׉?ׁB!בCט  |u׉׉	 7cassandra://BkCC0GhR1L_ziSM996-dtzKt2eBMnOG2AFe2ZRdMYN4 4`׉	 7cassandra://_oUMzeB9d_LVu14jqnq26jMO_wEa49E-1AXTEK85NrQ``S׉	 7cassandra://J5wPnoUjSQeKEIBsup45wEIzt3uBpCfA0QqYNf8flU0 `̵ ׉	 7cassandra://1A9CCjwQQTr7q4d6H3kvirkg4zDbFhJvD1FESRhKC_Q d͠dJ'Μ#x 5נdJ'Ϝ#x 8 ~\9ׁHmailto:info@kvabb.orgׁׁЈ׈EdJ'Μ#x ׉EUW PROFESSIONELE LINK
NAAR DE TOEKOMST!
N I E UW S B R I E F
K VA B B – C R E C C B
KON I NK L I J KE VER EN I G I NG VAN DE AC COUNT ANT S
EN DE B E L A S T I NGADV I S EUR S VAN B E LG I Ë
27 APR I L 2023
NUMMER : 03 . 2023
LEDEN
LIDMAATSCHAP
=
ALLE WEBINARS
GRATIS
LIDGELD: 420 €
ALLE OPLEIDINGEN 2023
Vanaf pagina. 20
K O N I N K L I J K E V E R E N I G I N G V A N
D E A C C O U N T A N T S
E N D E B E L A S T I N G A D V I S E U R S
V A N B E L G I Ë
IN DIT NUMMER
Bischoffsheimlaan 33
1000 BRUSSEL
Maurice Verdoncklaan 57
9050 GENTBRUGGE
Telefoon: +32 900 10 465
E-mail: info@kvabb.org
Voorwoord
Hervorming fiscaal regime auteursrechten en naburige rechten: soware
Hervorming procedureregels BV-vrijstellingen verduidelijkt
Over de onzin van onverjaarbare witwasmisdrijven
Kan de fiscus binnenkort de aanvangsdatum bepalen?
Arekverbod verliezen bij laajdige aangie
Ontbinding schenking gevolgd door nieuwe schenking: geen schenkbelasng
Cumul aanslag geheime commissielonen en toevoeging verdoken meerwinsten
NIEUWSBRIEF KVABB - Nr. 03.2023 - Pag. 1
Pagina 02
Pagina’s 03 - 04
Pagina’s 05 - 07
Pagina’s 08 - 10
Pagina’s 11 - 12
Pagina’s 13 - 15
Pagina’s 16 - 17
Pagina’s 18 - 19
“Uit de laatste versie van de memorie van toelichting blijkt
namelijk dat de wetgever van oordeel is dat de fiscus zelf de
aanvangsdatum van de bijzondere aangiftetermijn zou
kunnen bepalen.” Pagina 11
׉	 7cassandra://J5wPnoUjSQeKEIBsup45wEIzt3uBpCfA0QqYNf8flU0 `̵ dJ'Μ#x dJ'Μ#x |בCט   |u׉׉	 7cassandra://ZbdFh7Ui0nW_6U1AlRNPqkl2AGQ0ycZI4WKYXx4u3U8 u!`׉	 7cassandra://KaE47MJuQev3tTTSveD8n2E3CsOV7cLsOukuw5gxY1Ez`S׉	 7cassandra://S9Ptm9np0E3RQLXPbFxxXZHWzzm2uZ3BGk3civrhtp0"`̵ ׉	 7cassandra://oOo1ixBipHd7-Jnz0phs5Fk33nDgK5PfH-1zqLqMMcs Α͠dJ'Ϝ#x 9ט  |u׉׉	 7cassandra://siGjYK5JJMJ1S4pFfrv4AQJaNl1qLijNd5yPU0x2k9Q `׉	 7cassandra://F1Itse_igqu0MB-pbaql_iO0HtBzBF7vaDq1OoPQJ0s`S׉	 7cassandra://E2XcWsDH3uXxFwXZgzN3e8DvyAFBWJMmiujiGmBk5Iw"`̵ ׉	 7cassandra://xudB_iKawXmFuhvb6KC1wWZX4JiIfNLKgdwS09B-TNk E͠dJ'М#x :נdJ'М#x > '@9ׁHhttp://Parl.StׁׁЈ׉EmC O L O F O N
KVABB - CRECCB
Bischoffsheimlaan 33
1000 BRUSSEL
+32 900 10 465
info@kvabb.org
V.U. Ludo Van den Bossche
Geachte,
De ITAA-verkiezingen zijn achter de rug en de kaarten zijn
opnieuw geschud voor de komende 3 jaar. De KVABB kan
terugblikken op een geslaagde campagne. Naast de funce als
voorzier en ondervoorzier waren er 16 plaatsen beschikbaar
in de Raad. Zoals u wellicht al zal vernomen hebben, is Bart Van
Coile opnieuw verkozen als voorzier. Aan zijn zijde is Vincent
Delvaux verkozen als ondervoorzier.
Wij wensen hen in naam van KVABB van harte te feliciteren.
Tegelijkerjd willen we allen danken, die KVABB hebben
gesteund jdens de verkiezingscampagne.
Van de 16 andere zitjes in de Raad, zijn 4 KVABB-leden
verkozen. Dit is een mooi resultaat. De verkozen leden zijn:
Caroline Meys, Chantal Jadot, Yves Van Weehaeghe en Frédéric
Delrue.
Nu komt het erop aan om construcef samen te werken. Een goede samenwerking vormt
de sleutel tot succes. Ook binnen de Raad zullen de krachten moeten gebundeld worden,
zodat de verkiezingsbeloes gerealiseerd kunnen worden. Een goede samenwerking met
alle parjen is van groot belang om publieke doelstellingen te halen. KVABB hee het
bewijs geleverd dat Franstaligen en Nederlandstaligen goed kunnen samenwerken. Dit hee
ons deze mooie verkiezingsuitslag opgeleverd.
We moeten er ook niet flauw over doen dat het soms lasg is om samen te werken. Iedereen
hee zijn eigen karakter en dat zorgt soms voor spanningen, miscommunicae en/of
misverstanden, zeker als er onderhandeld wordt in een taal dat niet de moedertaal is. Als we
blijven openstaan voor andere zienswijzen en we streven dezelfde doelen na, zouden we in
onze opzet moeten slagen.
Het zou mooi zijn dat alle verkozen leden de kans krijgen om elkaar beter te leren kennen. De
leden van de Raad moeten goed blijven luisteren naar de collega’s en niet uit het oog
verliezen wat er binnen het werkveld speelt.
Het succes kan niet alleen geboekt worden door de 16 verkozenen. Ook het leiderschap
speelt daarin een zeer belangrijke rol. De voorzier en de ondervoorzier moeten hierbij een
deel van de controle uit handen geven en vertrouwen op de kwaliteiten en de movae van
de raadsleden. Het spreekt voor zich dat hierbij persoonlijke doelstellingen aan de kant
moeten geschoven worden!
Wij wensen de Raad een open geest en inspirae toe, om ervoor te zorgen dat het ITAA een
instuut wordt voor iedereen! Een instuut met waarden waar elke cijferberoeper zich
thuis kan voelen, met respect voor ieders mening.
Éen dag na de verkiezingen hebben wij, als beroepsvereniging, onze taak terug opgenomen.
We hebben op een bijeenkomst van de Hoge Raad voor de Middenstand en KMO’s, de
minister van financiën, Vincent Van Peteghem gesproken over de nieuwe fiscale
hervormingen die op tafel liggen. We hebben een aantal relevante vragen kunnen stellen,
om de plannen van de minister beter te kunnen kaderen.
Ik wens iedereen binnen de raad heel veel succes met de moeilijke doch ambieuze taak.
Hopelijk kan de Raad genoeg gewicht in de weegschaal leggen om onze minister van
financiën, Vincent Van Peteghem, te overtuigen om nog een aantal aanpassingen door te
voeren in de nieuwe fiscale hervorming. KVABB zal strijden voor een ‘haalbare’ fiscale
hervorming.
Ludo Van den Bossche
voorzier KVABB-CRECCB
NIEUWSBRIEF KVABB - Nr. 03.2023 - Pag. 2
KVABB
׉	 7cassandra://S9Ptm9np0E3RQLXPbFxxXZHWzzm2uZ3BGk3civrhtp0"`̵ dJ'Μ#x ׉EH
et ontwerp van programmawet voorziet een
hervorming van het fiscaal stelsel voor
auteursrechten en naburige rechten. De bedoeling
daarvan is om het toepassingsgebied van het
belastingregime beter af te lijnen. Binnen het
voorziene wettelijke kader is niet duidelijk of
software nog in aanmerking komt. De minister lijkt
nu aan te geven dat dit niet het geval zou zijn door
een nauwere fiscale definitie van beschermde
“werken” te hanteren.
Huidige fiscale regime
De inkomsten verkregen uit de cessie of de
concessie van auteursrechten en naburige rechten,
alsook van de wettelijke en verplichte licenties,
bedoeld in boek XI van het Wetboek van
Economisch Recht (WER) of in overeenkomstige
bepalingen in het buitenlands recht worden op
vandaag beschouwd als roerende inkomsten
(auteursrechten).
De eerste schijf van inkomsten uit auteursrechten,
namelijk een basisbedrag van 37.500 euro
(geïndexeerd bedrag van 64.070 euro voor het
aanslagjaar 2023), wordt belast tegen een tarief van
15 procent, in plaats van tegen de progressieve
tarieven van toepassing op beroepsinkomsten. Die
belastingheffing gebeurt door inhouding van een
verrekenbare roerende voorheffing van 15 procent
enerzijds en de verplichte aangifte van deze
inkomsten in de personenbelasting anderzijds.
Bovendien wordt de belastingdruk nog verder
verlaagd door de toepassing van een kostenforfait
dat in mindering kan worden gebracht van het
brutobedrag van de betrokken inkomsten. Deze
forfaitaire kosten bedragen 50 procent van de eerste
schijf van 10.000 euro en 25 procent van de tweede
schijf van 10.000,01 tot 20.000 euro (in de praktijk
worden deze bedragen geïndexeerd: 50 procent op
de eerste schijf van 17.090 euro en 25 procent op
de tweede schijf van 17.090,01 tot 34.170 euro voor
het aanslagjaar 2023).
In het zopas gepubliceerde verslag van de
commissie voor Financiën en Begroting (Parl.St.
Kamer 2022-23, nr. 55-3015/014) merkt de minister
(opnieuw) op dat de aanpassingen a priori geen
enkele wijziging met zich meebrengen voor de
toegang tot het regime naargelang van het
uitgeoefende beroep. Volgens de minister moeten
evenwel in elk individueel geval de verschillende
voorwaarden afgetoetst worden, teneinde te
kunnen bepalen of men wel of niet onder het
nieuwe regime valt.
Het ontwerp van programmawet preciseert dat
inkomsten uit de overdracht of de verlening van een
licentie van auteursrechten en naburige rechten, als
bedoeld in boek XI, Titel 5 WER of in analoge
bepalingen van buitenlands recht, als roerende
inkomsten (auteursrechten) kwalificeren. Die
verwijzing naar Titel 5 van boek XI WER is nieuw.
De laatste jaren is dit bijzondere belastingregime in
een toenemend aantal gevallen toegepast, onder
meer in de IT-sector.
Ontwerp van programmawet
Met het ontwerp van programmawet wil de
wetgever het toepassingsgebied van de
belastingregeling zowel materieel als personeel
strikter aflijnen dan in de huidige stand van de
wetgeving.
NIEUWSBRIEF KVABB - Nr. 03.2023 - Pag. 3
׉	 7cassandra://E2XcWsDH3uXxFwXZgzN3e8DvyAFBWJMmiujiGmBk5Iw"`̵ dJ'Μ#x dJ'Μ#x |בCט   |u׉׉	 7cassandra://-Xws4z5w-mikn2rkEeBLS-3VMhuW5vov3319N_mWnCA u` ׉	 7cassandra://pTpLLJ3AxhLj1R5VpV_9ZUg58dHnBG8CxhCKnKGN8DUsz`S׉	 7cassandra://XgxGhM44MxJwgHBk1LJaD1qCvIR-Tot-Fgb17MV-rL4`̵ ׉	 7cassandra://dWdicgEKr5SN4CFu57gYezizt_pA4j9luzHYhHb2o7U ͠dJ'М#x ?ט  |u׉׉	 7cassandra://E950mC8-O1F4QUIEHfDEOGNnCfNDtJv9PDG-H60cb28 `׉	 7cassandra://L8sI6ZkK3Wk_PAWFPnNeUfrXMHtXVW-u8b_u-SD3xyQge`S׉	 7cassandra://uLGRUlJv9wuYLllb7sgBhicllj9UV1lC_FFkUl9X6Ms`̵ ׉	 7cassandra://Kw94uUY4aX51EpLAlFKEppD7MjrjSWN1h8aVksGPr_0Qh͠dJ'ќ#x @׉EPDe specifieke auteursrechtelijke bescherming van
computerprogramma’s is opgenomen in Titel 6 van
boek XI WER.
De in aanmerking komende “werken en prestaties”
worden opgedeeld in (1) “werken van letterkunde of
kunst als bedoeld in artikel XI.165 WER” en (2)
“prestaties van uitvoerende kunstenaars als bedoeld
in artikel XI.205 WER”.
Het zou volgens de minister:
“sterk voorbarig zijn zich over
dergelijke situaties uit te
spreken zonder alle juridische
en feitelijke elementen te
kennen, maar deze analyse zal
uiteraard worden uitgevoerd
door de diensten van de FOD
Financiën op basis van de wet”.
Artikel XI.294 WER bepaalt dat
computerprogramma's, het voorbereidend
materiaal daaronder begrepen, auteursrechtelijk
beschermd en gelijkgesteld worden met werken van
letterkunde in de zin van de Berner Conventie.
In het verslag van de commissie voor Financiën en
Begroting stelt de minister nu: “Gelijkgestelde
‘werken van letterkunde’ worden hier dan ook niet
onder begrepen” en “Zo wordt de in artikel XI.294
vervatte gelijkstelling dus niet meegenomen.”
Ook de redenering dat computerprogramma’s
worden beschermd door Titel 5, voor zover Titel 6
daar niet van afwijkt, verwerpt de minister door te
stellen dat die redenering enkel geldig is in het
kader van het gemeen recht.
“In deze wijkt het fiscaal recht duidelijk af van het
gemeen recht, door een beperkende verwijzing op te
nemen naar Titel 5 van Boek XI WER alsook naar de
specifieke artikelen XI.165 en XI.205.”
Daarmee lijkt de minister auteursrechtelijk
beschermde computerprogramma’s uit te sluiten
van het toepassingsgebied van de belastingregeling.
Over specifieke voorbeelden van het al dan niet in
aanmerking komen van bepaalde werken gecreëerd
door bepaalde beroepscategorieën (verschil tussen
grafisch vormgever en game-ontwikkelaar), neemt
de minister evenwel geen concreet standpunt in.
Het zou volgens de minister:
“sterk voorbarig zijn zich over dergelijke situaties uit
te spreken zonder alle juridische en feitelijke
elementen te kennen, maar deze analyse zal
uiteraard worden uitgevoerd door de diensten van
de FOD Financiën op basis van de wet”.
Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de
wetgever een overgangsregeling voorziet voor
belastingplichtigen die voor aanslagjaar 2023
genoten van het stelsel, maar na de hervorming
uitgesloten zullen worden. Zij zullen in beginsel voor
aanslagjaar 2024 nog kunnen genieten van het oude
stelsel, weliswaar onder de voorwaarde dat de
huidige grensbedragen worden gehalveerd.
De bepalingen inzake de hervorming van fiscaal
regime auteursrechten en naburige rechten zijn
aangenomen in eerste lezing in de commissie voor
Financiën en Begroting. De commissie zal overgaan
tot een tweede lezing van het wetsontwerp.
Auteurs Gauthier Vandenbossche
Kimberley De Plucker
Tiberghien advocaten
NIEUWSBRIEF KVABB - Nr. 03.2023 - Pag. 4
׉	 7cassandra://XgxGhM44MxJwgHBk1LJaD1qCvIR-Tot-Fgb17MV-rL4`̵ dJ'Μ#x ׉E'M
et de wet van 28 maart 2022 zijn de regels
inzake aangifte, sancties en procedure voor
de toepassing van BV-vrijstellingen gewijzigd. In
een circulaire van 16 december 20221 geeft de
administratie nu een eerste commentaar op die
gewijzigde procedureregels. In het bijzonder gaat
het daarbij om de mogelijkheid om een
belastingverhoging op te leggen bij foutieve
toepassing van een BV-vrijstelling en de inkorting
van de termijn voor het indienen van een
bezwaarschrift.
1. Aangifte (vrijstelling doorstorting)
bedrijfsvoorheffing
In bepaalde gevallen kunnen werkgevers genieten
van een gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting
van bedrijfsvoorheffing, zoals voor onderzoek en
ontwikkeling of ploegen- en nachtarbeid.
Het huidige systeem voor de aanvraag van een BVvrijstelling
is als volgt. De schuldenaar van de
bedrijfsvoorheffing dient een eerste aangifte in
waarop hij de belastbare bezoldigingen van alle
werknemers en de ingehouden, normaal
verschuldigde bedrijfsvoorheffing vermeldt.
Daarnaast dient hij een tweede (negatieve) aangifte
in, meestal (maar niet noodzakelijk) gelijktijdig met
de eerste aangifte. Die laatste heeft uitsluitend
betrekking op de bezoldigingen van de werknemers
waarvoor de vrijstelling wordt gevraagd. De tweede
aangifte vermeldt, onder meer, een negatief bedrag
aan bedrijfsvoorheffing die niet hoeft te worden
doorgestort aan de Schatkist.
De werkgever die heeft nagelaten een tweede
aangifte in te dienen (binnen de vijftien dagen na de
maand of het trimester), kan de vrijstelling toch nog
bekomen door de tweede aangifte alsnog in te
dienen vóór 31 augustus van het jaar dat volgt op
het inkomstenjaar (circ. AOIF 48/2009, 3 november
2009).2 Na die periode is een regularisatie van de
bedrijfsvoorheffing enkel mogelijk via een
bezwaarschrift (infra).
NIEUWSBRIEF KVABB - Nr. 03.2023 - Pag. 5
2. Belastingverhoging onjuiste aangifte BVvrijstelling
Naar
aanleiding van een fiscale controle kan blijken
dat de gegevens vermeld in de tweede aangifte
onjuist zijn. Zo kan de werkgever toepassing hebben
gemaakt van een BV-vrijstelling, terwijl de
toepassingsvoorwaarden voor het bekomen van die
vrijstelling niet (volledig) vervuld waren.
Wanneer de administratie met een dergelijke
probleem werd geconfronteerd vóór de
inwerkingtreding van de wet van 28 maart 2022
houdende verlaging van lasten op arbeid, moest zij
terugvallen op het toen voorziene, algemene
wettelijke kader voor belastingverhogingen. Dat
bepaalt dat belastingverhogingen in beginsel
kunnen worden toegepast in drie situaties: bij nietaangifte,
bij laattijdige aangifte of in geval van een
onvolledige of onjuiste aangifte. Een tweede
aangifte die een onjuist bedrag vermeldt, valt onder
dat laatste geval. Maar, de wet voorziet hier dat de
verhogingen enkel kunnen berekend worden op de
verschuldigde belastingen op de niet-aangegeven
inkomsten. In het geval van een onjuiste tweede
aangifte in de bedrijfsvoorheffing is er echter geen
sprake van niet-aangegeven inkomsten. In de
praktijk was het daardoor onmogelijk om in een
dergelijk geval daadwerkelijk een
belastingverhoging toe te passen.
׉	 7cassandra://uLGRUlJv9wuYLllb7sgBhicllj9UV1lC_FFkUl9X6Ms`̵ dJ'Μ#x dJ'Μ#x |בCט   |u׉׉	 7cassandra://dWVnTRWRYuzzZPlgkdRxGbzvIjQRMIO870q23trv4NQ H`׉	 7cassandra://x9q8P5JtuG0odRyu91thOKp4O_MNEyNDRpmuhG5e4HAM,`S׉	 7cassandra://b6CYWQoDGT9bvoDYB9FmEA9meT3dWcwAhoxOgIQeN4M`̵ ׉	 7cassandra://Lm6eOzD0pRhzjochOzj33uCu0Uuj9JLdViesqu4OTA0 }P͠dJ'ќ#x Bט  |u׉׉	 7cassandra://S6cD4JHBnde_tz__Yw1uxcMGL5WtZv_6YEYhL-RalVo 
`׉	 7cassandra://HXZQV5O0joBa_kIBFugG7OcBCZlGnUwdrj6lnAfm3A4?`S׉	 7cassandra://EMigWLxrfw3lGoRFtYNMVdWlOtSwUHwxU-8NNAE4WHon`̵ ׉	 7cassandra://st0MhB3xrpo-7vnfz7RDcaYxx3C5mbQ0FmqgOgIN3Cg r]͠dJ'ќ#x CנdJ'Ҝ#x E 09ׁHhttp://Parl.StׁׁЈ׉EDaarom is een uitdrukkelijke wettelijke basis ingevoerd
om een belastingverhoging op te leggen specifiek
bij een foutieve toepassing van een BVvrijstelling.
Bij een onjuiste aangifte die aanleiding
geeft tot een BV-vrijstelling, wordt de belastingverhoging
berekend op de onjuist aangegeven vrijstelling.
Dit betekent dat de verhoging zal berekend
worden op het bedrag van de ten onrechte gevraagde
– en dus terug te storten – vrijstelling. Er dient in
principe, naargelang de aard en de ernst van de
overtreding, op deze grondslag een percentage te
worden toegepast gaande van 10% tot 200%.
Overtreding te wijten aan omstandigheden
onafhankelijk van
de wil van de belastingschuldige
Overtreding
1e overtreding
2e overtreding
3e overtreding
4e of 5e overtreding
6e of 7e overtreding
Vanaf 8e overtreding
Overtreding gepaard gaande met
valsheid of gebruik van valse
stukken of met omkoping of een
poging tot omkopen van ambtenaren
Een
eerste overtreding zonder ontduikingsopzet
geeft daarbij in principe reeds aanleiding tot een
belastingverhoging van 10%.
zonder ontduikingsopzet:
10%
20%
30%
100%
150%
200%
Nihil
met ontduikingsopzet:
50%
75%
75%
100%
150%
200%
De specifieke schaal van de belastingverhogingen
voor het geval waarin een onjuiste aangifte aanleiding
heeft gegeven tot een BV-vrijstelling, ziet er als
volgt uit (zie artikel 228/1 KB/WIB 92, ingevoegd
door KB 13 september 2022, BS 13 oktober 2022,
inw. 23 oktober 2022):
200%
Die belastingverhoging zal echter geen toepassing
vinden bij een overtreding die te wijten is aan
omstandigheden onafhankelijk van de wil van de
belastingschuldige (t.w. ‘overmacht’).
Daarnaast kan de administratie afzien van het
minimum van 10% belastingverhoging ingeval van
een (eerste) overtreding bij ontstentenis van kwade
trouw. Volgens circulaire 2022/C/116 is er geen
kwade trouw “wanneer de schuldenaar, binnen de
vooropgestelde termijn, spontaan overgaat tot een
regularisatie van zijn situatie (t.t.z. vóór elke
navraag, mondeling of schriftelijk, of voorafgaand
onderzoek van de taxatiediensten), in principe
door middel van een aangifte die de aangifte
verbetert waarop het bedrag van de BV-vrijstelling
vermeld staat”.
NIEUWSBRIEF KVABB - Nr. 03.2023 - Pag. 6
׉	 7cassandra://b6CYWQoDGT9bvoDYB9FmEA9meT3dWcwAhoxOgIQeN4M`̵ dJ'Μ#x ׉E;3. Bezwaarschrift
Zoals vermeld, kan een werkgever die heeft
nagelaten de toepassing van een BV-vrijstelling te
vragen (na 31 augustus van het jaar volgend op het
inkomstenjaar), de bedrijfsvoorheffing regulariseren
door het indienen van een bezwaarschrift (d.i. een
vordering tot teruggave van de voorheffingen).
Voor de wetswijziging van 28 maart 2022 kon dit
bezwaarschrift ingediend worden binnen een
termijn van vijf jaar te rekenen vanaf 1 januari van
het jaar waarvoor de bedrijfsvoorheffing
verschuldigd is.
Sinds 1 juli 2022 moet een dergelijk bezwaarschrift
echter worden ingediend binnen een termijn van
drie jaar vanaf 1 januari van het jaar na het jaar
waarin de bedrijfsvoorheffing verschuldigd was.
Bijvoorbeeld: voor bedrijfsvoorheffing die
verschuldigd was in 2019, beschikt de werkgever
over een termijn voor het indienen van de tweede
aangifte tot 31 augustus 2020. Heeft de werkgever
geen dergelijke aangifte ingediend, kan hij vanaf 1
september 2020 zijn toestand regulariseren door
een bezwaarschrift in te dienen tot 31 december
2022.
Voormelde maatregel ging ook gepaard met een
verlenging van de onderzoeks- en aanslagtermijn
voor de noodzakelijke duur van de behandeling van
de aanvraag door de administratie, zonder dat deze
verlenging langer mag bedragen dan zes maanden,
wanneer de belastingplichtige een vordering tot
teruggave van de voorheffing indient op basis van
een BV-vrijstelling.
Auteurs: Charlotte Meskens en Gauthier
Vandenbossche
1 Circulaire 2022/C/116 betreffende bepaalde gewijzigde artikels op
het vlak van procedure inkomstenbelastingen, 16 december 2022.
2 Tot nu toe werd doorgaans een (beperkt) uitstel toegestaan. De
Koning wordt nu echter gemachtigd om de termijnen voor de tweede
aangifte te bepalen (art. 312 lid 2 WIB 92, ingevoegd bij art. 21 wet
van 28 maart 2022, BS 31 maart 2022, van toepassing op
bezoldigingen die vanaf 1 januari 2023 worden betaald of toegekend).
Daarmee moet een wettelijke grondslag gegeven worden aan
circulaire AOIF 48/2009, 3 november 2009 (Parl.St. Kamer 2021-22,
nr. 55-2522/1).
NIEUWSBRIEF KVABB - Nr. 03.2023 - Pag. 7
׉	 7cassandra://EMigWLxrfw3lGoRFtYNMVdWlOtSwUHwxU-8NNAE4WHon`̵ dJ'Μ#x dJ'Μ#x |בCט   |u׉׉	 7cassandra://NL_KIhbjDUiAD5tG3-7ZsIUtoFOIYBqt-ETT-QQsvgg `׉	 7cassandra://bp1hIbSPMO9WeqHteoY38HJTHqwfAOXlXqKCJM3Bik4k`S׉	 7cassandra://AONxOMt4Co3SFEj43haIc2uSLtKgDeAQ_ABk5Kp5V2s`̵ ׉	 7cassandra://uGnZ3dilFcLJ7YQoeQkM6Hm_JlqxQG1PklkbMnUhtwEͥ	O͠dJ'Ҝ#x Fט  |u׉׉	 7cassandra://9O_iIa2iqz3yaBtVIIn9229MSLgenbMQsJsLP3hDQd8 I`׉	 7cassandra://07XWcvxJSLIi3y4XIJrN6YMLs5-6ZDiSvN2QlfdfpVkh`S׉	 7cassandra://mH4gzOuHmgrXpgYfYUy9v6H3Rg5HG4ZShtjTpSVSC_Y`̵ ׉	 7cassandra://tWHbqzOhOLQf6U68ywDkiUbcEB3MTrn8ZLDPiCiVl04 #t͠dJ'Ӝ#x G׉EI
n ons rechtssysteem heeft elk misdrijf een
houdbaarheidsdatum waarbinnen de
strafvordering moet worden uitgeoefend en
definitief beëindigd. Indien de strafvordering voor
die datum niet definitief kan worden beëindigd
treedt het verval van de strafvordering in wegens
verjaring.
Op het principe van de verjaring wordt een
uitzondering gemaakt voor zeer ernstige misdrijven
zoals oorlogsmisdaden, genocide, misdaden tegen
de mensheid en ernstige seksuele misdrijven tegen
minderjarigen. Voor deze misdrijven verjaart de
strafvordering nooit. Zeer recent werd nog duidelijk
dat de huidige minister van Justitie – met
goedkeuring van de ministerraad – deze
uitzonderingscategorieën wenst uit te breiden tot
‘zeer ernstige feiten van moord en roofmoord die de
bevolking ernstige vrees hebben aangedaan of tot
doel hadden de basisstructuren van het land te
ontwrichten of te vernietigen’ en ‘misdaden die een
land of een internationale organisatie ernstig
kunnen schaden of de overheid of een
internationale organisatie proberen te dwingen tot
het verrichten of het zich onthouden van een
handeling’.
De witwasmisdrijven in het Belgisch Strafwetboek
(art. 505, lid 1, 2° – 3° – 4° Sw.) zijn wanbedrijven en
verjaren – in theorie – na verloop van vijf jaar, te
tellen vanaf de dag dat het misdrijf voltrokken is.
Deze termijn wordt in de praktijk echter in veel
gevallen al snel verdubbeld tot tien jaar (of meer)
door het systeem van de stuiting (en schorsing).
Voor de berekening van de verjaringstermijn en de
houdbaarheidsdatum van een misdrijf, en dus ook
het witwasmisdrijf, is het onderscheid tussen
aflopende (ogenblikkelijke) en voortdurende
(witwas)misdrijven van belang. Bij een
ogenblikkelijk misdrijf dat door één enkel feit op een
bepaald ogenblik is voltrokken, loopt de verjaring
vanaf dat ogenblik. Bij voortdurende misdrijven
bestaande uit een niet onderbroken strafbare
toestand die zich uitstrekt in de tijd, loopt de
verjaringstermijn pas nadat die strafbare toestand
ophoudt te bestaan.
Voor witwasmisdrijven is de situatie sinds 2007 als
volgt:
· Eerste witwasmisdrijf: hybride verjaringsregime
wegens aflopende (kopen, ruilen, ontvangen) en
voortdurende gedragingen (bezitten, bewaren,
beheren)
· Tweede witwasmisdrijf: aflopende gedragingen
(omzetten of overdragen)
· Derde witwasmisdrijf: voortdurende
gedragingen (verhelen of verhullen)
Ogenschijnlijk eenvoudig en meestal ook in grote
lijnen wel aansluitend bij de realiteit. Niettemin
zullen de feitelijke omstandigheden van elke zaak
finaal bepalend zijn. Dit verduidelijkte het Hof van
Cassatie eind 2022 in een opmerkelijk arrest. Het
Hof oordeelde dat de strafrechter een
bankoverschrijving (een duidelijk ogenblikkelijke
handeling) weliswaar ook kan kwalificeren als het
verhelen of verhullen (voortdurend derde
witwasmisdrijf), maar dat daardoor de
onderliggende ogenblikkelijke materiële gedraging
t.o.v. de ‘overschrijver’ niet automatisch
voortdurend wordt. Dat zal voor de ‘overschrijver’
pas het geval zijn als blijkt dat die na de
overschrijving nog over de reële macht beschikte
om het de verberging te laten voortduren. (Cass. 15
november 2022, P.22.0854.N). Hiermee geeft het
Hof van Cassatie aan dat ondanks de voormelde
algemene indeling sinds 2007, finaal de concrete
omstandigheden zullen bepalen of de
witwashandeling aflopend dan wel voortdurend
was.
“Aangezien het witwasmisdrijf begaan wordt
zodra een persoon daden met betrekking tot
het beheer van activa van criminele herkomst
stelt, terwijl hij de delictuele herkomst ervan
kende of moest kennen, houdt dat misdrijf aan
zolang de witgewassen gelden niet in beslag
genomen, teruggegeven of verbeurd verklaard
worden (het misdrijf wordt in zekere zin
onverjaarbaar).”
NIEUWSBRIEF KVABB - Nr. 03.2023 - Pag. 8
׉	 7cassandra://AONxOMt4Co3SFEj43haIc2uSLtKgDeAQ_ABk5Kp5V2s`̵ dJ'Μ#x ׉E|Er is al veel gezegd en geschreven over de
modernisering van ons strafrecht en het
langverwachte Belgisch Strafwetboek 2.0 (inclusief
het boek met de misdrijven), maar als we de
opstellers van de circulerende ontwerpen mogen
geloven zou men ook de witwasmisdrijven –
minstens impliciet – willen toevoegen aan de
categorie van de onverjaarbare zeer ernstige
misdrijven.
Men zou dat echter niet expliciet regelen door de
witwasmisdrijven op te nemen in art. 21bis van de
Voorafgaande Titel van het Wetboek van
Strafvordering, maar in de toelichting bij de
wetsvoorstellen van 24 september 2019 (DOC 55
0417/001) en 12 februari 2020 (DOC 55 1011/001)
stelden de indieners van de voorstellen
onomwonden: “Aangezien het witwasmisdrijf
begaan wordt zodra een persoon daden met
betrekking tot het beheer van activa van criminele
herkomst stelt, terwijl hij de delictuele herkomst
ervan kende of moest
kennen, houdt dat
misdrijf aan zolang de
witgewassen gelden
niet in beslag genomen,
teruggegeven of
verbeurd verklaard
worden (het misdrijf
wordt in zekere zin
onverjaarbaar).”
Deze vaststelling leidde
de indieners tot de
denkpiste om derden in
bepaalde omstandigheden te vrijwaren van
strafrechtelijke vervolging (typevoorbeeld: de
nietsvermoedende erfgenaam die gelden erft)
indien zij gelden hebben ontvangen die volgens de
compliance van de bank, de fiscus, het openbaar
ministerie (of wie dan ook) een beweerdelijk
dubieuze (of zelfs illegale) oorsprong hebben. Deze
derden zou de wetgever in bepaalde
omstandigheden dan niet langer viseren als
witwassers.
Het is de indieners terecht niet ontgaan dat er in de
praktijk door het tijdsverloop geregeld lastige
situaties kunnen ontstaan i.v.m. de duiding van de
herkomst van gelden. Zo is het voor ‘derden’ zonder
uitgebreide onderzoeksmiddelen (i.t.t. politie,
justitie of de fiscale administratie) vaak een lastige
opgave om de herkomst te achterhalen van gelden
die na een lange tijd in hun bezit of onder hun
beheer zijn gekomen.
Professionele dienstverleners allerhande die klanten
bijstaan bij het beheren van historische
buitenlandse (Zwitserse of Luxemburgse) kapitalen
(en inkomsten) worden frequent geconfronteerd
met het verzoek van een klant om hen bij te staan
bij de repatriëring van buitenlandse gelden naar
België. Vanuit AML-compliance perspectief is dit
enkel risicoloos wanneer die klant aan de hand van
stukken tot op de cent kan aantonen dat die
buitenlandse fondsen een legale oorsprong hebben
en steeds het juiste belastingregime hebben
ondergaan. Het behoeft weinig uitleg dat zeer
weinig personen (bijgestaan door professionelen)
deze verpletterende aanvoeringslast zullen kunnen
vervullen voor historische buitenlandse vermogens
die al sinds de vorige eeuw in het buitenland door
meestal vorige
generaties werden
aangehouden.
Het is om die reden
zeker toe te juichen dat
er wordt nagedacht over
alternatieven waarbij
nietsvermoedende
derden (bv. erfgenamen
die nooit betrokken
waren bij het
basismisdrijf) toch
buiten de toepassing
van het strafrecht zouden kunnen blijven als zij de
herkomst van de gelden niet meer kunnen
reconstrueren van gelden die na een lange tijd (bv.
langer dan tien jaar) van in inactiviteit in hun bezit
of onder hun beheer zijn gekomen. Deze periode
van tien jaar is overigens niet toevallig gekozen
aangezien hierboven al werd verduidelijkt dat de
praktische verjaringstermijn van witwasmisdrijven
tien jaar bedraagt.
Nochtans werd deze piste zeer koeltjes onthaald bij
het College van procureurs-generaal en de FOD
Financiën. Zij formuleerden verschillende
tegenargumenten (terug te vinden in de
wetsvoorstellen) tegen het voorgestelde alternatief:
NIEUWSBRIEF KVABB - Nr. 03.2023 - Pag. 9
׉	 7cassandra://mH4gzOuHmgrXpgYfYUy9v6H3Rg5HG4ZShtjTpSVSC_Y`̵ dJ'Μ#x  dJ'Μ#x |בCט   |u׉׉	 7cassandra://Fp8zYy6LpSxLzXrz7LpqwYSib5fe7NuBMElhN6cjeGM :g`׉	 7cassandra://3boH9GqmK6qy5_QFtzWVUggTKYYTG7C6i8xJDVs7zV8W`S׉	 7cassandra://YpZ-IuIrxES8ZlzAMv8otMP67-CRuKj4piBtPCWiPvY`̵ ׉	 7cassandra://yPlXnunHtyADRDeO1QpVE75Z3B9vSkxk9hpVD0ZRMUU ͠dJ'Ӝ#x Jט  |u׉׉	 7cassandra://m-b5eIkfeijpsfgSJnbUDThPUAS-Ak66C6Iy7G-u-oI 0`׉	 7cassandra://ZXCcRQnNNhUQ4uGlXEPA6v5kq9nSgkBDizq2_uVFVNso+`S׉	 7cassandra://C9e0JYw9eCqGm_ZszOYE_raRLYmkQYbflXH4Pl73i6o`̵ ׉	 7cassandra://Od2BqP4_3DQRcausG1jyCxmqmMzxkpotHBuk63ACNkwcI͠dJ'Ԝ#x K׉E· Het zou de druk wegnemen om een bevrijdende
aangifte (lees: eenmalig bevrijdende aangifte bij het
contactpunt regularisaties) te doen;
· Het zou de bewijslast van het openbaar
ministerie ernstig kunnen bemoeilijken of bezwaren
(terwijl het volgens de rechtspraak voldoende is dat
elke legale oorsprong met zekerheid moet kunnen
worden uitgesloten waardoor het OM in de praktijk
vaak een aantal redenen opgeeft waarom er geen
sprake kan zijn van enige legale oorsprong waarna
het aan de verdediging is om – ondanks de vaak
zeer oude herkomst van de fondsen – een poging te
doen om aan te voeren waarom elke legale
oorsprong niet met zekerheid kan worden
uitgesloten);
· De praktijk zou hebben uitgewezen dat
erfgenamen ‘zwarte gelden’ niet zouden aangeven
in de aangifte van nalatenschap (zonder dat deze
praktijk op een of andere manier wordt
verduidelijkt);
· Dankzij de Common Reporting Standards
zouden de fiscus en OM nu vaker automatisch
inlichtingen verwerven omtrent ‘oude
kapitalen’ (het is onduidelijk waarom dit een
tegenargument zou zijn, het zou de derde zelfs
kunnen helpen om de herkomst te reconstrueren);
· Het behoort tot de bevoegdheid van het
openbaar ministerie om de legale oorsprong van de
gelden met zekerheid uit te sluiten en niet aan de
beklaagde (derde) om de illegale herkomst uit te
sluiten. Er bestaat geen verplichting voor de derde
om de legale oorsprong na te gaan (hierdoor gaat
men vlotjes voorbij aan het feit dat bv. de AMLcompliancedienst
omwille van de preventieve
witwaswetgeving wel degelijk deze verplichting zal
opleggen aan de betrokken derde).
Uit de uiteindelijk voorgestelde wetteksten blijkt
echter dat er enkel rekening werd gehouden met de
voornoemde tegenargumenten van de FOD
Financiën en het openbaar ministerie waardoor de
ontsnappingsclausule voor de nietsvermoedende
derde al snel werd begraven zonder de fameuze
tegenargumenten aan een stevig democratisch
debat te onderwerpen.
In plaats van enkel rekening te houden met de
argumenten van deze twee protagonisten vereist dit
een ernstig debat met veel meer stemmen zoals
bepaalde onderworpen entiteiten in de zin van de
Wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het
witwassen van geld en de financiering van
terrorisme en tot beperking van het gebruik van
contanten die met de concrete problemen op het
terrein worden geconfronteerd (bv.
kredietinstellingen, betalingsinstellingen,
vermogensbeheerders, notarissen, accountants,
belastingadviseurs, bedrijfsrevisoren, advocaten, de
Nationale Bank van België, …).
Het mag duidelijk zijn dat er nog heel wat denk- en
puzzelwerk nodig zou zijn geweest (in het bijzonder
omwille van de minimumvereisten van EU-richtlijn
nr. 2018/1673) voor de concrete uitwerking van de
alternatieve piste voor oude historische kapitalen
waarvan de nietsvermoedende derde niet meer
kan reconstrueren wat de juiste oorsprong is.
Het gesneuvelde alternatief was nochtans een
moedig initiatief dat veel te snel de kop werd
ingedrukt door een te eenzijdige benadering van
de witwasproblematiek, die een ernstig en breed
debat verdient.
Auteur: Ruben Van Herpe
Waeterinckx Advocaten Ondernemingsstrafrecht
NIEUWSBRIEF KVABB - Nr. 03.2023 - Pag. 10
׉	 7cassandra://YpZ-IuIrxES8ZlzAMv8otMP67-CRuKj4piBtPCWiPvY`̵ dJ'Μ#x !׉EN
a meer dan een half jaar onderhandelen is de
wet van 20 november 2022 houdende diverse
fiscale en sociale bepalingen eindelijk gepubliceerd in
het Belgisch Staatsblad.1 Ingevolge deze wet krijgt de
fiscus voortaan zéér uitgebreide bevoegdheden, zoals
nieuwe onderzoeks- en aanslagtermijnen (drie, vier,
zes en tien jaar) en het vorderen van dwangsommen
voor de rechter2.
In de laatste versie van de memorie van toelichting bij
voornoemde wet heeft de wetgever echter op sluikse
wijze enkele aanpassingen aangebracht aan artikel
358 van het Wetboek Inkomstenbelastingen 1992
(WIB92) die wij u niet willen onthouden.[3]
Deze wijziging zou immers uw rechten als
belastingplichtige ernstig in het gedrang kunnen
brengen. Uit de laatste versie van de memorie van
toelichting blijkt namelijk dat de wetgever van
oordeel is dat de fiscus zelf de aanvangsdatum van
de bijzondere aangiftetermijn zou kunnen bepalen.
Het blijft echter de vraag of de wetgever deze
wijziging überhaupt kan doorvoeren middels een
loutere interpretatie in de memorie van toelichting,
in plaats van de wet zelf op dit punt te wijzigen.
De zware bewijslast van de fiscus voor de
bijzondere aanslagtermijn
Volgens het huidige artikel 358, §1, 1° WIB92 mag de
fiscus een aanslag vestigen – zelfs buiten de (nieuwe)
gewone aanslagtermijnen – indien een controle of een
onderzoek inzake inkomstenbelastingen uitwijst dat
een belastingplichtige de wetgeving inzake roerende
voorheffing of bedrijfsvoorheffing heeft overtreden, in
de loop van één van de vijf jaren vóór het jaar van de
vaststelling van de inbreuk. De fiscus kan dus tot vijf
jaar voor de vaststelling van de inbreuk teruggaan om
een aanslag te vestigen. Hiervoor heeft de fiscus een
termijn van twaalf maanden vanaf de dag waarop de
bedoelde inbreuk werd vastgesteld.
De fiscus moet hierbij aantonen dat de aanslag tijdig
(aldus binnen deze termijn van twaalf maanden) werd
gevestigd.[4]Men moet m.a.w. het exacte tijdstip van
de vaststelling van de inbreuk bewijzen. Zo zal de
datum aangetoond moeten worden waarop de
uitzonderlijke aanslagtermijn (van 12 maanden) is
ingegaan.[5] De fiscus moet deze aanvangsdatum
bewijzen op een manier die een externe en objectieve
controle door de belastingplichtige en de rechter
toelaat.[6] Indien dit bewijs niet wordt geleverd, is de
aanslag nietig.
Het moge duidelijk zijn dat er tot voor kort een zware
bewijslast op de fiscus lag. De fiscus delfde dan ook
regelmatig het onderspit in dit soort van discussies
voor de hoven en rechtbanken.
Volgens de memorie van toelichting is de datum
van de vaststelling voortaan “de datum van de
eerste schriftelijke communicatie aan de
belastingplichtige waarin kennis is gegeven dat de
verschuldigde roerende voorheffing of
bedrijfsvoorheffing niet, laattijdig, onvolledig of
onjuist is aangegeven, in de loop van één der vijf
jaren vóór het jaar van de vaststelling”.
Fiscus komt tekort, wetgever schiet te hulp?
Middels de memorie van toelichting bij de wet
houdende diverse fiscale en sociale bepalingen heeft
de wetgever hier echter verandering in willen brengen
door een andere interpretatie te geven aan het begrip
vaststelling. Volgens de memorie van toelichting is de
datum van de vaststelling voortaan “de datum van de
eerste schriftelijke communicatie aan de
belastingplichtige waarin kennis is gegeven dat de
verschuldigde roerende voorheffing of
bedrijfsvoorheffing niet, laattijdig, onvolledig of
onjuist is aangegeven, in de loop van één der vijf
jaren vóór het jaar van de vaststelling”.
Hieruit volgt dat niet meer het moment waarop de
fiscus de inbreuk daadwerkelijk heeft vastgesteld,
doch pas het moment waarop zij beslist de eigenlijke
vaststelling (schriftelijk) mee te delen aan de
belastingplichtige, de datum van de vaststelling
uitmaakt. De memorie van toelichting gaat hiermee
een stuk verder dan de eigenlijke, beperkte
aanpassing van de tekst van artikel 358, §1, 1° en §2,
1° WIB92.[7]
NIEUWSBRIEF KVABB - Nr. 03.2023 - Pag. 11
׉	 7cassandra://C9e0JYw9eCqGm_ZszOYE_raRLYmkQYbflXH4Pl73i6o`̵ dJ'Μ#x "dJ'Μ#x !|בCט   |u׉׉	 7cassandra://JvTKMTQEqnvQkG8MisnNxTMFrXfL8S7E7sik42GUVDI `׉	 7cassandra://7sEiOOGTZ94JRrLlPhsmGziIhfd5lGa664xYSzCuKr0_-`S׉	 7cassandra://MODcyVmoPnpUIBoRCnXOsaXALv1edIIS39Rn012MDAE,`̵ ׉	 7cassandra://UICR4i_ljxwcge7U68n2KNAAu4EoVAmwMDKU6Vz3wQM 	R͠dJ'՜#x Mט  |u׉׉	 7cassandra://tkEd_f-MLx5nirpzpx03cP54sDc9h2-E-y1hjpEVUFE `׉	 7cassandra://GkEtinC_NGFfj41gGWbjys1ymdE6CWvv6gYB_FmtM7wi`S׉	 7cassandra://lqgulGl8WBEncmlDEaFzW5rH4sorWktG0hn0YhnC05My`̵ ׉	 7cassandra://9cDIQc5rtvJQ0gXI4HD4lyjrgx-6YVyC82v6wsfEY-E VS͠dJ'՜#x N׉EVDat de nieuwe werkwijze voor de vaststelling van de
aanvangsdatum van de bijzondere aanslagtermijn
slechts in de memorie van toelichting wordt vermeld,
is hoogst opmerkelijk. Niet alleen krijgt de fiscus de
mogelijkheid om het momentum van de aanvang
van de bijzondere aanslagtermijn zelf te bepalen;
daarenboven wordt deze wijziging niet eens via de
wet geregeld. Volgens de wetgever zou een
“interpretatie” van de (beperkt gewijzigde) wet in de
memorie van toelichting blijkbaar volstaan om die
wet te wijzigen!
Deze interpretatie gaat o.i. regelrecht in
tegen een letterlijke lezing alsook de
systematiek van artikel 358 WIB92, dat
beperkend geïnterpreteerd dient te
worden.
De bijzondere aanslagtermijnen van artikel 358
WIB92 vormen namelijk een uitzondering op de
gewone en buitengewone aanslagtermijnen.
Wanneer de normale aanslagtermijnen reeds
verstreken zijn, is het op basis van dit artikel toch nog
mogelijk om een aanslag te vestigen. Als
uitzonderingsbepaling dient artikel 358 WIB92 dus
restrictief te worden geïnterpreteerd.
De “Grote Van Dale” omschrijft het begrip
“vaststellen” als “constateren; als feit waarnemen”.
Men dient dan ook het ogenblik waarop de fiscus de
inbreuk daadwerkelijk vaststelt, als feit waarneemt of
m.a.w. constateert dat er een inbreuk is, in
ogenschouw te nemen. Dit is de logica zelve van
artikel 358
WIB92, zoals
bevestigd door
de vaste
rechtspraak.
Dit kan
logischerwijze
onmogelijk
hetzelfde
moment zijn als
het moment
waarop de fiscus een eerste schriftelijke
communicatie aan de belastingplichtige richt, tenzij in
de uiterst onwaarschijnlijke hypothese dat de fiscus
op dezelfde dag als de eigenlijke vaststelling stante
pede een vraag om inlichtingen of een bericht van
wijziging verstuurt met betrekking tot de vastgestelde
inbreuk. Het moment van vaststelling is namelijk het
moment waarop de fiscus de informatie verkreeg,
ook al werd de belastingplichtige daar nog niet van
ingelicht.
Conclusie: het wapenarsenaal van de fiscus
groeit verder
Het staat buiten kijf dat deze nieuwe “interpretatie”
voor nieuwe betwistingen zal zorgen bij fiscale
controles i.v.m. roerende voorheffing of
bedrijfsvoorheffing. Volgens de wetgever zou de
fiscus middels deze nieuwe “interpretatie” immers de
mogelijkheid hebben om het momentum van de
aanvang van de bijzondere aanslagtermijn zelf te
bepalen. Wij kunnen ons niet van de indruk ontdoen
dat deze nieuwe praktijk misbruik van de fiscus in de
hand zal werken.
Auteurs:
Vincent Vercauteren - Christophe Dillen
Tayfun Anil - Maxim Vermeiren
Tiberghien advocaten
[1] Wet van 20 november 2022 houdende diverse fiscale en financiële
bepalingen, BS 30 november 2022.
[2] Fraude en Internationale (eigen) wetgeving te complex voor
fiscus, dus 10 jaar nodig om te onderzoeken en te taxeren,
Internationaal actief? Fiscus krijgt 10 jaar, zonder meer!, Iedereen
voortaan verdacht van fiscale fraude? Harmonisatie van de
fraudetermijnen inzake inkomstenbelastingen en btw: een geslaagd
opzet?
[3] Parl. St. Kamer 55-2899/001.
[4] A. TIBERGHIEN, Handboek voor Fiscaal Recht 2022-2023,
Mechelen, Kluwer, 2022, 1227; Gent 22 april 1999, FJF n° 99/142.
[5] Antwerpen, 9 september 1991, FJF, No. 91/226; Brussel 3 oktober
1996, FJF, No. 96/269; Antwerpen 3 december 1996, FJF, No.
97/137; Brussel 11 december 1998, FJF, No. 2000/18; Antwerpen 11
april 2000, FJF, No. 2001/109; Antwerpen 27 mei 2003, 1995/FR/429
en Fisc.Koer. 2003/548.
[6] Antwerpen 11 april 2000, FJF, No. 2001/109; Antwerpen 27 mei
2003, 1995/FR/429 en Fisc.Koer. 2003/548.
[7] Zo is voortaan vereist “dat de verschuldigde roerende voorheffing
of bedrijfsvoorheffing niet, laattijdig, onvolledig of onjuist is
aangegeven” in plaats van “dat die belastingplichtige de bepalingen
van dit Wetboek of van ter uitvoering ervan genomen besluiten
inzake roerende voorheffing of bedrijfsvoorheffing heeft overtreden”
en kan de (aanvullende) belasting voortaan worden gevestigd
binnen twaalf maanden te rekenen vanaf de datum “van de in § 1,
1°, bedoelde vaststelling” in plaats van de datum “waarop de in § 1,
1°, bedoelde inbreuk werd vastgesteld”.
NIEUWSBRIEF KVABB - Nr. 03.2023 - Pag. 12
׉	 7cassandra://MODcyVmoPnpUIBoRCnXOsaXALv1edIIS39Rn012MDAE,`̵ dJ'Μ#x #׉ES
edert de belasnghervorming van de
vennootschapsbelasng in 2017 kunnen
verliezen niet langer verrekend worden op het
gedeelte van het belastbaar resultaat dat het
voorwerp uitmaakt van een bericht van wijziging of
een aanslag van ambtswege waarvoor een
belasngverhoging van 10% of meer effecef wordt
toegepast (arkel 207, 7 de lid WIB92, thans arkel
206/3, § 1, laatste lid WIB92). Dit arekverbod is
van toepassing vanaf aanslagjaar 2019 voor de
boekjaren die ten vroegste aanvangen op 1 januari
2018. Deze regel geldt ook voor de andere
arekken voorzien in arkel 207, 7 de lid WIB92
waaronder de dbi-arek, de octrooiarek, de
innovaearek, de investeringsarek, de arek
van de groepsbijdrage bij fiscale consolidae, de
arek van risicokapitaal en de noonele
interestarek.
Zoals reeds in eerdere arkels toegelicht liet de
fiscale prakjk heel wat pijnpunten blijken bij de
concrete toepassingsvoorwaarden van dit
arekverbod. Vooral de drempelvoorwaarde van
de 10% belasngverhoging bleek parten te spelen.
Laajdige aangie en
belasngverhogingen tot 16 juli 2017
Een eerste probleem stelde zich doordat in arkel
444, 1ste lid WIB92 enkel een belasngverhoging
werd voorzien ingeval van niet-aangie, onvolledige
of onjuiste aangie. De vraag rees of een
belasngverhoging ook kon worden toegepast
ingeval van een laajdige aangie. De
Nederlandstalige kamer van het Hof van Cassae
was in zijn arrest van 15 maart 2018 alvast de
mening toegedaan dat op basis van de toenmalige
weekst er geen belasngverhoging kon worden
toegepast bij een laajdige aangie. De Franstalige
kamer bij het Hof van Cassae hee er vreemd
genoeg nadien een andere mening op nagehouden
bij zijn arrest van 3 december 2021.
Wat er ook van zij, de wetgever hee ingegrepen bij
wet van 30 juni 2017 en sedertdien voorziet arkel
444 WIB92 dat een belasngverhoging eveneens bij
een laajdige aangie kan toegepast worden. Deze
wetswijziging is in werking getreden op 17 juli 2017.
Laajdige aangie en
belasngverhogingen van 17 juli 2017 tot 9
juli 2021
Een tweede probleem stelde zich doordat hetzelfde
arkel 444, eerste lid WIB92 in zijn laatste zinsnede
voorzag dat de belasngverhoging wordt toegepast
volgens een schaal waarvan de trappen bij
koninklijk besluit worden vastgesteld en gaande van
10% tot 200% van de belasngen, verschuldigd op
het niet-aangegeven inkomstengedeelte. Deze
weekst maakte dat enkel een schaal van
belasngverhoging kon worden vastgelegd bij
koninklijk besluit ingeval van niet-aangegeven
inkomsten en niet ingeval van laajdige aangien.
Ook hier hee de wetgever ingegrepen en bij wet
van 27 juni 2021 voorzien dat ook de verschuldigde
belasng op het laajdig aangegeven
inkomstengedeelte het voorwerp kan uitmaken van
een belasngverhoging bij Koninklijk Besluit
vastgelegd. Deze wetswijziging is in werking
getreden op 10 juli 2021.
NIEUWSBRIEF KVABB - Nr. 03.2023 - Pag. 13
׉	 7cassandra://lqgulGl8WBEncmlDEaFzW5rH4sorWktG0hn0YhnC05My`̵ dJ'Μ#x $dJ'Μ#x #|בCט   |u׉׉	 7cassandra://xzWW0geH6IsUbKtIWhOlkTyvSzsQkeALL-WxvT6j4rA ` ׉	 7cassandra://CdEUEWIovXdDtIz9RGEFU9VoT0A-Bf_QHw5Qq0-DNJMj`S׉	 7cassandra://jGxvi1NyLkrg_ISPHnJoQtZhznCBSW--wJeH_pGl7BI&`̵ ׉	 7cassandra://CDa-2helzQ57kpJAdjZBIu4EcNDeMNZv3Ef8mvOOd-o͗i͠dJ'֜#x Qט  |u׉׉	 7cassandra://ZE64pafIwiaaMlwGEeZv_F3UT5uf_7EACmy4XFrnpVM `׉	 7cassandra://vIdrv0GgNOkxxChJUOKsmIDnKon65Is4jmiiVWRX49EB`S׉	 7cassandra://GMCUOyNxza1MAONpbo0SRgN2KyMYS3r-t7H7Qh_wqWM1`̵ ׉	 7cassandra://fGCQfs5sQAEIB_6zpSZIDgrrLT-Bdse12IGqCZjbJIg ]͠dJ'֜#x R׉ELaajdige aangie en
belasngverhogingen van 10 juli 2021 tot
24 juli 2022
Er stelde zich vooralsnog een derde probleem
doordat arkel 444 WIB92 enkel vermelde dat de
belasngverhoging werd berekend op de
verschuldigde belasngen met betrekking tot het
niet-aangegeven inkomstengedeelte. Arkel 444
WIB 92 voorzag evenwel niet expliciet hoe de
belasngverhoging moest berekend worden bij een
laajdige aangie. De vraag stelde zich of een
laajdig aangeven inkomen kon gelijkgesteld
worden met een niet-aangegeven inkomen. Uit de
parlementaire voorbereiding van de nieuwe
regelgeving bleek alvast de bedoeling deze nieuwe
regelgeving toe te passen bij een effeceve
verhoging van de belasngbare grondslag na een
werkelijke controle en niet bij een taxae van
aanslag van ambtswege op basis van weliswaar
laajdige aangies zonder enige controle of
rechtzeng.
Ook hier greep de wetgever in bij wet van 5 juli
2022. Sedertdien voorziet arkel 444, eerste lid
WIB92 dat de belasngverhoging van toepassing is
op de belasngen verschuldigd op het nietaangegeven
of laajdig aangegeven
inkomstengedeelte. Deze wetswijziging is in werking
getreden op 25 juli 2022.
Laajdige aangie en
belasngverhogingen vanaf 25 juli 2022 tot
23 oktober 2022
Daarmee waren nog niet alle euvels uit de weg
geruimd. De schaal van belasngverhogingen,
vastgelegd in de arkelen 225 tem 229 van het KB/
WIB voorzagen immers enkel in een schaal van
belasngverhoging bij de niet-aangie en niet bij
laajdige aangies. Weerom greep de wetgever in
en werd de tekst van het KB/WIB op dit punt
bijgestuurd bij arkel 1 van het KB van 13
september 2022. Deze wetswijziging is in werking
getreden op 23 oktober 2022.
Quid met de onwege
belasngverhogingen in het verleden?
De vraag rijst of de opeenvolgende wetswijzigingen
een interpretaef karakter hebben en dus ook
gelden voor het verleden. Mocht dit het geval zijn,
dan zou ook een laajdige aangie in de periode
die voorafgaat aan de inwerkingtreding van de
opeenvolgende wijzigingen, het voorwerp hebben
kunnen uitmaken van belasngverhogingen.
Het hof van beroep van Gent oordeelde in haar
arrest van 11 mei 2021 alvast dat de wetswijziging
van 30 juni 2017 geen interpretaeve wet is. Het
hof verwees hiervoor naar het feit dat een
belasngverhoging een strafrechtelijke aard hee
waardoor de straaarstelling moet bestaan op het
ogenblik van het begaan van de inbreuk. Het Hof
van Cassae oordeelde in dezelfde zin in haar arrest
van 25 september 2020. Met betrekking tot de wet
van 27 juni 2021 was de rechtbank van eerste
aanleg van Antwerpen al evenzeer de mening
toegedaan dat ook deze wetswijziging geen
interpretaeve wet was met verwijzing naar de
parlementaire voorbereiding.
Dit impliceert noch min noch meer dat
belasngverhogingen die in het verleden werden
opgelegd wegens laajdige aangien in nogal wat
gevallen onweg waren. De vraag stelt zich
vervolgens of de fiscale administrae met deze
onweg belasngverhogingen rekening mag
houden bij het bepalen van de rangorde en de
schaal van de latere belasngverhogingen. De
rechtbank van eerste aanleg van Antwerpen was in
haar vonnis van 2 februari 2022 alvast de mening
toegedaan dat onwege belasngverhogingen
wegens laajdige aangien niet mogen
meegerekend worden in de rangorde van
voorgaande overtredingen.
Het arekverbod en het legaliteitsbeginsel
Uit arkel 207 lid 7 WIB92 (thans arkel 206/3, § 1,
laatste lid WIB92) volgt dat het arekverbod slechts
toepasbaar is als een belasngverhoging van
minimum 10% effecef wordt toegepast.
Arkel 444 WIB92 bepaalt evenwel in zijn derde lid
dat bij ontstentenis van kwade trouw, er kan
worden afgezien van het minimum van 10 %
belasngverhoging. Het fiscaal legaliteitsbeginsel,
stevig verankerd in arkel 170 van de Grondwet,
impliceert evenwel dat alle essenële bestanddelen
van een belasngheffing moeten teruggaan op de
NIEUWSBRIEF KVABB - Nr. 03.2023 - Pag. 14
׉	 7cassandra://jGxvi1NyLkrg_ISPHnJoQtZhznCBSW--wJeH_pGl7BI&`̵ dJ'Μ#x %׉Elwet. De invoering van een fiscale maatregel die de
verrekening van verliezen en andere arekposten
weigert, maakt dan ook een voorrecht uit van de
wetgever. Door de samenlezing van arkel 207,
zevende lid WIB92 met arkel 444 WIB92 wordt het
arekverbod van arkel 207, zevende lid WIB92
echter aankelijk gemaakt van een subjecef
criterium, te weten het oordeel van een
controleambtenaar om al dan niet een
belasngverhoging toe te passen in het kader van
feiten die alleen hij kan beoordelen, zij het
weliswaar onder toezicht van een rechter. De
taxaediensten zijn overigens niet verplicht een
aanslag van ambtswege te vesgen bij laajdige
aangien; ook wat dit aspect betre hebben de
taxaediensten een discreonaire bevoegdheid.
Het is dan ook zeer de vraag of deze discreonaire
bevoegdheden van de taxaediensten geen areuk
doet aan het legaliteitsbeginsel.
Het verhaal dat voorafgaat laat blijken dat een
effeceve belasngverhoging van minstens 10% bij
laajdige aangien in heel wat gevallen onweg
is. Dit betekent meteen dat aan de
drempelvoorwaarde van het vroegere arkel 207,
zevende lid WIB92 (thans arkel 206/3, § 1, laatste
lid WIB92) niet is voldaan zodat het arekverbod
van verliezen niet van toepassing kan zijn. Dit
verhaal zal dus zeker nog een vervolg kennen …
NIEUWSBRIEF KVABB - Nr. 03.2023 - Pag. 15
׉	 7cassandra://GMCUOyNxza1MAONpbo0SRgN2KyMYS3r-t7H7Qh_wqWM1`̵ dJ'Μ#x &dJ'Μ#x %|בCט   |u׉׉	 7cassandra://2GJFHK38vXUYUPrcSgUBzEr-vZ8DvYla6Y4o_Ux8Zh8 P`׉	 7cassandra://ieHzDXiVNdz70evCXAXGZP8f_cG2No3cqyiX57u_9_Ya`S׉	 7cassandra://3VT4xTn5h6fnYGjIeOFbH5LW_KnmIfzY6fZLA9o_Be4`̵ ׉	 7cassandra://vddVRBQtNZVIfT8V9aP7AJtkEVdSFduWto_5p5sN0IMV@͠dJ'ל#x Uט  |u׉׉	 7cassandra://UbJxhvtLTWVcTr5C5AxjCdLGp7t29UsnoUgz5fRYOpQ `׉	 7cassandra://rzY6lhIxWwhDCJ0LKtPhY831Pev7YXB0I7AjYwSxIc49R`S׉	 7cassandra://TZcd-nagdnSHPaKD-La9IYiz0mQ2tJGoDDZAmbbnrqs``̵ ׉	 7cassandra://uATHAO8DRGdu63vgqT0O9d7P2Kmq8xZtcN3piAb8D0A͇(͠dJ'ל#x V׉E)In een recente voorafgaande beslissing hee de
Vlaamse Belasngdienst (VLABEL) enigszins
verrassend geoordeeld dat er bij de ontbinding van
een schenking gevolgd door een nieuwe, quasiideneke
schenking geen Vlaamse schenkbelasng
kan worden geheven (voorafgaande beslissing
nummer 22048 van 5 december 2022).
Achtergrond
Een ondernemend echtpaar richt in 2014 een
maatschap op. Ze brengen de aandelen van hun
familiale vennootschap in en verwerven aandelen
van de maatschap. Vervolgens gaan ze over tot
schenking van een deel van hun aandelen van de
maatschap aan hun twee kinderen (in blote
eigendom). Hieraan worden verschillende
modaliteiten gekoppeld, waaronder een
restschenking die bepaalt dat hetgeen overblij bij
het overlijden van één van de begiigden zonder
afstammelingen, zal toekomen aan de andere
begiigde. Deze schenking wordt geregistreerd met
toepassing van het gunstregime voor familiale
vennootschappen (toenmalig arkel 140bis Vlaams
Wetboek Registraerechten), waardoor het 0%tarief
van toepassing is.
In 2021 doet het echtpaar een bijkomende
schenking van aandelen van de maatschap aan de
twee kinderen (opnieuw in blote eigendom). Ook
aan deze schenking worden verschillende
modaliteiten gekoppeld, maar met meer
uitgebreide voorwaarden dan bij de schenking in
2014. Zo wordt er een uitgebreidere restschenking
ten aanzien van de kinderen en de kleinkinderen
opgenomen. Deze schenking wordt ook
geregistreerd met toepassing van het gunstregime
voor familiale vennootschappen (arkel 2.8.6.0.3
Vlaamse Codex Fiscaliteit).
Ontbinding van een schenking gevolgd door
nieuwe schenking
Na de tweede schenking wenst het echtpaar het
volledige geschonken vermogen aan dezelfde
voorwaarden te onderwerpen. Zij willen dat
hetgeen overblij bij een begiigde die zonder
afstammelingen overlijdt, zal toekomen aan de
langstlevende van de begiigden en uiteindelijk aan
hun kleinkinderen. Concreet willen zij de schenking
die in 2014 plaatsvond aan dezelfde modaliteiten
onderwerpen als de schenking die in 2021
plaatsvond.
Om dit te verwezenlijken zal de schenking van 2014
met wederzijdse toestemming van alle parjen
worden ontbonden. Vervolgens zal het echtpaar
overgaan tot een nieuwe schenking van de
aandelen van de maatschap die door de ontbinding
opnieuw in hun vermogen zullen terechtkomen. Zij
dienen een aanvraag tot voorafgaande beslissing in
bij VLABEL om te vernemen of de ontbinding
belasngvrij kan gebeuren en of de herschenking
opnieuw kan gebeuren met toepassing van het
gunstregime voor familiale vennootschappen.
VLABEL: geen schenkbelasng
VLABEL bevesgt dat er naar aanleiding van de
ontbinding van de schenking en de
wederoverdracht van de aandelen aan het
echtpaar, geen schenkbelasng zal worden
geheven. Dit is immers geen schenking.
NIEUWSBRIEF KVABB - Nr. 03.2023 - Pag. 16
׉	 7cassandra://3VT4xTn5h6fnYGjIeOFbH5LW_KnmIfzY6fZLA9o_Be4`̵ dJ'Μ#x '׉E$Ook naar aanleiding van de nieuwe schenking,
waarbij de aandelen van de maatschap opnieuw
zullen worden geschonken, zal volgens VLABEL geen
Vlaamse schenkbelasng worden geheven.
VLABEL is van mening dat er in casu sprake is van
een schenking met dezelfde aard, hetzelfde
voorwerp, dezelfde schenkers en dezelfde
begiigden als de ontbonden schenking, en dat er in
die omstandigheden geen Vlaamse schenkbelasng
kan worden geheven, gelet op het algemeen fiscaal
rechtsbeginsel ‘non bis in idem’. Hierdoor moet
VLABEL zelfs niet beoordelen of het gunsarief voor
familiale vennootschappen van toepassing is.
VLABEL voegt hier ten sloe nog aan toe dat als de
nieuwe schenking (met restschenking) “meer”
omvat dan de oorspronkelijke schenking van 2014,
hetgeen meer wordt geschonken wel zal belast
worden aan de gewone tarieven in de
schenkbelasng.
Toekomstperspecef?
Deze verrassende voorafgaande beslissing opent
nieuwe mogelijkheden om een bestaande
vermogensplanning bij te sturen zonder bijkomende
fiscale kosten.
Hoewel VLABEL als algemene regel lijkt te stellen
dat op een herschenking geen schenkbelasng
verschuldigd is, is het belangrijk om op te merken
dat deze voorafgaande beslissing een schenking
van aandelen tot voorwerp had die wellicht onder
het gunstregime in de schenkbelasng zouden
vallen.
Het is afwachten welke houding VLABEL zal
innemen wanneer de schenking andere goederen
(bv. een effectenportefeuille) die niet onder het
gunstregime vallen tot voorwerp hee.
Het is in ieder geval belangrijk dat de ontbinding
van een schenking, gevolgd door een nieuwe
schenking, al dan niet met gewijzigde voorwaarden,
onder goede begeleiding gebeurt. Dergelijke
vermogensplanning vereist immers maatwerk.
Auteur: Mark DELBOO - Delboo Advocaten
NIEUWSBRIEF KVABB - Nr. 03.2023 - Pag. 17
׉	 7cassandra://TZcd-nagdnSHPaKD-La9IYiz0mQ2tJGoDDZAmbbnrqs``̵ dJ'Μ#x (dJ'Μ#x '|בCט   |u׉׉	 7cassandra://xyQMz5JlMABn-wuRwsFiV7Xsx6XPTiqBnJKQXSyzcB4 `׉	 7cassandra://_K845XUHh7_Vu9Tie9R3OmyqSmM8uJC3TJamiptJTZUj `S׉	 7cassandra://SCVfU3EYld7bfh1QST61TKhjYT5oZGIbQfX30punvgo`̵ ׉	 7cassandra://NezUtQmtY-qMm64zz9cq0-GogM_C-5kDWJQmSrMfF-o TLZ͠dJ'؜#x Yט  |u׉׉	 7cassandra://FHj_GiVxtPndl98rBbQ4xbiPrbO9UG0R7wABWaVuKbc 0C` ׉	 7cassandra://2Qr5hpSfMspWxNjMB0MjWkvKmgA9t7ron1n8_O8vFXwq`S׉	 7cassandra://OrJskAxMNUch1TtmccBzOzN8fqk3URXSlkxnf5EvaWoN`̵ ׉	 7cassandra://2zXZqogvRapfVXMT4YWD4roaBTTqWv6fgu9QE0NtaF4ͺ͠dJ'ٜ#x ZנdJ'ٜ#x \ 9ׁHhttp://www.cazimir.beׁׁЈ׉E	E
r is de laatste maanden al veel inkt gevloeid
over de aanslag geheime commissielonen (zie
bijvoorbeeld onze eerdere arkels: ‘de wetgever zit
niet sl’; ‘a never ending story’; ‘the saga
connues’). Een volgend discussiepunt is de vraag
of een cumul mogelijk is van enerzijds de aanslag
geheime commissielonen op verdoken meerwinsten
en anderzijds de toevoeging van diezelfde verdoken
meerwinsten aan de verworpen uitgaven. Recente
rechtspraak wees deze cumul resoluut af. Een
recente wetswijziging gee deze cumul nu echter
een weelijke basis.
1. De aanslag geheime commissielonen bij
zwarte lonen / zwarte omzet
De aanslag geheime commissielonen is een
afzonderlijke aanslag van in principe 103% (in
sommige gevallen 51,5%) die onder meer wordt
gevesgd op bezoldigingen en voordelen van alle
aard die niet worden verantwoord door individuele
fiches (zwarte lonen). Deze aanslag wordt tevens
toegepast op verdoken meerwinsten die niet onder
de bestanddelen van het vermogen van de
vennootschap worden teruggevonden. Zwarte
omzet met andere woorden.
Zwarte lonen: cumul aanslag + verworpen
uitgaven volgens fiscale Administrae
De betrokken kosten (zwarte lonen) waarop de
aanslag wordt toegepast, blijven in principe wel
arekbaar als beroepskost, tenzij, conform arkel
197 WIB, deze kosten niet voldoen aan de
voorwaarden van arkel 49 WIB. Zwarte lonen zijn
hiervan een voorbeeld: volgens de fiscale
Administrae kan het beroepskarakter niet
aangetoond worden, aangezien de genieter niet
bekend is. Zwarte lonen zijn dus niet arekbaar.
Reden hiervoor is dat het uitbetalen van zwarte
lonen niet voordeliger mag zijn dan wanneer de
regels wel gevolgd worden. Bij gebrek aan nietarekbaarheid
van de zwarte lonen, blij het in
principe voordeliger zwarte lonen uit te betalen…
Zwarte omzet: cumul aanslag + verworpen
uitgaven volgens fiscale Administrae
De fiscale Administrae past sinds enkele jaren
dezelfde redenering toe op zwarte omzet (Com. IB
92 nr. 219/34; Circulaire 2017/C/16 van 4 april 2017
betreffende het toepassingsgebied van de
afzonderlijke aanslag zoals bedoeld in art. 219, WIB
92). Zwarte omzet wordt vermoed de onderneming
verlaten te hebben en moet op die basis
gelijkgesteld worden met zwarte lonen, redeneert
de fiscale Administrae. Ze bevinden zich volgens
de fiscale Administrae niet meer in het vermogen
(‘uitgegeven’), alsook is de fiscale Administrae van
oordeel dat er geen zekerheid is over de
NIEUWSBRIEF KVABB - Nr. 03.2023 - Pag. 18
׉	 7cassandra://SCVfU3EYld7bfh1QST61TKhjYT5oZGIbQfX30punvgo`̵ dJ'Μ#x )׉Ebestemming van deze winsten. Bijgevolg zijn de
voorwaarden van arkel 49 WIB niet voldaan
volgens de fiscale Administrae. Er moet echter een
belangrijke nuance aangebracht worden: in arkel
197 WIB wordt geen melding gemaakt van
verdoken meerwinsten… Kan er dan wel van nietarekbaarheid
sprake zijn?
2. Rechtspraak in voordeel van
belasngplichge
Menig belasngplichge hee deze cumul
aangevochten.
Daar waar bepaalde rechtspraak in het verleden
deze cumul hee aanvaard, is er recente posieve
rechtspraak in het voordeel van de
belasngplichge. Zo hebben het hof van beroep te
Luik en de rechtbanken te Antwerpen en Brugge
geoordeeld dat de simultane toepassing van de
aanslag geheime commissielonen op de verdoken
meerwinsten en de toevoeging ervan aan de
verworpen uitgaven niet mogelijk is. Volgens deze
rechtspraak kan op zwarte omzet enkel maar een
aanslag geheime commissielonen worden
toegepast. Arkel 197 WIB is duidelijk omdat het
arkel de toevoeging aan de verworpen uitgaven
van verdoken meerwinsten niet vermeldt.
3. De fiscale Administrae legt zich niet
neer bij deze rechtspraak
In antwoord op verschillende parlementaire vragen
deelde de Minister van Financiën mee dat de fiscale
Administrae zich niet zou neerleggen bij
voormelde rechtspraak. De Minister is van oordeel
dat de verwijzing naar arkel 49 WIB in arkel 197
WIB wel degelijk ook ‘verdoken meerwinsten’
omvat.
4. Wetgever grijpt ondertussen ook in
Ondertussen werd door de wetgever ingegrepen.
Arkel 197 WIB werd aangepast en er is nu expliciet
de noe ‘verdoken meerwinsten’ toegevoegd. De
fiscale Administrae gaat bijgevolg verder op haar
elan om de cumul toe te passen.
5. Klopt redenering van fiscale
Administrae en wetgever wel?
De fiscale Administrae redeneert dat een zwart
loon uit de belastbare omzet is gehaald door de
arek als beroepskost en opnieuw aan de omzet
NIEUWSBRIEF KVABB - Nr. 03.2023 - Pag. 19
moet toegevoegd worden via een opname in de
verworpen uitgaven (arkel 197 WIB). Als datzelfde
zwarte loon nooit is opgenomen in de boekhouding,
is er formeel nooit een arek geweest. Maar het is
nog steeds uit de belastbare omzet gehaald (omdat
het nooit in de omzet werd opgenomen). Beide
situaes komen op hetzelfde neer, aldus de fiscale
Administrae. Vraag is natuurlijk of deze redenering
klopt. Een verworpen uitgave is een toevoeging van
een afgetrokken uitgave die volgens de wet niet
mocht afgetrokken worden. In casu gaat het niet
om een afgetrokken uitgave die niet mocht
afgetrokken worden, aangezien het gaat om
verdoken meerwinsten / zwarte omzet die niet
werd(en) afgetrokken. Alleen een kost die effecef
werd afgetrokken van het belastbaar resultaat kan
worden toegevoegd aan de verworpen uitgaven.
Er wordt op die manier tevens een disproporoneel
onderscheid gemaakt tussen de hypothese dat de
genieter jdig wordt geïdenficeerd en effecef
belast enerzijds en de hypothese dat de
vennootschap wordt geconfronteerd met een
aanslag geheime commissielonen (die eveneens
niet arekbaar is als beroepskost) en een
toevoeging van de zwarte omzet aan de verworpen
uitgaven anderzijds. Er wordt op die manier volledig
voorbijgegaan aan het vergoedend karakter van de
aanslag geheime commissielonen.
Feit blij natuurlijk dat de wet inmiddels werd
aangepast. Of hiermee de fiscale Administrae het
laken definief naar zich hee getrokken, valt af te
wachten… Mogelijks mengt het Grondweelijk Hof
zich nog in het debat…
Met dank aan:
Cazimir advocaten—www.cazimir.be
Auteur: Dieter MOENS
׉	 7cassandra://OrJskAxMNUch1TtmccBzOzN8fqk3URXSlkxnf5EvaWoN`̵ dJ'Μ#x *dJ'Μ#x )|בCט   |u׉׉	 7cassandra://shryv1Wqq_SOHB3nMrxtf8YZzkOz5GTKIjgVNgbB1WY ш` ׉	 7cassandra://2L35h5APRNWZFBnqJKy4_lCXbzYbwkwSlYIloSPSSikQ`S׉	 7cassandra://0C235AnaEvmDgT5Tajcg1IXSNmhNpLNB3UOha3nkuMY_`̵ ׉	 7cassandra://mdYoUDIB-6XwDJQdnAINIiMKsuALqwMPtQmm8XpB8bḾ+͠dJ'ڜ#x ]ט  |u׉׉	 7cassandra://ELhlIayHWU0w9LzPN0zrqnn9wA9-ETDyKSm0j3XS4mk FO` ׉	 7cassandra://c6VxwbpjkjG4zAMLDRWhOo3wY4jz8XguvgH7Ip6-pmY^`S׉	 7cassandra://Ct9HiCozq4IxCC_PUdUzdR9nv5ptcHOQY6b1grMPvHM`̵ ׉	 7cassandra://Cg4KcUyMNccjNayN-Ba5grgfHek7AglHKcECOBKAuRk͘5f͠dJ'ڜ#x ^׉ELEVENSLANG LEREN!
DATUM OPLEIDING
03.05.2023 Update vennootschapsbelasng AJ 2023 (Gewijzigde datum!)
04.05.2023 De alarmbelprocedure onder het WVV
08.05.2023 Hoe haalt u efficiënt geld uit de vennootschap?
09.05.2023 Update BTW—deel 1
Dagwebinar gesplitst in 2 delen - 09.00u.—12.00u. - Betalend
10.05.2023 Updae BTW—deel 2
Dagwebinar gesplitst in 2 delen - 09.00u.—12.00u. - Betalend
15.05.2023 Fiscale opmalisaes in de personenbelasng
16.05.2023 Anwitwaswegeving van A-Z
17.05.2023 Overdracht van ondernemingen
22.05.2023 Hoe bepaal ik de waarde van mijn accountantskantoor met zicht op overname?
23.05.2023 Update personenbelasng AJ 2023
25.05.2023 Update personenbelasng AJ 2023
26.05.2023 Update personenbelasng AJ 2023
DAGWEBINAR - 10.00u.—17.00u. - Betalend
30.05.2023 Intervisie & Actualia
LIANTIS HASSELT—Maastrichtersteenweg 254—3500 HASSELT
30.05.2023 Update personenbelasng AJ 2023
31.05.2023 Update personenbelasng AJ2023
FYSIEK DAGSEMINARIE—10.00u.—17.00u. - Betalend
VOKA GEEL—Kleinhoefstraat 9 –2440 GEEL
05.06.2023 Update vennootschapsbelasng AJ2023
FYSIEK DAGSEMINARIE—10.00u.—17.00u. - Betalend
VOKA GEEL—Kleinhoefstraat 9 –2440 GEEL
SPREKER
Yves VERDINGH
Dominique DE MAREZ
Roel VAN HEMELEN
Jurgen OPREEL
Jurgen OPREEL
Pieter DEBBAUT
Frank HAEMERS
Yves VERDINGH
Donald VANDENBERGHE
Jos LEROY
Filip VANDENBERGHE
Maurice DE MEY
Jef WELLENS
Ben PEETERS
Pieter DEBBAUT
Jef WELLENS
Yves VERDINGH
NIEUWSBRIEF KVABB - Nr. 03.2023 - Pag. 20
׉	 7cassandra://0C235AnaEvmDgT5Tajcg1IXSNmhNpLNB3UOha3nkuMY_`̵ dJ'Μ#x +׉E\DATUM OPLEIDING
SPREKER
08.06.2023 Update vennootschapsbelasng AJ 2023 - deel 1
Dagwebinar gesplitst in 2 delen - 09.00u.—12.00u. - Betalend
09.06.2023 Update vennootschapsbelasng AJ 2023 - deel 2
Dagwebinar gesplitst in 2 delen - 09.00u. - 12.00u. - Betalend
12.06.2023 Update personenbelasng AJ 2023
FYSIEK DAGSEMINARIE - 10.00Uu. - 17.00u. - Betalend
VAN DER VALK - Luitenant Lippenslaan 66 - 2140 BORGERHOUT
13.06.2023 Update personenbelasng AJ 2023
Dagwebinar- 10.00 - 17.00u. - Betalend
19.06.2023 ITAA kwaliteitstoetsing en –controle: op weg om de kwaliteitsnorm te halen
20.06.2023 Overzicht administraeve, boekhoudkundige en fiscale verplichngen van een vzw
22.06.2023 Actualiteit: 80% regel: nieuwe circulaire
26.06.2023 BTW en onroerend goed. Waar zien de addertjes onder het gras?
27.06.2023 Hebben VOF en Commanditaire Vennootschap nog zin na het WVV?
04.09.2023 Omvorming van CVBA of BVBA naar BV: het is vijf vóór twaalf!
05.09.2023 Successieplanning: ‘De in-extremisplanning’ - als de jd het leven inhaalt
12.09.2023 Professioneel onderhandelen met de fiscus
26.09.2023 Hoe de inbreng van een handelsfonds of éénmanszaak in een vennootschap opmaliseren?
26.09.2023
Intervisie & Actualia
LIANTIS HASSELT - Maastrichtersteenweg 254 - 3500 HASSELT
26.09.2023 Zelfstandige of vennootschap: de fiscale spelregels
27.09.2023 Sociale voordelen, voordelen van alle aard, aanslag geheime commissielonen
28.09.2023 Factureren van de management– aan de werkvennootschap
03.10.2023 BTW-perikelen en BTW-toepassing bij omzet buiten België
23.10.2023 Fiscaliteit van het privévermogen onder het vergrootglas
24.10.2023 Wat weet de fiscus over uw vermogen?
25.10.2023 De aansprakelijkheid van de accountant
Yves VERDINGH
Yves VERDINGH
Jef WELLENS
Jef WELLENS
Rolf DECLERCK
Steven MATHEÏ
Gerrit VAN DAELE
Jurgen OPREEL
Patrick VALCKX
Patrick HUYBRECHTS
Mark DELBOO
Theo DE BEIR
Patrick HUYBRECHTS
Ben PEETERS
Roel VAN HEMELEN
Yves VERDINGH
Donald VANDENBERGHE
Jurgen OPREEL
Jurgen OPREEL
Ferenc BALLEGEER
Vincent VERCAUTEREN
Elke DE LEEUW
Jan TUERLINCKX
NIEUWSBRIEF KVABB - Nr. 03.2023 - Pag. 21
׉	 7cassandra://Ct9HiCozq4IxCC_PUdUzdR9nv5ptcHOQY6b1grMPvHM`̵ dJ'Μ#x ,dJ'Μ#x +|בCט   |u׉׉	 7cassandra://mh2Q4ce81Pn0u2jzB8JQsjrkdU1Yjz3OvNmYYIurUgE D%` ׉	 7cassandra://o-bO_jwNMm_DlxP8BoFQohoiaGPZG3Hawm9MuLxl-NMF`S׉	 7cassandra://-jHBrdjqXqyekLOsXM5jyEwESTSg1AijVKR5SvTemFQD`̵ ׉	 7cassandra://97UU11Jiuvj87qemr_y-HKTMChLqrx1HOQwD6z6jdfc̀1.͠dJ'ۜ#x `ט  |u׉׉	 7cassandra://FmWeLyWDM69Kdrm6gbqwmEWIPvtwhTNfHdK3d61xwds b`׉	 7cassandra://QHS04xeYDBCDb93-fgnwkiKG5-a14Ey3qa3yHeJdcP8D`S׉	 7cassandra://2XGVxZRuF4V5FVFAISuvW0m6wN2Uer4tfkBPLHJpHb8|`̵ ׉	 7cassandra://6Ce6mWPTArESI3B-cb3WUaVWX0cRS3wcwgoXzou7hYUl/͠dJ'ܜ#x c׉EDATUM OPLEIDING
SPREKER
26.10.2023 Balans– en Cash-Flow-analyse. Hou het schip op koers!
06.11.2023 BTW bij de zorgberoepen
07.11.2023 Update BTW
14.11.2023 Belangrijke wijzigingen in het burgerlijk wetboek
23.11.2023 Moeilijke en speciale boekingen
27.11.2023 Update internaonale fiscaliteit
28.11.2023 Intervisie & Actualia
Fysiek seminarie - VOKA Geel—Kleinhoefstraat 9—2440 GEEL
28.11.2023 ITAA-kwaliteitstoetsing en controle: op weg om de kwaliteitsnorm te halen
28.11.2023 Ontbinding en vereffening van een vzw
30.11.2023 Beleggen via vennootschappen
04.12.2023 Auteursrechten anno 2023: impact van de nieuwe wetgeving
11.12.2023 Hoe de pijnpunten vermijden bij het ter beschikking stellen van vastgoed aan bedrijfsleiders
12.12.2023
Sociale wetgeving - Actualiteit
19.12.2023 Fiscale behandeling van inkomsten uit cryptomunten
19.12.2023 Intervisie & Actualia
Fysiek seminarie - VOKA Geel—Kleinhoefstraat 9—2440 GEEL
21.12.2023 Handel in accijnsgoederen
Serge PATTYN
Frank BORGER
Jurgen OPREEL
Pieter VERHERSTRAETEN
Patrick HUYBRECHTS
Vincent VERCAUTEREN
Ben PEETERS
Rolf DECLERCK
Steven MATHEÏ
Yves VERDINGH
Steven VANDEN BERGHE
Philippe SALENS
Jos MEYEN
Steven VANDEN BERGHE
Ben PEETERS
Jurgen OPREEL
NIEUWSBRIEF KVABB - Nr. 03.2023 - Pag. 22
׉	 7cassandra://-jHBrdjqXqyekLOsXM5jyEwESTSg1AijVKR5SvTemFQD`̵ dJ'Μ#x -׉EbUITGELICHT
DATUM OPLEIDING
30.05.2023 Intervisie & Actualia
LIANTIS HASSELT - Maastrichtersteenweg 254 - 3500 HASSELT
31.05.2023 Update personenbelasng AJ 2023
VOKA GEEL - Kleinhoefstraat 9 - 2440 GEEL
05.06.2023 Update vennootschapsbelasng AJ 2023
VOKA GEEL—KLeinhoefstraat 9 - 2440 GEEL
12.06.2023 Update personenbelasng AJ 2023
VAN DER VALK - Luitenant Lippenslaan 66 - 2140 BORGERHOUT
26.09.2023 Intervisie & Actualia
LIANTIS HASSELT - Maastrichtersteenweg 254 - 3500 HASSELT
28.11.2023 Intervisie & Actualia
LIANTIS HASSELT - Maastrichtersteenweg 254 - 3500 HASSELT
19.12.2023 Intervisie & Actualia
VOKA GEEL - Kleinhoefstraat 9 - 2440 GEEL
SPREKER
Ben PEETERS
Jef WELLENS
Yves VERDINGH
Jef WELLENS
Ben PEETERS
Ben PEETERS
Ben PEETERS
AVONDOPLEIDINGEN: 19.00u. - 22.00u. — DAGOPLEIDINGEN: 10.00u - 17.00u.
NIEUWSBRIEF KVABB - Nr. 03.2023 - Pag. 23
׉	 7cassandra://2XGVxZRuF4V5FVFAISuvW0m6wN2Uer4tfkBPLHJpHb8|`̵ dJ'Μ#x .dJ'Μ#x -|בCט   |u׉׉	 7cassandra://LfQN9L18wX1UAPBAiMq6bk81-DVVJ5WJB1cev-N4TnI `׉	 7cassandra://3LJsE7udbJyevQj58yVxw5CsbZYxCb0hXedpHZeEx3Ehf`S׉	 7cassandra://HKCGFrr4nmO9m7Cn0vXdRqfIYJ0kCXvXRPeFNIE0EEY`̵ ׉	 7cassandra://tVkE0exOX-W20tUG77nAiCCl7_5Be6ZmID9SJCX5L48ͬ.&͠dJ'ݜ#x eט  |u׉׉	 7cassandra://oluxHBzUpmYlOqXR10TxRuQqQ9mS4cPuTuxucPvabwc *`׉	 7cassandra://pCX1qp3tKv6qXsfy4DRRX9zm17qQkT9MBqQqaRy6Cl0Q`S׉	 7cassandra://Eqo3wOMw1iEaY8HGFYsBKpI0_Bin8AbUfIOb9byz_bw_`̵ ׉	 7cassandra://juVjGPmE4DuosEgNYOlhF79bVlrDOBdkzd8NTWH5qsU62͠dJ'ݜ#x fנdJ'ݜ#x k "	9ׁH  http://www.vlaio.be/nl/subsidiesׁׁЈנdJ'ݜ#x j "9ׁHhttp://www.kmo-portefeuille.beׁׁЈ׉E
OPLEIDINGSREEKSEN VOOR ITAASTAGIAIRS
TER VOORBEREIDING VAN HET
ITAA-BEKWAAMHEIDSEXAMEN
DATUM OPLEIDING
26.01.2023 Opleiding stagiairs (1): Vennootschapsbelasng
02.02.2023 Opleiding stagiairs (2): Personenbelasng
09.02.2023 Opleiding stagiairs (3): Vennootschapsrecht & Verenigingsrecht
16.02.2023 Opleiding stagiairs (4): Fiscale procedure
23.02.2023 Opleiding stagiairs (5): Deontologie & Anwitwaswetgeving
02.03.2023 Opleiding stagiairs (6): BTW (Belasng over de Toegevoegde Waarde)
09.03.2023 Opleiding stagiairs (7): Bijzondere (weelijke) opdrachten voor de accountant
16.03.2023 Opleiding stagiairs (8): Boekhouden, jaarrekening en gebruik Wetboek (1)
22.03.2023 Opleiding stagiairs (9): Boekhouden, jaarrekening en gebruik Wetboek (2)
23.03.2023 Opleiding stagiairs (10): Boekhouden, jaarrekening en gebruik Wetboek (3)
29.03.2023 Opleiding stagiairs (11): Reorganisae van vennootschappen (algemene beginselen)
30.03.2023 Opleiding stagiairs (12): Fiscaal recht (algemene beginselen)
DATUM OPLEIDING
07.09.2023 Opleiding stagiairs (1): Vennootschapsbelasng
14.09.2023 Opleiding stagiairs (2): Personenbelasng
21.09.2023 Opleiding stagiairs (3): Vennootschapsrecht & Verenigingsrecht
28.09.2023 Opleiding stagiairs (4): Fiscale procedure
04.10.2023 Opleiding stagiairs (5): Deontologie & Anwitwaswetgeving
05.10.2023 Opleiding stagiairs (6): BTW (Belasng over de Toegevoegde Waarde)
11.10.2023 Opleiding stagiairs (7): Bijzondere (weelijke) opdrachten voor de accountant
12.10.2023 Opleiding stagiairs (8): Boekhouden, jaarrekening en gebruik Wetboek (1)
18.10.2023 Opleiding stagiairs (9): Boekhouden, jaarrekening en gebruik Wetboek (2)
19.10.2023 Opleiding stagiairs (10): Boekhouden, jaarrekening en gebruik Wetboek (3)
25.10.2023 Opleiding stagiairs (11): Reorganisae van vennootschappen (algemene beginselen)
26.10.2023 Opleiding stagiairs (12): Fiscaal recht (algemene beginselen)
SPREKER
Yves VERDINGH
Maurice DE MEY
Hans DE WULF
Frank VANBIERVLIET
Frank HAEMERS
Jurgen OPREEL
Gislenus BATS
Yves VAN WEEHAEGHE
Yves VAN WEEHAEGHE
Yves VAN WEEHAEGHE
Yves VERDINGH
Luc DE MEYERE
Leen DE VRIESE
SPREKER
Yves VERDINGH
Maurice DE MEY
Hans DE WULF
Frank VANBIERVLIET
Frank HAEMERS
Jurgen OPREEL
Gislenus BATS
Yves VAN WEEHAEGHE
Yves VAN WEEHAEGHE
Yves VAN WEEHAEGHE
Yves VERDINGH
Luc DE MEYERE
Leen DE VRIESE
1 webinar: 80 euro - Reeks van 12 webinars: 960 euro. Er kan gewerkt worden met de KMOportefeuille:
(DV.O216803)
Word stagiair-lid bij KVABB voor slechts 40 euro en geniet mee van alle voordelen!
NIEUWSBRIEF KVABB - Nr. 03.2023 - Pag. 24
׉	 7cassandra://HKCGFrr4nmO9m7Cn0vXdRqfIYJ0kCXvXRPeFNIE0EEY`̵ dJ'Μ#x /׉ED
e KMO-portefeuille
De kmo-portefeuille is een
laagdrempelige en interaceve webtoepassing
waarlangs ondernemers jaarlijks tot 7.500 euro
subsidies kunnen bekomen van de Vlaamse
overheid voor ondersteuning in hun processen van ondernemen, innoveren en internaonaliseren.
KVABB is erkend dienstverlener
KVABB is erkend diensterlener voor kmo-portefeuille voor de pijler Opleiding met als registraenummer
DV.O216803. Dit betekent dat uw onderneming subsidies kan aanvragen voor seminaries die u of uw
personeel volgt bij KVABB. Voor het domein opleiding geldt dat een opleiding gesubsidieerd kan worden
indien zij uitsluitend of hoofdzakelijk gericht is op het verbeteren van het huidige of het toekomsge
bedrijfsfunconeren van de onderneming, en dat zij gericht is op de kernprocessen van de onderneming. De
opleiding draagt bij tot de versterking, groei of transformae van de onderneming in Vlaanderen en is enkel
bedoeld voor de werknemers die tewerkgesteld zijn in een vesging, gelegen in het Vlaams gewest. U kan
opleidingen laten subsidiëren uit het toekomstgericht thema: Financiële geleerdheid: financiële en
boekhoudkundige kennis die nodig is om een onderneming succesvol te beheren. U kan GEEN subsidies
ontvangen voor de factuur van het lidgeld van de KVABB.
Subsidies
Hoeveel subsidie kunt u ontvangen? Kleine ondernemingen genieten 30 % steun, een middelgrote
onderneming 20 % steun. Het minimum steunaanvraagbedrag is 100 euro. Het maximale steunplafond is
vastgelegd op 7.500 euro steun per kalenderjaar.
Subsidieaanvraagprocedure
U kunt gebruik maken van de applicae op de website van Agentschap Ondernemen van de Vlaamse
Overheid:
hp://www.kmo-portefeuille.be
hps://www.vlaio.be/nl/subsidies-financiering/kmo-portefeuille
NIEUWSBRIEF KVABB - Nr. 03.2023 - Pag. 25
׉	 7cassandra://Eqo3wOMw1iEaY8HGFYsBKpI0_Bin8AbUfIOb9byz_bw_`̵ dJ'Μ#x 0dJ'Μ#x /|בCט   |u׉׉	 7cassandra://BFX8LragwI-YQk6VgicYahGeYjpJYSY00oZOHbERgzQ 7`׉	 7cassandra://u-R2kWKcwtbVFSXUfSvBlClT0MqUxbs1Ic4LdXuC0EgR`S׉	 7cassandra://cjtQ_bHnbfyLusx5H2P9YfWY8TFaCqrDzGEbjPgablM`̵ ׉	 7cassandra://Uu6qu_-JAf97JFpli67JfyTKi03xOTqX8KRouaaxcwg 4v͠dJ'ݜ#x iט  |u׉׉	 7cassandra://_GBTi6CEnzTC-9tqRgMGxh-p0iw-IERTspxuFB5_4nk `׉	 7cassandra://h2h8fh1MkA2XTj6Yy9WitN4JCMrQc_G3XVBAAJGIPtw^`S׉	 7cassandra://XSk9aCTsr1qYyhsRdrdZWRJFT8PJPmCPA7HZTaegYh4`̵ ׉	 7cassandra://VZM0_NKBtcl1IrJI088xynTR2cDGqBBmNQho2gKiZZ0 ͠dJ'ޜ#x lנdJ'ޜ#x p nŁ́9ׁHmailto:bib@kvabb.orgׁׁЈנdJ'ޜ#x o 9ׁH  http://bib.kvabb.org/nl/registerׁׁЈנdJ'ޜ#x n "݁̴9ׁHhttp://bib.kvabb.orgׁׁЈ׉E *NIEUWSBRIEF KVABB - Nr. 03.2023 - Pag. 26
׉	 7cassandra://cjtQ_bHnbfyLusx5H2P9YfWY8TFaCqrDzGEbjPgablM`̵ dJ'Μ#x 1׉EJ
arenlang staat KVABB – CRECCB erom bekend kwaliteitsvolle seminaries in te richten. Dat is tot heden
helemaal niet veranderd. Wat wel veranderd is, is de manier van kennis opdoen. Door de coronapandemie
is de volledige digitale wereld in een stroomversnelling geraakt. Webinars zijn ons alom bekend
en we volgen de opleidingen met zijn allen DIGITAAL. En toch is dit onvoldoende om de volledige markt te
bedekken. Meer en meer kreeg KVABB de vraag om webinars uitgesteld te bekijken of om de opname van
de webinars te kunnen (her)bekijken.
KVABB hee een plaorm gecreëerd, waar het mogelijk wordt om toegang te krijgen tot de opgenomen
webinars. Maar u zal er ook de syllabi terugvinden, net als gras arkels en de nieuwsbrieven. KVABB
hee geïnvesteerd in de digitale wereld, en hoopt op deze manier om de digitale snelweg te kunnen
volgen.
Deze nieuwe applicae hebben we gedoopt tot
digitale bibliotheek, kortom de KVABB-Bibliotheek
of de KVABB-Bib
Om te kunnen voldoen aan ieders vraag, staan er op
de Bib zowel audio-fragmenten als videobeelden, net
alsof u de webinar live zou volgen. Ook de syllabi
krijgen een plaatsje in de bibliotheek. De digitale
bibliotheek is te benaderen vanaf:
hps://bib.kvabb.org
Eenmaal geregistreerd op de bib, zal u zien dat
bepaalde arkels gras zijn, andere betalend (via een ‘credits’-systeem).
KVABB doet iets extra voor haar leden: elk betalend lid (420.00 euro lidgeld) krijgt 250 credits gras bij de
betaling van zijn/haar lidgeld.
Arkel
Syllabus
Audio
Video
# Credits KVABB-leden
20 credits
30 credits
40 credits
# Credits Niet-leden
20 credits
45 credits
65 credits
Registreer u snel: hps://bib.kvabb.org/nl/register
Eenmaal u geregistreerd bent, wordt uw account geverifieerd. Pas na verificae, zal u ten volle kunnen
genieten van de bib. Zo krijgt u, na verificae, als lid de lagere tarieven te zien.
De webinars die u volgt via de Bib van KVABB, komen ook in aanmerking voor een aest permanente
vorming, op voorwaarde dat u de controlepunten en de afsluitende toets afwerkt.
Hee u vragen in verband met de nieuwe applicae? Contacteer ons op bib@kvabb.org.
We wensen u veel plezier met het documentaecentrum De KVABB-Bibliotheek.
NIEUWSBRIEF KVABB - Nr. 03.2023 - Pag. 27
׉	 7cassandra://XSk9aCTsr1qYyhsRdrdZWRJFT8PJPmCPA7HZTaegYh4`̵ dJ'Μ#x 2dJ'Μ#x 1|בCט   |u׉׉	 7cassandra://4cVAgoVTciAZ3DGht-vBVqj0DU7WVEy_j6SnZ2yqSGo ``׉	 7cassandra://DN1J-1P5aJTWBEqkZtQx_QZi09rLZvvpGkdD2QaNe6kEa`S׉	 7cassandra://4WGvjoZi9iPYInxijtB_MUCLVsfH5WVuc8-FMBTFUTE`̵ ׉	 7cassandra://GHEUqHP-jZ8oNwPewnEJaCzIrXJuXXHzESavBSv2WjI `(V͠dJ'ޜ#x qנdJ'ޜ#x x d9ׁHmailto:info@kvabb.orgׁׁЈנdJ'ޜ#x w d9ׁHmailto:info@kvabb.orgׁׁЈנdJ'ޜ#x v I̉9ׁHhttp://pxhere.comׁׁЈנdJ'ޜ#x u }̿9ׁHhttp://www.unsplash.comׁׁЈנdJ'ޜ#x t 8̸9ׁHhttp://www.pixabay.comׁׁЈנdJ'ޜ#x s }̮9ׁHhttp://www.pexels.comׁׁЈ׉EWAT
LEDEN
Lidgeld Periode 01.01.2023—31.12.2023
Lidegeld voor personeel (Niet-ITAA-leden)
Avondseminarie (3 u. vorming)
Avondwebinar (3 u. vorming)
Dagseminarie (6 u. vorming)
Fysiek seminarie of webinar
Opleidingen stagiaires ter
voorbereiding van het ITAA-examen
Niet-annulaekost avondseminarie
Laajdige annulae avondseminarie
Niet-annulaekost dagseminarie
Laajdige annulae dagseminarie
420 euro
210 euro
Gras
125 euro
80 euro
30 euro
125 euro
STAGIAIR-LEDEN NIET-LEDEN
40 euro
-
35 euro
125 euro
80 euro
30 euro
125 euro
-
-
125 euro
300 euro
80 euro
30 euro
300 euro
CONTACT
V.U. KVABB - CRECCB - Ludo Van den Bossche
Foto’s: hps://www.pexels.com - hps://www.pixabay.com
hps://www.unsplash.com - hps://pxhere.com
KVABB - Bischoffsheimlaan 33 - 1000 BRUSSEL
0900 10 465 - info@kvabb.org
KVABB - Bischoffsheimlaan 33 - 1000 BRUSSEL
0900 10 465 - info@kvabb.org
NIEUWSBRIEF KVABB - Nr. 03.2023 - Pag. 28
׉	 7cassandra://4WGvjoZi9iPYInxijtB_MUCLVsfH5WVuc8-FMBTFUTE`̵ dJ'Μ#x 3׈EdJ'Μ#x 4dJ'Μ#x 3|)Nieuwsbrief 03.2023 - mei 2023dJ'@16