׉?ׁB!בCט  {u׉׉	 7cassandra://9P9adJTkDjQ1Kuj-G1v0wHy6ha_lFIuNj9shIHbG1CM `׉	 7cassandra://qvwL7_g8xTmr-4QY5O7xjxEGdWLgj6FOdTdkD3t4NNslo`S׉	 7cassandra://KNNl9RPeMYSnH9L4t4MeU08zD4QTRBr3j6oHIrRuKbI#`̵ ׉	 7cassandra://hLHU2xJCjsSQJo8bKxYRwjdOQYAs5wVPnAKfR72pH9Q ͠cWEbט   {u׈   frJ  נcWEb =9ׁH 'mailto:robert.devries@kienhuishoving.nlׁׁЈ׈EcWEb׉EEKienhuisHoving
informeert
De makelaar en de
waarschuwingsplicht
De meeste commerciële huurovereenkomsten worden in Nederland opgesteld door bedrijfsmakelaars.
Indien in een dergelijke overeenkomst een ongeldige bepaling is opgenomen, moet de makelaar daar
dan voor waarschuwen? En hoe moet de makelaar waarschuwen? Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
heeft antwoord gegeven op deze vragen in een arrest van 27 september 2022.
Verhuur van winkelruimte
en borgstelling
In deze zaak (ECLI:NL:GHARL:2022:8353)
is verhuurder Landgraaf Beheer B.V.
(‘Landgraaf’) voornemens een winkelruimte
te verhuren aan huurder
Jaasma. Landgraaf heeft makelaar
Nienaber Bedrijfsmakelaars B.V.
(‘Nienaber’) gevraagd een huurovereenkomst
op te stellen.
Landgraaf, Jaasma en de ouders
van Jaasma hebben vervolgens
gediscussieerd over zekerheden.
Nadat over diverse opties geen
overeenstemming wordt bereikt,
neemt Nienaber op verzoek van
Landgraaf in de overeenkomst op
dat de ouders van Jaasma borg
staan voor alle verplichtingen uit de
huurovereenkomst. Nienaber vermeldt
daarbij niet wat het maximumbedrag
van de borgstelling is, terwijl dit op
grond van artikel 7:858 lid 1 BW wel
vereist is. Het gevolg hiervan is dat de
borgstelling ongeldig is.
Nadat een huurachterstand ontstaat
an € 137.741,57 en Landgraaf
een beroep doet op de
borgstelling, blijkt dit vanwege de
ongeldigheid niet mogelijk. Vervolgens
stelt Landgraaf Nienaber aansprakelijk
en verwijt hij Nienaber dat een
beroepsfout is gemaakt door aan de
particuliere borgtocht geen maximum
te verbinden, dan wel onvoldoende
te waarschuwen voor de gevolgen
daarvan.
Bewijs van waarschuwen
Nienaber heeft bij de rechtbank
in eerste aanleg diverse getuigenverklaringen
laten afleggen, op
grond waarvan de rechtbank tot de
conclusie is gekomen dat Nienaber
ervoor heeft gewaarschuwd dat
de borgtochtbepaling risicovol is.
Ook in hoger beroep oordeelt het
Gerechtshof dat Nienaber het bewijs
van de waarschuwing heeft geleverd.
Landgraaf stelt vervolgens dat Nienaber
niet mondeling maar schriftelijk had
moeten waarschuwen, zeker nu de
bestuurder van Landgraaf geen jurist
of makelaar is.
Het Gerechtshof gaat hierin niet
mee en overweegt dat Landgraaf als
professionele partij panden beheert,
Deze column is geschreven door:
Robert de Vries, advocaat vastgoed en bouwrecht.
Zijn e-mailadres is robert.devries@kienhuishoving.nl, zijn telefoonnummer is 088 - 480 41 01.
Bouwen in het Oosten
Bouwen in het Oosten
21
27
zelf de huurder heeft geregeld en
over de huurvoorwaarden heeft
onderhandeld. Nienaber staat
hier buiten en is alleen gevraagd
een huurovereenkomst op te stellen.
Hier komt bij dat het opstellen van
een borgtochtbepaling geen typisch
aan onroerend goed gerelateerd
thema is waarvan een makelaar
bijzondere kennis dient te hebben,
aldus het Gerechtshof. Voor zover
Landgraaf ter onderbouwing van
zijn standpunt verwijst naar enkele
tuchtuitspraken van de NVM,
merkt het Gerechtshof op dat ook
daaruit niet kan worden afgeleid dat
Nienaber schriftelijk had moeten
waarschuwen.
Resultaat
Het Gerechtshof komt tot de conclusie
dat vast is komen te staan dat Nienaber
mondeling heeft gewaarschuwd dat de
borgtochtbepaling risicovol is. Omdat
dit als voldoende wordt beoordeeld,
worden de vorderingen van Landgraaf
afgewezen. Het gevolg is dat Landgraaf
met de schade blijft zitten voor zover
de schade niet op Jaasma kan worden
verhaald.
׉	 7cassandra://KNNl9RPeMYSnH9L4t4MeU08zD4QTRBr3j6oHIrRuKbI#`̵ cWEbcWEb{) !BIHO 2022 8 KIENHUISHOVING COLUMNcWfrJU