׉?ׁB! בCט  {u׉׉	 7cassandra://TqdRrUnzs-mgcQXnWXL4tX6NMWg2-NOuEnOOVtm4lOs ``׉	 7cassandra://lRi4YktXwgxkoMsQy3DH0Ke24UeZZZME2pXcgNWxVQs͇`S׉	 7cassandra://8Ndenc55R7LkKfNiFOByxEHExL6zNhYuoI9Nl1eA7j8+`̵ ׉	 7cassandra://j9ewDO8NYWVxjzLjEpy0h2lb2rzBLZ1R-OYSXwu1uzc ͠YJH+J¾>׈EYJH+J¾? ׉EPLA TFORM VOOR DE DIGITALE OVERHEID
JUN I 2017
Weluk
Leiderschap
Digitale Overheid
Datag t
Regie op gegens
Data ge
Leiderschap
Wgeluk
Digicommissaris
juicht bewindspersoon
digitale overheid toe
Regie op gen
Crdfund
p
i
Personele transformatie
p g g
g l O
Digitaliseringsimpulsl
g
Crdfunding
dfd
Digitale Overhe
ti
h
Datag zic
Kerki
Ttmanagem
Personele transfor
Data gern
Kerking
Wat heeft
inGovernment
in 10 jaar bereikt?
Crdfunding
ki
Digitaliseringsimpuls
moet meer publieke
waarde creëren
׉	 7cassandra://8Ndenc55R7LkKfNiFOByxEHExL6zNhYuoI9Nl1eA7j8+`̵ YJH+J¾?YJH+J¾? {בCט   {u׉׉	 7cassandra://i_4ndsdIiJRfREUnz7B6ESDYK7Prwxhiflsbyhx0RD8 `׉	 7cassandra://L54uniJba-DHtoXJyqBQiR1e0XQe7_Ax_3uaSFaPdVY\`S׉	 7cassandra://tsQ-qjZPTEOyZlr_XZrRaV-ALWILYr7dHcPDqEJYdE4`̵ ׉	 7cassandra://9crC1r_EFrm3VyP4GCbuGCxZk0Uq5NfEwY93_PHQ1l8  ͠YJH+J¾?ט  {u׉׉	 7cassandra://d29u6iMP02zoBzuyfCl2YGJGzxd9fYi-YcUYrv9NKpc %`׉	 7cassandra://fzSa7c4RTGhRmxyqb5uaLvRR5nl2CSKUDkv1KRx-EUMX^`S׉	 7cassandra://PIuracU_CFr3mrVQQQf3hjzlrJOw2PDDsuGXL3gcSII@`̵ ׉	 7cassandra://6tozfu-co1KWtbHc8J9eiRClSCNSYceMOBq8N6qIxok 6
F͠YJH+J¾?׉ERI N HOU D
EDITORIAL
03
04
08
10
12
15
16
18
20
23
24
26
28
30
31
32
34
Innovatieagenda
Hoe gaan we de digitale overheid waarmaken?
Richard van Zwol schetst gezamenlijke veranderopgave
Het nieuwe besturen begint nu!
Dienend leiderschap en de lerende organisatie
De ambtenaar bestaat niet (meer)
Hire for character, train for skills
Word een talentvolle organisatie!
Welke kenmerken creëren beweging?
HENK WESSELING
Dienstverlening als basis voor vertrouwen
Hoe digitalisering en werkgeluk elkaar versterken
Biedt digitalisering meer plezier in je werk?
Hoe ziet de overheid eruit in 2030?
Overheden verbinden, participeren en regisseren
‘Een bewindspersoon voor de digitale overheid juich
ik toe’
In gesprek met Digicommissaris Bas Eenhoorn
LINDA KOOL
In de ban van Kunstmatige Intelligentie
Gemeenten op zoek naar experimenteerruimte
Als iets in andere landen kan, waarom hier dan niet?
Haarlemmermeer brengt klantreismethodiek in
praktĳ k
Wat verwacht welke klant wanneer en waarom?
Loonaangifteketen wereldwĳ d voorbeeld
Focus op kwaliteit van onderlinge relaties
ARJAN EL FASSED
Niets bereikt in tien jaar? Toch wel!
BOBOTAAL
Alignment in zes lesjes
MedMĳ : meer grip op gezondheidsgegevens
Afsprakenstelsel biedt duidelijkheid en vertrouwen
Geen tĳ d voor data governance?
Bewustzijn datawaarde nog te vaak onderschat
generiek
verbetertip
specifiek
׉	 7cassandra://tsQ-qjZPTEOyZlr_XZrRaV-ALWILYr7dHcPDqEJYdE4`̵ YJH+J¾?׉EI NHOUD
E DITOR IAL
INNOVATIEAGENDA
36
39
40
42
44
46
48
50
Datagedreven milieutoezicht bĳ de
gemeente Eindhoven
In vijf dagen van idee naar oplossing
MAESSEN LEEST
Homo Deus
Overheden en crowdfunding: een
gouden combinatie?
Nieuw perspectief op fi nancieringsmethoden
Provincie Fryslân maakt ‘Beleid van
deze Tĳ d’
Surfen op chaos en beweeglijkheid
Vragenlĳ stonderzoek in het publieke
domein
Het bewijsmiddel voor de effectiviteit van beleid?
Informatieveiligheid: Chefsache!
Bewustwording, transparantie en ‘leren’ als rode draad
Slotakkoord van de redactie
Terugblik op tien jaar inGovernment
Colofon
Digitalisering is nooit af, de digitale overheid bevindt zich in een
permanente bèta versie. Zo is te lezen in het recent verschenen
rapport ‘Maak Waar!’ van de Studiegroep Informatiesamenleving
en Overheid. inGovernment ging in gesprek met de landelijke
pleitbezorgers van deze visie. Opmerkelijk is dat het hebben van
een gezamenlijke visie nog niet wil zeggen dat er overeenstemming
is over bij wie de bal nu ligt om deze beweging te gaan leiden.
Komt die bewindspersoon voor digitalisering er nou wel of
niet? Die vraag blijft (vooralsnog) onbeantwoord.
De overheid moet digitaal volwassen worden. De tijd waarin
digitalisering vooral de bedrijfsvoering ondersteunt is voorbij.
We leven in het tijdperk waarin digitalisering in dienst wordt
gesteld van maatschappelijke beleidsdoelstellingen. Dit vergt
specifi eke kennis en uitvoeringskracht. Personele transformatie
binnen de overheid is hierbij noodzakelijk. ‘Hire for character,
train for skills’. Stimuleer gedragsverandering bij alle medewerkers
en creëer meer eigenaarschap voor de digitale overheid. Niet
door memo’s te schrijven, maar door meet-ups en gaming als
werkvormen in te zetten waarbij betrokkenheid en interactie centraal
staan.
Deze nieuwe digitaliseringsimpuls vraagt om een samenhangend
handelingsperspectief. Hoogste tijd voor een innovatieagenda die
zowel uw eigen gedachten scherpt alsook overdraagbaar is richting
collega’s om momentum te creëren. Denk daarbij niet aan
klassieke rapporten en adviezen, maar vooral aan begrijpelijke
uitgangspunten en experimenteerruimte. Houd in de gaten wat
andere organisaties doen en pas toe wat werkt.
inGovernment
Dienstverlening nieuwe stijl vraagt om een andere overheid. Niet een
overheid die alles zelf doet en zich beroept op vanzelfsprekend gezag.
Wel een overheid die in gezond contact staat met burgers en bedrijven.
Een overheid die werkt op basis van inclusiviteit, interactie en innovatie.
inGovernment is het multimediale platform voor de digitale
overheid. Naast verhalen over digitalisering, dienstverlening en smart
cities, wordt aandacht besteed aan actuele thema’s zoals open data,
cybersecurity en social media. We bieden naast praktijk ervaringen
ook ruimte voor opinie en reacties. Are you in?
inGovernment heeft u de afgelopen jaren geïnspireerd met een
vakblad over nieuwe ontwikkelingen, toepassingen en goede
voorbeelden. Maar inGovernment stopt, althans in zijn huidige
vorm. Juist omdat de digitale overheid is doorgedrongen binnen
alle gelederen van het overheidsapparaat, is de noodzaak voor
een afzonderlijk vakblad over dit vakgebied verminderd. Het
belang van het onderwerp digitalisering bij de overheid is dat
zeker niet. Het thema digitalisering zal een sterker accent krijgen
in de artikelen in Binnenlands Bestuur en binnen een reeks speciale
uitgaven getiteld Binnenlands Bestuur Extra. In het slotakkoord
achterin dit nummer blikt de redactie
terug op tien jaar inGovernment. En nu?
De blik vooruit! De digitale toekomst is
begonnen!
Otto Thors is hoofdredacteur van
inGovernment en zelfstandig adviseur
dienstverlening en sociale media
@Thorsius
׉	 7cassandra://PIuracU_CFr3mrVQQQf3hjzlrJOw2PDDsuGXL3gcSII@`̵ YJH+J¾?YJH+J¾?{בCט   {u׉׉	 7cassandra://EkY03HBFowugWkCW6W03bjlYt3DeL4cpzN__n5JKyQk V` ׉	 7cassandra://W-qAwPgfY9Nzgi5j49DiOKCCevOzlwPk6aecemFfPnI\H`S׉	 7cassandra://opbdYNjPtl1Rj7QdSDeLOL9oFUlb6JHUZet9jU08Z3o`̵ ׉	 7cassandra://iYDvpvbUXYKqcQQuS0mrjhBjTZkL7WG_4W3efKh82m0rcX͠YJH+J¾?ט  {u׉׉	 7cassandra://_8-Bn8P4VMtfa_QJ18tazyJghnRCLLx6YnOc7DHD_4Y :`׉	 7cassandra://wd7YgKemlTI6VCX17ITv6JRNLPolYVKVt3orlEYl7lwJi`S׉	 7cassandra://FkPK9WXjW0LJCnlLs3qGr3Yjb1RAz4DfEiejD9I16gA`̵ ׉	 7cassandra://iE7aRkXUEtWP6m8J6ypxdVlBmV4FuX8nP2yH_p875K0 \͠YJH+J¾?׉EI NTE R VI EW
HOE GAAN WE DE
DIGITALE OVERHEID
WAARMAKEN?
RICHARD VAN ZWOL SCHETST GEZAMENLIJKE VERANDEROPGAVE
‘Maak Waar!’ is de titel van het recent verschenen rapport van de Studiegroep
Informatiesamenleving en Overheid. Willen we als digitale overheid kansen
waarmaken, dan moet een aantal forse stappen worden gezet. inGovernment
in gesprek met Richard van Zwol, voorzitter van deze studiegroep en secretaris-generaal
van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Tekst: Otto Thors, hoofdredacteur inGovernment
W
at is het beoogd effect van de
studiegroep en haar adviesrapport
‘Maak Waar!’?
Van Zwol: “We willen met name de
urgentie van digitalisering binnen de
overheid benadrukken. Dat vraagt om
een andere houding ten opzichte van ICT
bij bestuur, politiek en binnen het ambtelijk
apparaat zelf. Onze ICT-systemen
verkeren in een permanente bèta-versie.
Dat klinkt als een diskwalificatie, maar
dat is het niet. De informatiesamenleving
is altijd in ontwikkeling, digitalisering is
nooit af.”
In hoeverre is dit rapport een ommezwaai ten
opzichte van voorgaande visies en bijbehorende
programma’s, zoals Digitaal 2017?
Van Zwol: “Onze vorige beleidsstukken
waren meer in de trend van ‘hier staan
we nu, we maken een plan en over vijf
jaar is het af’. Met dit rapport breken we
met dat planmatige karakter en het streven
dat iets af moet zijn. We breken een
lans voor echte kennis. Net zomin als dat
je een overheid kan voorstellen zonder
kennis van wetgeving of financiën, kan
4
de overheid niet werken zonder zelf kennis
te hebben van ICT. Het is niet de
vraag of dat een realistisch streven is, het
is een onmisbare voorwaarde. Het moet.
Ik snap best dat mensen het streven naar
een stevige ICT-kennispositie binnen de
overheid zelf ambitieus vinden omdat we
daar nu nog niet zijn. Maar je moet dat
wel nastreven.”
fragmentatie ontstaan is door een gebrek
aan urgentie. We hadden vijftig jaar geleden
ook gefragmenteerde financiële
administraties binnen de overheid. Die
zijn we ook gaan stroomlijnen. Bij ICT is
de ontwikkeling de laatste twintig jaar
goed op gang gekomen. Iedereen doet
naar eer en geweten zijn best. Nu de digitale
transformatie steeds sneller gaat, volDE
ONTW
Het
rapport stelt: ’In plaats van een digitale
snelweg hebben we een doolhof gekregen’.
Wat wordt daarmee bedoelt?
Van Zwol: “We hebben als digitale overheid
de afgelopen periode een aantal
losse voorzieningen gecreëerd. Al deze
puzzelstukjes vormen gezamenlijk nog
geen mooie puzzel, het geheel is gefragmenteerd.
Daardoor is het moeilijk om
overzicht te krijgen. Ik geloof niet dat
doen de afzonderlijke systemen die ieder
voor zich heeft ontwikkeld steeds minder
aan de eisen die tegenwoordig worden
gesteld. De ontwikkelingen rond ICT
mogen geen hobby zijn, maar dienen
maatschappelijke doelen te realiseren. We
moeten als digitale overheid naar de volgende
fase van volwassenheid toe. We
willen door digitalisering meer publieke
waarde creëren.”
׉	 7cassandra://opbdYNjPtl1Rj7QdSDeLOL9oFUlb6JHUZet9jU08Z3o`̵ YJH+J¾?׉EiHet rapport pleit voor een radicaal perspectief
van buiten naar binnen. Hoe goed kent
de Nederlandse overheid haar klant?
Van Zwol: “Ik houd niet van het woord
klant. Burgers zijn geen klant. Zij zijn
eigenaar van de overheid. In mijn ogen
bestaan de klant en het product niet.
Gebruikersperspectief is een betere term.
Om vanuit dit gebruikersperspectief te
werken, kan je gewoon naar voorkeuren
vragen. Gemeenten bijvoorbeeld kunnen
aan hun burgers vragen hoe zij een dienst
moeten vormgeven. Dit kan je op twee
manieren doen. Ten eerste door bij de
ontwikkeling van digitale processen de
burgers rechtstreeks te betrekken. Ten
tweede door meer gebruik te maken van
data-analyse. Data-analyse biedt belangrijke
informatie over hoe burgers de
dienstverlening ervaren. Benut deze data
om het gebruikersperspectief beter in
kaart te brengen.”
De commissie pleit voor een digitaliseringsimpuls
en raamt hiervoor 120 miljoen euro.
Wat gaat de overheid daarmee doen en
waarom?
Van Zwol: “We willen in dit rapport de
boodschap overbrengen aan het kabinet
dat je niet alleen bestaande voorzieningen
moet onderhouden. Onderhoud
alleen leidt niet tot ontwikkeling. Ontwikkeling
vergt aparte ruimte. We hebben
illustratief enkele bedragen opgenomen
zodat duidelijk wordt welk type
innovatie je voor welk bedrag kan aanpakken.
Maar nogmaals: bedragen als
120 miljoen euro zijn illustratief van aard.
Je moet niet denken dat je als Rijksoverheid
met dit bedrag echt kan innoveren.
Daarvoor is het bedrag aan de bescheiden
kant. Boodschap is wel dat de overheid
ruimte moet vrijmaken om te innoveren.
Dat is iets wat je bij ICT-gedreven
bedrijven ook terugziet. Zij hebben doorgaans
grote innovatiebudgetten. Dit
berust op de gedachte dat innovatie niet
alleen leidt tot betere kwaliteit van
dienstverlening, maar ook tot lagere kosten
per eenheid product. In de overheid
wordt nog te vaak in totale budgetten
gedacht. Dat is oud denken. Het gaat om
de vertaling van die budgetten naar de
eenheid per product. Die prijs moet
dalen. Dat betekent niet automatisch dat
‘Digitalisering is Chefsache dat op het hoogste politieke niveau moet worden aangepakt.’
׉	 7cassandra://FkPK9WXjW0LJCnlLs3qGr3Yjb1RAz4DfEiejD9I16gA`̵ YJH+J¾?	YJH+J¾?{בCט   {u׉׉	 7cassandra://Z9Lb_X45gTT7yrli7rnYKKRCRI-GMgk5BBNvMWSlW0A `׉	 7cassandra://7jQTGYLavWXirZpwTooJ7do-ahmwilQTWeen_DJNV_gP`S׉	 7cassandra://Gnl5uLrOMA8bboJIac8SZzK1ACxeBBqYUfb8WAcyyao`̵ ׉	 7cassandra://wsQoj5pAyOfbevW3Vk4eLg35TO4LlM4P34nUNV1S6AM iB>͠YJH,J¾?
ט  {u׉׉	 7cassandra://VKGeYzEOUHNeN9yLXw4x-Uj6qnmFOn3OyC3AhyLASAM ۀ` ׉	 7cassandra://NyaFCVr61RKYbF0D3EHICNYK4ZrMcUApAgWA38SY23If-`S׉	 7cassandra://9yHwSnb57Et1jVSBUFsP_-QcJGTeb12stuLW0sQkjt0B`̵ ׉	 7cassandra://gepORvhfV7IwFerivYaf0o5fxsQp2DEFoGziaitUQ6Q͉X͠YJH,J¾?נYJH0J¾? r9ׁHhttp://tinyurl.com/lq4a3alׁׁЈנ  'TyF     {9׉H &http://www.centric.eu/digitalegemeenteG׉ׁ
default style נYJH0J¾? 	29ׁHhttp://Bol.comׁׁЈ׉E VOORDEEL #1:
‘ Ruimte voor een
persoonlijke benadering
waar die het hardst
nodig is’
Noor Ferket
Directeur Centric Public Sector Solutions
www.cenric.eu/digitalegemeente
׉	 7cassandra://Gnl5uLrOMA8bboJIac8SZzK1ACxeBBqYUfb8WAcyyao`̵ YJH,J¾?׉Eg
ICT als geheel goedkoper wordt. Sterker
nog, ICT zal in eerste instantie meer geld
kosten. Zo lang deze investering zich vertaalt
in hogere kwaliteit en lagere kosten
per eenheid product, is dat goed te verantwoorden.
Een acceptabele prijsbepaling
is geen one size fits all. Dat moet je
voor elk onderwerp specifiek bepalen.
Het is aan de politiek om te bepalen
welke prijs per eenheid product acceptabel
is.”
E
E
Wat verwacht u dat de Ministeriële Commissie
Digitalisering de komende jaren voor
elkaar gaat krijgen?
Van Zwol: “Het instellen van een dergelijk
commissie is een advies en is er nu
nog niet. Signaal dat wij willen afgeven is
dat digitalisering Chefsache is, dat op het
hoogste politieke niveau moet worden
aangepakt. Ministers buigen zich al jaren
over wetten en begrotingen, maar zij
horen zich dus ook te buigen over digitale
vraagstukken. Dat dient deze commissie
te benadrukken en waar te
maken.”
Wordt het geen tijd voor een ministerie van
ICT of op zijn minst een staatssecretaris van
digitalisering?
Van Zwol: “Nee, dat is kansloos. Net
zomin als dat de minister van Justitie niet
besluit over alle wetgeving en de minister
van Financiën niet besluit over de
besteding van alle budgetten, kan een
staatssecretaris ICT geen besluiten nemen
over alle digitalisering van de overheid.
Wat weet een staatssecretaris ICT nou
van de ICT-systemen die op de nieuw
aan te schaffen tanks van defensie worden
vereist? Daarvoor staat deze te ver af
van het primaire proces binnen de afzonderlijke
ministeries. Je wilt voorkomen
dat dit een staatssecretaris Sodexo wordt
die alleen in de kantlijn iets over de generieke
bedrijfsvoering en facilitaire zaken
mag vinden. Nee, zo’n functie zou een
majeure blunder zijn. Digitalisering is
inherent aan het primair proces van elk
tale Infrastructuur) wordt steeds groter,
dus de organisatie die dat uitvoert groeit
mee. Maar ik denk dat we een niveau
verder moeten gaan. Uitvoeringsorganisaties
moeten ook een belangrijke rol spelen
op het gebied van innovatie. Daarmee
bedoel ik trouwens niet dat zij rapporten
en adviezen moeten maken, maar dingen
echt gaan doen. Dus experimenteren en
aan de slag gaan. Als een digitaliseringsslag
een keertje mis gaat, is dat helaas
pindakaas. De afrekencultuur die dat
afstraft, is oud denken. We moeten permanent
in ontwikkeling zijn en dat vergt
een gedragsverandering.”
De huidige digitalisering vindt veelal plaats
binnen oudere legacysystemen. In hoeverre
pleit de studiegroep voor de overheid als een
platform?
Van Zwol: “Ik vind het idee dat we alle
legacysystemen zo snel mogelijk moeten
vervangen door een platformbenadering,
te ver doorgeschoten. De oude legacysystemen
disfunctioneren niet per se. Legacy
is een begrip dat te gemakkelijk op zaken
wordt geplakt. De vervanging van die
systemen hoeft niet met een big bang. Big
bangs bestaan niet in het leven. We tekenen
de digitale overheid wel opnieuw in
en verkennen alle opties, waaronder digitale
platformen. Dat past ook bij de ambitie
om internationaal goed mee te blijven
doen. Wij zijn een klein land, maar behoren
wel tot de grootste economieën van
de wereld. Wij kunnen onze ambities blijven
waarmaken als we daarop inzetten.”
ministerie afzonderlijk en vergt specifieke
kennis en uitvoeringskracht per
domein.”
Er wordt nogal wat verbetering verwacht
van uitvoeringsorganisaties, zoals ICTU en
Logius. Welke veranderopgave krijgen zij van
u mee?
Van Zwol: “Je ziet momenteel dat deze
organisaties basisvoorzieningen beheren
en ontwikkelen. De GDI (Generieke DigiGaat
de overheid als werkgever een voortrekkersrol
spelen en nieuwe competente ICT’ers
aantrekken en vasthouden voor de publieke
zaak?
Van Zwol: “Dat zal wel moeten. Daniel
Ropers van Bol.com (lid van de studiegroep)
pleit ervoor dat minimaal 10 procent
van de ambtenaren ICT’er zou moeten
zijn. Ik onderschrijf dat idee. Ik vind
10 procent zelfs een bescheiden doelstelling.
Natuurlijk is het opleiden en aantrekken
van medewerkers uit de arbeidsmarkt
een grote opgave. Maar de vraag is
niet: de opgave is te groot, laten we die
ambitie maar niet uitspreken. Personele
transformatie is noodzaak. De Rijksoverheid
moet niet als de V&D op een dag
wakker worden en zeggen: het klopt niet
meer wat we doen, we zijn failliet. Het
ministerie van BZK zal het voortouw
nemen en een Rijksacademie voor digitale
overheid oprichten. We verwachten dat
deze academie een positief effect zal hebben
op het personeelsbeleid. Aandacht
voor digitalisering moet integraal onderdeel
van ons personeels- en arbeidsmarktbeleid
zijn. Het lijkt mij verstandig dat wij
in de cao afspreken dat ICT’ers bij de
Rijksoverheid iets extra aan opleiding krijgen
en dat we aanvullende arbeidsvoorzieningen
aanbieden om werken bij het
Rijk voor ICT’ers aantrekkelijk te maken.”
Van Zwol: “Ten slotte wil ik benadrukken
dat digitalisering van de overheid wat
ons betreft een gezamenlijke opgave is
die overheidsbreed opvolging vergt.
Ministeries, gemeenten, provincies,
waterschappen, ZBO’s moeten hierin
samen optrekken. Het interbestuurlijke
karakter van ons rapport is serieus
gemeend. De Algemene Rekenkamer
stelt zelfs dat er een digitale eenheidsstaat
moet zijn. Ik snap wel dat zij dat
zeggen. Wij hebben pas sinds de negentiende
eeuw in Nederland een uniforme
tijdszone die versnipperde tijdszones
ophief. In die zin spreek ik de Rekenkamer
graag na. Het werken aan een digitale
overheid is een gezamenlijke opgave
met een gemeenschappelijk doel.”
Meer weten?
Het volledige adviesrapport Maak Waar! is te
lezen via tinyurl.com/lq4a3al
׉	 7cassandra://9yHwSnb57Et1jVSBUFsP_-QcJGTeb12stuLW0sQkjt0B`̵ YJH,J¾?YJH,J¾?{בCט   {u׉׉	 7cassandra://qukxtv0igVNsPcJLOsH5fW37U4gXrTQJMUVPuNZGPmY 2` ׉	 7cassandra://e3AhDDDnmCN7T3NvGPCV35-d3H4VeWYXvYXBYAhaqZA^``S׉	 7cassandra://ppwA46Q7Iol4KT9X-0rZIAvHJsc4Wqf2F9RavQ-a7XAB`̵ ׉	 7cassandra://5uRspjQbFBIidg4USI0ymNGdqLXD-HL4Zx7f-aASbH8̓\͠YJH,J¾?ט  {u׉׉	 7cassandra://ShTralD4GS-iQNggJr7zLW2fGS6VmjXhu7vttfFmE7M _`׉	 7cassandra://p4Gt-VJCu3sfegQ4_O_422zgulhMSUZ92rX4VJ85KVgZJ`S׉	 7cassandra://uW8gTVYdMz60YoKnBM86z2TqNEixVFBViTzqO8ST0d4"`̵ ׉	 7cassandra://4xUuoZhukeC_f9OB1PZvYpC1vkEcuOfyNUxPoa6GD0A Y`͠YJH,J¾?נYJH1J¾? ^y9ׁHhttps://inspir8ion.nl/ׁׁЈ׉ExLE I DE R SCHAP
HET NIEUWE BESTUREN
DIENEND LEIDERSCHAP EN DE LERENDE ORGANISATIE
Iedere tijd vraagt zijn eigen leiderschap en leiders. De ‘grote’ leider bestaat
niet meer, althans niet in dit tijdsgewricht. Leiderschap in de 21ste eeuw gaat
niet over positie, macht, micromanagement, focus op fouten en sturen op de
P&C-cylus. Nee, die tijden zijn gelukkig voorbij. Om het verschil te maken, zijn
andere kwaliteiten nodig. Kwaliteiten die passen bij de continu veranderende
samenleving en de bijbehorende eisen en wensen.
Tekst: Arthur Dallau, oprichter INSPIR8ION en mede-oprichter De Toekomst Begint NU
D
e leiders van dit tijdperk richten
zich op het ‘nieuwe besturen’.
Zij geven richting zonder
blauwdruk. Zorgen voor
betrokkenheid zonder verplichting.
Investeren in mensen, in plaats van technologie.
Weten niet alles, maar weten wel
alles te vinden. Zijn emotioneel intelligent
en waardegedreven. Nieuw leiderschap
gaat over toegevoegde waarde en
het verschil maken voor de inwoner. De
inwoner? Ja, want als leider in een
publieke context is er geen ander doel
dan het bedienen van de inwoner of het
handhaven namens die inwoner.
AANGELEERD OF AANGEBOREN?
Temidden van de digitale en menselijke
tranformatie zijn voornamelijk twee verschillende
leiderschapsstijlen te onderscheiden.
Enerzijds de bureaucratische,
autocratische en statische leider en
anderzijds de charismatische, democratische
en dynamische leider. De laatste
variant is vooral terug te zien bij innovatieve
organisaties zoals Tesla (Elon
Musk), Amazon (Jeff Bezos) en Nederlands
eigen Coolblue (Pieter Zwart).
Maar wie inspireert dan in het publieke
domein? Tsja, dat is inderdaad geen
gemakkelijke vraag.
Eerste personen die te binnen schieten
zijn Erik Gerritsen (SG bij Ministerie van
VWS), Maarten Schurink (bestuursvoorzitter
SVB) en Bruno Bruins (bestuurs8
voorzitter
UWV). Maar waarom dan?
Omdat zij pragmatsiche leiders zijn met
een continue drang naar resultaten in de
praktijk. De praktijk waarin de mensen
waar zij mee samenwerken de ruimte
krijgen om te innoveren, fouten te maken
en bestaand beleid in twijfel kunnen trekken.
Het logisch verstand wint bij hen
altijd van de bestuurlijke ‘werkelijkheid’
en incidentenpolitiek. Zij snappen dat de
medewerkers net zo belangrijk zijn als de
inwoners die zij bedienen. Want een
goedlachse medewerker zorgt in veel
gevallen voor een goedlachse inwoner.
Een kunstje is iedereen te leren en voor je
het weet krijg je het predikaat ‘manager’.
De eeuwige discussie over welke leiderschapsstijl
het beste is, is dan ook geen
relevante. Het enige relevante is om te achterhalen
of de ‘leider’ in kwestie in staat is
keuzes te maken die passen bij de situatie.
Hoe voor- of onvoorspelbaar deze ook is.
Hoe authentieker de leider, hoe natuurlijker
de keuze. De leider van de 21ste eeuw
heeft bepaalde aangeboren talenten. Emotionele
intelligentie, passie, empathie, creativiteit,
betrokkenheid en de absolute wil
om anderen te dienen en verder te brengen.
Een verbinder in hart en nieren.
NIETS IS ZEKER, ZEKER WETEN!
Organisatieplannen die verder strekken
dan de komende tien jaar. Een meerjarenbegroting
voor de periode van vier jaar.
Het zijn instrumenten die horen bij hiërarchische
organisaties en het ‘blauwdruk’
denken. De afgelopen jaren is een
andere manier van denken te bemerken
en doen begrippen als ‘de zelfredzame
inwoner’ en ‘zelfsturende teams’ hun
intrede. De aanname is dat mensen in het
algemeen in staat zijn om voor zichzelf te
zorgen, zelf beslissingen te nemen en op
enige wijze een praktisch resultaat te boeken.
Niets is minder waar. Ook de Wetenschappelijke
Raad voor Regeringsbeleid
(WRR) benadrukt dit in hun rapport
‘Weten is nog geen doen. Een realistisch
perspectief op redzaamheid’. Veel
publieke professionals en inwoners zijn
De dienend leider voldoet aan de volgende ‘kwalificaties’:
1. Dienstbaar aan de groei van de medewerkers en inwoners;
2. Focus op waarde en waardecreatie;
3. Richt zich op eenheid, vertrouwen en gezamenlijke besluitvorming;
4. Matcht de kernwaarden van de medewerkers met die van de organisatie en andersom;
5. Refelecteert en is zelfbewust;
6. Voorbeeldfunctie als intrinsieke overtuiging.
׉	 7cassandra://ppwA46Q7Iol4KT9X-0rZIAvHJsc4Wqf2F9RavQ-a7XAB`̵ YJH,J¾?׉E8BEGINT NU!
vastgeroest of stil blijven staan en dat is
hen niet eens te verwijten. Jarenlang is er
‘gestuurd’ op uitgangspunten die behoren
tot de categorie ‘koekjesfabriek’.
‘Denk niet na, want wij, de leiders, vertellen
u wel wat er moet gebeuren.’
Vertaal dit gedrag door naar opleidingen
in de publieke sector en constateer dat de
laatste tien tot vijftien jaar enkel geïnvesteerd
is in inhoudelijke opleidingen en
nauwelijks in opleidingen die houdig,
gedrag of competenties stimuleren en/of
ontwikkelen. De ‘lerende’ organisatie in
de publieke sector bestaat enkel op
papier. Op basis van real time data, continue
feedback over alle kanalen (van buiten
en binnen) de organisatie inrichten en
aanpassen? Is het mogelijk? Ja, maar er is
nog geen publiek voorbeeld te noemen
terwijl de pareltjes in de private sector
niets anders doen dan zich aanpassen
aan de klantvraag, de verdienmodellen
jaarlijks veranderen en samenwerkingen
aangaan om onnodige investeringen te
voorkomen. Zijn de publieke en private
sector dan met elkaar te vergelijken? Ja,
want uiteindelijk zijn de verwachtingen
van de inwoners niet veel anders dan die
van de klanten. Sterker nog, het zijn
dezelfde mensen.
Kwalificaties voor dienend
leiderschap
In een lerende organisatie is anticiperen
op verandering een uitdaging. Dit vraagt
om proactief handelen, flexibiliteit en
vakmanschap op alle niveaus van de
organisatie.
De lerende organisatie in de publieke sector kent acht uitgangspunten:
1. Leiderschapsontwikkeling; gespreid leiderschap en professionele ruimte, professionele
dialoog en oog voor mens achter de medewerker;
2. Werken met data; continue feedback organiseren en inzetten relevante data (direct
toepasbaar in de praktijk), in plaats van open of big data;
3. Van P&O naar HR; ondersteunen van talentontwikkeling, ontwikkelgericht beoordelen
en een leven lang leren met of zonder begeleiding;
4. Innovatief organiseren; toekomstgericht denken en handelen, ondernemen in netwerken,
directe dienstverlening en nieuwe democratische processen;
5. Leren van professionals; flexibel en praktijknabij leren, persoonlijk meesterschap en
samen met inwoners leren;
6. Toegevoegde waarde als basis; iedere handeling, ieder systeem en ieder mens voegt
iets toe aan het resultaat in de praktijk;
7. Cross-sectoraal verbinden van dienstverlening en democratie (publiek, privaat,
wetenschap en verenigingen);
8. Verbinden van persoonlijke ontwikkeling, organisatieontwikkeling en ontwikkeling
van de samenleving.
ENIGE OPTIE?
Vanuit ‘Code Oranje’, met als trekker Bert
Blase (waarnemend burgemeester Heerhugowaard),
komt het geluid al enige
tijd. De manier waarop bestuurlijk
Nederland opereert, is achterhaald. Het
is tijd om nieuwe vormen van democratie
te verkennen en inwoners direct invloed
te geven op hun eigen leefomgeving. Als
dat zo is, is het dan niet net zo logisch om
medewerkers direct invloed te geven op
hun werkomgeving?
Het is geen hogere wiskunde. De overheid
zal en moet veranderen. Het is niet een
vraag van ‘willen’, maar van ‘kunnen’.
Om maatschappelijk relevant te blijven
kan er niet vertrouwd worden op de verplichte
winkelnering, want worden op dit
moment niet al paspoorten verstrekt door
een private partij? Het begin is er en als
het aan de inwoners ligt is er geen weg
terug...tenzij we opnieuw leren besturen.
Meer weten?
https://inspir8ion.nl/
׉	 7cassandra://uW8gTVYdMz60YoKnBM86z2TqNEixVFBViTzqO8ST0d4"`̵ YJH,J¾?YJH,J¾?{בCט   {u׉׉	 7cassandra://PAMfrA-lsZJQ9za-L9SkZ8kTCvbLTGMUyTnwmS6s4TE ` ׉	 7cassandra://NsKQnZUtrUgP6KRHLVS-9WxnMq_0EMcXOQAGUcZyifYX`S׉	 7cassandra://oIlpJQXropmudrpsttyce94bx5nkPpj5yRJTtoniuXs`̵ ׉	 7cassandra://0wlltypBZRpgDBZ8WqXdlbbr39AlXPLFxqk5TXGBKSUe2X͠YJH,J¾?ט  {u׉׉	 7cassandra://qWbKJ9ahmM9iRHp09VaIBZAQV5QLSM7ptd9X18qe-j0 7`׉	 7cassandra://CTV_-jDIaeoFpF5K2MlgWdtmYCFFbYbiZ9lq92sFoiQc`S׉	 7cassandra://VlCBJ7iajQGkuVaDK3Arj-Ipfl6kugAjcMeR7OQkNos`̵ ׉	 7cassandra://0QTeI7whHoBKe5nUY9NROVnzV7BSchJg9NzYPNRvZQk q\͠YJH,J¾?׉E3PE R SON E LE TR ANSFORMATI E
DE AMBTENAAR BESTAAT
HIRE FOR CHARACTER, TRAIN FOR SKILLS
Het woord ambtenaar en de spreekwoordelijke betekenis daarvan, zijn gebaseerd
op een lange en eerbiedwaardige traditie. De overheidsdienaar, die met
vergaande inhoudelijke kennis zijn bijdrage levert aan het ordenen en structureren
van de samenleving, met een verpletterende rechtlijnigheid en objectiviteit:
dat is een beeld wat snel aan het verdwijnen is.
Tekst: Jan de Kramer, redacteur inGovernment
D
e structuur en werkwijze van
de (gemeentelijke) overheidsorganisatie
is nog steeds die
van een ‘taakorganisatie’. Er
is een bepaalde taak en die moet naar
behoren worden uitgevoerd. Objectief en
binnen de regelgeving.
De digitalisering van de afgelopen decennia
leidt ertoe dat steeds meer vakinhoudelijke
informatie breed beschikbaar
komt. De specialist wordt steeds minder
nodig. Helemaal weggaan zal hij wel
niet, maar zijn relevantie neemt af. Doordat
ook het toezicht en de vergunningverlening
anders gestructureerd wordt
(bijvoorbeeld meldingsplicht, in plaats
van vergunningen), verandert de rol van
de overheid fundamenteel. Van toezichthouder
en ordenaar naar partner in het
maatschappelijk middenveld.
De toenemende digitalisering leidt er ook
toe dat veel werkprocessen makkelijk
kunnen worden gedigitaliseerd. Daar
hoef je geen mensen meer voor in te zetten.
In de banken- en verzekeringssector
zien we dat al resulteren in massaontslagen.
Je hoeft geen helderziende te zijn om
te beseffen dat de ambtenaar in de klassieke
zin gaat verdwijnen.
Ook in arbeidsrechtelijke zin ligt de bijl
aan de wortel: de Wet normalisering
rechtspositie ambtenaren is inmiddels
door de Eerste Kamer aangenomen en
10
binnenkort zal de ambtenaar een
‘gewone’ werknemer zijn.
Maar de relatie tussen burger en overheid
zal juist in belang toenemen.
Immers, een partner in het maatschappelijk
middenveld moet wel meepraten en
betrokkenheid tonen, want anders heeft
hij geen positie. In de toekomst zal daar
dan ook het accent komen te liggen: relatie
maken en via die weg meehelpen aan
een goede, en geordende samenleving.
HOE
B
ANDERE ROL: ANDERS KIJKEN
Het is al vaker gezegd, ook in in dit blad:
de bureaucratie is voor de eenvoudige
burger onbegrijpelijk. Via allerlei digitale
toepassingen wordt het, althans in theorie,
voor die burger wel eenvoudiger om
diensten af te nemen, maar die toepassingen
zijn nog steeds gebaseerd op
dezelfde, onbegrijpelijke inhoudelijk
bureaucratische ordening.
Op grond van die manier van kijken
wordt ook nog steeds beleid gevoerd. We
formuleren de inhoud en kijken dan
welke digitale toepassingen mogelijk
zijn. Ook hier weer de scheiding tussen
Nu duidelijk begint te worden dat er echt
heel veel dingen veranderen wordt het
tijd om naar organisaties en mensen ook
op een andere manier te gaan kijken.
Wat voor organisatie wil je zijn?
Die vraag is niet zomaar te beantwoorden.
Maar waar moet je het met elkaar
over gaan hebben?
Steeds duidelijker wordt dat contact houden,
in verbinding staan, een grotere rol
gaat spelen in de internetsamenleving.
Ook digitaal, maar zeker ook in het intermenselijke
contact. Dat leidt tot de vraag:
hoe willen we de relatie met de burger
vormgeven? Kiezen we principieel voor
de verschillende kolommen. Wat ontbreekt
is een integrale visie op wat digitalisering
nou eigenlijk betekent voor
burgers en medewerkers en hoe je daar
als organisatie mee om gaat.
Het andere paradigma van de informatiemaatschappij
trachten we nog steeds te
beheersen door te werken vanuit het
paradigma van de industriële samenleving:
specialisatie; lineair denken,
beheersing en controle.
׉	 7cassandra://oIlpJQXropmudrpsttyce94bx5nkPpj5yRJTtoniuXs`̵ YJH,J¾?׉E\T
NIET (MEER)
zoveel mogelijk digitaal, wanneer willen
we meteen face-to-face contact en
waarom? En wat vraagt dat van onze
medewerkers?
Te vaak wordt de mogelijkheid van digitalisering
leidend voor wat overheden
doen. Het kan digitaal, dus dat doen we
ook. Maar waarom? Welk beeld hebben
organisaties van de toekomst? Niet
omdat het kan, maar omdat zij er een
visie op hebben.
De ambtenaar als gesprekpartner
Nee, dat is niet de ‘ambtenaar 2.0’. Die
doet wat hij altijd al deed, maar dan digitaal.
De effectieve ambtenaar in de toekomst
is iemand die goed en makkelijk
kan communiceren, die zicht heeft op de
effecten van zijn handelen bij de ander en
iemand die weet hoe hij dingen gedaan
kan krijgen. Zeker, hij weet waar hij het
over heeft, maar veel van wat hij weet,
weet de burger inmiddels ook. Het gaat
om de manier waarop. Dat leidt tot een
heel andere set van competenties, een
hele andere beoordeling. ‘Hire for character,
train for skills’. (Vak)opleiding wordt
minder belangrijk dan je persoonlijke
eigenschappen.
PEOPLE MANAGEMENT
Wat is vanuit dat perspectief eigenlijk de
visie op personeelsbeleid en arbeidsverhoudingen?
People management zal
belangrijk worden als ondersteunende
discipline. Niet om te bepalen of de regeltjes
correct worden uitgevoerd ( dat is
HRM-oude stijl) maar om te beoordelen
of iemand past binnen de organisatie.
Hoe tegenstrijdig het ook mag klinken:
hoe meer digitalisering, des te belangrijker
de factor mens. Het kan een goede
keuze zijn de telefoon gelijk maar door
een echt mens te laten opnemen. Dat kan
allemaal ook digitaal natuurlijk, maar
denk eens na of je dat wel wilt.
Wat doen we met de anderen?
Ook binnen de overheid gaan banen verdwijnen
door digitalisering. Hoe gaan we
om met de medewerkers die het betreft?
Vaak hullen we ons in stilzwijgen en
hopen dat het probleem zichzelf oplost.
Maar we werken steeds langer door en
de ontwikkelingen gaan ook steeds sneller.
Voor veel medewerkers is dat een
zorg: is mijn baan er in de toekomst nog
wel? Helaas ontbreekt het op dit vraagstuk
op grote schaal aan een duidelijke
visie van de overheid als werkgever. Op
zijn best zijn er (vaak vanuit ICTgestuurde)
onderzoeken naar de effecten
van digitalisering op de werkprocessen.
Daarmee is de vraag niet beantwoord
wat dat betekent voor medewerkers en
hoe de overheid hier als werkgever mee
om wil gaan.
MORAAL VAN HET VERHAAL
In ons vorige nummer hebben we aandacht
besteed aan de integriteits- en
morele aspecten van digitalisering. De
visie op dat vraagstuk hangt nauw samen
met de voorgaande vragen. Het gaat om
meer dan privacy. Het gaat vooral om de
vraag wat we moreel verantwoord gedrag
vinden, óók op het gebied van digitalisering.
Ook dat vraagt iets van onze medewerkers,
meer in elk geval dan de iconische
uitspraak: ‘sorry, computer says NO’.
NIEUWE TIJDEN, NIEUWE VISIE.
Het wordt tijd dat overheidsorganisaties
een heldere visie formuleren op de effecten
van de digitalisering voor hun functioneren
en hun personeelsbestand. De
grondslag daarvan is de vraag wat je als
gemeente wilt zijn. Ten overvloede misschien,
maar dat is geen vraag die de
afdeling informatiebeleid kan beantwoorden.
Het is een vraagstuk waar directieteams
en colleges mee aan de slag moeten
en graag: met de betrokkenheid van
medewerkers. Die doen tenslotte het
werk. Zij kennen de dilemma’s. Zo organiseer
je meteen betrokkenheid en draagvlak.
Geen visie is ook goed. Iedereen
heeft recht op zijn eigen ongeluk. In dat
soort gevallen dicteren de omstandigheden
wat er gaat gebeuren.
Het toekomstig gemeentehuis is dan misschien
wel een hele grote serverruimte.
Er omheen functioneren prettige behulpzame
mensen, in de wijken en op locatie,
die mij op begrijpelijke wijze helpen.
Want taken kun je zonder probleem door
systemen laten uitvoeren, als je de uitzondering
maar als uitzondering behandeld.
Dat levert veel geld en goodwill op.
Het is maar waar je naar toe wilt.
׉	 7cassandra://VlCBJ7iajQGkuVaDK3Arj-Ipfl6kugAjcMeR7OQkNos`̵ YJH,J¾?YJH,J¾?{בCט   {u׉׉	 7cassandra://cGlIQPwDViEw6uHeD8H5b7JKzKe6ou2UBQ2QsbpP1Mk t`׉	 7cassandra://QwOplXFgydtV624gdNH2ZM70bJq5BOo7ECvQNsZC7PkSi`S׉	 7cassandra://G2W7LyeMTJmGDi0CGR161abnb-tFxEAMICjtV3sIrzU`̵ ׉	 7cassandra://bWmB2aCX526jLkNeqYtdnv48GQN5XtDDlFGb1c44nfY T5̸͠YJH,J¾?ט  {u׉׉	 7cassandra://H10Xj9L5xXiiZE-0w3zdJgf2FwfJ9araLruZqYqEquE !`׉	 7cassandra://fSuPluz1o9Pv1SqB8YwalEoBbi__UBuPhanxPomQHqob3`S׉	 7cassandra://UkQUDSS7rRaHTen6Fuev4DX4BRqnPxiXIipGSi49U70"G`̵ ׉	 7cassandra://5CPsrfgFq4UZuqcBiSqWPLySNylWF6KjnGCWQZtwsEE ̸͠YJH,J¾?׉E*TALE NTMANAGEMENT
WORD EEN TALENTVOLLE
WELKE KENMERKEN CREËREN BEWEGING?
Talentvolle organisaties hebben de toekomst, met name omdat organisaties
die met hun mensen het verschil maken, waarde creëren en de concurrentie te
slim af zĳ n. Wat zĳ n dat voor organisaties en hoe kunnen organisaties talentvol
worden? In dit artikel worden deze vragen beantwoord.
Tekst: Lidewey van der Sluis, hoogleraar Strategisch Talentmanagement aan de Nyenrode Business
Universiteit
O
W
OR
Waardedragers zijn talenten die een organisatie
in bruikleen heeft. Die talenten
kunnen drieledig van aard zijn. In de eerste
plaats gaat het om menselijke eigenschappen,
oftewel de human resources.
Hier zijn talenten gelijk aan eigenschappen
die mensen in bruikleen hebben.
Talent hebben betekent hier dat je iets
kunt. In de tweede plaats is er het mense12
EIGENSCHAPPEN
EN KWALITEITEN
Als het gaat om menselijke eigenschappen
kan een organisatie talentvol zijn
omdat zij bestaat uit mensen met relevante
en waardevolle eigenschappen en
kwaliteiten. Die eigenschappen en kwaliteiten
weerspiegelen de conditie van het
personeel in termen van hun potentiële
arbeidskracht. De kwantiteit en kwaliteit
m als organisatie talentvol te
worden, is het allereerst van
belang om te weten wat
talentvol is. Daarom zal eerst
bij deze vraag worden stilgestaan. Vervolgens
komt de vraag aan bod hoe een
organisatie talentvol kan worden. In dat
kader worden de belangrijkste leiderschapsonderdelen
aangereikt.
Het begrip talentvol is een samentrekking
van de twee woorden ‘talent’ en
‘vol’. Vol staat hier voor ‘ruimschoots
aanwezig’ en ‘talent’ staat voor ‘waardedrager’.
Talentvol betekent derhalve dat
er ruimschoots waardedragers aanwezig
zijn.
lijk kapitaal, dat wil zeggen het human
capital. Hier zijn talenten gelijk aan mensen
die organisaties in bruikleen hebben.
Bij een organisatie in bruikleen zijn
maakt je tot het zijn van een talent. Een
talent zijn betekent hier dat je in de ogen
van een organisatie iets voor de organisatie
kan betekenen. Het derde punt is het
menselijk concurrentievoordeel, of met
andere woorden: human competitive
advantage. Hier zijn talenten gelijk aan
mensen die voor een organisatie waarde
creëren. Zij leveren een organisatie meer
waarde op dan dat zij een organisatie
kosten. Een talent zijn betekent hier dat je
in de ogen van een organisatie je geld
waard bent.
van de menselijke
eigenschappen
in
een organisatie
zijn verbonden
aan de
employability in de
organisatie. Dat begrip
staat voor de conditie,
de inzetbaarheid van het
personeel. Hoe hoger de actualiteitswaarde
van de eigenschappen,
hoe hoger de inzetbaarheid.
Hoe minder relevant, nuttig, en
bruikbaar de eigenschappen, hoe lager
de kwaliteitswaarde van de menselijke
hulpbronnen.
In relatie tot menselijk kapitaal kan een
organisatie talentvol zijn omdat zij vol
staat met mensen waarmee de missie,
visie, doelstellingen en strategie kunnen
worden verwezenlijkt. Hoe meer mensen
tegen betaling de schouders onder de
organisatiedoelen en –dromen willen en
kunnen zetten, hoe hoger de talentdichtheid
in de organisatie.
׉	 7cassandra://G2W7LyeMTJmGDi0CGR161abnb-tFxEAMICjtV3sIrzU`̵ YJH,J¾?׉EE
ORGANISATIE!
In de beoordeling van de talentdichtheid
weegt de employability, de kwaliteit van
de medewerkers, mee maar ook hun
motivatie, bevlogenheid en drive. Deze
wilskracht kan worden samengevat als
ambitie. Het human capital van een organisatie
bestaat uit zowel de conditie als
de ambitie van de medewerkers.
De talentdichtheid kan worden aangeduid
met de talentability (TA) van de
organisatie. Dat is de denk- , daad-, en
wilskracht van het menselijke kapitaal in
de organisatie waarmee de missie, visie,
doelstellingen en de strategie nagestreefd
kunnen worden.
Bij het menselijk concurrentievoordeel
kan een organisatie talentvol zijn omdat
er medewerkers in bruikleen zijn die in
de toekomst meer waarde zullen creëren
dan dat zij zullen onttrekken aan de organisatie.
Een organisatie met medewerkers
die hun geld waard zijn, is een talentvolle
organisatie. De indicator van deze
waarde op korte termijn is de performability
van de organisatie en de indicator
voor de verwachte waarde die op lange
termijn door mensen zal worden gecreeerd
is de adaptability van de organisatie.
Dat is het verwachte rendement op de
investering in het human capital, de conditie
en ambitie van het menselijke kapitaal.
De performability hangt sterk samen
met de actuele waarde van het human
capital gegeven de huidige organisatiecontext
en economische omstandigheden.
De adaptability is gerelateerd aan de
mate waarin en de snelheid waarmee
betaalde arbeidskrachten zich kunnen
aanpassen aan veranderingen in de beno׉	 7cassandra://UkQUDSS7rRaHTen6Fuev4DX4BRqnPxiXIipGSi49U70"G`̵ YJH,J¾?YJH,J¾?{בCט   {u׉׉	 7cassandra://Y98JTs6lthswNhIZEZk2SgqkXcQOT5-oVfPUMRvmrjs #`׉	 7cassandra://TdWdUXOYuQkZHV-JlsPSb63Hv5mvNS5nsH4GE_FZQyUK`S׉	 7cassandra://YU4JKLMzSOCEs6o8c2sCjudA-PHjz8VlE4njv-NphMQ`̵ ׉	 7cassandra://_5yuuTNE9nXcIEdy3V4XTEs0fEPFDlNHji-O6R3dMwsͤ͠YJH,J¾?ט  {u׉׉	 7cassandra://U7P5n4Gw2V80arOe762XmwDR9Kk_uJuLznDZXbT4aUg `׉	 7cassandra://j6lGbtVpBvH-FF9Q1sn9zay6tokyuwvlaKZHft0CVqcf`S׉	 7cassandra://Sq9OLh9mN8Udrsgm8lNda1-9YjsMCtKUnNGUiJkcLsE `̵ ׉	 7cassandra://d0hIYVCIcc2GSG0fzhqz5eAjddhupDn8SOj5R7hJKhQ Y͠YJH-J¾?׉EZdigde werkzaamheden en de verandersnelheid
van de werkzaamheden. Een
organisatie kan talentvol zijn vanuit het
perspectief van de performability alsook
van de eigen adaptability, afhankelijk van
de tijdshorizon en de dynamiek in en om
de organisatie.
ROADMAP
Organisaties die drieledig talentvol zijn,
hebben de toekomst. Hoe kan een organisatie
in deze richting groeien? Daar is leiderschap
voor nodig. Leiderschap waardoor
een organisatie zich langs deze
niveaus ontwikkelt naar een organisatie
die rijk is aan talent.
Op basis van vele praktische informatie,
AI
GOU
Vieren. Successen en andere mijlpalen
met regelmaat te vieren, werkt versterkend
en maakt trots. Door rituele vierindata-analyses
en wetenschappelijke
onderzoeken, is hier veel over te zeggen.
Het is samen te vatten in een aantal
hoofdthema’s voor het leiderschap in
talentvolle organisaties. Deze thema’s
heb ik in verschillende landen en in
diverse sectoren getoetst, alsook tijdens
masterclasses voor leidinggevenden in de
zorg, het onderwijs en bij de Rijksoverheid.
Keer op keer kwamen dezelfde thema’s
terug of werden de thema’s bevestigend
aangemerkt als meest relevant. De
lijst is niet-uitputtend en naar aanleiding
van nieuwe inzichten en bevindingen is
uitbreiding of aanpassing mogelijk. Niettemin
is de weg naar een talentvolle
organisatie met recht te typeren aan de
hand van de volgende kenmerken,
samen te vatten met het acroniem AIR4 +
V6.
BEPALENDE KENMERKEN
Aandacht. Aandacht hebben voor mensen
in het team of de divisie, afdeling, of
organisatie. Leidinggevenden die aandacht
geven, maken energie los en brengen
mensen in beweging.
14
Ruimte. Mensen ruimte geven, schept
mogelijkheden om mensen hun eigen
potentieel optimaal te ontdekken en te
benutten. Leidinggevenden die empoweren,
wakkeren de pro-activiteit en het
ambitieniveau van hun medewerkers
aan.
Respect. Respect tonen is een verbindende
schakel in sociale processen. Door
oog te hebben voor onderlinge verschillen,
benutten leidinggevenden de kracht
van diversiteit en vergroten zij de complementariteit.
Veiligheid.
Sociale veiligheid is de brandstof
van werkgerelateerde leerprocessen.
Als fouten maken mag en leidinggevenden
buitenbeentjes binnensluiten, ontstaat
er een inclusieve leercultuur. Dit
verhoogt de betrokkenheid op elkaar en
de bevlogenheid voor de toekomst van
de organisatie.
Vertrouwen. Vertrouwen geven is een
krachtig managementprincipe. Door vertrouwen
te geven, toont u uw vertrouwen
in uw medewerkers. Dit vertrouwen
gen komen spontane ontmoetingen tot
stand waardoor mensen worden bepaald
bij hun gezamenlijke doelen en dromen.
Dit zet talent in bloei.
Verwachten. Leidinggevenden die optimistisch
zijn in hun verwachtingen van
de toevoegende waarde van medewerkers,
soms tegen beter weten in, maken
daar positieve energie mee los. Dit geeft
medewerkers moed en lef om te laten
zien wat ze in hun mars hebben.
Deze thema’s vormen tezamen het gouden
ei van talentvolle organisaties, met
het ei als het symbool van een nieuw
begin.
DRIEVOUDIG TALENTVOL
Talentvolle organisaties hebben de toekomst.
Organisaties kunnen hiervoor
drie paden bewandelen. Het is aan organisaties
zelf om hiervoor de route uit te
stippelen. Er zijn meerdere routes mogelijk,
als het maar gaat volgens het het
AIR4 + V6-principe. Goede reis!
Inspiratie. Mensen op adem laten komen
en beademen. Leidinggevenden die
inspireren, raken mensen waardoor mensen
bewogen in beweging komen.
Richting. Richting geven maakt duidelijk
waar de organisatie naar toe op weg is.
Leidinggevenden die richting geven,
geven de koers aan waardoor mensen
weten waar ze aan toe zijn.
Resultaatgebieden. Afspraken maken
over welke resultaatgebieden er toe doen
en wat er telt, maakt duidelijk waar en
hoe hoog de lat ligt. Dit geeft mensen
houvast.
geeft medewerkers vleugels omdat zij
zich gedragen weten.
Verbinden. In een genetwerkte maatschappij
is het van belang om mensen
met elkaar te verbinden. Zowel online als
offl ine. Leidinggevenden die dat doen,
ontsluiten het aanwezige sociale kapitaal
en investeren in nieuwe sociale verbindingen.
Verrassen.
Leidinggevenden die medewerkers
weten te verrassen, zetten hen
weer even op het puntje van de stoel,
zorgen voor ontspanning, en versterken
de groepscohesie. Redenen die pleiten
voor leiderschap met een knipoog. Het
verrassingselement is een onderschat
maar zeer waardevol onderdeel van
organisaties die hun talent optimaal
weten in te zetten.
׉	 7cassandra://YU4JKLMzSOCEs6o8c2sCjudA-PHjz8VlE4njv-NphMQ`̵ YJH-J¾?׉E5H E N K WESSE LI NG
DIENSTVERLENING ALS
BASIS VOOR VERTROUWEN
Er is een behoorlijke minderheid van burgers met een structureel
wantrouwen in de politiek. Een groep die aansluiting vindt
bij populisten als Wilders en Baudet. Het vertrouwen in het
democratisch stelsel is bij de meerderheid nog steeds hoog,
maar het vertrouwen in politici en het gevoerde beleid is constant
veel lager. Ik vind dat een smeulende situatie, met een
voortdurend risico van meer structureel wantrouwen.
Gebrekkige dienstverlening is één van de factoren die het vertrouwen
in politici, bestuurders en de publieke dienst aantast.
Als voormalig gemeentesecretaris in het eerste decennium van
deze eeuw, was een van mijn topprioriteiten dan ook het rapport
Jorritsma invoeren: e-dienstverlening, individueel maatwerk
waar mogelijk, scherpe termijnen van beantwoording en
zo meer. Maar het bleek lastig genoeg je aan die termijnen te
houden, scherp te zijn naar mogelijkheden in plaats van belemmeringen,
fouten toe te geven. Ik noem dat maar het bureaucratisch
tekort.
Niet alleen het bureaucratisch tekort maakt publieke dienstverlening
lastig. Goed bestuur eist ook belangenafwegingen en zorgvuldigheid.
Om goede redenen krijgen burgers niet altijd hun
zin. Burgers op hun beurt zijn vaak aangewezen op die publieke
dienstverlener als monopolist en zijn, terecht, zeer scherp op
dienstverlening. Zij accepteren de bestuurlijke (ambtelijke)
beslissingen niet vanzelfsprekend. Soms ook niet bij zorgvuldig
gemaakte publieke afwegingen. Media-aandacht is er voor vragen
rond dienstverlening dan vaak wel te organiseren.
Zo staan we soms tegenover elkaar. Enerzijds bureaucratische
laksheid en willekeur tegenover kritisch burgerzin en goede
onderzoeksjournalistiek. Anderzijds goed en afgewogen
publieke keuzes maken tegenover verwende ego’s en opgeblazen
media-aandacht. Extremen zijn burgers die pas na jaren hun
terechte gelijk krijgen en burgers die jarenlang met eigen
bedenksels ambtenaren lastig vallen.
Ondanks regelmatige kritische rapporten van allerlei ombudsmannen,
maken we voortgang met digitalisering, met maatwerk
en met iets van een (digitaal) stadskantoor als een servicefabriek.
Maar het is pas het begin voor dienstverlening als een
basis voor publiek vertrouwen. Goede dienstverlening wordt er
niet eenvoudiger op in een stedelijk - regionale samenleving die
ingrijpende transities doormaakt. Welke transities? Naar een
slimme en duurzame stad. Gedreven door zelfredzame burgers
en de participerende samenleving. Informatieveilig en met respect
voor privacyeisen. Effectieve dienstverlening en voor wie
niet mee kan: één klant één regisseur. Transities in overvloed,
maar het moet wel betaalbaar blijven.
Op straffe van onvrede en verder publiek wantrouwen zal
dienstverlening zich in ieder geval langs vijf lijnen moeten versterken.
1) Verplaatsing van beslissingen naar ‘de voorkant’ van
het besluitvormingsproces, met wetgeving die dat ondersteunt.
Zoals de Omgevingswet. 2) Initiatieven van samenleving versterken,
zoals in allerlei initiatieven rond participatiesamenleving;
met democratische experimenten en weer wetgeving die
dat ondersteunt. 3) Beschikking van de zogenaamde zelfredzame
burger over eigen informatie en informatiekanalen om
ook zelfredzaam te kunnen zijn. 4) Informatiegedreven technologische
ontwikkeling met informatie gestuurde dienstverlening
op maat, maar ook met robots en andere vormen van AI te leveren
slimme dienstverlening. 5) Professionele en bestuurlijke
vorming gericht op wat modieus heet gericht op werken, vanuit
de bedoeling met wetgeving die dat ondersteunt, zoals voorgenomen
bij schuldhulpverlening.
Professionele en bestuurlijke vorming gericht op wat modieus
heet ‘werken vanuit de bedoeling’ met wetgeving die dat ondersteunt,
zoals voorgenomen bij schuldhulpverlening.
Henk Wesseling, Experticecentrum partners in publieke
meerwaarde
׉	 7cassandra://Sq9OLh9mN8Udrsgm8lNda1-9YjsMCtKUnNGUiJkcLsE `̵ YJH-J¾?YJH-J¾?{בCט   {u׉׉	 7cassandra://9C13pyHyEDYzPex7zGLkITX7Vv9zltDRp_W2FZNs0oA ` ׉	 7cassandra://RXh8-OkewvJnbwcsnRhgeqzyKnxM8c2pwdkr5_jJrGw_r`S׉	 7cassandra://gWwOKgkopu0--VQi5uaL0uL_8rL7t-EPbNtwTnDW2RQ `̵ ׉	 7cassandra://3YvnCXt5NFY9sd_iISxdJ74_AHy34QsPloOCkoow1VUwT͠YJH-J¾?ט  {u׉׉	 7cassandra://SRfb4YxKeAuyVl7fWmXNGOjL7YmdVtbhEo0XINVbb_4 *q` ׉	 7cassandra://iw-0vtf3Zh6j-uNuRxHhy9-yTUONZBnag0_shiUfcYE]`S׉	 7cassandra://gAnN4tOtcSdIEw-RiTUrcBvpa4dn34kF1TYCBDVWa8I`̵ ׉	 7cassandra://KOR9Kr7XWqdOILkK6n7BrEGO8NM2KBPLRRRCjPAJLP8h$͠YJH-J¾?׉EYWER KG EL U K
HOE DIGITALISERING
EN WERKGELUK
ELKAAR VERSTERKEN
BIEDT DIGITALISERING MEER PLEZIER IN JE WERK?
Digitalisering en werkgeluk hebben iets gemeen. Beide kunnen een positieve
klantbeleving en efficiency in processen bewerkstelligen. Dat werkgeluk wordt
bekeken vanuit de beleving van de ambtenaar, is voor iedereen vanzelfsprekend.
Bij digitalisering lijkt de focus vooral op de klant te liggen. Dit artikel
beschrijft in hoeverre digitalisering en werkgeluk elkaar kunnen versterken
om zo optimaal bij te dragen aan een positieve klantbeleving.
Tekst: Mireille Koomen, coach en trainer bij de teamverbinders en onderzoeker bij I&O Research
I
n opdracht van Binnenlands Bestuur
heeft I&O Research in 2016 een
onderzoek uitgevoerd naar (werk)
geluk onder ambtenaren en nietambtenaren.
Een van de uitkomsten was
dat 83 procent van de ambtenaren aangaf
dat het werk bij de algemene geluksbeleving,
een belangrijke rol speelt.
Plezier in het werk, zingeving, ontwikkeling,
energie en inspiratie blijken belangrijke
motivators te zijn. Zowel bij de
publieke als de private sector. De vraag is
wat nu precies zorgt voor plezier in het
werk, energie en inspiratie.
ON
W
TE
Uit de resultaten kwam verder naar
voren dat collega’s en leidinggevende
vaak spontaan genoemd worden. Zowel
bij de vraag wat medewerkers fijn en
16
normen en waarden en de manier
waarop doelen worden gesteld. Het zegt
iets over de manier waarop de onderlinge
relaties in de praktijk worden
belangrijk vinden alsook bij de vraag wat
zij in hun werk vervelend vinden. Ook
de werkdruk werd vaak genoemd.
Onderlinge relaties en de hoeveelheid
werk blijken van grote invloed te zijn op
plezier, energie en inspiratie.
Het minst tevreden blijken ambtenaren
over het totale organisatiebeleid en de
ondersteuning door de direct leidinggevende.
Daarbij heeft het organisatiebeleid
een relatief hoge impact op het werkgeluk.
Hier valt dan ook de meeste winst te
behalen. Organisatiebeleid gaat in deze
context over de heersende cultuur, de
beleefd en vormgegeven. Het woord
‘beleid’ impliceert dat het hierbij om
besluitvorming en ondersteuning vanuit
de werkgever gaat. Het getoonde leiderschap
en voorbeeldgedrag speelt dan een
belangrijke rol.
Werkgeluk hangt voor een groot deel af
van de kwaliteit van onderlinge relaties,
de werkdrukbeleving en het getoonde
leiderschap. Interessant is om te kijken
welke invloed digitalisering op deze drie
factoren heeft.
SOCIALE COHESIE
In overheidsland is het Nieuwe Werken
een ingeburgerd begrip. Dit ‘nieuwe werken’
wordt mede mogelijk gemaakt door
nieuwe technologieën voor onderlinge
communicatie. Uit onderzoek van I&O
Research (2016) blijkt dat ambtenaren, in
vergelijking met andere werkenden,
flexibeler kunnen omgaan met hun werkzaamheden
en werktijden. Ook is het
voor hen vaker mogelijk om thuis aan het
werk te gaan. Deze mate van flexibiliteit
bevordert het werkplezier.
׉	 7cassandra://gWwOKgkopu0--VQi5uaL0uL_8rL7t-EPbNtwTnDW2RQ `̵ YJH-J¾? ׉EKOok onderzoek bij de gemeente Rotterdam
(2014) laat zien dat medewerkers
meer vrijheid ervaren om te werken waar
en wanneer zij willen. Aan de andere kant
blijkt het Nieuwe Werken nog nauwelijks
effect te hebben op de productiviteit en de
arbeidssatisfactie. Een belangrijke oorzaak
lijkt te liggen in een verslechtering van de
onderlinge communicatie. Moderne technieken
voor ‘video conferences’ zijn nog
niet gemeengoed en ook worden mogelijkheden
om informatie digitaal te bekijken
en te delen, nog niet echt benut.
Bovendien is het persoonlijk contact sterk
verminderd, hetgeen een negatieve uitwerking
heeft op mensen die hier juist
behoefte aan hebben.
Hoewel dit onderzoek een beperkt beeld
geeft, is de gedachte dat dit beeld voor
veel medewerkers herkenbaar is: de
onderlinge relaties hebben te lijden onder
flexibel werken, terwijl juist die relaties
van belangrijke invloed zijn op het werkgeluk.
Leiderschap speelt hierbij een
belangrijke rol. Leidinggevenden weten
het beste wie er wel vaart bij meer onderling
contact en op welke manier dit vorm
zou moeten krijgen.
WERK-PRIVÉ BALANS
De werkdrukbeleving is bij veel overheidsorganisaties
hoog en kent diverse
oorzaken. Ook de digitalisering is daar
één van. Uit het onderzoek bij de
gemeente Rotterdam, is gebleken dat
overwerk meer voorkomt bij ambtenaren
dan werkenden uit andere beroepsgroepen
(respectievelijk 69 en 62 procent).
Bovendien ligt het verzuim hoger en
wordt vanuit de werkgever onvoldoende
steun ervaren om gezond te blijven.
Een gevaar van flexibel werken vormt de
vervagende grens tussen werk- en privé.
Een substantieel deel van de medewerkers
kan hierdoor het werk moeilijk loslaten.
Het altijd en overal bereikbaar zijn
kan onder meer een verhoogd gevoel van
stress met zich meebrengen.
ANDERE EISEN
Over digitalisering wordt vooral geschreven
vanuit het perspectief van de klant.
Deze moet optimaal bediend worden,
volgens de eisen van deze tijd. Nieuwe
technologieën ondersteunen hierbij. Minder
aandacht is er voor het feit dat de
digitale transformatie andere eisen stelt
aan de medewerkers. Hoe snel maken zij
de nieuwe technologieën en werkwijzen
eigen? En hoe worden zij hierbij ondersteund?
Onderzoek
van Morgens (Digitale transformatie
bij de overheid, 2017) laat zien
dat de meeste organisaties naar buiten
toe al ver zijn met digitaliseren. De burger
kan hierdoor veel zaken met de overheid
digitaal afhandelen. Intern, aan de
kant van de medewerkers, is het niet
altijd even digitaal georganiseerd. Een
van de respondenten zegt hierover:
Randvoorwarden
zelfstandig/verantwoordelĳkheid
der
weten we dat de vragen van klanten,
waarbij menselijk contact gewenst is, in
complexiteit zullen toenemen.
Deze ontwikkelingen stellen duidelijk
andere eisen aan de capaciteiten van de
medewerkers. In de praktijk zal blijken dat
niet iedereen aan deze eisen kan voldoen.
Veel medewerkers willen wel, maar hebben
daarbij extra begeleiding en opleiding
nodig. Het is zaak om als werkgever zorgvuldig
te kijken naar ontwikkelbehoeften
van medewerkers en hen te voorzien van
de juiste ondersteuning. Medewerkers zullen
daarnaast ook zelf moeten gaan aangeven
wat zij nodig hebben om de gewenste
ontwikkeling te kunnen maken.
Motivators
kennis sluit aan
collega’s
eindproduct
organisatie
bĳdrage aan samenleving
bĳdrage aan
economie
balans werk/privé
totale beloningspakket
Minder
belangrĳke
dissatisfiers
Impact
Deze factoren bepalen (in meer of mindere mate) het werkgeluk.
‘Ergens weten we wel dat binnen buiten
moet zijn. Dat als je straks belt, dat je
weet dat je met een ambtenaar aan het
bellen bent die precies kan zien wat jij
hebt ingestuurd … Nu zie je aan de buitenkant
als gebruiker een online formulier,
maar wordt dit aan de binnenkant
door de ambtenaren op een heel andere
manier verwerkt door bijvoorbeeld het
formulier uit te printen en weer in een
ander systeem in te voeren.’
In het onderzoek is ook een trend te
bespeuren als het gaat om het loslaten
van de vaste hiërarchie en een toename
van multidisciplinair, zelfstandig werken.
Met behulp van Agile- en Scrum-methodes
verhoogt dit de wendbaarheid van
organisaties. Er is een toenemende vraag
naar zelfsturende teams. Wie de ‘baas’ is,
is daarmee niet altijd meer duidelijk. VerJUISTE
ONDERSTEUNING
Het mag duidelijk zijn dat meer onderzoek
nodig is om te bepalen wat de
exacte effecten zijn van de digitalisering
op het werkgeluk van ambtenaren. Desondanks
kunnen we nu al vaststellen dat
er intern meer aandacht mag zijn voor de
gevolgen van de digitalisering op de
kwaliteit van onderlinge relaties, de ervaren
werkdruk en de rol hierbij van cultuur
en leiderschap. Niet alle medewerkers
zullen meekunnen in de veranderende
eisen die de digitalisering van hen
vraagt. Maar met de juiste steun en begeleiding
zouden dit er nog wel eens veel
minder kunnen zijn dan nu vermoed
wordt. Op langere termijn behoud je
hiermee meer mensen en verhoog je hun
werkgeluk. Daar heeft zowel de organisatie
als de klant alleen maar baat bij.
ondersteuning
leidinggevende
organisatiebeleid
Belangrĳke
dissatisfiers
kan me ontwikkelen
geeft zin aan leven
inspiratie
geeft energie
afwisselende
taken
plezier
Waardering (1-7)
׉	 7cassandra://gAnN4tOtcSdIEw-RiTUrcBvpa4dn34kF1TYCBDVWa8I`̵ YJH-J¾?!YJH-J¾? {בCט   {u׉׉	 7cassandra://IHX5YBreAlgUMJcS9ngoO267fK_uK6LaXwE4yQk7SVw ]` ׉	 7cassandra://VZdEENh5-EAWJISrpaXlwRTmd_iIPyRQg6luTiWTtNA^W`S׉	 7cassandra://VTWnNmp-N47ryWZRx4PbT-eywH7NQmoZsOxIPnh9CWU`̵ ׉	 7cassandra://uunw4-J0pxNz6EwVhPi_BTRmk13tJ3mBjGI9O_sKLE4\Oh͠YJH-J¾?"ט  {u׉׉	 7cassandra://4AgN7KRripN7C4Hkb0GkLd5wFdMez42dkQbYkqP8rG8 j`׉	 7cassandra://MDb_Xs9tQRZSJ0Y2h5kYuospG_gZGk85cdQ1akF76WIy`S׉	 7cassandra://4Q59skGx07L143MGhIyQD8ib-CtFXI3BootW2RI0g6w#`̵ ׉	 7cassandra://wOj_AdHTxDiGzwZarxqdVllpHJSYrlc49OkzRLQ06us U`͠YJH-J¾?#נYJH1J¾? |9ׁHhttp://www.centricpblo.nlׁׁЈ׉EvV AN ONZE KE N N ISP AR TN E R
Hoe ziet de overheid eruit
Overheden verbinden, participeren en regisseren
De overheid zit midden in een transitie naar meer lokale beleidsruimte. Denk aan het sociaal
domein, de Omgevingswet en een ruimer lokaal belastingregime. Méér invloed voor het lokaal
bestuur. Overheden hebben een soepele overgang zelf in de hand, bijvoorbeeld door goede instrumenten
te kiezen en juiste keuzes te maken. Dat vraagt wel om een blik vooruit. Op het Visionsplatform
worden verhalen over de regisserende en informatiegedreven overheid gedeeld. In dit artikel
een nadere kennismaking met enkele vergezichten.
Tekst: Alain Mahieu, Programma manager Business Development, Centric
M
eer lokale speelruimte voor de nieuwe overheid
maakt de weg vrij om vaker op te trekken met
inwoners, het bedrijfsleven, andere overheden en
publieke instellingen. Zoals scholen en universiteiten.
De overheid maakt een verschuiving van zelf uitvoeren
naar meer ruimte voor slim organiseren en faciliteren. Als overheden
met elkaar en met de samenleving verbonden zijn, kan
er doorlopend kennis en informatie worden uitgewisseld.
De overheid kan daarnaast door het delen van data veel transparanter
optreden en meer partijen betrekken bij sociale vraagstukken.
De samenleving krijgt daarmee beter zicht op de overheid
en meer invloed. Dit alles draagt bij aan het realiseren van
gedeelde ambities en te zorgen voor een veilige en fi jne samenleving
voor iedereen. Niet alles is te voorzien, maar met de
juiste visie weten we wel zeker dat we de juiste kant op gaan.
NIEUWE VERBINDINGEN VORMEN
DE SLEUTEL TOT HET SUCCES
VAN HET OVERHEIDSOPTREDEN
Drie pijlers
Als het gaat om de nieuwe overheid, dan zijn er drie pijlers te
onderscheiden: verbinden, participeren en regisseren.
Verbinden
Voor ons dagelijks leven is het leggen van verbindingen van
groot belang. Door te verbinden, breiden we ons netwerk uit,
delen we kennis, helpen we elkaar, drijven we handel en organiseren
we de samenleving. We verbeteren deze verbindingen
en relaties doorlopend.
18
Dit geldt ook voor de overheid. De overheid zoekt actief naar
nieuwe verbindingen met andere overheidsorganisaties, inwoners,
bedrijven en instellingen. Nieuwe verbindingen vormen
de sleutel tot het succes van het overheidsoptreden.
Participeren
Samen doen en deelnemen: deze begrippen zijn belangrijk voor
de overheid. Door ontwikkelingen, zoals globalisering, urbanisatie
en digitalisering, worden ze steeds belangrijker. In Nederland
hebben inwoners en ondernemers veel vertrouwen in de
democratie. Dit vertrouwen is niet vanzelfsprekend. Inwoners
en ondernemers willen invloed op hun deel van de samenleving.
Een samenleving in beweging vraagt een nieuwe rol van
de overheid. Waar dat kan moeten burgers de mogelijkheid
krijgen zelf te handelen en eigen verantwoordelijkheid te
nemen.
Regisseren
Wil de gemeente een overheid blijven die ertoe doet, dan moet
zij de regie durven nemen en niet zelf doen wat een ander
beter kan. Sturen en beslissen moeten de kerntaken zijn. Uitvoerende
werkzaamheden kunnen beter worden belegd bij
gespecialiseerde (publieke) organisaties. Een overheid die
publieke zaken collectief regelt voor de samenleving, hoeft zelf
geen expert te zijn. Wel moet zij weten wat belangrijk is voor
de verschillende stakeholders en midden in de samenleving
staan, richting geven. Hierdoor ontstaat een compacte en
nabije overheid die wendbaar is. Uiteindelijk leidt dit tot snellere
en betere besluitvorming.
Eigen rol overheden?
Niemand zit dichter op het vuur dan overheden zelf. Zij zijn
het die de transformatie doormaken. Hoe bereiden overheden
hun dienstverlening voor op de toekomst? Hoe zien zij hun
eigen rol in 2030?
׉	 7cassandra://VTWnNmp-N47ryWZRx4PbT-eywH7NQmoZsOxIPnh9CWU`̵ YJH-J¾?$׉Ewin 2030?
Halte Werk: ‘meer hulp op maat’
Irene Makelaar (directeur Sociale Dienst Halte Werk): “Dankzij
digitale innovaties kunnen wij als overheid steeds meer hulp
op maat bieden. Ik geloof dat daardoor iedereen in 2030 de
mogelijkheid heeft om op een waardevolle manier te participeren
in de maatschappij.”
IN 2030 ZIE IK EEN ORGANISATIE
WAARIN ALLE PROCESSEN
SOEPEL EN FOUTLOOS LOPEN
GBLT: ‘selfservice centraal’
Jet Lepage (adjunct-directeur Belastingkantoor GBLT): “In 2030
zie ik een organisatie waarin alle processen soepel en foutloos
lopen. Dat realiseren wij door een vergaande digitalisering met
een centrale rol voor selfservice voor de burger. Burgers zullen
in 2030 zelfvoorzienend zijn. Ik voorzie dat het aanslagbiljet,
zoals wij dat nu kennen, verdwijnt.”
Leeuwarden: ‘beter inspelen op de behoeftes van burgers’
Reindert Hoek (gemeentesecretaris Leeuwarden): “‘Mienskip’,
zoals wij echte verbinding in de maatschappij noemen in de
provincie Fryslân, staat bij de gemeente Leeuwarden voorop.
Ik ga er vanuit dat de onze dienstverlening in 2030 volledig
gedigitaliseerd is en dat wij zijn aangesloten op een landelijk
opererend gegevensuitwisselingssysteem. Door digitale innovatie
krijgen wij tijd om veel meer in te spelen op de behoeftes
van onze klanten. Dit leidt tot meer en waardevollere verbinding
in de mienskip.”
Meer weten?
www.centricpblo.nl
׉	 7cassandra://4Q59skGx07L143MGhIyQD8ib-CtFXI3BootW2RI0g6w#`̵ YJH-J¾?%YJH-J¾?${בCט   {u׉׉	 7cassandra://SJt5f4zFPp4wXFnK5-XFZuXiUhnRYQVacbaDYwRgahs  ` ׉	 7cassandra://77V-2U-N7nhsOFZd530DZoWvnZdnLzonaSrj3MqTHVQa`S׉	 7cassandra://0lSEvrD7XKOki6lM7IqodTNRvQLhWPqmr_mpVJYINsY<`̵ ׉	 7cassandra://SzBhCFowIZ3H1PLuacn1rLwUIEileZLgK4bIpJXOYBAkX͠YJH-J¾?&ט  {u׉׉	 7cassandra://sRoc1YxPpoVh5vIwqLNpRfQmV6GZ1l19LD0sYcatRn0 :`׉	 7cassandra://xvFrEw4OE0p1F2iCBaw-N1R-lsPDlVbHr6GMaB2VhkIU`S׉	 7cassandra://uaNKmUaOWeZZ8ubzdyRGHnmQxSkj65i0jGwiaURmzXIf`̵ ׉	 7cassandra://fbfn-92wgnbUv5DgUDiq-rAav8eHcxiHK1D-YN6yg5A UsX͠YJH-J¾?'נYJH1J¾? ̴69ׁHhttp://Bol.comׁׁЈ׉E;I NTE R VI EW
‘EEN BEWINDSPERSOON
VOOR DE DIGITALE
OVERHEID JUICH IK TOE’
IN GESPREK MET DIGICOMMISSARIS BAS EENHOORN
Op de dag voordat Bas Eenhoorn op vakantie gaat spreken we de Digicommissaris
in zijn Haagse kantoor. Hij heeft een flinke stapel boeken klaarliggen om
te lezen. Geen eBooks? Nee, papier! Want ook de Digicommissaris gaat wel
eens offline om van de stilte te genieten. Van die rust is nu nog weinig merkbaar.
Eenhoorn toont zich energiek en strijdbaar zodra we het gesprek over de
informatiesamenleving starten. We blikken terug op zijn werk als Digicommissaris,
een ambt dat hij deze zomer drie jaar vervult. In april van dit jaar
meldde Eenhoorn in een brief aan de Tweede Kamer dat hij zijn ontslag zal
aanbieden, indien het nieuwe kabinet besluit tot één politiek verantwoordelijke
bewindspersoon voor de digitale overheid. Op die manier wil hij alle
ruimte geven aan een goede invulling van de interbestuurlijke regie onder
deze bewindspersoon.
Tekst: Otto Thors, hoofdredacteur inGovernment
H
20
oe staat de digitale overheid
ervoor?
Eenhoorn: ”Ik zie steeds meer
ambtenaren, binnen alle geledingen
van de overheid waar ik over de
vloer kom, op hun werkplek de digitale
buitenwereld mee naar binnen nemen.
Dat was enkele jaren geleden wel anders.
Toen transformeerde deze burger dagelijks
tot ambtenaar en vergat hij de informatiemaatschappij
waarvan hij deel uitmaakt.
Tegenwoordig zie ik een enorme
versnelling en heb ik het gevoel dat we
een doorbraak meemaken. De gedragsverandering
bij ambtenaren is volop
gaande.”
Waar blijkt die gedragsverandering uit?
Eenhoorn: “Kijk naar de verkiezingsapp
die in vijf gemeenten wordt uitgeprobeerd.
Dat is een interessante ontwikkeling
in plaats van een gevaarlijk experiment,
zoals het door sommigen wordt
weggezet. Als je uitgaat van het idee dat
internet nooit veilig is, dan kan je nooit
digitaal stemmen. Maar volledige veiligheid
is ook bij stemmen met het rode potlood
niet te garanderen. Je moet juist proberen
te leren door te experimenteren en
kleine stappen voorwaarts zetten. Dat je
daar als overheid voorwaarden aan stelt
is vanzelfsprekend, maar zonder een eerste
stap kom je niet op de maan.”
Dus moeten we meer experimenteren binnen
de digitale overheid?
Eenhoorn: “We moeten als overheid
stapsgewijs willen verbeteren. Het goede
voorbeeld geven. Je kan de buitenwereld
niet negeren en vasthouden aan je eigen
logica, als de rest van de wereld al drie
stappen verder is. De hele wereld is aan
het veranderen, dat is ook hier de afgelopen
drie jaar gebeurd. De overheid kan
niet doorgaan zoals ze bezig was. Het
moet anders. Stel gebruikers centraal,
bevorder transparantie, opereer richting
bedrijven en inwoners als één overheid.
Het transitieproces dat daarmee gepaard
gaat vergt vertrouwen. Vertrouwen in
digitalisering is een opgave die ook voor
het nieuwe kabinet onmisbaar is.”
Welke boodschap heeft u voor het nieuwe
kabinet?
Eenhoorn: “We moeten minder denken
vanuit een vijandig beeld als het gaat om
digitalisering. De digitale revolutie is
volop gaande en de overheid kan daarin
niet achterblijven. De overheid moet
׉	 7cassandra://0lSEvrD7XKOki6lM7IqodTNRvQLhWPqmr_mpVJYINsY<`̵ YJH-J¾?(׉E
N
’
dienst in Utrecht. Daar liepen mensen
rond die je zou verwachten bij Bol.com.
Ze zijn daar met algoritmen aan de slag
om fraude op te sporen. Dat soort thema’s
zie je ook in de politiewereld waar
ze bezig zijn met predictive policing. Als
je die mensen spreekt geven zij ook aan
dat hun werk in het publieke domein
veel interessanter is dan bij een bedrijf.
De overheid is zo veelzijdig. Volg het
dataspoor en breng de verschillende
domeinen met elkaar in verband. Dat is
een fantastische uitdaging. Naarmate
digitalisering in dienst wordt gesteld van
beleidsdoelstellingen, trek je het geheel
uit de oude bedrijfsvoeringhoek. Digitalisering
gaat ons veel sneller helpen bij het
realiseren van nieuwe oplossingen dan
de oude analoge wereld. Dat is interessant
voor jonge mensen die bijvoorbeeld
als data scientist aan de slag willen. Volgens
mij gaan we naar een situatie waarbij
de overheid als werkgever goed kan
concurreren met het bedrijfsleven omdat
de maatschappelijke opgaven zo interessant
zijn. Zeker omdat de overheid steeds
meer werkt aan relevante zaken zoals
doelbinding, privacy en (cyber)veiligheid.”
Toen
u begon als Digicommissaris sprak u
over het creëren van resultaten door de worBas
Eenhoorn: ”Laten we de digitaliseringsimpuls vooral aangrijpen door te beginnen met het ontwikkelen
van een kennisplatform.”
staan voor het publieke belang en mensen
centraal stellen. Dat belang moet
soms opnieuw worden bepaald, bijvoorbeeld
op het gebied van privacy, cybersecurity
en toepassing van artificiële intelligentie.
Digitalisering gaat voorbij de
techniek en verlangt politieke en maatschappelijke
discussie, vanuit een open
houding. Dat moet het nieuwe kabinet
stimuleren.”
Is digitalisering bij de overheid nog steeds
een weeskindje?
Eenhoorn: “Nee, maar je moet wel verder
kijken dan je neus lang is. Zo was ik op
bezoek bij het Datalab van de Belastingtel
of de stok. Welke aanpak heeft u het
meest gebruikt afgelopen jaren?
Eenhoorn: ”Als je kijkt naar de omstandigheden
waarin ik als Digicommissaris
mijn opdracht heb gekregen, moet je
onderkennen dat veel zaken ontbraken.
Er was geen structureel geregelde financiering,
geen wettelijke basis, iedereen
werkte vanuit zijn eigen domein aan
digitalisering. Als je ziet waar we vandaan
komen en nu staan, is er fantastisch
resultaat behaald. Er zijn in het Digiprogramma
afspraken gemaakt over waar
we naar toe willen en wie meebepaalt,
betaalt ook mee. We hebben een besturingsstructuur
ingericht waarin alle overheden
en het bedrijfsleven zijn vertegenwoordigd.
Parallel aan het opzetten van
de interbestuurlijke besturingsstructuur,
hebben we van elk onderdeel van de GDI
(generieke digitale infrastructuur van de
overheid) vastgelegd wie welke rol heeft.
Dit geeft helderheid in de sturing en
׉	 7cassandra://uaNKmUaOWeZZ8ubzdyRGHnmQxSkj65i0jGwiaURmzXIf`̵ YJH-J¾?)YJH-J¾?({בCט   {u׉׉	 7cassandra://qv2VKmHvDLg4ElOzsCUQjzZjrCuL8RUargQxrlhbbkE ` ׉	 7cassandra://BBuUV8PjUHJus3-2cu3FgFCLFJQQUX9FXoJZye5qXMQeP`S׉	 7cassandra://1zzQ3udvj6Xp3Mh06Sbcnp7RveJqkzObQEElkQB29PQd`̵ ׉	 7cassandra://9voSve5Li1aqnJqtChMgyH3-M4aQPg8tuJ9v920jNMY~T͠YJH-J¾?*ט  {u׉׉	 7cassandra://eL6-nxaS2VAf9OpfHddmEXi48ernE6ZWpbOvcqzHooM $`׉	 7cassandra://VJKlsOLT0AzLbZKJbT80HXMUTI2SkAZYLW0N3BfPu-A``S׉	 7cassandra://oqdP6SFqYc-zI0tlIH7nX348reuPTk7hVBflTNWJVro`̵ ׉	 7cassandra://vZY8Xn4zoepJPl8TLq_MHKWf2mQONcJS3W98Sg9_DiU ̪͠YJH-J¾?+׉Ebiedt inzicht in wie waarvan is. Met die
nieuwe structuur werd besluitvorming
transparant gemaakt en zijn de acute
financiële problemen die speelden bij
aanvang van mijn opdracht, nu duurzaam
opgelost. Het is mijn rol om partijen
aan te spreken op hun verantwoordelijkheid
en het aanjagen (of soms ook
temporiseren) van initiatieven waarvan
duidelijk is dat iedereen er baat bij heeft.
Ook daar zie ik verbeteringen. Kijk naar
gemeenten die een College voor Dienstverlening
willen inrichten. Dat voorstel is
mede voortgekomen uit de lijn die wij
hebben gevoerd. Dat incasseer ik als een
compliment. Tegelijkertijd constateer ik
ook dat er de komende jaren een
bewindspersoon moet komen die wel een
eigen begroting en doorzettingsmacht
heeft. Die stok die ik niet had, moet er
wel komen.”
VE
IS
N
De hoogste tijd voor een staatssecretaris van
ICT?
Eenhoorn: “Ik vind het noodzakelijk dat
er een bewindspersoon komt die digitalisering
expliciet in zijn portefeuille heeft.
Een bewindspersoon voor de digitale
overheid zou ik zeer toejuichen. Als deze
maar wel wat potten kan breken. Daarom
pleiten wij in het adviesrapport Maak
Waar!, opgesteld door de Studiegroep
Informatiesamenleving en Overheid,
voor een budget van 300 tot 500 miljoen
om behoorlijk tempo te kunnen maken.
Deze bewindspersoon heeft een voorbeeldfunctie
en moet mensen motiveren
om de ingezette gedragsverandering ten
opzichte van digitalisering verder te stimuleren.
Dit kost tijd en moeite. Het kan
alleen maar slagen als alle neuzen in het
kabinet dezelfde richting uit wijzen.”
Moet die bewindspersoon iemand uit het
bedrijfsleven zijn?
Eenhoorn: “Zoals ik het zie moet de
nieuwe bewindspersoon iemand zijn die
22
op de groei van de voorzieningen. In
hoeverre zijn wij in staat om de huidige
voorzieningen in de lucht te houden? We
willen voorkomen dat bepaalde voorzieningen
die nodig zijn, niet worden ontwikkeld
omdat ze te duur zijn voor één
partij om te ontwikkelen, of omdat de
baten voor deze partij te beperkt zijn. In
andere landen, bijvoorbeeld Denemarken,
wordt dit soort projecten centraal
gefinancierd. Wij gaan in Nederland niet
richting dat Deense model, maar we zullen
wel veel nadrukkelijker gaan sturen
op cofinanciering. Nieuwe duurzame
financieringsafspraken brengen financiele
en bestuurlijke rust voor de bestaande
en nieuwe voorzieningen.”
Wat zijn uw wensen voor de GDI?
Eenhoorn: “Ik zou graag zien dat we de
GDI doorontwikkelen naar een echte
nationale digitale infrastructuur met een
publiek-privaat karakter. Een GDI die
beter aansluit bij de behoeften en wensen
van burgers en bedrijven. Moderniseren
gelooft in de digitalisering van de samenleving.
Iemand die nieuwe technologieën
ziet als kans voor de overheid en voor de
Nederlandse economie. In de afgelopen
drie jaar is het mij opgevallen dat het wel
helpt als je de Haagse rituelen een beetje
kunt begrijpen en weet hoe de hazen hier
lopen. Ik heb met het bureau Digicommissaris
enorm veel profijt gehad dat wij
met een kleine groep ervaren specialisten
een Gideonsbende hebben gevormd. De
nieuwe bewindspersoon moet, ongeacht
zijn achtergrond, wel goede ondersteuning
krijgen anders wordt het problematisch
om effectief te zijn in Den Haag.“
Is een begroting van 300 tot 500 miljoen niet
aan de bescheiden kant?
Eenhoorn: ”Financiering van de GDI is
met dit budget geregeld, maar het is niet
duidelijk of deze voldoende is toegerust
en doorontwikkelen blijft nodig. Denk
aan DigiD, waarvoor nu een app is ontwikkeld.
Gevolg zal zijn dat door de
gebruiksvriendelijkheid het gebruik
ervan enorm zal stijgen. De ontwikkelcyclus
van bestaande systemen beslaat
veelal drie maanden, terwijl de ontwikkelcyclus
van een app binnen drie weken
plaatsvindt. Dat vraagt om radicale verandering
van de ontwikkelaanpak en het
bijbehorende budget. Digitalisering vergt
een sterke impuls binnen de overheid.
Daarom hebben we in het rapport ‘Maak
Waar!’ aanbevolen om een fors bedrag
per jaar te reserveren voor initiatieven
die bijdragen aan deze digitaliseringsimpuls.”
Wat
is het eerste resultaat dat u verwacht
van de digitaliseringsimpuls?
Eenhoorn: “Binnen het Nationaal Beraad
is gesproken over een innovatieagenda.
Steeds meer onderwerpen verschuiven
naar het online domein. Denk aan cybercriminaliteit.
Dat vergt specifieke kennis.
Laten we de digitaliseringsimpuls vooral
aangrijpen door te beginnen met het ontwikkelen
van een kennisplatform. Er is al
een specifiek platform voor de Belastingdienst,
maar dit soort platformen zouden
breder mogen worden ontwikkeld, over
de grenzen van organisaties heen. Ik verwacht
dat een bewindspersoon voor de
digitale overheid, die substantieel budget
meekrijgt, zaken in gang kan zetten.”
Welke impact gaat digitalisering op de overheid
zelf hebben?
Eenhoorn: ”Ik denk dat wij op den duur
kleinere overheden krijgen. Digitale systemen
kunnen veel taken opvangen en
worden zelflerend. Uiteindelijk zal de
overheid het, net zoals de banken, met
minder mensen af kunnen. Dat zorgt
voor druk op de arbeidsmarkt. Medewerkers
gaan ander werk krijgen. Inwoners
gaan veel meer zelf doen en vergroten de
regie op hun eigen informatie. We moeten
leren hoe we met mensen omgaan die
de voorzieningen van de digitale overheid
zelfstandig gebruiken. Die inzichten
moet je benutten om de dienstverlening
continu te verbeteren. Daar wordt je een
slimmere overheid van.”
׉	 7cassandra://1zzQ3udvj6Xp3Mh06Sbcnp7RveJqkzObQEElkQB29PQd`̵ YJH-J¾?,׉E^LI N DA KO OL
IN DE BAN VAN KUNSTMATIGE
INTELLIGENTIE
In maart hield ik, op uitnodiging van het ministerie van Veiligheid
en Justitie, een lezing over kunstmatige intelligentie in de
rechtspraak. Mijn verhaal ging over wat slimme systemen wel
en niet kunnen en welke vragen dat oproept voor mogelijk
gebruik in de rechtspraak. De eerste ‘robotadvocaten’ bestaan
immers al, zoals het slimme chatbotje ‘DoNotPay’ dat automatisch
verkeersboetes voor je aanvecht. Of ROSS, gebouwd op
supercomputer Watson van IBM, die advocaten kan helpen bij
juridisch onderzoek. In de Verenigde Staten adviseren slimme
systemen rechters over de kans dat een verdachte opnieuw de
fout in gaat. Daarmee kan een rechter bijvoorbeeld de condities
voor eventueel (vervroegde) vrijlating bepalen. Krijgen we
straks ook robotrechters, was een van de vragen van die middag?
Kunstmatige
intelligentie (AI) is hot. Elke dag verschijnen
berichten in de media. Enerzijds over hoe AI serieuze problemen
kan oplossen, bijvoorbeeld het vroegtijdig opsporen van
ziektes. Anderzijds klinken er waarschuwingen dat door AI de
wereld ten onder zal gaan. Dergelijke onheilspellende berichten
helpen de discussie over een zinvolle inzet van AI niet veel verder.
‘Slim zijn’ wordt verward met ‘mens zijn’. Pedro Domingos,
informaticaprofessor stelt dan ook: “People worry that computers
will get too smart and take over the world, but the real problem
is that they’re too stupid and they’ve already taken over
the world.”
De hypothetische horrorscenario’s van morgen blokkeren het
zicht op de uitdagingen van vandaag. We vergeten dat AI nu al
overal wordt toegepast. Op de fi nanciële beurs, zoekmachines
op internet of voor dynamische prijsbepaling. Die inzet van AI
roept overal prangende vragen op. Want slimme systemen blijken
bijvoorbeeld soms onbedoeld te discrimineren, zoals dat
systeem dat rechters in de Verenigde Staten gebruiken. Verder
weten we dat in ICT-systemen fouten kunnen sluipen en dat die
soms bijzonder lastig zijn te herstellen. Zo kunnen automatische
systemen die boetes innen, zeer schrijnende gevolgen voor burgers
hebben. AI blijft een vorm van statistiek, van kansberekening.
Er is altijd een kans dat het systeem het niet goed heeft.
In Nederland hoor je nog weinig over hoe wij met deze praktische
uitdagingen van AI om willen gaan. Elders in Europa is dat
wel het geval. Het parlement van de Raad van Europa - hoeder
van de mensenrechten in Europa - stemde in april unaniem in
met aanbevelingen aan de Raad over dit onderwerp. Centrale
boodschap: slimme systemen mogen mensenrechten niet onder
druk zetten. Concreet roept het parlement de Raad op om (naast
vele andere zaken) richtlijnen te ontwikkelen voor de accountability
van slimme systemen, zodat de verantwoordelijkheid en
de aansprakelijkheid voor slimme systemen te allen tijde bij
mensen ligt. Verwijzingen naar ‘onafhankelijke’ systemen kunnen
de ontwerpers, ontwikkelaars en beheerders van deze systemen
niet ontslaan van deze verantwoordelijkheid. Het parlement
riep de Raad ook op tot het ontwikkelen van een gezamenlijk
raamwerk, waaraan het gebruik van AI in de rechtszaal
moet voldoen.
W
I
O
De bijeenkomst van het ministerie van Veiligheid en Justitie
bleek dus tijdig georganiseerd. Voorlopig werkt het ministerie
hard om de rechtsgang en de werkprocessen verder te digitaliseren.
In de komende jaren zal ook de inzet van kunstmatige
intelligentie meer vorm krijgen. Ik hoop dat het ministerie het
uitgangspunt van het parlement van de Raad van Europa daarbij
als leidraad neemt: de beschermenswaardigheid van de
mens centraal.
Linda Kool is senior onderzoeker bij het Rathenau Instituut
׉	 7cassandra://oqdP6SFqYc-zI0tlIH7nX348reuPTk7hVBflTNWJVro`̵ YJH-J¾?-YJH-J¾?,{בCט   {u׉׉	 7cassandra://GsE5392Dvs5KM7krK6rYFwy07D35w6DOmlAFc8E2zJQ ` ׉	 7cassandra://aZp9wWyR2xNDN16knVCbLgFgK-PRN0MjBg4hGBtkAbY``S׉	 7cassandra://y3CI0HvKxLowKf6SWtiu7uJwoPgBnPBqkO1MYQiS7Gk`̵ ׉	 7cassandra://9RYdExhbU84GjNH2uo-WUds8h_apOmhlaMex9WgPtcovX͠YJH-J¾?.ט  {u׉׉	 7cassandra://WLnQCZbfYWLJS_QntKtwdzDftxxwEM-uj4xbbeu3Z5c (`׉	 7cassandra://Xn7kk8slSlaT46yowAvRF0ExprG4OWaHbRoO-02DD7sc`S׉	 7cassandra://FvovCGctbgK2OXRwcuWKnW5h2JbUoaaiVSpFl3sL_MA a`̵ ׉	 7cassandra://jUIN1wC-HWiW_fdFPzbuHyn7vUGTUBB9WF8uadB9j8A hX͠YJH-J¾?/׉E<E X PE R IME NTE R E N
GEMEENTEN ZOEKEN
EXPERIMENTEERRUIMTE
ALS IETS IN ANDERE LANDEN KAN, WAAROM HIER DAN NIET?
We zitten volop in de informatiesamenleving, maar toch lijkt de overheid nog
niet altijd mee te kunnen of te willen komen. Neem het tellen van de stemmen
bij de afgelopen verkiezingen voor de Tweede Kamer. Dat gebeurde
handmatig, in verband met digitale systemen die mogelijk te hacken waren.
Hebben wij hier met technologische vraagstukken te maken of met iets dat
van doen heeft met de Nederlandse cultuur? Hoe gaan andere landen daar
mee om, zoals Estland of België? En in hoeverre lost experimenteerruimte
voor gemeenten iets op?
Tekst: Jorinde ter Mors, directeur Dienstverlening gemeente Utrecht en Larissa Zegveld,
redacteur inGovernment
nformatiesamenleving en participatiesamenleving.
Het zijn twee dingen
die in elkaars verlengde liggen. De
overheid wil dat burgers zaken
zoveel mogelijk en steeds vaker zelf
oppakken. Maar om als burger zelf goed
die zaken te kunnen organiseren, heb je
bepaalde informatie nodig. Onder meer
vanuit gemeenten. Dat maakt dat
gemeenten vanuit de informatiehoek
hard bezig zijn om te zorgen dat die burgers
ook daadwerkelijk kunnen participeren.
De vraag is of dat altijd juist
gebeurt. Wordt er vanuit de overheid niet
te veel vanuit de technologie gedacht?
I
ANGSTREFLEX
In verband met mogelijke kwetsbaarheden
van het gebruik van Ondersteunende
Software Verkiezingen (OSV) was bij de
afgelopen Tweede Kamerverkiezingen
het papieren proces leidend en gebeurde
het tellen van de stemmen handmatig.
Maar is niet iedere software kwetsbaar en
te hacken? Wat in ieder geval opviel is
dat de overheid andermaal in een angstreflex
schoot en niet één of twee stappen
naar achteren zette, maar misschien wel
24
drie. Er lijkt een patroon te zijn in de
reactie van de overheid. Iedere keer als er
iets onverwachts gebeurt, en als je iets
ontwikkelt is er áltijd een periode dat er
iets onverwachts gebeurt, dan loopt de
overheid naar achteren. Zij zegt niet:
natuurlijk willen wij de stap naar voren
maken en dus betekent dat dat wij oplossingen
moeten vinden voor de onverwachte
problemen die zich onderweg
VOORBEELDEN
De Nederlandse overheid staat op al dit
soort punten nog steeds met beide
benen in de analoge wereld. Zij kent nog
steeds dezelfde processen als vijftig jaar
geleden, met dit verschil dat vandaag de
dag er een digitaal schilletje omheen is
gebouwd. Dat het ook anders kan,
wordt bewezen in landen als Estland,
Portugal of België. In Estland bijvoorG
L
AL
voordoen.
Nee, zij maakt een stap naar
achteren. Wat dat betreft valt er bijvoorbeeld
te leren van banken. Die zetten vol
in op contactloos betalen, ook al weten zij
dat hun systemen te hacken zijn. Maar in
plaats van terug te gaan naar contante
betalingen, bedenken banken onderweg
wél oplossingen.
beeld weet de overheid dat hun systemen
te hacken zijn en dat er dingen fout
kunnen gaan, maar dat is ingecalculeerd.
De Estse overheid geeft zichzelf
de ruimte om dat soort digitale stappen
te maken. Zo vindt in Estland het verkiezingsproces
wel digitaal plaats. Burgers
kunnen online stemmen, zelfs tot
׉	 7cassandra://y3CI0HvKxLowKf6SWtiu7uJwoPgBnPBqkO1MYQiS7Gk`̵ YJH-J¾?0׉E	een uur voor sluiting van de stembussen
hun keus nog aanpassen, maar het is
geen verplichting. Belangrijkste reden
om online stemmen mogelijk te maken,
was om jongeren naar de stembus te
krijgen. Dat is gelukt. In Estland hebben
ze niet de illusie dat honderd procent
van de populatie online moet stemmen,
maar ze zijn wél begonnen. Een heldere,
pragmatische insteek.
Een vergelijkbare, pragmatische aanpak
vindt plaats in België. Zonder de zekerheid
te hebben dat álle gemeenten daar
meedoen met het implementeren van
uniforme ICT-standaarden en eenduidige
werkprocessen en zonder de doelstelling
dat álle gemeenten binnen een
bepaalde tijd aangesloten moeten zijn,
wordt daar gewoon begonnen. Nederlandse
gemeenten waren op dat gebied
meer afwachtend en lieten zich met
name leiden door de ministeries. Tot nu
toe.
EXPERIMENTEERRUIMTE
Langzamerhand ontstaat er ook bij
Nederlandse gemeenten ruimte om te
experimenteren en uit te gaan van de
eigen kracht. Een hulpmiddel daarbij is
het werken met de Pilotstarter. Bij veel
gemeenten lopen pilots, maar vaak is er
niet de tijd en menskracht om dat te
delen met andere gemeenten. De Pilotstarter
biedt daar uitkomst. Het brengt
experimenten en pilots die lopen bij
gemeenten, onder de aandacht van
andere gemeenten en nodigt hen uit om
mee te doen en te denken. Het laat, zij
het nog wel op erg bescheiden schaal,
zien dat gemeenten bezig zijn met het
maken van een omslag waarbij er ruimte
is om te experimenteren. In dat kader
past ook de stap van een aantal gemeenten
(waaronder Emmen, Utrecht, Hollands
Kroon, Molenwaard en Almelo)
die werken aan een digitaal systeem,
waarmee voorkomen moet worden dat
burgers met schulden nog dieper in de
problemen komen. Niet afwachten, maar
gewoon beginnen.
Experimenteerruimte kunnen gemeenten
ook vinden door met elkaar en andere
overheden in gesprek te gaan en elkaar op
te zoeken. Want waarom het licht niet
opsteken bij banken en andere organisaties
die te maken hebben met hoge betrouwbaarheid
van transacties? En waarom niet
gebruikmaken van de expertise en software
die al bij andere overheidsorganisaties
aanwezig is? Zoals bij de Belastingdienst.
De processen van die organisatie
mogen inhoudelijk anders zijn dan processen
binnen gemeenten of andere overheden,
maar qua beveiliging, digitalisering
en inloggen is het goed vergelijkbaar.
Laten gemeenten kijken wat zij zelf in huis
hebben, wat andere partijen in huis hebben
en laten ze gewoon beginnen. Ga op
pad, de weg an sich is al leerzaam en je
komt pas ergens achter als je daadwerkelijk
begint.
׉	 7cassandra://FvovCGctbgK2OXRwcuWKnW5h2JbUoaaiVSpFl3sL_MA a`̵ YJH-J¾?1YJH-J¾?0{בCט   {u׉׉	 7cassandra://CcaeshEjFGSh0QlwPtAHbuOlVdvoLQTpRkCOizhgUno ~` ׉	 7cassandra://6kzJH5VsTcD_qJhFOny6K6KhBqFTWVn20rQNMsOYKxg]r`S׉	 7cassandra://3EMmHAcbeUprc8r4NHiXx8T-VT7HdU0odGYXAbFp-Dcn`̵ ׉	 7cassandra://iTEF9jvaM9VYLFR3QJITRXHP1JJkX13_d51VvT9u-v4n̨͠YJH-J¾?2ט  {u׉׉	 7cassandra://pNUS3n_LyIhWsyyD1AUpfZ7WfzwbDzDwq9QL6ufSqOk o` ׉	 7cassandra://sLy3t3bsGzBeYAEWlvAQjAdRtt4WL8XCUeADoVRs_nEb?`S׉	 7cassandra://UMhKkzBeHJaZbqpLeDSB8HY7BRRGqZlIsLAGweYnNyI`̵ ׉	 7cassandra://zHxtqnpLllrmMVs_5a4VIVYjMqIcoGoEZyPHcqtCv_k͕͠YJH-J¾?3נYJH1J¾? ^l9ׁHhttp://WE-government.nlׁׁЈ׉EKL ANTR E IZE N
HAARLEMMERMEER
BRENGT KLANTREISMETHODIEK
IN PRAKTIJK
WAT VERWACHT WELKE KLANT WANNEER EN WAAROM?
Wat begon met een verzoek van het College van de gemeente Haarlemmermeer
om antwoord te geven op de vraag hoe de gemeentelĳ ke dienstverlening
over alle kanalen heen presteert, resulteerde in een toegepaste klantreismethodiek.
In dit artikel een reisverslag van de klantreismethodiek in de
gemeente Haarlemmermeer.
Tekst: Otto Thors, hoofdredacteur inGovernment
V
ertrekpunt was de vraag in
hoeverre de organisatie in staat
is om op basis van de huidige
werkwijze, monitoring en rapportage
antwoord te geven op de vraag:
Wat verwacht welke klant wanneer en
waarom? Op basis van een uitgebreide
verkenning werd duidelijk dat er volop
gegevens beschikbaar zijn, maar dat deze
vraag daarmee nog niet zo eenvoudig is
te beantwoorden.
WETEN WAT WE NIET WETEN
Er is andere informatie nodig dan tot op
heden wordt verzameld binnen de
gemeentelijke organisatie om de klantreis
in kaart te brengen. Voor de klantreismethodiek
is het nodig om de zogeheten
feedbackloop te verbeteren zodat soortgelijke
informatie wordt verzameld die
relevant en actueel is. Deze informatie is
te verzamelen door de klantervaring tijdens
het klantcontact direct in kaart te
brengen, dus niet maanden later. Daarbij
wordt meer aandacht besteed aan uitschieters
in klantwaardering. Dat betekent
niet alle klanten met een complete
set vragen benaderen, maar meer vragen
26
stellen aan klanten die erg positief of erg
negatief zijn over hun klantervaring.
BEHOEFTE VS. TEVREDENHEID
De klantreismethodiek onderzoekt klantbehoeften.
Dat is iets anders dan klanttevredenheid,
waarbij een inwoner wordt
gevraagd hoe deze de aangeboden
dienstverlening waardeert. De klantreismethodiek
verbindt motieven van inwoners
met de dienstverlening. Vaak blijkt
hieruit dat bestaande rapportages en
tools ongeschikt zijn omdat deze nauwelijks
inzichten bieden in klantbehoeften,
maar vooral nadruk leggen op interne
sturingsinformatie.
DE
ONS
Miranda van Onselen, teammanager
online team: “De klantreismethodiek
leverde ons een mooie ontdekkingstocht
op. Inzichten over de kanalen waren verde
ervaring dan nog ‘vers’ is. Breng ook
de context van het klantcontact in beeld.
Heeft een inwoner bijvoorbeeld al met
andere partijen contact gehad? Verzamel
spreid aanwezig door de organisatie. De
winst zat in het elkaar ontmoeten en
elkaar informeren wat belangrijk is in de
dienstverlening. Gaandeweg ontwikkelde
zich steeds meer het beeld wat een
klantreis is en wat het oplevert voor
zowel de klant alsook de interne organisatie.”
KLANTREISMETHODIEK
Bij
de uitwerking van de klantreismethodiek
zijn enkele spelregels geformuleerd:
Feedbackloop verkorten en verbeteren.
Verricht kwalitatieve metingen direct in
het verlengde van elk klantcontact omdat
׉	 7cassandra://3EMmHAcbeUprc8r4NHiXx8T-VT7HdU0odGYXAbFp-Dcn`̵ YJH-J¾?4׉Everbetertip
verbetertip
specifiek
generiek
verbetertip
verbetertip
verbetertip
1. Oriëntatie
Contact
3. Uitvoering
meeteenheden
meeteenheden
meeteenheden
specifiek
generiek
voor, tijdens en na een klantcontact ervaringen
en analyseer deze voor het direct
verbeteren van de dienstverlening. Maar
schiet niet door in de hoeveelheid vragen;
stel relevantie boven volledigheid.
Gemeenschappelijke taal tussen teams
formuleren.
Verdeel een proces in een aantal herkenbare
fasen en benoem in de taal van de
klant de kernwaarden die de kwaliteit
van het klantcontact bepalen. Per fase
zijn andere prestatie indicatoren leidend.
Waar snelheid tijdens de uitvoeringsfase
van belang is, ligt de nadruk tijdens de
oriëntatiefase juist op rust en aandacht.
De manier waarop klanten gaandeweg
willen worden geïnformeerd over de
voortgang, verschilt per fase, per kanaal
en per klanttype. Daarom is het van
belang om onderscheid te maken in doelgroepen.
Klantgroepindelingen kunnen
worden gebaseerd op levensstijlen met
bijbehorende kanaal- en communicatievoorkeuren.
Versterk
de kennisorganisatie.
Verschillende gegevens en inzichten zijn
binnen de organisatie gefragmenteerd
aanwezig. Daar zit geen kwade opzet
achter, maar handig is het niet. Op basis
van intervisie tussen teams kunnen
gemeenschappelijke termen worden
geformuleerd om sentimenten te benoemen.
Ook kwalitatieve informatie is
gebaat bij harmonisatie van begrippen.
Daarnaast blijft beschikbaarheid van
gegevens een belangrijk punt van aandacht.
Veel gegevens verlaten het eigen
domein niet. Een Chief Data Offi cer met
voldoende mandaat en toegang tot alle
bronnen zou een impuls kunnen geven
aan de methodische verzameling, analyse
en verwerking van gegevens over alle
domeinen heen.
Geregistreerde informatie beter benutten.
Het is zinvol om de kwantitatieve trendanalyses
over volumes breder te benutten,
Nu worden dit soort aantallen vooral
benut voor het inroosteren van personeel.
Deze gegevenstrends kunnen voorspellende
inzichten opleveren, bijvoorbeeld
over pieken in dienstverlening en verschuivingen
tussen kanalen. Onder
andere zaaksystemen zijn een potentiele
bron van kwantitatieve gegevenstrends.
Probeer de indeling en metadatering van
bronnen generiek in te richten zodat de
data kan worden gecombineerd met
andere informatie op basis van vergelijkbare
eenheden.
PILOT MELDING OPENBARE RUIMTE
Op basis van voorgaande spelregels is bij
de gemeente Haarlemmermeer een pilot
georganiseerd voor het proces Melding
Openbare Ruimte (MOB). Dit proces leent
zich uitstekend voor de klantreismethode
omdat het directe impact heeft op de leefomgeving
van alle inwoners en de
gemeente via alle kanalen kan worden
benaderd. Iona van Dijk, projectmedewerker
KCC: “Bij het proces Melding
4. Afronding
5. Evaluatie
meeteenheden
De klantreis bestaat uit vĳ f fasen waarvoor zowel specifi eke alsook generieke verbetertips en meeteenheden worden benoemd.
Openbare Buitenruimte zat de uitdaging
in het vergaren van bruikbare data van
klanten om een concrete analyse te kunnen
maken. Al snel bleek dat we hierover
weinig informatie uit het huidige systeem
konden halen. De klantbehoeften zijn in
kaart gebracht door bijna tweehonderd
inwoners via enquêtes te bevragen. Dat
was een tijdsintensief maar ook leerzaam
proces, waarvan we veel geleerd hebben.
We moesten nadenken over het formuleren
van de juiste vragen, over hoe de
resultaten zijn te analyseren en over de
manier waarop medewerkers zijn te activeren
om enquêtes daadwerkelijk uit te
zetten via de telefoon en social media.”
Miranda van Onselen: “Het bijzondere
aan de ontdekkingstocht van de klantreismethodiek
is dat je eigen gevoel over
zaken glashard gespiegeld wordt met de
werkelijkheid van de klantbelevingen.
Hoe goed wij het zelf ook bedoelen om
voor de klant te denken, in de ‘echte’
wereld kom je nog weleens bedrogen uit.
Naast het verzamelen van keiharde data
uit systemen is het verstandig deze af te
zetten tegenover de ervaringen van inwoners
om zo het denken over klanten om te
zetten naar het uitwisselen van ervaringen
met klanten. Die inzichten van buiten naar
binnen kunnen heel confronterend zijn.”
Meer weten?
Gemeente Haarlemmermeer ontwikkelde de
klantreismethodiek in samenwerking met
WE-government.nl
meeteenheden
׉	 7cassandra://UMhKkzBeHJaZbqpLeDSB8HY7BRRGqZlIsLAGweYnNyI`̵ YJH-J¾?5YJH-J¾?4{בCט   {u׉׉	 7cassandra://2qBYsY-dmMXgW9Xr3eWIafT8ecYxcWuhgPyVicNh-Cw c`׉	 7cassandra://XwvFSXuXx29dVFF7ZEffZeDLqDo-iL5lZQO1M2h01p8X}`S׉	 7cassandra://Zha7c0c7vvZxv26Hkcn-H0Iqov03jPx0Pdiy7Pv8ck8`̵ ׉	 7cassandra://nMtJOkrY54F7HqPxut_9XiTnlfIhUvppvdNPYj3bip4͏`͠YJH-J¾?6ט  {u׉׉	 7cassandra://ApYvFw_x0zJTVprk3PgqCGGi_LsduisQ4FvFXt8RTx4 S`׉	 7cassandra://GcAGKI7jcJSGy2l4l2mYtj2OsdWQCTKR9O5X3HILs9oe`S׉	 7cassandra://cgHGts9lQtOCbRpTn_ZXsJRcHcPyF2SDZQ4qB4BxPHI`̵ ׉	 7cassandra://a8M6c_IbYFqECNuiG-kot2IynPZKhSJP_krUAdKmx3I d͠YJH.J¾?7נYJH1J¾? ^̚9ׁHhttp://www.loonaangifteketen.nlׁׁЈנYJH1J¾? ,9ׁH #http://www.noraonline.nl/wiki/KetenׁׁЈ׉EcKETE NSAMENWE R KI NG
LOONAANGIFTEKETEN
FOCUS OP KWALITEIT VAN ONDERLINGE RELATIES
Op 28 februari van dit jaar won de loonaangifteketen, het samenwerkingsverband
tussen de Belastingdienst, UWV en het Centraal Bureau voor de Statistiek
(CBS), de ASAP Alliance Award 2017. Daarmee mag het samenwerkingsverband
zich wereldwijd rekenen tot één van de koplopers en innovators op
het gebied van organisatieoverstijgende samenwerking en alliantiemanagement.
Tekst:
Diantha Croese, ketenmanager loonaangifteketen en Menno Aardewijn, business consultant
bij het UWV
O
DE
V
U
komst boden voor een effectieve besturing
van de keten. Als antwoord daarop zijn de
Belastingdienst, UWV en het CBS op zoek
gegaan naar een nieuwe aanpak van de
samenwerking. Dit leidde ertoe dat er,
naast het sturen op kennis en procedures,
op alle niveaus werd geïnvesteerd in het
verbeteren van de onderlinge relaties tus28
de
culturele verschillen. Daarnaast werd
aandacht besteed aan het gezamenlijke
bepalen van het doel van de samenwerking.
Die brede aanpak creëerde het vertrouwen
om met elkaar een pragmatisch
samenwerkingsmodel vorm te geven.
Deze gezamenlijke aanpak klinkt nu door
in alle aspecten van de samenwerking.
p basis van een casebeschrijving
werd de loonaangifteketen
in het najaar van 2016 verkozen
tot één van de drie
finalisten in de categorie Individual Alliance
Excellence. De andere finalisten
waren een alliantie in de farmacie (Bayer
en het biotechnologiebedrijf Evotec) en
een alliantie in de energiewereld (de leverancier
National Grid en het zonne-energiebedrijf
EnergySage).
BREDE AANPAK
De samenwerking binnen de loonaangifteketen
begon in 2006 zeer moeizaam. In
2007 bleek dat de klassieke, op hiërarchie
gebaseerde besturingsmodellen, geen uitsen
de partners. De organisaties zagen in
dat er bij de besluitvorming meer rekening
gehouden moest worden met de
individuele belangen van de partners en
RELATIONELE AANDACHT
Een belangrijk kenmerk van de samenwerking
binnen de loonaangifteketen is
de intensieve aandacht voor de kwaliteit
van de onderlinge relaties. Dit is iets wat
in de gebruikelijke technisch-instrumentele
aanpak veelal ontbreekt. Die relationele
aandacht uit zich in een respecteren
van elkaars belangen en autonomie, maar
ook in een voortdurend streven de verbinding
en de dialoog te zoeken waar dat
de samenwerking kan versterken. Die
pragmatische insteek (zonder ‘grand
design’) heeft geleid tot het onderlinge
vertrouwen dat zichtbaar wordt in de
bereidheid om open met elkaar te communiceren,
kennis te delen, gezamenlijk
te evalueren en elkaar feedback te geven,
geïnspireerd om aan het doel van de
keten te werken en transparant te zijn
over resultaten. Het heeft geleid tot een
WAT IS ASAP?
ASAP staat voor Association of Strategic Alliance Professionals. Het is een wereldwijde
organisatie van professionals die werkzaam zijn op het gebied van strategisch alliantiemanagement.
Daarbij gaat het om het besturen en managen van samenwerkingsverbanden
tussen organisaties die gezamenlijk een bepaald (maatschappelijk) doel
nastreven. De ASAP-awards zijn in het leven geroepen om jaarlijks aandacht te geven
aan ontwikkelingen binnen deze snel groeiende praktijk van strategische samenwerkingsverbanden
die voor veel organisaties de enige weg naar de toekomst zijn. Grote
organisaties, zoals Cisco, Dell, Xerox, IBM, Citrix, Merck, Huawei, Novartis en Sanofi
zijn nauw betrokken bij de ASAP.
׉	 7cassandra://Zha7c0c7vvZxv26Hkcn-H0Iqov03jPx0Pdiy7Pv8ck8`̵ YJH.J¾?8׉E|WERELDWIJD VOORBEELD
organisatieoverstijgende besturing
(governance) die op alle niveaus goed is
afgestemd met de betrokken lijnorganisaties,
tot een mindset van bestuurders,
managers en medewerkers die gericht is
op doelgerichte samenwerking en tot
meer openheid en interactie naar de buitenwereld
(stakeholders). Kortom: in de
afgelopen tien jaar zijn er bij de loonaangifteketen
op inhoudelijk, procedureel,
relationeel en cultureel niveau stappen
gezet die deze keten uiteindelijk naar het
huidige hoge niveau van samenwerking
hebben getild.
EVOLUTIE VAN DE KETEN
Ook de constante vernieuwing in de
samenwerking binnen de loonaangifteketen
is een reden voor het winnen van de
award. Het ketendenken is de afgelopen
jaren geëvolueerd naar een denken dat
méér dynamisch, organisch en holistisch
is. De loonaangifteketen is vandaag de
dag een voortdurend veranderend ecosysteem
van burgers, werkgevers, salarisadministrateurs,
softwareontwikkelaars,
uitvoerders, afnemers en andere betrokken
instanties. Onder een ecosysteem
verstaan we hier een netwerk van organisaties
en individuen die hun capaciteiten,
rollen én investeringen in gezamenlijkheid
ontwikkelen en afstemmen om
samen méér te kunnen bereiken dan als
afzonderlijke individuen en organisaties.
De verbinding en nauwere samenwerking
met stakeholders die daarmee ont‘KETENS
DE BAAS’
De basisprincipes en de daarop
gestoelde aanpak van de samenwerking
binnen de loonaangifteketen zijn in
2013 beschreven in de publicatie ‘Ketens
de Baas’. Het doel van deze publicatie is
om andere organisaties te inspireren en
te helpen bij het samenwerken in de
vorm van ketens. Meer informatie?
http://www.noraonline.nl/wiki/Ketensturing
staat,
zorgt voor impulsen en initiatieven
die het gehele ecosysteem krachtiger
maken. Een goed voorbeeld daarvan is
de investering van de primaire uitvoerders
in de relatie met de vele salarisadministrateurs
die binnen het ecosysteem
actief zijn. Deze salarisadministrateurs
helpen de werkgevers bij hun loonaangifte.
Door beter met die salarisadministrateurs
te communiceren en kennis te
delen, verhoogt het kennisniveau binnen
de keten. Dat heeft tot gevolg dat ook de
inhoudelijke kwaliteit van de aangiften
verbetert. Die investering werkt daarmee
als een hefboom voor de hele keten
omdat alle betrokkenen er voordeel uit
halen. Door deze bewust gestuurde en
constante verbeteraanpak is de loonaangifteketen
stap voor stap tot een wereldwijd
voorbeeld van een succesvolle
publieke alliantie uitgegroeid.
HET BELANG VOOR NEDERLAND
De doelen van de loonaangifteketen zijn
het verlichten van de administratieve lasten
voor de werkgevers en het verlagen
van de uitvoeringskosten voor de overheid.
Daarnaast wil de loonaangifteketen
burgers meer gemak laten ervaren.
Daarom is de loonaangifteketen ingericht
volgens het principe van ‘eenmalige uitvraag,
meervoudig gebruik’. Ieder jaar
doen ongeveer 670.000 inhoudingsplichtigen
loonaangifte bij de Belastingdienst
over ongeveer 19,4 miljoen arbeids- en
uitkeringsverhoudingen. Hiermee wordt
circa 156 miljard euro aan belastingen en
loonheffingen geïnd. De gegevens uit de
loonaangifte (meer dan twintig miljard)
stuurt de Belastingdienst door naar
UWV. UWV slaat al deze gegevens op en
stelt deze ter beschikking aan honderden
afnemers die een wettelijk recht hebben
om deze gegevens te mogen gebruiken.
Daardoor hoeven zij de gegevens niet
zelf bij de burger uit te vragen. De afnemers
gebruiken de informatie om burgers
beter van dienst te kunnen zijn. Het CBS
verwerkt de data uit de loonaangiftes
van bedrijven en instellingen bijna geheel
automatisch tot belangrijke cijfers over
de Nederlandse arbeidsmarkt.
Meer weten?
www.loonaangifteketen.nl
׉	 7cassandra://cgHGts9lQtOCbRpTn_ZXsJRcHcPyF2SDZQ4qB4BxPHI`̵ YJH.J¾?9YJH.J¾?8{בCט   {u׉׉	 7cassandra://bvIeBnWJLOtU8H6EEvWU0c9Yvv15lvKiTUoYd2foyew X`׉	 7cassandra://Bk2Jz9obHk_PBZJaWajMOwon27g2TxVlOYbHs1Alehs[`S׉	 7cassandra://wluboNpvjwEZiRzZUjuGY64XUjd1QMiWgMmbl87w2-gR`̵ ׉	 7cassandra://IyTocagnx-8iznNnxfTB5g6Q9H8_vsVs1ZjBLYwKIvw ̘͠YJH.J¾?:ט  {u׉׉	 7cassandra://mAQkgQrsVNMEXpv-iRGULBsfiV_Dk9XeMHjKLd-Rtrc S`׉	 7cassandra://70j246Td-EjqQ9KHpFJUJxKf4m72bBhgxJTET3_PkFoc@`S׉	 7cassandra://8YhcagGCnPnsFT0Na0lB9fg-R0QS5gINIvcYh3um-8g`̵ ׉	 7cassandra://U-eof3YPn0Wuv3TgVie_wnu-jP7m2dWyvf2uNB2vFak Z̨͠YJH.J¾?;׉E9AR J AN E L FA SSE D
NIETS BEREIKT IN TIEN
JAAR? TOCH WEL!
De afgelopen tien jaar heeft de open data gemeenschap overheden
en ambtenaren verteld dat het ontsluiten van overheidsinformatie
als open data goed is voor de economie, de maatschappij
en voor de overheid zelf. Het gaat om informatie die toegankelijk
is en door iedereen vrij gebruikt, hergebruikt en gedeeld
kan worden.
Na tien jaar is het makkelijk om te stellen dat die belofte niet is
waargemaakt. De waarheid is echter dat er nog maar zeer weinig
empirisch, kwalitatief en kwantitatief onderzoek mogelijk is
omdat er (nog steeds) vele drempels zijn. De open data gemeenschap,
maar ook overheden, dachten dat die hordes vanzelf
zouden verdwijnen. Eén daarvan is cultureel. Dat kost tijd, maar
gaat niet vanzelf.
Al meer dan vijftien jaar wordt bijna jaarlijks in allerlei rapporten
en door verschillende commissies aandacht gevraagd om de
informatiehuishouding van de overheid te verbeteren en aan te
passen aan de digitale tijd. Recent nog concludeerden topambtenaren
van de Algemene Bestuursdienst dat de door de Tweede
Kamer aangenomen Wet open overheid niet kan worden uitgevoerd
vanwege de verontrustende staat van die informatiehuishouding
en hardnekkige ICT-problemen bij de overheid.
Dit werd ook eerder geconstateerd door de Raad voor het openbaar
bestuur en de Raad voor Cultuur. Niet alleen hebben overheidsorganisaties
daar zelf last van, ook burgers zijn hiervan de
dupe. Al in 2001 gaf de Commissie Toekomst Overheidscommunicatie
in haar rapport ‘In dienst van de democratie’ het sein dat
veel meer ingezet zou moeten worden op actieve digitale openbaarheid.
Destijds werd al geconstateerd dat de snelle technologische
veranderingen van invloed zouden zijn op de interactie
tussen overheid en burgers. Transparantie zou een grote stap
voorwaarts betekenen, maar omgang ermee binnen de overheid
bleef veelal defensief van karakter. Wat verder speelt is dat de
vraagzijde nog altijd niet goed wordt gezien. Daar waar open
data inmiddels vanzelfsprekend is, bijvoorbeeld op het gebied
van meteorologische data of verkeersinformatie, wordt het niet
als zodanig herkend. De echte waarde van open data blijft daarmee
buiten het zicht.
30
Neem route-apps of Buienradar. Niet iedereen realiseert zich dat
deze apps grotendeels worden gevoed met overheidsinformatie.
Zo hoort het eigenlijk ook. Of neem informatie over het openbaar
vervoer of van het CBS. Ook die informatie is inmiddels
‘open’ en wordt dagelijks door miljoenen mensen dagelijks
gebruikt. Weinigen zullen beseffen dat hiervoor een enorme
beweging nodig is geweest om daar te komen.
Nog zoiets. Onlangs werd een API gelanceerd met open data
van de Tweede Kamer. Dat is goed nieuws, maar weinigen
weten dat de open data beweging daarvoor sinds 2008 heeft
geijverd.
De inspanningen die nodig zijn om data echt herbruikbaar te
maken, kost organisaties en bedrijven nog altijd (te) veel tijd en
geld. Dat betekent dat data vaak niet actueel, volledig of historisch
is. Vaak worden datasets eenmalig ad hoc ontsloten, laat
staan in real time. En dan kost het nog veel moeite om goede
data te vinden. Daarbij gebruiken nog lang niet alle overheden
die datasets beschikbaar stellen, die data zelf. Hierdoor missen
ze de voordelen van het ‘eten’ van de eigen data.
Arjan El Fassed is directeur van Open State Foundation
Foto: Sebastiaan ten Burg
׉	 7cassandra://wluboNpvjwEZiRzZUjuGY64XUjd1QMiWgMmbl87w2-gR`̵ YJH.J¾?<׉EFoto: Sebastiaan ten Burg
B OB OTA AL
ALIGNMENT IN ZES LESJES
Elk jaar volg ik een cursus. Extra kennis en vaardigheden die ik
daarbij opdoe, pakken gunstig uit voor teams waarin ik werk,
zo is de gedachte. Daarnaast is het prettig voor de verhoging
van mijn marktwaarde. Maar bovenal bevredigt het mijn
nieuwsgierigheid naar de laatste trends in mijn vakgebied. Want
waarover zullen we het morgen eens hebben met elkaar?
Ik koos deze keer voor vakinhoudelijke verdieping. A raison
van tweeduizend euro vond ik die in de hoek van strategische
communicatie. Een zestal middagen toog ik naar een mooi kasteeltje
in het midden van het land. Hier verzamelden zich nog
zo’n veertig medecursisten. Sommige van hen zijn wellicht collega
van u, beste lezer, dus bij deze bent u gewaarschuwd.
E
IS
V
De organisatie van de cursus had ons zes sessies in het vooruitzicht
gesteld, stuk voor stuk geleid door inspirerende sprekers.
Inspirerend waren ze zeker, deze taalvirtuozen! Maar of ze ook
zo origineel waren? Dat viel nog te bezien. Alert als ik ben op
buzzwords duurde het niet lang om hét woordje-van-nu te spotten.
Al na een klein kwartiertje bleek dat we het fl ink te stellen
zouden krijgen met alignment.
Alignment is het antwoord op het volgende probleem (les 1):
‘Overal vindt een enorm gesprek plaats, maar soms zie je een
gigantische disconnect gebeuren. Voor het ondervangen van die
disconnect is aligneren de oplossing.’ Want hier zijn ze inmiddels
wel achter in de communicatiewetenschappen: betrokkenheid
creëren alléén is niet langer voldoende. Nee, wat we nodig
hebben is alignment (en betalende klanten die gevoelig zijn voor
deze nieuwe trend). Alignment als in (les 2): ‘De klantvraag toespitsen
op de behoefte om een nieuwe werkelijkheid te creëren
door shiftende paradigma’s te alignen met een transformationele
focus.’ Of (les 3): ‘Een stukje crossboarding is soms gewoon
noodzakelijk voor internal alignment.’ Les 4 leerde ons dat een
effectief frame onontbeerlijk is om een perspectief te bouwen
waarop stakeholders kunnen alignen. Je vraagt je misschien af
waarom dat zo is, dus hierbij het antwoord: ‘Omdat je anders
een exponentiële differentiatie krijgt van diffusiteit.’ En zeg nou
zelf, zoiets moet je natuurlijk niet willen.
Zes sessies van vier uur bracht ik in totaal door te midden van
instemmend knikkende deelnemers. Stuk voor stuk comprofs,
dat wil zeggen (les 5): ‘Jullie zijn als comprof van nature makkelijk
in de conversie.’ Alle taalkundige koek werd geslikt als
Gods woord door een ouderling. Gelukkig bood de cursus,
naast deze theoretische exposés tussendoor, ook praktische tips.
Hoewel, praktisch? Neem deze: ‘Accepteer de primaire focus als
gemeenschappelijke realiteit.’ Of: ‘Een knik in het denken helpt
bij het creëren van coherentie rondom relevantie.’ En wat dacht
je van de volgende: ‘Organiseer jezelf naar de bedoeling.’
Wat deze investering van tweeduizend euro mij uiteindelijk
heeft opgeleverd? Eigenlijk best veel. Professioneel gesproken
kan ik mijn adviezen vanaf nu doorspekken met het meest actuele
jargon. En mijn persoonlijke antenne voor ontwikkelingen
binnen de communicatiesector is - sorry voor de abstractie -
opnieuw gekalibreerd. Maar het meest waardevolle inzicht deed
ik op in lesje 6: ‘Hoe perfecter de taal, hoe meer de emotie verdwijnt.’
Met die gedachte krijg ik tenslotte zelfs mezelf nog gealigneerd.
Erwin
van der Linden is auteur van het boek ‘Bobotaal’ en
deelt quotes via twitter als ‘De Wethouder’
׉	 7cassandra://8YhcagGCnPnsFT0Na0lB9fg-R0QS5gINIvcYh3um-8g`̵ YJH.J¾?=YJH.J¾?<{בCט   {u׉׉	 7cassandra://9qE4qk3xdrIzHQkuK4QhhqJyxG9RGy9wa6Qr5GKVRL8 6` ׉	 7cassandra://i9FARQlhX2H0HjyORVfE-k_2pvs9odNV_QvBT9hl9jca`S׉	 7cassandra://t5t4eg4KzYO7jvaV7ffRONBT6C0UVQsQ68x6g37jRbQ$`̵ ׉	 7cassandra://FQktEHHT-lanjDENdJUzOupwPNh6AssHJLXqdQIBQYA ?X͠YJH.J¾?>ט  {u׉׉	 7cassandra://Ht0A-02I9yyw7twt9-5nv_8ZxZYbTdNHQTpOF59Pv9w WG`׉	 7cassandra://ZXCdrJxiw8nWHwYRe3wwUrdnVv1hyI394NzmvNmurSAd`S׉	 7cassandra://Edu0fuJuq3hg9_EIX1-RmOr0tMMTf6rgDJoyu6i3ReE`̵ ׉	 7cassandra://lgiscPp94-x6yYtEtnK3sQq0joVRGqxltqWbBfw4aHY^\͠YJH.J¾??נYJH1J¾? ^\9ׁHhttp://www.medmij.nlׁׁЈ׉E	R EGI E OP GEGEVE NS
MEDMIJ: MEER GRIP OP
GEZONDHEIDSGEGEVENS
AFSPRAKENSTELSEL BIEDT DUIDELIJKHEID EN VERTROUWEN
Als burger de eigen gezondheidsgegevens bekijken, beheren en delen. Dat is
wat de persoonlijke gezondheidsomgeving behelst en door het afsprakenstelsel
MedMij mogelijk wordt gemaakt. MedMij zorgt er niet alleen voor dat
gezondheidsgegevens van aangesloten partijen altijd en overal toegankelijk
en uitwisselbaar zijn, maar geeft burgers uiteindelijk ook meer regie.
Tekst: Indra Henneman, projectleider en Bram van der Sluijs, inhoudelijk secretaris bij Afsprakenstelsel
MedMij
S
teeds meer mensen willen inzicht
in hun gezondheid. Dat begint met
grip op de eigen medische gegevens.
Gelukkig komen er steeds
meer apps en websites waarmee zelf informatie
over de gezondheid kan worden bijhouden.
Daarnaast zijn veel data al op verschillende
plekken opgeslagen: bij ziekenhuizen,
de huisarts, het consultatiebureau,
de gemeente, de sportschool, de apotheek
en ga zo maar door. Tot nu toe ontbrak de
mogelijkheid om persoonlijke medische
gegevens uit verschillende bronnen op één
plek samen te brengen én om deze zelf
optimaal en veilig te kunnen uitwisselen
met vertrouwde partijen. Met de komst
van MedMij kan iedereen zijn gezondheidsgegevens
eenvoudig bekijken, beheren,
en delen. Uiteraard alleen met bij
MedMij aangesloten partijen.
MEER REGIE OVER GEZONDHEID
De apps en toepassingen vormen samen
een veilige omgeving, waarin gegevens
over iemands gezondheid altijd en overal
toegankelijk zijn: een persoonlijke
gezondheidsomgeving (PGO). Zo’n
omgeving biedt één volledig overzicht
van op verschillende plekken bewaarde
informatie, waarbij gegevens altijd en
overal toegankelijk zijn.
32
Het zelf kunnen bijhouden van gezondheidsgegevens
geeft bovendien meer
regie. Veranderingen in de eigen gezondheid
worden beter zichtbaar. De gevolgen
van bepaalde (be)handelingen worden
duidelijker. Bijvoorbeeld wanneer zelf
gekochte (en zelf vastgelegde) medicatie
een verkeerde uitwerking heeft, in combinatie
met door een arts verstrekte
medicatie. Tijdig inzicht hierin kan onder
meer onnodige ziekenhuisopnames voorkomen.
Naast
het verzamelen en beheren van
gezondheidsgegevens voor eigen
gebruik, kunnen burgers in deze omgeving
ook zelf beslissen over het delen van
gegevens. Dit kan medische professionals
׉	 7cassandra://t5t4eg4KzYO7jvaV7ffRONBT6C0UVQsQ68x6g37jRbQ$`̵ YJH.J¾?@׉ES
helpen de juiste zorg en ondersteuning te
bieden. Het gebruik van één PGO biedt
kansen voor efficiëntere tijdsbesteding en
een betere samenwerking tussen een
zorgorganisatie en individu. Zij worden
dan steeds betere partners in gezondheid.
Een persoonlijke gezondheidsomgeving
is nadrukkelijk géén Elektronisch Patiënten
Dossier (EPD). De opzet van het EPD
was om zorgaanbieders gegevens over
patiënten onderling te laten delen, met
gespecificeerde toestemming van de patient.
De persoonlijke gezondheidsomgeving
is juist een plek waarin burgers op
eigen initiatief gegevens kunnen delen.
MEDMIJ
Onder aanvoering van het Ministerie van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)
heeft een collectief van partijen in de zorg,
het Informatieberaad Zorg, de handen
ineengeslagen. Samen willen zij het mogelijk
maken, voor iedereen die dat wil, om
zijn of haar gezondheidsgegevens te verzamelen
en te gebruiken binnen een zelf
gekozen persoonlijke gezondheidsomgeving.
Om dit doel in 2020 te bereiken is
het programma MedMij gestart.
Er is geen standaardontwerp voor een
persoonlijke gezondheidsomgeving.
Immers, de inhoud en het gebruik ervan
kunnen uiteenlopen, afhankelijk van
levensfase, gezondheidssituatie, vaardigheden
en persoonlijke behoefte. MedMij
bouwt dan ook niet zelf zo’n omgeving.
In plaats daarvan stelt MedMij spelregels
op voor het uitwisselen van gegevens,
aan de hand waarvan PGO-aanbieders
producten en diensten kunnen aanbieden
die aansluiten bij de uiteenlopende vraag
van het individu. Hiertoe creëert MedMij
een afsprakenstelsel.
AFSPRAKENSTELSEL MEDMIJ
Het afsprakenstelsel richt zich vooral op
gegevensuitwisseling. MedMij definieert
spelregels voor een uniforme aanpak van
een aantal belangrijke aspecten hiervan.
Zo maakt MedMij richtlijnen voor de te
hanteren informatie- en uitwisselstandaarden,
beveiligingsnormen, privacymaatregelen,
identificatie en verificatie
van gebruikers (evenals de daarop gebaseerde
vastlegging van autorisaties en
logging). Ook aansprakelijkheden en verantwoordelijkheden
vallen hieronder.
Daarbij zijn er afspraken over operationele
processen die een rol spelen bij de
gegevensuitwisseling tussen een PGO en
systemen van professionals.
STAND VAN ZAKEN
Een eerste conceptversie van het afsprakenstelsel
is inmiddels gereed. Deze versie
is gerealiseerd in samenwerking met
diverse partijen in de zorg, waaronder
leveranciers, het ministerie van VWS,
Patiëntenfederatie en vertegenwoordigers
van zorgaanbieders. Daarnaast heeft
MedMij een maatschappelijke kostenbatenanalyse
en een model opgeleverd
voor structurele financiering van de persoonlijke
gezondheidsomgeving en daarmee
van de gegevensuitwisseling. Gebleken
is dat het ontbreken daarvan een
andere barrière is.
Met deze eerste producten werkt het programma
hard aan het bereiken van een
zo groot mogelijke doelgroep voor realisatie
en implementatie, bijvoorbeeld in
de vorm van praktijkomgevingen. Hieruit
haalt MedMij informatie voor de verdere
ontwikkeling van de afspraken,
maar ook voor de invoering van het stelsel.
In de komende maanden zal een
brede marktconsultatie plaatsvinden om
de haalbaarheid en realiseerbaarheid te
toetsen. Voorstellen voor de besturingsstructuur
van het afsprakenstelsel worden
dan ook nader uitgewerkt.
DE WEG NAAR SUCCES
De tendens in de maatschappij om mensen
zelf te laten beschikken over de over
hen vastgelegde informatie, is een gegeven.
Dit wordt ondersteund door wet- en
regelgeving en door richtlijnen van de
Europese Unie. Door ieder zelf over zijn
gegevens te laten beschikken, ontstaan
kansen om diverse processen in de maatschappij,
met respect voor privacy, verder
vorm te geven.
Binnen de gezondheidszorg is gekozen
om deze beweging op de MedMij-wijze
vorm te geven, in de vorm van een
afsprakenstelsel en in opdracht van een
ERVARINGEN MET DE PGO
Wilma Bos bezoekt sinds begin 2014
verschillende specialisten in vier ziekenhuizen.
Ze is blij dat ze zelf haar medische
situatie gedeeltelijk kan volgen via
een online omgeving van het Radboudumc.
“Ik werk met Mijn dossier van
het Radboudumc. Ik kan 24 uur per dag
in dit dossier via mijn DigiD en een SMScode.
Ik kan vanuit het dossier mailen
met artsen van dit ziekenhuis en ik kan
lezen wat uit onderzoeken is gekomen.
Ik kan bijvoorbeeld bloeduitslagen zien
en ik kan brieven lezen over mijn
gezondheid. Soms ben je wat vergeten
en dan kun je het eenvoudig teruglezen.
Het is ook fijn dat ik mijn kinderen of de
huisarts kan laten meekijken. Zij kunnen
dan meedenken of mijn vragen beantwoorden.
Mijn grootste wens is dat ik
een persoonlijke gezondheidsomgeving
krijg, waar al mijn artsen aan meewerken.
Dat is nu helaas nog niet zo. Ik vind
dat iedereen zo’n persoonlijke gezondheidsomgeving
moet hebben: jong of
oud, chronisch ziek of gezond. Het moet
zo worden ontwikkeld dat iedereen er
gemakkelijk mee kan werken, op zijn
tablet of computer. En alle dokters moeten
meedoen. Als je ziek bent, wil je de
regie houden over je gezondheid en
gemakkelijk met je dokter kunnen communiceren.
Daar helpt een persoonlijke
gezondheidsomgeving bij.”
breed veld vanuit de zorg. Hierdoor is
het een beweging van en voor de partijen
die daarin een rol hebben. Hun betrokkenheid
is daarmee geborgd. Met de
Patiëntenfederatie aan het roer, worden
kaders vanuit het persoonsperspectief
geschapen en worden deze niet enkel
bepaald door het aanbod. Tot slot helpt
de marktgerichte benadering van MedMij
burgers in hun persoonlijke situatie
met de nieuwste mogelijkheden. Leveranciers
kunnen zo blijven innoveren binnen
de precompetitieve kaders van het
afsprakenstelsel.
Meer weten?
www.medmij.nl
׉	 7cassandra://Edu0fuJuq3hg9_EIX1-RmOr0tMMTf6rgDJoyu6i3ReE`̵ YJH.J¾?AYJH.J¾?@{בCט   {u׉׉	 7cassandra://vEsRpO7wAmVX84dH18EK2Ya9ijiNK2WBVl84wABK3Gk *` ׉	 7cassandra://xAu4M0vAiKpPWaEB6Pp4_s6ctGQazOhxl8zywCmGSEke`S׉	 7cassandra://NEVMmS4qFQknQtksf5F-urCsC49CkwKPRo3u_HEaVoM .`̵ ׉	 7cassandra://dr8GCEfAzDE0rcZjwijSsWc23W_Q8MGxfBBoSjdapGoU`͠YJH.J¾?Bט  {u׉׉	 7cassandra://d10XA87wLrwrPxa9iI-EjQGeivs_hJW_8G22b8Zc1qk c`׉	 7cassandra://y55-JWaaJ66FpidLiElhc1rkZ2nZQ2qEaSEC5Zw_GE0]`S׉	 7cassandra://587u9VWll2U6-pgkUPf3QjBLKpsu_aOtdE_PLJ-ibukO`̵ ׉	 7cassandra://E42NEk-w13mUcqHTXox_jCvnUxBeqsd9M_y_tKvSAzc ̊͠YJH.J¾?CנYJH1J¾?  h9ׁHhttp://www.hotitem.nlׁׁЈ׉ErV AN ONZE KE N N ISP AR TN E R
Hoeveel versies van de
waarheid heeft u in huis?
Bewustzijn datawaarde nog te vaak onderschat
Data is een essentieel bedrijfsmiddel en daar worden organisaties meer en meer mee geconfronteerd.
Maar al te vaak zien we dat het bewustzijn van de waarde van data nog onderschat wordt.
Dit gebeurt in alle lagen van de organisatie, zelfs op directie/managementniveau. Het laten doordringen
van het benodigde besef en het inrichten van effectieve data governance, is nog geen vanzelfsprekendheid.
Tekst:
Norbert van de Ven, senior adviseur data governance, Hot ITem
D
ataverbeterinitiatieven worden om diverse redenen
gestart: meer betrouwbare cijfers voor besturing en
verantwoording, effi ciëntere processen, een meer
fl exibele organisatie of één klantbeeld. Binnen de
overheidswereld is compliance al jaren een van de belangrijkste
drivers. Toezichthouders eisen van gemeenten dat ze in control
zijn ten aanzien van hun informatiehuishouding, denk daarbij
bijvoorbeeld aan de General Data Protection Regulation
(GDPR). Ook in andere domeinen binnen de overheden wordt
verbetering van de datahuishouding een must. Maar hoe maak
je deze initiatieven nu tot een succes?
Data als asset
De weg naar het daadwerkelijk behandelen van data als asset,
lijkt lang en taai. Niet vreemd als je bedenkt dat alle factoren
op het gebied van mens, proces en systeem samen moeten
komen. Het vraagt om verandering van gedrag, anders omgaan
met data en werken volgens richtlijnen en standaarden. Daarbij
is een raamwerk nodig van datamanagementprocessen, -rollen
en -verantwoordelijkheden en ondersteunende tooling. En
toch is koudwatervrees voor grote, omvangrijke projecten zonder
kostenplafond echt niet nodig.
Iteratief verbeterproces
De sleutel tot succes is het werken vanuit een iteratief verbeterproces.
Start met een paar kleine, maar zichtbare verbeteringen
en zet ze in de etalage. Deze helpen illustreren dat er
simpelweg veel waarde uit data te halen valt zoals betere
dienstverlening, het verhogen van de klanttevredenheid en het
verbeteren van operational excellence. Echt top-down begrip
kost tijd. Het commitment dat groeit door de eerste successen
vormt de basis voor meer structurele vervolgstappen. Voor de
langere termijn is een paradigmaverandering nodig. Net als
34
OP ALLE MANAGEMENTLAGEN ZAL
GESTUURD MOETEN WORDEN OP DE
CORRECTE OMGANG MET DATA
Een van de belangrijkste taken van de CDO is het verbinden
van de verschillende data- en informatiepartners en -initiatieven
in de organisatie. Zo zullen voor het realiseren van GDPRcompliance
afdelingen voor juridische zaken, informatiebeveiliging,
informatievoorziening en archivering intensief moeten
samenwerken. Een andere taak is ‘evangeliseren’: vanuit de
doelstellingen van de organisatie en aan de hand van sprekende
voorbeelden alle stakeholders in de organisatie bewust
maken van de noodzaak om data als asset te zien en de benodigde
veranderingen te implementeren. De CDO zal een inrichtingsteam
formeren dat de gewenste veranderingen vormgeeft
en inbedt in de organisatie.
voor andere bedrijfsresources, moet ook voor data de besturing
ingeregeld worden. Het sleutelwoord is data governance.
Chief Data Officer
Wat succesvolle organisaties doen, is een verantwoordelijke
aanwijzen. Dit kan binnen een bestaande functie zijn, vanuit
een afdeling als Middelen of Control, maar steeds vaker wordt
een Chief Data Offi cer (CDO) geïntroduceerd. Een voorbeeld
hiervan is de CDO binnen de politie, die ondersteund wordt
door een stafafdeling Gegevensautoriteit. De CDO-rol richt zich
op het verbeteren van de datahuishouding en krijgt afdoende
executiekracht om data governance tot een succes te maken.
׉	 7cassandra://NEVMmS4qFQknQtksf5F-urCsC49CkwKPRo3u_HEaVoM .`̵ YJH.J¾?D׉EDrie inzichten
Onze ervaringen met data governance-trajecten binnen vele
organisaties hebben tot drie belangrijke inzichten geleid. Het
eerste inzicht is dat verandermanagement meer dan de helft
van het werk is. Data governance-initiatieven stranden maar al
te vaak. Veel gehoorde oorzaken zijn ‘Het was een IT-feestje’ of
‘We hadden geen commitment van het management’. Om dit te
voorkomen is er een aanpassing nodig in houding en gedrag,
zowel aan business- als IT-zijde. We komen vanuit een situatie
waarin functioneel IT-beheerafdelingen vaak werden aangekeken
op de kwaliteit van de data. Data is een product (en niet
slechts een bijproduct) van processen. De verantwoordelijkheid
hiervoor ligt in de regel aan de businesszijde. Dit vergt organisatiebreed
een omslag in het denken. Op alle managementlagen
zal gestuurd moeten worden op de correcte omgang met
data. De noodzaak hiervan wordt regelmatig aangetoond door
bijvoorbeeld nieuwsberichten over datalekken, zoals recent bij
gemeentes. Het bewustzijn van data als asset is ook nodig om
een duurzame sponsoring, inclusief funding, van dataverbeterinitiatieven
te garanderen. Ook de IT-zijde moet veranderen.
Van oudsher werken afdelingen vaak applicatie- en productgericht.
Een omslag is nodig naar het centraal (beschikbaar) stellen
van data voor integrale rapportage en proactieve klantbediening
over de silo’s heen.
Datamanagementscan
Het tweede inzicht is om zo min mogelijk te veranderen. Voor
een zo groot mogelijke kans van slagen is het raadzaam om
spaarzaam om te gaan met de beperkte verandercapaciteit van
de organisatie. Een standaardmodel introduceren is gemakkelijk,
maar rollen en verantwoordelijkheden werkbaar inbedden is
maatwerk en een kunst op zich. Data governance wordt ook wel
gezien als het formaliseren van hoe de omgang met data plaatsvindt.
Veel datamanagementactiviteiten gebeuren al impliciet en
Meer weten?
Hot ITem gelooft in wendbare organisaties
die zijn voorbereid op de
toekomst en zich snel kunnen aanpassen
aan nieuwe ontwikkelingen.
Hot ITem - www.hotitem.nl
in iedere organisatie is wel een voorbeeldcasus te vinden. Start
daarom altijd met een datamanagementscan om de huidige situatie
goed in beeld te brengen, waarbij ook bestaande (IT-) governance-structuren
in beeld worden gebracht. Ook het zicht op
lopende, aanpalende verandertrajecten is belangrijk, zoals klant
centraal- of complianceprojecten. Datamanagement introduceren
door bij te dragen aan het succes van bestaande en startende
verandertrajecten, kan onderdeel zijn van de strategie.
Het derde en laatste inzicht is: groei incrementeel en zichtbaar.
Zoals gezegd is het raadzaam om te werken vanuit een
iteratief verbeterproces. Start eenvoudig. Stem de complexiteit
van rollen en verantwoordelijkheden af op het volwassenheidsniveau
van de organisatie. Een ontworpen data governancestructuur
kan de organisatie niet te snel opgedrongen
worden. Zie hier de link met het eerste inzicht: data governance
is grotendeels verandermanagement.
Conclusie
Het verhogen van de prestaties van organisaties met behulp
van data governance realiseer je door een goede balans tussen
direct doen en structureel verbeteren. Indien goed uitgevoerd,
levert het de organisatie niet alleen wendbaarheid, maar ook
duurzaam prestatievoordeel op.
׉	 7cassandra://587u9VWll2U6-pgkUPf3QjBLKpsu_aOtdE_PLJ-ibukO`̵ YJH.J¾?EYJH.J¾?D{בCט   {u׉׉	 7cassandra://Rd86spt3qEYo9JbOyS72f-MPJoIe3X02dYPa18LNWK4 `׉	 7cassandra://Znx0GsvVkfEkUrGUTz2Zw73_wF7BOwAN9FZPfWyL9Rkk`S׉	 7cassandra://Dr2_rVmhI1HmhueoVGYjQ-VOHGa9cGSDIfaeJddMtdQ %`̵ ׉	 7cassandra://aNwAP4NaqCwt_Tvr4Mrxe75SQ6UIvvD-9hOI5kxMlM8 j͠YJH.J¾?Fט  {u׉׉	 7cassandra://sObj80PwhvYIXd10znuOBi1Zder9sZWr6ddy36yN5Mg A`׉	 7cassandra://OoMF-_TjPuOIG4fgApg8H4ubOAFXls_AazINGg58NSMNJ`S׉	 7cassandra://BeHF-h_bmaCDJZSsVubz-Gw0-Z0tA-x9l33fA9VhnG0`̵ ׉	 7cassandra://kweAibt7nN_Yhoz9GgYUZAh85r7s_us02gbBcGi801A .X͠YJH.J¾?GנYJH1J¾? ^l9ׁHhttp://www.shintolabs.nlׁׁЈ׉EDATA GEDR E VE N TOEZICHT
DATAGEDREVEN
MILIEUTOEZICHT IN
EINDHOVEN
IN VIJF DAGEN VAN IDEE NAAR OPLOSSING
De gemeente Eindhoven heeft in vĳ f dagen een toepassing bedacht, ontworpen
en gevalideerd waarmee ze ‘onbekende’ bedrĳ ven met een potentieel milieurisico
kan opsporen door slimmer gebruik te maken van interne en externe data. Vervolgens
is in twee maanden de defi nitieve oplossing gerealiseerd. De eerste resultaten
zĳ n veelbelovend: na de eerste dag van ingebruikname zĳ n direct een aantal
onbekende bedrĳ ven na controle onder toezicht geplaatst.
Jurriaan Souer, medeoprichter en productstrateeg bij Shinto¯ Labs
e ontwikkeling past in de
innovatie-aanpak van de
gemeente Eindhoven op het
gebied van datagedreven toezicht.
De aanpak die de gemeente hanteert,
is gebaseerd op de Shinto¯ Design
Sprint; een nieuwe manier om bestaande
problemen aan te pakken en oplossingen
te valideren, voordat er in de realisatie
daarvan geïnvesteerd wordt.
D
DATAGEDREVEN TOEZICHT
Door het verlenen van vergunningen, het
houden van toezicht en zo nodig handhavend
optreden, houden gemeenten
bedrijven in het oog. Ondanks een goed
georganiseerd proces, kan het gebeuren
dat er bedrijven zijn die niet op het netvlies
van de controleurs van de gemeente
staan. Bijvoorbeeld omdat bedrijven, met
of zonder opzet, geen milieuvergunning
aanvragen of zich niet melden bij de
gemeente. Dit brengt de nodige risico’s
met zich mee. Zoals het voorbeeld van
een onbekend bedrijf waarbij, na sluiting,
bleek dat het zevenduizend liter chemi36
caliën
opgeslagen had. Aanleiding voor
de gemeente Eindhoven om het onderwerp
datagedreven toezicht verder te
ontwikkelen.
PROTOTYPE IN VIJF DAGEN
De gemeente Eindhoven wilde onderzoeken
of het mogelijk was om deze bedrijven
in kaart te brengen door slimmer
gebruik te maken van bestaande data.
Hiervoor werd samengewerkt met Shinto¯
Labs uit Eindhoven. Zij hebben een aanpak
ontworpen om in korte tijd een idee
te bedenken, te ontwerpen en te valideren.
Een klein team van domeinexperts,
data scientists en toezichthouders van de
gemeente Eindhoven ontwierp in vijf
dagen een prototype: een zo realistisch
mogelijke benadering van de oplossing,
gebruikmakend van een realistische dataset,
om een oplossing te bieden voor het
benoemde probleem.
DATAHYPOTHESES
Tijdens de ontwikkeling van het prototype
zijn verschillende datahypotheses ontwikkeld
en gevalideerd. Eén van de datahypotheses
was: ‘online marktplaatsen en social
media kunnen ons helpen ongeregistreerde
bedrijven op de radar te krijgen’.
Deze hypothese werd geoperationaliseerd
door een gedeelte van Martkplaats.nl automatisch
te onderzoeken en te vergelijken
met de gegevens in het milieumanagement
systeem. De gegevens van de bedrijven op
Marktplaats werden vervolgens gecombineerd
met Kamer van Koophandel-gegevens
en domeinkennis van de experts van
de gemeente Eindhoven. De eerste analyse
resulteerde in 54 bedrijven op Marktplaats
die nog gecontroleerd moesten worden;
een bevestiging van de hypothese dat het
slim combineren van bronnen tot resultaten
leidt.
INTERNET EN EXTERNE BRONNEN
De meeste winst zat in het combineren en
analyseren van interne en externe bronnen.
Bekende bronnen zoals de BAG
(Basisregistraties Adressen en Gebouwen),
Kamer van Koophandel-gegevens, gecombineerd
met WOZ-gegevens en specifi eke
׉	 7cassandra://Dr2_rVmhI1HmhueoVGYjQ-VOHGa9cGSDIfaeJddMtdQ %`̵ YJH.J¾?H׉Ezdomeinkennis van toezichthouders, bleek
een ideale mix op te leveren om relevante
bedrijven te vinden. Slimme algoritmes
analyseren de gegevens en bepalen of de
bedrijven een zeker risico met betrekking
tot de Wet milieubeheer hebben. Het systeem
presenteert deze bedrijven op een
kaart en rangschikt ze op basis van de
hoogte van dit risico. Deze zogeheten risicofactor
helpt toezichthouders bij het vastD
ANAL
stellen
van de prioriteit en daarmee de
efficiëntie van het toezicht.
TRANSPARANT
Voor het visuele ontwerp was er een duidelijke
visie waaraan het ontwerp moest
voldoen: het moest aansluiten bij het
werkproces van de toezichthouders en
ZELFLEREND SYSTEEM
Op basis van dit prototype is vervolgens
in twee maanden de definitieve oplossing
gerealiseerd en recent ook in gebruik
genomen. Met ‘machine learning’ leert
het systeem van de resultaten. Ook de
feedback van de toezichthouders leidt
ertoe dat het systeem steeds beter de
het moest transparant zijn. Geen blackbox,
maar transparante resultaten waarbij
de toezichthouders zelf de mogelijkheid
hebben om te zoeken en te filteren en
waarbij inzichtelijk gemaakt wordt waar
welke informatie vandaan komt. Inspiratie
werd gevonden in een ander domein:
het filteren zoals dat bij Funda mogelijk
is, bleek een ideaal voorbeeld dat overgenomen
is in het te valideren ontwerp.
‘risicofactor’ kan bepalen. De gemeente is
voornemens om meer databronnen te
koppelen aan het systeem en nodigt ook
andere gemeenten en omgevingsdiensten
uit om gebruik te maken van de toepassing.
RESULTATEN
De
eerste resultaten zijn veelbelovend.
Direct na ingebruikname zijn de eerste 34
controles ingepland en dit worden er
meer. Tegelijkertijd moet het systeem nog
leren van extra resultaten en controles
waarmee het de effectiviteit later beter
vaststellen kan. Het gebruik inspireert
ook tot verbeteringen: gebruikers hebben
de eerste ideeën voor functionele uitbreidingen
al geformuleerd. De gemeente
Eindhoven past eenzelfde aanpak inmiddels
toe binnen andere afdelingen om te
komen tot innovatieve oplossingen,
waaronder een woningbouwmonitor en
het opsporen van illegale kamerverhuur.
Meer weten?
www.shintolabs.nl
׉	 7cassandra://BeHF-h_bmaCDJZSsVubz-Gw0-Z0tA-x9l33fA9VhnG0`̵ YJH.J¾?IYJH.J¾?H{בCט   {u׉׉	 7cassandra://j062oRZDAeWIUvsncKC2Ez4qhbaCqA8JtZlnpDrzzKc ` ׉	 7cassandra://dUNmMbrmeRhySmtD4K66ZLZR8GC6IwlHKZ4ae9lctCgZ`S׉	 7cassandra://Q46NfGa4OLSk93r5r9Ei-jrGuQObv823kxZLvd3JqYc`̵ ׉	 7cassandra://UaGyw_Ws0_ByeFf2TxzlH0FJ79DB1L6jKXacTxnojjY u mH͠YJH/J¾?Jט  {u׉׉	 7cassandra://1ATXi22wG8J2EAoULyq3gMZ7F6iXNJ_Ela_RAL90x1E A`׉	 7cassandra://65tqZCp3adnoerAqEizkodVAsbPDCQTONAp-nbVR7zI\`S׉	 7cassandra://VKBPUBIMaQh80NJETiLIH21UWJ7_m4XGcNbd2SkomR4)`̵ ׉	 7cassandra://WQqAo82FWjryHianUIlQJpwVnIdHq15ufIBxLyV7vL0 %͠YJH/J¾?KנYJH1J¾?   {9ׁHhttp://www.mxi.nlׁׁЈ׉Evraagstukken. In rap tempo komen nieuwe oplossingen beschikbaar: bent u klaar voor
M&I/Partners helpt u bij het ontwikkelen van concrete resultaten op het gebied van
digitale transformatie, ICT-governance, architectuur, audits, informatieveiligheid, de
omgevingswet en decentralisaties.
Wij helpen uw projecten en programma's op koers te houden en bieden, met kennis en
begrip van de overheidsomgeving, een onafhankelijke, hands-on ondersteuning en
quality assurance in uw projecten en programma's.
M&I/Partners is een onafhankelijk adviesbureau, met ruim 30 jaar ervaring en meer dan
80 professionals sterk. M&I/Partners begeleidt en adviseert haar klanten in de lokale en
landelijke overheid, de zorg bij projecten op het snijvlak van management en ICT
Kijk voor meer informatie op: www.mxi.nl
׉	 7cassandra://Q46NfGa4OLSk93r5r9Ei-jrGuQObv823kxZLvd3JqYc`̵ YJH/J¾?L׉EB O EK EN
MAESSEN LEEST
Jos Maessen, directeur Dienstverlening gemeente Amsterdam
In het boek ‘Homo Deus’ beschrijft de auteur het vraagstuk ‘hoe
ziet de toekomst van de mens eruit’ in drie delen. Als we begrijpen
wie we zijn en hoe we zijn gekomen waar we nu staan, kunnen
we ook beter ons handelingsperspectief begrijpen.
Sinds de agrarische revolutie verbindt de mens wetenschap en
religie aan elkaar. Kennis en zingeving. In de moderne tijd
gelooft de mens dat hijzelf zingeving moet geven aan de kosmos.
Het humanisme (een religie, in de defi nitie van de schrijver)
heeft de mens zelf heilig verklaard en verwacht dat zij zelf
de zingeving aan het universum geeft. Je kan leren van sensaties,
emoties en gedachten als je je daarop richt en je erdoor laat
beïnvloeden. En je kan dus een steeds rijper en wijzer mens
worden. Binnen het humanisme zijn er drie stromingen, maar
op dit moment is het liberalisme met haar sterke focus op de
eigen wil en uniekheid van het individu, heersend.
ZIJ
M
Daar zit het probleem. Naar moderne inzichten heeft de mens
geen vrije wil, maar verdelen determinisme en toeval de taart.
Volgens de moderne biowetenschapper zijn wij een organisch
algoritme. We hebben wel een bewustzijn, maar niemand weet
waarom. We hebben daarnaast een ervarende en verhalende ik
die verschillen. Wat ik meemaak is wat anders dan wat ik meen
mee te maken, of hoe ik er over praat. Maar hoe moet ik dat rijmen
met het liberale uitgangspunt van een uniek ondeelbaar
zelf met een unieke eigenwaarde?
Wordt mensen in de toekomst nog wel een unieke waarde toegekend?
Of verdwijnt de waarde van de massa die geen werk
meer heeft? Wat is de waarde van het individu als de combinatie
van toenemende economische ongelijkheid en grote technologische
mogelijkheden leidt tot een nieuwe kleine klasse van
supermensen?
In onze kolkende wereld
van veranderingen ontstaan
twee nieuwe religies
die een verbinding
met de wetenschap aangaan
en een nieuwe zingeving
creëren.
De eerste is een vorm
van technohumanisme
waarin door een upgrading
de mensheid wel
verdwijnt, maar er een
nieuw soort mens ontstaat.
Maar als je je eigen
verlangens kan kiezen,
wordt je dan niet een
designproduct? Het
datageloof gaat nog verder en stelt dat het universum bestaat
uit datastromen en dat de waarde van elk fenomeen wordt
bepaald door zijn bijdrage aan de dataverwerking. Daarmee
wordt de mens gereduceerd tot dataverwerker.
Beide religies zien een einde van de mens in zijn huidige vorm.
De schrijver roept op tot het nadenken over deze ontwikkelingen.
Zijn organismen echt alleen maar algoritmen? Is het leven
echt alleen maar besluiten nemen? Wat is waardevoller: intelligentie
of bewustzijn? Wat gebeurt er met ons en ons leven als
niet-bewuste hyperintelligente algoritmen ons beter kennen dan
wij onszelf?
Dit boek is een voorspelling. Bedoeld om de lezer aan het denken
te zetten. Het geeft een blik op ontwikkelingen in verleden
en heden. De discussie moet gevoerd gaan worden. We kunnen
ons niet meer alleen laten leiden door wat technologisch kan,
maar ook door wat wij er mee willen. En… wat wij willen
beschermen, want alles van waarde is weerloos.
Yuval Noah Harari, Homo Deus, (2017, Uitgeverij De Bezige Bij)
׉	 7cassandra://VKBPUBIMaQh80NJETiLIH21UWJ7_m4XGcNbd2SkomR4)`̵ YJH/J¾?MYJH/J¾?L{בCט   {u׉׉	 7cassandra://nXn-sgJ_cm0WIdM6milTztOz_9NOZL7nNO9dkkj1FWc ̚` ׉	 7cassandra://bnzgv1jTHKDTHNEBLBIte-jeCKqdO6QuUtTg7TlSA5gd`S׉	 7cassandra://VJIq-vUGexepjwGxair49gLfo6cTOgqr1z_ZMywQOxM`̵ ׉	 7cassandra://I4hw_j5m32n4IRljMuqKxcipCoeuURYZeu8pGQAMdtY.|͠YJH/J¾?Nט  {u׉׉	 7cassandra://ndq0dsYOI8QdJj94kb0w0SgC2-i2dtzBgXojMGZWJRY `׉	 7cassandra://PAUHmMl2ZGuL0aUNQ-QlSOZV6nt_4A56DZ1C3lnU-lEie`S׉	 7cassandra://BaKpt97uTsbB3uLKQLyCZuM-d0cxxSoK4IIhXhyrfTw `̵ ׉	 7cassandra://PeEXx3W6XMRaBzLRAPAnQo_I04lBsmVH6VteYEVhUOg 2 ͠YJH/J¾?OנYJH2J¾? ^̩9ׁHhttps://tinyurl.com/mwocvnfׁׁЈ׉ECROWDF U N DI NG
OVERHEID EN
CROWDFUNDING: EEN
GOUDEN COMBINATIE?
NIEUW PERSPECTIEF OP FINANCIERINGSMETHODEN
Steeds meer overheden oriënteren zich op crowdfunding. Voor overheden biedt
crowdfunding een verfrissend handelingsperspectief. Het kan de relatie met burgers
anders vormgeven en mogelĳ kheden bieden om bĳ de fi nanciering van initiatieven
een meer faciliterende rol in te nemen, waarbĳ burgers betrokken worden.
Tot slot heeft crowdfunding laten zien een impuls te kunnen geven aan
ondernemerschap in de lokale economie. Maar hoe kan crowdfunding in de
publieke sector het beste worden ingezet?
Tekst: Aram Goudsmit, bestuurskundige en consultant bij crowdfunding adviesbureau Douw&Koren
V
an 2010 tot en met 2015 is de
omvang van crowdfunding in
Nederland jaarlijks verdubbeld.
In 2010 werd er krap 500
duizend euro opgehaald, in 2015 was dit
al 128 miljoen euro. Die stijging ging
door. In 2016 werd er 170 miljoen euro
opgehaald via 4827 gecrowdfunde projecten
en ondernemingen. Crowdfunding
heeft haar oorsprong in de culturele sector,
die op grote schaal met deze fi nancieringsvorm
aan de slag ging. De afgelopen
jaren is er een verschuiving te zien van
crowdfunding voor creatieve projecten
naar crowdfunding voor maatschappelijke
projecten en voor ondernemingen.
Zo bestond het aantal crowdfunding projecten
in 2016 voor 38 procent uit maatschappelijke
projecten, 35 procent uit
ondernemingen en voor ‘slechts’ 20 procent
uit creatieve projecten. Deze verschuiving
toont aan dat er onder burgers
een groeiende bereidheid is te investeren
in maatschappelijke initiatieven in de
eigen leefomgeving. Daarnaast stimuleert
het een nauwere betrokkenheid van bur40
gers
bij het midden- en kleinbedrijf. Burgers
nemen een deel van bedrijfsfi nanciering
voor hun rekening en stimuleren
daarmee de motor van onze economie.
HOE
CR
U
SUCCES IN DE PUBLIEKE SECTOR
Ondanks het groeiend aantal taken,
groeit de fi nanciële ruimte van decentrale
overheden niet mee. In de praktijk betekent
dit dat gemeenten vaak geconfronteerd
worden met pijnlijke keuzes tussen
fi nanciering van lokale initiatieven.
Crowdfunding biedt hier een pragmatische
kijk op. Crowdfunding verschuift
immers (een deel) van de besliskracht
van overheid naar burger. Burgers
beschouwen overheden nu vaak als een
doorgeefl uik van fi nanciering en voorzieningen.
Crowdfunding blijkt een interesZo
creëert crowdfunding lokale betrokkenheid
en sociale cohesie. Het geeft burgers
de gelegenheid zelf te bepalen wat er
met hun geld gebeurt en in welk initiatief
zij dat willen steken. Dit heeft als resultaat
dat zij na succesvolle fi nanciering ook
gezamenlijk actief bij het initiatief betrokken
blijven. Ter illustratie het voorbeeld
uit het Dommelgebied. Daar namen burgers
het initiatief voor de bouw van een
eigen waterkrachtcentrale. 450 investeerders
brachten daarvoor samen 750.000
euro op. Uit hun nieuwsbrief blijkt dat
niet alleen de opbrengst van de centrale
sante manier te zijn voor overheden om
een faciliterende, in plaats van sturende
rol te vervullen en toch belangrijke doelstellingen
te behalen.
׉	 7cassandra://VJIq-vUGexepjwGxair49gLfo6cTOgqr1z_ZMywQOxM`̵ YJH/J¾?P׉Evesting) werden ruim twintig gemeenten
en provincies over hun ervaring met
crowdfunding geïnterviewd. Op basis
van deze interviews zijn verschillende
scenario’s opgesteld waarmee decentrale
overheden crowdfunding kunnen toepassen.
V
funding
actief onder de aandacht van
burgers door middel van een voorlichtingsprogramma.
Zo wordt de kennis
over crowdfunding onder burgers vergroot,
en de drempel om te gaan crowdfunden
verlaagd.
Doorverwijzen en verbinden:
ontwikkelt zelf kennis over crowdfundoor
de burgers wordt gemonitord, maar
dat er ook wandelingen worden georganiseerd
voor geïnteresseerden die de centrale
willen bewonderen.
Crowdfunding helpt ook om subsidieafhankelijkheid
te verminderen en
beperkte budgetten te verdelen. Stadsdeel
Amsterdam-West ondersteunde
lokale initiatieven met een geldvraag bij
het opzetten van een eigen crowdfundingcampagne.
Door deze constructie
hoeft het stadsdeel niet volledig op te
draaien voor de kosten. Ook worden
alleen de initiatieven gesteund die de 100
procent van hun crowdfundingcampagne
halen. Hiermee wordt getest of het initiatief
wel een breed draagvlak heeft.
LOKALE ECONOMIE
Tot slot stimuleert crowdfunding de
lokale economie. Dankzij het eerste
crowdfunding stimuleringsprogramma
van de provincie Noord-Holland en
Douw&Koren, werden onder meer een
bedrijf voor e-bikes, een biologische bollenkweker,
een crematorium, een fair
trade fashionlabel en een surfschool
mogelijk gemaakt. Het stimuleringsprogramma
van de provincie genereerde tot
nog toe meer dan 4000 investeerders, die
gezamenlijk meer dan 3,5 miljoen euro bij
elkaar brachten. Naast de begeleiding
van deze succesvolle crowdfundingcampagnes,
werden meer dan 1000 ondernemers
tijdens regionale crowdfundingbijeenkomsten
geïnspireerd. Het stimuleringsprogramma
geeft enerzijds het
midden- en kleinbedrijf in de regio toegang
tot nieuwe en relevante bronnen
van fi nanciering en geeft anderzijds burgers
de mogelijkheid te investeren in
ondernemerschap die de regio versterkt.
Met een relatief kleine investering in een
crowdfunding stimuleringsprogramma
genereren overheden daarmee gelijk veel
meer geld in de markt.
GEEN HEILIGE GRAAL
Toch is crowdfunding geen heilige graal.
Het is een fi nancieringsmethode die zich
goed leent voor de fi nanciering van projecten
en ondernemingen, maar het biedt
geen structurele oplossing. Gemiddeld
haalt een crowdfundingcampagne in
Nederland 90.000 euro op. Hoewel er uitschieters
zijn, biedt crowdfunding geen
(snelle) uitkomst voor miljoenentekorten.
Ook is crowdfunding geen ‘easy money’.
Een succesvolle crowdfundingstrategie
vergt, naast een kansrijk project, ook kennis
van crowdfunding, tijd en inzet. Dit
geldt zowel voor overheden als voor burgers.
Hoe
kunnen decentrale overheden
crowdfunding toepassen? In opdracht
van SVn (Stimuleringsfonds Volkshuisding
en verwijst burgers door naar relevante
marktpartijen. Een interessante,
eerste stap op het gebied van crowdfunding.
V
teert
projecteigenaren in het succesvol
opzetten van een eigen crowdfundingcampagne.
Zo gaan initiatieven daadwerkelijk
crowdfunden en zijn zij een voorbeeld
voor anderen.
Platform starten:
lokaal podium voor campagnes uit de
regio. Ondanks veel gekozen, heeft dit
scenario vaak niet het beoogde effect. Om
een duur platform zonder succesvolle
initiatieven te voorkomen, is het noodzakelijk
dit scenario te combineren met
voorlichting en het creëren van voorbeelden.
Zelf
een campagne doen:
eert zelf een crowdfundingcampagne.
Vanwege belastingscepticisme en een
beperkte ‘geefcultuur’ in Nederland, is
dit doorgaans geen goed idee. Maar er
zijn uitzonderingen op deze regel.
Meefi
heid levert letterlijk fi nanciële waarde
door middel van een bijdrage aan projecten
van burgers en zet zo een gelijkwaardige
relatie in gang: zowel burgers als
overheid fi nancieren projecten met maatschappelijk
draagvlak.
Meer Weten?
Het handboek ‘Crowdfunding en overheden:
aan de slag!’ is (gratis) te downloaden via
https://tinyurl.com/mwocvnf
׉	 7cassandra://BaKpt97uTsbB3uLKQLyCZuM-d0cxxSoK4IIhXhyrfTw `̵ YJH/J¾?QYJH/J¾?P{בCט   {u׉׉	 7cassandra://BBtnaMEecGVp4AoJsxZpCZV1dFoqgxI3gB6k6xKEBgg J`׉	 7cassandra://yW4-crxqR1VRpPMXX6UpQIcWlHrbYc1Hxx2B2D7w2gMj`S׉	 7cassandra://BEnucz5PW69Cqs7_peEJxRaMdTNI6Jt7KL708J274CUf`̵ ׉	 7cassandra://ICGzKgXdHv3n8i076x-VNFbfLpVfyQNgJTrgZ-CELNw ͠YJH/J¾?Rט  {u׉׉	 7cassandra://7D9kf1Y3L_FWnSMKe3yPS5RJppTfVmysfh-zeDtWcRQ Vg`׉	 7cassandra://L1jMc8zD9W8ACg-sZX69GKkt-evjx6La9zriwJRFeFQV`S׉	 7cassandra://fM4O9G2vq_DjY5_hh1Yfs9ZawKPQ3-GqUV_7gjtB0xcR`̵ ׉	 7cassandra://LaIJd2zs_0D7SJp5BhyBocQuq07zTHJZ55p8_0dB1JU ̤̞͠YJH/J¾?SנYJH1J¾? 9ׁHhttp://d.frׁׁЈנYJH1J¾? ^̀9ׁHhttp://www.beׁׁЈ׉EQB E LE I DSVORMING
PROVINCIE FRYSLÂN
MAAKT ‘BELEID VAN
DEZE TIJD’
SURFEN OP CHAOS EN BEWEEGLIJKHEID
Beleid is één van de kernproducten van de overheid. Gemeenteraden en Provinciale
Staten stellen beleid vast, het is het vertrekpunt van begrotingen en
bestuurders en politici profi leren zich ermee. Maar in de praktĳ k zĳ n zowel
het product als de totstandkoming ervan niet zonder problemen. Beleidsnota’s
zĳ n soms niet meer dan een legitimatie van wat toch al gebeurde. Of zo
algemeen dat ze alles legitimeren. Of juist weer zo wereldvreemd dat het
beleid in de uitvoering niet werkt. Dat leidt er dan weer toe dat in de uitvoering
vaak iets wordt gevormd wat verdacht veel op beleid lĳ kt, maar niet zo
mag heten. De provincie Fryslân zocht naar een andere oplossing.
Gerwin van Dijk, senior (fi nancieel) beleidsmedewerker en René Monnikhof, senior
strategisch adviseur, beiden werkzaam bij de provincie Fryslân
ern van het probleem is de
manier waarop beleid vaak tot
stand komt. De overheid
betrekt burgers en organisaties,
maar uiteindelijk bepaalt de overheid
toch vaak zelf wat de problemen en
oplossingen zijn. Daarnaast duren
beleidsprocessen veelal lang. In die processen
wordt de inhoudelijke voorbereiding
door ambtenaren als onwrikbaar
gegeven opgenomen om snel stappen te
kunnen maken. Dat leidt er dan weer toe
dat de aan het begin geformuleerde problemen
en oplossingen aan het eind
alweer veranderd (zouden moeten) zijn.
NORMATIEF OF EMPIRISCH
Beleidsvorming kan normatief of empirisch
tot stand komen. In de normatieve
benadering wordt beleid rationeel ontwikkeld.
Via keurige logische stappen wordt
stap voor stap gekomen tot de beste
beleidsopties. In de empirische benadering
heerst de chaos. Partijen stappen in
en uit het proces, oplossingen gaan op
42
K
zoek naar problemen in plaats van
andersom, belangen en toeval sturen uitkomsten
veel meer dan inhoud, enzovoorts.
Ambtenaren herkennen zich zowel
in de verleidelijkheid van de ratio als de
ontnuchterende ervaring van de chaos en
onvoorspelbaarheid van de praktijk. Keer
op keer zien we collega’s op een rationeel,
op stappen gebaseerd proces van beleidsvorming
inzetten dat in de praktijk toch
anders verloopt. Als het beleid er is, blijkt
het toch vrij regelmatig niet te werken,
snel te verouderen, tot veel gegrom te leiden
of zijn er belangrijke zaken vergeten.
DOE
R
M
RATIO-INJECTIE
In 2015 ging in de provincie Fryslân een
projectgroep van start met als taak om
iets beter te doen dan ‘doe maar wat’. In
een realiteit dat beleid in ronden, stromen,
netwerken en coalities wordt
een hulpmiddel te maken dat voor alle
provinciale beleidmakers van nut zou
kunnen zijn. De aanleiding was rationeel:
het is goed om het provinciale beleidsproces
te evalueren en bij te stellen. Al snel
kon een aantal conclusies worden getrokken.
Ten eerste werd duidelijk dat voor
de zoveelste keer doen alsof de praktijk
net zo rationeel is als de normatieve
modellen, echt niet meer kon. Het streven
was dan ook om te kijken of in de (schijnbare)
chaos van de dagelijkse praktijk
toch hier en daar een kleine injectie van
ratio kon worden ingebracht om het net
׉	 7cassandra://BEnucz5PW69Cqs7_peEJxRaMdTNI6Jt7KL708J274CUf`̵ YJH/J¾?T׉Egemaakt. De tweede conclusie was dat
een keurslijf niet zou gaan werken. Dat
betekende geen stappenplannen, dichtgetimmerde
formats (al is het niet helemaal
gelukt om daar aan te ontkomen) en
exacte voorschriften, maar een echt hulpmiddel.
Idee is medewerkers reddingsboeien,
kompassen, surfplanken of zelfs
boten aan te reiken om met meer succes
over de golven van de praktijk te bewegen.
De derde conclusie was dat het
hulpmiddel, net als beleid(svorming),
fl exibel zou moeten zijn. Een continue
bètaversie, zogezegd.
BELEID VAN DEZE TIJD
Het resultaat is de website Beleidvandezetijd.
Een primeur, omdat het de eerste
uitwerking van een model voor beleidsvorming
is dat alleen online beschikbaar
is. Het is bedoeld als hulpmiddel voor
alle Friese ambtenaren bij beleidsontwikkeling.
Er is voor een online benadering
gekozen omdat het instrument ook
continu aanpasbaar moet zijn. De website
is bovendien voor iedereen beschikbaar,
zodat ook andere ambtenaren er
naar kijken, mee gaan werken en het
verbeteren. De site gaat niet uit van een
fasenmodel van beleidsontwikkeling,
maar van elementen die in elke beleidsontwikkeling
terugkomen (zoals partijen,
beleidsopties en situatieanalyses).
Die elementen worden in meerdere ronden,
samen met anderen, ingevuld. In
elke ronde wordt ook opnieuw naar de
elementen gekeken. Zo werk je van
grove beelden naar een helder beeld van
de context, de partijen, de vraagstukken
en een realistische aanpak. Voor al die
elementen worden meerdere mogelijkheden
gegeven om ze in te vullen, met
bijpassende hulpmiddelen. Zoals methoden
en analyseschema’s.
WERKT HET?
Dat is natuurlijk de vraag. Momenteel
wordt deze aanpak binnen de
provincie gebruikt voor meerdere
beleidsprocessen, zoals de omgevingsvisie
en het cultuurbeleid.
Medewerkers zijn enthousiast. En
ook de eerste reacties van externe
collega’s, adviseurs en
bijvoorbeeld de Noordelijke Hogeschool,
zijn positief. Genoeg signalen
om het idee te hebben dat er iets
bruikbaars is gemaakt dat kan worden
doorontwikkeld.
Meer weten?
www.beleidvandezetĳ d.frl
׉	 7cassandra://fM4O9G2vq_DjY5_hh1Yfs9ZawKPQ3-GqUV_7gjtB0xcR`̵ YJH/J¾?UYJH/J¾?T{בCט   {u׉׉	 7cassandra://-5dwLyFyqoRLQ6_c2UOW-uQVHFcJpt_v-JICEMTtadY ` ׉	 7cassandra://3fiRMTw5N_vy-ByxF9JL8aoycg7a_MxrPgvsDsorF0Ubc`S׉	 7cassandra://iYbDNS7YoVXDNaF6GGbUE6Rkx9SM0RedZr3KMBJxfjM`̵ ׉	 7cassandra://Q7nqCUpb8SFFv2vuVfe4CseIZBVW4JnWIev7UwHCNwòOX͠YJH/J¾?Vט  {u׉׉	 7cassandra://03nhdCLn3cQFZoNINprksybVjYnauBYa8Xzk2UZjB1g `׉	 7cassandra://FoTFWAKtYM_tmSbgUcctpGhCSIe7zuFV-6JM4aMJJAog`S׉	 7cassandra://DEZrfaEsuns-DMTmCE-H8kOtpzIFQsi9ZDFKL4d6f0U`̵ ׉	 7cassandra://ZbMhaouTfoOU-HRJUGWO_Jx_4LMoeAyp1DrqQ03WExY X̘͠YJH/J¾?WנYJH1J¾? aہ^9ׁHhttp://Bol.comׁׁЈ׉EUON DE R Z OE K S TR E N DS
VRAGENLIJSTONDERZOEK
HET BEWIJSMIDDEL VOOR DE EFFECTIVITEIT VAN BELEID?
Met de naderende gemeenteraadsverkiezingen zal het aantal vragenlijstonderzoeken
de komende maanden sterk toenemen. Bestuurders willen maar al
te graag aantonen dat het door hen gevoerde beleid een positief effect heeft
op het publieke domein. Maar waar moet je rekening mee houden als je
onderzoek uitvoert en een gevalideerd antwoord op je vragen wilt krijgen? Dit
artikel schetst een elftal aandachtspunten en ontwikkelingen bij de inzet van
vragenlijstonderzoek in het publieke domein.
Tekst: Robbert Zandvliet, senior onderzoeksadviseur bij I&O Research
1
Toenemend belang onderzoek
Er wordt steeds meer gevraagd
om transparantie: processen en keuzes
die door organisaties gemaakt worden,
moeten inzichtelijk zijn voor de (controlerende)
Rijksoverheid aan de ene kant en
de burger aan de andere kant. Onderzoek
is een belangrijk middel om hierin te
voorzien. Voor onderzoekers betekent
deze ontwikkeling dat er meer vraag is
naar onderzoek. Vaak met een heel specifieke
focus (qua doelgroep en beleid).
MET
E
W
Meer landelijke onderzoeken
De toenemende behoefte aan lokaal
onderzoek op het gebied van verantwoording
en evaluatie van beleid, gaat gepaard
met de ontwikkeling van meer gestandaardiseerd
onderzoek. Waar mogelijk wordt
aangesloten bij een standaardproduct (vragenlijst,
rapportageformat) en ‘meegelift’
op een onderzoek dat op landelijk niveau
wordt vormgegeven. Vooral kleinere
gemeenten zonder of met beperkte onderzoekscapaciteit,
maken hier gebruik van.
Voor onderzoekers bij gemeenten betekent
dit minder mogelijkheden voor creativiteit
en maatwerk gericht op de lokale situatie.
2
44
voor de populatie van de gemeente?
Hierin ligt een belangrijke uitdaging voor
onderzoekers: het borgen van een panel
dat van voldoende kwaliteit is om
betrouwbare resultaten te genereren voor
de beoogde doelgroep. Aandachtspunt
daarin vormt de werving van panelleden.
4
Aandacht voor privacy
Het belang van de privacy (de borging
daarvan) van respondenten in onderzoek
neemt toe, zich mede uitend in de
Wet bescherming persoonsgegevens. Zo
zijn onderzoeksbureaus verplicht om datalekken
te melden. Voor onderzoeksbureaus
3
Onderzoek via (burger)panels
Er wordt in toenemende mate
gebruik gemaakt van (burger)panels bij
het uitvoeren van onderzoek, en minder
van verse steekproeven. Veel gemeenten
beschikken inmiddels over een eigen
gemeentelijk panel met burgers en/of
ondernemers, vaak gevuld met respondenten
die op de een of andere manier
contact hebben gehad met de gemeente.
Hierin schuilt ook een gevaar: in hoeverre
zijn dergelijke panels representatief
vraagt dit om het technisch en organisatorisch
borgen van privacy ‘in de keten’: van
steekproef, via veldwerk, tot aan databestand
en rapportage. Bewerkersovereenkomsten
bij het gebruik van bestanden met
persoonsgegevens komen steeds meer
voor en het beveiligd uitwisselen van
bestanden is gemeengoed geworden.
5
Afnemende respons
De respons op surveyonderzoek
loopt al jaren terug, hoewel de sterke ‘generieke’
daling van circa tien jaar geleden
eruit is. De problematiek uit zich tegenwoordig
vooral in specifieke groepen, zoals
allochtonen, laagopgeleiden en jongeren.
Deze ‘moeilijke doelgroepen’ krijgen veel
aandacht in de opzet en uitvoering van
onderzoek teneinde een zo goed mogelijk
samengestelde respons te realiseren. Zo
moet er worden nagedacht over methoden
om specifieke doelgroepen te bereiken én
te motiveren. Mixed-mode methoden,
mobiel onderzoek, het bereiken van jongeren
via andere kanalen (social media) en
het gericht aanschrijven van bepaalde doelgroepen,
zijn elementen die hierin passen.
6
Relatie register- en
surveydata
Registerdata zijn administratieve gegevens
die om andere redenen dan het
onderzoek zelf worden bijgehouden, vaak
voor de gehele populatie. Kort door de
bocht zijn er drie ontwikkelingen zicht׉	 7cassandra://iYbDNS7YoVXDNaF6GGbUE6Rkx9SM0RedZr3KMBJxfjM`̵ YJH/J¾?X׉ELIN HET PUBLIEKE DOMEIN
baar als het gaat om de relatie tussen
register- en surveydata. De eerste ontwikkeling
is het koppelen van registerdata
aan de uitkomsten van vragenlijstonderzoek,
zodat vragenlijsten korter worden
en verzamelde data nauwkeuriger. De
tweede ontwikkeling is registerdata als
alternatief voor surveydata. Door het systematisch
analyseren van grote databronnen,
bestanden en registraties, zou ‘klassiek’
surveyonderzoek overbodig worden.
De laatste ontwikkeling is surveydata als
alternatief voor registers. Foutieve, onvolledige
en/of niet toegankelijke registraties
of registers die niet op elkaar aansluiten,
komen in de praktijk veel voor. Uniform
uitgevoerd surveyonderzoek kan dan een
betrouwbaarder beeld opleveren.
Voor onderzoeksbureaus is het werken
met registerdata lastig. Ze zijn moeilijk
toegankelijk en hoe zorg je voor een
goede koppeling met surveydata? Ook
hier spelen privacyvraagstukken een rol.
Met informed consent worden respondenten
op de hoogte gebracht van koppelingen
met registraties en de voorzichtigheid
die daarin betracht wordt.
7
Nieuwe technische
mogelijkheden
De techniek biedt steeds meer mogelijkheden
om het gedrag van burgers beter
(lees: nauwkeuriger) te meten dan met
een ‘klassieke’ vragenlijst. Bijvoorbeeld
door gebruik te maken van GPS en het
daarop gestoelde geo-fencing. Maar ook
met behulp van mobiel (survey)onderzoek
kan er dichter op het feitelijke
gedrag worden gemeten. Onderzoekers
zullen hierin moeten meegaan door de
nieuwe technieken te omarmen en te
innoveren waar dat kan. De uitdaging
daarbij is wel om vooraf (in de ontwerpfase)
scherp na te denken over de best
passende onderzoeksopzet.
8
Aandacht van de respondent
Er wordt veel onderzoek gedaan
en respondenten zijn steeds drukker en
multimedialer. Het wordt daarmee steeds
lastiger om een onderzoek top-of-mind te
krijgen en niet verloren te gaan in dagelijkse
stroom aan informatie die iemand
op zich afgestuurd krijgt. Dit betekent dat
het zaak is om op te vallen en vooraf goed
na te denken over benaderstrategieën.
Voorbeelden hiervan zijn het werken met
aantrekkelijk vormgegeven kaarten, in
plaats van formele brieven, het gebruik
maken van social media of door telefonisch
of face-to-face te motiveren. Schriftelijk
onderzoek scharen we hier ook
onder: mensen krijgen tegenwoordig
zoveel digitale post en enquêteverzoeken
dat het gaat opvallen als er een keer een
schriftelijke vragenlijst op de mat valt.
Een belangrijk uitgangspunt bij het opvallen
is dat het niet mag leiden tot irritatie.
9
Inzetten incentives
Respondenten zijn steeds minder
bereid om voor ‘niets’ aan onderzoek
mee te doen en daarmee valt nauwelijks
meer aan de inzet van incentives te ontkomen.
Wetenschappelijk onderzoek
heeft aangetoond dat vooraf (onconditioneel)
belonen een positief effect heeft op
de respons. Beter nog dan achteraf belonen.
Met deze aanpak wordt dan ook
steeds meer geëxperimenteerd. Andere
incentives die we tegenkomen zijn verloting
(bijvoorbeeld van iPads), VVV-bonnen,
Bol.com-codes, en zelfs cash. Maar
ook niet-monetaire incentives, zoals de
terugkoppeling van resultaten, tips, et
cetera worden regelmatig ingezet.
10
Faciliteren respondent
De tijdsbesteding en het
gebruik van techniek en media door
mensen zijn veranderd. Potentiële respondenten
- laten we ze zo maar even
noemen - zijn steeds mondiger, veeleisender
en minder volgzaam. Dit vraagt om
respondentvriendelijke vragenlijsten,
goed nadenken over het moment en tijdstip
van veldwerk, de inzet van helpdesks
en respondentenwebsites met veelgestelde
vragen, et cetera.
11
Alternatieve rapportages
Het klassieke rapport is aan het
verdwijnen. Ze kosten teveel tijd (en
geld) en leveren te weinig op. Opdrachtgevers
zijn steeds meer op zoek naar output
die ze eenvoudig en snel in de organisatie
kunnen brengen, waaruit ze snel
relevante informatie kunnen trekken en
die ze liefst ook zelf nog kunnen (na)
bewerken. En dus worden nieuwe manieren
van rapporteren en ontsluiten ontwikkeld:
geautomatiseerd rapporteren,
dashboards en het online beschikbaar
maken van uitkomsten. Relevante vraag
die hierbij gesteld moet worden is of deze
nieuwe manier van rapporteren voldoende
ruimte laat voor duiding. Daar
ligt een taak voor onderzoekers: zij moeten
opdrachtgevers helpen - bijvoorbeeld
in een duidingssessie - om de resultaten
op de juiste manier te interpreteren en in
de organisatie te ‘verwerken’.
׉	 7cassandra://DEZrfaEsuns-DMTmCE-H8kOtpzIFQsi9ZDFKL4d6f0U`̵ YJH/J¾?YYJH/J¾?X{בCט   {u׉׉	 7cassandra://nCtqEK5yHFikFqG6iY_N7E-Q2W24qR8ZM1W4GUk2J9U 
1` ׉	 7cassandra://lr3l_M5qFlynWNwjzE1EdA1k6xf1J7LxOZDFMIwSJpU_`S׉	 7cassandra://h7CaOy2SfWkg6JnK52N3GybyQlUxXpU-DlRD9Jp0cP0`̵ ׉	 7cassandra://U5IVl_ksev1xdXkDUGy9C0DNLiHTqIUIBd3R9tZodNk`#d͠YJH/J¾?Zט  {u׉׉	 7cassandra://do32QxsGnslFBLQyQOSGtRQN50zxDqj6WBcNgMT9h_s t`׉	 7cassandra://6aHxunegi3es8j7B9ikwHl-pwQ_HFve6m_y30s5dVm8o`S׉	 7cassandra://UpYtEAOhgguP6A09atl3watOhP0sj5Ws2IC_zFq4Rt8 `̵ ׉	 7cassandra://an7BuI8Hu5FYL_8psG_OMHC807F-NKFhEms4DIjyINo ,p͠YJH0J¾?[נYJH1J¾? ?
9ׁHhttp://www.mxi.nlׁׁЈ׉EV AN ONZE KE N N ISP AR TN E R
Informatieveiligheid:
Chefsache!
Bewustwording, transparantie en ‘leren’ rode draad
Met alleen al 5700 datalekken in 2016, wekelijkse meldingen van incidenten met ransomware en al
dan niet geslaagde pogingen van hackers, inclusief extra maatregelen rond verkiezingen, staan de
thema’s privacy en informatiebeveiliging inmiddels ook op de bestuurlijke agenda. Medio 2016
spreekt de Visitatiecommissie Informatieveiligheid van de VNG in hun jaarverslag nog over een wisselend
kennisniveau bij bestuurders en topambtenaren. Persoonlijke interesse en achtergrond zijn
vaak bepalend.
Tekst: Wijnand Heijnen, principal adviseur bij M&I/Partners en Valerie Roos, senior communicatieadviseur
programma BVGS bij VNG
I
n het sociaal domein is de laatste jaren veel aandacht
geweest voor informatieveiligheid bij Suwinet. Zo heeft de
Inspectie SZW een aantal onderzoeken naar het gebruik
van Suwinet door gemeenten uitgebracht in 2015, 2016 en
recent in 2017. In de beginperiode voldeed nog een zeer
beperkt aantal gemeenten aan de gestelde essentiële normen.
In 2017 kwam de Inspectie SZW tot de conclusie dat inmiddels
alle gemeenten aan deze essentiële normen voldoen. In diezelfde
periode hebben de ketenpartners UWV, SVB en gemeenten,
vertegenwoordigd door de VNG in het programma Borging
Veilige Gegevensuitwisseling Suwinet (BVGS), een aantal maatregelen
uitgewerkt voor een veiliger gebruik van Suwinet.
Medio 2016 waren de maatregelen gereed voor implementatie.
Waar organisaties werken aan de verbetering van de informatieveiligheid,
valt op dat er vaak keuzes moeten worden gemaakt.
Organisaties moeten een balans vinden tussen enerzijds de primaire
processen van de organisatie en anderzijds de eisen die aan
het werk gesteld worden vanuit onder meer informatieveiligheid.
Positionering
Het komt nog regelmatig voor dat de functionarissen belast
met informatieveiligheid, zoals een CISO of Security Offi cer, op
afstand staan van de uitvoeringsorganisatie. Waar dat voor de
technische invulling van informatieveiligheid goed verklaarbaar
is, vragen onder meer awareness, opleidingen en de organisatorische
inrichting van informatieveiligheid meer interne
afstemming en verankering. Borging van informatieveiligheid
vergt een goede samenwerking van uitvoering, management
en security offi cer.
46
wie een relatie is in het kader van de participatiewet, vergt
een initiële (tijds)investering. Terwijl de extra betrouwbaarheid
niet meteen meetbaar is en de tijdsbesparing in bijvoorbeeld
de rapportagecyclus pas zichtbaar wordt nadat de investering
is gedaan. Een investering in informatieveiligheid leidt doorgaans
niet meteen tot een besparing binnen dezelfde organisatie.
Borging van informatieveiligheid vraagt van bestuurders
commitment en keuzes om een goede balans te creëren.
Administratieve last
Of het nu om een nieuw normenkader voor Suwinet gaat of
nieuwe technische voorzieningen die de informatieveiligheid
sterk vergroten, vaak worden dergelijke onderwerpen als extra
last ervaren. Er ligt al zo veel werk en dit komt er nog
bovenop. Businesscases voor informatieveiligheid lijken op het
eerste oog vaak ongunstig: een investering in tijd of geld
betaalt zich niet zichtbaar uit, maar komt ten goede aan
betrouwbaarheid en betere dienstverlening. Whitelisting, een
maatregel in het programma BVGS, die ervoor zorgt dat
gemeenten alleen gegevens kunnen inzien voor personen met
KOSTEN VOOR INFORMATIEVEILIGHEID
MOETEN IN BALANS ZIJN MET DE
RISICO’S DIE EEN
GEMEENTE ONDERKENT
׉	 7cassandra://h7CaOy2SfWkg6JnK52N3GybyQlUxXpU-DlRD9Jp0cP0`̵ YJH0J¾?\׉E,materiewetten die zij uitvoeren, zoals de Participatiewet, WW
of WIA (Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen). Deze wetten
bepalen de doelbinding bij het gebruik van gegevens. Denk
hierbij aan de relatie met normenkaders voor informatieveiligheid
en de specifi eke eisen waaraan een organisatie moet voldoen.
Het wordt al snel duidelijk dat informatieveiligheid een
complex geheel vormt. Dit doet een groot beroep op de organisatie.
Ten aanzien van deskundigheid, maar ook op het vlak van
eenvoudige en eenduidige communicatie.
Vaktaal
Bij de borging van informatieveiligheid zijn veel personen
betrokken. In de eerste plaats de medewerkers die werken met
de persoonsgegevens en hun leidinggevenden. De afdeling ICT
voor de technische en functionele inrichting, de I&A-coördinator
of -manager, maar ook de security offi cer, CISO, de functionaris
gegevensbescherming en tot slot de IT-auditor. Al deze
medewerkers hebben hun eigen jargon op het terrein van
informatieveiligheid . Het blijkt in de praktijk lastig elkaar
goed te begrijpen. Optimalisering van informatieveiligheid
vraagt heldere communicatie en het zich kunnen verplaatsen
in elkaars belevingswereld, met begrip voor elkaars invalshoeken.
Ook hierin speelt awareness een grote rol.
Organisatiebreed
Veel organisaties en zeker gemeenten hebben een breed takenpakket.
Vraagstukken rond informatieveiligheid zijn vaak vanuit
een bepaalde taak of afdeling georganiseerd. De vraagstukken
bij Suwinet bij een sociale dienst zijn anders dan die rond
Wmo of Jeugdwet in een wijkteam en weer anders dan bij Burgerzaken
en de Basisregistratie Personen (BRP). Maatregelen
worden vaak binnen een organisatieonderdeel ingezet, maar
hebben een organisatiebrede verankering nodig. Voorbeelden
zijn activiteiten op het gebied van ibewustzijn of personeelsbeleid
bij oneigenlijk gebruik of misbruik van gegevens. Vaak
nog komt het voor dat eisen aan gemeenten ook verkokerd
vanuit het Rijk worden gesteld. Een project als ENSIA moet
daarin verdere harmonisatie brengen.
Complexiteit
Veel wetten raken informatieveiligheid bij het gebruik van Suwinet.
Allereerst natuurlijk de WBP (Wet bescherming persoonsgegevens)
en vanaf 2018 de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming).
Vervolgens is er een Wet SUWI die zowel de taken
van de organisaties beschrijft, alsook de wijze van gegevensuitwisseling
tussen die organisaties. In de onderliggende regelgeving
worden eisen gesteld aan de inrichting van deze gegevensuitwisseling.
Daarnaast hebben organisaties te maken met de
Tijd en capaciteit
Hoeveel tijd mag informatieveiligheid kosten? Zichtbaar is dat
veel organisaties meer en meer investeren in informatieveiligheid.
Er zijn helaas ook nog steeds CISO’s die nauwelijks uren
beschikbaar hebben voor de betreffende taken, of gemeenten
die zeer kritisch kijken naar de tijdsinspanning voor een instrument
als de Whitelist voor Suwinet. Ook hier geldt dat de kosten
voor informatieveiligheid in balans moeten zijn met de
risico’s die een gemeente onderkent.
Ruimte of regulering
Slechts een deel van de maatregelen binnen het project BVGS
zijn verplicht. Zo is het nieuwe normenkader Suwinet een verplichting,
maar een maatregel als de Whitelist is niet in normenkader
of in bijvoorbeeld de regeling Suwi opgenomen. Weliswaar
veronderstellen de WBP en de AVG dat organisaties zich richten
naar de actuele stand van de techniek en schrijft de AVG privacy
by default voor. Deze eisen laten echter meer ruimte dan een
directe verplichting. Vergaande regulering beperkt enerzijds de
ruimte en doet te weinig een beroep op de eigen verantwoordelijkheid
van bestuurders en medewerkers. Anderzijds kan het verplicht
stellen van bepaalde maatregelen helpen om sneller capaciteit
en middelen vrij te spelen binnen organisaties.
Informatieveiligheid is dus Chefsache en vormt integraal
onderdeel van de publieke dienstverlening. De implementatie
van BVGS, en dat geldt ook voor de BIG (Baseline Informatiebeveiliging
Nederlandse Gemeenten) en ENSIA, zijn het komend
jaar onderwerpen voor de gehele organisatie, zowel, bestuur,
management als uitvoering. Meer aandacht voor informatieveiligheid
kan vergroot worden door in te zetten op bewustwording,
transparantie en ‘leren’ op alle niveaus van de organisatie.
Door informatieveiligheid nadrukkelijk te positioneren als
kernwaarde van publieke dienstverlening, neemt de kwaliteit
in de uitvoering toe, worden risico’s en incidenten voorkomen,
maar kan vooral de burger rekenen op een betrouwbare overheid
die zorgvuldig met zijn of haar gegevens omgaat.
Meer weten?
M&I/Partners is het onafhankelijke adviesbureau voor management en ICT
www.mxi.nl
׉	 7cassandra://UpYtEAOhgguP6A09atl3watOhP0sj5Ws2IC_zFq4Rt8 `̵ YJH0J¾?]YJH0J¾?\{בCט   {u׉׉	 7cassandra://XWh_Xx1EglJHLGtHPR2mNehzDEemG9Iqi8TeBiDnVBg o` ׉	 7cassandra://WJYnJMPDdxIPZyS3JQdfbUoYa9IP2r-nB_9S8zb3qjI^`S׉	 7cassandra://Tq0xZ-g6p0T_RQZqD4_OrFFFTnr_wW9prMWzw_3kpFA`̵ ׉	 7cassandra://Ybt1pFXLHXf7SfmvHpqJ06qb8J5tLnteDHh_4ac3Iqk|"̮͠YJH0J¾?^ט  {u׉׉	 7cassandra://ynbta_2RTAMjmhjkHBR1HLwlS9QtFNWXayR7xpRHdvA `׉	 7cassandra://qpCEJ_JtZkYgBVtlQCacD1WQD0P0czMH71DEId3vKO0b`S׉	 7cassandra://OxJ7yLHPaYcZYEmaYYy8N-ND8aJtZXWv55fEKU0cmgkB`̵ ׉	 7cassandra://gbRvU8pgRroPtZyzvRUhPhSOWbU_oTEMaOqrchxBNl8 ͠YJH0J¾?_׉EhR E DA C TION E E L
SLOTAKKOORD VAN DE
TERUGBLIK OP TIEN JAAR INGOVERNMENT
Binnenlands Bestuur heeft besloten te stoppen met het uitgeven van
inGovernment als kwartaalblad. Dat betekent dat dit juninummer het laatste
reguliere nummer is waarmee we u mogen informeren en inspireren. In dit
slotakkoord blikt de redactie terug op tien jaar inGovernment.
Tekst: Otto Thors, hoofdredacteur inGovernment
n juni 2007 zag de voorloper van
inGovernment, toen nog onder de
titel Proces&Document, het licht. Een
magazine over de organisatie van
dienstverlening. Al snel werd het woord
digitaal aan dienstverlening toegevoegd,
omdat daar de meeste ontwikkeling
plaatsvond waarover door de redactie
verhalen werden verzameld en gedeeld.
Al die jaren is dat de formule van
inGovernment gebleven. Een vakredactie
die niet zozeer zelf schrijft, als wel andere
deskundigen binnen haar netwerk mobiliseert
om verhalen te delen. Daardoor
bleef de inhoud gevarieerd en heeft
inGovernment zich inhoudelijk constant
weten te vernieuwen. Verschillende partners,
met hart voor de digitale overheid,
co-financierden het magazine. Dankzij
hen konden we elk kwartaal een magazine
(gratis) bij u thuis laten bezorgen.
I
LEZERSONDERZOEK
Uit het laatste lezersonderzoek (eind
2016) bleken de redactionele artikelen
van inGovernment goed aan te sluiten bij
de interesses van de lezer. Met name artikelen
over organisatievraagstukken,
innovatie en data worden hoog gewaardeerd.
Zoals Digicommissaris Bas Eenhoorn
ons toevertrouwde: “Als het blad
op de mat viel, dan wist je dat je er iets
mee moest om bij te blijven.” Dat was
ook onze intentie als redactie. We hebben
de afgelopen tien jaar het onderwerp
‘Digitale Overheid’ mede op de kaart
gezet en de gedachtevorming hierover op
48
geheel eigen wijze gestimuleerd. Het is
jammer dat inGovernment stopt. Maar je
kan ook constateren dat het thema digitalisering
binnen de reguliere media de
afgelopen jaren een regelmatig terugkerend
onderwerp is geworden. Daardoor
is de noodzaak voor een afzonderlijk
‘vakblad’ afgenomen, ook al omdat deze
onderwerpen in journalistieke nieuwsbladen
aan bod komen, zoals Binnenlands
Bestuur.
W
H
O
TERUGBLIK
In gesprek met de redactie kijken we
terug op tien jaar digitale overheid.
Jan de Kramer: “Tien jaar geleden leefden
we in de overtuiging dat rond deze tijd de
dienstverlening geheel gedigitaliseerd zou
zijn. Dat alle informatie die we hadden
over burgers, vanzelf bij het eerste telefoontje
zichtbaar werd. Fijn voor de klant
die nooit meer zijn gegevens hoefde op te
geven en ideaal voor de handhaving, met
name omdat we alle informatie konden
combineren. Of we daarin zijn geslaagd?
Vroeger was de toekomst mooier. Er is in
tien jaar tijd veel gebeurd. Informatiebeleid
en digitalisering zijn een vast onderdeel
geworden van ons referentiekader.
En gaandeweg komen we erachter dat
gaan, de relatie tussen overheid en burger
komst steeds verder onder druk. Of dat
een mooie toekomst oplevert, weet ik niet.
Misschien zou een soortgelijk platform
zoals inGovernment zich met dat soort
vragen moeten gaan bezighouden?”
Miguel Boerboom: “inGovernment is ontstaan
in een tijd nog werd gesproken
over zaken als proces en document. Door
de jaren heen is het blad met het vakgebied
mee getransformeerd. Van overheidsautomatisering
naar de e-overheid,
via de i-overheid naar een digitale overheid
in de informatiesamenleving. Tijdens
die transformatie bleef de factor
dienstverlening van de overheid aan de
samenleving de rode draad.
zich daardoor andere vragen aandienen.
Niet over de technische mogelijkheden,
maar over de vraag hoe we daar mee
omgaan. Dat vraagt een ander gesprek en
een andere insteek. Ik denk dat inGovernment
in de afgelopen jaren een bijdrage
heeft geleverd aan de noodzakelijke discussie.
Dat heeft ongetwijfeld zijn effect
gehad. Maar daarmee zijn we nog lang
niet klaar: de autonome ontwikkeling van
IT-gedreven processen zal steeds sneller
׉	 7cassandra://Tq0xZ-g6p0T_RQZqD4_OrFFFTnr_wW9prMWzw_3kpFA`̵ YJH0J¾?`׉ELREDACTIE
inGovernment was een mooi blad, fraai
vormgegeven, lekker ruim formaat en
met een kwartaalfrequentie die het
mogelijk maakt uit de hijgerigheid van
alle dag te blijven en toch voldoende aanwezig
te zijn om voor de lezers in het
land een ‘bekende’ te zijn. Het mooiste
was dat het een blad van de mensen zelf
was. De verhalen kwamen uit de praktijk
en werden vooral door mensen uit die
praktijk geschreven. De redactieleden
hadden allen hun wortels in diezelfde
overheidspraktijk en waren permanent
op zoek naar verhalen in hun netwerk.
Echt een praktijkblad dus, met voor veel
mensen een toegevoegde waarde.”
Peter Noordhoek: “De uitdagingen waarvoor
overheden staan, zijn per defi nitie
complex. Dat hangt samen met de ingebakken
tegenstellingen in de doelen. Big
data, algoritmes, blockchain: het lijkt soms
gekkenwerk om hier evenwichtig mee om
te gaan. Goede publieke dienstverleners
schrikken daar niet van terug en passen
hun methoden daar op aan. Elke bijdrage
aan het beheersen van complexiteit door
digitalisering, schept weer nieuwe complexiteit.
Dat is een groeiend probleem in
een samenleving waar een groot deel van
de bevolking die complexiteit niet meer
trekt. Ze willen terug naar de eenvoud
van vroeger, zolang ze hun smartphone
maar kunnen blijven gebruiken. Daarom
denk ik dat een tijdschrift als inGovernment
snel opnieuw zal worden uitgevonden,
al dan niet in een nieuw jasje.”
Larissa Zegveld: ” Afgelopen periode is
er een aantal rapporten verschenen
(‘Maak Waar!’, ‘De Digidelta: samen versnellen’)
die aangeven dat digitalisering
van overheidsdienstverlening veel meer
aandacht krijgt dan tien jaar geleden.
inGovernment heeft hierin zeker rol
gespeeld. Je zou daarmee kunnen stellen
dat het blad zijn agenderende waarde
heeft gehad en dat nu de tijd aangebroken
is om te stoppen. Ik denk dat die
constatering niet juist is. Ik denk dat we
pas aan het begin staan. Met alle inzet op
digitale dienstverlening wordt de inwoner
als klant steeds beter bediend. Maar
inwoners zijn ook burgers. Daar hoort
een heel andere benadering en inzet vanuit
de overheid bij. Als overheid verwachten
we veel van onze burgers. Ze
moeten zelf hun weg kunnen vinden in
onze (digitale) dienstverlening en aan de
slag met informatie die de overheid
biedt, zoals open data. Veel burgers kunnen
dat, maar niet iedereen. Ik betoog
regelmatig dat een informatiesamenleving
iets anders is dan een goed geïnformeerde
samenleving. Goed geïnformeerde
mensen zouden in staat moeten
zijn om niet alleen nieuws tot zich te
nemen, maar ook te duiden of dit nieuws
geloofwaardig is. Wat dat betreft hebben
we nog een lange weg te gaan, want
geruchten worden in de digitale wereld
snel geloofd als ze worden gebracht als
‘de waarheid’. Alleen met goed geïnformeerde
en digitaal vaardige burgers kunnen
we als overheid de publieke waarden
realiseren waar wij voor staan, zoals
gelijkwaardigheid, democratie en veiligheid.
Niet voor de klanten van de overheid,
maar voor alle burgers. Daarom is
het jammer dat inGovernment stopt.
Want we hebben nog een hoop te doen
als overheid, als binnenlands bestuur.”
TEN SLOTTE
Het is aan mij, Otto Thors, hoofdredacteur
van inGovernment, de eer om dit
slotakkoord te besluiten met een overdenking.
“Zolang er meer mensen vragen
hebben over de digitale overheid dan
pasklare antwoorden, is er ruimte voor
verhalenvertellers. Die verhalen hebben
afgelopen jaren een weg naar buiten
gevonden via inGovernment. Ik hoop dat
deze verhalen blijven komen, dat de vertellers
nieuwe wegen vinden en dat u
nieuwsgierig blijft.”
Otto Thors
Larissa Zegveld
Jan de Kramer
Miguel Boerboom
Peter Noordhoek
׉	 7cassandra://OxJ7yLHPaYcZYEmaYYy8N-ND8aJtZXWv55fEKU0cmgkB`̵ YJH0J¾?aYJH0J¾?`{בCט   {u׉׉	 7cassandra://lmnzR_xEMY9-5wZ1N3VvYX949vSNTklEYBrrseZ3hsk <`׉	 7cassandra://UeGGy4tX5aZ0XSpaVR3hBaxAnVbbqo5LQN09B21tp58S4`S׉	 7cassandra://360eYb71uCAHA2uMg1dxkFyRoAthdH6dTrb9MJKeXZY`̵ ׉	 7cassandra://tXtcaNwIlzpS-OxL0tWKpgbED8hIxNmbGCPmTeR0mGo tt͠YJH0J¾?bט  {u׉׉	 7cassandra://u72xhv3mzlHLufBZHaPQbIEBO5bjZALawrZz2iK4ij0 VQ`׉	 7cassandra://5Dp_XI9_4OCv7y4L98QDMgLsSLImt8Wuofw16voAngUr`S׉	 7cassandra://S-Jkc5nJ0n75w4qV0uJN7ZXM-xWQgLFOMfqgX_CT8xI)`̵ ׉	 7cassandra://Mikjy4RbWH7qtiliTTDBkxPoB-2vUafMVvJsi-ZaCug ͠YJH0J¾?cנYJH2J¾?  {9ׁHhttp://AGConnect.nl/nieuwsbriefׁׁЈ׉ESCOLOFON
inGovernment is het multimediale platform voor de
digitale overheid. Naast verhalen over digitalisering,
dienstverlening en smart cities, wordt aandacht
besteed aan actuele thema’s als open data, cybersecurity
en sociale media. inGovernment informeert
professionals over relevante ontwikkelingen en
focust op inclusiviteit, interactie en innovatie.
inGovernment is een uitgave van Sijthoff Media
Groep en bestaat als kennisplatform uit een kwartaalblad,
website, e-nieuwsbrief en events met
ruimte voor partnerbijdragen.
inGovernment verschijnt vier maal per jaar.
Jaargang 11, nummer 2 (juni 2017)
ISSN: 2213-2228
Oplage: 7500
Directie
Willem Sijthoff
Mark Termeer
Redactie
Otto Thors (hoofdredacteur)
Miguel Boerboom
Jan de Kramer
Peter Noordhoek
Larissa Zegveld
Eindredactie
Frits de Jong
Vormgeving
ImagoMediabuilders, Amersfoort
Druk
Senefelder Misset, Doetinchem
Redactieadres
Postbus 75462
1070 AL Amsterdam
Telefoon: 020-5733669
E-mail: info@ingovernment.nl
Marketing
Lindsay Duijm
Hoewel aan de totstandkoming van deze uitgave
de uiterste zorg is besteed, aanvaarden de
auteur(s), redacteur(en) en uitgever(s) geen
aansprakelijkheid voor eventuele fouten en
onvolkomenheden, noch voor gevolgen hiervan.
© Het is niet toegestaan om zonder voorafgaande
toestemming van de uitgever artikelen, onderzoeken
of gedeelten daarvan over te nemen.
Abonnementen
Professionals op het gebied van (digitale) dienstverlening
kunnen zich kosteloos abonneren op
inGovernment via www.ingovernment.nl.
Abonnementenadministratie:
klantenservice@ingovernment.nl
Advertentieafdeling
Jan-Willem Hulst, tel. 06-22663674
Marcel van der Meer, tel. 06-23168872
DE REDACTIE
De redactie van inGovernment bestaat uit de volgende gedreven professionals:
Otto Thors (1976) is zelfstandig
adviseur
en ondersteunt de publieke
sector op het gebied van
dienstverlening en sociale
media.
Otto werkt als adviseur,
trainer, gamemaster, spreker
en gespreksleider bij
WEgovernment.
Larissa Zegveld (1975) werkt
als directeur bij een overheidsorganisatie
in het politiek
bestuurlijk krachtenveld.
Zij heeft veel expertise
op terrein van bestuurskundige,
organisatiekundige en
vooral ook informatiekundige
vraagstukken voortvloeiend
uit nieuw beleid,
nieuwe wetgeving en
nieuwe taken.
Jan de Kramer (1957) houdt
zich bij de AWVN bezig
met modernisering van
arbeidsverhoudingen en
duurzame inzetbaarheid.
Hij begeleidt zorginstellingen,
overheden en bedrijven
bij veranderingsprocessen
en dienstverlening.
Miguel Boerboom (1970) is
bestuurskundige en zelfstandig
adviseur in de
publieke sector met een
specialisatie op het terrein
van de elektronische overheid.
De laatste jaren is hij
verantwoordelijk voor
diverse grote programma’s
op het gebied van e-overheid
en dienstverlening
zowel bij de rijksoverheid
als bij gemeenten.
Peter Noordhoek (1957) is
adviseur, auditor en analist
op het brede terrein van
kwaliteit en toezicht. Hij
maakte in 1992 kennis met
de publieke dienstverlening
tijdens de introductie van
kwaliteitshandvesten in
Nederland. Sindsdien
schreef hij onafgebroken
over dit thema.
inGovernment wordt mede
mogelijk gemaakt door:
IMPROV ING YOUR PERFORMANCE
׉	 7cassandra://360eYb71uCAHA2uMg1dxkFyRoAthdH6dTrb9MJKeXZY`̵ YJH0J¾?d׉E iALTIJD HET LAATSTE
IT-NIEUWS
IN JE MAILBOX?
Meld je aan voor de nieuwsbrief via
AGConnect.nl/nieuwsbrief
׉	 7cassandra://S-Jkc5nJ0n75w4qV0uJN7ZXM-xWQgLFOMfqgX_CT8xI)`̵ YJH0J¾?eYJH0J¾?d{בCט   {u׉׉	 7cassandra://zvvP-hE23IhkUxCQGVmM60JXAqdpxRwJ0lHcmNjaOr4 ` ׉	 7cassandra://VRb1lnq8_XkYTG70LMT9xT7eOe-dHjvHCQTzKBgrGM4,o` S׉	 7cassandra://1OixuSUV3fftKL85i0MXiACK63-A_3oWmuPbOZDOSkw`̵ ׉	 7cassandra://jqhEsiQOr2kUGAkTmV2BrZcOHR6KaaA8rSx_cigMf74#M͠YJH0J¾?fנYJH2J¾?   {9ׁHhttp://WWW.HOTITEM.NLׁׁЈ׉E HOT ITEM #3
VERANTWOORD OMGAAN MET
PRIVACY IS GEEN PROBLEEM
MAAR EEN OPLOSSING.
Zetspiegel =
186 x 257
TIJD VOOR EEN SCHERPE BLIK
KIJK OP WWW.HOTITEM.NL
IMPROV ING YOUR PERFORMANCE
׉	 7cassandra://1OixuSUV3fftKL85i0MXiACK63-A_3oWmuPbOZDOSkw`̵ YJH0J¾?g׈EYJH0J¾?hYJH0J¾?g{)InGovernment 02 2017YJHZ