmtute-q4UCCVsjs'J`̵ \mX׈E\mX\mX{)InGovernment maart 2019 'Deze editie is verschenen in maart 2019\m䰜46