׉?ׁB! בCט  u׉׉	 7cassandra://rVNoaXTFpzQH0s-dUdN7tmGTd8xk2ysh_c7BGNoHa3g _`׉	 7cassandra://zvn2ifgEkb9CQKBQtU4G2b2gNpsvepr9Z_1t_kBdVD8O`j׉	 7cassandra://BFxjDQOMfakl1toLlASCiEJ5__54dr9jM42ikRB9II0` ׉	 7cassandra://QsKhCQx7Ini58j6bxNt5legvzJWHB_xLaiFqQ5Ll5mYy|͠=daR#x AנdaR#x D a	9ׁHhttp://www.viewonvalue.comׁׁЈ׈EdaQ#x ׉E2Wendbare projecten in een
dynamische omgeving
+
Prefabricated Prefinished Volumetric Construction (PPVC) in Singapore
Projecten moeten groter en contracten moeten kleiner!
Jacqueline Schlagwein, Cost Engineer bij Schiphol, holt met veel plezier door het pand
om iedereen mee te krijgen
www.viewonvalue.com
׉	 7cassandra://BFxjDQOMfakl1toLlASCiEJ5__54dr9jM42ikRB9II0` daQ#x daQ#x bבCט   u׉׉	 7cassandra://Qt391aH7SXxpn_qextIdRvL_k9RdysGIArIYsDvDA2U L`׉	 7cassandra://_-0uEAq7W_RJG29d-Lm8hVMPyt-t7NzxdlO0CyKBXlgI`j׉	 7cassandra://XemM33hCfjDJQ_73Rn8x9bdvKKPUDykzWz_MMB8_7I4` ׉	 7cassandra://zYICtlG7T3kl0u8jmqG27ZwFccJ419Rb-5bJ26UJR_4 M/$͠=daR#x Eט  u׉׉	 7cassandra://Er_cR9jKlw_GHJnjI6YZAXz5NmWy0FNu_aKrg5vxPts `׉	 7cassandra://opUbmWzJFfgQvmYr6FYaY1FXq6PVOgbHW_3Rh4-jQXs^`j׉	 7cassandra://ngEfK-4EbcFzn4X3F4K6P2jbs1_PxSQMm3pjGdj_D6kt` ׉	 7cassandra://jGDB3fsSYyx845CQQX2UYMPvoC76UniDgx54LUAESqk͟~͠=daR#x FנdaR#x U Gk̈9ׁHhttp://www.meerwerkportaal.nlׁׁЈנdaR#x T ρR9ׁHhttp://www.tresviri.nlׁׁЈנdaR#x S -TE9ׁHmailto:info@dace.nlׁׁЈנdaR#x R *Z9ׁHmailto:info@rhdhv.comׁׁЈנdaR#x Q G*̣9ׁH  http://www.royalhaskoningdhv.comׁׁЈנdaR#x P l9ׁHmailto:redactie@mos-net.nlׁׁЈנdaR#x O wt9ׁHhttp://www.veldhuismedia.nlׁׁЈנdaR#x N ft]9ׁHhttp://www.neverseen.nlׁׁЈנdaR#x M $B9ׁHmailto:info@dace.nlׁׁЈנdaR#x L cԁT9ׁHhttp://www.mos-net.nlׁׁЈנdaR#x K ԁl9ׁHmailto:redactie@mos-net.nlׁׁЈנdaR#x J ;O9ׁHhttp://www.viewonvalue.comׁׁЈנdaR#x I ԁA9ׁHhttp://www.dace.nlׁׁЈ׉E=COLOFON
jaargang 7 ⁄ editie 14 ⁄ voorjaar 2023 ⁄ verkoopprijs €8,95
VIEWonVALUE is een informatief, promotioneel vaktijdschrift
dat kennis en ervaring uit wil wisselen, inzicht wil bevorderen en
belangstelling wil kweken voor het vakgebied van cost- en value
engineers. Het vakblad richt zich naast professionals in de
werkgebieden ook op het management in deze werkgebieden.
VIEWonVALUE wordt uitgegeven door DACE.
UITGEVER
DACE, www.dace.nl
REDACTIEADRES
Redactie VIEWonVALUE
Postbus 1058, 3860 BB Nijkerk
Telefoon: (033) 247 34 60
HOOFDREDACTEUR
Carmen Valk-Struik
REDACTIE
Wendbare projecten in een
dynamische omgeving
+
Prefabricated Prefinished Volumetric Construction (PPVC) in Singapore
Projecten moeten groter en contracten moeten kleiner!
Jacqueline Schlagwein, Cost Engineer bij Schiphol, holt met veel plezier door het pand
om iedereen mee te krijgen
VIEWonVALUE – jaargang 7 – editie 14 – voorjaar 2023
www.viewonvalue.com
Ed Antoine, Gerard Filé, Menno Hartsema,
Michiel Skevofilax, Jarno Kuijvenhoven
BLADMANAGEMENT
MOS bv, Caroline Knobbe en Sam Dekkers
redactie@mos-net.nl, www.mos-net.nl
ADVERTENTIE-EXPLOITATIE
Stichting DACE - secretariaat
Telefoon: (033) 247 34 55
E-mail: info@dace.nl
Advertentietarieven op aanvraag.
VORMGEVING
TROTSE PARTNERS VAN VIEWonVALUE
NeverSeen | Graphic Art & Design
Dimitri van den Berg, www.neverseen.nl
DRUK
Veldhuis Media, Meppel, www.veldhuismedia.nl
INZENDEN KOPIJ
Inzenden en publiceren van artikelen en berichten in overleg met
de redactie. Kopij inzenden via redactie@mos-net.nl.
AMERSFOORT-AMSTERDAM-DEN HAAG-EINDHOVEN-GOESGRONINGEN-MAARSEN-NIJMEGEN-ROTTERDAM-URECHT-ZWOLLE
www.royalhaskoningdhv.com,
info@rhdhv.com
PRIJS
Losse verkoop € 8,95.
LEZERSSERVICE
Adresmutaties, abonnementen en nabestellingen graag doorgeven
via DACE: info@dace.nl.
COPYRIGHT
Het overnemen evenals het vermenigvuldigen uit dit vaktijdschrift
is slechts toegestaan na schriftelijke toestemming van de redactie.
ISSN
ISSN: 2543-0823
Tresviri Cost Engineering Solutions, www.tresviri.nl
www.meerwerkportaal.nl
Bekijk hier alle edities van VIEWonValue
00:0 2
׉	 7cassandra://XemM33hCfjDJQ_73Rn8x9bdvKKPUDykzWz_MMB8_7I4` daQ#x ׉ED VOORWOORD VOORWOORD VOORWOORD VOORWOORD VOORWOORD VOORWOORD VOORWOORD
‘WAAROM KUNNEN MENSEN NIET ZOWEL
FLEXIBEL ALS EFFICIËNT ZIJN?’
Bovenstaand is een citaat van Margaret Drabble, een Engelse schrijfster. En eigenlijk vat dit prachtig samen
wat voor stigma er om flexibiliteit hangt. Flexibel staat immers voor aanpasbaar, buigbaar, gedwee, inschikkelijk,
meegaand en plooibaar. Vaak weten we niet wat we aan mensen hebben die te flexibel zijn. ‘Met alle
winden meewaaien’, wordt er dan gezegd.
Veel liever gaan we voor beraden, bestendig, constant en kordaat. Kortom: ‘standvastig’. Hoewel we dan ook
zeggen ‘zo flexibel als een loden deur’. Conclusie: we hebben een complexe relatie met het begrip ‘flexibiliteit’.
Tijdens
projecten hebben we ook te maken met flexibiliteit. Het wordt vaak als iets hinderlijks gezien. De
scope schuift van links naar rechts en je hebt geen idee waar je nu eigenlijk naar toe aan het werken bent. In het meest positieve geval wordt
dit tijdens een georganiseerde Value Engineering sessie in goede banen geleid. Vaker gebeurt het ongeorganiseerd en raakt een team de draad
kwijt.
Veel grote projecten kennen een lange aanlooptijd. En als we de afgelopen drie jaar iets hebben geleerd, is het dat de wereld van de ene op de
andere dag op zijn kop kan staan. Een pandemie, lockdowns, materiaaltekorten, oorlog, energiecrisis, personeelstekort, we hebben er allemaal
wel mee te maken gehad. En dus ook onze projecten. Ik hoorde van de week een verhaal van een rioleringsproject dat te maken kreeg
met een ‘pvc-crisis’. Er was geen materiaal te krijgen, dus hebben ze de werkzaamheden uitgevoerd met datgene wat wél voorhanden was.
Andere materiaalkeuzes, kleinere diameters - er moesten snel ontwerpkeuzes gemaakt worden. En sommige keuzes moeten alsnog hersteld
worden. Een grotere diameter voor je riool gaat meestal wel goed, maar een kleinere diameter kan problemen veroorzaken.
In de ICT is flexibel werken al langere tijd normaal. De beoogde software wordt niet eerst compleet uitgeschreven. Slechts het einddoel waar
naartoe moet worden gewerkt, is bekend. Vervolgens wordt dit einddoel opgehakt in kleinere brokken die dus ook regelmatig getoetst
kunnen worden met de opdrachtgever en/of de gebruiker. Ik heb dit vorig jaar actief toegepast met het bouwen van het meerwerkportaal.
Het complete programma was opgedeeld: inlog, change formulier, change overzicht, dashboard. Wat ziet de gebruiker en wat ziet de klant?
Het grote voordeel is dat je op deze manier kleinere onderdelen kunt testen in plaats van dat je verzandt in ellenlange testprotocollen.
Als redactie denken wij dat we in de bouw en industrie veel kunnen leren van deze aanpak. Met ver vooruitplannen lijken we meer zekerheid
te creëren, maar de wereld om ons heen geeft ons die zekerheid helaas niet. Hoe kunnen we gebruikmaken van het beste van beide
werelden en zorgen dat onze projecten en projectteams wendbaar genoeg zijn om met snel veranderende omstandigheden om te gaan?
Misschien moeten we deze nieuwe manier van werken ook wel op een agile wijze aanpakken: stukje voor stukje, beetje bij beetje.
Ik ben benieuwd wat de toekomst ons nog gaat brengen op dit gebied! Jij ook?
Carmen Valk-Struik, hoofdredacteur
INHOUDSOPGAVE
Voorwoord – ‘Waarom kunnen mensen niet zowel flexibel als
efficiënt zijn?’ – 3
Prefabricated Prefinished Volumetric Construction (PPVC) in Singapore – 4
Projecten moeten groter en contracten moeten kleiner! – 10
Interview met Jacqueline Schlagwein, Cost Engineer bij Schiphol – 14
Wendbaar meesterschap – 19
DACE – verslag bijeenkomst – 20
Circulaire infrastructuur realiseer je bij de bakker op de hoek – 26
DACE – opleidingen – 30
Vijf vragen aan... Gerard Filé – 31
Fry Zinnig – Schaalverkleining: meer flexibiliteit, minder risico – 32
Achter Het Nieuws – Hoe duurzaam is een warmtepomp eigenlijk? – 34
Enhancing Flexibility in the Project Scope with the help of Value Engineering – 36
00:0 3
׉	 7cassandra://ngEfK-4EbcFzn4X3F4K6P2jbs1_PxSQMm3pjGdj_D6kt` daQ#x daQ#x bבCט   u׉׉	 7cassandra://wNa4eGds5cwdW26lOhWwcg4s6SLq4W2ayYbWSZQD9pA `׉	 7cassandra://TaWC9SWGyX2FmXVrsSLw6A08pVJxfvCatWlgl4CNYRML`j׉	 7cassandra://XjUvKxmcXUG--y2OPcF31_o7J9cMF9Oh-l9Cd1KmHBg` ׉	 7cassandra://eXRhB27igSDHjojneCGLUKll_72xNl5auHJLflOj3kY ͠=daR#x Vט  u׉׉	 7cassandra://dwwxILYa7cAOsrV-ndg5X3r-t_TiAQAG4_UO8XTnYZI ` ׉	 7cassandra://Czal5u8z7YwWN2whp2q1Dx2fwgH6u5k63slvYDBVvhEb`j׉	 7cassandra://uMs_VN1UwmsNh-CLzuLDZtHFM1K8ee2BL7ECuLjZdrM` ׉	 7cassandra://GsOxKN6J57s0Yh8fE104mxRstJ89dPrgdP9aKCy_d7A l͠=daR#x W׉EBprefabricated
prefinished
volumetric
construction
⁽ppvc⁾ in singapore
Author: Jacqueline Chie Sze Huan, MSISV MRICS, Senior Cost Manager, Turner & Townsend Pte Limited, PartTime
Lecturer, National University of Singapore, Assistant Honorary Secretary (QS Division), Singapore Institute
of Surveyor and Valuers.
00:0 4
׉	 7cassandra://XjUvKxmcXUG--y2OPcF31_o7J9cMF9Oh-l9Cd1KmHBg` daQ#x ׉E	PREFABRICATED PREFINISHED VOLUMETRIC CONSTRUCTION (PPVC) IN SINGAPORE
Introduction
With the aim of transforming Singapore’s built environment to
be more advanced and integrated through adoption of new
game-changing technologies, the Singapore Government
launched the Construction Industry Transformation Map (ITM)
in 2017, the Design for Manufacturing and Assembly (DfMA) is
one of the key approaches of the Construction ITM.
The concept of DfMA is a design approach that focuses on ease of
manufacturing and efficient assembly, in the minimum time
and lower cost. Some of the examples of DfMA concepts are
Prefabricated Bathroom Units (PBUs), Mass Engineered Timber
(MET) and Prefabricated Mechanical Electrical and Plumbing
(MEP) Systems. In Singapore, Prefabricated Prefinished
Volumetric Construction (PPVC) is one of the key products of
DfMA.
What is PPVC and why PPVC ?
Prefabricated Prefinished Volumetric Construction (PPVC) is a
modular construction that adopts the concept of ‘factory
assembly followed by on-site installation’. It comprises integrated
free-standing volumetric modules complete with internal
finishes, fixtures and fittings that are manufactured in the
factory, and then to be delivered to site for installation in a ‘legolike’
manner. There are 3 types of PPVC systems available in the
market, namely concrete, steel and hybrid of concrete and steel
in which concrete PPVC modules are more commonly used in
Singapore due to the climate and better maintenance.
With majority of the on-site construction works shifted to off-site
controlled factory environment, adoption of the PPVC is
envisaged with the following benefits:
●
Improve productivity by up to 40% in terms of manpower
and time savings, depending on the complexity of the
projects;
●
Better construction environment due to lesser construction
works and manpower on-site, such as reduction of dust and
noise pollution, lesser construction waste and better site
safety; and
●
Improve quality control as off-site fabrication can generate
higher quality end products.
PPVC in Singapore
Government Regulation for PPVC
Stipulated as the mandated land sales conditions for new
development sold under Government Land Sales (GLS)
Programme from 1 November 2014, the Developer is required to
adopt the PPVC for selected non-landed residential and hotel
land parcels. Singapore’s Building Construction Authority (BCA)
also stipulates the minimum requirements for PPVC which both
the Developer and the Main Contractor shall comply with.
Extracted from the Code of Practice on Buildability 2017 (COP
2017), the minimum level of use of PPVC shall be 65% of the total
super-structural floor area of the building or the component of
the building that is to be used for residential or private dwelling
purposes. The COP 2017 also clearly indicates the minimum
level of finishing and fittings to be completed off-site for the
volumetric modules (see Table 1).
Table 1 Minimum level of finishing and fittings to be completed
off-site (Source: BCA, 2017).
A comprehensive acceptance framework was also being
established in ensuring that all PPVC systems designed by
different Consultants and Contractors are reliable, robust and
meet minimum standards. The acceptance framework consists
of two parts – acceptance by the Building Innovation Panel (BIP),
followed by accreditation under and the PPVC Manufacturer
Accreditation Scheme (PPVC MAS).
The Government also encourages the adoption of PPVC through
formulating a master plan of the development of Integrated
Construction and Prefabrication Hubs (ICPH) with a 30-year lease
term.
Current Outlook of PPVC in Singapore
With the strong push by the Singapore’s Government for the
DfMA and PPVC, the DfMA adoption rate (in term of Gross Floor
Area (GFA)) has increased from 19.2% in 2017, the year of the
launch of Construction ITM, to 44% in 2021. It has surpassed the
ITM target of achieving 40% in 2020.
To date, 34 nos of Concrete PPVC Systems and 17 nos of Steel
PPVC Systems have been accepted and 5 nos of ICPHs are
constructed and in full operation.
00:0 5
׉	 7cassandra://uMs_VN1UwmsNh-CLzuLDZtHFM1K8ee2BL7ECuLjZdrM` daQ#x daQ#x bבCט   u׉׉	 7cassandra://ZcNEoFeCX49flqfNeWt8j7VE55mBuvxxtL71OAk1s_s z` ׉	 7cassandra://fyo8_0LRVKvJOvtYy7vdoAiVIurKZy1Rqv6FGU46Txw[`j׉	 7cassandra://mni7q3mnV3OuiKrPNQwHgYSSjU_z_CXHHdAx3UGPSDkL` ׉	 7cassandra://_Rra4XfNhJ2nQuu1vR111lwwYrodQI-I-1FQsilTEyM t͠=daR#x Zט  u׉׉	 7cassandra://fXeqJGaeJ21OSsY-37B4r-AUDOOTDRwpgLBAvmDzKrE k` ׉	 7cassandra://Yxh66XcVXs6ObswUpk2XIbFCC7t7KQ--LTyjCPmKEMUW`j׉	 7cassandra://Rn7o9RKwAFXnAFrTxjXcrLuMvi0BEuXohHNZXTbzDXU>` ׉	 7cassandra://SO7zWkAAoB8bzntP_RRIQTUXoVQuKbMGhqfafw9Td4U E͠=daR#x [׉EDesign and Construction Constraints
PPVC requires huge land space for the production and storage of
the volumetric modules. In the land-scarce Singapore, this has
become a luxurious request and hence resulted in a unique
arrangement of the modular construction process. Typically, the
volumetric module will be fully fabricated within the same
manufacturing factory for it's structural, architectural and
mechanical-electrical-plumbing (MEP) components. For
Singapore’s PPVC, the fabrication process is split into two parts:
structural carcass factory in neighboring country (i.e. Johor,
Malaysia) and architectural and MEP fit-out factory in Singapore.
Even with the successful implementation of the 5 ICPHs up to
date, they are only able to produce 20% of the total precast
components required for the construction works and the
industry is still highly reliant on Malaysia's factories for the
remaining 80%.
Designer and Contractor shall also ensure the PPVC module size
allows transportation from factory to site and within the hoisting
limits.
Cost Implications
Being Singapore's first private PPVC building that was completed
in 2016, the cost premium of adopting PPVC in Crown Plaza
Changi Airport Hotel Extension was estimated to be 10 to 15%
more as compared to conventional reinforced concrete
construction (Today, 2016). With the launch of Construction ITM
in 2017 and more PPVC players have come into the market, the
estimated cost premium has been further reduced to 8% as of
February 2020 (BCA, 2020). The estimated cost premium of PPVC
is mainly driven by the following cost factors:
● Precast Mould
The PPVC module requires custom made mould which are
unlikely to be recycled and reused for other projects. The higher
number of the different modules in one PPVC project, the more
precast moulds are required and hence, more cost to be added to
the overall contract sum.
● Transportation
Figure 1 Illustration of off-site factories in Johor, Malaysia and
Singapore and the construction site.
The other two deciding factors on the module design are
transportation and hoisting limits. Logistics for module
transportation from factory to site determines the maximum
size and volume of each module design. In compliance to Land
Transport Authority (LTA)‘s traffic regulatory requirements, the
ideal dimension of a single PPVC module shall be as follow:
●
●
●
Height: < 4.5 metres (inclusive of truck height)
Width: < _ 3.4 metres
Laden Weight: < 80 tons
If exceeds the above controlling parameters, a LTA permit and
Auxiliary Police Escort are required for the module
transportation from point to point.
The current available types of hoisting cranes (i.e. tower crane,
mobile crane and crawler crane) have a similar lifting capacity of
25 tons to 40 tons, which dictates the maximum weight of a
single PPVC module to be. As such, while making the layout plan
design fully complies with regulatory requirements, the
Compared to the one time transportation of the conventional
precast concrete component, the PPVC module requires two
times transportation before reaching the construction site, i.e.
from carcass factory to the fit-out factory and from fit-out factory
to the construction site. Also, in the event that LTA permit and
Auxiliary Police Escort is required as highlighted in the previous
section, the application cost for the permit and escort shall
constitute an additional cost to the overall contract sum.
● Hoisting Crane
The PPVC module generally requires heavy-duty hoisting cranes
for on-site installation. The initial cost and rental of such cranes
is considerably higher than typical capacity cranes.
● Off-Site Yard
PPVC requires two off-site fabrication yards: carcass factory and
fit-out factory. Additional costs are incurred for setting up,
operating and maintaining PPVC manufacturing factories in
Malaysia and Singapore. Additional cost in sending off-site and
overseas supervisors is also required in ensuring the product
quality and full compliance to the COP 2017.
Contractual Framework
Early Contractor Involvement (ECI)
One of the key benefits of adopting PPVC is the significant
construction time savings. For example, in The Clement Canopy,
a 40-storeys high condominium took 7 days to construct a floor,
compared to 14 to 21 days using conventional construction
00:0 6
׉	 7cassandra://mni7q3mnV3OuiKrPNQwHgYSSjU_z_CXHHdAx3UGPSDkL` daQ#x ׉EPREFABRICATED PREFINISHED VOLUMETRIC CONSTRUCTION (PPVC) IN SINGAPORE
Similarly, an Advance Payment Guarantee from the Contractor
remains as a condition precedent prior to any milestone payment
to be made by the Employer.
method. One of the learning points from this project was the
early confirmation of designs and materials which led to a
smooth production cycle that constituted time savings.
Particularly due to the complexity of the PPVC module and its
own proprietary system, Developers are highly encouraged to
engage the PPVC Manufacturers and Contractors early through
the ECI approach. Early Contractor Involvement (ECI) is an
approach where Contractors are engaged early during the design
stage to facilitate integration of design and construction process,
through early collaboration between the Developer, Consultants
and Contractors. The PPVC manufacturers and Contractors can
be engaged during the Concept Design stage and/or Schematic
Design stage to provide their technical input in developing a
more comprehensive design of structural, architectural and
MEP. This helps in providing better and more effective technical
solutions to the PPVC modules before the actual tender launch.
In terms of procurement approach, Design & Build or Design
Development & Build are also more preferred than the
traditional Design Bid Build for construction projects involving
PPVC.
Progress Payment and Advance Payment Guarantee
Payment for material off-site is not a contractual provision in
most standard forms of contract in Singapore. Hence, the
immediate concern of most PPVC contractors is whether
employers are willing to make payment for PPVC works that are
mostly carried out at the off-site yards. To address the contractor’s
major concern on the construction cashflow, conditional
payment schemes for off-site PPVC works have been developed.
Under the Public Sector Standard Conditions of Contract
(PSSCOC), an Option Module of ‘Lump Sum Advance Payment for
PPVC’ has been introduced. An Advance Payment Guarantee is
required to be submitted by the Contractor to the Employer
(Developer) as a condition precedent to any Advance Payment to
be made by the Employer. Within 28 days from the date of the
receipt of the Advance Payment Guarantee and security deposit
(performance bond) by the Employer, the Employer shall pay to
the Contractor an advance payment of 20% of the PPVC costs,
capped at 10% of the total construction sum unless otherwise
stated in the Appendix of the PSSCOC. The Employer is entitled
to recover the Advanced Payment by equal installments at the
agreed intervals from the agreed recovery start date as specified
in the Appendix, from the Contractor’s submitted payment
claimed amount.
Unlike the PSSCOC, the standard forms of contract used in the
private sector, i.e. Singapore Institute of Architects Articles and
Conditions of Building Contract and the REDAS Design and
Build Conditions of Contract do not contain similar payment
provisions as of today. Whilst a similar advance payment scheme
has been adopted to some of the private PPVC projects, a
milestone payment framework based on the agreed % has also
been negotiated to facilitate the PPVC payment. The most
common schedule for milestone payment is shown as follow:
Figure 2 An Overview of ECI in Design Stage (Source: Khoo, 2015).
00:0 7
׉	 7cassandra://Rn7o9RKwAFXnAFrTxjXcrLuMvi0BEuXohHNZXTbzDXU>` daQ#x daQ#x bבCט   u׉׉	 7cassandra://27LoLQLI3qQPaLsjetXqdRX--AatzTO_ad8TP8wl8fI `׉	 7cassandra://I_Ha0ItvMsUgdsDLfnuudBOGCFdP5Yq_bFKpPIECeFcre`j׉	 7cassandra://o305jUHogu48s_BjEJGKeZvPkxtwE98qim0THC5dHM0#` ׉	 7cassandra://5OM51miRvLSzcsTKFWcx6PsYz8fBXjY7txEptt8DM4w (t͠=daR#x ^ט  u׉׉	 7cassandra://00h7brQ_8AoaF6LyDlQRAwwSPHgxMuL45F5jq37KcRA `׉	 7cassandra://DbWViL-wgt2aooDhwYRxdpizkGFiVyvX33RHxDGrSvoW`j׉	 7cassandra://eYf4oJ1sWw0IutL_UeNpGBHsOuejepwONpaMtjOnefw%` ׉	 7cassandra://xsBFn-YEWEFAIGjldEIP9QOlMgua65URP8bSJ61-HiQ u`n͠=daS#x _׉EuPacific Association of Quantity Surveyors Young QS Group (PAQS YQSG) visit to SoilBuild ICPH organized by Singapore Institute of
Surveyors and Valuers (SISV) in September 2022.
●
●
●
Upon completion of the PPVC carcass: 30%
Upon completion of the off-site fit-out: 30%
Final installation on site: 40%
Similarly, an Advance Payment Guarantee from the Contractor
remains as a condition precedent prior to any milestone
payment to be made by the Employer.
Insurances
Due to some off-site PPVC works to be carried out in oversea
factories, the existing off-site storage and inland transit
endorsement that have territorial limits in Contractor’s All Risks
Policy (CAR) are no longer sufficient. Additional Property All Risk
Policy is required to cover off-site fabrication in another country.
A proper Marine Cargo Insurance is also required to cover
shipments or transit of the PPVC modules from another country
to Singapore. Both insurance policies are to be issued in the joint
names of both the Contractor and Employer so long the PPVC
modules are stored overseas. As such, it is preferable for the
Contractor to directly procure the insurance from the
Employer’s insurance broker in ensuring the Employer’s full
overseas insurance coverage is being well taken care of.
Nominated Sub-Contracts (NSCs)
With the adoption of the PPVC, some of the NSCs’ products such
as sanitary wares, wardrobes and switches shall be delivered to
off-site fit-out yards instead of the construction site. Back-to-back
provisions relating to payment, advance payment guarantee and
insurances shall be provided and stipulated clearly in the NSC’s
contract to ensure the water-tightnesses of the overall contract
provision between the Main Contract and NSCs.
Government Support Measure for PPVC during pandemic period
As a result of the COVID impact BCA has granted waivers to
relax the minimum required level stipulated in the COP 2017 on
the finishing and fittings to be completed off-site for the PPVC
modules. One example is allowing full cabinetry works to be
done on site instead of only restricted to door installation.
The Government has also further supported SoilBuild in
providing a Temporary Occupational Land (TOL) at Punggol
Pulau Timor as a temporary manufacturing and storage space
for their precast components including PPVC modules. The
bulky and heavy PPVC modules are unable to be stored on site
and hence, Just in Time (JIT) delivery and installation are crucial
for the smooth construction site progress. The TOL space at
Punggol Pulau Timor serves as an in-time aid to SoilBuild in
resolving the PPVC modules’ storage issue.
Innovation To Improve PPVC Design
SoilBuild highlighted that the cost premium of adopting PPVC
has reverted back to the initial level of 15% during the pandemic
period. The COVID pandemic situation has further triggered the
PPVC manufacturers to be innovative on how to improve PPVC
00:0 8
׉	 7cassandra://o305jUHogu48s_BjEJGKeZvPkxtwE98qim0THC5dHM0#` daQ#x ׉EPREFABRICATED PREFINISHED VOLUMETRIC CONSTRUCTION (PPVC) IN SINGAPORE
design and production to achieve more time and cost savings. A
research and development department was then set up in
SoilBuild’s ICPH. It is an incubation centre of engineering design
through harnessing digital technology and introducing
automation and robotics in DfMA.
According to their research, one potential improvement is the
configuration of PPVC modules. Currently, the modules are
configured by the Consultants according to the Architect’s
design layout. The number of the module size is highly
dependent on the layout configuration which determines the
required number of precast mould for one project. SoilBuild’s
proposed suggestion is through the ECI in the design stage, the
PPVC manufacturers can provide a list of market available PPVC
mould designs for the Consultants’ consideration in configuring
the unit layout plan. The project team can mix and match or
adopt the similarity from the available PPVC systems in
customizing their PPVC modules. This will increase the
recycling and reusing rate of the precast mould which will help
in reducing the cost premium.
Conclusion
With the strong support in terms of monetary fundings,
regulations and even reliefs during the COVID pandemic
rendered from the Government to the adoption of DfMA and
PPVC, the message is clear that Singapore’s construction industry
is determined to transform to be an advanced and integrated
sector. Significant demands for DfMA projects have been
generated since the launch of the Construction ITM in 2017.
More PPVC players have entered the market since then which
has brought down the estimated cost premiums of adopting
PPVC from the initial 15% to less than 8% before the pandemic.
The key cost drivers have been identified and discussed in this
paper. Comprehensive contractual frameworks for PPVC
projects such as Early Contractor Involvement during the design
stage and milestone payment scheme for off-site PPVC works
have also been developed over the years to address the design and
construction constraints highlighted in this paper.
Whilst COVID inevitably slows down the progress of PPVC
development and increases the cost premiums, and the adoption
of PPVC is still imposing design and construction challenges to
the project team, the industry players see the opportunity in
harnessing the digital technology and robotics in PPVC to
further reduce the construction time and increase cost savings. It
is also believed that by adopting more innovation and gamechanging
technologies in the built environment sector, it will
attract and retain more local young talents in the industry. With
the experiences gained and the lessons learnt from all the
completed and on-going projects, it will certainly help to
smoothen the implementation process for the built
environment sector to reap the full benefits of DfMA and PPVC
in the near future.
This article is a summary of the a paper that is published on the
DACE site. The link to the full paper use the QR code
00:0 9
׉	 7cassandra://eYf4oJ1sWw0IutL_UeNpGBHsOuejepwONpaMtjOnefw%` daQ#x  daQ#x bבCט   u׉׉	 7cassandra://P5zn80EfVUXB4-uoivjYcg5sB04LhoCm58duuWecCMI 1`׉	 7cassandra://OlwTg_6jheZoEll4gVut76Y3Pxhbt992YcuUHeIMFzce.`j׉	 7cassandra://ZLXyiyMS5gKTkO1PcWQ_7jNIyUKBq31sACcQBOsKQ7I ` ׉	 7cassandra://yiERNSL2Xp4mh9sPWtKhDXObcn4fduRFKt96vaTufSI 6k͠=daS#x aט  u׉׉	 7cassandra://5EF34rIb9-6yoziGZAfAhyrLZbizT7YUAItZcBdE2Hw [` ׉	 7cassandra://bnEx3ik67lz9M2J3jybD97FGlJu5dYtcKCXm4AhOzSkQW`j׉	 7cassandra://pvvRo1XtaBO_QejqKws4nWiS4m8dOwHTVIftH1wIsH0F` ׉	 7cassandra://yuY4m-0dcJZL78Dz6SBuOKtvIL9p_3yQuQDcZNyK_18D͠=daS#x b׉E5projecten moeten
groter en contracten
moeten kleiner!
Als we projecten vergroten en tegelijkertijd de contracten verkleinen, slaan we
twee vliegen in één klap. We kunnen hiermee én de grote en urgente
maatschappelijke opgaven integraler aanpakken én contracten worden meer
uitvoerbaar. Toch wordt vaak geroepen om verkleining van projecten.
Aannemers geven aan geen trek meer te hebben in grote complexe projecten.
Of gaat het eigenlijk om verkleining van contracten? Projecten en contracten
worden immers wel vaker, ten onrechte, op één hoop gegooid.
00: 10
׉	 7cassandra://ZLXyiyMS5gKTkO1PcWQ_7jNIyUKBq31sACcQBOsKQ7I ` daQ#x !׉EPROJECTEN MOETEN GROTER EN CONTRACTEN MOETEN KLEINER!
E
en project, het woord zegt het al, is een ‘worp naar voren’.
Een contract daarentegen, het woord zegt het al, is een
‘samentrekking’. Projecten en contracten, verschillende
concepten dus, maar wel onderling verbonden. Een goede
start is het halve werk. Een goed contract kan de start van een
project de juiste richting en het nodige momentum geven.
Het doet denken aan de favoriete tactiek van Napoleon ‘Reculer pour
mieux sauter’. Vrij vertaald naar dit artikel: ‘Contracteren om beter
te projecteren’. Het is echter wel een kwestie van doseren om de
goede verhouding tussen contracteren en projecteren te vinden.
Met te weinig respectievelijk te veel aan contract ontspoort het
project of komt het überhaupt niet van de grond. Maar dat uitgerekend
grote (complexe) projecten, met dikke contracten, in de praktijk
dikwijls problematisch verlopen, is inmiddels wel gebleken.
Waarom moeten Projecten groter?
Vergroting van projecten ligt voor de hand als we willen opschalen.
Tegelijkertijd, grote (mega)projecten leiden sinds jaar en dag tot
hoofdpijndossiers. Neem de toren van Babel. Overschrijdingen van
budget en planning en/of niet-behaalde doelen zijn geen uitzondering.
In Megaprojects and Risk heeft Flyvbjerg al in 2003 de faalmechanismes
van een groot aantal megaprojecten geanalyseerd. En
sindsdien zijn de risico’s, onzekerheden en complexiteit in en rond
grote projecten verder toegenomen.
Projecten vinden in toenemende mate plaats in een VUCA wereld
(Volatile, Uncertain, Complex, Ambiguous). Verkleining van projecten
lijkt een logische reflex om de onzekerheid in en rond projecten
te lijf te gaan. Immers, kleinere projecten zijn (ogenschijnlijk) beter
beheersbaar. Maar bieden kleinere projecten voldoende oplossing
voor de steeds grotere, organisatie- en grensoverschrijdende maatschappelijke
vraagstukken?
We staan wereldwijd voor enorme uitdagingen met betrekking tot
klimaatadaptatie, energietransitie, verduurzaming et cetera. Willen
we deze uitdagingen effectief aan kunnen gaan, dan zullen we de
integrale slagkracht van onze projecten moeten vergroten. De op dit
moment één van de invloedrijkste economen, Marianna Mazucato
(auteur van onder meer Entrepreneurial State en Mission Economy)
pleit om grote(re) projecten (of programma’s) met vereende krachten
(publiek en privaat) op te zetten. Projecten die op de langere termijn
doorslaggevende, brede maatschappelijke impact hebben. Mazucato
haalt hierbij als voorbeeld het Apollo project aan; het project
van NASA dat in 1969 leidde tot een man op de maan. Een project
dat waarde creëerde met talrijke technologische doorbraken die
nog doorwerken tot vandaag de dag, in protheses, medicijnen,
computers, waterzuivering, woningisolatie, optische instrumenten,
babyvoeding et cetera. Ook in Nederland kennen we projecten met
een spin-off die veel verder reikt dan het project zelf. De Deltawerken
worden vaak genoemd als sprekend voorbeeld.
Projecten die geen aantoonbare langetermijnwaardecreatie voor de
maatschappij (brede welvaart) opleveren, kunnen niet langer door
de beugel. Duurzaamheid is noodzaak geworden. Een gezonde
project businesscase is sociaal- én milieu-inclusief, op de korte én op
de lange termijn. Juridische geitenpaadjes om toch nog op de oude
voet door te kunnen gaan met fossiele projecten, worden onbegaanbaar.
Waarom
moeten contracten kleiner?
Zijn het niet de vaak vuistdikke en dichtgemetselde (bouw)contracten
die in de praktijk niet standhouden? De inkt van de ondertekening
van dergelijke contracten is doorgaans nog niet droog of de
contractuele uitgangspunten en aannames gaan wankelen. Het
platslaan van de complexiteit en dynamiek van een groot (complex)
project in de simpele vastigheid van een groot (dichtgetimmerd)
contract blijkt keer op keer een illusie.
Psychologisch onderzoek heeft het lastige feit onthuld dat evolutie
ons (mensen) slecht toegerust heeft gemaakt om goede plannen te
maken en tegelijkertijd goed toegerust te geloven dat we goede planners
zijn. Het gevolg hiervan is dat we geneigd zijn gedetailleerde
Auteur: Jan Reinout Deketh, Leading Professional Project- en Contractmanagement Royal HaskoningDHV.
00: 11
׉	 7cassandra://pvvRo1XtaBO_QejqKws4nWiS4m8dOwHTVIftH1wIsH0F` daQ#x "daQ#x !bבCט   u׉׉	 7cassandra://4J6g__3SubIqYxjrOR5k3DwGgSwq6gWO2mW-5yZf4SU '` ׉	 7cassandra://f_8qjMfFgZRz_HOQuWt2QpF6_ptIE0zXJx6McB3B59IX]`j׉	 7cassandra://riWLU5I3dfM6XSPLb0q5s_AFJ3qG8wKlvn-2ubf_iy0C` ׉	 7cassandra://oLfHA0QgwX62FQKUpQtpW_8AuIoVGmBdP6Oy0qkNkcUq͠=daS#x dט  u׉׉	 7cassandra://aYZHQ0bdPEMxZ-heQj5glHjYOHZhFEXAftMWGb2HGTs l`׉	 7cassandra://2i16Xp_dKyNNq6MhU36qrvkpWQBZu4tpbf-abrCGSXMLW`j׉	 7cassandra://CPM6n3CqZ4yDj7QBikUPa0CsWf8nytHksdG6e3_H3I8;` ׉	 7cassandra://Ts7nAi_r4fJ-L2ROJX_rtS4lWbpclULSYWQm5aOQCUsͪ͠=daS#x eנdaT#x g MFt9ׁHmailto:info@tresviri.nlׁׁЈ׉EPROJECTEN MOETEN GROTER EN CONTRACTEN MOETEN KLEINER!
contracten op te stellen die dikwijls heel precies de plank behoorlijk
misslaan.
Partnerschap
Dikke, dichtgetimmerde contracten organiseren hun eigen achterhoedegevecht.
Gevechten die vervolgens het bewijs leveren dat er in
het contract voor een volgend project nog een schepje bovenop
moet worden gedaan. Door nog meer eisen en voorwaarden te
stellen en door alle risico’s en onzekerheden administratief weg te
contracteren naar de zwakkere partij. Het gevolg laat zich raden:
contract geslaagd, project overleden! Voormalig premier Ruud
Lubbers zei al dat gedetailleerde en dichtgetimnmerde regeerakkoorden
(i.e. contracten) niet meer zijn dan ‘gestold wantrouwen’.
Niet bepaald een solide basis om samen te werken aan grote
complexe opgaven.
Zou het dus niet beter zijn om de contracten kleiner te houden en
minder dicht te timmeren? Op zichzelf is de gedachte aan het
minder dichttimmeren of verkleinen van contracten niet nieuw.
Sinds de jaren negentig van de vorige eeuw zijn functioneel gespecificeerde
contracten in zwang geraakt. Recent is er een beweging om
ruimte te bieden aan gefaseerde contractuele prijsvorming (tweefasen
aanpak). En met raam- en portfolio-overeenkomsten, ook
steeds vaker toegepast, kan een groot, complex project gedoseerd
met kleinere contracten, flexibel én beheerst worden gerealiseerd.
Toch blijkt de praktijk ook met de hiervoor genoemde en goedbedoelde
contracten vaak nog weerbarstig en dikwijls gedreven door
wantrouwen, opportunisme en hardnekkige zo-werken-we-nueenmaal-altijd-inkoopparadigma’s.
Het zou toch anders moeten
kunnen.
Oplossing: strategische partnerschappen
Voor substantiële waardecreatie in projecten, denk aan duurzaamheid
of innovatie, is meer nodig dan vergroting van projecten en
verkleining van contracten. Om waarde te creëren in grote,
complexe projecten is langdurige, betrouwbare samenwerking
nodig die zich niet laat vangen in contracten. Partnerschappen,
zeker als deze langlopend en strategisch zijn, zijn aantrekkelijk om
langetermijnwaarde te realiseren voor álle betrokkenen. Partnerschappen
bieden contractuele flexibiliteit, waarmee Value Engineers
gaandeweg in een complex project strategische waarde
kunnen creëren bij de oplossing van complexe (maatschappelijke)
vraagstukken.
Een strategisch partnerschap is, in tegenstelling tot een contract, een
relationeel verbond, gebaseerd op wederzijds vertrouwen, gelijkgerichte
belangen, evenwichtige (ver)deling van lasten en lusten,
wederkerigheid et cetera. Door de langetermijnbasis van het partProject
– groter Contract - kleiner
nerschap ontstaat de intrinsieke motivatie bij de partners om
samen te werken en te investeren in duurzaamheid en innovatie en
tegelijkertijd opportunistisch kortetermijngedrag te vermijden.
Strategische partnerschappen maken het mogelijk om een balans te
vinden tussen grotere projecten en kleinere contracten.
Het komen tot strategische partnerschappen vraagt om andere
uitgangspunten, vaardigheden en routines dan de doorgaans gebruikelijke
transactionele en eenzijdig bepaalde contractonderhandeling
die typisch in veel inkoopafdelingen gangbaar is. Een
partnerschap komt langs een andere weg tot stand. Er zijn diverse
aanpakken die zich in de praktijk hebben ontwikkeld en bewezen.
Bekende voorbeelden om partnerschappen te vormen zijn de
Mutual Gains Approach, gericht op win-winonderhandelingen, en
Vested, gericht op relationele contractering. Beide aanpakken
rusten op een ‘sociaal’ vormgegeven proces om te komen tot wederzijds
gedragen overeenstemming. Vaak toegepast op complexe
projecten en vraagstukken waarin het evident is dat op win-win
gebaseerde samenwerking tussen partijen een no-brainer is. Dit
leidt doorgaans tot een overeenkomst met nadruk op sociale
gedragsnormen en afspraken over samenwerking, waarbij alle
betrokkenen belang hebben om deze na te leven. Door dit intrinsieke
belang tot samenwerking bij een partnerschap zijn dichtgetimmerde
contracten om elkaar met boetes of beloning te dwingen
of te verleiden tot nakoming van de afspraken niet nodig.
De projecten móeten niet alleen groter en de contracten móeten
niet alleen kleiner! Het kán ook. Nu nog dóen.
00: 12
׉	 7cassandra://riWLU5I3dfM6XSPLb0q5s_AFJ3qG8wKlvn-2ubf_iy0C` daQ#x #׉Einfo@tresviri.nl
Kostpr�s calculatie en capaciteitstekort?
Trésviri Cost Engineering BV:
 Team van 15 specialisten.
 Calculaties van M&P en E&I.
 Voor industriële installaties.
 Turnaround, Green Field, Brown Field.
 Transparante calculatie met herkenbare normen.
 Level 1 t/m 5 estimates.
Cost Engineering Solutions BV
Burg. Legroweg 45A ǁ 9761 TA Eelde ǁ +31 (0)6 53 88 93 10
׉	 7cassandra://CPM6n3CqZ4yDj7QBikUPa0CsWf8nytHksdG6e3_H3I8;` daQ#x $daQ#x #bבCט   u׉׉	 7cassandra://c4hq_ZLTmevBwJFujASHmlLxoAC_pKXum918tzahuyA  `׉	 7cassandra://EiPPaGqK6gDAJGPqvZlMSzKVSpXXXOuSUETwPHi917k6_`j׉	 7cassandra://pGjQY3FiRf9UTGVEG5vjoYL8gxBp66t1tiKFBgOG4iQ` ׉	 7cassandra://s2U4rmDApjsWbR5aAoAFv_RDRM9T95eAhXpKF1Ke8Ws 	x͠  daT#x hט  u׉׉	 7cassandra://Q5KJfBEIl0TB1qfzKqslN8VoRV-9jm99XFisoGy2HvY X6`׉	 7cassandra://ptjBS4NZLfkAIelZ87apws4RS_QQVfH_na1WEpezo7c^%`j׉	 7cassandra://baxXY7Q_TicLHMR5dkzY06YbRbyOAcW54yFZ-LZc8jQ` ׉	 7cassandra://h6YVnQvzJxtrvNxVUsYjpgVzISXmA00IkgF6NPMJVw0͑Jz͠=daT#x i׉E00:14
׉	 7cassandra://pGjQY3FiRf9UTGVEG5vjoYL8gxBp66t1tiKFBgOG4iQ` daQ#x %׉EINTERVIEW
JACQUELINE SCHLAGWEIN, COST ENGINEER BIJ SCHIPHOL:
HOLT MET VEEL PLEZIER
DOOR HET PAND OM
IEDEREEN MEE TE KRIJGEN
“Continu in- en uitvliegen”, omschrijft Jacqueline Schlagwein van het Cost Expertise
Center van Schiphol het vak van Cost Engineer. Een vak ‘van communiceren en
empathisch vermogen’. Om zo elke dag opnieuw mensen mee te nemen en bij elkaar te
brengen door oog te hebben voor ieders belang bij het maken van een raming. “Het meest
sexy vak dat er is”, stelt ze met een aanstekelijk enthousiasme.
Interview & tekst: Sandra Kagie (Sanscript Tekstproducties), Gerard Filé en Ed Antoine Fotografie: Christi Wijnen.
“
Elk project dat binnen een organisatie naar voren komt,
moet geraamd worden. Steeds weer moet duidelijk zijn wat
iets kost en wat je daarvoor krijgt. En die twee dingen
moeten in een bepaalde verhouding staan tot elkaar. Als
kostendeskundige zie je dus álle initiatieven en projecten
binnen een organisatie voorbijkomen. Dat vind ik mooi”, trapt
Jacqueline Schlagwein het gesprek dat we met haar hebben, af.
Wanneer ze bijvoorbeeld terugkijkt op haar tijd bij
ingenieursbureau Arcadis, waar ze zeventien jaar werkte,
herinnert ze zich een raming die ze maakte voor een vispassage
- ‘iets heel kleins waar je niet direct aan denkt in ons vak’ - , maar
ook ramingen voor hele grote infrastructurele projecten als
bruggen en tunnels. “Je vindt als kostendeskundige overal
voeding”, omschrijft ze. Waarbij het haar vooral aanspreekt dat
haar betrokkenheid vaak relatief kort is. “Dit ook in het geval
van langer lopende projecten, want als kostenadviseur vlieg je
steeds weer in en uit. Die snelheid spreekt me aan, het steeds
weer schakelen.”
Haar tijd bij Arcadis is genoemd. Het was na haar studie
Wiskunde, numeriek dus wat meer toepasbaar, zoals ze zelf zegt,
haar tweede baan. Dit na de start van haar carrière bij ABB
Lummes Global op de estimating afdeling. Waar ze zich als
wiskundige vooral bezighield met het bouwen van modellen om
sneller tot investeringsbedragen te kunnen komen. Een tak van
sport waar ze zich in eerste instantie binnen Arcadis ook op
richtte. Om na een studie HTS Civiele Techniek in de avonduren
de overstap te maken naar ‘de operatie’, zoals ze het noemt.
Schiphol komt in beeld
Na langere periodes vanuit Arcadis bij onder meer
Rijkswaterstaat, Shell en ook in Antwerpen - waar ze betrokken
was bij het project van de Ring om Antwerpen - ging ze in 2019
vanuit het ingenieursbureau naar Schiphol waar op dat moment
nog geen centrale kostenafdeling was. Die was in oprichting met
als vormgever van dit traject Niels Vlieg, een naam die ze hier
zeker wil noemen. De ontwikkeling van die nieuwe club in
combinatie met de uitdagingen die Schiphol haar bood, sprak
haar op dat moment zo aan dat ze de overstap maakte. “Bij
00:15
׉	 7cassandra://baxXY7Q_TicLHMR5dkzY06YbRbyOAcW54yFZ-LZc8jQ` daQ#x &daQ#x %bבCט   u׉׉	 7cassandra://_96NhIQuxf9mwctVu6MtUNHRH4l8ph3NZJBcR5EQedU `׉	 7cassandra://VPh_yXgOpldg4J22BAJ24gmn05qDmDf_yVncco2_grAU`j׉	 7cassandra://R0yYo6fz-k-o0RlL6Vw4sfEKc29CS3UM2XR16Nv9qYI` ׉	 7cassandra://JQbyNwlfb-bteUdCXa7cPZncvNcMxPonAfaiVV5Ft7o x͠=daT#x kט  u׉׉	 7cassandra://gFt-ioNWJn0Qjv9A8neS5phNrVd-j90uEeObAKc9XyM `׉	 7cassandra://mq9yul7LS2fMroYwzicctE5mOHU3xI4UZbVCEsb6HCoV`j׉	 7cassandra://vfyVm7rYAsq_2PX8ZNHn_aQrTh9YhB474xGnPNcu48g` ׉	 7cassandra://ddastTFV6x-I8OHRRocQGllAy3PM-f_66VGuirlDLYY z|͠=daT#x l׉ESchiphol werd ik gestretcht, meer uitgedaagd in mijn
persoonlijke ontwikkeling”, legt ze uit.
Het Cost Expertise Center waaraan Schlagwein inmiddels samen
met een collega leidinggeeft, bestaat inclusief haarzelf uit 22
mensen. Onder wie acht vaste medewerkers. Het aandeel
externen, gedetacheerden in het geval van Schiphol, is dus groot.
“Een bewuste keuze”, licht ze toe. “Binnen een organisatie als
Schiphol heeft de operatie altijd voorrang. Dat maakt projecten
complex waardoor (ver)bouwen bij ons duurder is dan elders.”
“Omdat we ons in Nederland niet kunnen spiegelen aan andere
luchthavens, hebben we ervoor gekozen externen onderdeel te
laten zijn van ons team. Om zo feeling te houden met
ontwikkelingen in de markt, als het gaat om prijsvorming
bijvoorbeeld. Voor je het weet zit je helemaal in je eigen cocon.
Benchmarking is belangrijk.”
Centrale doelstelling: ‘Planstabiel’
Het belangrijkste doel van de komst van het eigen Cost Expertise
Center voor Schiphol was volgens haar dat de luchthaven
gedurende de ontwikkeling van projecten meer ‘planstabiel’
moest zijn. “Dat is gelukt. Onze voorspelbaarheid is
omhooggegaan”, geeft ze aan. “Dat heeft vooral te maken met
het meer zicht hebben op wat er nu echt bij een project komt
kijken. Toen we begonnen met onze afdeling zaten we nog heel
erg aan de controle-kant dat wil zeggen meer in de eindfase van
een project. Onze rol zie je nu steeds meer schuiven naar de
initiatiefase van een project.”
“We hebben als Schiphol te maken met een aantal
huisaannemers. Daar zit veel kennis, dus die zijn we als
kostenclub gaan challengen. Hoe bouwen zij? Kunnen we daar
kengetallen van maken? Dankzij de kennis die we in dit soort
gesprekken hebben opgedaan, hebben we ons binnen projecten
anders kunnen positioneren. Waardoor we nu ook in het
besluitvormingstraject een aandeel hebben.”
Een ontwikkeling die volgens haar steeds verdergaat, want sinds
kort zijn de kostendeskundigen op Schiphol ook betrokken bij
scrumsessies. Op het moment dat een wens of idee binnenkomt,
want dan wordt volgens Schlagwein uiteindelijk al een
belangrijk deel van de scope van een project bepaald: “Op dat
moment moeten wij er als Cost Engineers dus al zijn om ‘lastige
vragen’ te stellen.”
“Het mooie is dat we inmiddels niet meer hoeven te vragen of we
in dit vroege stadium aan tafel mogen komen. Nee, we wórden
gevraagd. Dat vind ik het leuke aan het werken aan de
opdrachtgeverskant in vergelijking tot het werken voor een
ingenieursbureau. We sturen mee en hierin leren we als afdeling
nog continu.”
Belang van data
In deze ontwikkeling van het Cost Expertise Center van
Schiphol speelt data volgens Schlagwein een cruciale rol. “Data is
goud waard, besteed er als organisatie daarom aandacht aan”,
benadrukt ze meerdere keren in het gesprek. Iets waar zij en
haar collega’s sinds twee jaar nadrukkelijk mee bezig zijn. Dit
door heel consequent ‘reguliere verschillenanalyses’ te maken.
Waarin de kostenontwikkeling van elk project tussen de fases in
00:16
׉	 7cassandra://R0yYo6fz-k-o0RlL6Vw4sfEKc29CS3UM2XR16Nv9qYI` daQ#x '׉EINTERVIEW
wordt gemonitord, vastgelegd en gelabeld.
“Achteraf volgt dan de nacalculatie. Op dat moment pakken we
de aanbieding erbij en kijken we wat een project daadwerkelijk
heeft gekost. Een nacalculatietraject tot en met einde uitvoering
en daarmee de eindafrekening”, legt ze uit.
Deze tweeledige aanpak wordt binnen Schiphol in principe
toegepast op elk project met een waarde groter dan vijf miljoen
euro. “Op deze manier verzamelen we ongelooflijk veel data
waarop we bij toekomstige projecten kunnen bouwen”,
benadrukt Schlagwein. “Het vergt enorm veel discipline, maar
het helpt ons continu te verbeteren op het vlak van
planstabiliteit. Precies hetgeen waar we door het bedrijf toe
worden gedwongen. Simpelweg omdat een overschrijding op
een raming zoveel impact heeft op de gehele portfolio.”
Bijzondere organisatiestructuur
“Uiteindelijk is en blijft de projectmanager verantwoordelijk
voor het binnen tijd, binnen geld en binnen kwaliteit opleveren
van een project”, gaat Schlagwein verder. “De Cost Engineer is
hierin adviserend”, beschrijft ze de verhouding tussen de twee
rollen. Om vervolgens aan te geven dat het Cost Expertise Center
binnen Schiphol niet alleen te maken heeft met een
projectmanager aan de uitvoeringskant, maar ook met een
opdrachtgever vanuit de beheerorganisatie.
“Die opdrachtgever heeft óók de verantwoordelijkheid om een
project af te ronden. Dit naar de kwaliteit van onze stakeholders.
Als Cost Expertise Center hebben we tegenover deze rol daarom
ook een Cost Engineer gezet. Binnen onze afdeling kun je als
kostendeskundige dus twee rollen hebben: die als de adviseur
van de projectmanager en de project assurance rol ten opzichte
van de opdrachtgever. Meer een Value-Engineerachtige taak. Een
rolverdeling waarmee we best hebben geworsteld. In eerste
instantie waren die twee rollen namelijk verenigd in één
persoon, maar dan raak je met jezelf in conflict. Reden om de
rollen uiteindelijk te splitsen.”
Naast de twee verschillende Cost Engineers-rollen kent Schiphol
ook nog de controller en de business controller, die navigator
wordt genoemd, samen hebben deze vier binnen grote projecten
regulier projectoverleg, zonder projectmanager en
opdrachtgever erbij. Waarbij de navigator kijkt naar de
batenkant, de controller naar wat is uitgegeven en welke offertes
nog uitstaan en de Cost Engineers naar de verhouding tussen wat
al is uitgegeven en wat dat geld heeft opgeleverd: voor de operatie
enerzijds en de opdrachtgever anderzijds.
“Ik weet niet of het uniek is, maar ik vind het vooral een hele
leuke en constructieve opzet”, concludeert Schlagwein. “Een
harmoniemodel waarbij we geen gebruik maken van het
binnen de grond-, weg- en waterbouw gebruikelijke SSK-model.
Omdat we hierin de verschillende belangen niet kwijt kunnen.
Reden voor ons om ons eigen model op te tuigen.” Waarbij ze
direct een belangrijk deel van de credits hiervoor aan haar
voorganger geeft.
00:17
׉	 7cassandra://vfyVm7rYAsq_2PX8ZNHn_aQrTh9YhB474xGnPNcu48g` daQ#x (daQ#x 'bבCט   u׉׉	 7cassandra://_UZNxVYleq3dEhTfIcn3RQnb2BgUOpygGLYbDUHfH_E 4`׉	 7cassandra://tOGOAEIwAsfydVI2rApcrfIOfJ5wxRsRZr7beICEyQoG`j׉	 7cassandra://u9MbB0qK7t-ZtrzkjaAIK5jIr8-A8amady48GoWRub8` ׉	 7cassandra://6NWCdFfU9mdYbObRGacJWRbySR8Fk_AtqCsqxAcZwXAl%l͠=daT#x nט  u׉׉	 7cassandra://r9S5_o3EmkHFW7Af5Y9WXxbBWjMhi_O0iQ-DAv3XGB0 }`׉	 7cassandra://AgG2X1Cnwvbyb9ppdF356daUXXyIzhP505HZKC4AYYAR`j׉	 7cassandra://u-6QMY4vAfUg8JVK9LwdjBlWJJFFU0VrHR5Knz3lg3U}` ׉	 7cassandra://BJ04sbvY2Un__BOHLqQ1AI9YkEVEpmUFgKVB9EkLqU0 ~͠=daT#x oנdaT#x q [7̑9ׁHhttp://aiprojectmanagement.nlׁׁЈ׉E0INTERVIEW
‘We hebben als Schiphol te maken met een aantal huisaannemers.
Daar zit veel kennis, dus die zijn we als kostenclub gaan challengen.’
Empathische skills ontwikkelen
Haar rol als Cost Engineer en leidinggevende in het geheel
omschrijft ze als ‘continu door het pand hollen’: “Zien hoe
dingen werken, mensen uitleggen waarom we bepaalde
informatie nodig hebben en waar we denken dat risico’s zitten,
voeling houden en aansluiting zoeken met alles en iedereen.”
“Scoping”, vat ze samen. “Dat is tachtig procent van mijn werk.
Het werk vooraf ‘compleet’ proberen te vangen en uitleggen
waarom we dingen doen en mensen daarin meenemen.
Uitleggen dat een budget niet een budget is van de
kostenafdeling, maar van Schiphol. Iedereen moet immers
achter een investeringsbedrag kunnen staan en zich er senang
bij voelen.”
“Ook wanneer je aan de rekenkant zit, moet je dit soort
empathische skills, in mijn ogen, meer en meer ontwikkelen.”
Naast het hameren op het belang van data, is de tweede tip die ze
aan elke (toekomstige) collega mee zou willen geven daarom:
“Ontwikkel je empathisch vermogen door je steeds weer te
verplaatsen in de belangen en behoeften van een ander. Laat
even los waarom jíj iets wil en kijk vervolgens naar waarom een
ander iets wil. Waarom hij dus, in jouw ogen, een andere
behoefte heeft.”
Maatschappelijke ontwikkelingen en bijvoorbeeld politieke
besluitvorming spelen in het geval van Schiphol zeker een rol. Al
geeft Schlagwein aan dat dit soort zaken sec op het werk van het
Cost Expertise Center weinig invloed hebben. Kosten -
deskundigen hoeven deze lastige knopen immers uiteindelijk
niet door te hakken. Wat ze wel merkt, is dat de hoeveelheid
werk voor het Cost Expertise Center toeneemt. “We moeten in
veel gevallen steeds meer scenario’s doorrekenen. Bijvoorbeeld
omdat nog knopen moeten worden doorgehakt. Het opnemen
van een planuncertainty in een raming is dan een oplossing.
Daarmee laten we zien dat we een onderwerp niet vergeten zijn.
Dat we realistisch willen ramen en dat we onderwerpen
zichtbaar willen houden en erover willen blijven
communiceren.” Waarmee ze weer terug is bij de noodzaak om
als kostenprofessional ook juist die zachtere skills steeds verder
te ontwikkelen. Dit om iedereen in zo’n totstandkomingsproces
continu mee te kunnen nemen in het belang van het ‘realistisch
ramen’, zoals zij het noemt.
‘Ga naar buiten’
Naast het aandacht besteden aan data en het ontwikkelen van
empathische skills is er tot slot een derde aanbeveling die ze
(toekomstige) collega’s niet wil onthouden is: “Ga naar buiten!”
En dat wil ze eigenlijk wel uitschreeuwen. “Het is hier bij
Schiphol zo makkelijk. Wanneer ik vanuit ons kantoor naar
buiten kijk, kijk ik op de baan die nu buiten bedrijf is vanwege
groot onderhoud. Hoe goed is het dan om even samen met je
collega’s met wie je aan de begroting van een project hebt
gewerkt, en ook samen met de aannemer, te gaan kijken naar
het werk dat buiten wordt gemaakt.”
“Gesprekken die we hebben gevoerd, met soms harde woorden,
komen dan terug. En dan zie je waarom iemand een andere
mening had. Wie er gelijk had? Ik denk dat de waarheid ergens
in het midden ligt, maar dergelijke reflectie geeft wel inzicht én
opening tot continue efficiencyverbeteringen bij de realisatie
van toekomstige projecten.”
00:18
׉	 7cassandra://u9MbB0qK7t-ZtrzkjaAIK5jIr8-A8amady48GoWRub8` daQ#x )׉EWENDBAAR
MEESTERSCHAP
A
ls er ooit een moment was om je af te vragen of jouw organisatie ‘wendbaar’ is,
dan is het wel nu. De effecten van personeelstekorten, beschikbaarheid van
materialen en onvoorspelbaarheid van energie- en materiaalprijzen komen
bijna dagelijks voorbij in het nieuws.
Binnen veel organisaties speelt de vraag hoe processen meer wendbaar in te richten zijn
om sneller en beter in te kunnen spelen op veranderingen. Een logische eerste gedachte,
maar misschien onvoldoende om een echte transitie naar een wendbare organisatie te
bewerkstelligen. Want gaat het niet juist om de manier waarop we structureel met
onzekerheden en onvoorspelbaarheid omgaan? Niet alleen nu, maar juist in de
komende tien tot twintig jaar of zelfs op de nog langere termijn.
Pas als we verder vooruit durven kijken, zien we dat er fundamentele wijzigingen in
bijvoorbeeld de arbeidsmarkt, kennisverdeling en productiemethoden aan komen.
Nieuwe technieken die één individu in staat stellen iets te doen waarvoor nu nog een
heel projectteam nodig is of iemand zonder ervaring complexe opgaven te laten
managen vanuit zijn luie (strand)stoel.
Als dit de basis wordt voor wendbaarheid zullen we ons OOK moeten richten op de vaardigheden
die nodig zijn om, te kunnen omgaan met onzekerheden en onvoorspelbaarheid.
We praten dan niet meer over gecompliceerde opgaven waarvan bijna alles
bekend is, maar over complexe opgaven waarvan bijna alles nog NIET bekend is.
Opgaven waarbinnen nog onbekende variabelen en verbindingen direct effect hebben
op de uitvoering en dus het eindresultaat.
Over welke vaardigheden hebben we het dan? Denk bijvoorbeeld aan vaardigheden die
gericht zijn op het hogere doel van de opgave, het samenwerken in vertrouwen en zelforganisatie.
En de vaardigheid om te bepalen welke interventies, bewust gekozen, de
gewenste effecten zouden kunnen bewerkstelligen. In 2012 promoveerde Nicoline
Mulder op dit thema met haar onderzoek over projectmanagement vanuit het
complexiteitsdenken. Hierbij fungeert een systeem, zoals een project, autonoom als
geheel, maar op zichzelf ook geïntegreerd in een groter geheel.
Auteur: Ed van der Tak houdt zich als
creatieve projectprofessional breed
bezig met projectmanagement en
planning. Zo geeft hij onder meer les
aan het hbo en deelt hij zijn passie
voor nieuwe technologieën die het
vakgebied gaan veranderen via de
website aiprojectmanagement.nl.
Hiervoor benoemde zij elf interventies die een aantal psychologische of sociale mechanismen
in gang zetten die op hun beurt een bepaald effect genereren. Bijvoorbeeld het
werken op basis van gedeelde waarden triggert het effect dat mensen open met elkaar
gaan communiceren, het triggert voorspelbaarheid, het zorgt voor aantrekkingskracht
en het genereert vertrouwen.
Een echt toekomstbestendige, en dus blijvend wendbare, organisatie past niet alleen
zijn werkmethodieken en -processen aan, maar gaat ook op zoek naar andere vaardigheden
die de basis zullen moeten zijn van toekomstig meesterschap. Er zullen ongetwijfeld
decennia vol nieuwe uitdagingen op ons afkomen.
00: 19
column
׉	 7cassandra://u-6QMY4vAfUg8JVK9LwdjBlWJJFFU0VrHR5Knz3lg3U}` daQ#x *daQ#x )bבCט   u׉׉	 7cassandra://RL9d1GtyOnVtIuigPLxtpH6DYHH_6lsjSOZs3lXu8k4 `׉	 7cassandra://zDEi2sFdrgX_K63DbXaxAI46rrQ4tHnUsM9BxLL3DYU6Q`j׉	 7cassandra://Y30YDw6gkPGg94d2WnMWYw__jmf0dEfiToVIIVEKbGc` ׉	 7cassandra://mgmn4ZCeYG3ZdIEGKA1rGKefVKNzPpzwXSq2TC_Ntwo n͠=daT#x rט  u׉׉	 7cassandra://aWvEuA3ScRGIrR1hDR7nDxicp_feRr_CIfS38emAQfQ φ` ׉	 7cassandra://x7nUKyspE-xUKdZXBSDzBosl5kxiqWaATAMiuwffvcQV`j׉	 7cassandra://em0A5L7WSYSv3Gu3uFmh1-nbFca7KrwEuxucMKc2rogO` ׉	 7cassandra://kdGDGAdlt_PoIGpv5QVASabPiY1eqwsFrwaCNhmjNKIxP͠=daT#x s׉E00: 20
׉	 7cassandra://Y30YDw6gkPGg94d2WnMWYw__jmf0dEfiToVIIVEKbGc` daQ#x +׉E*DIGITALISERING EN DE INVLOED OP
COST ENGINEERING
De eerste contactbijeenkomst van 2023, op 9 maart, had als thema ‘ wat is de invloed van digitalisatie op het
vak en de rol van de Cost Engineer?’
Tekst: Rien Scholing, Bilfinger Tebodin Netherlands B.V.
Begonnen werd met de presentatie van een survey die inzicht geeft in
waar verbeteringen mogelijk zijn op het gebied van project controls
en Cost Engineering. Zo’n inzicht is nodig om te weten waar de digitalisering
zich op moet richten.
De tweede presentatie richtte zich op het feit dat ook gedurende de
uitvoering van een project een regelmatige update van de forecast
nodig is. Die forecast moet dan gebaseerd zijn op de meest recente
engineering data, hetgeen niet mogelijk is zonder automatisering en
zonder integratie van projectprocessen als cost estimating, ontwerp
en procurement. Integratie vereist ook standaardisatie zodat al die
processen bijvoorbeeld dezelfde taal spreken.
De derde en laatste presentatie liet zien dat voor een plant owner de
hoge kwaliteit en de toegankelijkheid van plantdata essentieel zijn
om concurrerend te zijn en om de juiste beslissingen te nemen.
Opening door de voorzitter
DACE-voorzitter Robert de Vries opende de bijeenkomst en gaf aan
dat het bestuur bezig is met de vraag: ‘waar gaan we naartoe met
DACE?’. Het bestuur zit nog midden in de beantwoording van die
vraag, maar één ding is al wel duidelijk: we blijven wat we zijn,
namelijk een club die het vakgebied wil verdiepen en verder wil
verbreden; en duidelijk geen belangenvereniging.
Verder deed Robert nog een paar oproepen. Mochten er bijvoorbeeld
ideeën zijn voor nieuw in te richten cursussen laat dat dan weten; zo
zijn er nu gedachten over cursussen voor planning en voor probabilistische
risicoanalyse. Bij de aankondiging van het nieuwe
prijzenboekje aankomende juni, deed Robert de oproep voor ideeën
om onze vaardigheden uit te breiden, bijvoorbeeld met het uitvoeren
van CO2-berekeningen. Tenslotte vroeg hij eenieder om de volgende
keer eens een jongere collega mee te nemen naar de contactbijeenkomsten,
ook om vergrijzing tegen te gaan.
DACE-bestuurder Paul van Brussel introduceerde vervolgens de
sprekers en begeleidde aan het slot een paneldiscussie.
Waar zijn verbeteringen te vinden?
De eerste sprekers waren Aafje Jansen-Romijn en Babette Schep van
Cleopatra Enterprise. Zij presenteerden een wereldwijde survey die is
uitgevoerd naar de succesfactoren van technische projecten.
Belangrijk daarbij was om te achterhalen waar verbeterpunten zitten,
maar vooral ook om te zien wat al goed wordt gedaan. Anders gezegd:
welke succesfactoren hebben invloed op projectsucces? Waarbij de
focus vooral lag op werkprocessen en digitalisering.
Doel van de survey is om te inspireren met nieuwe inzichten op het
gebied van project controls en Cost Engineering en om het aantal
succesvolle projecten te verhogen. De survey is uitgevoerd volgens
een 7-stappenplan. Stilgestaan is vooral bij het stellen van de juiste
vragen die tot onderscheidende antwoorden leiden, bijvoorbeeld wat
betreft toe te passen methoden, tools, en manieren van project
beheersing, maar ook wat betreft het brede spectrum van bedrijven
dat meedoet bijvoorbeeld qua regio, grootte en soort organisatie.
De respondenten kwamen grotendeels uit Azië, Europa en Amerika,
in die volgorde. Circa tien procent kwam uit Nederland. De grootte
qua organisatie liep van één tot vijftigduizend mensen, waarvan het
merendeel tussen de duizend en vijfduizend mensen. De
respondenten hadden voor meer dan vijftig procent een
management of senior niveau. 21 procent betrof beslissers en
directeuren. 35 procent werkte bij een contractor en ongeveer
evenveel bij plant owners. Vijftig procent zat in de constructie
industrie en 43 procent in de olie-/gasbusiness.
Om goed vergelijkbare antwoorden te verkrijgen, is stilgestaan bij wat
00: 21
׉	 7cassandra://em0A5L7WSYSv3Gu3uFmh1-nbFca7KrwEuxucMKc2rogO` daQ#x ,daQ#x +bבCט   u׉׉	 7cassandra://SYSjsi9YisDE1zI6qXiHF_m_nNwE_dR6XDcoRwcRXwM ` ׉	 7cassandra://EBATU44rgLZLNZrEsrijycYCLKbNS6APTf-c-axuCFAX`j׉	 7cassandra://-W6rIRGsYYiqyxidQRnnzopXyI77Z-FgB1Ib-YaDG4U` ׉	 7cassandra://hC3ggzdi0sY6ZwF5Xlh77HJu5TCmTQdUhhiZgMMd1j0tl͠=daU#x uט  u׉׉	 7cassandra://rDRnaESweGP3fwjlX7mvZKoNGd7gXD6RNRl5fsZKLao `׉	 7cassandra://qXlsD-BKsWVOAxX2f3-3GVHUctHYd-mpFW2n2EusDlwK`j׉	 7cassandra://sDuqMtSFBftwGnnnMP2YuP7FlswVsizKF6e29kxOWGU` ׉	 7cassandra://Z0QPEZPe_qZc4iX2ygll8jgGWIOjGgVn9qbvXK0tWn8 ͠=daU#x v׉EGrote aandacht is nodig voor data-integratie en
dat is eenvoudiger gezegd dan gedaan.
projectsucces exact is. Globaal komt planningsucces neer op het feit
dat de afgelopen drie jaar ten minste 75 procent van de projecten
binnen planning is opgeleverd. Hetzelfde percentage geldt voor
budgetsucces: ten minste 75 procent van de projecten in de afgelopen
drie jaar is binnen budget opgeleverd. Om projectsucces te definiëren,
zijn zowel planning- als budgetsucces nodig.
Resultaten en aanbevelingen
Aafje en Babette presenteerden een selectie uit de resultaten van de
survey. Goed was om te zien dat negentig procent van de
respondenten project controls belangrijk vindt. Project controls zijn
in bijna de helft van de gevallen ondergebracht bij de PMO-afdeling,
waarbij onafhankelijkheid in het geding kan zijn. In vijftien procent
van de gevallen zijn project controls onafhankelijk van andere
afdelingen ondergebracht, hetgeen wel de aanbeveling is om voor
meer objectieve en realistische rapportages te zorgen. 85 procent van
de respondenten gebruikt een in-house estimate methode of een
methode zoals van AACE; uit de survey is duidelijk naar voren
gekomen dat bedrijven die dit type methoden toepassen tien procent
meer projectsucces bereiken.
Op een specifieke vraag daarover bleek dat vrijwel alle methoden wel
werden toegepast; ook een methode als Earned Value Management
zat op ongeveer zestig procent. Het gekke is dat in Nederland deze
methode weinig wordt toegepast, terwijl deze methode zoveel beter
inzicht geeft in de voortgang van een project. Wereldwijd werd
duidelijk dat benchmarking weinig wordt toegepast, terwijl die
methode (bedrijfsbreed) veel voordelen biedt en tot hogere betrouwbaarheid
en transparantie leidt.
In de vraagstelling waren zeven project control-rollen onderscheiden
en uit de survey bleek dat als een project control-team tenminste vijf
van deze rollen had ingevuld, deze bedrijven veertig procent meer
projectsucces hadden. Daarbij was de rol van riskmanager nog het
minst vaak ingevuld, in 55 procent van de gevallen. Aanbevolen werd
deze rol wel in te vullen, want goed zicht op risico’s en aandacht voor
mitigatie draagt bij aan projectsucces.
Ook bleek dat het toepassen van geïntegreerde processen en tools
leidt tot 35 procent meer projectsucces. Daarbij bleek dat slechts
veertien procent van de bedrijven volledige integratie van processen
kende en slechts zes procent integratie van tools. Dus op dit vlak is
nog een wereld te winnen. Vandaar de oproep om de silo’s achter te
laten en project controls tools toe passen die kunnen helpen bij
integratie met andere processen. Immers, het handmatig overtypen
van data van engineering tool naar de project controls tools of de
procurement tools leidt tot fouten.
Een speciale oproep werd gedaan voor de introductie van
zogenoemde advanced project controls tools: Cost Estimating, Cost
Control, BIM en benchmarking. Dit leidt tot zoveel meer standaardisatie,
helderheid, efficiëntie en tot zoveel minder fouten. Kortom, weg
met de excuses zoals geen tijd, geen expertise of ‘het werkt toch goed
dus waarom veranderen’ en leer de voordelen inzien van minder
menselijke fouten en betere voorspelbaarheid en projectkwaliteit.
Keep the Estimate alive!
De tweede spreker was Anton van der Steege van Fluor. Hij begon met
het benadrukken van het belang van het up-to-date houden van de
forecast tijdens de uitvoering van een project. Een onvoorspelbare
uitkomst kan enorme gevolgen hebben voor de investeringskosten
en voor verlies van productie. Zijn betoog richtte zich op wat nodig is
om het up-to-date houden van de forecast goed uit te voeren; bepaald
geen sinecure zo bleek wel.
Het gekke is dat project controls 95 procent van de tijd bezig zijn met
het verzamelen, corrigeren en presentabel maken van data. Slechts
vijf procent wordt besteed aan analyse van de data, terwijl daar veel
gewonnen kan worden om het project te verbeteren. Belangrijke
waarneming daarbij is: ‘Early fixes are better, faster & cheaper’. En
wanneer er sprake is van grote hoeveelheden data is automatisering
onafwendbaar. Het besef dat de constructie- en engineering industrie
een slechte performance heeft vergeleken met manufacturing, zou
moeten oproepen tot actie. Alleen de bedrijfstak landbouw en jacht
blijkt het slechter te doen dan de constructie- en engineering
industrie, volgens McKinsey. De excuses die worden aangevoerd om
niet veranderen zijn eerder al door Aafje en Babette benoemd: ‘zo
werkt het toch ook’, geen tijd, misplaatste zuinigheid et cetera.
Vervolgens toonde Anton in een matrix wat nodig is ‘to keep the
estimate alive’, ofwel het up-to- date houden van de forecast
gedurende uitvoering. Het proces in deze matrix laat steeds gedetailleerdere
MTO’s vanuit engineeringtools zien. Wat zich direct laat
00: 22
׉	 7cassandra://-W6rIRGsYYiqyxidQRnnzopXyI77Z-FgB1Ib-YaDG4U` daQ#x -׉Evertalen in data voor de estimate applicatie, waarvoor een centraal
bereikbare data-storage en -integratie laag beschikbaar moet zijn. Het
proces ziet er volgens deze matrix eenvoudig en rechttoe rechtaan
uit, maar er is veel vereist om dit proces werkend te krijgen. Denk
bijvoorbeeld aan het helder krijgen van de status van het ontwerp
door alle lagen heen en ook het inbrengen van ‘interne drivers’ in het
systeem. Dat met extra piping bijvoorbeeld ook extra piping support
nodig is of met kabels ook extra kabeltrays.
Grote aandacht is nodig voor data-integratie en dat is eenvoudiger
gezegd dan gedaan. Zoals bekend ‘Automating a mess yields an
automated mess’ en de top-down aanpak die vaak wordt gekozen leidt
niet per se tot goede resultaten. In dat laatste geval is bijvoorbeeld een
mooi dashboard gemaakt, maar dan blijkt de onderliggende data niet
in orde. Minder vaak wordt de bottom-up methode gekozen. Fluor
heeft dat gedaan voor een deel van de material managementdata en
zo is een solide basis gelegd om verder op te bouwen. Een basis die
werkt met attributen bij de classificatie van items; een concept dat
enige uitleg behoeft.
Vis, kat, hond
Om te laten zien dat gewone codering niet de goede basis is, liet Anton
het plaatje zien van een vis met daarop een bordje met het opschrift
‘hond’, duidelijk een foute codering. Dan zijn er wel een aantal
mogelijkheden om deze foute situatie te verbeteren, maar die lijken
allemaal problematisch en daarbij eindigt men soms met een zelf
gemaakte Excel om de fout te omzeilen. Daarom wordt het werken
met attributen geïntroduceerd, waarbij bijvoorbeeld attributen als
huid, aantal poten, staart, ademhalingsvorm en lichaamstemperatuur
worden gedefinieerd om vergissingen in het verschil tussen
vissen en honden te voorkomen. Overigens moeten attributen wel
toegepast worden in het standaardproces, anders is het alleen een
andere vorm van coderen.
Attributen moeten wel onderscheidend werken, want een kat zou in
bovenstaand geval als hond worden geclassificeerd. Extra attributen
zoals geluid, woef versus miauw, en tevreden kwispelen versus
spinnen zijn benodigd om katten te kunnen onderscheiden van
honden. Ook moeten afspraken over attribuutwaarden worden
gemaakt. Als de één het heeft over ‘kwispelen’ en een ander over
‘staart zwaaien’ dan zullen fouten ontstaan.
Dit voorbeeld van vissen, honden en katten bracht Anton over naar
de projectwereld en dan krijgt het de naam ‘attribute driven classification’.
Daarmee kunnen meerdere gestandaardiseerde classificaties
worden gedefinieerd voor verschillende doeleinden, bijvoorbeeld voor
het maken van een planning, een cost estimate, een ontwerp, een
organisatie-indeling of een onderhoudsplan, maar wel gebaseerd op
eenzelfde ondergrond. Daarbij worden objecten gedefinieerd op basis
van een combinatie van attributen. Dit geeft mogelijkheden van
aggregeren, sorteren, filteren en andere database acties. Ook
00: 23
Anton van der Steege, Fluor.
׉	 7cassandra://sDuqMtSFBftwGnnnMP2YuP7FlswVsizKF6e29kxOWGU` daQ#x .daQ#x -bבCט   u׉׉	 7cassandra://snZY-yLkFELRav-nmX4vnzBBZZSDeySs2aisf7qk9I8 :` ׉	 7cassandra://5xhmMQPljvF3A4xC119khxMNLuLnxvq5R51CSKTD86sF`j׉	 7cassandra://EqzrOoOPZMIFGJTnRsZUp_sbqsVbCVcOlnNc84MA4o8W` ׉	 7cassandra://D2lob56egl_1_r7vzzYFp_X1BbBZqUrfYoARaA63Ez0W@l͠=daU#x yט  u׉׉	 7cassandra://s_efH4vq7s7TCfhPQn9fXiAu4y_ivtdZDgg3ZJuexQ0 x`׉	 7cassandra://2-l9p3vFRONRyX1V6Wy4X03gbMGNlbUW3MVnQYMTCjAOf`j׉	 7cassandra://E8MxAnR52yTCcu9yWhVA2U7vHhumcEu7XVjV3BKUXDE` ׉	 7cassandra://0iqoRI9s3h-hv0zjzkZUmie2sNaNAC-Qx0lr-2bWzAM ͠=daU#x z׉EDe drie oplossingen die daarbij horen zijn respectievelijk: data
interoperability ofwel een ecosysteem dat uitwisseling van
gegevens makkelijker maakt, implementeren van een referentie
databibliotheek en het ontwikkelen van dataplatforms.
meerdere lagen van classificatie zijn te maken en meerdere ordes van
classificatie, waarbij wordt gestart met een lagere orde met een
gedetailleerd attribuutniveau waarna hogere ordes met
geaggregeerde niveaus zijn te maken.
Op die manier zijn meerdere, parallelle, classificerende hiërarchieën
of breakdown structuren te maken voor verschillende doeleinden.
Welkom in de n-dimensionele ruimte, zo sloot Anton af.
De data centraal gesteld
De laatste spreker was Ferry Zöllner van Shell. Zijn bijdrage betrof
data-centriciteit in project controls ofwel een goede omgang met data.
Dat klinkt eenvoudig, maar kent vele aspecten waaronder de uit te
diepen onderwerpen van deze middag: interoperability, standaardisatie
en platformen.
Als voorbereiding op zijn presentatie deze middag heeft Ferry als grap
aan ChatGPT gevraagd wat Shell doet om meer data-centric te
worden. Verbazend genoeg kwamen daar toch aardige beweringen
als bijvoorbeeld bouwen aan een data-driven cultuur, verbetering van
de kwaliteit van data en investeren in geavanceerde analysemethoden
uit.
Ferry kon een directe link leggen van data-centriciteit met de KPI’s
van Shell zoals goede kapitaal efficiency, veiligheid, broeikasgasreductie,
betere uitvoering van planning en betere asset performance. De
uitdaging om data-centriciteit te bereiken, ligt in hoofdzaak bij drie
zaken: fragmentatie van data in bijvoorbeeld Excelsheets, e-mails en
databases, het niet gebruiken van een gemeenschappelijke taal en
data die opgeslagen zijn in silo’s en niet ontsloten kunnen worden. De
drie oplossingen die daarbij horen zijn respectievelijk: data interoperability
ofwel een ecosysteem dat uitwisseling van gegevens
makkelijker maakt, implementeren van een referentie databibliotheek
en het ontwikkelen van dataplatforms.
Om data interoperability wat meer duiding te geven liet Ferry vier
tekeningen zien, in oplopende vorm van uitwisselbaarheid. Op de
eerste tekening zijn twee compleet gesloten servers te zien: complete
stilte tussen de twee en niets wordt uitgewisseld. Op de tweede
tekening is de ene server wel aan het praten, maar door een barrière
of een firewall kan de andere server niets horen. Op de derde tekening
is geen firewall meer te zien en komt de data van de ene server bij de
andere terecht. Maar de ene server praat Engels en de andere Chinees,
dus geen echte uitwisseling. Het laatste plaatje is nog steeds niet
perfect. Ze praten beide Engels, maar op de vraag van de ene server
antwoordt de ander vol onbegrip: men kent elkaars capaciteiten
blijkbaar niet goed.
Om de tweede genoemde oplossing, de referentie databibliotheek, te
duiden introduceerde Ferry het conceptueel datamodel, met daarin
objecten en objecttypen die daarbij horen en de relaties die tussen de
objecten bestaan.
00: 24
׉	 7cassandra://EqzrOoOPZMIFGJTnRsZUp_sbqsVbCVcOlnNc84MA4o8W` daQ#x /׉E
Om dit model wat meer handen en voeten te geven werd een foto van
een LNG plant getoond. In het conceptueel datamodel is het plant
type in dat geval geclassificeerd als ‘LNG plant’. Met deze typeaanduiding
is dan vanuit het datamodel eigenlijk al heel veel bekend, want
bij een LNG plant horen standaard functies of proces unit types zoals
een dehydratie unit en een gas flare. Deze types kennen generiek een
code-aanduiding, een beschrijving en eigenschappen die per fysiek
geïnstalleerde unit moeten worden vastgelegd, zoals diameter, hoogte
en inhoud. Met deze onderverdeling in unit types, kunnen
bijvoorbeeld ook de engineering- of installatieactiviteiten per unit
vastgelegd worden. Zo kan de vraag voor een specifieke plant worden
gesteld: ‘hoeveel en welke resources zijn nodig om de plant te
bouwen?’ In het conceptueel datamodel zijn deze gegevens
opgenomen, zodat als het ware met een druk op knop al deze
informatie is te verkrijgen voor een nieuwe situatie.
Ferry liet een ideaalbeeld zien met een soort Siri waaraan vragen
kunnen worden gesteld, zoals wat de P50 kostenschatting is voor een
offshore pijpleiding in Nigeria van vijf kilometer lengte op een diepte
van tweehonderd meter en met een ontwerpdruk van honderd bar.
Het systeem is in staat om binnen korte tijd het antwoord te laten
zien.
Shell is sinds acht jaar bezig met de implementatie van de bijhorende
ISO19008 standaard en met name op het gebied van cost estimating
en benchmarking is grote voortgang geboekt.
Als laatste ging Ferry in op het inrichten van dataplatforms ofwel hoe
wordt al die ervaringsdata uit verschillende bronnen zoals
Excelsheets, e-mails en rapportages, en uit verschillende fasen van
initiële exploratie tot project, operatie en decommissioning, bij elkaar
gebracht en goed ontsloten om bij te dragen aan goede, nauwkeurige
tijdige rapportages.
Paneldiscussie
Aan het slot werden de sprekers uitgenodigd om in een panel zitting
te nemen. Ze kregen een aantal stellingen voorgelegd. Een discussie
waaraan ook de zaal kon deelnemen.
Duidelijk werd dat digitalisatie ervoor gaat zorgen dat de wereld er
ook voor de Cost Engineer anders uit gaat zien. Dit dankzij alle technologische
vernieuwingen die hem veel werk uit handen (gaan)
nemen. Ook van het toenemend gebruik van ISO-standaards wordt
veel efficiëntie in de keten verwacht. Met de vele projecten die voor de
energietransitie moeten worden uitgevoerd, is het maar goed dat de
Cost Engineer efficiënter kan werken, anders worden projecten niet
op tijd uitgevoerd, zo is de verwachting. Een deelnemer uit de zaal
sloot af met de Brabantse uitspraak dat mensen nog vaak ‘zo dicht
mogelijk langs elkaar heen praten’. Een uitspraak die de noodzaak van
standaardisatie nog eens benadrukte.
00: 25
De paneldiscussie waarmee de bijeenkomst werd afgesloten.
׉	 7cassandra://E8MxAnR52yTCcu9yWhVA2U7vHhumcEu7XVjV3BKUXDE` daQ#x 0daQ#x /bבCט   u׉׉	 7cassandra://uNuuOeAEV6852KRYJmDjSnZ5hTfbqWQDDmDz73-MrRg `׉	 7cassandra://LC3sVCBYgqbzsNE9XukNAufo-yQECGM4QVb5vKoRI-g4X`j׉	 7cassandra://ldby3IhW8VF6G0qXYZrilKT0nHkn1O0oBmVo0nZJYgw` ׉	 7cassandra://9I1dQCbFFRuL80gA2oX9gcuG20x9KGY0yxWaTdp6bqg v͠  daU#x |ט  u׉׉	 7cassandra://-z0XqsfzY6l5t6Wyoznhyx-d7HfVA8lHlC1nCjCh01s ` ׉	 7cassandra://ovnjDtgfACoBghU6A48uOwKbU3DINfk6cWIF2InvrQM`e`j׉	 7cassandra://OVnF1ZzJmcJmO7lfTVnuphoZMR0WbGC2QnNRmpvT5t4` ׉	 7cassandra://t9uZotJevz3gCx8fgKa0YzCBV7GMz4uaMwnuDqeqzHYͿA|͠=daU#x }׉E00: 26
׉	 7cassandra://ldby3IhW8VF6G0qXYZrilKT0nHkn1O0oBmVo0nZJYgw` daQ#x 1׉EMET MAX VERSTAPPEN, STEVE JOBS EN JOHAN REMKES AAN TAFEL
CIRCULAIRE INFRASTRUCTUUR REALISEER JE BIJ DE BAKKER OP DE HOEK:
met max verstappen,
steve jobs en johan
remkes aan tafel
Jarenlang ontstond een viaduct vanuit een behoefte om van A naar B te komen over
weg of water. Er volgde een opdracht tot ontwerp, financiering en bouw. Nieuwe
materialen werden ingekocht en allerlei problemen werden gaandeweg opgelost.
Auteur: Yvette Entius is programma manager Innovatiemanagement bij Rijkswaterstaat. Ze is senior
practitioner Spiral Dynamics integral en gecertificeerd in Management Drives.
A
nno 2023 zitten we midden in enorme veranderingen
in ons land. Met veel minder overgebleven
ruimte moet er gerenoveerd en bijgebouwd worden
en burgers worden mondiger en mobiliseren zich
gemakkelijk via de socials. Transities in energie, mobiliteit, digitalisering
en klimaat werpen onze vertrouwde systemen omver:
dat het anders wordt, is duidelijk. Maar hoe die nieuwe werkelijkheid
eruit gaat zien, weet nog niemand. Wat we wel weten, is
dat het duurzamer, efficiënter en slimmer moet.
Rijkswaterstaat is een leertraject begonnen om zoveel mogelijk
van de 1337 liggers uit verschillende kunstwerken van de A9 te
hergebruiken. Maar wie betaalt wat? Waar sla je de liggers tijdelijk
op? Wat doe je met de ongeschikte materialen? Welke randvoorwaarden
stellen we en hoe schalen we dit ooit op in
Nederland? Er zijn veel onzekerheden in dit traject en onzekerheden
worden bij de overheid vaak als risico’s bestempeld.
Dit is een mooie casus om te oefenen hoe we wendbaarder
kunnen worden en hoe we slimmer om kunnen gaan met
grondstoffen. We zullen eraan moeten wennen dat als alles met
alles samenhangt, er naast problemen (die kun je oplossen) ook
regelmatig dilemma’s zullen ontstaan die je niet kunt oplossen,
die kun je alleen maar uitleggen.
Ga er maar aan staan: welke mensen willen en kunnen in zo’n
omgeving werken? Moet iedereen versneld opgeleid of omgeschoold
worden om door de bomen het bos nog zien? Nee, zeker
niet en dat is ook helemaal niet nodig. Mijn pleidooi is om ook
juist mensen in te zetten die een vreselijk ongemakkelijk gevoel
krijgen van zo’n turbulente omgeving. Hoe dan? Door de mens
in zijn waarde te laten. Mensen willen namelijk wel verandering,
als ze zelf maar niet hoeven te veranderen. (Her) ken de drijfveren
(‘challenges’) bij mensen - en die zitten veel dieper dan
competenties of gedrag - dan kun je datgene wat ze van nature
graag doen, benutten voor de grotere opgave.
Door een complex project in behapbare stukken te knippen,
wordt het voor veel meer mensen aantrekkelijker om eraan bij
te dragen. In wat voor stukjes dan? Traditioneel worden projecten
onderverdeeld naar bijvoorbeeld functionaliteit, technische
of juridische aspecten, tijd, fysieke locatie, mate van risico et
00: 27
׉	 7cassandra://OVnF1ZzJmcJmO7lfTVnuphoZMR0WbGC2QnNRmpvT5t4` daQ#x 2daQ#x 1bבCט   u׉׉	 7cassandra://LKjavNR20WF56kORIvZZED_z8n_TFIkeurHhV2oG03I f`׉	 7cassandra://RnDaruIMh5Biyswa4EHL_62dC0p8BFmrroqXt3j76LoUX`j׉	 7cassandra://KBxIJr3Ojs9MI1rWiTyhzYleY4UC826b-rr1fwKaf_Y` ׉	 7cassandra://R2qNQLTn_Ez9YluRASriSdkv_06DV5M5H4qG5_vDfpk Ix͠=daV#x ט  u׉׉	 7cassandra://B512Cozt2Kb2aiS6b99Y_ipR79KAajDoEt5cl7jFT5M L` ׉	 7cassandra://Ofi-xd7OOknLiCUZxcOcPRpXupp5xgpA4wEpmB6ebqIX`j׉	 7cassandra://pNGInTaDJE5OYz9XiP4_rCtTTYejRHHogClWHx7PN4YE` ׉	 7cassandra://z2uJd8APmkEcJVpNloYLLpQnfr8PyVSgnTrmQYkJeXQbMh͠=daV#x ׉Ecetera. Ik zou willen pleiten voor een andere indeling, namelijk
deelprojecten die op een aantal uitdagingen van elkaar verschillen.
Waarvoor je steeds een ander type mens nodig hebt.
Ik denk aan de volgende indeling in vijf categorieën: korte
klussen, beheertaken, innovatie/productontwikkeling, participatie/organisatieontwikkeling
en co-creatie. Voordat ik de vijf
typologieën beschrijf, pleit ik voor een extra rol die voor alle vijf
de categorieën nodig is: de nestor of pater familias.
De nestor
Om met die laatste te beginnen: deze creëert wederzijds respect,
een veilige omgeving en onderlinge verbondenheid. Voor een
bouwproject in een bepaald gebied dat impact heeft op die
veilige omgeving is het belangrijk om met iemand te schakelen
die die gemeenschap goed vertegenwoordigt; die gevoeligheden
en lokale behoeften kent en in een goede sfeer optreedt als informele
leider namens lokale partijen en bewoners. Bijvoorbeeld
een voorzitter van een boerencoöperatie, kerk of het familiebedrijf
van de lokale bakker.
Door te luisteren naar de lokale opvattingen én de plannen van
het bouwproject, krijgen beide werelden de mogelijkheid om de
krachten de bundelen, te zoeken naar compromis voordat er
weerstand of conflicten ontstaan. Als de nestor voldoende empathie
weet op te roepen bij de partijen, is de kans groot dat de weerstand
bij de achterban verdwijnt. Gebruik lokale materialen, zet
lokale werklui in, ontwerp om favoriete ontmoetingsplekken
heen of houd rekening met de geboortegrond van een generatie
In een bouwproject kan het gebeuren dat je verrassingen tegenkomt:
bijvoorbeeld een toegangsweg die is afgesloten waardoor
het bouwmateriaal niet op of van de bouwplaats af kan. Iemand
met autoriteit lost dit van nature graag op met power en lef,
maar het betekent niet dat er allemaal kleine Trumpjes op de
bouwplaats moeten rondlopen. En toch, een iets mildere versie,
zo iemand als Greta Thunberg die kan mobiliseren en linksom
of rechtsom iets voor elkaar krijgt, is heel nuttig. Alles wat in de
weg staat van het hergebruik van de liggers kan rekenen op een
slimme lobby om het toch te fixen. Gezichtsverlies is vaak de
angst van mensen die hier goed in zijn en ze zullen dit altijd
proberen te voorkomen.
Mensen die werken aan projectmanagement, beheer en onderhoud
zijn onderdeel van een operationeel team op locatie en
verantwoordelijk voor het prestatiecontract met de klant en het
verzorgen van de efficiënte en effectieve uitvoering. Een bestuurder
richt zich vaak op een excellente taakuitvoering, gedreven
agrariërs en er zal meer mogelijk zijn dan je denkt. Realiseer je
wel dat de angst voor uitsluiting de nekslag is voor een nestor en
zijn groep.
De vijf projectcategorieën en de drijfveren van mensen
Voor korte regelklussen heb je een autoriteit nodig: iemand die
interventies pleegt, dingen wil fixen, goed is in ritselen en
regelen en iemand die snel wil scoren. Hierdoor worden mensen
gemobiliseerd, worden crises bezworen en wordt power gebruikt
om dingen voor elkaar te krijgen.
00: 28
׉	 7cassandra://KBxIJr3Ojs9MI1rWiTyhzYleY4UC826b-rr1fwKaf_Y` daQ#x 3׉EMET MAX VERSTAPPEN, STEVE JOBS EN JOHAN REMKES AAN TAFEL
Als je doet wat je deed, dan krijg je wat je kreeg
door kwaliteit, vakmanschap en klanttevredenheid. Neem een
kwaliteitsmanager die controleert of circulaire materialen wel
dezelfde veiligheidsstandaarden hebben als nieuw materiaal;
een constructeur die een ontwerp maakt van gebruikte viaductdelen
en nauwkeurige berekeningen maakt om fouten in de
nieuwe constructie te voorkomen; de kostendeskundige die een
kostprijs berekent van het nieuwe kunstwerk. Hier ligt het
talent op de oh zo waardevolle rol om te kijken naar feiten,
analyses en risicobeheersing.
Het hergebruik van de liggers zal leiden tot andere financieringsvormen,
afschrijvingskosten of veiligheidscertificaten. Wat deze
mensen vaak weer niet prettig vinden is als zekerheden wegvallen.
Val ze daarom ook niet continu lastig met de complexiteit
van het hele project, een gat in de begroting of besluiteloosheid.
Dat zullen ze waarderen.
Als je doet wat je deed, dan krijg je wat je kreeg, zei Einstein ooit
en het geeft het belang aan van vernieuwing, ondernemerschap
en innovatie. Circulaire viaducten betekent: geen nieuwe grondstoffen.
Dus het moet anders dan vroeger. Dan heb je iemand
nodig die kansen ziet, die buiten de lijntjes durft te kleuren, die
een strategie ontwikkelt en kansen uit de markt haalt om die
met de beste argumenten in het project te krijgen. Een circulair
viaduct moet wel (her)haalbaar zijn. Er moet een nieuw businessmodel
komen dat de markt kan omarmen, misschien moet de
financiering wel heel anders geregeld worden voor circulaire
infrastructuur. Kortom, soms heb je een ondernemer, een innovator
nodig. Steve Jobs is zo iemand die met Apple niet de allernieuwste
technologie ontwikkelde, maar wel inzag hoe hij op
een totaal nieuwe behoefte kon inspelen met zijn bedrijf. Of Max
Verstappen, die gaat tot het uiterste om zijn doel te bereiken en
gebruikt daarvoor allerlei nieuwe technieken. Deze innovators
of ondernemers zijn vaak gevoelig voor imagoschade of niet
succesvol zijn. Gun ze daarom hun podium af en toe.
Maar om iedereen te laten participeren of vernieuwingen in de
organisatie erdoor te krijgen zijn collectieve drijfveren belangrijk.
Daar waar de nestor vooral de gemeenschap in stand wil
houden en vaak huiverig is voor buitenstaanders, zijn peoplemanagers
vaak goede verbinders en sterke luisteraars. Ze staan juist
open voor mensen van buiten, weten draagvlak te creëren vanuit
het uitgangspunt dat iedereen meetelt en kunnen meebewegen
en sturen op consensus in plaats van te handelen uit eigenbelang.
Ze
zijn bij uitstek geschikt om met de omgeving samen te
werken bij vernieuwing. Johan Remkes is onze nationale boegbeeld
op dit vlak, hoewel hij ook heel goed spijkers met koppen
kan slaan. Een type als Angela Merkel dan misschien? Zet zo
iemand vooral in om alle partijen een plek aan tafel te bieden,
maar wees alert omdat inzet van deze peoplemanagers ook kan
leiden tot polderende Poolse landdagen omdat iedereen altijd
aan bod mag komen en er geen besluiten vallen.
Tot slot, de visionair: iemand met een integrale blik. Is dit
wellicht de rol van de Value Engineer? Een mooi voorbeeld van
iemand die de maatschappelijke oplossing vooropstelt en daar
via co-creatie probeert te komen. Alle partijen aan tafel, maar
ook: alle partijen water bij de wijn. Zo iemand is een ijzersterke
netwerker over zijn eigen organisatie heen en streeft naar synergie.
Deze persoon is het oog in de orkaan van het complexe
project, blijft altijd de stip op de horizon zien en kan heel goed
prioriteiten stellen en het werk verdelen in pakketjes die passen
bij mensen met andere talenten. De uitdaging van deze mensen
is wel om het geduld te bewaren als niet iedereen meteen
begrijpt hoe het zit, omdat, zoals ik eerder meldde, niet iedereen
eenzelfde complexiteit aan kan.
Conclusie
Kortom: zet Remkes of Merkel niet in de F1, laat de bakker op de
hoek geen Poolse landdag leiden, geef een Steve Jobs vooraf geen
strak geregisseerd kader, maar slechts een paar targets mee en
verwissel Cost- en Value Engineers niet van plek. Je hebt ze állemaal
nodig, maar dwing ze niet om te veranderen: benut ieders
kwaliteiten naast elkaar en gebruik verschillende talenten juist
om verandering te bewerkstelligen. Op deze manier worden we
vast wereldkampioen circulair bouwen in de polderende delta.
00: 29
׉	 7cassandra://pNGInTaDJE5OYz9XiP4_rCtTTYejRHHogClWHx7PN4YE` daQ#x 4daQ#x 3bבCט   u׉׉	 7cassandra://vCnoCLl-Gxa54pW83LTSBM_6wgwessy9uX-58oBxR04 `׉	 7cassandra://hUsn2l7F7qLNLDSaYIq1q5kiTqzb9XIreRciyHKEn7QX`j׉	 7cassandra://m-CUJtQX4spKzK2zCpSiHVJVh3muNlBEFssK1OJPn38 ` ׉	 7cassandra://osPPeeqziSP3eB5FSf9PfkW9Y-wWOelxEEkODORDaOs \c͠=daV#x ט  u׉׉	 7cassandra://_cEWK7UYJLUGkPZ7nBTITdpYeXySBH2YlQf4nEx46AE `׉	 7cassandra://U6kRIJ3TmIhK-EwoPc3uNvNNzzq3TxXQ_7-SLmLhXNEU`j׉	 7cassandra://cuOhoLZ7qhFMOllPeCir33qXxkggC1sEEADp0BMHNfY` ׉	 7cassandra://tukWo4Am9FZYVPiGJkMA9o9JbPkcOK59PDb2VKC57-0;͠=daV#x נdaV#x  r\9ׁHmailto:info@DACE.nlׁׁЈנdaV#x  OT9ׁHhttp://www.DACE.nlׁׁЈ׉E^OPLEIDING
DACE CCE COURSE 2023-2024
DACE heeft de inschrijving geopend voor de vierde opleiding tot
Certified Cost Engineer (CCE). De opleiding wordt gegeven in
samenwerking met gerenommeerde partners en is geaccrediteerd door
ICEC. In iets meer dan een jaar, worden tijdens zes 3-daagse
contactmomenten en zelfstudie alle aspecten van het vakgebied van
Project Services behandeld.
Met deze opzet gaan we in de toekomst door, waarbij we de vakken en
opdrachten continu zullen blijven verbeteren. Dankzij de volledig
Engelstalige opzet is er ook interesse vanuit het buitenland om deel te
nemen aan deze opleiding (de contactmomenten zullen wel allemaal
centraal in Nederland plaatsvinden). De start van het volgende cohort is
gepland voor september 2023.
Meer informatie over de inhoud en opzet van de opleiding en de
inschrijving kan worden verkregen op www.DACE.nl of via Bureau DACE
(info@DACE.nl).
Steffen van der Molen – Technical Coordinator DACE CCE Course
AGENDA
De DACE opleidingen in 2023:
ECE: 22 en 23 juni en 29 en 30 juni
Certified Cost Engineer Course 2023-2024: start 19 september 2023
VM2 en VM3 gecombineerde opleiding: 27 september, 4 en 11 oktober
Leadership for Cost Engineers: 8 en 9 november en 12 december
Essenties van Project Cost Control: 7 en 8 december
De DACE contactbijeenkomsten in 2023:
22 juni 2023
5 oktober 2023
30 november 2023
00: 30
׉	 7cassandra://m-CUJtQX4spKzK2zCpSiHVJVh3muNlBEFssK1OJPn38 ` daQ#x 5׉E5
´
vragen aan... gerard file
In elke editie van VIEWonVALUE stelt de redactie aan iemand uit het werkveld
vragen rondom Cost Engineering en Value Engineering en de toepassing in de
praktijk. Deze keer vijf vragen aan Gerard Filé, adviseur kosten en
risicomanagement bij RHDHV met een brede ervaring in infrastructuur &
waterbouw projecten.
1. Waarom heb je gekozen voor
het vakgebied van Cost Engineering
/ Estimating /Value
Engineering?
“Tja, kiezen is een groot woord...
er toevallig ingerold, is een
betere typering. Toen ik in 1984
na de HTS op het bouwbureau
Ringweg Amsterdam bij Rijkswaterstaat
aan de slag ging, als
tekenaar/ontwerper, en daar
druk bezig was met de ene faseringstekening na de andere was
het een leuke afwisseling om de staten van meer- en minderwerk
na te lopen op inhoud en rekenfouten. De prijzen boeiden
mij toen ook al en de impact en het belang van deze sommetjes
vielen mij al op. Deze belangstelling heb ik destijds kennelijk
niet onder stoelen of banken gestoken. Vervolgvragen kwamen
sneller op mijn stapeltje terecht. Dat is in de loop van de tijd een
beetje uit de hand gelopen...”
2. Wat moet je doen om een goede Cost Engineer te worden?
“Er zijn meerdere richtingen die je kunt kiezen om het vak van
Cost Engineer goed in te vullen: alles weten over een specifiek
werkveld of een meer holistische benadering volgen met als
consequentie dat je een klein beetje weet van de vele mogelijkheden
in de branche. Persoonlijk heb ik het tweede pad gekozen.
Naast grond- en wegenwerk heb ik me gestort op de bouw van
kunstwerken, spoorwegen, dijken, gebiedsontwikkeling en een
paar uitstapjes naar de industrie. Een andere richting die je ook
zou kunnen kiezen is specialiseren in het proces van ramen.
Denk aan het ontwikkelen van modellen en rekentools. Dit kan
wat verder weg liggen van de inhoud, maar het levert zonder
meer vele blije vakgenoten op die ‘jouw’ programma’s en tools
gebruiken... Wees creatief, kijk wat er (op termijn) nodig is en ga
ervoor!”
3. Wat vind jij de toegevoegde waarde van Cost Engineering /
Estimating / Value Engineering?
“Het belangrijkste is de vertaalslag maken tussen ‘bedenken’,
‘maken’ en ‘gebruiken’. Concretiseren van wat er nodig is, onredelijk
optimisme eruit filteren, opties op tijd onderkennen en zo
bijdragen aan de correcte afwegingen van wat er kan en van wat
er nodig is. Daarbij oog hebben voor wat er allemaal fout kan
gaan en dit weten te vertalen naar een advies voor bestuur of
management.”
4. Waar zie jij het vak Cost Engineering / Estimating / Value
Engineering over tien jaar?
“Als ik terugkijk op (bijna) 40 jaar in het vak rondlopen dan valt
mij op dat er inhoudelijk in de kern niet zo heel veel veranderd
is... Logisch nadenken, goed afbakenen, de complexiteit van je
werk op tijd zien, prijspeil correct hanteren... zaken die over tien
jaar zeker ook nog relevant zijn. Kijk voor de grap nog eens naar
het artikeltje in cost and value (voorloper van dit onvolprezen
View on Value) april 2012, cost engineer geeft meerwaarde bij
integrale benadering van BIM.’ Nog steeds actueel en toch al
meer dan tien jaar oud...”
5. Als je Cost Engineering / Estimating/ Value Engineering zou
samenvatten in een muzieknummer, welk nummer zou dat
zijn?
“Dan denk ik meteen aan een complete LP: The Dark Side of the
Moon van Pink Floyd. Je kan er lang van genieten, de nummers
hebben eeuwigheidswaarde en net als ons werk is het soms
rustig kabbelen en soms heftig!”
00: 31
WATCH 00: 31
׉	 7cassandra://cuOhoLZ7qhFMOllPeCir33qXxkggC1sEEADp0BMHNfY` daQ#x 6daQ#x 5bבCט   u׉׉	 7cassandra://kssYIhsFUw38FWA-EtdwRSbF2T91LWRb2lzwD_2yMzY Q`׉	 7cassandra://9YDScWAIs91-4Gro0IQYsNRkCyZR5hEcIPpJelF8Uac@`j׉	 7cassandra://kckv0cU40Yj2-6QgTQqmGgohgz-CMv8WBOmzwC8oIss` ׉	 7cassandra://Xs1Wc-viwHgRHCb-9W4f2xsb_Rr6_jNdOwVZUtsEZgQ 	͠=daW#x ט  u׉׉	 7cassandra://7_TEWAUcEY1Pd91lC6RnHO7fqmttL6cnpi2og2RP3UI ~` ׉	 7cassandra://7gGgVLj2HBkB6rfsgux4ZiDlFev3fTyWB3uh4rD-qj0P`j׉	 7cassandra://72aAlyc9jlFE8oOuuuq7j219DSbFVZO5E8BN-2YHiR8` ׉	 7cassandra://biHd9FAgMqJO9sXO7BDvZnJjd3pwJVSiln6AVyKlu48~vv͠=daW#x ׉Eschaalverkleining:
meer flexibiliteit,
minder risico
G
rote en ingewikkelde projecten komen de laatste tijd
weer veel in het nieuws. Budgetoverschrijdingen, gedoe
over verantwoordelijkheden in het contract, over -
schrijdingen in de tijd, nieuwe eisen, politiek, noem maar op. De
verbouwing van de Tweede Kamer, de Afsluitdijk, de zeesluis
IJmuiden, het groot onderhoud aan bruggen, de Belastingdienst,
Groningen, het zijn maar een paar voorbeelden.
Kernvragen zijn meestal: wiens schuld is het dat het project niet
zo loopt als gepland en wie moet er betalen? Terwijl de gewone
man zich afvraagt waarom het allemaal zo ingewikkeld moet.
Hoe moeilijk is het immers om gewoon te doen wat je met
elkaar hebt afgesproken?
Schaalvergroting komt voort uit de wens om zaken integraal te
kunnen aanpakken en te profiteren van kostenvoordelen.
Immers, de eenmalige- en vaste kosten kun je over een grotere
hoeveelheid uitsmeren waardoor de prijs per eenheid afneemt.
Ook de kwaliteit neemt toe omdat je kennis en kunde kunt
bundelen en werkprocessen beter kunt stroomlijnen. Daar staat
tegenover dat de kosten voor coördinatie toenemen bij schaalvergroting,
evenals het risicoprofiel. Er kan meer misgaan en de
00:32
׉	 7cassandra://kckv0cU40Yj2-6QgTQqmGgohgz-CMv8WBOmzwC8oIss` daQ#x 7׉EIn deze column wordt op kritische wijze een beeld geschetst van ontwikkelingen en gebeurtenissen in het werkveld.
Meer flexibiliteit, minder risico. Dit vereist een andere mindset,
wel graag vanuit een holistische blik.
gevolgen daarvan kunnen enorm groot zijn. Gevolg: extreem
grote risico’s met een zeer kleine kans van optreden doen hun
intrede in het risicodossier.
Zo had de aannemer van de Afsluitdijk ineens failliet kunnen
gaan als er geen compromis was bereikt met de opdrachtgever.
Hoewel de opdrachtgever erkende dat de aangeleverde informatie
aan de aannemer onvolledig was, beschuldigde de opdrachtgever
de aannemer ervan dat die uit de kwestie een slaatje
probeerde te slaan. Met als gevolg dat ook niet-omstreden
betalingen uitbleven, waardoor de cashflow van de aannemer
onderuit ging. De werkelijkheid is vele male complexer dan ik
hier beschrijf en daarmee voer voor juristen. En vervolgens gaat
het over het proces en niet meer over de inhoud. Tel uit je winst.
De zakken van de opdrachtgever, de overheid, zijn in dit soort
gevallen vele malen dieper dan die van de aannemer.
De schaalvergroting is ons boven het hoofd gegroeid. Projecten
zijn zo complex geworden dat niemand meer echt overzicht
heeft. Dit al helemaal niet als er ‘bestuurders’ of ‘managers’ aan
het roer staan die gepokt en gemazeld zijn in het besturen van
het proces, maar inhoudelijk van toeten nog blazen weten. Waardoor
ze bijvoorbeeld technische consequenties van besluiten
niet kunnen overzien. Recent stapte Shula Rijxman na acht
maanden op als wethouder zorg en ICT in Amsterdam. Haar
journalistieke achtergrond en ervaring als bestuursvoorzitter
van de NPO blijken toch niet de juiste bagage. Het siert haar dat
zij dit zelf zag en dat ze de eer aan zichzelf heeft gehouden.
Het zit in onze genen, polderen, inclusiviteit: de wens om alles
aan elkaar te knopen. Dat is niet hoe het in de natuur is geregeld.
Die bestaat uit oneindig veel autonome kleine eenheden die
goed samenwerken. System Engineering is op dit principe
gebaseerd. Definieer onderdeel A, beschrijf de interface met de
omliggende onderdelen en vervolgens heb je volledige ont werp -
vrijheid voor onderdeel A binnen deze grenzen. De crux is dat je
het aantal interfaces beperkt! Hier gaat het mis wanneer de
verschillende interfaces álle ontwerpvariabelen van onderdeel A
bepalen. De drang naar het meest efficiënte totaalontwerp (lees:
het meest goedkope) prevaleert. Zoals ik eerder al aangaf, openbaren
de kosten en risico’s zich veel later en veel groter dan was
voorzien.
Kies voor een ontwerp met zo min mogelijk interfaces. Het
ontwerp van onderdeel A kan vervolgens geoptimaliseerd
worden. Het totaal van alle onderdelen (het totaalontwerp) zal op
het eerste gezicht, door de beperking van het aantal interfaces,
minder optimaal zijn (lees: de totale kosten zullen hoger zijn).
Echter, niet of minder functionerende delen of ontwerpwijzigingen
van één specifiek onderdeel werken niet door in andere
onderdelen, in het totaal. Dit reduceert niet alleen het aantal risico’s,
maar ook de omvang van de risico’s. Tevens kan het totaalontwerp
eenvoudiger worden bijgestuurd als de omgeving of
omstandigheden veranderen. Meer flexibiliteit, minder risico.
Dit vereist een andere mindset, wel graag vanuit een holistische
blik.
Ik zou willen afsluiten met de woorden van de Duitse filosoof,
schrijver en dichter Goethe: ‘In de beperking toont zich de
meester’.
Fry Zinnig
00:33
׉	 7cassandra://72aAlyc9jlFE8oOuuuq7j219DSbFVZO5E8BN-2YHiR8` daQ#x 8daQ#x 7bבCט   u׉׉	 7cassandra://qoP4kZh9XMXzF8fA8GltMHWutZRmsb8_y75Te5TAD5A hZ`׉	 7cassandra://CV7iaY9xxORhZ53-Oy3N57ADuVdgo0-ZPlDMrDJ3_BkdF`j׉	 7cassandra://LpQOH0sW3i4sOM3_rroiBOUaEtpjb3TMXmbo3BcjZ-k` ׉	 7cassandra://p8OzKRHIEjLwBYKRBip71qHQEfsFNhyHbotdXDXOiU8͋͠=daW#x ט  u׉׉	 7cassandra://HiiMsblvZ-6PMNhPrGLTytHh1TzoI5QASXZV7xgzyPg e`׉	 7cassandra://_wsyYjpg7SBScAVQX5O-ZoQJKjStdUzh_nUuCvcbnTUc)`j׉	 7cassandra://O1Tg3fWlbHonbicUuL7QN96mCdq-Jde4NJ6J_ftFWlss` ׉	 7cassandra://xdsLum8_LBiHjYeCemYcQKazIUfNQnsPMhgDiHgcZKI~l͠=daW#x נdaW#x  MnW9ׁHhttp://Lifecycle.viׁׁЈ׉E
[achter het nieuws
In deze rubriek geven verschillende auteurs uit het werkveld in het kort hun reactie op recente nieuwsitems over Cost en
Value Engineering. Dit zijn persoonlijke reacties van de auteurs. Ze geven niet noodzakelijkerwijs het officiële standpunt weer
van hun werkgever of DACE.
HOE DUURZAAM IS EEN
WARMTEPOMP EIGENLIJK?
De productie van een warmtepomp blijkt meer milieuschade te veroorzaken dan
tot nu toe werd aangenomen. Een warmtepomp blijft een duurzamere keuze dan
een cv-ketel; toch heerst er in de bouwwereld onzekerheid over hoe nu aan de
milieueisen te voldoen. Uit een herberekening door de Stichting Nationale
Milieudatabase (NMD) blijkt dat de productie van een warmtepomp elf keer meer
milieu-impact veroorzaakt dan eerder aangenomen. Heb je als bouwer al te maken
met veranderende wet- en regelgeving en veranderende omstandigheden door
oorlog en polycrisis, zijn nu ook de uitkomsten van berekeningen aan verandering
onderhevig. Hoe ga jij hiermee om?
Work in progress
De laatste tijd is de veel zwaardere milieubelasting van de warmtepomp
vaak in het nieuws. Er zitten, wat mij betreft, verschillende
kanten aan deze berichtgeving. De hoofdzaak is dat
producten in het verleden met incomplete gegevens in de NMD
zijn opgenomen.
In 2018 hebben wij gezamenlijk met SGS en W/E adviseurs een
onderzoek gedaan naar de toepasbaarheid van de data uit de
NMD. Hieruit bleek dat er nog veel te verbeteren was. Zeker ook
op het gebied van het maken van de goede ontwerpkeuzes: ‘Wat
is nu het meeste duurzame keuze en hoe neem ik milieu-impact
realistisch mee?’
Inmiddels wordt er hard gewerkt om deze verbeteringen door te
voeren en dit te implementeren in de NMD. Verwacht niet dat
het bij de ophef over de warmtepomp blijft, er zullen nog meer
producten en omissies volgen. Beschouw dit echter wel als een
verbetering van de huidige werkwijze, omdat de database vollediger
en realistischer zal worden. Waardoor we in de toekomst
kunnen kiezen voor meer duurzame, integrale ontwerpoplossingen
- niet alleen qua materialisatie, maar ook qua energieverbruik.
Belangrijk, want materialisatie geeft op de korte termijn
resultaat als het gaat om milieu-impact en energieverbruik en de
juiste keuze voor het implementeren van de gekozen oplossing
(het vervangingsmoment) op de lange termijn!
Zolang er geen gestandaardiseerde methode is die deze
complexe, integrale afweging, volgens een norm, maakt, dient
elke partij steeds weer in overleg te gaan met de opdrachtgever.
Om deze afweging tussen materiaal, energieverbruik en de
langetermijndoelen per project telkens vast te stellen.
Bernd Karstenberg, Lifecycle.vision
00: 34
׉	 7cassandra://LpQOH0sW3i4sOM3_rroiBOUaEtpjb3TMXmbo3BcjZ-k` daQ#x 9׉EACHTER HET NIEUWS
Wie komt er met een goede rekenmethode?
Als je de stelling goed leest, gaat het alleen over de productie van
de warmtepomp en niet over de milieu-impact tijdens gebruik
en gedurende de gehele levensduur. Een warmtepomp heeft een
negatieve invloed op de berekening van de MilieuPrestatie
Gebouwen (MPG), maar een positieve op de uitkomst van de
berekening van het energieverbruik van een gebouw, de BENG.
Waarbij BENG staat voor bijna-energieneutraal gebouw.
Het is wel kwalijk dat er zo’n fout wordt gemaakt in de Nationale
Milieudatabase. Het betreft het niet goed doorrekenen van de
milieu-impact van koudemiddel en elektronica. Hoe is het
mogelijk dat er zo’n fout wordt gemaakt, terwijl al heel lang
bekend is wat de milieu-impact van koudemiddel is? Er zijn ook
twijfels over de nieuwe berekeningen. Heeft de warmtepomp, die
maar een klein deel van de materialen in een gebouw vormt,
zo’n grote impact op de MPG?
De warmtepomp blijft door het lagere energieverbruik een positief
effect op het klimaat en milieu hebben. Echter de MPG-eis
maakt het nu lastig om de warmtepomp toe te passen. Tot 1 mei
mag met de oude milieucijfers worden gerekend, zodat warmtepompen
bij huidige vergunningsaanvragen nog mogen worden
toegepast. Bij lopende projecten gaan partijen er nu vanuit dat
deze regeling langer wordt doorgezet. Een andere mogelijkheid
is er nauwelijks, we moeten ook voldoen aan de BENG-eisen. Of
wordt de milieu-impactberekening alsnog bijgesteld?
De milieu-impact van warmtepompen gaat ongetwijfeld verbeteren,
maar zolang dit nog niet is gerealiseerd, blijft het een lastig
onderwerp en zullen leveranciers van andere producten een
uitzondering willen. Ook zonnepanelen hebben een negatieve
invloed op de MPG terwijl de milieu-impact op basis van levensduur
zonder meer gunstig is. Natuurlijk moet de milieu-impact
van de productie van alle bouwmaterialen inclusief energiebesparende
maatregelen naar beneden. Dit moet je stimuleren,
maar ook de milieu-impact over de levensduur zou je in ogenschouw
moeten nemen. Wie komt er met een goede rekenmethode?
Frank
Michielen, AT Osborne
Je moet het maar weten als consument
De vraag is aan bouwers van warmtepompen hoe om te gaan
met de veranderende berekeningen aangaande de milieueisen
van een warmtepomp. Het is niet goed duidelijk of de fabrikant
en/of de installateur de instellingen van de warmtepomp
bepaalt. Vaak geeft de fabrikant de standaardinstellingen per
type warmtepomp aan en regelt de installateur het ter plekke in,
afhankelijk van de specifieke situatie.
Het rendement is vervolgens wel afhankelijk van hoe goed de
installatie (warmtepomp en vloerverwarming) is ingeregeld. Dit
rendement zal weer een grondslag zijn voor de berekeningen
aangaande de milieueisen. Kortom: de stelling, het bericht in de
Volkskrant, is voor mij als consument verwarrend. Is het feit of
fictie? Met vele andere bewoners in onze pas opgeleverde nieuwbouwwijk
constateren we dat de tevredenheid nogal verschilt
per installateur en dat er zelfs bij projectbouw grote verschillen
zijn per woning.
Voor de gemiddelde consument zijn de begrippen duurzaam,
milieuvriendelijk, CO2-besparing, energiezuinig of -neutraal allemaal
hetzelfde. Maar CO2-besparing hoeft dus niet samen te
gaan met milieuvriendelijk. Ik sprak een installateur die om die
reden juist niets met warmtepompen te maken wilde hebben; ze
zijn duur, slurpen elektriciteit en werken minder als het vriest.
Er is nog te weinig kennis en ervaring bij zowel de consument als
de installateur om als installateur een gedegen advies te geven.
Een andere installateur pakt het anders aan. Hij installeert wel
warmtepompen, maar met nazorg. Dit zit in de offerte. Echter,
hij zit in een collectief met dertig andere installateurs en zij
hebben het onderhoud honderd procent uitbesteed aan een
apart bedrijf, waarvan dezelfde dertig installateurs ook weer eigenaar
zijn. Bij oplevering van een nieuwe installatie geven zij
gedurende één jaar nazorg om de installatie goed te kunnen
inregelen. Daarna gaat het over naar hun onderhoudsorganisatie.
Door deze organisatievorm ontstaat er een groot ‘lerend
vermogen’ wat nodig is als je innovatief wilt zijn en tevreden
klanten wilt hebben.
Dus twee installateurs en twee totaal verschillende ervaringen
en manieren van aanpak. Je moet het maar weten als consument.
Een
consument/ gebruiker (bewoner van een nieuwbouwwijk
met warmtepomp en warmteterugwinning - WTW)
Uitgangspunt: leren van elkaar
Wij pleiten voor open data en transparante berekeningen, zodat
we kunnen leren en verbeteren. Het bepalen van milieu-impact
kent vele fasen: van grondstof naar materiaal tot product en
uiteindelijk tot een gebouw. Elke fase heeft feiten en aannames.
Via afspraken en normering proberen we zoveel mogelijk
verschillen te verkleinen. Europees hebben we daarvoor
eenzelfde manier om de levenscyclus van een product te bepalen
(EPD).
Ook een gebouw kent meerdere stadia: eenmalige milieuschade
door bouwen of renoveren en doorlopende emissies als gevolg
van onderhoud en gebruik van een pand. Ook hier zijn interpretatieverschillen
bij het berekenen van de totale milieueffecten.
Een complex geheel waarbij berekeningen soms worden vereenvoudigd
om het makkelijker te maken. Hierbij raken het
inzicht en de transparantie op de achtergrond en zijn uitkomsten
lastig tot niet te herleiden (en/of te controleren).
De beste oplossing is leren van elkaar. Van elkaars fouten, maar
ook van elkaar kennis en inzichten. Daarvoor moet je transparant
zijn in je berekening en in je uitgangspunten.
Menno Hartsema, EcoQuaestor – BOUWscoop
00: 35
׉	 7cassandra://O1Tg3fWlbHonbicUuL7QN96mCdq-Jde4NJ6J_ftFWlss` daQ#x :daQ#x 9bבCט   u׉׉	 7cassandra://vI64ftlaj3pqbxXNDkotbcmkWhquVUdienbZc5SaiG4 Aq`׉	 7cassandra://bZWyTNf0bQb2Lqv-nnq2blLVjY1qpab2Rx14dQ3VEDYHO`j׉	 7cassandra://ERRtvBqFAmygA4i9oG-tA60mnZa7nMaxu7Z6KGtcDYIC` ׉	 7cassandra://j6wGPwaPb_xMdiik1zQsTZWra2SPc2TW1yQxetkmgng V	H͠=daX#x ט  u׉׉	 7cassandra://uebF1drjv6UM8Pujj-AyV_X66Zlzso_4mE6do-nFWJA ` ׉	 7cassandra://KYLih04uqGYOmF-fSpLqBr22tHb29eKi8wZiyvQwp8Up`j׉	 7cassandra://SCLMX1wDr0XkVd_-1p02VAYHBOraXtOqNuTMzTZHxPA` ׉	 7cassandra://W6P0n8x6Ywr48SwJahK0_hM0yixJdOF8EJq0nq3RD5E͵x͠=daX#x ׉E&over de auteur
In 2021 Akash Singh graduated from the Delft University of Technology, at the faculty of
Construction Management & Engineering. He conducted his graduation research during his
internship at Rijkswaterstaat with support of his company supervisor, Value Engineer Anand
Ramdien. The title of his thesis is ‘Enhancing Flexibility in Project Scope with the help of Value
Engineering’. This article is a short summary of his thesis and findings. The QR code will direct
you to a YouTube film of Akash about his graduating thesis.
00: 36
׉	 7cassandra://ERRtvBqFAmygA4i9oG-tA60mnZa7nMaxu7Z6KGtcDYIC` daQ#x ;׉E~ENHANCING FLEXIBILITY IN THE PROJECT SCOPE WITH THE HELP OF VALUE ENGINEERING
enhancing flexibility
in the project scope
with the help of
value engineering
Does life always go as planned? Change in life is inevitable, so is the scope of any
project. In project management, scope is the defined features and functions of a
product. In layman language, what is to be built. Traditionally, the scope is usually
based on the preconceived idea which remains unchallenged due to the attempt to
have full predictability over the project scope. However, the unpredictable and
dynamic nature of a project demands for changes in project scope. Consequently,
the question arises about enhancing the flexibility in project scope to incorporate
changes during the development of the scope.
Auteur: Akash Singh - achtergrond over de auteur staat in de kadertekst.
B
ased upon my master’s graduation thesis at TU Delft,
infrastructure projects consist of multiple stakeholders
with different interest which are interdependent. A few of
examples of potential stakeholders are members of a
province, municipalities, shipping associations, environmental
associations, bicycle associations and citizens. However, not often
are the stakeholders brought at the table to discuss their respective
requirements and issues before the development of the scope. At
times, the client may be concerned that entertaining the requirements
of the stakeholders can lead to overruns on the budget.
It was observed during the literature review that the client usually
tends to think about the product to be built rather than the
problem which the product aims to solve. This simply means that
the client has a tendency to leap towards the solution instead of
going to the core need of the project and the stakeholders. This way
of developing the scope leads to ignoring the needs and requirements
of the stakeholders which may lead to hindrance during the
implementation of the scope and limits the flexibility in the project
scope.
A project is a collaborative effort. Most projects are developed by
negotiating and sharing of knowledge with the various stakeholders.
Inadequate management can lead to conflicts and issues
among the stakeholders. Implementing large change events during
the life cycle of the project can be challenging as the stakeholders
are not in the position to negotiate. It is important to be flexible on
the attitude of the stakeholders and to create wiggle room in their
expectations. It is important to bring the stakeholders at the table
together and discuss the issues collectively. With effective communication
one can come up with a negotiated and efficient solution
which will not lead to any issue or friction among the stakeholders.
Hence, flexibility of the project scope is dependent not only on the
hard factors but also on the soft factors like high level of trust, involvement
and collaborative relationship among the stakeholders.
The research commenced with identifying the enablers for enhancing
the flexibility in scope. The three identified enablers were
broad task definition, embrace change and interaction among the
stakeholders. The aim was to investigate the implementation of the
three enablers for enhancing flexibility in project scope. The
barriers for implementation of the enablers were identified from
the literature. The identified barriers were categorised into four
categories as mentioned in the table on the next page.
00: 37
׉	 7cassandra://SCLMX1wDr0XkVd_-1p02VAYHBOraXtOqNuTMzTZHxPA` daQ#x <daQ#x ;bבCט   u׉׉	 7cassandra://KSEYKo03ZfFvUZxUWx-s94Ola7_f5XBEErZm8u3h2dc p` ׉	 7cassandra://VZvNfit6c4FXirxxkMKg2w3iy7RJZXQndbDEl3H0nMoP`j׉	 7cassandra://26QtEhoP7enGUYSNSsY5TzpqKQ9qHztO0gOto7WpSaU` ׉	 7cassandra://9MJvcZup83LnalgUSpN6NPek9mmSkSstJOva2irpBKwe*͠=daX#x ט  u׉׉	 7cassandra://P0hdnPQyWKuqUx6sxfJp-lELN4_NqMa_pAUWav4SUgs s`׉	 7cassandra://Nm4rb1yg9woI6O8FS-HqZzRMlsePKWNv1J8IOOdHvmUN`j׉	 7cassandra://IRKKF-gF8VWPQAt-ytLK04wjT6UxLW-cKmN1LQ7SZR4` ׉	 7cassandra://KaKBHEySxKrcB1T9psjQiP__ndnH7R1DXGsDMK03oWg cJ͠=daX#x נdaX#x  ̷9ׁHmailto:info@meerwerkportaal.nlׁׁЈנdaX#x  ̋9ׁHhttp://meerwerkportaal.nlׁׁЈ׉EENHANCING FLEXIBILITY IN THE PROJECT SCOPE WITH THE HELP OF VALUE ENGINEERING
Organizational
behavior
Stakeholder driven
barriers
Solution oriented
thinking
Limited involvement of
the business owner after
allotting the budget
Limited transparency in
decision making
Risk averse behavior of the
project managers and client
Stakeholder needs
are unknown
Poor communication among
the stakeholders
Self-interest of
the stakeholders
Difference in perception
among the stakeholders
Lack of trust among
the stakeholders
Limited involvement
of the stakeholders
Table: Barriers for enhancing flexibility in project scope.
Limited awareness
Limited awareness of the
enablers
Limited training or coaching
for interpreting the functions
Available preparation
time
Contractual barriers
Policy, standards, interface,
norms, guidelines, laws and
regulations
Contractual limitation
The next phase of the research was the case analysis. Two cases were
investigated in detail and then compared. In the first case, the scope
was developed with limited involvement of the stakeholders. The
stakeholders were not brought together at the table and their interest
were not discussed with the client.
Once the original scope was developed, the stakeholders did not
accept the scope and it could not be implemented. As there was
hindrance from the stakeholders during the implementation of the
original scope, there was a need for redefining the scope together
with the stakeholders.
That is the time Value Engineering (VE) was introduced in the
project for developing the scope of the project with the support of
the stakeholders.
As opposed to the first case, the second case took a proactive approach
as VE was performed at the beginning of the project before the
development of the scope. It was observed that during the VE workshop,
the stakeholders were brought together at the table and their
functional needs were discussed. During this process, all the stakeholders
became aware about each other’s interests. All the interest
were brought together and an efficient scope was mutually developed
with the support of all the stakeholders. The stakeholders were
in a better position to negotiate with each other as they could
understand the interests of one another.
This reflects that performing VE at the initial level will help the
stakeholders to be in a better position to negotiate and come up
with an efficient solution. Not bringing the stakeholders together
during the development of the scope may lead to hindrance during
the implementation of the project scope which will eventually lead
to delays in project.
During the detailed analysis of the two cases, the most common
barrier for enhancing the flexibility of project scope that was observed
in the cases was ‘lack of trust’. As mentioned earlier, VE was
introduced in the two cases at different timepoints. The two cases
were compared to each other which helped to build a relationship
between VE and flexibility in project scope.
The total number of barriers for enhancing flexibility in project
scope experienced by the practitioners in the first case until the VE
was performed was 13. On the other hand, the total number of
barriers experienced by the practitioners in the second case, where
VE was performed from the beginning, was 4 barriers in total. This
reflects that VE has helped to resolve the barriers experienced by
the practitioners in the case where VE was introduced in the project
as a proactive approach.
Overall, it was observed that VE played a supporting role in enhancing
the flexibility of project scope.
00: 38
׉	 7cassandra://26QtEhoP7enGUYSNSsY5TzpqKQ9qHztO0gOto7WpSaU` daQ#x =׉EVDé cloudapplicatie die je meer grip
geeft op jouw meerwerken
Wij geloven in onze software omdat het gebouwd is met de kennis en
ervaring van Cost Engineer en Project Manager Carmen Valk-Struik
Wij weten dat het werkt omdat het gebouwd is met proven technology.
Overtuig jezelf en je organisatie, scan de bovenstaande QR-Code
of neem contact met ons op.
Rapporteer veranderingen in het project
eenvoudig en snel.
Accordeer en controleer het werk
in een helder overzicht.
Bekijk gedurende het proces waar je
staat en wat er gebeurt.
meerwerkportaal.nl | +31(0)78 30 39 830 | info@meerwerkportaal.nl
׉	 7cassandra://IRKKF-gF8VWPQAt-ytLK04wjT6UxLW-cKmN1LQ7SZR4` daQ#x >daQ#x =bבCט   ˁu׉׉	 7cassandra://ic5azlXXqgU3B5byUyGHeZEBuRXzOWpOZ8CIb4TW_5A F`׉	 7cassandra://Dj8f3ZKLrbgCH6EbNmX-0WWHYykxeuPxwgA7ECpnWb4l`h׉	 7cassandra://fnl3mgkzKqRWtree_8mDIxzs_xVDOy1MxsrsJ1SAvdw"Y` ׉	 7cassandra://SuKMiWA-e1hWRooAO48r6tCN7nxA3SvFt7CiH8tEeTQ N͠5daZ#x ׉EOp weg naar waardegedreven
beheer van de openbare ruimte
Investeren in openbare ruimte doe je voor decennia.
Nieuwe en bestaande bruggen, wegen, pleinen
en parken moeten ook aan de eisen van morgen
voldoen. Daarbij is de verbinding tussen beleid
(Sopex -social demands), onderhoud (Opex) en
aanleg (Capex) cruciaal. Royal HaskoningDHV zorgt
dat de verschillende velden elkaars taal spreken en
samenwerken voor optimale waardecreatie.
De complexiteit van de opgave verhoogt de
noodzaak om data te benutten. Denk aan het
kwantificeren van waarden in de openbare ruimte
voor gerichte beleidsvorming, het monitoren en
voorspellen van de veiligheid van assets met behulp
van sensoren en het in 3D visualiseren van deze
inzichten binnen digital twin-omgevingen om een
scherp en reëel beeld van de impact te krijgen.
Het resultaat: een waardegedreven inrichting
van de openbare ruimte die bijdraagt aan een
gezonde samenleving, met verbinding tussen
maatschappelijke impact, investeringen en kosten
voor beheer, onderhoud en renovatie.
Data verzamelen en
vastleggen in de
fysieke leefomgeving
van vandaag
Samenwerking &
Betrokkenheid
belanghebbenden
SOPEX
Resulterend in betere
door data gedreven
beslissingen voor een
duurzame toekomst
OPEX
CAPEX
V
Meer weten? Scan de QR-code,
download de whitepaper en
ontdek hoe wij, samen met u,
waarde centraal stellen bij het
beheer van de openbare ruimte.
V
R
A
N
M
D
N
A
A
G
P
E
R
E
V
S
E
T
E
R
M
E
N
R
O
G
N
A
A
O
G
E
N
׉	 7cassandra://fnl3mgkzKqRWtree_8mDIxzs_xVDOy1MxsrsJ1SAvdw"Y` daQ#x ?׈EdaQ#x @daQ#x ?0)ׁ2ׁ> ׁ3 d  U   %Vakblad Dace - View on Value #14-2023daN璾b